- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -

Subsidie voor groene daken werkt nog niet

Posted By Irene de Pous On februari 16, 2010 @ 18:46 In Leven, Nieuwsverhaal | No Comments

Daktuin RVU [1]
Image by Merel en Harald! [1] via Flickr

Amsterdam Amsterdammers vragen nauwelijks subsidie aan voor groene daken. Bij de drie stadsdelen die subsidie verlenen zijn alleen bij Stadsdeel Centrum vijf aanvragen geweest. Dit blijkt uit een rondgang van deze krant. Bij de stadsdelen Westerpark en Oud-Zuid kwam geen een aanvraag binnen.

Een ‘groen dak’ houdt in dat het dak begroeid is. Begroeide daken vangen water op, isoleren het huis beter, zuiveren de lucht en zorgen voor meer leefruimte voor vogels en insecten in de stad. In verschillende steden in Nederland  stimuleert de gemeente daarom de aanleg ervan met subsidie.

In Amsterdam hebben de stadsdelen Centrum en Westerpark sinds eind 2008 een potje voor groene daken, Oud-Zuid sinds afgelopen zomer en stadsdeel Osdorp sinds dit jaar. De gemeenteraad van Amsterdam behandelt morgen een voorstel om subsidies te verlenen voor groene daken groter dan 40 m2 in de hele stad. In december is het budget hiervoor, 250.000 euro, al goedgekeurd.

De subsidieregelingen verschillen per stadsdeel. Het bedrag dat bewoners per vierkante meter dak krijgen varieert van twintig tot vijftig euro, waarbij maximaal de helft van de kosten wordt vergoed. Gemiddeld kost het laten aanleggen van een groen dak zo’n zeventig euro per vierkante meter, als je het zelf doet kan je met minder uit. Het bedrag dat de stadsdelen maximaal uitkeren voor een dak loopt uiteen van 1000 (Centrum) tot 2500 euro (Westerpark). De budgetten van de stadsdelen voor groene daken zitten tussen de 10.000 (Westerpark) en 20.000 (Centrum).

De stadsdelen hebben verschillende verklaringen voor het feit dat er weinig tot niet gebruik is gemaakt van de subsidieregeling. Centrum zegt dat de regeling nog vrij nieuw is. Westerpark denkt dat het met ‘bijkomende kosten’, bijvoorbeeld voor bouwkundige aanpassingen, toch nog te duur is voor mensen. Ook Oud-Zuid vermoedde dat het met de kosten te maken had, en gaat per maart de subsidie verhogen naar 50 euro per m2.

Volgens Sven Kuijk van dakdekkersbedrijf Ecodaken [2] zijn de kosten niet de enige drempel voor bewoners om een groen dak aan te laten leggen. Om voor subsidie in aanmerking te komen, is het verplicht een inspecteur te laten komen, die peilt of het dak sterk genoeg is. “Zo’n constructief advies kost vijf-, zeshonderd euro. Als het dak niet sterk genoeg is, komen de kosten voor rekening van de bewoner.” Als de aanleg wel doorgaat, vergoedt het stadsdeel 200 euro voor de inspectiekosten. In de nieuwe regeling voor grote daken die gemeentebreed wordt ingevoerd, is een inspectie niet meer verplicht. Ook in de aangepaste regeling van Oud-Zuid is die eis afgeschaft.

Leora Rosner, van het burgerinitiatief Netwerk Groene Daken [3]denkt dat de subsidie zonder een goede campagne nog steeds geen succes zal worden. “Voor elk product dat je in de markt zet, moet je reclame maken.” Ze vergelijkt het met de subsidie voor zonnepanelen. Daarvoor werd gemeentebreed campagne gevoerd, met de leus ‘Met gemak zon op je dak’. In stadsdeel Osdorp was het potje voor zonnepanelen binnen twee maanden op en stelde het stadsdeel 70.000 euro extra beschikbaar.


