- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -

Zuidas zoekt naar levendigheid

Posted By Katja Keuchenius On september 16, 2011 @ 17:00 In Algemeen | No Comments

De Zuidas foto: D.M.Langereis

De Zuidas foto: D.M.Langereis

Er wonen nu 600 mensen op de Amsterdamse Zuidas, terwijl dat er ooit 25.000 moeten worden. Om dat aantal te halen, zal de Zuidas levendiger moeten worden. Vooralsnog is er buiten kantoortijden maar bar weinig te doen.

Tussen de kersverse wolkenkrabbers op de Amsterdamse Zuidas lopen de in hakken en pakken gestoken zakenmensen vandaag af en aan. De flats van banken en verzekeringsmaatschappijen zijn grotendeels in gebruik genomen en ook de cafés stromen rond lunchtijd vol.

Als zakencentrum is de Zuidas al een tijd succesvol. Maar buiten kantoortijden verdwijnt de bedrijvigheid snel. Bijna alle horeca gaat om tien uur ’s avonds dicht; in de weekenden openen de meeste zaken überhaupt niet.

Dat past niet bij de plannen van de gemeentelijke Dienst Zuidas, die namens de gemeente Amsterdam verantwoordelijk is voor de gebiedsontwikkeling van de Zuidas. “Het gebied moet stedelijker worden”, legt woordvoerder Frederijk Haentjes uit. Op zijn kantoor in het WTC, naast een meterslange maquette en enkele grote luchtfoto’s van het gebied, vertelt hij hoe de Amsterdamse grachtengordel als voorbeeld dient. Daar werkt, woont en recreëert de bevolking immers dwars door elkaar heen. “Ook hier moeten verschillende mensen zich prettig gaan voelen. Pas dan wordt het hier aantrekkelijk voor internationale bedrijven”, aldus Haentjes.

Luuk Boelens, planoloog van de Universiteit Utrecht, noemt het New Yorkse Manhattan als voorbeeld van hoe het moet. Dat is vierentwintig uur per dag levendig omdat de eerste en tweede verdiepingen van de wolkenkrabbers steeds gevuld zijn met winkels, musea en restaurants. In het boek Compacte stad extended legt hij uit hoe je in nieuw stedelijk gebied íedereen moet verwelkomen – zoals men van oudsher in steden doet. Hij waarschuwt voor ‘anonieme, grootschalige, monofunctionele architectuur’.

Business en bohemiens

Om de mix van werken, wonen en recreëren te realiseren, zal er binnenkort een verrassend pand verrijzen op de Zuidas. Een ‘ontmoetingsplaats voor business en bohemiens’, midden tussen de kantoorgebouwen en luxe lunchcafés. ‘s Nachts kan men er naar de club en ’s zomers overdekt kamperen. Niet echt de hobby’s van de in pakken en hakken gestoken zakenmensen die er dagelijks langslopen. Maar dat is juist de bedoeling.

Tot nu toe is er in het rechthoekige gebied aan de Zuidelijke rand van de stad voornamelijk slechts één slag mensen te zien. In de hal van het WTC-gebouw verzamelt zich een groepje Aziaten in pak. Bij de ingang begroeten twee mannen, koffertjes en laptoptassen in de hand, elkaar met een geroutineerde glimlach. Verderop zwaait een dertiger met achterovergekamd haar, driftig met zijn vinger in de lucht. “We hebben een akkoord nodig”, roept hij in zijn telefoon.

In 2040 moeten er, volgens de plannen, meer dan 200.000 mensen op de Zuidas verblijven. Daarvan moeten er 25.000 wonen. De zakelijke bedrijvigheid mag dan nog slechts een derde van de Zuidas in beslag nemen. De andere twee derden dienen dan voor woningen en recreatie. Ook voor mensen met lagere inkomens, luiden de plannen. Uiteindelijk moet minstens 30 procent van de 8.000 woningen die gepland staan, sociale woningbouw zijn.

De Zuidas (foto: Flickr, Berend B)

De Zuidas (foto: Flickr, Berend B)

Volgens Manhattanvoorbeeld

Haentjes ziet het al voor zich. Zo moeten in de toekomst ook enkele supermarkten en een bakker het straatbeeld van de Zuidas sieren. Nu is het Zuidplein voor het WTC vooral omringd met horeca, volgens Manhattanvoorbeeld netjes op de eerste verdieping van elk gebouw geplaatst. Allerlei mensen lopen langs. Sommigen zwoegen op de fiets tegen de wind in, anderen laten zich de andere kant op gemakkelijk voortduwen. Vanwege de vele hoogbouw en de A10 die dwars door de wijk loopt, waait het hier bijna altijd.

Er lopen slenterende scholieren, studenten met koptelefoons en volwassenen in losse kleding. Maar allemaal steken ze, een enkeling met een tussenstop bij de Albert Heijn to Go, in een keer het plein over. Van het metrostation naar het busplatform of de woonwijken daarachter. ’s Middags en ’s avonds doet de horeca het goed. Maar de restaurants en loungecafés blijven ’s ochtends leeg. Slechts hier en daar worden de wit- of zwartlederen stoelen bezet door een tweetal mannen achter een laptop en blocnote.

Twee grijzende vrouwen in wijde regenjassen wandelen op goed geluk de draaideur van het WTC door. Op de deurmat blijven ze vertwijfeld om zich heen staan kijken. Van café Nooon, naar café Triple Ace. Ze bestuderen van allebei de menukaart en verdwijnen dan snel weer naar buiten. Een glas wijn kost hier vijf euro.

Goedboerende horeca

“Horeca in Amsterdam is sowieso niet goedkoop”, reageert Haentjes. “Maar de cafés en restaurants doen het goed hier. ’s Middags en ‘s avonds komt er een groot en gevarieerd publiek op af. Het zijn ook niet allemaal dezelfde tenten. We hebben bijvoorbeeld ook Wagamama, een Indonesisch restaurant.”

Rond lunchtijd lopen de cafés inderdaad goed vol. Ook alle tafeltjes van Wagamama zijn bezet met pakken en overhemden. Buiten lopen mensen in spijkerbroeken, hoofddoeken, bontkragen en ongekamde haren het station in. In de stationshal steken de twee nette heren daar vreemd tegen af.

Een twintigjarige studente, Lisette, is onderweg naar huis. Omdat ze studeert aan de Vrije Universiteit, ook op de Zuidas, komt ze hier vaak. Maar van de cafés op het plein heeft ze nog nooit gebruik gemaakt. “Als ik ergens wat wil drinken, zit ik liever in de stad, dan hier rondom het station.”

Monocultuur

“Het is een monocultuur”, vindt Coosje (78), met kort grijs haar, een bril en een geruit jasje. Sinds 2001 woont ze aan de rand van Buitenveldert, dat tegen de Zuidas aan ligt. Vanaf haar balkon, dat uitkijkt op de Zuidas, houdt ze alle ontwikkelingen goed in de gaten. Kwiek en duidelijk vertelt ze erover. Ze wijst de verschillende gebouwen aan: een hotel dat niet op tijd af komt, een woonflat die nog grotendeels leeg staat. Met daarachter aaneengeregen horeca.

“Van kwart over twaalf tot half twee zitten de cafés vol. Allemaal met exact hetzelfde soort mensen”, beschrijft Coosje. “De Zuidaspinguïns, zoals wij ze noemen.” ‘Regelmatig’ gaat Coosje nog naar de kroeg. ’s Middags, ’s avonds, altijd zit er hetzelfde soort publiek. Sem (21), ober in Nick&Delano, beaamt dit. “Er lunchen hier voornamelijk zakenlui. Voordat we om zeven uur ’s avonds dichtgaan, komen overwerkers nog snel een warme maaltijd halen. We richten ons ook op dat publiek. In het weekend zijn we dicht.”

Anders dan kantoren en horeca is er niet veel anders te vinden. Een groot gemis, volgens Coosje. “Er is niets cultureels.” Musea zijn er niet. Joop van de Ende zou een groot theater bouwen, maar daarover bestaan nu twijfels. De nieuwe btw-tarieven voor voorstellingen maken Duitsland ineens aantrekkelijker.

Ook de bakker en de supermarkten blijven tot nu toe uit. “Het is een beetje het kip-ei verhaal”, legt Haentjes uit. “Die voorzieningen komen pas als er genoeg mensen wonen. Zelfs een al geopende pakkenwinkel op het Zuidplein heeft het bijvoorbeeld niet gehaald.”

Gestapeld park

Tot nu toe zijn er zeshonderd, voornamelijk hoger geprijsde, woningen opgeleverd. Haentjes schat dat daar nu slechts vierhonderd mensen wonen. “De leegstand van 11 procent  valt nog mee vergeleken met andere stadsregio’s met 18 procent”, zegt Haentjes, “Maar zoals overal op de woningmarkt, gaat het ook hier op de Zuidas traag. Daarom zetten we ons in de tussentijd vooral in voor de levendigheid van de Zuidas.”

In het kader van het project ‘15 by 15’, 15 acties vóór 2015 die de levendigheid in de Zuidas moeten vergroten, organiseren gemeente, bedrijven en woningcorporaties allerlei evenementen. Bijvoorbeeld een beeldenwandeling, een Zuidas-run en een groot scherm op het plein. “Tegen het einde van het WK stond het plein vol met wel drie- tot vijfhonderd man”, vertelt Haentjes. “Zo maken ook mensen van buiten de Zuidas kennis met het nieuwe gebied en laten we zien dat hier ook andere dingen kunnen gebeuren dan alleen zaken.”

Robin (36), een andere bewoner van Buitenveldert, juicht de ontwikkelingen toe. Zoals nu wandelt hij vaak met zijn hond langs de wolkenkrabbers. Hij ziet de buurt veranderen. “Het wordt steeds levendiger”, zegt hij, terwijl hij tevreden om zich heen kijkt. “Op zondag is er een etensmarkt en op het plein hierachter speelt vaak muziek.”

Van het nieuw te verrijzen gebouw, Oase, heeft hij nog nooit gehoord. Het project past precies in de plannen van de gemeente. De Dienst Zuidas schreef een prijsvraag voor architecten uit om iets te ontwerpen voor een tijdelijk kavel. Twee Amsterdamse architectenbureau’s, Ontwerpers Amsterdam en Another Architecture Office wonnen.

In het ‘gestapelde park’ van zes verdiepingen komt ’s zomers een urban camping, in de wintermaanden worden er evenementen en congressen gehouden. Op het dak komt een zwembad en op de bovenste verdieping opent een nachtclub. Zo bevordert Oase, volgens de Zuidasrichtlijnen, diversiteit en levendigheid.

Of Oase het panacee is om wonen en recreëren op de Zuidas te stimuleren, weet Haentjes niet. “We vertrouwen op de ervaring van de ontwerpers. Zij hebben ook Club 11 en Club Trouw opgericht.” Dat klinkt veelbelovend, vindt Sem. Hij is bezig glimmend bestek en servetten voor de lunch bij elkaar te zoeken. “Misschien lukt het om clubgangers helemaal hierheen te krijgen, wie weet vanuit Utrecht, met nachttreinen.” Over de camping is hij sceptischer. “Er is al een camping in het Amsterdamse Bos, bovendien is alles hier duur. Dat is niet echt wat je zoekt als kampeerder.”

Enhanced by Zemanta [1]

Metropool Amsterdam is toekomstmuziek

Posted By Yasmina Aboutaleb On februari 15, 2011 @ 18:56 In Achtergrond, Algemeen, Leven, Stad | No Comments

Amsterdam wil een grote, aantrekkelijke en concurrerende metropool worden. Om deze ambitie te bereiken, maakte de gemeente een groots plan: de Structuurvisie Amsterdam 2040. [2]

Kaart van visie op Amsterdam voor 2040 Foto: DRO

Kaart van visie op Amsterdam voor 2040 Foto: DRO

Amsterdam 15 feb. – Nog bijna dertig jaar heeft de stad de tijd, voor de zelfopgelegde deadline van 2040. Dan moet Amsterdam, met name op economisch terrein, beter concurreren met andere metropolen. Niet met ‘eredivisie steden’ als Parijs, London of New York, maar met de zogeheten second city’s als Kopenhagen, Hamburg en Milaan. “Internationale bedrijven moeten zich in Amsterdam willen vestigen en hun werknemers moeten graag in deze stad willen wonen”, aldus Eric van der Kooij, van de Dienst Ruimtelijke Ordening (DRO) van de gemeente Amsterdam.

Deze ambitie en plannen hiervoor staan in de Structuurvisie Amsterdam 2040: Economisch Sterk en Duurzaam. Wethouder Van Poelgeest (Ruimtelijke Ordening, GroenLinks) presenteerde trots het ruim driehonderd pagina’s tellende conceptplan afgelopen november. Meteen kwamen er vragen en kritiek over de gevolgen van de visie voor het bedrijfsleven. De behandeling van de Structuurvisie in de Amsterdamse gemeenteraad is daarom twee maanden uitgesteld, tot morgen, woensdag 16 februari.

Wolkenkrabbers
Amsterdam is het financiële centrum van Nederland, met als symbool de wolkenkrabbers op de Zuidas. Dat wil de hoofdstad ook blijven. Door de financiële crisis en de toenemende internationale concurrentie tussen steden, denken bedrijven inmiddels wel twee keer na voor ze zich ergens vestigen. Pieter Tordoir, planoloog en econoom aan de Universiteit van Amsterdam, vindt de ambitie van Amsterdamse stadsbestuur daarom te mager. Hij vindt dat Amsterdam wel degelijk kan concurreren met metropolen als London en Parijs. “Amsterdam hangt sterk samen met London. Er gaan tientallen vluchten per dag tussen de twee steden. Amsterdam is ook goedkoper voor veel bedrijven, vanwege de lagere grondprijzen en de belastingen voordelen. Dit terwijl het voorzieningenniveau vergelijkbaar is.”

Volgens Tordoir is Amsterdam ook erg sterk in de financiële dienstverlening. “Hoofdkantoren van internationale adviesbureaus als Price Waterhouse Coopers, Delloyd en KPMG die zich hier vestigen, zijn daar het bewijs van.” Daarnaast fungeert Amsterdam, veel meer dan Londen of Parijs, als knooppunt op de intercontinentale handelsmarkt vanwege de doorvoer van producten. “De lijst is eindeloos. Het gemeente bestuur zou zich beter moeten laten adviseren door economen.”

Volgens Tordoir gaat de Structuurvisie gebukt onder een gebrek aan economische onderbouwing. Het belangrijkste voorbeeld is het Westelijke havengebied waar de gemeente veel huizen wil bouwen. Dit om aan het streefgetal van ten minste zeventigduizend extra woningen in Amsterdam te komen. De bedrijven die nu in het Westelijk havengebied zitten moeten daarvoor wijken. “Het gaat hier om 600 hectare bedrijventerrein met honderden bedrijven. Hen wordt geen alternatieve locatie geboden. Dat gaat de gemeente goudgeld kosten. Het verplaatsen alleen al zou driekwart miljard euro kosten. Ik begrijp de logica van het plan niet om Amsterdam economisch sterker te maken.”

Ook de Kamer van Koophandel Amsterdam is het met deze kritiek eens. Deze tekende, namens het bedrijfsleven, al eerder bezwaar [3] aan tegen het plan.

Grote, pakkende ideeën
Sinds 2007 woont meer dan de helft van de wereldbevolking in steden. In 2050 zal dit oplopen tot zeventig procent. Deze waarschuwing klinkt regelmatig aan stadsbesturen. Amsterdam wil hier op inspelen, door jaarlijks ten minste drieëntwintighonderd extra woningen te bouwen. Binnen de ring moet er daarom in de toekomst minder autoverkeer rijden, omdat het centrum zich zal uitstrekken. De huizen moeten vooral gebouwd worden buiten de ring en richting Almere, door middel van Ijburg 2. “Amsterdam en Almere moeten naar elkaar toegroeien. Het ideaal is dat de stadsgrenzen op een gegeven moment vervagen”, zegt Van der Kooij van DRO, die projectleider is van het samenwerkingsverband Metropoolregio Amsterdam [4]. Hierin werken gemeenten rondom Amsterdam, van Zandvoort tot Lelystad, samen.

