- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -
Theodor Holman: scherp, maar verbitterd
Posted By Frank Beijen On oktober 23, 2009 @ 17:11 In Algemeen | No Comments
In november is het vijf jaar geleden dat Theo van Gogh werd vermoord. De toon die ‘weduwe’ Theodor Holman (56) sindsdien aanslaat, jaagt menigeen op de kast. Een profiel van een verbitterd talent met sociaal onhandige trekjes.
AMSTERDAM - Theodor Holman werd na de moord op Van Gogh, op 2 november vijf jaar geleden, landelijk bekend als aanvoerder van het clubje ‘vrienden van Theo’. Schertsend werd hij door critici ook wel de ‘weduwe van Theo’ genoemd. Holman was altijd al bekend als provocateur, maar doet daar sinds de moord op Van Gogh een schepje bovenop.
Het zorgde dit voorjaar voor een knallende ruzie bij Het Parool. Holman reageerde in zijn dagelijkse column op een plan van de Amsterdamse wethouder Asscher om huwelijken tussen neven en nichten te verbieden.
‘Laat ze rustig fukkie-fukkie doen met broers en zusters, neven en nichten’, schreef Holman. ‘”Ze” – jouw en mijn vijanden – willen dat zelf heel graag. Laat ze. Ze krijgen verzwakte kinderen die zelf nog zwakker nageslacht voortbrengen.”
Na de column kwam een storm aan publiciteit op gang. Prem Radhakishun schreef in zijn column in dezelfde krant dat Holman een racist is, Holman vroeg op hoge toon om excuses en hoofdredacteur Barbara van Beukering moest alle zeilen bijzetten om Radhakishun, die eigenlijk wilde opstappen, als columnist te behouden. Voor columnist, scenarist en radiopresentator Theodor Holman is provoceren een levenshouding.
Doet hij dat puur om de aandacht te trekken, of wil hij op die manier werkelijk iets te veranderen aan de maatschappij?
Holman heeft zich in elk geval niet altijd druk gemaakt over de multiculturele samenleving, zegt Sytze van der Zee, tussen 1988 en 1996 hoofdredacteur bij Het Parool. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig publiceerde de Amsterdamse krant een serie artikelen over migratie en integratie. ‘Er lag een heel sterk taboe op het onderwerp’, zegt Van der Zee. ‘In Nederland was elk rapport dat iets met het onderwerp geheim, terwijl in Amerika alle mogelijke cijfers over verschillen tussen bevolkingsgroepen naar buiten kwamen. Holman had alle gelegenheid om artikelen te schrijven over dit onderwerp, maar hij schreef liever stukken over zijn familie.’
Lol maken
‘Hij kwam net tekort om de rol van Carmiggelt over te nemen, maar hij is wel zeer talentvol’, vervolgt Van der Zee. ‘Van dat talent heb ik ook misbruik gemaakt. Als er om kwart voor elf ’s avonds nog een gat in de krant zat, vroeg ik of hij nog een idee had voor een column. “Ja hoor”, riep hij, en een uur later was het stuk af.’
Lol maken vond Holman belangrijker dan het serieus uitdiepen van een onderwerp, zegt Van der Zee. ‘Hij had niet het doorzettingsvermogen om iets echt uit te zoeken, zoals een journalist. Dat is ook de reden waarom hij nooit een echt grote schrijver of columnist is geworden. Alles moest bij hem altijd maar leuk, leuk, leuk. Elke keer als hij op de redactie was, liep hij alleen maar grappen te maken. Al dat spektakel leidde zo af, dat ik hem op een gegeven moment heb verboden om op de redactie te komen. ’
Tafelkleed
Ook toen hij als twintiger dichtbundeltjes uitbracht en in de redactie van studententijdschrift Propria Cures zat, waren humor en spektakel belangrijk voor Holman. Op een literaire avond gaf hij zich uit voor een dichter uit Peru, die zijn gedichten over over de cocaplant voordroeg. ‘Hij had een tafelkleed om en las prachtig voor’, zegt toenmalig Propria-Cures-collega Vic van de Reijt, tegenwoordig Holmans uitgever.
‘Iedereen tuinde erin. Simon Vinkenhoog omhelsde hem zelfs.’