Interreligieuze samenwerking in Amsterdam West

Posted By Jojanneke Spoor On januari 27, 2010 @ 18:26 In Mooi, Nieuwsverhaal | No Comments

foto's 243

Image by: Daniel Krikke

Amsterdam- Vertegenwoordigers van religieuze gemeenschappen uit De Baarsjes, Westerpark, Oud-West en Bos en Lommer hebben gisteravond afgesproken om na de fusie in het nieuwe stadsdeel Amsterdam West samen te werken aan sociale cohesie en solidariteit. Tijdens de conferentie “Interreligieuze samenwerking in Amsterdam West” werden plannen gemaakt voor intensievere samenwerking tussen lokale overheden en religieuze organisaties.

De conferentie werd georganiseerd door het Bos en Lommer interreligieus Beraad (BLiB) in samenwerking met het stadsdeel Bos en Lommer. Stadsdeelvoorzitter Jeroen Broeders (PvdA) opende de bijeenkomst met de woorden: “Godshuizen zijn onze grootste buurthuizen, daarmee zijn ze -van welke signature ook- heel belangrijke partners voor het uitvoeren van sociaal beleid.”

Vanaf 1 mei 2010 zullen de vier westelijke stadsdelen -binnen de ring A10- verenigd worden in het nieuwe stadsdeel Amsterdam West. Het BLiB en stadsdeel Bos en Lommer hebben het initiatief genomen om te onderzoeken hoe samenwerking tussen verschillende religies in het nieuwe stadsdeel vorm kan krijgen. De ruim 70 deelnemers aan de conferentie hebben besproken hoe ze in de toekomst een bijdrage kunnen leveren aan de sociale cohesie en het welzijn van de buurtbewoners.

Een kerngroep van vertegenwoordigers van moskeeën, kerken, synagogen, religieuze en humanistische organisaties gaat nu een plan maken om de visie en de ideeën die op de conferentie zijn besproken, concreet te maken. De deelnemers van de conferentie willen zich bijvoorbeeld meer op jongeren richten. Er moet een website komen en twee á drie keer per jaar overleg met het stadsdeel.

De stadsdeelvoorzitter van Bos en Lommer is fervent voorstander van samenwerking tussen lokale overheden en religieuze gemeenschappen.“De scheiding tussen kerk en staat -zoals die in Nederland terecht bestaat- moet ontspannen geïnterpreteerd worden. Die scheiding ligt wat mij betreft niet bij de voordeur van het kerkgebouw, maar bij de drempel van de gebedsruimte.” Dat betekent geen subsidie voor een kerkdienst, maar wel voor een bijeenkomst over emancipatie.

Hans Krikke, diaconaal medewerker van de protestante Diaconie Bos en Lommer, zegt dat de religieuze gemeenschappen gezamenlijk op zoek moeten naar manieren om samen te werken. “Wat bindt ons? Welke wijsheid, welke ervaring kunnen we delen en wat leren we van elkaar?”, dat zijn volgens Krikke de vragen die er toe doen.

Het BLiB is een samenwerkingsverband tussen kerken, moskeeën en daarmee verbonden organisaties. Sinds 2005 onderneemt het BLiB vanuit verschillende geloofsovertuigingen activiteiten ter bevordering van het welzijn van de bewoners van Bos en Lommer.

Illegale Filippijnen zijn het liefst onzichtbaar

Posted By Nelleke Koops On oktober 23, 2009 @ 17:16 In Interview | No Comments

Cleaning! [4]
Image by Pingu1963 [4] via Flickr

Veel Amsterdamse huishoudens hebben een Filippijnse schoonmaker in dienst. De meesten zijn illegaal. Hoe kwamen zij hier terecht en hoe houden zij zich staande? Het verhaal van Tony en Cécile.

AMSTERDAM - Ze komen altijd samen. Lopend, want een fiets hebben ze niet. Daarom willen ze eigenlijk alleen schoonmaken in de buurt van stadsdeel Westerpark, al hebben ze het niet altijd voor het zeggen. Soms doorkruizen ze samen de halve stad, op weg naar de Rivierenbuurt. “Maar die huizen doen we alleen als het niet anders kan.”