A panorama of the Zuidas business district in ... [5]

Image via Wikipedia

Roel van Herpt, adviseur cultuur en stedelijke ontwikkeling van Amsterdams adviesbureau LAgroup [6], vindt dit een slecht idee. “We moeten stoppen vinexwijken te bouwen, juist voor de aantrekkelijkheid van de stad. Er zijn in Amsterdam genoeg plekken waar nog gebouwd kan worden. Denk aan de Wibautstraat en de vele lege kantoorgebouwen, 1,3 miljoen m2, die door bedrijven niet goed genoeg worden bevonden.” Volgens Van Herpt mist het plan van de gemeente een grote visie. “Grote, pakkende ideeën die andere metropolen wel hebben, staan er niet in. Parijs heeft een fietsenplan, de Vélib, en Londen en Stockholm de congestion tax (tolheffing in de stad, red.). Wij hebben niet eens een goede fietsroute van Amsterdam-Oost naar Amsterdam-West, of een metrolijn die kant op.”

Volgens Van der Kooij van DRO besteedt Amsterdam weldegelijk veel aandacht aan de infrastructuur en de bereikbaarheid van de stad. “Amsterdam wil minder autoverkeer binnen de ring. Daarom is het belangrijk dat we investeren in de Noord-Zuidlijn en dat deze metro in de toekomst doorgetrokken wordt naar Amstelveen, voor als de Zuidas groeit”, aldus Van der Kooij.

De Structuurvisie lijkt met de vele kritiek een zware klus te worden voor wethouder Van Poelgeest. Coalitiepartner en VVD’er Daniel van der Ree laat weten in ieder geval tien wijzigingen [7]in te zullen dienen. Ook de PvdA, de grootste coalitiepartner, laat op haar website [8] weten wijzigingsvoorstellen in te zullen dienen.

Enhanced by Zemanta [1]

De Zuidas wacht nog op nieuw dokmodel

Posted By Lise Witteman On januari 15, 2010 @ 18:30 In Achtergrond, Leven | 1 Comment

Zuidas3 [9]
Image via Wikipedia [9]

Al jaren bestaat het voornemen om de A10 in een tunnel onder de Zuidas door te laten lopen. Nu lijkt eindelijk een definitief plan in zicht.

Amsterdam – Afgelopen jaar zijn de huurprijzen gedaald, is de leegstand toegenomen en zijn investeerders weggelopen. Toch blijft het vertrouwen van de gemeente Amsterdam in de Zuidas overeind. Het eerstvolgende geplande prestigeproject is het dokmodel [10]. Met dit plan komen de A10 Zuid, het station, de trein en de metro over een lengte van 1200 meter rond de Zuidas in een ondergrondse tunnel te liggen. Belangrijkste voordelen: de verkeersdrukte van de A10 hanteerbaar houden en bouwgrond vrijspelen.

Uitdagingen
Bij een oudere versie van het dokmodel werden grote vraagtekens geplaatst. Zouden de kosten van de investeringen, twee miljard, er wel uitgehaald worden? Doordat er op de Zuidas voornamelijk zakelijke dienstverleners, zoals banken,  zijn gevestigd is deze plek gevoelig voor economische schommelingen. Wat als het tijdelijk tegenzit? Of, erger, voor een langere periode? De kredietcrisis maakte die vraagstukken pijnlijk concreet toen alle eventuele private investeerders zich terugtrokken. Áls er een tunnel komt, zal die uitsluitend met publiek geld gefinancierd worden. Het Rijk en de gemeente Amsterdam verdelen de kosten.
Maar dat is niet het enige dat veranderd is. Ook een paar dure technische hoogstandjes, zoals het plan om snelweg en spoor onder elkaar te leggen, bleken onhaalbaar.

Nieuwe dokmodel
Door de financiële tegenslagen liep het project een tijd lang vast. Tot Dirk Jan van den Berg, die onderzoek verricht naar het dokmodel in opdracht van het Rijk, het afgelopen najaar een voorproefje gaf van zijn nieuwe ideeën [11]. Het spoor en de wegen zouden niet onder elkaar, maar naast elkaar komen te liggen. De parkeergarages komen bovengronds en de aparte tunnel voor servicediensten verdwijnt. Geschatte besparing: een half miljard. Sterker nog, in plaats van verlieslijdend, zou het project volgens zijn berekeningen zelfs winstgevend worden.

Maar de ervaring leert dat financiële beramingen  van grote bouwprojecten niet altijd even betrouwbaar zijn. De Betuwelijn, de Noord/Zuidlijn, de HSL. Stuk voor stuk vielen de kosten hoger uit dan in eerste instantie berekend. En is het nu met de crisis wel verstandig om te investeren in de Zuidas?

Wethouder Maarten van Poelgeest (GroenLinks) wil de definitieve resultaten van het onderzoeksrapport van Van den Berg afwachten, maar bevestigt wel dat de gemeente Amsterdam nog in zijn geheel achter de plannen voor het dokmodel staat. “Ook de crisis wordt in het rapport van Van den Berg afgewogen. We zullen het van zijn onderzoek laten afhangen hoe het dokmodel er uiteindelijk gaat uitzien.”

Ook het Amsterdamse PvdA-kamerlid Patricia Linhard staat nog achter het dokmodel. In de Kamer houdt ze zich bezig met ruimtelijke ordening. Linhard gelooft dat de aantrekkingskracht van de Zuidas zal toenemen door de verbetering van de infrastructuur. Meer bedrijven zullen zich daar willen vestigen. Over de leegstandproblematiek zegt ze: “Het is waar dat de leegstand ook op de Zuidas het afgelopen jaar flink is toegenomen. We proberen dat te bestrijden door met de nieuwbouwplannen eveneens geld te vinden om oude gebouwen een bestemming te geven. Op dit moment wordt er ook minder gebouwd op de Zuidas. Het is hopen dat het probleem zich weer oplost.”

Het definitieve rapport van Van den Berg wordt binnenkort verwacht.

Reblog this post [with Zemanta] [12]

Zuidas – tijdlijn

Posted By Robert Buzink On februari 20, 2009 @ 17:36 In Algemeen | No Comments

De Zuidas: het verleden, de ambities en de crisis

Posted By Paula van Rooij On februari 20, 2009 @ 17:34 In Achtergrond, Leven | No Comments

286315681_e88c36a3fd_mAan de Amsterdamse Zuidas verrijzen de laatste jaren grote kantoortorens. De Zuidas moet een zakencentrum met internationale allure worden. Hoe is het begonnen? Gooit de kredietcrisis roet in het eten? Een kleine geschiedenis van de Zuidas.

AMSTERDAM, 20 feb. De Zuidas. Tot de jaren ‘80 een stuk niemandsland tussen Buitenveldert en Amsterdam-Zuid. Vanaf de jaren ‘60 wordt de ringweg A10 aangelegd en begint de bouw van treinstation Amsterdam Zuid. In 1973 wordt het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit Amsterdam opgeleverd.  In 1985 verrijst het WTC. Verder zijn er voetbalvelden en tennisbanen. Echte stadsuitbreiding is in dit gedeelte van Amsterdam nog taboe. De ontwikkeling van de zuidelijke IJ-oevers geniet de voorkeur.

Dat verandert begin jaren ’90. In het [13]structuurplan [13] van 1991 staat dat het ‘wenselijk  is een onderzoek te starten naar de mogelijkheden van verdere ontwikkeling van de Zuidas van de Riekerpolder tot Duivendrecht’ om ‘extra groei van de vraag naar bepaalde kantorenlocaties’ te inventariseren. In de jaren ‘90 komen er steeds meer kantoorgebouwen op de Zuidas. Amsterdam geeft daar via incidentele planprocedures toestemming voor. Vanuit de markt is er namelijk ‘behoefte’ om kantoren te bouwen, zo staat in het ‘Masterplan Zuidas’ [14]. ‘Kansen voor de stad’ mogen niet verloren gaan. In het voorjaar van 1994 neemt de nieuwe coalitie van PvdA, VVD en D66 in het programma-akkoord op dat aan dit ‘incidentenbeleid’ een einde moet komen. In 1996 [15]staat in het structuurplan dat er op de Zuidas inderdaad een ambitieus kantorencentrum mag komen.

In 1998 wordt voor het eerst een integrale visie op de ontwikkeling van de Zuidas gegeven. Het plan beslaat een periode van twintig tot veertig jaar. De VU, de RAI en het WTC vormen ‘het raamwerk’ waar de Zuidas zich omheen moet ontwikkelen. Hoewel de Zuidas in de eerste plaats een ‘toplocatie voor kantoren’ moet worden, is ‘functiemenging’ vanaf het begin een toverwoord. Op de Zuidas moeten ook woningen, winkels en theaters komen. De Zuidas heeft bovendien internationale ambities. De nabijheid van Schiphol en de haven worden geroemd. Ook wordt benadrukt dat de ontwikkeling van de Zuidas belangrijk is, omdat de infrastructuur van het gebied nu niet ‘optimaal [wordt] gebruikt’. De investeringen die het Rijk en de gemeente in de metro, de trein en Schiphol hebben gedaan moeten volledig worden ‘benut’. Ook de Zuidascoalitie wordt gevormd. Hierin overleggen de centrale stad, de stadsdelen en bedrijven die zijn gevestigd op de Zuidas over de inrichting van het gebied. Rijkswaterstaat, de Nederlandse Spoorwegen, RAI, WTC, de VU en ABN Amro zijn er vanaf het begin bij betrokken.

Om de Zuidas optimaal te ontwikkelen moet er in totaal 650.000 vierkante meter kantoorvloer komen, 1500 woningen (30 procent sociale woningbouw) en 6500 vierkante meter aan voorzieningen. De gemeente verwacht in 1998 deze plannen te kunnen realiseren met een overschot van 95,3 miljoen euro. Wel waarschuwt ze dat vertraging van het bouwproject tientallen miljoenen kan kosten. De plannen worden onder PvdA-wethouder Duco Stadig -‘de bouwwethouder’- verder ontwikkeld in Visies op de Zuidas (2000, 2004 en 2007 [16]). In 2006 neemt GroenLinks-wethouder Maarten van Poelgeest de portefeuille over. De omgeving van station Zuid is inmiddels aangepakt. Later zijn ook de omgeving rond congrescentrum RAI, de VU en het Beatrixpark aan de beurt. De verkoop van kantoren en woningen gaat goed. Volgens Projectbureau Zuidas is vijf tot acht procent van de kantoren  niet verhuurd.

Nu is het 2009. De internationale ambities zijn ondanks de kredietcrisis onverminderd groot. Uitgangspunt is dat de Zuidas ‘kostendekkend’ moet zijn, zegt een woordvoerder van Projectbureau Zuidas. De paragraaf over de kosten in het prospectus [17] is echter niet openbaar. En intussen kloppen banken aan bij de overheid voor geld en lijken ze er niet happig op om te investeren in de Zuidas. Voor het slagen van de Zuidas is ook bereikbaarheid van belang. Het aantal treinsporen van Station Zuid is de laatste jaren verdubbeld. Ook de Noord-Zuidlijn moet er in de toekomst stoppen. Gisteren werd bekend dat de metrolijn pas in 2017 gereed is en de kosten lopen snel op. Het was de aanleiding voor het aftreden van wethouder Herrema (Verkeer, PvdA).

Wellicht wacht de Zuidas nog meer tegenvallers. Om het gebied ondanks de verkeersdrukte van de A10 leefbaar te houden is al in 1998 ‘het dokmodel’ bedacht. Autowegen op de Zuidas moeten onder de grond verdwijnen. Zo is er minder luchtvervuiling en komt er extra bouwgrond vrij. Die dok moet worden gebouwd door de Zuidasonderneming. De Zuidas kan zo een volwaardig stadsdeel worden. De definitieve besluiten hierover moeten nog worden genomen, maar wethouder Maarten van Poelgeest (GroenLinks) houdt vooralsnog vast aan de dok. Hij moet wel, wil hij aan zijn achterban de Zuidas als duurzaam project kunnen verkopen. De tijd zal leren in hoeverre de Zuidas een internationaal zakencentrum en nieuw stadsdeel wordt.

Zuidas bedreigt klimaatdoelstelling

Posted By Sander Heijne On februari 20, 2009 @ 17:32 In Achtergrond, Leven | No Comments

423341313_c6ff4399ec_mDe Zuidas gaat in de toekomst evenveel elektriciteit verbruiken als een stad met 220.000 inwoners. Tegelijkertijd stelt Amsterdam zichzelf ambitieuze klimaatdoelen. Past de groei van de Zuidas binnen de klimaatdoelstellingen van de stad?

AMSTERDAM, 20 feb. De stad Amsterdam stelt zichzelf ten doel in 2025 veertig procent minder CO2 uit te stoten dan de 4500 kiloton die in 1990 werd uitgestoten. Uit het rapport ‘Nieuw Amsterdams Klimaat’, van het Klimaatbureau van de gemeente Amsterdam, blijkt dat hiervoor een besparing van vijftig procent ten opzichte van 2006 nodig is. Uitgaande van wat de gemeente ‘de natuurlijke groei van de stad’ noemt, zal dit zelfs zestig procent worden.

De realisatie van het nieuwe (zakelijke) centrum langs de ringweg A10 Zuid, de Zuidas, maakt onderdeel uit van deze groei. Het is de bedoeling dat het hoogbouwcomplex in 2030 is uitgegroeid tot een totaal vloeroppervlak van 2,7 miljoen vierkante meter. Veertig procent van de ruimte is gereserveerd voor kantoren, veertig procent voor woonruimte en twintig procent voor voorzieningen, zoals horeca en winkels. Het complex moet daarmee ruimte bieden aan ongeveer 75.000 werknemers en 22.000 bewoners, verspreid over 9000 woningen. Nu werken er 25.000 mensen en zijn 350 woningen gerealiseerd.

De stroom voor de hoogbouw aan de Zuidas wordt opgewekt in de gasgestookte elektriciteitscentrale in Diemen. De Dienst Milieu en Bouwtoezicht van de gemeente Amsterdam gaat bij voorlopige berekeningen ervan uit dat de Zuidas bij oplevering onder normale omstandigheden minimaal 75 miljoen kubieke meter gas per jaar verbruikt. Omgerekend volgens de formule van de Nederlandse Emissieautoriteit, betekent dit een CO2-uitstoot van 132 kiloton. Omdat ook de Zuidas moet bijdragen aan de CO2-reductie, hoopt de Dienst Milieu en Bouwtoezicht met de inzet van nieuwe technieken deze uitstoot met 60 kiloton te kunnen verminderen.

Dit is mogelijk wanneer de Zuidas in de energiebehoefte kan voorzien door gebruik te maken van duurzame energiebronnen, in plaats van de verbranding van het fossiele aardgas. Uit een analyse van het energieverbruik blijkt dat slechts 17,3 procent van de energie opgaat aan de verwarming van de gebouwen. 82,7 procent gaat op aan elektra, waarvan iets meer dan de helft wordt verbruikt om de gebouwen zomers te koelen. Verschillende innovaties maken het technisch mogelijk hierop te besparen.

Gegeven het feit dat relatief de meeste energie verloren gaat bij het koelen en verwarmen van de gebouwen, 60 procent van het totale energieverbruik, valt hier ook de meeste winst te behalen. Momenteel gebeurt dit al op verschillende manieren. Het grondwater dat zich op een diepte van tussen de 80 en 200 meter onder het complex bevindt, heeft een constante temperatuur van 12 graden. Dit water kan worden gebruikt voor zogenaamde warmte- en koudeopslag. Dit houdt in dat het zomers een bijdrage kan leveren aan het koelen en ’s winters aan het verwarmen van de gebouwen.

Daarnaast kan in een gedeelte van de koelbehoefte worden voorzien door gebruik van koud water uit het nabijgelegen De Nieuwe Meer. Het water van ongeveer acht tot tien graden, wordt kunstmatig afgekoeld tot zes graden. Dit koude water kan via een leidingstelsel door het complex worden gepompt en in potentie aan 72 procent van de koelbehoefte voldoen. Samen met de koeling door grondwater zou zo in bijna 90 procent van de koelbehoefte kunnen worden voorzien. Dit alleen al zou jaarlijks bijna 51 kiloton CO2 in de atmosfeer schelen. De installaties die op dit moment in gebruik zijn halen echter niet meer dat 33 procent van de koelbehoefte, een besparing van 19,2 kiloton CO2. Concrete plannen om de koelcapaciteit te vergroten zijn er nog niet.