Voor Holman was de letterkunde een groot feest, zegt Van de Reijt. ‘In die drie jaar bij Propria Cures heeft hij de complete Nederlandse literatuur beledigd.’ Een van de hoogtepunten was de manier waarop hij Jaap Goedegebuure te grazen nam. Holman beschreef drie nummers lang een poging om een artikel van de literair criticus te lezen. Hoe hard hij het ook probeert, hij komt niet door het artikel heen, en uiteindelijk gaf hij de poging op. ‘Maar op een feestje stapte Theodor gewoon op Goedegebuure af en geeft hem een hand. Theodor ziet de polemiek op papier los van persoonlijke verhoudingen, maar veel figuren in de literatuur hebben er moeite mee. Ze kregen toch een hekel aan hem.’
Theodor Holman gedijde goed bij Propria Cures, waar hij ongeremd satire kon bedrijven. Hij bleef er drie jaar hangen, veel langer dan andere redacteuren. Toen hij in 1982 afscheid nam, omschreef de redactie hem als een kickbokser, die wild om zich heen trapt, ´zijn slachtoffers rakend op hun zwakste plekken, met een lichte voorkeur voor het gebied onder de gordel. Maar hoe hij ook schopte, het bleef altijd een vrolijk gezicht.’
Gebrouilleerd
In afscheidsartikel staat ook dat Holman altijd ‘ja’ zei, als zijn collega’s hem vroegen of hij een klusje had gedaan. ‘Ook al was in deze gevallen het antwoord ‘nee’ eigenlijk dichter bij de waarheid, je moest daarom nog niet denken dat Theo je belazerde.’
Doordat Holman een moeizame relatie met de waarheid heeft, is hij al negen jaar gebrouilleerd met zijn oudere broer Pieter, tot voor kort directeur van de Tweede Daltonschool in Amsterdam-Zuid. Beide hebben veel gemeenschappelijke kennissen. ‘Dat mensen denken dat het op mij slaat als Theodor iets schreef over zijn broer, daar raakte ik wel aan gewend’, zegt Pieter Holman. ‘Het is veel vervelender dat hij vaak aan anderen vertelde dat ik iets op mijn geweten had, terwijl hij het juist zelf had gedaan. Dan kreeg ik via-via weer te horen wat voor rotstreek ik nu weer had uitgehaald, terwijl hij het zelf was.’
Theodor en Pieter Holman spreken elkaar niet sinds de dood van hun moeder, bijna tien jaar geleden. Pieter: ‘Ik heb na haar dood alles samen met mijn zuster geregeld. Ik zette alle bezittingen in schema’s en stuurde dat door over de mail, om Theodor zo te laten meebeslissen. ‘Hij liet niets van zich horen. Toen hij daarna ons ouderlijk huis heeft over gekocht, lieten we allerlei spullen voor hem achter, zoals een wasmachine en een koelkast. Maar tegen anderen beweerde hij dat hij in een totaal onttakeld huis was terechtgekomen.’
Been van Theo van Gogh
Volgens Pieter Holman maakt Theodor de waarheid spectaculairder dan ze is. ‘In een interview heeft hij gezegd dat onze moeder op elke Koninginnedag een bosje bloemen zette onder een portret van de koningin. Dat portret heeft er niet gehangen, dus daar kan ze ook geen bloemen onder hebben gezet.’ Een veel sterker verhaal hing Holman op in een uitzending van Barend & Van Dorp vlak na de moord op Van Gogh. Pieter Holman: ‘Hij beweerde dat het been van het lijk van Theo van Gogh was gehaald.’ Als schooldirecteur heeft Pieter Holman zich veel verdiept in hoogbegaafde kinderen. ‘Theodor voldoet helemaal aan het patroon. Dat is ook bevestigd door de psychiater die hem afkeurde voor militaire dienst. Hij is zeer getalenteerd, maar sociaal is hij armoedig.’
Theodors omgang met zijn moeder die op sterven lag was het grootste dieptepunt in zijn gedrag, vindt zijn broer. Omdat het haar van hun moeder was uitgevallen na de bestralingen, wilde ze dat de kleinkinderen haar niet meer konden zien. Holman heeft toen alsnog zijn dochter naar haar meegenomen. Bovendien maakte hij een foto van haar, die hij groot afdrukte bij een artikel over haar in de krant.
Zuster Marja Holman zegt sinds een jaar of vier weer contact te hebben met haar jongste broer. Pieter Holman nodigt zijn broer wel uit voor feestjes, maar tot een gesprek komt het nooit. ‘Ik wil het contact graag herstellen, maar niet voordat we eerst een paar dingen hebben uitsproken. Via andere familieleden begrijp ik dat Theodor me ook weer wil zien, maar dan moet ik net doen alsof de dingen in het verleden niet gebeurd zijn. Dat is heel naar, maar misschien dat het binnenkort lukt.’