De Filippijnse Tony (27) en Cécile (25) maken al acht jaar schoon in Amsterdam. Cécile, een tenger meisje met iets te grote kleren en een open, vriendelijk gezicht, kreeg een tijdelijk visum om als au pair te werken bij een gezin in Amsterdam Zuid. Haar vriend Tony, een schuchtere jongen met haar tot op zijn smalle schouders, kwam haar achterna met een toeristenvisum. Ze wilden hier geld verdienen voor hun familie in de Filippijnen. Tony voor de opleiding van zijn twee jongere broertjes en Cécile voor de behandeling van haar moeder, die aan een spierziekte lijdt.

Over haar tijd als au pair is Cécile niet erg open. “De mensen waren niet goed”, zegt ze alleen. “Ze moest heel veel doen en sliep weinig”, vult Tony voorzichtig aan. Hij trekt zijn ogen naar beneden en zuigt zijn wangen naar binnen: “zo zag ze eruit”. Cécile lacht en zegt dan zachtjes: “En hij was, hoe zeg je dat, handtastelijk. Niet heel erg hoor, maar hij probeerde het wel”. “Daarom doen we nu alles samen”, zegt Tony. “Dat is leuker en het gaat twee keer zo snel. En als een van ons ziek is, gaat de ander ook niet.”

Door te stoppen met haar werk als au pair raakte Cécile haar werkvergunning kwijt. Tony was al illegaal in Nederland en viel af en toe in voor zijn tante die schoonmaakster was. “Dat gebeurt heel veel”, zegt hij. “Mijn tante heeft heel veel adresjes, meer dan ze zelf kan doen. Dus stuurt ze familie of Filippijnse vrienden. En de bewoners hebben het nooit door, die werken altijd. Als het huis maar schoon is.” Hij schat dat zeker de helft van alle schoonmakers in Amsterdam van Filippijnse afkomst is. De meesten zijn illegaal en moeten het hebben van dit soort klusjes totdat ze zelf een netwerk hebben opgebouwd.

Vertrouwen

Ook bij Tony en Cécile duurde dat even. “Het is ook wel gek”, zegt Cécile. “Mensen geven ons de sleutels van hun huis, met al die mooie spullen erin, terwijl ze niets van ons weten.” Soms vragen ze een kopie van hun paspoort of hun adres, maar dat krijgen ze niet. “Er zijn mensen die ons dan niet meer willen, maar vaak denken ze: ‘oh ze maken ook bij mijn collega schoon, dus het zal wel goed zijn’.” Omdat ze dat vertrouwen niet willen beschamen, sturen ze zelf nooit iemand anders naar één van hun adresjes.

Al zou dat wel eens makkelijk zijn, zucht Tony. Gek worden ze van alle smsjes of ze deze week niet op maandag kunnen komen in plaats van woensdag en of ze niet ‘s middags kunnen komen in plaats van ‘s ochtends. Ze zijn afhankelijk van de grillen van hun ‘bosses’: Amsterdamse tweeverdieners met goede banen en weinig tijd. Die willen op hun wenken bediend worden en niet horen dat iets niet kan. Dus doen ze hun best te schuiven met hun schema, tot ergernis van hun andere ‘bazen’. “Nederlanders zijn gehecht aan hun vaste dagen. Als je ze die niet kunt geven, zoeken ze een ander.”

Soms gaat het goed, dan speelt de een na de ander hun nummer door aan een vriend of collega en moeten ze zelfs mensen afwijzen. “Maar dat is ook vervelend”, zegt Cécile. Dat ze regelmatig van nummer wisselen, om de instanties op afstand te houden, maakt het extra ingewikkeld. “Dan krijgen ze een familielid of Filippijnse kennis aan de lijn, die de boodschap weer aan ons moet doorgeven. Voor die mensen is dat verwarrend. En er slingeren zo steeds meer nummers van ons rond.”