Naast de CO2-reductie die nu wordt behaald door het gebruik van natuurlijk koelwater, worden er nog enkele kilotonnen aan CO2-uitstoot uitgespaard door aansluiting op de stadsverwarming en de eigen warmtekracht koppeling van het World Trade Centre. Dit is een systeem waarin een gebouw zijn eigen energie en warmte opwekt, waardoor er minder energie verloren gaat bij transport. Beide worden echter gestookt op aardgas.

De stad Amsterdam wil de totale CO2-uitstoot in 2025 terugbrengen tot ongeveer 2700 kiloton. De Zuidas moet daar volgens de Dienst Milieu en Bouwtoezicht 60 kiloton aan bijdragen. Vooralsnog komt het nieuwe zakencentrum nog niet op de helft. Daar komt bij dat de Zuidas voor een groot gedeelte nog in aanbouw is en in dit artikel is uitgegaan van het minimaal verwachte energieverbruik. Zoals het er nu uitziet zal de netto CO2-uitstoot van de Zuidas in 2025 dus zijn toegenomen.

Volgens het rapport ‘Nieuw Amsterdams Klimaat’ is het mogelijk om CO2-neutraal te bouwen. Bij de bouw moet erop worden gelet dat energie waar mogelijk wordt bespaard. De grootste winst valt echter te halen bij het opwekken van energie. Een zakencentrum heeft nu eenmaal veel energie nodig. Zolang deze energie wordt opgewekt door de verbranding van fossiele brandstoffen zoals kolen, olie en aardgas, is er CO2-uitstoot. Vooralsnog zijn er geen concrete plannen om in Amsterdam op grote schaal gebruik te gaan maken van klimaatneutrale wind- en zonne-energie. Wel wordt de capaciteit van de aardgasgestookte centrale van Diemen verdubbeld.

Het glazen plafond van de Zuidas

Posted By Alwin Kuiken On februari 20, 2009 @ 17:30 In Achtergrond, Mooi | 1 Comment

plafond_zuidasEchte wolkenkrabbers heeft de Zuidas niet. Dit heeft alles te maken met luchthaven Schiphol. Met vliegtuigen die op 300 meter over komen vliegen zou een gebouw à la het Empire State Building voor behoorlijk wat ongemak zorgen.

AMSTERDAM, 20 feb. - Nieuwe gebouwen op de Zuidas mogen niet hoger zijn dan 77,5 meter vanwege de nabijheid van Schiphol. Bij hogere gebouwen kan storing optreden in het systeem dat piloten gebruiken om bij slecht weer te landen. Toch kregen in het verleden tien constructies een ontheffing voor overschrijding van deze grens.

‘Als de kantoren op de Zuidas vijf meter hoger waren, zouden opstijgende vliegtuigen een gedeelte van hun vracht moeten laten staan’, zegt Frans Nederstigt van de de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW). Hij doelt op de veiligheidsmarges die in 2003 zijn vastgelegd in het Luchthaven Indelingsbesluit, een document dat in dat jaar vanwege de opening van de Polderbaan is opgesteld om wildgroei van gebouwen te voorkomen. De minimale vlieghoogte boven de Zuidas ligt op 300 meter. Bij bebouwing hoger dan 77,5 meter kan al storing ontstaan op het Instrument Landing System (ILS). Dit is een systeem dat piloten gebruiken om bij slecht weer veilig te kunnen landen.

‘Dat systeem werkt met twee radarsignalen die in een hoek van negentig graden in het vliegtuig samenkomen. Een heel gevoelig stukje techniek.’ Volgens Nederstigt is het hoofdkantoor van ABN AMRO (105 meter) qua hoogte ‘op het randje’. ‘Het voldoet aan de beperking voor de aanvliegroute, maar had wat ons betreft niet hoger gekund. Dat mocht dus ook niet.’ De bouw van ABN AMRO HQ startte in 1996. Ver voordat in 2003 de Polderbaan geopend werd en de huidige regels in het Luchthaven Indelingsbesluit van kracht werden. De opgelegde hoogtebeperkingen waren een kwestie van ‘voortschrijdend inzicht’, zegt Hans Diepenhorst, projectdirecteur van Mahler 4, een bouwproject in het hart van de Zuidas

Met vijf kantoorgebouwen van tussen de 85 en 100 meter hoog is Mahler 4 beeldbepalend voor de Zuidas. ‘Omdat het hoofdkantoor van ABN AMRO er al stond, hebben alle andere gebouwen toen een ontheffing gekregen. Als dat niet was gebeurd, waren we in een lastig parket terecht gekomen’, zegt Diepenhorst. ‘Zeventig meter is te laag om het benodigde aantal vierkante meters te kunnen verkopen. Het is de vraag of Mahler 4 dan rendabel was geweest.’ Over het veiligheidsaspect maakt Diepenhorst zich niet zo druk. ‘Het is niet zo dat je vanuit mijn kantoor de piloten ziet zitten. In het buitenland heb je veel hogere gebouwen. Daar gaat het toch ook goed?’

De partij die goedkeuring moet geven voor overschrijding van de bouwhoogte is de dienst Luchtvaart en Maritieme Zaken van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. ‘Het woord ‘nee’ zeg je niet tegen zulke miljoenenprojecten’, zegt toezichthouder Ed Stikvoort. ‘Dan ga je met elkaar om de tafel zitten en dan zorg je ervoor dat je er uit komt. Soms moeten er dan veranderingen in de plannen aangebracht worden.’ Zo’n wijziging kan dan de toepassing van andere bouwmaterialen zijn. Om de radar van Schiphol niet te hinderen, bevatten hoge gebouwen op de Zuidas bijvoorbeeld veel hout en kunststof.

Schiphol is de enige luchthaven in Nederland waarvoor deze strenge regels gelden. De luchthaven heeft zich in het verleden gebonden aan de regelgeving van de International Civil Aviation Organization (ICAO), maar past de regels strenger toe dan andere landen. Zo kan het gebeuren dat het La Guardia vliegveld in New York op een afstand van slechts negen kilometer ligt van het 381 meter hoge Empire State Building. Het zakelijke vliegveld London City ligt op maar vier kilometer van Canary Wharf, het zakendistrict waar de Zuidas zichzelf zo graag mee vergelijkt. Ter vergelijking: de Oostbaan van Schiphol ligt op ruim zeven kilometer afstand van de Zuidas in Amsterdam.

Een woordvoerster van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) laat weten dat er vanwege de overschrijding van de maximale bouwhoogte geen direct gevaar bestaat voor het vliegverkeer. ‘Alleen het luchtverkeer dat landt op de Buitenvelderdbaan vliegt op driehonderd meter over de Zuidas. Het vertrekkend vliegverkeer heeft daar al een hoogte van duizend meter.’

Gebouwen die een ontheffing kregen:  World Trade Center (105 meter), Symphony 1 & 2 ( 105 meter), Mahler 4 ITO (100 meter), Mahler 4 Viñoly (95 meter), Ernst & Young (87 meter), Mahler 4 Van Berkel (85 meter), The Rock (85 meter) en Mahler 4 Cie (85 meter). De laatste constructie die een vergunning kreeg, was de 146 meter hoge zendmast van KPN  die in 2008 verhoogd werd.

De toekomst van de Zuidas: stad of pseudostad?

Posted By Robert Buzink On februari 20, 2009 @ 17:28 In Interview, Stad | No Comments

stan-majoor1De voorganger van de Zuidas, het IJ-oever project, is mislukt door gebrek aan enthousiasme bij investeerders. Amsterdam leerde van haar fouten en werkte bij het ontwikkelen van de Zuidas wel intensief samen met het bedrijfsleven. Dat is goed volgens planoloog Stan Majoor. Maar je moet private partijen wel stimuleren om de leefbaarheid van de Zuidas niet uit het oog te verliezen.

U heeft van 2001 tot 2008 intensief onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van de Zuidas. Hoe ontstaat zo’n groot stedenbouwkundig project? Welke partijen zijn er bij betrokken?

‘Het historische economische centrum van Amsterdam, de grachtengordel, groeide in de jaren tachtig uit zijn voegen. De stad wees toen een plek aan waar de economische ontwikkeling plaats moest gaan vinden. In navolging van andere Europese havensteden werd gekozen voor het oude havengebied, de IJ-oever achter het centraal station. Dat leek ideaal. Het gebied had zijn havenfunctie verloren en lag dicht bij het station en het centrum.’

‘De gemeente werd toen al gedomineerd door de PvdA en vormde een krachtige politieke eenheid. Vergeleken met andere steden had Amsterdam veel middelen. Het bezat veel grond en had een enorm ambtenarenapparaat. Omdat Amsterdam een linkse stad was, had het de neiging om projecten sterk te reguleren. Niemand bij de gemeente kwam op het idee bedrijven te vragen wat ze eigenlijk van de locatie vonden. Al snel bleek dat die bedrijven niet enthousiast waren over de IJ-oever. Er stonden al een heleboel gebouwen die voor veel geld verbouwd moesten worden, er waren problemen met de infrastructuur en hoogbouw was maar beperkt mogelijk omdat die te zien zou zijn vanuit het centrum.’

Stan majoor
  • Stan Majoor is assistent-hoogleraar aan de faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen.
  • In 2008 promoveerde hij op zijn onderzoek naar grootschalige stedelijke ontwikkelingsprojecten.
  • Daarvoor volgde hij van 2001 tot 2008 nauwgezet de besluitvorming rondom de Zuidas.

‘Projectontwikkelaars beginnen liever met een weiland. Ze kunnen dan bouwen wat ze willen. Toen de ABN met AMRO fuseerde in 1991 gingen ze op zoek naar zo’n schone lei om hun hoofdkantoor neer te zetten. In het gebied ten zuiden van de A10 lagen tussen het WTC, de rechtbank, de RAI en de VU een paar sportvelden en parkeerplaatsen. Het gebied lag dicht bij het centrum, dichtbij Schiphol, aan de snelweg en bij een treinstation. ABN-AMRO wilde daar en nergens anders zijn hoofdkantoor neerzetten. Amsterdam had geen andere keus dan de wens van de bank in te willigen. Ze waren bang dat ABN-AMRO zich anders in een andere stad ging vestigen.’

De overheid volgde de private sector dus in dit geval in plaats van te leiden?

‘Precies. De gemeente volgde de wens van private partijen om zich op die plek te vestigen. De machtsverhoudingen waren duidelijk veranderd. Van een leidinggevend instituut was de gemeente tot schoothondje geworden van grote bedrijven. In de Verenigde Staten is dat overigens heel normaal, de markt bouwt daar de stad, de gemeente reguleert hier en daar een beetje. Bovendien had Amsterdam van het IJ-oever project geleerd dat het geen zin heeft om van bovenaf op te leggen waar bedrijven zich moeten vestigen.‘

‘Maar Amsterdam wilde van de Zuidas meer van maken dan een verzameling kantoorgebouwen. In 1998 kwam het gemeentelijk projectbureau met het masterplan Zuidas. Ik heb onderzocht hoe het masterplan en het idee van een mengvorm tussen kantoor- en woongebied verkocht werd aan de betrokken partijen. De private partijen stonden aan de wieg van de Zuidas en waren enthousiast over de plannen van de gemeente. Dat is zeer belangrijk. Ik heb ook onderzoek gedaan naar Ørestad, een groot stedenbouwkundig project in Kopenhagen. Daar grazen nog steeds koeien omdat er geen private investeerders zijn gevonden voor de plannen van de stad.’

Amsterdam wilde van de Zuidas meer van maken dan een verzameling kantoorgebouwen.

‘Ook het lokale bestuur stond zeer positief tegenover de plannen. De Kamer van Koophandel bijvoorbeeld was enthousiast. Het warm maken van de nationale overheid is minder goed verlopen. Doordat in Nederland de regionale overheden beperkte middelen hebben, is voor de ondertunneling van de A10 geld nodig van de nationale overheid. Amsterdam ruziet nu al jaren met het rijk over die tunnel, al verloopt de communicatie de laatste jaren wel iets beter.’

‘Het minst is er aansluiting gezocht bij het maatschappelijk-culturele veld, winkels en buurtverenigingen. De laatsten voelen zich volledig buitengesloten of, erger nog, staan op een paar kleine ergernissen na compleet onverschillig tegenover de plannen.’

Gaat het wel goed komen met die mengvorm tussen kantoor- en woongebied dan?

‘Ben je wel eens ’s-avonds [18] of zelfs overdag op zaterdag op de Zuidas geweest?’

Hoe komt het dat de Zuidas niet leeft?

‘De bedrijven en projectontwikkelaars zien levendigheid van het gebied wel zitten als er over gepraat wordt, maar zodra het op concrete actie aankomt, kijkt iedereen naar elkaar. Iedereen wil graag dat er lunchrooms komen in het gebied, maar niemand wil zijn begane grond verhuren aan lunchrooms. Iedereen wil dat zich op de Zuidas leuke creatieve winkels gaan vestigen, maar niemand is bereid zijn huurprijs omlaag te doen. Die leuke kleine winkels maken daardoor geen kans. Bovendien is nieuwe stedelijkheid een abstract begrip. Voor de gemeente kan dat een skatepark zijn terwijl ABN AMRO jongeren voor de deur maar rommelig vindt. Een te elitaire opvatting over stedelijkheid kan perverse gevolgen hebben, zoals privaat gemanagede ‘openbare’ ruimtes. Gevoed door angst voor de stad ontstaat er zo een pseudostedelijkheid.’

Wat kan de gemeente daar aan doen?

‘In het ideale geval spreken private partijen elkaar aan. Zo van “je bent dat en dat van plan, maar hoe draagt dat bij tot de leefbaarheid van het gebied?”. De gemeente kan dat stimuleren. Daarnaast is het belangrijk met partijen samen te werken die een lange commitment hebben met het gebied, zoals ABN AMRO. Een projectontwikkelaar die een kantorenflat bouwt en die vervolgens doorverkoopt aan een investeerder heeft zelf weinig belang bij nieuwe stedelijkheid. Maar er is nog veel meer mogelijk. Ik heb de laatste tijd ook onderzoek gedaan in Japan. Daar geven ze bonussen aan bedrijven die bijdragen aan de leefbaarheid van een gebied. Als je bijvoorbeeld de eerste twee verdiepingen van je pand verhuurt aan winkels, mag je vijf extra verdiepingen op je gebouw zetten. Je kunt bedrijven zo ook stimuleren om bijvoorbeeld het beheer van een parkje op zich te nemen. Dan gebruik je de creativiteit van de markt op een positieve manier.’

Is de gemeente nu het economisch slecht gaat niet extra afhankelijk van private partijen?

‘De eerste 10 jaar was de Zuidas booming. ABN-AMRO en ING werkten als een magneet. Allerlei dienstverleners van deze bedrijven wilden zich ondanks de hoge huurprijzen in de buurt vestigen. De gemeente had toen een sterke onderhandelingspositie. Ze had toen harde eisen kunnen stellen aan belangstellenden. Nu is dat natuurlijk lastiger.’

In 2006 berekende het Centraal Plan Bureau de kantoorruimte die beschikbaar zou komen op de Zuidas alleen gevuld kon worden onder de meest gunstige economische omstandigheden en dan nog op voorwaarde dat er in de rest van Amsterdam geen kantoorruimte vrij zou komen. Deze week maakte het CPB bekend dat de economische vooruitzichten in Nederland minder gunstig zijn dan het ooit had kunnen voorspellen. Wat betekent dat voor de Zuidas?

‘Misschien is de economische crisis wel een zegen. Een onzekere toekomst zet aan tot denken. Aangezien er in Amsterdam nog altijd vraag is naar woonruimte worden er misschien een aantal kantoren omgevormd tot woningen. Dat zou de stedelijkheid ten goede komen.

‘Aan de periferie van de Zuidas zullen een aantal projecten niet doorgaan. Banken hebben het zwaar. Als ABN-AMRO en ING zouden weggaan of sterk zouden inkrimpen betekent dat een flinke knauw voor de Zuidas. Ook de overkapping van de snelweg gaat nu misschien niet door. Planners staren zich al 10 jaar blind op dat zogenaamde dokmodel. Om de enorme kosten die de overkapping met zich mee neemt te dekken wordt de Zuidas zo vol mogelijk gebouwd met gebouwen die zo veel mogelijk geld opleveren. Dat komt de levendigheid van de Zuidas natuurlijk niet ten goede.’