Gelukkigste periode
Theodor Holman heeft zich altijd sterk geïdentificeerd met de wereldjes waarin hij op dat moment zat, volgens uitgever Van de Reijt. ‘Zoals iedereen heeft Theodor behoefte aan een familie. Nadat hij zich heeft losgemaakt van zijn burgerlijke ouders, heeft hij een nieuwe familie gevonden in de literatuur. Hij bewonderde mensen als Komrij, Wilmink en Gerard en Karel van het Reve, en zij zagen zijn grote talent. Door al zijn provocaties raakte hij in dat wereldje nooit helemaal geaccepteerd. Toen vond hij een nieuwe familie bij Theo van Gogh, die hem bewonderde omdat hij verschrikkelijk goed is in het schrijven van dialogen. Dat was zijn gelukkigste periode, bij Van Goghs filmmaatschappij Column Producties. Net als bij Propria Cures was het: zij tegen de rest van de wereld. Verschrikkelijk veel schrijven, verschrikkelijk veel lachen. En nu is hij verdomme weer zijn familie kwijt.’
Filmproducent Gijs van de Westelaken werkte met Holman en Van Gogh samen aan de films Interview en Cool! en de serie Medea. Een remake van Interview met Steve Buscemi en Sienna Miller oogstte veel lof. Volgens Van de Westelaken, oud-redacteur van de Haagse Post, lagen de drie elkaar zo goed vanwege hun gedeelde maatschappelijke interesse. ‘We keken naar de samenleving met een journalistieke blik. We waren het vaak niet met elkaar eens, dus sloegen we aan het discussiëren over wat er in de kranten stond.’ Onder invloed van Van Gogh kreeg Holman een zekere bewondering voor Pim Fortuyn. Holman verlegde het onderwerp van zijn columns steeds meer naar de problemen in de multiculturele samenleving, de achtergrond waartegen de films zich afspeelden.
Nieuwe dichtbundel
Na de moord op Van Gogh werd de toon in de columns van Holman harder. Van de Reijt: ‘Theodor was zó godvergeten kwaad. Dat is hij tot de dag van vandaag gebleven. De vrolijke ironie waarmee hij ten strijde trok in de literatuur heeft plaatsgemaakt voor een soort bitterheid. Iedereen van wie je zou kunnen beweren dat die het moslimextremisme goedpraat, geeft hij de volle laag.’
Holmans onlangs verschenen dichtbundel Theo, Theo – een vriendschap in sonetten biedt wat tegenwicht aan de scherpe uithalen in zijn dagelijkse columns.
Dat de invloed van Van Gogh nog niet is uitgewerkt op Theodor Holman, blijkt uit de onderwerpskeuze voor zijn bundel. Holman is het nog lang niet zat om over zijn dode vriend Van Gogh te schrijven. Het valt alleen te betwijfelen of het publiek daar nog behoefte aan heeft. Dat boekhandels tot nu toe niet meer dan tweehonderd stuks hebben afgenomen, is geen verrassing voor Van de Westelaken. ‘Ik ben eerlijk tegen Theodor geweest. Ik zei dat poëzie altijd slecht verkoopt. Bovendien gaat het weer over Theo van Gogh en is het boek geschreven door Holman, die gewend is aan matige boekverkoop. Een groot verkoopsucces kan het niet worden.’
Toen Theodor Holman moslims de volle laag gaf in zijn beruchte fukkie-fukkie-column, hield Van de Westelaken zijn hart vast. ‘Ik dacht: daar gaat iedereen aanstoot aan nemen. En dat gebeurde ook.’ Collega-columnist Max Pam van Het Parool verheugde zich bij het lezen al op de boze reacties die hoe dan ook los zouden komen. ‘Het is juist goed als lezers het niet met een column eens zijn, want dan gaan ze hem lezen’, zegt Pam.
‘Aan een onnozele onbenul als Prem is dat niet besteed. Ik vind een column interessant als er een afwijkend geluid in zit. Anders kun je je net zo goed meteen aansluitend bij de PvdA.’
Max Pam: knorrige stokebrand
Posted By Jonathan Witteman On oktober 23, 2009 @ 17:10 In Profiel | No Comments
Columnist Max Pam is scherp en giftig. Hij maakt snel vijanden en zelfs met vrienden is hij “periodiek gebrouilleerd”.
AMSTERDAM – Het tv-programma ‘Buitenhof’, een zondagmiddag in september. De camera zoomt langzaam in op het gezicht van Max Pam, dat altijd wat vies vertrokken is, alsof hij het gif letterlijk opspaart in zijn mond. Onzeker turen zijn ogen achter de bril naar de autocue. Het slepende been, een overblijfsel van de beroerte die hem trof in 2001, staat veilig achter de katheder.