Er zijn ook periodes dat het minder gaat. “Mensen vertrekken naar het buitenland en hebben ons niet meer nodig. Of ze sturen ons weg. Ze vinden het vervelend dat we alleen samen willen komen of dat we geen Nederlands spreken”, zegt Cécile. Ze denkt er wel eens over Nederlands te leren, maar met wie moet ze het dan spreken? Behalve hun bazen kennen ze geen Nederlanders.

Het liefst maken ze zich onzichtbaar. Als de bewoner toevallig thuis is als ze komen schoonmaken, komen ze liever een andere keer terug. Of ze sluipen door het huis zonder een woord te wisselen. Een Filippijnse gewoonte, denkt Cécile, je moet je werkgever niet tot last zijn. Ze spreken gebrekkig Engels maar kunnen het wel schrijven, dus gaat het contact meestal per sms en via briefjes op de keukentafel. “Dan ligt er een briefje of we naast de gewone dingen ook nog tien overhemden willen strijken en de oven willen schoonmaken”, zegt Tony, terwijl hij een kleur krijgt. “Maar er ligt geen extra geld”.

Loonsverhoging

Tien euro per uur krijgen ze meestal, al proberen ze de laatste tijd voorzichtig om loonsverhoging te vragen. “Tony wilde het niet”, zegt Cécile, “maar ik heb het doorgedrukt. Als je al vier jaar bij dezelfde mensen schoonmaakt, mag je toch op een gegeven moment wel wat meer verdienen?” Dus legden ze een briefje neer, waarin ze uitlegden dat ze moeite hadden om rond te komen en dat alles duurder was geworden. Vijftig cent extra vroegen ze per uur. Sommigen schreven een aardig briefje terug, maar de meesten legden de volgende keer gewoon weer hetzelfde bedrag neer. “Dezelfde mensen die nooit iets extra’s geven met kerstmis”, mompelt Tony voor zich uit.

Een deel van het geld dat ze verdienen, sturen ze naar hun familie. Van de rest kunnen ze net rond komen en zelfs nog wat opzij zetten. “We doen twee à drie huizen per dag, zes dagen in de week”, legt Cécile uit. “Bij sommige huizen komen we één keer in de twee weken, bij andere twee keer in de week. Ik denk dat we nu zeker zo’n twintig huizen hebben.”

Ze hebben een kamer en een eigen keukentje in het huis van een achterneef van Cécile in Westerpark. Bij mooi weer gaan ze op zondag met z’n allen naar het park om te barbecuen en een beetje te voetballen. In de buurt wonen een paar Filippijnse vrienden, in West en in de Bijlmer nog wat familie. Via via kent iedereen elkaar wel. Iedereen werkt bovendien om geld te kunnen sturen naar familie, vaak naar kinderen die ze in geen jaren hebben gezien. Dat schept een band.

Tony en Cécile willen ook graag kinderen, maar niet in Nederland. Ze werken nog even door, met desnoods wat extra adresjes, om straks voorgoed terug te gaan. “Tot we genoeg hebben om daar iets op te bouwen”, zegt Tony. “Dan hoeven we niet weer weg als we kinderen krijgen. Wij gaan het anders doen.”

De namen van Tony en Cécile zij op hun verzoek gefingeerd.

Reblog this post [with Zemanta] [5]

Wat nou wachtlijst, een sociale huurwoning koop je gewoon

Posted By Emma Boelhouwer On oktober 16, 2009 @ 18:15 In Algemeen, Onderzoek | No Comments

2080752422_e016dd43f3_mVoor een paar duizend euro fiks je zo een sociale huurwoning in Amsterdam. Geen instantie die daar op toeziet. Het zijn “boevenpraktijken”, maar pandjesbazen kunnen doen wat ze willen want de woningnood is hoog. “Het was betalen of terug naar mijn ouders.”