‘Maar het is moeilijk te voorspellen. Er word ook gesproken over het juist eerder uitvoeren van grote infrastructurele projecten dan gepland om werkgelegenheid te creëren. Dat zou zo maar kunnen gebeuren met het dokmodel. De overkapping van de snelweg zou het mogelijk maken om woningen in de buurt van de weg te bouwen, maar het is wel de vraag of er nog investeerders gevonden kunnen worden om al die ruimte die dan vrij komt vol te bouwen.’

Kan de gemeente op deze nieuwe ontwikkelingen inspelen?

‘Ze doen dat nu te weinig. Dat blindstaren op het dokmodel is daar een voorbeeld van. Een groot stedelijk project als de Zuidas duurt dertig jaar. Nu is er een toevallig een crisis, maar er kan echt van alles veranderen in dertig jaar. Daar moet je als planner open voor staan.’

Een belastingparadijs, een toren en 1633 brievenbussen

Posted By Camil Driessen On februari 20, 2009 @ 17:26 In Achtergrond, Leven | 2 Comments

geld1Nederland staat wereldwijd bekend als belastingparadijs. Het is aantrekkelijk voor buitenlandse bedrijven om hun hoofdkantoor in Nederland te vestigen, ook als het bedrijf niet actief is op de Nederlandse markt. Een kijkje in de Amsterdamse Parnassustoren toont waarom.

AMSTERDAM, 20 feb. Op een steenworp van de Amsterdamse Zuidas staat de Parnassustoren [19]. De 57,5 meter hoge en 15 verdiepingen tellende toren herbergt maar liefst 346 hoofdkantoren van multinationals, zo blijkt uit gegevens van de Kamer van Koophandel (KvK). Het leeuwendeel van de bedrijven zijn brievenbusondernemingen die worden gerund door het trustkantoor TMF.  Het gunstige Nederlandse belastingklimaat is de meest logische verklaring voor de aanwezigheid van de bedrijven.

TMF is volgens haar website een wereldwijde management en accounting outsourcing firma.  Bij De Nederlandse Bank (DNB) staat TMF Management B.V. geregistreerd als trustkantoor. Acht andere trustkantoren die onder TMF Management B.V. vallen, zetelen eveneens in de Parnassustoren op Locatellikade 1.

Een trustkantoor is een bedrijf dat zich tegen betaling bezighoudt met het beheren van vennootschappen van derden. In de meeste gevallen treedt het kantoor of de werknemers hiervan op als directeur van de vennootschap. Het is voor de buitenlandse eigenaren van een vennootschap aantrekkelijk om zich te laten vertegenwoordigen door een trustkantoor, omdat deze alle rompslomp zoals de boekhouding en alledaagse handelingen voor hun rekening kunnen nemen. Bovendien is het voor een vennootschap volgens de Nederlandse belastingwetten verplicht om ’substance’ in het land van aanwezigheid te hebben. Door een trustkantoor als directeur aan te wijzen is het bedrijf ‘aanwezig ‘in Nederland, ook al zetten de werkelijke eigenaren nooit een voet op Nederlandse bodem.

Nederland staat onder belastingsdeskundigen wereldwijd bekend als belastingparadijs. Zo blijkt uit onderzoek van SOMO: een Nederlandse stichting die onderzoek doet naar multinationale ondernemingen. Verschillende trust- en advieskantoren bieden op internet hun diensten aan om buitenlandse bedrijven te helpen met het opzetten van een hoofdkantoor in Nederland. Een voorbeeld is het advieskantoor Tax Consultants International [20].

Een Nederlands hoofdkantoor biedt buitenlandse bedrijven verschillende soorten belastingvoordelen. Door in Nederland een financiering- royalty- of holdingmaatschappij op te richten, besparen bedrijven op het betalen van belastingen in landen waar ze zaken doen, aldus DNB. Alle winst van de buitenlandse tak van een in Nederland geregistreerd moederbedrijf valt buiten de Nederlandse vennootschapsbelasting, waardoor de winst van het bedrijf feitelijk onbelast blijft. Ook kan worden bespaard op belastingen over rente en dividend.

Onlangs ontstond ophef [21] in Schotland toen bleek dat Schotse whisky in feite Nederlands is. Diago, de schotse eigenaar van Johnny Walker had het merk overgedaan aan haar papieren Nederlandse dochter UDV omdat het op deze wijze 113 miljoen euro per jaar aan belastingafdracht in het Verenigd Koninkrijk kon voorkomen. Volgens de Nederlandse belastingwetgeving hoeft een bedrijf hier geen belasting te betalen over de buitenlandse inkomsten van het bedrijf. Ook IKEA en Nike hebben hun hoofdkantoor in Nederland.

Daarnaast zijn Nederlandse vennootschappen populair om royalty’s van intellectuele eigendomsrechten (op bijvoorbeeld muziek of patenten) te innen, omdat er geen heffing geldt over aan het buitenland betaalde royalty’s. Het is dus aantrekkelijk om in het buitenland verdiende royalty’s in Nederland te verzamelen en vervolgens op een buitenlandse bankrekening te storten. Onder meer het hoofdkantoor van The Rolling Stones en U2 is in Nederland gevestigd.

In de Parnassustoren zijn volgens SOMO maar liefst 1633 brievenbusondernemingen gevestigd die vallen onder het trustkantoor TMF Management B.V. Dat is ruim vijf keer zoveel als het aantal bedrijven dat naar voren kwam uit het KvK-register. SOMO heeft zijn informatie volgens onderzoeker Francis Weyzig dan ook via een andere bron verzameld.

De Parnassustoren herbergt ondermeer bekende bedrijven zoals Hitachi en Easyjet, maar het leeuwendeel van hoofdkantoren bestaat uit ondernemingen die namen dragen als Santimo B.V. of Jeewa B.V. TMF wilde niet bevestigen of het voor al deze hoofdkantoren als trustkantoor en directeur optreedt. Het is volgens SOMO zeer waarschijnlijk dat een onderneming op het zelfde adres een client is van het trustkantoor. Een van de belangrijkste functies van een trustkantoor is namelijk het bieden van onderdak aan bedrijven.

Volgens DNB zijn er in Nederland circa 10.000 Bijzondere Financiële Instellingen (BFI). Onderzoeker Francis Weyzig van SOMO zegt dat driekwart van deze BFI’s ook daadwerkelijk een brievenbusonderneming is. Het belangrijkste verschil tussen de twee is of een vennootschap wordt bestuurd door een trustkantoor of zelf het bestuur vormt. Over het aantal brievenbusondernemingen kunnen noch het Ministerie van Financiën, noch DNB gegevens leveren. SOMO schat op basis van eigen onderzoek dat Nederland 20.000 brievenbusondernemingen telt.

BFI’s leveren volgens een ruwe schatting van DNB een bijdrage van 1,5 miljard (0,3% van het bruto binnenlands product) aan de Nederlandse economie. Jaarlijks stroomt er ruim 4500 miljard euro aan BFI transacties door Nederland; meer dan negen keer de waarde van het bruto binnenlands product.

Volgens DNB zijn BFI’s in Nederland aanwezig omdat het een ‘aantrekkelijk vestigingsland’ is vanwege de ‘aanwezige professionele zakelijke dienstverlening en het netwerk van belastingverdragen in combinatie met het belastingstelsel.’

DNB waarschuwt in een notitie uit 2007 voor integriteitsrisico’s met BFI’s vanwege het gebrek aan transparantie, omdat BFI’s een schakel vormen in de internationale keten van een concern dat in verschillende landen vestigingen heeft.  ’Het risico bestaat dat een moedermaatschappij een BFI gebruikt voor illegale activiteiten zoals belastingontduiking, fraude of witwaspraktijken.’ Uit een rapport [22] van het Ministerie van Financiën uit 2006 bleek dat er in Nederland jaarlijks een bedrag van 18,5 miljard euro wordt witgewassen, waarvan een groot deel via BFI’s en brievenbusondernemingen loopt.

Kansloos op de Zuidas

Posted By Ester van der Geest On februari 20, 2009 @ 17:24 In Reportage, Stad | 1 Comment

wastedDe Zuidas zou volgens plannen van de gemeente het nieuwe stadscentrum van Amsterdam moeten worden. Met de energie en dynamiek zoals je die mag verwachten van een stedelijke omgeving. Maar wie er op een doordeweekse avond sfeer komt proeven, komt bedrogen uit.

AMSTERDAM, 20 febr. Een veertiger – kalend, in rood zeiljack – probeert het nog één keer: de trap te beklimmen richting het vertrekpunt van zijn bus. De kastelein van café de Blauwe Engel aan het Zuidplein spoedt hem achterna met zijn laptop en kan een tweede val van de man maar net voorkomen. ‘Het waren maar drie whisky’s, maar toch, helemaal de weg kwijt’, voorziet de kastelein de drie buiten rokende toeschouwers van commentaar

Op woensdagavond om twaalf uur is café de  Blauwe Engel de place to be op de Zuidas. Al was het maar omdat je er in de wijde omtrek nergens anders terecht kunt op dit uur. Wat overdag het financieel en zakelijk kloppend hart van de stad is, heeft ’s nachts meer weg van een spookstad. Het is er aardsdonker. Op de anders zo drukke pleinen is geen hond te bekennen. Geen junks, geen hangjongeren, geen overspelige kantoorgenoten. Vanavond niet in ieder geval.

Het Jordaan meets Zuidas concept van de Blauwe Engel lijkt aan te slaan. Een poster van volkszanger Peter Beense hangt achter de donkere houten bar. De hoge ruimte is verlaagd door er een bruin systeemplafond in te zetten. Een man van in de dertig – type advocaat – klampt zich stevig vast aan de bar. Of hij hier werkt op Zuidas. ‘Wat?’. Of je van je werk komt. ‘De fietsenmaker is een lul, hij kan nog geen band plakken’ luidt het antwoord. Een jurist van ING is gelukkig nog scherp: ‘Nee, de sfeer bij ons op kantoor is niet bepaald helemaal optimaal te noemen.’

Buiten op straat kom je sporadisch nog een ijverige high potential tegen die tot laat heeft doorgewerkt. Een stel uit buurt laat de hond nog uit op het Zuidplein. Aan de kantoren te zien waar nog licht brandt, lijkt de regel te zijn: hoe beter het uitzicht, hoe langer de werkdagen. Alleen in de top van de wolkenkrabbers zijn ze nog actief na middernacht.

Er is nog die ene prangende vraag aan de barman. Zo langzamerhand bekruipt je een gegeneerd gevoel als je op het punt staat hem weer te stellen. Zeker op de Zuidas. Hebben jullie last van de kredietcrisis? ‘Nee, niet echt’, is het antwoord. ‘Er wordt langer doorgewerkt. Ze komen dus later binnen en zijn vaak met minder mensen. Maar ze zuipen wel veel meer.’ Dat maakt een hoop goed.

Gehrels: grond claimen voordat de hoogbouw dat doet

Posted By Carlinde Broeks On februari 20, 2009 @ 17:22 In Interview, Mooi | No Comments

foto-carolien-voor-internetDe Sportas moet een groene zone blijven tussen het Olympisch stadion en de Bosbaan, zegt wethouder Carolien Gehrels. Maar de plannen voor nieuwe sportaccommodaties en infrastructuur in het gebied zijn ook handig als in 2028 de Olympische Spelen in Amsterdam georganiseerd zouden worden.

AMSTERDAM, 20 feb. – Synchroon met de ontwikkeling van de Zuidas loopt die van de Sportas. Het gebied tussen het Olympisch Stadion en de Bosbaan moet Amsterdam met nieuwe infrastructuur en sportaccommodaties geschikt maken voor de gedroomde Olympische Spelen in 2028. Er komt een Centrum voor Topsport en Onderwijs van de Vrije Universiteit (VU), bestaande sportaccommodaties worden uitgebreid en er is een wandelboulevard van Noord tot aan de Bosbaan gepland. Het is de bedoeling de groene zone te claimen nu in de Zuidas de hoogbouw uit de grond schiet, zegt Carolien Gehrels (PvdA), wethouder van Kunst, Cultuur en Sport. ‘Voor je het weet bedenkt iemand dat het leuk is om een hotel te bouwen in het Amsterdamse Bos. Ik dacht: als je het gebied een naam geeft, blijven ze er hopelijk van af.’

De Sportas is niet alleen maar ontworpen voor de leefbaarheid van de Zuidas. Ligt de nadruk vooral op de Olympische Spelen van 2028?

‘Ja, dat is onze inspiratiebron. Maar stel je voor dat de Olympische Spelen uiteindelijk niet in Amsterdam komen, dan nog hebben we er toch heel veel baat bij. Sport is belangrijk en met de Sportas claimen wij een stuk van Amsterdam voor de sport. Het Olympisch stadion uit 1928 kan bijvoorbeeld sowieso wel een likje verf gebruiken.’

Wat houden de plannen precies in?

‘We verbinden de belangrijkste iconen van de sport met elkaar. Van het Olympisch stadion tot het Wagener-hockeystadion. De strook tussen het Vondelpark en de Bosbaan moet beter benut worden. Het gebied bij het Nieuwe Meer is nu een beetje achenebbisj, hier zitten nu private zeilverenigingen en een louche padvinderijclub. Ze zien er vanaf de weg heel ontoegankelijk uit. Ze moeten hun gezicht meer naar de weg toekeren. Als gemeentebestuur willen wij dat de kwaliteit van de openbare ruimte verbetert. Je moet ook denken aan betere fietspaden, betere verlichting en misschien iets met kunst.’

In het sportplan staat dat kleinere bouwinitiatieven opgaan in grotere. Betekent dat dan niet dat een grootschalig initiatief als de Sportas ten koste gaat van kleine sportaccommodaties in de stad?

‘Het klinkt als centralisatie, maar dat is het niet. Het is in feite het opknappen en aanvullen en het toegankelijk maken van wat je al hebt. We hebben plannen voor zes plekken in de stad.’

Is dat ook geen vorm van centralisatie?

‘Nee, dat is uitbreiding. Centralisatie betekent dat je ook dingen weghaalt, dat je de kleintjes opheft. Dat doen we niet, want we knappen alleen op. We richten ons nog steeds op breedtesport in de stad. 90 procent van het geld gaat daarnaar toe.’

Maar geldt dat dan ook voor de Sportas, want met het oog op de Olympische Spelen, lijkt het plan vooral gericht op topsport.

‘Het richt zich inderdaad op topsport, maar het gaat ook om breedtesport, want de top bestaat niet zonder de breedte. Net als bij melk de room langzaam naar boven komt, zo is het ook met de top. Van de studenten die 18 zijn en beginnen met roeien zijn er maar een paar echt goed. Maar dat ontdek je alleen als je iedereen laat roeien.’

Hoe gaat u de Sportas bekostigen?

‘Voor een deel uit grondexploitaties. Aan de kantoren verdien je heel veel geld en iets daarvan moet je dan besteden aan sport. Voor een deel ook uit afspraken met de VU die een topsportcentrum wil oprichten. Hoeveel de Sportas kost, kunnen we absoluut nog niet zeggen. We zijn nu bezig met een planstudie.’

Blijft er nu de Noord-Zuidlijn opnieuw het budget overschrijdt nog wel geld over voor de Sportas?

‘Ja. Dat klinkt heel optimistisch, maar het is ook realistisch. Sport blijft een prioriteit.’

Tennisclubs Zuidas zonder eigen locatie

Posted By Frank Beijen On februari 20, 2009 @ 17:20 In Mooi, Reportage | No Comments

tennisTennistopclub Popeye Gold Star moet op 1 april zijn verdwenen van de Zuidas. Dat is sneller dan gepland. Bovendien mag de club op de nieuwe locatie in Slotervaart nog niet bouwen.

AMSTERDAM, 20 feb. – De drie clubs op tennispark Gold Star aan de Gustav Mahlerlaan op de Amsterdamse Zuidas moeten voor 1 april van het complex zijn vertrokken. Exploitant Pellikaan mag voor de clubs Popeye Gold Star en Smashing Pink op de beoogde nieuwe locatie in Slotervaart nog niet bouwen, omdat fitnessbedrijf HealthCity bezwaar maakt tegen de bouwvergunning. De tennissers zijn gedwongen tijdelijk te verhuizen naar het Amstelpark in het Amsterdamse Bos.