Het thema van zijn column is het Koningshuis. Met beheerste spot veegt Pam de vloer aan met het “theekransje” dat kroonprins Willem-Alexander en Maxima met het echtpaar Obama hadden om het historische feit luister bij te zetten dat het precies 400 jaar geleden was dat de Nederlanders voor het eerst voet aan wal zetten op het eiland Manna-hatta.
“Hoewel Obama en Willem-Alexander van dezelfde generatie zijn, zijn zij staatsrechterlijk elkaars tegenpolen”, zegt hij. “De een is democratisch gekozen, de ander wordt door overerving benoemd. De een heeft een mandaat van het volk, de ander moet – hoewel de veertig gepasseerd – wachten tot zijn moeder het goed vindt dat hij de troon bestijgt.”
Als de camera zover is ingezoomd dat je bijna de poriën in zijn gezicht kunt zien, volgt de sarcastische finale. Met gebalde vuisten zegt Pam, lid van het Republikeins Genootschap: “En voor de rest: leve de Koningin! Leve New York! Hoera, hoera, hoera!”
Max Pam – columnist, stokebrand, homo ironicus en één à twee zondagmiddagen in de maand ook de nar in de huiskamers van enkele honderdduizenden Buitenhof-kijkers. Hij schrijft voor Het Parool, de Volkskrant en Binnenlands Bestuur, heeft een vaste column op de radio en schreef verscheidene boeken, waaronder de sleutelroman ‘De Herenclub’ (1997) en ‘Het ravijn’ (2004), het autobiografische relaas over zijn beroerte.
Pam (1946) werd geboren in Amsterdam als zoon van Parool-journalist Leo Pam. Als tiener wilde hij wereldkampioen schaken worden, nadat hij in een wedstrijd simultaanschaken de grootmeester Jan-Hein Donner had verslagen. Van die ambitie kwam niets terecht, maar Pam zou later talloze columns en boeken over schaken schrijven.
Pam doorliep de School voor Journalistiek en werkt sinds het begin van de jaren zeventig als freelancer voor verscheidene media. Samen met filmmaker Jan Bosdriesz maakte Pam documentaires over W.F. Hermans en Wim T. Schippers. Ook werkte hij mee aan verschillende televisieprogramma’s, waaronder de serie ‘De Woestijn Leeft’ over architectuur en de satirische televisieserie ‘De bovenwereld’, waarvoor hij samenwerkte met Jeroen Henneman en Theo van Gogh.
De gaskamers van Sobibor
De komende tijd doet Pam voor de Volkskrant verslag van het laatste grote Holocaust-proces, tegen John Demjanjuk, de “Beul van Sobibor”. De zaak “43-09” noemt Pam het, met een knipoog naar het Eichmann-proces, waarover Harry Mulisch bijna een halve eeuw geleden zijn reportagecyclus ‘De Zaak 40/61’ schreef.
Cynisch genoeg, zo schreef Max Pam, eindigde de man die zo graag gecremeerd wilde worden uiteindelijk in de ovens van de nazi’s
Maar zijn verslag zal evenzeer een eerbetoon zijn aan Pams grootvader Mozes. Mozes Pam verruilde als jongeling het jodendom voor het socialisme en was later een van de oprichters van de Arbeiders Vereniging voor Lijkverbranding. Cynisch genoeg, zo schreef Max Pam, eindigde de man die zo graag gecremeerd wilde worden uiteindelijk in de ovens van de nazi’s.
Dat was begin 1943, in het vernietigingskamp Sobibor, waar ene Ivan Nikolajevitsj Demjanuk kampbewaarder was. Ook twee andere familieleden, Simon Pam en Henriëtte Cosman-Pam, werden vermoord in de gaskamers van Sobibor.
Komende maand staat de inmiddels 89-jarige Demjanjuk terecht in München. De aanklacht: medeplichtigheid aan de moord op ten minste 29 duizend Sobibor-gevangenen.
“Het levenspad van John Demjanjuk is geplaveid met lijken”, schreef Max Pam in zijn eerste bijdrage over het proces, begin deze maand. “Voor veel van die lijken kan hij niet verantwoordelijk worden gehouden, maar op de ‘verwerking’ van grote aantallen zag hij toe. En niet alleen zag hij erop toe, hij nam er actief aan deel, als een radertje in de vernietigingsmachine. Dat althans, zal hem in het Laatste Grote Proces worden verweten. Zelf ziet hij het anders: hij is het slachtoffer.”