AMSTERDAM - Peter stond elf jaar ingeschreven op WoningNet, hij reageerde actief, maar zonder succes. Niet dat hij veeleisend was: hij zocht naar een fatsoenlijke twee kamerwoning in de Baarsjes, Bos en Lommer of Westerpark. Hij mocht welgeteld twee keer kijken, maar de huizen gingen aan zijn neus voorbij.

Peter hoefde daarom niet lang na te denken, toen hij twee jaar geleden via via hoorde dat iemand hem wel aan een sociale huurwoning van een makelaar kon helpen [zie kader 1]. Het zou Peter vierduizend euro ‘sleutelgeld’ kosten, maar dan had hij wel een woning van zeventig vierkante meter voor 450 euro per maand.

De wachttijd voor een sociale huurwoning is de laatste decennia flink opgelopen. Het aantal Amsterdammers groeit, de huishoudens worden kleiner en de doorstroming naar koopwoningen stagneert door stijgende prijzen. Voor een tweekamerwoning is de wachttijd nu gemiddeld twaalf jaar bij WoningNet, de organisatie die voor een groot aantal woningbouwcorporaties woningen toewijst. Zelfs als je bereidt bent buiten de ring te wonen, in Slotervaart of Osdorp bijvoorbeeld, dan wacht je alsnog negen tot zestien jaar.

Sociale huurwoningen in Amsterdam

In Amsterdam wordt 75 procent van de sociale huurwoningen aangeboden via de wachtlijst van woningnet. De overige 25 procent worden door huisbazen en makelaars verdeeld. Zij zijn niet verplicht tot het aanleggen van een wachtlijst. Ze mogen zelf bepalen aan wie ze de woning verhuren, zolang de huurder voldoet aan bepaalde criteria. Zijn inkomen mag bijvoorbeeld niet boven een bepaalde grens liggen en hij moet economisch gebonden zijn aan Amsterdam.

Tot een paar jaar geleden mocht Dienst Wonen van de gemeente Amsterdam de helft van de particuliere sociale huurwoningen verdelen. Martin Janssen van Dienst Wonen: “Wij koppelden een huurder aan een woning van een particulier en vertelden waar ze de sleutel op konden halen. Als een verhuurder vreemde eisen stelde, hoorden wij dat altijd.” Sinds de zogenaamde claimregeling is wegbezuinigd, mogen particulieren alle huurders zelf voordragen. Janssen: “Wij hebben er nu geen zicht meer op.”

Van de bij WoningNet ingeschreven woningzoekenden in de Stadsregio Amsterdam hebben er in 2007 84.416 eenmaal of vaker gereageerd op een woning. Ook het gemiddelde aantal reacties op vrijkomende corporatiewoningen in Amsterdam steeg van 110 in 2006 naar 139 in 2007. Dit tegenover 81.653 in 2006. Intussen nam het aantal corporatiewoningen door sloop en verkoop af van 10.514 in 2006 naar 9657 in 2007. Getallen over 2008 zijn nog niet bekend.

De lange wachttijden voor huurwoningen zorgen voor florerende illegale praktijken, van onderhuur tot onwettige bemiddelingskosten, zoals het zogenoemde sleutelgeld dat Peter betaalde. Sleutelgeld is geld dat de verhuurder aan de nieuwe huurder vraagt, voordat deze de woning mag betrekken. Sleutelgeld vragen voor een huurwoning mag niet, of het nou gaat om een woning in de vrije sector of om een sociale huurwoning.

In dat laatste geval zijn dit soort praktijken extra schrijnend. Sociale huurwoningen met lage huren, waar een huisvestigingsvergunning van de gemeente voor nodig is, zijn juist bedoeld om personen of gezinnen met een laag inkomen aan een betaalbare woning te helpen. Niet de mensen die zo even een paar duizend euro uit hun mouw kunnen schudden.