Tennisclub Smashing Pink is de grootste homotennisvereniging van Europa. Popeye Gold Star is veertien keer landskampioen geweest. De laatste keer was in 2006. NWTL/DD is een fusieproduct van twee verenigingen: Niet Winnen Toch Lol en Donald Duck. En dan is er ook de tennisschool van Popeye Gold Star, die topspelers als Richard Krajicek, Brenda Schultz en Kristie Boogert heeft opgeleid. Volgens parkmanager Frans Poel spelen er nu jaarlijks 10.000 mensen op het 2,7 hectare grote park.

De grond van sportpark Gold Star was tot 1997 eigendom van Rob Spaan, die nu nog voorzitter van de toptennistak van Popeye Gold Star is. Spaan verkocht de grond aan de projectontwikkelaar Maarsen Groep, op voorwaarde dat het bedrijf op termijn een nieuwe locatie zou aanwijzen voor de op het park gevestigde tennisclubs. De nieuwe locatie bleef uit. De exploitant van het park, Pellikaan, plande in de tussentijd de bouw van een nieuw sportcomplex in Slotervaart op de locatie van het oude sportcomplex Riekerhaven. In dit nieuwe complex moeten 35 tennisbanen komen, eentje meer dan in sportpark Goldstar. Pellikaan wil verder sauna’s, een kinderclub, een grote fitnessruimte, squashbanen en een multifunctionele sporthal aanleggen op het terrein.

De grond van Riekerhaven is bouwrijp, maar vanwege een rechtszaak wordt er nog niet gebouwd. In de laatste week voordat de eerste steen gelegd zou worden maakte sportschoolketen Health City bezwaar. De keten klopte aan bij de gemeente omdat er sprake zou zijn van oneerlijke concurrentie. De bezwaarcommissie van de gemeente gaf Health City ongelijk. Health City is nu naar de rechter gestapt. De zaak wordt in juni behandeld.

Afgelopen december meldde eigenaar Maarsen dat de gemeente plotseling dat de clubs het park voor 1 januari moesten verlaten. Met pijn en moeite kregen de tennissers het voor elkaar dat de gemeente de deadline drie maanden verschoof tot 1 april, de seizoensstart. Met de nieuwe seizoensstart in aantocht moesten de tennisclubs wel eieren voor hun geld kiezen. De tennissers kunnen alleen maar gissen naar de plotselinge haast die zich in december bij de gemeente aandiende. De gemeente heeft nog geen bouwplannen op het terrein bekendgemaakt.

De heer Donkervoort (66) raakt zijn betaalde baan achter de bar kwijt. ‘Ik ben niet sentimenteel, maar het is toch jammer. Ik heb hier veertig jaar van mijn leven veel tijd doorgebracht. Op 31 maart trek ik als laatste het hek dicht.’ De clubs moeten het park leeg achterlaten. De tenniswinkel op sportpark Goldstar is al grotendeels leeggeruimd. Alle kleding is al weg, maar een enkel racket hangt er nog.

Poel is dankbaar dat sportpark Amstelpark vanaf 1 april banen verhuurt aan Popeye Goldstar en Smashing Pink. ‘Dat is sportief, want Sportpark en Popeye Goldstar zijn concurrenten van elkaar in de eredivisie.’ NWTL/DD, een club met 200 leden, is nog op zoek naar tennisbanen in Amsterdam.

De selectiespelers van hoofdcoach Raymond Knaap van de Popeye Goldstar-tennisschool ondervinden weinig hinder van de tijdelijke verhuizing naar het Amstelpark. Voor hen zullen er nog steeds genoeg banen beschikbaar zijn. Voor minder fanatieke tennissers ligt dat anders. Knaap: ‘Als alle recreanten zouden meegaan naar het Amstelpark, dan moeten we soms nee gaan verkopen. Vooral in de winter zullen we het merken. Het aantal binnenbanen is krap.’ Parkmanager Frans Poel raadt mensen die nu op het Gold Star-park spelen en geen lid zijn van de clubs, om lid te worden van Popeye Gold Star. Volgens hem vergroot dat de kans om op het Amstel Park te kunnen spelen.

Komst Bosch-kantoor op Zuidas onzeker

Posted By Merel Straathof On februari 20, 2009 @ 17:18 In Algemeen, Nieuwsverhaal, Stad | No Comments

De gemeente Amsterdam, het Rijk en private investeerders zijn het nog altijd niet eens over de uitvoering van het dokmodel, het plan om de A10 en de spoorlijnen rondom de Zuidas ondergronds te maken. Het plan ligt voorlopig stil. Hierdoor loopt nu ook de bouw van het Bosch-kantoor vertraging op.

dok2AMSTERDAM, 20 feb. Volgens de planning had er nu begonnen moeten worden met de bouw van het kantoor van architect Bosch op de Zuidas. Maar de plannen zijn op de lange baan geschoven. Volgens de ontwikkelaars is het te duur om het kantoor om de spoorlijn heen te bouwen, nu het ondergrondse dokmodel weer ter discussie staat.

Op de geplande locatie naast de Van Egeraat-toren, loopt nu nog het spoor van tram 5 en metro 51. De gemeente wil dit spoor ondergronds maken, samen met de A10 en de andere spoorlijnen rondom de Zuidas, het zogenaamde dokmodel. Hoewel de besluitvorming en financiering van het dokmodel eind vorig jaar al rond had moeten zijn, zijn de overheid en private investeerders er nog steeds niet uit. De spoorlijn blijft voorlopig liggen, waardoor de ontwikkelaars het Bosch-ontwerp nu mogelijk gaan vervangen voor een kleiner ontwerp dat niet tot over de spoorlijn komt.

Het gebouw is onderdeel van het Mahler 4-project op de Zuidas van projectontwikkelaars ING Real Estate, Fortis Vastgoed en G&S Vastgoed. Eerder bouwden zij onder meer “The Rock” van architect Van Egeraat, Vinoly en de ITO-toren op de Zuidas. Volgens de planning had het Bosch-kantoor, met in totaal twaalfduizend vierkante meter kantoorruimte, in 2010 klaar moeten zijn voor huurders.

In het originele ontwerp van het Bosch-kantoor was er ruimte vrijgelaten voor het spoor, waardoor de tram en metro gewoon konden blijven rijden. Achteraf bleek dit ontwerp te kostbaar, waardoor de ontwikkelaars voor een keuze stonden: hopen dat het dokmodel snel gerealiseerd zou worden zodat het Bosch-gebouw zonder de dure aanpassingen gebouwd kon worden, of het hele ontwerp loslaten en iets anders met de grond gaan doen. De laatste optie lijkt volgens Jeroen Jansen van G&S Vastgoed op dit moment nog de enige mogelijkheid. ´Gezien de trage besluitvorming is er een grote kans dat dit ontwerp niet gerealiseerd gaat worden´.

De besluitvorming en financiering van het dokmodel kwam eind vorig jaar niet rond, omdat enkele privé investeerders zich terugtrokken, waardoor een grote last bij de gemeente en het Rijk kwam te liggen. Volgens Frederijk Haantjes, woordvoerder van de Zuidas, is het wachten nu op de bevindingen van Jan Willem Oosterwijk. Deze voormalige secretaris-generaal van Economische Zaken is door het Rijk aangesteld om te overleggen met de gemeente Amsterdam en andere betrokken partijen over de financiering en de uitvoering van het dokmodel. Volgens Haantjes zal Oosterwijk begin mei met zijn eerste conclusies komen. ‘Dan hebben we wat meer duidelijkheid hoe het verder zal gaan met het dokmodel.’

In de tussentijd blijft de grond onbenut, maar dat kost de ontwikkelaars verder niets, stelt Jansen. ‘Mahler 4 heeft de grond gereserveerd bij de gemeente, die daar nu nog eigenaar van is. Zolang wij niets met de grond doen, betalen wij er ook niet voor.’ Jansen noemt het wel spijtig dat het ontwerp van Bosch Architects voorlopig in de ijskast verdwijnt, terwijl de ontwikkelaars er wel voor betaald hebben. ‘Er ligt al een parkeergarage onder het hele Mahler 4-terrein, waardoor het slechts een kwestie van omhoog bouwen is. De palen zitten al in de grond.’ Potentiële huurders hoeven volgens hem niet bang te zijn dat er straks te weinig kantoorruimte voor hen is op de Zuidas. ‘We gaan nu kijken of we een kleiner gebouw kunnen neerzetten dat niet over de trambaan gaat. Of misschien wordt het wel een andere locatie. Op de Zuidas is nog genoeg plek om een ander gebouw neer te zetten. Met dit soort dingen moet je nou eenmaal rekening houden. Het is het risico van het vak.’

Bezinning op de Zuidas

Posted By Nelleke Koops On februari 20, 2009 @ 17:16 In Interview, Leven | No Comments

2319923793_0cf1c2f528Dominee in spé Ruben van Zwieten is het gezicht van de stichting Zingeving Zuidas [23]. Met een middagpauzedienst, een cursus Bijbelen voor beginners, een kerstverhaal toegesneden op de snelle zakenwereld en speeddaten op Valentijnsdag met ouderen, probeert hij werknemers op de Zuidas te verleiden tot diepe gedachten.

AMSTERDAM, 20 feb. In een ideale wereld ziet hij iedere woensdagmiddag een stroom mannen en vrouwen in pak hun kantoor op de Zuidas verlaten, de Prinses Irenestraat oversteken en de kapel in de Thomaskerk betreden om een half uur de tijd te nemen voor bezinning. De realiteit is voorlopig nog anders. Dominee in opleiding Ruben van Zwieten (25) kijkt verschrikt op als we ons om één uur precies melden voor de middagpauzedienst. ‘Hoe weet je hiervan?’, fluistert hij. Hij loodst ons mee naar een kleine kapel waar drie oudere vrouwen en een man zitten te wachten tot de dienst begint. Allemaal leden van de kerkelijke gemeente, licht hij later toe.

‘In New York was ik een keer rond lunchtijd in Trinity Church, vlakbij Broadway. Daar kwamen mannen in van die gekleurde jasjes zo van de beursvloer om even tot zichzelf te komen. Ik dacht dat kan hier ook’, zegt Van Zwieten enthousiast. Hij studeerde theologie en rechten in Leiden. Al tijdens zijn studie richtte hij zijn eigen bedrijf op in de werving en selctie, Van Zwieten & Company. Nu loopt hij voor zijn masteropleiding aan het seminarium in Den Bosch stage bij de protestantse Thomaskerk van dominee Ad van Nieuwpoort. In de stichting Zingeving Zuidas wil hij deze twee werelden verenigen. Door zijn werk is hij goed op de hoogte van ontwikkelingen in het bedrijfsleven en heeft hij er veel contacten. Maar het viel hem op dat er weinig tijd is voor bezinning in het hart van de Nederlandse zakenwereld.

Te midden van de 24-uurs economie op de Zuidas wil Van Zwieten een plek bieden waar mensen kunnen ontkomen aan de dagelijkse stress. Ongeacht de geloofsovertuiging. ‘Het gaat erom dat ze hier komen als mens, niet als christen. Als ik in een garage ga staan word ik ook nog geen auto’, zegt Van Zwieten met een grijns. Ook voor de bedrijven zelf is het volgens Van Zwieten van belang dat hun werknemers zichzelf niet voorbij lopen. Afgevaardigden van bijna alle banken, advocatenkantoren en andere bedrijfstakken die op de Zuidas zijn gevestigd komen daarom eens in de twee maanden samen voor een lunch. Onder het motto ‘mens wordt weer mens in de eigen organisatie’ is het de bedoeling dat deze bedrijven een financiële bijdrage leveren aan de stichting. ‘Spirituele intelligentie leidt tot meer creativiteit en het openstaan voor anderen’, volgens Van Zwieten. En daar kan de werkgever alleen maar van profiteren.

Vooralsnog is de middagpauzedienst niet erg druk bezocht. Van Zwietens lezing van het kerstverhaal en de invulling van Valentijnsdag waren naar eigen zeggen wel een succes. Zo’n 175 man, het merendeel werkzaam op de Zuidas, kwam luisteren naar zijn 21e eeuwse versie van het kerstverhaal. Afgelopen zaterdag, op Valentijnsdag, hadden dertig ‘young professionals’ zich aangemeld om op stap te gaan met eenzame ouderen uit Amsterdam-Zuid. ‘Eerst gingen ze speeddaten om te bepalen met wie ze de dag zou doorbrengen en vervolgens kregen ze 25 euro om iets leuks te doen. Een ABN Amro bankier had zelfs zijn eigen date hier mee naartoe genomen. Een leuk Valentijns afspraakje.’

In de toekomst hoopt hij ook de dienst op woensdagmiddag aan te passen aan de actualiteit en de belevingswereld van advocaten en bankiers. Maar zolang de opkomst laag blijft, is het nauwelijks de moeite. Hij richt zich nu vooral op de maandelijkse cursus ‘Bijbelen voor beginners’. In twee groepen van vijftien man discussiëren 25 tot 35-jarigen over de betekenis van verhalen uit het Oude Testament. Om de kunst en literatuur beter te begrijpen, waarin deze thema’s vaak worden gebruikt, maar ook om na te denken over hun eigen leven. ‘Het heet Bijbelen voor beginners, zonder te beweren dat je er ooit gevorderd in kunt worden overigens. Dominee Van Nieuwpoort en ik begeleiden het gesprek als een soort Pauw en Witteman. Al die verhalen gaan over mensen, dus al snel worden parallellen getrokken met ervaringen uit ieders eigen leven.’

Hij verwacht niet dat de economische crisis tot meer bezinning zal leiden. ‘Daar zijn wij ook niet op uit. Een crisis kan altijd ontstaan. In je relatie, op je werk, in je gezondheid. Het gaat erom dat je daarmee om leert gaan en op een andere manier naar het leven kijkt. Het is niet zo dat de kerk nu ineens wil toeslaan, nu het economisch slechter gaat. Wij bieden al eeuwen hetzelfde woord aan. De bijbel blijft actueel.’

Na twee studies, een opleiding aan het seminarium, het opbouwen van een eigen bedrijf en het vormgeven van de stichting Zingeving Zuidas, wordt het ook voor Van Zwieten tijd voor wat bezinning. Hij kreeg vorige week het aanbod van uitgeverij Bruna om een boek te schrijven over zijn ervaringen met de stichting en zijn preken ‘nieuwe stijl’. Een mooie gelegenheid voor reflectie.

Voorlopig nog geen broedplaatsen op de Zuidas

Posted By Emma Boelhouwer On februari 20, 2009 @ 17:14 In Mooi, Nieuwsverhaal | No Comments

broedplaatsAMSTERDAM, 20 feb. - Het duurt nog even voordat er broedplaatsen voor kunstenaars op de Zuidas komen. Het Bureau Broedplaatsen van de gemeente is in gesprek met projectbureau Zuidas over de leegstaande kantoren in het Vivaldigebied. Deze kantoren kunnen veertig tot vijftig ateliers opleveren. Andere partijen die leegstaande kantoren of bouwgrond bezitten zijn vooralsnog niet geïnteresseerd om hun grond beschikbaar te stellen voor ateliers.

Bureau Broedplaatsen is onderdeel van de gemeente Amsterdam. Zij heeft tot taak meer betaalbare ateliers en werkruimtes voor groepen kunstenaars in Amsterdam te creëren. Inmiddels zijn er in dertien van de vijftien stadsdelen in totaal vijftig broedplaatsen gerealiseerd of in ontwikkeling. De broedplaatsen worden beheerd door organisaties die Bureau Broedplaatsen opricht. Zo behartigt Urban Resort [24]de belangen van vastgoedhandelaar en kunstenaars in het oude Volkskrant-gebouw. De vastgoedhandelaar bood in 2007 tienduizend vierkante meter ruimte aan voor een schappelijk prijsje. Urban Resort selecteerde een groep kunstenaars en zorgt dat zij huur betalen.

‘Urban Resort zou ook kunnen bemiddelen op de Zuidas’, zegt Jaap Schoufour van Bureau Broedplaatsen. Hij sprak met verschillende marktpartijen op de Zuidas, waaronder ING Real Estate. De markt houdt een samenwerking met kunstenaars tot nu toe af. Volgens Schoufour komt dat doordat de vastgoedhandelaren vinden dat de kunstenaars niet bij de Zuidas passen. ‘Jammer’, vindt Schoufour. ‘Sjiek en sjofel door elkaar, dat hoort bij Amsterdam. De Zuidas heeft de ambitie een divers stedelijk gebied te worden en daar horen mijns inziens startende creatievellingen bij.’