Te lui om Oblomov te lezen
Op zijn beste momenten laat de stijl van Max Pam zich samenvatten als een kruising tussen Karel van het Reve en W.F. Hermans. Pam combineert de pesterige, onderkoelde humor van de eerste met het gif van de laatste. Met allebei heeft hij een enorme eruditie en productiviteit gemeen.
Maar Pam was niet altijd zo productief. ‘Nog te lui om Oblomov te lezen.’ Zo werd de jonge Pam getypeerd door de journalist Martin van Amerongen. Oblomov, de aartsluie protagonist uit Gontsjarovs gelijknamige roman, doet er alleen al 150 pagina’s over om uit bed te komen. Pam refereert graag aan dat citaat. Van zijn bed, zo schreef hij later, “liep ’s middags na vieren een rechte lijn naar het schaakcafé. ’s Nachts na enen liep die lijn weer terug.”
Zijn vrienden vinden het maar koketterie. “Dat gedoe over luiheid was opschepperij”, zegt schrijver en jeugdvriend Tim Krabbé. “Max is een workaholic.”
Ook collega-columnist en vriend Theodor Holman kent Pam als een noeste werker en een wedijveraar. “Hij is iemand die ervan houdt om voortdurend in competitie te zijn met iedereen. Hij vergelijkt graag mensen met elkaar, of zichzelf met andere mensen: wie is de beste schrijver, wie de beste interviewer. We willen natuurlijk allemaal de beste zijn, maar bij hem is het opvallend. Zijn hersenbloeding heeft hem misschien nog wel competitiever gemaakt.”
Geduchte vijand
Vele vetes vocht Pam uit. Berucht is de rel eind jaren tachtig met Parool-recensent Bob Polak, die het had gewaagd een boek van Pam te kraken. Polak was in 1987 door de toenmalige kunstredacteur Matthijs van Nieuwkerk binnengehaald om “lawaai te maken”. Zijn recensies waren “gooi- en smijtwerk”, zegt Polak: als een boek eenmaal in zijn recensie figureerde, dan wist je dat er gehakt van zou worden gemaakt.
Een kleine Pam-bloemlezing:
“Neerlands aantrekkelijkste banketbakster van spirituele lariekoek.”
(Over schrijfster Susan Smit)
“Een van de grootste warhoofden die in het culturele wereldje rondloopt. Elke maandag schrijft hij in de Volkskrant een stukje waaraan geen touw is vast te knopen, omdat hij zichzelf daarin tenminste vier keer tegenspreekt.”
(Over auteur Kader Abdollah)
“Ik ken Remco Campert naast al het andere ook als een onaangenaam en kwaadaardig mens, wat hij vooral was in de tijd dat zijn vrouw bij hem was weggelopen en hij nog veel dronk. God, wat kon die man drinken! Ik heb huilende vrouwen gezien die door de smadelijke toorn van Remco voor eeuwig waren getroffen.”
(Als reactie op een column van Campert over de moord op Theo van Gogh, waarin de dichter betwijfelde of het wel terecht was om Van Gogh als held van het vrije woord de geschiedenis in te laten gaan.)
Op verzoek van Van Nieuwkerk schreef Polak onder het pseudoniem Felix de Vree. “Al snel zoemde het in de grachtengordel: wie is dat toch, die De Vree?”, kijkt Polak terug. Hij had niet kunnen bevroeden dat een vernietigende recensie van Pams nieuwste columnbundel de dood van Felix de Vree zou inluiden.
Polak: “Pam ging door het lint om die recensie. Hij was toen geen medewerker van het Parool, maar wist door te dringen tot de financiële administratie en kwam er via via achter aan wie de honoraria werden uitgekeerd, en dus achter mijn identiteit. Pam had destijds een column op de achterpagina van het NRC. Daarin heeft hij toen mijn identiteit onthuld en verkondigd hoe schandelijk die recensie van mij wel niet was.”
De dagen van Felix de Vree waren geteld. Polak moest voortaan onder zijn eigen naam schrijven. Tussen hem en Pam is het nooit meer goedgekomen. “Het is een enorme opportunist, een gladjanus”, zegt Polak. “Die reactie op mijn recensie was ontluisterend, daarmee is hij keihard door de mand gevallen.”