Wildgroei aan boevenpraktijken

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het vragen van sleutelgeld volgens huurrechtadvocaat Frans Panholzer de normaalste zaak van de wereld. “Er was grote woningnood en in de krant stonden advertenties waarin exorbitant hoge bedragen als sleutelgeld werden gevraagd.” In 1940 kwam er een wet die het vragen van sleutelgeld strafbaar stelde, omdat men prijsopdrijving in de schaarse oorlogsjaren niet wenselijk achtte. Vanaf 1951 werd het versoepeld: je kon er niet meer voor in de gevangenis belanden, maar openlijk adverteren in de krant liet je wel uit je hoofd. Dan had je mogelijk een civiele procedure aan je broek. “Sleutelgeld is de laatste vijf jaar weer in opkomst”, zegt Panholzer.

Ook Ron Nieuwendijk van Hoffmann Bedrijfsrecherche, ziet een toename. Het particuliere recherchebedrijf onderzocht in 2008 vijf zaken van eenzelfde soort fraude bij Nederlandse woningbouwcorporaties. De sleutelgeldfraude vindt dus niet alleen plaats bij particuliere verhuurders. “Dit jaar zijn er al vijf zaken voorbijgekomen en dat gaan er waarschijnlijk nog meer worden.” Volgens Nieuwenhuizen wordt de ‘wildgroei’ van dit soort praktijken, vooral veroorzaakt door de krapte op de woningmarkt.

Het was betalen of terug naar mijn ouders

Willem, “zwaar op zoek naar een woning” vanwege gezinsuitbreiding, noemt het boevenpraktijken. Zelf betaalde hij twee maanden geleden ook sleutelgeld aan een tussenpersoon. “Hij kwam in een auto langsrijden en ik moest instappen. Daar heb ik het geld overhandigd.” Er werd hem nog wel even op het hart gedrukt dat hij niks tegen de makelaar mocht zeggen over de achtduizend euro die hij had betaald. “Ik weet vrij zeker dat de makelaar er niet van op de hoogte was. Het geld is verdeeld tussen de stroman en een werknemer op het makelaarskantoor.”

Studente Maria kreeg haar sleutelgeld niet gepresenteerd als omkoopgeld, maar als opknapgeld. De huurwoning waar ze vier jaar geleden 3500 euro voor betaalde, verkeerde in een onbewoonbare staat. Het makelaarskantoor kon de opknapkosten zelf zogenaamd niet betalen en zou het sleutelgeld voor de verbouwing gebruiken. “Ik moest uit mijn andere huis. Het was betalen of terug naar mijn ouders.”

Voor het betaalde sleutelgeld kregen Peter, Willem en Maria natuurlijk geen kwitantie. “In het ideale geval dat de huurder het zwart op wit zou hebben, kan hij via een civiele procedure het bedrag terugvorderen”, zegt advocaat Panholzer. Volgens hem wordt er door gebrek aan bewijs nauwelijks geprocedeerd.

Topje van de IJsberg

Zo komt de verhuurder er mee weg. “Mensen die eenmaal in hun woning zitten, denken er niet meer over om het betalen van sleutelgeld te melden”, zegt Ramón Donicie van het Meldpunt Ongewenst Verhuurgedrag. En als mensen het niet melden, ontrekt het probleem zich aan onze waarneming, aldus Pim de Ruiter van Dienst Wonen. De gemeente krijgt geen signalen en houdt zich er daarom niet mee bezig. De Ruiter: “Het is iets tussen privépersonen.”

We wisten natuurlijk dat we iets illegaals deden

Geen enkele instantie durft het aan een schatting te geven hoe vaak er om sleutelgeld wordt gevraagd. Zowel bij het Meldpunt Ongewenst Verhuurgedrag als bij de Woonbond komt ongeveer eens per maand een klacht binnen. “Maar dat is vermoedelijk het topje van de ijsberg”, zegt Donicie van het Meldpunt.