Justin Bennett woonde afgelopen zomer als artist in residence op de Zuidas via Stichting Virtueel Museum Zuidas. De stichting is door een werkgroep van de gemeente aangesteld om het gewenste kunstklimaat tot stand te brengen. Bennett: ‘Het Virtueel Museum heeft naast het Beatrixpark een ‘vrije ruimte’ gecreëerd. Het functioneert goed, maar het is te ver verwijderd van de macht. Daarmee bedoel ik het WTC-gebouw en het projectbureau Zuidas.’

Kunstenaars op de Zuidas krijgen het volgens Bennett moeilijk. ‘Een creatieve stad wordt gemaakt door de mensen die daar wonen, werken en spelen. Op de Zuidas zit een kunstacademie, maar het zou mij verbazen als studenten ook daadwerkelijk in de wijk gaan wonen, laat staan uitgaan. Creatieve mensen zijn flexibele arbeidskrachten en daarom meestal slecht betaald. Ze zoeken comfortabele, goedkope woon- en werkruimte in levendige buurten waar van alles te doen is, en waar ze het gevoel hebben dat ze meedoen met de buurt. Dan moeten de zakenlui dus wel openstaan voor ons.’

Cultuur op de Zuidas: liever omstreden dan saai

Posted By Laura van der Wal On februari 20, 2009 @ 17:12 In Interview, Mooi | 2 Comments

videowallOm de Zuidas cultureel tot leven te wekken, zijn de huidige plannen niet genoeg. Met alleen een kunstmuseum van 100 miljoen euro kom je er niet, vindt Jeroen Boomgaard.

AMSTERDAM, 20 feb. - ‘Wil je dat de Zuidas leeft, dan moet er over gepraat worden. En dat mag ook best negatief zijn. Liever dat de Zuidas omstreden is, dan onomstreden vanwege zijn saaiheid.’ Jeroen Boomgaard volgt de ontwikkeling van kunst en cultuur op de Zuidas kritisch vanuit het Lectoraat Kunst in de Publieke Ruimte. Dat doet hij in opdracht van Virtueel Museum Zuidas (VMZ), een stichting die de gemeente Amsterdam in raad en daad bijstaat. Het VMZ  heeft onder andere de videowall op het Zuidplein en het artist-in-residence-project geïnitieerd.

Onlangs kwam de Commissie Cultuur Zuidas met een plan over de culturele invulling van de Zuidas. Boomgaard vindt het vooral positief dat de gemeente meer grip heeft gekregen op de ontwikkelingen sinds de presentatie van het plan. Toch heeft het rapport niet geleid tot vurige debatten over de ontwikkeling van het gebied. Volgens Boomgaard ligt de focus teveel op het zogenaamde kunstpaleis, een project van 100 miljoen euro. ‘Ik ben een beetje bang voor die bonbondoos. Als daar alle energie naar uitgaat, dat wordt de ontwikkeling van het gebied te eenzijdig. Weinig culturele instellingen zitten te wachten op die kunsthal.’

Boomgaard vindt aandacht voor ‘tijdelijke culturele programmering’ belangrijker. Het ouderwetse broedplaatsenidee, maar dan binnenstebuiten. ‘Wanneer er enkel gepraat wordt over grote gebouwen en grote projecten op lange termijn, dan zit je in 2030 met een steriele wijk. Een geslaagd zakencentrum met een aantal mooie kunstwerken, maar zo dood als een pier.’

Een continuïteit aan spontane activiteiten maakt een wijk interessant. ‘Je ziet mensen rondlopen, die doelbewust naar iets op weg zijn. Ze willen iets zien en beleven. Dan leeft cultuur in een wijk. Dat zie je nu in de Pijp en Oost.’ Vaak wordt een wijk met behulp van cultuur opgewaardeerd. Volgens Boomgaard moet de Zuidas het tegenovergestelde bereiken: ‘Met behulp van cultuur kunnen we het gebied een beetje normaler maken, minder het domein van de snelle pakkendragers en het grote geld.’

Kunst en cultuur moeten vooral geen reclamecampagne worden, waarschuwt Boomgaard. Er moeten werkelijk activiteiten plaatsvinden. De culturele programmering is ook alleen niet voor het directe publiek op de Zuidas: ‘wit en hoogopgeleid, op de schoonmakers na. Als je serieus vindt dat de Zuidas een cultureel centrum moet worden, dan dient het aantrekkelijk te zijn voor mensen uit andere delen van de stad.’

De culturele instellingen uit Amsterdam hebben volgens Boomgaard hier ook hun verantwoordelijkheid. ‘Het is niet alleen: Wat kan de Zuidas doen voor de culturele instellingen, maar wat kunnen de culturele instellingen doen voor de Zuidas? Kun je het gebruiken als speelplek? Als we blijven zeggen dat de Zuidas een hopeloos blok beton is, waar alleen kapitaal heerst, dan is cultuur op die plek onmogelijk. Wanneer we over de Zuidas spreken als een gebied met culturele potentie, krijgen mensen het gevoel dat er iets mogelijk is.’ Tot nu toe laten de culturele instellingen de Zuidas links liggen is de kritiek van Boomgaard.

Er zijn meer partijen die invloed hebben op de culturele ontwikkeling van de Zuidas. De belangrijkste coalitie bestaat uit gemeente, projectontwikkelaars en banken. ‘Die zijn voortdurend met elkaar in een strijd verwikkeld: wie moet het meeste bijdragen en wie mag de meeste winst maken? Dat gaat in het grootste geheim, de partijen zijn achterdochtig.’ Cultuur lijkt hier ver van af te staan, maar het heeft directe invloed: ‘Men is bang dat cultuur de onderhandelingen zou verstoren. Daardoor lopen de processen zeer traag.’

Volgens Boomgaard is de bereidheid van de partijen om cultuur zijn gang te laten gaan cruciaal. ‘Ruimte biedt mogelijkheid aan spontaniteit. De spontaniteit van kunst en cultuur kun je niet plannen, maar de ruimte daarvoor wel. Die bestaat uit fysieke ruimte, financiële ruimte en geestelijke ruimte. Dat laatste houdt in dat betrokken partijen niet bij voorbaat weten wat er gebeurt of komt. Laten we dat aan de kunstenaars overlaten.’

‘Als openbare ruimte is de Zuidas een vrij problematisch gebied. Je zit met een schaalprobleem; de gebouwen zijn te groot voor de relatief kleine openbare ruimte. Dat heeft te maken met winstmaximalisatie.’ Boomgaard ziet de uitdaging om de gevoelige plekken van de Zuidas te ontdekken. De tijdelijke leegstand is volgens hem zo’n gevoelige plek.

Biedt de economische crisis mogelijkheden voor de culturele ontwikkeling van het gebied? ‘Vastgoedeigenaren zijn nog steeds niet happig. Ze denken dat ze de ruimte morgen toch wel zullen verhuren.’ Boomgaard wijst wel op de verandering van de rol van de overheid door de economische crisis. ‘De gemeente Amsterdam krijgt op het gebied van kunst en cultuur weer meer een regiefunctie, in plaats van een passieve loketfunctie.’

Boomgaard geeft niet op. Amsterdam Bright City, een initiatief dat de Vrije Universiteit en ABN AMRO dat op 4 juni organiseren, grijpt hij aan als proefmodel. Studenten tonen tijdelijke kunstinstallaties en performances ter plekke. Boomgaard wil laten zien dat niet al het geld in de hardware gestopt moet worden, maar ook in de software. Ook wil hij onderzoeken wat er gebeurt. ‘Wat doet zoiets op straat? Haalt het mensen naar de Zuidas toe?’ Boomgaard is vooral benieuwd naar de hindernissen die worden opgeworpen tegen spontane kunst. ‘Tot nu toe is cultuur op de Zuidas te afhankelijk van de welwillendheid van de betrokken partijen.’

De Zuidas in 2025

Posted By Ester van der Geest On februari 20, 2009 @ 17:10 In Nieuwsverhaal, Stad | No Comments

Wat voor toekomst gaat de Zuidas tegemoet? Stichting Amsterdam Bright City gaf wetenschappers en zakenmensen de opdracht zich hier een beeld van te vormen. In juni presenteren ze hun droom- en schrikbeelden.

futureAMSTERDAM, 20 feb. Stichting Amsterdam Bright City moet de Zuidas op een hoger plan tillen. Vanaf 1 april betrekt de stichting haar nieuwe onderkomen op de onderste twee etages van het Vinoly gebouw aan het Gustav Mahlerplein, onder Boekel de Nerée advocaten. Het moet een inspirerende ontmoetingsplaats worden voor ondernemers, expats, studenten, wetenschappers en creatieve talenten die wonen, werken of studeren aan de Zuidas. De stichting is een gezamenlijk initiatief van ABN AMRO en de Vrije Universiteit en wordt gesteund door onder meer ING, Nuon, KPMG en IBM.

De opening van het nieuwe ontmoetingscentrum wordt kracht bijgezet met een groot en pretentieus congres. Onder de noemer Cosmopolis 2025 laten Amsterdam Bright City en haar partners hun ideeën de vrije loop gaan over wat er nodig is om de Zuidas tot een echte stad te maken in 2025. Onderzoekers van de Vrije Universiteit zijn gekoppeld aan mensen uit het bedrijfsleven. In duo’s zullen zij hun visie geven op een van de zestien thema’s, variërend van mobiliteit en infrastructuur tot vertrouwen en integriteit. Op 4 juni worden de plannen gepresenteerd in aanwezigheid van burgemeester Job Cohen.

Antropoloog en docent aan de Vrije Universiteit Françoise Companjen neemt samen met een ING’er multiculturaliteit en diversiteit op de Zuidas voor haar rekening. ‘Het zijn belangrijke thema’s. Je stuit al snel op een spanningsveld tussen de wensen van de gemeente en van de investeerders. De gemeente wil de Zuidas diverser maken door ook minder vermogende mensen op de Zuidas te huisvesten. Investeerders zien de Zuidas liever verder ontwikkelen tot een eliteplek. Ze zouden het een hele prestatie vinden als ze Chanel naar de Zuidas konden halen.’ Cohen heeft al voorwaarden op tafel gelegd waarin een quotum voor sociale huurwoningen is vastgelegd.

‘Diversiteit is ook belangrijk om buitenlandse expats aan je te binden.’ Volgens Companjen vinden zij het belangrijk om op een energieke, multiculturele plek te wonen. Hetzelfde geldt voor de creatieve klasse. ‘Die willen best komen, maar dan moet er wel een Ethiopiër op de hoek zitten.’

Nestkast slechtvalk ‘zo snel mogelijk’ verbeterd

Posted By Paula van Rooij On februari 20, 2009 @ 17:08 In Leven, Nieuwsbericht | 1 Comment

20236117_d95f0be811_mAMSTERDAM, 20 feb. De nestkast van de slechtvalk op het hoofdkantoor van ABN Amro aan de Zuidas wordt ‘zo snel mogelijk’ verbeterd. Dat zegt een woordvoerder van ABN Amro.Het is een van de uitkomsten van het gesprek dat woensdag plaatsvond tussen stadsecoloog Martin Melchers en het gebouwenbeheer van ABN Amro.

De slechtvalk komt ‘steeds vaker’ voor op de Zuidas, zegt Melchers, die werkt bij de Dienst Ruimtelijke Ordening. De hoge torens hebben veel richels waar de valk een duif kan ‘oppeuzelen’. Daarom werd ruim een jaar geleden een nestkast geplaatst op het dak van het hoofdkantoor van ABN Amro.

Melchers ging omstreeks april vorig jaar kijken of de kast beviel. Toen bleek deze onbruikbaar te zijn. De opening zat aan de verkeerde kant, er zat te grof grind in en de kast had geen ‘aanvliegrooster’. Zo’n rooster is essentieel voor de jonge slechtvalkjes om op te kunnen landen bij hun eerste vliegoefeningen. Melchers gaf deze gebreken door aan een ‘PR-juffrouw’, maar zijn klachten hebben de betrokkenen nooit bereikt, zo blijkt uit navraag van deze krant.

De afdeling gebouwenbeheer geeft aan dat het rekje voor de gevelreinigers de nestkast nu in de weg zit. Melchers stelde voor om dat rekje van scharnieren te voorzien. Dit voorstel wordt nu besproken. Hij hoopt dat de nestkast volgende maand in orde is, omdat de slechtvalk broedt in de maanden maart en april.

Het syndroom van de megaprojecten

Posted By Jonathan Witteman On februari 20, 2009 @ 17:06 In Achtergrond, Stad | 7 Comments

geldDe Zuidas, de Noord-Zuidlijn en straks mogelijk ook de Olympische Spelen: Amsterdam werkt zich almaar dieper in de schulden met het ene miljardenproject na de ander. Gisteren trad wethouder Herrema af om het veel duurder uitvallen van de Noord-Zuidlijn. Veel leed had voorkomen kunnen worden als de Amsterdamse bestuurders zich eens in het werk van de Deense professor Bent Flyvbjerg hadden verdiept.

AMSTERDAM, 20 feb. Drama gisteren in de Stopera op het Waterlooplein. Wethouder Tjeerd Herrema van Verkeer (PvdA), binnengehaald om het Noord-Zuidlijn-project vlot te trekken, stapte op nadat bekend werd dat de Amsterdamse metro naar schatting 290 miljoen euro duurder zal worden dan verwacht. Voor het eerst klonken er vanuit het Amsterdamse college openlijke twijfels of de metrolijn überhaupt wel ooit zal worden afgebouwd. Burgemeester Cohen sloot gisteravond aan tafel bij tv-programma De wereld draait door zelfs de ultieme gemeentelijke schande niet meer uit: de artikel-12-status, oftewel het onder curatele geplaatst worden van het Rijk wegens een uitzichtloze financiële situatie.

De Noord-Zuidlijn (nu begroot op 2,4 miljard euro), de Zuidas (15 miljard euro), de beoogde kandidatuur voor de Olympische Spelen 2028 (ettelijke miljarden): het Amsterdamse bestuur legt een steeds zwaardere financiële strop om de eigen nek. De belangrijkste les van het fiasco rond de Noord-Zuidlijn is dat projecten van dergelijke grootte altijd duurder uitvallen dan van tevoren geraamd. Maar dat is een les die de Amsterdamse bestuurders ook zonder schade en schande hadden kunnen trekken. Helemaal als ze het onderzoek hadden bestudeerd van de Deense hoogleraar en megaprojectenexpert Bent Flyvbjerg.

Flyvbjerg schreef samen met Nils Bruzelius en Werner Rothengatter het boek ‘Megaprojects and risk: an anatomy of ambition’ (2003), een felle aanklacht tegen bestuurders die zich met grootscheepse infrastructurele projecten van een plaatsje in de geschiedenisboeken willen verzekeren en het daarbij niet zo nauw nemen met de risico’s. Op basis van internationaal onderzoek constateerde Flyvbjerg dat vertragingen en exploderende begrotingen bij megaprojecten eerder regel dan uitzondering zijn. Gemiddeld wordt de begroting internationaal met zo’n dertig procent overschreden.

Volgens Flyvbjerg lijden bestuurders aan chronisch over-optimisme waar het megaprojecten betreft. Beleidsmakers lijken hun ramingen te baseren op een sprookjesachtige wereld waarin de dingen altijd volgens plan gaan. Maar het ergste is volgens Flyvbjerg dat deze al te rooskleurige ramingen niet voortkomen uit onbenul, maar uit kwade wil. Er is van de kant van plannenmakers sprake van een systematische onderschatting van de kosten en overschatting van de opbrengsten om grote infrastructurele projecten er door te kunnen drukken. Megaprojecten zijn volgens Flyvbjerg meer het resultaat van machtspelletjes met leugens en bedrog dan van rationele afwegingen. Het doel, lijkt het adagium van beleidsmakers te zijn, heiligt de (financiële) middelen.

De ‘megaprojects paradox’ noemt Flyvbjerg het: de ironie dat er steeds meer megaprojecten gebouwd worden ondanks de slechte rapportcijfers van voorgaande projecten. Behalve wat betreft zware kostenoverschrijdingen en nalatige risicoanalyse scoren plannenmakers vaak ook slecht wat betreft milieu en publieke steun. Megaprojecten worden gekenmerkt door een democratisch tekort en een ‘politiek van wantrouwen’, schrijft Flyvbjerg, en daarin is voor burgerlijke en oppositionele inspraak weinig plaats.