Een vriendschap is bij Pam nooit een kabbelend beekje
Ook vrienden omschrijven Pam, behalve als aimabel en attent, als een ijdele en sikkeneurige man met een handleiding. Een vriendschap is bij Pam nooit een kabbelend beekje. Met veel intimi is hij naar eigen zeggen “periodiek gebrouilleerd”. Zo onderhouden Tim Krabbé en Max Pam al jarenlang een knipperlichtrelatie. “Het is ook vaak uit geweest”, zegt Krabbé. “We zien onszelf als een stel dat al 40 jaar verloofd is.”
“Max Pam is een warme, gecompliceerde vriend”, vat Jeroen Henneman samen. “Hij is koppig. Als er eenmaal een denkbeeld in zijn hoofd zit, dan is het heel moeilijk om dat te veranderen.”
Boek over Theo van Gogh
Max Pam is tot nu toe een meester op de korte baan. Blijft hij dat? Henneman: “Max wil al jaren een groot boek over Theo van Gogh schrijven, maar de ex van Theo werkt tegen en geeft hem geen toegang tot zijn archief. Nu zijn zoon Lieuwe dit jaar meerderjarig wordt, krijgt hij dat wel.” Het wordt tijd voor iets groters, vindt Henneman. “Nu sukkelt hij maar van het ene boek naar het andere.”
Tussen Max Pam en de moord op Theo van Gogh loopt een directe lijn, zegt Joost Zwagerman. Pam zelf ziet niets in dit macabere, bijna mystieke verband, dat zo uit een roman van Harry Mulisch had kunnen komen. Maar de feiten liegen er niet om: als Max Pam in 2001 geen hersenbloeding had gekregen, dan had Theo van Gogh misschien nog geleefd.
Ayaan Hirsi Ali was in 2004 gepolst voor het programma Zomergasten. Ze had nee gezegd, maar bij de presentatie van Max Pams boek ‘Het Ravijn’ – dat Pam schreef over de hersenbloeding die hem in 2001 had getroffen – kwam Zwagerman per toeval de filosoof Herman Philipse tegen, de toenmalige geliefde van Hirsi Ali.
Zwagerman: “Voor de vuist weg zei ik tegen Philipse: wat jammer toch dat Ayaan niet wil, waarop hij antwoordde: maar daar weet ik helemaal niets van, wat zou dat fantastisch zijn als zij Zomergast zou worden.”
Philipse wist Hirsi Ali over te halen om toch aan het programma mee te doen en de rest is geschiedenis: speciaal voor Zomergasten maakte Hirsi Ali ‘Submission’, de film die Theo van Gogh op 2 november 2004 fataal zou worden.
Zwagerman: “Dan trek je de de Mulischiaanse conclusie: op het moment dat Max Pam in 2001 neerzeeg, was het lot van zijn vriend Theo van Gogh al bezegeld. Ik heb dit aan Harry Mulisch verteld en die vond het een bloedstollend verhaal. Maar Pam, de rationalist, reageert daar heel knorrig op, die vindt het maar kul en aanstellerig.”
Denktank: zinvol of elitair gedoe?
Posted By Anna van den Breemer On oktober 9, 2009 @ 17:32 In Achtergrond | No Comments
[1]Succesvolle bewoners moeten de sociale samenhang in hun stadsdeel verbeteren. In drie jaar tijd zijn in zeven stadsdelen ‘denktanks sociale cohesie’ opgezet. Een elitair project of zinnige bijdrage om yuppen te betrekken bij hun wijk?
Een succesvol medisch specialist, een scenarioschrijfster en een bekende nieuwslezer op televisie. Het zijn Amsterdammers die iedere morgen op de fiets of in de auto stappen om elders interessante dingen te gaan doen. Als elite bemoeien ze zich weinig met de buurt en de problemen daar. Ze zijn te druk met de carrière en op een van de bestaande wijkbijeenkomsten willen ze nog niet dood gevonden worden. En dat terwijl ze wél de netwerken hebben om succesvolle initiatieven op te zetten.
Die kracht wilde voormalig ambtenaar Mercedes Zandwijken (53) benutten. Ze bedacht het concept van de ‘denktanks sociale cohesie’, waarin succesvolle burgers zich inzetten voor hun wijk. Op 2 november is het precies vijf jaar geleden dat het idee voor de denktanks ontstond. Theo van Gogh werd vermoord, recht tegenover het stadsdeelkantoor in Oost/Watergraafsmeer waar Mercedes Zandwijken werkte. De spanning tussen de verschillende bewonersgroepen was daarna voelbaar, vertelt ze. “De moord vormde een bedreiging voor de sociale samenhang. Er moest iets gebeuren.” Waarom zou de elite niet een keer de handen niet uit de mouwen kunnen steken?
Waarom zou de elite niet een keer de handen niet uit de mouwen kunnen steken?