Studente Kiki betaalde samen met haar huisgenootje Katja in 2005 vijftienduizend euro voor een woning van dertig vierkante meter met een huur van 250 euro. En nee, ze hebben er niet over nagedacht dat ergens te melden. “We wisten natuurlijk dat we iets illegaals deden”, zegt Kiki. De vader van Katja had een advertentie in de krant zien staan: iemand bood een officiële woning aan. Toen hij belde kwam de aap uit de mouw. Een stroman kon hen aan een kleine woning helpen met contract, maar dan moesten ze daar wel geld voor over hebben.

De regeling was zo: een deel van de vijftienduizend euro zouden ze terugkrijgen als ze weer verhuisden, maar elk jaar zou de stroman wat rente van het bedrag afnemen. Toen Katja en Kiki vier jaar later verhuisden was de vogel gevlogen. Het telefoonnummer bestond niet meer. Drie jaar lang was hij bereikbaar geweest. De meiden hadden zelfs nog vrienden aan een woning geholpen en dan kregen ze een paar honderd euro in een envelopje toegestopt.

Er zijn genoeg woningzoekenden bereid om sleutelgeld te betalen, weten Peter en Willem. Als ze aan vrienden vertellen hoe ze aan de woning komen, krijgen ze vaak de vraag of ze het nummer mogen hebben. Peter: “Zo werkt dat bij mijn contactpersoon niet. Hij zei dat hij zelf al genoeg mensen kent.”

De macht van de huisbaas

Dat geeft huisbazen, contactpersonen of makelaars de macht. “Als de een niet wil, zijn er genoeg die wel willen”, zegt Gerard Oosterwijk, voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Het probleem zou opgelost zijn zodra er genoeg woningen beschikbaar zijn. De overheid zou die verantwoordelijkheid moeten nemen, vindt Oosterwijk. “Maar studenten en huurders kunnen zelf ook verantwoordelijkheid nemen door voor een te hoge huur, bemiddelingskosten of borg naar een huurcommissie te gaan.”

Veel mensen vinden het moeilijk om met voorbedachten rade een woning te accepteren en om vervolgens na een maand naar de huurcommissie te stappen, aldus Oosterwijk. “Toch is dat de enige oplossing. Maar dan wel collectief, zodat de huisjesmelkers eraan gewend raken en weten wat ze kunnen verwachten als ze de regels overtreden.”

De huurcommissie doet echter geen uitspraken over sleutelgeld. Dat gaat via de rechter, mits er voldoende bewijs is. “De huurder moet zelf mans genoeg zijn om een kwitantie te vragen”, zegt Hans Roseboom van de Woonbond. Volgens hem zijn er genoeg huisbazen die dat gewoon geven of het prima vinden als je het geld via de giro betaalt en dat telt ook als bewijs.

Mocht dat niet lukken dan heeft advocaat Panholzer nog een tip: “Neem het gesprek op als je het sleutelgeld gaat overhandigen. Vroeger verraadde je jezelf door de klik van het opnameapparaatje als het bandje afliep. Tegenwoordig heeft iedereen een MP3-speler.”

De namen van de geïnterviewden zijn op hun verzoek gefingeerd.

Reblog this post [with Zemanta] [6]


Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl

URL to article: http://napnieuws.nl/2009/10/16/wat-nou-wachtlijst-een-sociale-huurwoning-koop-je-gewoon/

URLs in this post:

[1] Image: http://www.flickr.com/photos/98533068@N00/845748854

[2] Ecodaken: http://www.ecodaken.nl/

[3] Netwerk Groene Daken : http://www.dro.amsterdam.nl/over_dro/wat_doen_wij/groen_recreatie/groene_daken/netwerk_groene_daken

[4] Image: http://www.flickr.com/photos/38891731@N00/2122677113

[5] Image: http://reblog.zemanta.com/zemified/10da9e7f-efaa-47b8-92d0-c2d479083464/

[6] Image: http://reblog.zemanta.com/zemified/7f600023-7df9-40fd-8daf-bd8e21b0ae23/

Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.