Het ‘track record’ van Nederlandse megaprojecten is de laatste jaren weinig positief. Behalve het debacle rond de Noord-Zuidlijn waren er onder meer de kostenoverschrijdingen van de Betuwelijn (bijna vijf miljard euro in plaats van de begrote 2,5 miljard) en de hogesnelheidslijn (7 miljard euro in plaats van 4,6 miljard). Ook de Amsterdamse Zuidas lijkt aardig te voldoen aan de symptomen uit Flyvbjergs diagnose. Het Centraal Planbureau (CPB) becijferde eerder dat de zogenoemde ‘magic mile’ van Amsterdam de gemeente vooral veel geld gaat kosten en weinig zal opbrengen, onder andere door het overschot aan kantoorruimte. Volgens de gemeente moet de Zuidas 53 duizend werknemers trekken, het CPB houdt het op ruim dertigduizend.

En met het zogenoemde ‘dokmodel’ kiest Amsterdam voor de meest extravagante oplossing voor het openbaar vervoer op de Zuidas. Volgens het hypermoderne dokmodel verdwijnen alle metro- en spoorlijnen onder de grond, met daarboven de stad. De kosten van de ondertunneling bedragen naar schatting 1,5 miljard euro. Let wel: volgens een voorlopige schatting. En, zou Flyvbjerg toevoegen, we weten allemaal hoe het met voorlopige schattingen afloopt.

‘Organiseer chaos, zorg voor reuring’

Posted By Alwin Kuiken On februari 20, 2009 @ 17:05 In Interview, Mooi | No Comments

nederveenAmsterdammers zijn zich nauwelijks bewust van de ontwikkeling van de Zuidas, terwijl daar een nieuw stadscentrum verrijst. De Zuidas is volgens gemeenteraadslid Ruud Nederveen (VVD) cruciaal in de positie van Amsterdam als kleine Europese metropool.

AMSTERDAM, 20 feb.- Ruud Nederveen (53) is in de raadscommissie Kunst, Cultuur en Bedrijven namens de VVD de vurigste pleitbezorger voor de komst van de Amsterdam Expo aan de Zuidas. Een supermuseum van 100 miljoen dat moet gaan werken met collecties van het Stedelijk Museum, het Van Gogh Museum, het Nederlands Instituut voor de Tropen en het Rijksmuseum.

Tijdens de laatste commissievergadering zei u: ‘Ik kan niet voldoende benadrukken hoe weinig Amsterdammers zich bewust zijn van de waarde van de Zuidas.’  Hoe valt dit gebrekkig bewustzijn te verklaren?

‘Amsterdammers weten nauwelijks dat we een nieuw centrum aan het bouwen zijn. Zo’n ingreep heeft sinds de aanleg van de grachtengordel niet meer in Amsterdam plaatsgevonden. De clustering van functies op de Zuidas heeft alle kenmerken van een centrum. Een station, grootschalige economische activiteit, multinationals, sport, een woonfunctie met cultuur maar ook allerlei avondvoorzieningen. Daarmee heb je alle centrumfuncties in 2017 gerealiseerd. En dat op tweeënhalve minuut afstand van het huidige centrum.’

Toch komen Amsterdammers er nauwelijks. De plek mist nog een ziel.

‘Ik denk dat er een omslag plaatsvindt als de Hogesnelheidslijn in 2010 vanaf de Zuidas naar Londen en Parijs gaat. Zoiets helpt ook om draagvlak te creëren voor de komst van het supermuseum aan de Zuidas, de Amsterdam Expo. Wat ik belangrijker vind, is dat Amsterdammers een mening hebben over de Zuidas. Amsterdammers hebben altijd overal een mening over, maar pas als ze ergens over struikelen. Ik heb daarom in de commissie voorgesteld om eens chaos te organiseren. Zorg dat er reuring ontstaat opdat Amsterdammers iets gaan vinden over wat er daar moet gaan gebeuren. Je ziet het College nu doen aan cultuurplanologie. Dat is een nieuwe vorm van de maakbare samenleving. Je ziet ze vanaf de tekentafel bedenken hoe culturele activiteiten georganiseerd moeten worden. Als je wilt dat het mis gaat, dan moet je het zo doen.’

Een van die plannen die vermoedelijk sneuvelt als de Amsterdam Expo er komt, is het Design Museum. Een plan van ’slechts’ 24 miljoen waar de VVD echt nooit achter stond. Was het ambitieniveau te laag?

‘Ik heb mij nooit enthousiast getoond over de komst van een Design Museum. Ik heb altijd voorgesteld om in plaats hiervan het Stedelijk Museum te verplaatsen naar de Zuidas. Het is een oude Amsterdamse traditie om spraakmakende instituten in de wei te bouwen terwijl de koeien er omheen lopen. We hebben nog steeds zulke foto’s van het Concertgebouw. Dat is heel vruchtbaar gebleken. Mijn voorstel was om van het verplaatste Stedelijk een museum voor de 19e en 20e eeuw te maken. Toen ik in 2002 in de raad kwam was dat een van mijn eerste onderwerpen. Ik heb mij daarvoor toen uit de naad gelopen. Dat ik het verloren heb, daar word ik niet graag aan herinnerd.’

Het Stedelijk Museum is niet naar de Zuidas gegaan. Het Stedelijk Museum zit bovendien niet te wachten op dat supermuseum. Ze zijn bang vanaf het Museumplein met dat museum te moeten concurreren.

‘Mijn partij is een voorstander van competitie. Als u mij vraagt of we doorgaan met het plan als het Stedelijk Museum zich terug trekt, is het antwoord daarop eenduidig “ja”. Eén van de opdrachten die we bij de commissie-Sanders II (die plannen maakt over cultuur op de Zuidas, red.) hebben neergelegd, is om uit te zoeken welke andere culturele instellingen er bij het plan betrokken kunnen worden. Ik ga niet zeggen welke instellingen dat moeten zijn. Ik heb daar ideeën over, maar het is geen commissie-Nederveen.’”

Critici wijzen op het financiële debacle met de Noord Zuidlijn. Nu komen ze met een museum dat 100 miljoen moet kosten. Wordt dit niet te duur?

‘Die 100 miljoen wordt betaald vanuit de ontwikkeling van de Zuidas. Bij investeringen die over een langere tijdspanne gaan, is het verstandig om niet naar de dagkoersen te kijken. Dat het een diepe crisis wordt, doet daar niets aan af. Op een gegeven moment draait dat wel weer bij. Ik kan me wel voorstellen dat de beoogde financiers op dit moment een heroriëntatie overwegen, maar dát het plan er komt, daar heb ik geen aarzelingen over. In tijden van crisis is het juist heel belangrijk om grote investeringen te doen.’

Een nieuwe Gouden Eeuw voor Amsterdam?

‘Dat zei wethouder Gehrels laatst hè? Die schilderachtigheden van de wethouder zijn voor haar rekening. Ik heb helemaal geen zin in een herhaling van de Gouden Eeuw. Ik wil graag dat Amsterdam als kleine metropool ook over veertig jaar in Europa nog volwaardig kan meezingen. Daarvoor zijn er grote investeringen in de stad nodig. Het gaat niet vanzelf.’

Arme onderwijsgroep op luxe Zuidas

Posted By Anna van den Breemer On februari 20, 2009 @ 17:04 In Interview, Stad | 2 Comments

Onderwijsgroep Amarantis heeft het volgens bestuursvoorzitter Bert Molenkamp niet breed, maar houdt wel kantoor aan de dure Zuidas. ‘Wat wil je dan? Ons onder de Bijlmerbajes neerzetten?’

bertmolenkampAMSTERDAM, 20 feb. ‘Niet verkeerd hè?’ Bert Molenkamp (54), bestuursvoorzitter van de onderwijsgroep Amarantis, staat voor het raam van zijn ruime kantoor op de vierde verdieping. De twee glazen zijwanden bieden een panorama over de Amsterdamse Zuidas. Beneden op de A10 kruipen de auto’s in de ochtendspits voorbij, aan de overkant rijzen de wolkenkrabbers de lucht in.

Sinds 2006 heeft Amarantis haar kantoor in het prestigieuze Atriumgebouw. Ze zijn een beetje de vreemde eend in de bijt tussen de banken en multinationals van de Zuidas. Met 55 scholen en zo’n dertigduizend leerlingen in Noord-Holland, Flevoland en Utrecht behoort Amarantis – ontstaan in 2007 uit een fusie tussen ROC ASA (Regionaal Opleidingen Centrum Amsterdam, Amersfoort) en ISA (Stichting Interconfessionele Scholengroep Amsterdam) – tot een van de grootste scholengroepen van Nederland. En dat terwijl ze in Den Haag net de buik vol lijken te hebben van alles wat naar fusies en grootschaligheid riekt. Eind 2008 kondigde minister Plasterk (PvdA) van onderwijs aan fusies van scholen een halt toe te roepen met de zogenaamde fusietoets. De menselijke maat moet terug in het onderwijs, aldus Plasterk.

‘Bijzonder’, noemt Molenkamp de opmerkingen van Plasterk met lichte ergernis. ‘Begin jaren negentig zette de overheid tien jaar lang een bonus op schaalvergroting. En dan gaan ze nu opeens roepen dat het geen goed idee is. Zo wordt een overheid volstrekt onbetrouwbaar.’ Tien jaar lang vond het Rijk dat met kleine scholen de kwaliteit van huisvesting en personeel niet goed kon worden gewaarborgd, zegt Molenkamp. Hij heeft de indruk dat de beoogde fusietoets meer te maken heeft met electorale dan met inhoudelijke overwegingen. ‘De politiek deint mee op de golven van populariteit. Sommige mensen hebben nou eenmaal een geweldig probleem met grotere instellingen, daar wordt handig op ingespeeld.’

Molenkamp bestrijdt dat een bestuur met een veelvoud aan scholen onder zich alleen maar als een bedrijf functioneert en de menselijke maat verwaarloost. ‘Kijk, je moet niet verwachten dat ik iedere morgen bij de schooldeur sta om handjes te schudden. Dat doet de directeur van de school. Maar als ik puur bedrijfsmatig zou werken, dan had ik onze scholen in Amsterdam-West allang weggehaald. Het aantal leerlingen op die scholen is eigenlijk te laag om de school goed te kunnen draaien, zegt Molenkamp. ‘Maar maatschappelijk zijn ze wel gewenst.’

Met een omzet van 190 miljoen euro en een eigen vermogen van 21,5 miljoen euro is Amarantis volgens Molenkamp vergeleken bij concurrenten een ‘relatief arme instelling’. Maar is een kantoorpand op de Zuidas dan wel de meest logische locatie voor een onderwijsinstelling die het naar eigen zeggen niet breed heeft? Molenkamp wuift de suggestie weg. Alle vergaderingen van de onderwijsgroep vinden in het kantoorpand plaats, legt hij uit, en voor de afdelingen in Utrecht en Amersfoort is de Zuidas met de directe treinverbinding nu eenmaal het makkelijkst te bereiken. ‘Als je ons in Oud-Zuid boven een school neerzet waar geen parkeerruimte is en minimaal openbaar vervoer, kom ik in de problemen.’ En met de luxe valt het volgens Molenkamp wel mee. Amarantis huurt een kwart etage waar veertig mensen werken. Ook het prijskaartje van de etage is te overzien. ‘De kantorenmarkt wiebelt heen en weer. Laat ik het zo zeggen: we zijn op het goede moment ingestapt.’

Toch begrijpt Molenkamp het wel, dat een ‘arme’ onderwijsinstelling als Amarantis op de Zuidas op z’n minst opmerkelijk is, zeker gezien de recente schandalen rond zelfverrijking en verkwisting van overheidsgelden. ‘De vraag is natuurlijk wel wat het met je imago doet.’ Want, vertelt de voorzitter, er zijn scholen van Amarantis waar de huisvesting te wensen overlaat. Zoals het Calvijn Met Junior College in Amsterdam-West. ‘Daar moet eigenlijk een nieuw pand komen want het voldoet niet meer aan de eisen. We zijn daar mee bezig.’

Soms wordt Molenkamp moe van al die vragen. ‘Dan denk ik, wat wil je dan? Ons onder de Bijlmerbajes neerzetten? Ik vind dat scholen in goede gebouwen moeten zitten en alle medewerkers ook. Dat proberen we voor elkaar te krijgen.’ En dan, met een knipoog naar de rel rond woningbouwcorporatie Rochdale, dat zijn directeur ontsloeg wegens zelfverrijking: ‘Mijn naam is Molenkamp en geen Möllenkamp. Ik rij geen Maserati.’

De Amsterdamse South Ass

Posted By Hinke Hamer On februari 20, 2009 @ 17:02 In Column | 1 Comment

southInternationaal mag zakencentrum South Ass wel aan haar naam werken. Is South District of South Area een geschikt alternatief? Of South Park? ‘South Plaza sounds kinda sexy’.

AMSTERDAM, 20 feb. ‘Eerst de Zuidas, dan de inspraak’, signaleren de wereldverbeteraars die zich Loesje noemen. Of ze daarmee de gehele Amsterdamse ‘Viagrazone’ bedoelen, of slechts zijn benaming, is niet duidelijk. Feit is wel dat over de naam Zuidas niet erg lang is vergaderd. Voor een zakencentrum met internationale allure sla je met South Ass in het buitenland een pleefiguur.

De commissie-Sanders boog zich vorig jaar, in opdracht van de gemeente Amsterdam, over de culturele inrichting van de Zuidas. Eind oktober verscheen het commissierapport, voor een deel gebaseerd op gesprekken met betrokkenen. In de voetnoten is te lezen dat niet alleen de culturele inrichting, maar ook de gekozen naam ter discussie stond: ‘Gesprekspartners merkten op dat de term Zuidas in internationale context geen gelukkig gekozen naam is, omdat deze al snel wordt verbasterd in South Ass. Voor internationale toepassingen zou kunnen worden gezocht naar een aansprekende Engelse naam voor het gebied.’

Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum, was betrokken bij de commissie-Sanders en heeft ‘geen idee’ wat we aanmoeten met de South Ass. ‘Met naamgeving hield de commissie zich niet bezig.’ Alternatieven weet hij niet en bovendien, vindt hij, ‘waarom moeten we een internationale naam hebben voor een wijk in Nederland?’

‘Onder geen beding’, antwoordt ook Robbert Dijkmeester op de vraag of Zuidas niet toe is aan een nieuwe naam. Dijkmeester is commercieel directeur van het Projectbureau Zuidas, gevestigd in het WTC. ‘In 1992 vond een ambtelijke studie plaats, naar het gebied van Schiphol tot ZuidOost,’ weet Dijkmeester. ‘Men noemde dit gebied Zuidas. Toen was het enkel een ambtelijke nota, inmiddels is het een begrip. Geen denken aan dat we dat gaan veranderen.’ Echt niet? ‘Ja, misschien als Balkenende het vraagt.’ En een aparte internationale naam dan? Dijkmeester gelooft het wel, met ons. ‘Peking heet toch ook gewoon Peking?’ Gelukkig staan de receptionistes aan onze kant: ‘Dat klinkt toch niet, dat is een achterwerk!’

‘Een naam moet helder zijn, want je moet gelijk weten wat erbij hoort’, zegt Marette Ebert van het gemeentelijke Stijlweb. Zij neemt het de ambtenaren van ’92 niet kwalijk. ‘Het gebeurt vaak dat namen geïnstitutionaliseerd raken via zo’n ambtelijke weg. Wij willen dat tegengaan. Soms is het echter te laat in het proces. Dat kan ik me voorstellen bij de Zuidas, maar dan zou je er wel aan kunnen denken om de naam niet te veranderen, maar een andere vertaling te benadrukken.’