In 2006 werd de eerste denktank opgericht. Inmiddels zijn er in zeven stadsdelen denktanks actief. Ze tellen gemiddeld negen leden die in principe voor een jaar actief zijn. Mensen als RTL-nieuwslezer Rick Nieman, schrijver en theatermaker Ibrahim Selman en directeur eigenaar van Amstel Botel BV Sandra Chedi.
Een frisse wind
De meeste denktankleden hebben zich nooit eerder actief met hun stadsdeel bemoeid. “Een frisse wind is precies wat de wijk nodig heeft”, vindt Zandwijken. Volgens haar brengt de bestaande structuur van actieve organisaties soms weinig teweeg. De bewonersorganisaties bestaan vooral uit oude ontevreden burgers die altijd iets te klagen hebben. “Over een scheve lantaarnpaal, bijvoorbeeld. Ook de welzijnsorganisaties waren lange tijd ingedut. Er vindt weinig vernieuwing plaats.”
En dat kunnen de denktankleden wél brengen: een nieuwe kijk en originele ideeën. Juist omdat ze iedere morgen naar hun werk gaan, veel mensen kennen en niet alle bewonersvergaderingen afstruinen. Maar kan een groepje bewoners zonder kennis van wat er speelt in het stadsdeel en zonder goed contact met verschillende bewonersgroepen wel iets betekenen?
“Ja”, zegt Zandwijken. “Ze zijn ambitieuzer en meer analytisch ingesteld.” Als voorbeeld van de daadkracht van de denktankleden noemt Zandwijken de netwerkbijeenkomst voor zelfstandige buurtondernemers in de Rai. “Gratis en met 3-gangen diner. De Rai had nog nooit wat voor de bewoners gedaan dus dan stappen we daar gewoon op af.” Ook zijn de denktankleden beter in staat om een wethouder te overtuigen. De overheid neemt hen serieuzer en dus krijgen ze meer gedaan, vertelt Zandwijken. “Het is misschien niet leuk, maar het is wel de realiteit.”
Denktank voorzitter Renske van Bronswijk, docent communicatie aan de UvA en voorzitter van de denktank Zuideramstel, besloot om lid te worden uit ergernis over haar eigen leefomgeving. “Zuideramstel heeft een rare combinatie van groeperingen; oude mensen, alleenstaanden en een Joodse en Japanse gemeenschap die erg op zichzelf is. Mensen leven langs elkaar heen.” Ze zocht een manier om iets bij te dragen, maar had geen zin ‘om foldertjes uit te delen’. “Ik ben een denker, geen doener. Dit past bij mij.”
Elitair gebeuren
Het nieuwe initiatief stuitte in het begin op veel weerstand. Partijen die al actief waren in het stadsdeel en bewoners waren niet blij met de plotselinge bemoeienis. De denktanks werden door hen als elitair bestempeld. “De yuppiecultuur staat op gespannen voet met inzet voor de buurt”, zegt Ruben Gowricharn, hoogleraar sociale cohesie aan de Universiteit van Tilburg. De gevestigde en geslaagde mensen hebben doorgaans niet veel met de achterban te maken. Soms distantiëren ze zich van de buurt, er is duidelijk een tweedeling in de gemeenschap ontstaan. Het kost tijd om je in je eigen buurt te verdiepen en die tijd heeft of neemt de elite vaak niet.”
De weerstand kwam niet geheel onverwacht. “Het was natuurlijk ook onorthodox”, zegt Zandwijken. Volgens haar ligt dat deels aan de ‘zesjes cultuur’ die in Nederland heerst. “Je moet vooral niet je hoofd boven het maaiveld uitsteken.” Daar moeten we echt vanaf, vindt ze. “Ik had ook een vrachtwagenchauffeur kunnen benaderen. Die had misschien ritjes in vrachtwagens voor de kinderen uit de buurt kunnen aanbieden. Maar dan hadden we toch ook toestemming van de directeur moeten hebben.”
Ik had ook een vrachtwagenchauffeur kunnen benaderen. Die had misschien ritjes in vrachtwagens voor de kinderen uit de buurt kunnen aanbieden.
“Elite heb je nodig”, zegt ook hoogleraar Gowricharn. “Als je mensen vindt die de kar willen trekken is dat heel goed. Ik ben bang dat die alleen doorgaans dun gezaaid zijn.” Gowricharn snapt de kritiek dat de denktanks elitair zijn vanuit een ideologisch oogpunt wel. “Maar vanuit praktisch oogpunt is de elite gewoon nodig.”