Erwin Wijman pakt het liever rigoureuzer aan. Een eensluidende term bedenken als een voorzetje voor buitenlandse aandacht, lijkt hem een goede eerste stap. Maar een nieuwe naam voor de Zuidas bedenken, dat is moeilijk. Wijman is lid van het Netwerk Naamkunde aan het Meertens Instituut en schreef ‘De Bedrijfsnamenfabriek’. Het project Zuidas is moeilijk los te koppelen van megalomane associaties, vindt hij, maar hij voorziet een kentering. ‘Nu, met de kredietcrisis, hebben zij óók moeite om de boel rond te krijgen. Wat je vaak ziet als een project niet loopt, is dat het wordt ‘ge-rebrand’. In dat geval zullen ze hoogstwaarschijnlijk met een internationale naam komen.’ Wijman denkt gekscherend aan South Park, ‘maar dat zal het ook wel niet worden’. Hij is vooral bang voor ‘nietszeggende dikdoenerij’. Zoals bij de RAI, die één van haar gebouwen RAI Elicium noemde.

Een rondje zakenlui op South Park leert dat de suggesties van direct betrokkenen niet veel origineler zijn. ‘South Area?’ probeert Menno van Zaane, werkzaam bij de Italiaanse oliemaatschappij INA. ‘World Trade Centre’, zegt de Italiaanse Mauro Santonecola van hetzelfde bedrijf. Dat is althans de internationale benaming die hij gebruikt als hij zijn Italiaanse vrienden vertelt waar hij werkt. ‘South Plaza sounds kinda sexy’ vindt David Suits uit Michigan. Of ‘South District’, zegt Kim Nordmann van Multicopy in het WTC.

Maar we wachten nog op de klapper van de nonchalante stratenveger, met een dirty- South-style gouden tand. Oranje jas en broek aan, met felle strepen. ‘South Ass, ik werk hier al zes maanden, maar ik heb er nog nooit over nagedacht. En ik kan nog wel Engels.’ Een nieuwe naam heeft hij nog niet. ‘Maar hé, kan ik jullie niet bellen als me er een te binnen schiet?’

Het Verzonken Land

Posted By Sander Heijne On februari 20, 2009 @ 17:00 In Column, Leven | No Comments

De economische crisis lijkt de bestrijding van de klimaatcrisis te verdrukken. In 2050 ben ik 68 jaar. Hoe zullen we dan op deze tijd terugkijken? Een gedachte-experiment.

‘Opa, heeft u echt onder water gewoond?’, vraagt Tim me verbaasd. ‘Nee man!’, roept zijn broer Thijs voor ik kan antwoorden. ‘Vroeger was dit gewoon land.’ Ongelovig staat Tim aan de reling van het bootje dat we hebben gehuurd. ‘Land kan toch niet zomaar water worden opa?’ Gespannen stuur ik de boot de haven van Amersfoort uit. Sinds De Catastrofe van 2014 ben ik niet meer teruggeweest. Nu, bijna veertig jaar later, ga ik met mijn kleinkinderen terug naar Amsterdam.

Volgens de man van de botenverhuur is er niet veel meer te zien. ‘Maar u kunt het makkelijk vinden hoor meneer. Die navigatie is echt heel precies.’ Ik vraag de boordcomputer of hij postcode 1073 BE kent. ‘Bedoelt u de Albert Cuypstraat in Amsterdam meneer?’ Ik knik bevestigend. De computer vraagt of hij de besturing moet overnemen. ‘Nee, ik ben nog van de oude stempel. Ik stuur graag zelf.’ Uit mijn ooghoeken zie ik mijn kleinzoons gniffelen. ‘Gekke opa.’

Het is mooi weer en de zee is kalm. Heel anders dan de laatste keer dat ik hier voer. Vrienden die al terug zijn geweest hebben me gewaarschuwd niet te gaan. Bijna de hele stad is inmiddels ingestort door het wassende water. Op een paar gebouwen na, is Mokum verzonken. Het liefste zou ik niet gaan, maar ik moet het de jongens laten zien.

Na twee uur varen springt Tim op. ‘Kijk, een eiland!’ In de verte doemen de restanten van het eens zo trotse huis van Ajax op. Geroest maar duidelijk herkenbaar, het dak gesloten. Onwillekeurig denk ik eraan hoe de materiaalknecht het veld tijdens die stormnacht heeft willen beschermen. De gedachte vrolijkt me even op. Tot ik besef dat onder de uitgestrekte watermassa in het noordwesten mijn geliefde geboortegrond schuil gaat.

Ik vaar door tot de computer mij op vriendelijke toon meedeelt dat we de Albert Cuyp hebben bereikt. Tim kijkt over de reling. ‘Opa, varen we nou op je huis?’ Ik knik. Thijs pakt mijn hand. ‘Gaat het wel, opa?’ Ik wijs naar het zuiden. ‘Zie je daar die oude flats uit het water steken? Die kon ik vroegen alleen vanaf mijn dak zien.’ Thijs kan zijn cynisme nauwelijks onderdrukken als hij zegt: ‘Dus dat werd het economisch hart van Nederland’.

Even zijn we stil. Op een dak dat net uit het water steekt liggen een paar zeehonden gezapig te zonnen. Dan vraagt Thijs waarom we in godsnaam zo stom waren om onder de zeespiegel te blijven wonen, terwijl het toch duidelijk was dat deze steeg. Ik probeer het hem uit te leggen.

‘De Hollandse steden waren er al sinds de middeleeuwen in geslaagd droog te blijven. We dachten dat we de beste waterbouwers ter wereld waren. Geen zee te hoog voor het trotse Holland. Begin 21e eeuw ging het mis. Langzaam werd duidelijk dat we zelf schuldig waren aan de opwarming van de aarde. Dat stormen heviger zouden worden, en de zeespiegel hoger. Even leek het erop dat we maatregelen zouden gaan nemen, maar door de kredietcrisis raakte de politiek zo in paniek dat er alleen nog maar aandacht was voor de economie. Met de mond beleden politici duurzaamheid, in praktijk gebeurde er niets.’

‘Maar zonder land is er toch geen economie?’ onderbreekt Thijs me. Ik zucht. ‘Pas toen op de stormnacht van 13 juni 2014 de Zeeuwse en de Noord-Hollandse dijken gelijktijdig doorbraken, kwamen wij ook tot dit verbluffende inzicht.’ ‘En toen was het te laat, toch opa?’ ‘Ja Tim, toen was het te laat.’

Raad kritisch over nieuwe cultuurcommissie Zuidas

Posted By Emma Boelhouwer On februari 6, 2009 @ 15:02 In Mooi, Nieuwsbericht | No Comments

AMSTERDAM – 6 feb. Een meerderheid van de Raadscommissie is kritisch op de samenstelling van de commissie Cultuur Zuidas II. Dat liet zij gisteren blijken tijdens de Raadscommissievergadering Kunst en Cultuur in Amsterdam. De samenstelling van de commissie Cultuur Zuidas II verschilt nauwelijks van de eerste commissie. ‘Een slager keurt toch ook niet zijn eigen vlees’, aldus SP-raadslid Ivens.

De commissie Cultuur Zuidas I kreeg in maart 2008 van de gemeente 75 duizend euro om te onderzoeken hoe de Zuidas een culturele locatie kan worden van internationale allure. Op 31 oktober kwam de eerste commissie onder leiding van Martijn Sanders, voormalig directeur van het concertgebouw, met haar advies. De commissie pleit voor een museum dat gericht is op de ‘blockbusters’ van de moderne kunst. Naast een vervolgonderzoek naar de haalbaarheid van het museum, zal de commissie op verzoek van GroenLinks en PvdA een voorstel doen voor verbreding van het kunstaanbod. De coalitie wil dat er ook ruimte komt voor bijvoorbeeld studenten van de Rietveldacademie

Voor het vervolgonderzoek krijgt de commissie wederom 75 duizend euro. Martijn Sanders is opnieuw voorgedragen door het college als voorzitter van commissie Cultuur Zuidas II. Behalve Wim Pijbes, die vanwege zijn huidige functie bij het Rijksmuseum is teruggetreden, is de samenstelling van de commissie Cultuur Zuidas onveranderd gebleven. Zowel de coalitie als oppositiepartij VVD zet vraagtekens bij de onafhankelijkheid van een tweede commissie Sanders. GroenLinks-raadslid Van der Meer vindt dat de vervolgcommissie uit nieuwe leden zou moeten bestaan.

Wethouder Gehrels deelt de ongerustheid van de raadsleden niet. Zij vindt het belangrijker dat de leden van de commissie heel goed thuis zijn in de kunstwereld. ‘Bovendien heeft Sanders goede banden met belangrijke museumdirecteuren van over de hele wereld.’ De wethouder zal de bezwaren van de Raad voorleggen aan Martijn Sanders.  

‘Schotten en Belgen zijn krenteriger’

Posted By Nelleke Koops On januari 14, 2009 @ 14:52 In Leven, Reportage | No Comments

In de kantoren aan de Amsterdamse Zuidas wordt de kredietcrisis gevoeld. Maar hoe staat het met de plaatselijke horecaondernemers en taxichauffeurs? ‘Mensen zijn gestrest en drinken veel koffie, maar dat was altijd al zo.’

AMSTERDAM, 14 jan. De koffiebars en restaurants rondom het Zuidplein en het Gustav Mahlerplein liggen er verlaten bij. Geen wonder, want het is half elf ‘s ochtends en er moet gewerkt worden. Hier geen New Yorkse taferelen waar bankiers zich door het gebrek aan werk al vroeg in de middag naar de kroeg begeven. Caffé Belmondo, een espressobar, zit sinds anderhalf jaar aan het Zuidplein. De bankiers, advocaten en managers die aan de Zuidas werken komen er voor hun dagelijkse cafeïne shot. De zaken gaan nog steeds goed, volgens medewerker Caran. ‘Vooral aan het begin van de kredietcrisis kon je wel merken dat mensen echt getroffen waren door het nieuws. In de rij voor de koffie bespraken ze hoe lang de crisis zou duren en welke bank als volgende failliet zou gaan.’ Hij heeft niet de indruk dat zijn klanten nu vaker of langer pauzeren omdat ze het ineens minder druk hebben. Ze geven ook niet minder geld uit dan een jaar geleden. ‘Mensen kunnen niet zonder koffie, dat is onze belangrijkste troef’, zegt hij lachend.

De winkel naast Caffé Belmondo staat leeg. P. Scheepstra & Zn. Bloemsierkunst, de chique bloemenwinkel waarvoor zich ieder jaar op secretaressedag een lange rij vormde, is verdwenen. Met de torenhoge huurprijs die een ondernemer moet betalen voor een paar vierkante meter op de Zuidas, moet de omzet aanzienlijk zijn om de vaste lasten te kunnen blijven betalen. Dat weet ook restaurant Oliver’s, gevestigd aan de andere kant van station Amsterdam Zuid. Het restaurant heeft na een moeizame start in 2006 inmiddels zijn plek veroverd in het lunch circuit van de Zuidas. Volgens barman Harpert Koopman geven zijn klanten door de crisis niet minder geld uit aan een lunch buiten de deur. ‘We hebben hier veel vaste klanten en ze hebben allemaal ongeveer driekwartier de tijd om te lunchen, dat is niet veranderd. Ze komen hier voor de ontspannen sfeer, om even weg te zijn van kantoor. Er worden nu wel veel grapjes gemaakt over de kredietcrisis, of mensen nog wel kunnen pinnen bijvoorbeeld.’

Bij Grand Café Dicky’s aan het Gustav Mahlerplein is er evenmin reden tot zorg. Eigenaresse Janine van der Hoeven ziet de 150 zitplaatsen van haar restaurant nog steeds bijna iedere middag volstromen. ‘Mensen komen misschien juist ook vaker lunchen, om de ellende van daarboven even te ontvluchten’. Ze wijst naar de kantoren die boven het restaurant uit torenen. ‘Verder merk ik het eigenlijk alleen aan de borrels. Er wordt minder vaak iets geboekt en er wordt minder geld aan een borrel uitgegeven. De champagne wordt niet meer zomaar open geknald. Dat is jammer voor ons.’

De taxichauffeurs die opgesteld staan langs het voormalige hoofdkantoor van ABN Amro, zijn minder positief gestemd. Taxichauffeur Robert zit samen met een collega in de taxi te praten. ‘Voor de gezelligheid, hebben we wat te doen’, grijnst hij. Hij wijst naar de ingang van het gebouw. ‘Daar komt nu veel minder werk uit. De mensen die naar buiten komen lopen bijna allemaal richting het station. De trein is goedkoper. De ritjes die ik heb zijn ook korter. Niet meer naar Schiphol of Den Haag, maar allemaal hier in de buurt.’ De terugloop is volgens Robert al begonnen tijdens de overname van ABN Amro door RBS, Fortis en Santander. ‘Het was beter geweest als Barclays de boel had overgenomen. Engelsen geven meer uit aan taxi’s, die zijn dat gewend. Schotten en Belgen zijn krenteriger.’

Nu de kredietcrisis er ook nog eens bijkomt, is hij bang dat hij het niet gaat redden. Veel collega’s delen volgens hem die vrees. ‘Iedereen merkt het. Je kunt hier wel weggaan en bij het Centraal Station gaan staan, maar aan die zakelijke ritjes verdiende je nou juist het meest. En de gewone mensen nemen nu ook minder snel een taxi.’ Hij kijkt hoopvol op als een oudere man in een krijtstreeppak op het raam tikt. In keurig Engels vraagt de man een vuurtje en gaat dan onder een afdakje staan roken. Robert kijkt nijdig. ‘Zie je wel, krenten zijn het.’


Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl

URL to article: http://napnieuws.nl/2009/01/14/%e2%80%98schotten-en-belgen-zijn-krenteriger%e2%80%99/

URLs in this post:

[1] Image: http://www.zemanta.com/

[2] Structuurvisie Amsterdam 2040.: http://www.dro.amsterdam.nl/publish/pages/129058/structuurvisie_dec2010_compleet.pdf

[3] bezwaar : http://www.kvk.nl/download/2010-19-Westpoort-rapport_tcm73-214633.pdf

[4] Metropoolregio Amsterdam: http://www.metropoolregioamsterdam.nl/

[5] Image: http://commons.wikipedia.org/wiki/File:ZuidasAmsterdamtheNetherlands.jpg

[6] LAgroup: http://www.lagroup.nl/home/adviesbureau-in-de-volle-breedte-van-de-culturele-en-vrijetijdssector

[7] tien wijzigingen : http://www.vvdamsterdam.nl/danielvanderree/article/2531/

[8] website: http://www.amsterdam.pvda.nl/nieuwsbericht/7381

[9] Image: http://commons.wikipedia.org/wiki/Image:Zuidas3.jpg

[10] dokmodel: http://www.zuidas.nl/project/dokzone&newsid=193

[11] nieuwe ideeën: http://www.metropoolregioamsterdam.nl/20091106ZuidasOndertunneling.html

[12] Image: http://reblog.zemanta.com/zemified/df23c486-3270-4b63-9ae2-42449c803965/

[13] : http://www.bestuursinformatie.amsterdam.nl/bestuursinformatie/jsp/docread.jsp?reference=resultaten.jsp&k2dockey=http://biodata.asp4all.nl/centralestad/0000/BGB2000004766/BGB2000004766.html@bestuursinformatie&docsfound=1905&rank=1904&docsCount=3&docsStart=1

[14] ‘Masterplan Zuidas’: http://www.amsterdam.nl/contents/pages/101803/1997-afd1-825.pdf?iprox_view=amsterdamnl

[15] 1996 : http://biodata.asp4all.nl/centralestad/1996/BGB3000002622/BGB3000002622.pdf

[16] 2007: http://www.amsterdam.nl/custom/raad/VisieZuidas.pdf

[17] prospectus: http://www.zuidas.nl/upload/ZAU07100_Prospectus_Zuidas_OPENBAAR.pdf

[18] ’s-avonds: http://napnieuws.nl/2009/02/20/kansloos-op-de-zuidas/

[19] Parnassustoren: http://maps.google.nl/maps/ms?hl=nl&ie=UTF8&msa=0&msid=104138777277901955237.00046344abf3c0137ae89&ll=52.34352,4.866858&spn=0.004877,0.009656&t=h&z=17

[20] Tax Consultants International: http://www.tax-consultants-international.com/read/Dutch_Licensing_Company

[21] ophef: http://www.parool.nl/parool/nl/4/AMSTERDAM/article/detail/152561/2009/02/05/Schotse-whisky-blijkt-Amsterdams.dhtml

[22] rapport: http://www.minfin.nl/dsresource?objectid=3020&type=pdf

[23] Zingeving Zuidas: http://www.zingevingzuidas.nl/

[24] Urban Resort : http://www.urbanresort.nl/

Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.