Denktanklid Van Bronswijk had eerst zelf ook haar vraagtekens bij de denktanks. “Mensen met kennis die even denken te bepalen hoe het moet, dat is niets voor mij.” Maar in de praktijk is het anders. “Niemand van ons heeft een ‘we gaan het even oplossen’ houding.” Van Bronswijk probeert het de mensen keer op keer duidelijk te maken. “Hoe oneerlijk het ook is, in de praktijk werkt het nou eenmaal zo: een netwerk opent deuren. Dat moet je praktisch uitbuiten, vindt. Na die uitleg gaat er bij veel bewoners wel een lichtje branden.
Van Bronswijk: “De selectie van succesvolle bewoners om hun netwerk mag dan topdown zijn, en dus de stempel van elitair krijgen, maar zodra de denktank aan de slag gaat is het bottom up.” De methode is toch vooral met bewoners praten en dingen bespreken.
Bedreiging andere organisaties
Toch lijkt dat overleg niet in alle zeven stadsdelen plaats te vinden. Een blijvend punt van kritiek op de denktanks is de samenwerking tussen de denktanks en de welzijnsorganisaties en migrantenorganisaties die al jarenlang actief zijn in het stadsdeel. Ahmed El Mesri, voorzitter van migrantenorganisatie Assadaaka die in verschillende stadsdelen actief is, is teleurgesteld in hoe moeilijk de denktankleden te benaderen zijn. “We willen informatie met hun uitwisselen, maar de leden zijn moeilijk te bereiken.” Hij herinnert zich de installatie van de nieuwe denktank in Zeeburg een paar maanden terug. “We stonden voor aap. We wilden met hun in gesprek gaan, maar er was geen oog voor ons.”
Die samenwerking moet we inderdaad meer opzoeken”, zegt Renske van Bronswijk. Toch is dat niet eenvoudig. Van Bronswijk merkt dat haar mede denktankleden achterdochtig zijn naar deze organisaties. “De leden redeneren: de organisaties zijn al jaren bezig en de problemen zijn nog steeds niet opgelost.”
Volgens Mercedes Zandwijken maken de organisaties het de denktanks ook niet altijd even gemakkelijk. “Die organisaties willen hun toko beschermen en zien andere partijen die zich met dezelfde dingen bezighouden als bedreiging.”
Bij andere organisaties in het stadsdeel blijft de twijfel bestaan of de denktankleden wel weten welke problemen er spelen in de wijk. “Je moet de buurt kennen, de organisaties en de mensen”, zegt Ahmed El Mesri van Assadaaka. “De leden weten niet wat er leeft in de buurt.”
Ontmoetingsideologie
Om de sociale cohesie in de stadsdelen te vergoten, organiseren de denktanks projecten als ‘Bakkie in de buurt’, waar bewoners samen koffie drinken. Of de Timorplein Community, een netwerk van 120 ondernemers die in Zeeburg werken of werken en wonen, moeten de sociale samenhang in de stadsdelen versterken.
Maar leveren deze goedbedoelde initiatieven daadwerkelijk ook iets op? Enkel groepen in verbinding brengen is niet genoeg, zegt hoogleraar Gowricharn. “Er is een ontmoetingsideologie ontstaan in Nederland, waarvan onderzoek heeft uitgewezen dat het niets oplevert. Na een kopje koffie drinken gaat men gewoon weer over tot de orde van de dag.” Volgens de hoogleraar hebben alleen duurzame constructies met een specifieke functie effect. Zoals stageplekken voor jongeren.
Zo’n stagetraject heeft de denktank in Oost/Watergraafsmeer opgezet in de vorm van het project ‘Kruiwagen gezocht’. Maar de vraag blijft of de denktanks de bewonersgroepen kunnen bereiken die deze initiatieven het hardst nodig hebben. Als elite kun je nog zo veel geweldige projecten opzetten dankzij een rijkelijk netwerk, maar het blijft vergeefse moeite als niet de juiste mensen er gebruik van kunnen maken. “Je moet niet denken dat een groep welwillende vrijwilligers de aller-moeilijkste groeperingen gaan bereiken”, zegt Mercedes Zandwijken. Dat kan je nou ook weer niet van de elite verwachten.
Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl
URL to article: http://napnieuws.nl/2009/10/09/denktank-zinvol-of-elitair-gedoe/
URLs in this post:
[1] Image: http://commons.wikipedia.org/wiki/Image:Brain_090407.jpg
[2] Image: http://reblog.zemanta.com/zemified/cb9acfb0-b7a4-4571-80bf-54b43666d15f/
Click here to print.
Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.