- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -
‘Ajax moet werken aan homoacceptatie’
Posted By Haro Kraak On februari 3, 2012 @ 16:56 In Algemeen, Mooi, Nieuwsverhaal | No Comments
AMSTERDAM, 3 februari – De Amsterdamse voetbalclub Ajax moet meer doen om homoseksualiteit bespreekbaar te maken. Dat vinden de Amsterdamse D66-fractie en de John Blankenstein Foundation, die strijdt tegen homofobie in de sport. De stichting heeft bij Ajax aangeklopt om plannen voor homoacceptatie voor te leggen, maar Ajax wil alleen meedoen als andere clubs zich ook aansluiten.

Ajacied Christian Eriksen in actie tegen Spartak Moskou, maart 2011, foto: soccer.ru Wikimedia Commons
Gister werd in de gemeenteraad het dossier Gay Capital besproken. D66-raadslid Gerolf Bouwmeester merkte toen op dat er meer moet worden gedaan om het taboe op homoseksualiteit in de sport op te heffen en dat een grote club als Ajax daar een voorbeeldrol in moet spelen. Wethouder Van Es (GroenLinks, Integratie) reageerde hierop dat ze de kwestie zou bespreken met de burgemeester. Volgens de woordvoerder van Van Es klopt het niet dat de burgemeester en de wethouder besloten hebben om Ajax hier op aan te spreken, zoals eerdere berichtgeving vermeldt.
Ajax sloeg in december een slecht figuur toen geen enkele speler het boek “Het roze voetbaltaboe” van Dennis van Tuil in ontvangst durfde te nemen. Ze waren bang getreiterd te worden. Ajax greep niet in. “Dat is nou precies wat ik bedoel”, zegt Bouwmeester. “De club zou in zo’n geval moeten zeggen: ‘we nemen het boek met het hele team in ontvangst’.”
Karin Blankenstein, van de John Blankenstein Foundation, vindt ook dat er bij Ajax meer sturing van bovenaf mag plaatsvinden. “Wat kan je nou gebeuren als je een boek aanneemt?” Ajax zou homofilie zichtbaar moeten maken, vindt Blankenstein. Hoe dat precies moet is nog onduidelijk. Bouwmeester spreekt over voorlichting en het uitdragen van acceptatie. Blankenstein geeft aan dat de stichting nog zoekende is naar de juiste aanpak. “Het begint met het benoemen”, zegt ze. “Het is logisch dat iedereen welkom is, maar de club zou dat moeten benadrukken. Wit, zwart, homo of hetero: het maakt niet uit.”
Blankenstein wil vooral de beeldvorming rondom homofilie in het voetbal aanpakken. “Johan Derksen zegt: ‘als je uit de kast komt, wordt je kapot gemaakt’. Maar waar is dat op gebaseerd? Het stereotype is altijd: een homo kan niet voetballen, maar ook dat is nooit bewezen.” Zowel Blankenstein als Bouwmeester noemen het voorbeeld van ASV De Dijk, een voetbalclub in Amsterdam Noord. Daar wordt in samenwerking met de foundation openlijk gepraat over homofilie. “Bij het leger en de politie was het ooit ook onbespreekbaar”, zegt Bouwmeester. “Nu is dat wel anders. Voetbal is de laatste machoaangelegenheid waar homoseksualiteit nog taboe is. Dat moet anders kunnen.”
Ajax was niet bereikbaar voor commentaar.
Update 16:20, reactie Ajax: De club erkent dat het contact heeft gehad met de John Blankenstein Foundation en dat het niet ingegaan is op hun voorstel. Ajax heeft een breed uitgangspunt wat betreft discriminatie. De club is tegen alle vormen van discriminatie en maakt geen onderscheid tussen bijvoorbeeld racisme of homofobie. Daarom zijn ze erg selectief in hun keuze voor dergelijke initiatieven.
Jeugdsportfonds wil meer geld voor sportminnende minima
Posted By Gidi Heesakkers On januari 25, 2012 @ 16:54 In Achtergrond, Stad | 1 Comment

Foto: Mary R. Vogt (MorgueFile)
Het potje van het Amsterdamse Jeugdsportfonds was vorig jaar al in augustus op. Daardoor kon het fonds in 2011 voor het eerst niet voldoen aan alle verzoeken om kinderen uit arme gezinnen te laten sporten. “Er is structureel meer geld nodig vanuit de gemeente”, zegt Harrie Postma van Jeugdsportfonds Nederland.
AMSTERDAM, 25 januari – Alle kinderen moeten kunnen sporten. Zo luidt het motto van Jeugdsportfonds Nederland, dat aan kinderen uit minimahuishoudens een bijdrage verstrekt voor contributie en sportmaterialen. In augustus vorig jaar moest de Amsterdamse tak van het fonds een aanvraagstop afkondigen omdat er niet genoeg geld beschikbaar was om alle verzoeken te honoreren. “Onverteerbaar”, vindt Harrie Postma van Jeugdsportfonds Nederland.
Personen die professioneel betrokken zijn bij de opvoeding, begeleiding of scholing van kinderen die onder de armoedegrens leven, kunnen bij het Jeugdsportfonds een aanvraag indienen. Volgens Postma, manager fondsenwerving bij de stichting, was het aantal aanvragen in Amsterdam met 1.343 in de eerste helft van 2011 groter dan ooit. Maar daarmee was het budget voor 2011 verbruikt. Een jaar eerder werden nog 3.070 aanvragen gehonoreerd, wat mogelijk was door een eenmalige verdubbeling van subsidie in 2009.
Het werk van het Jeugdsportfonds wordt in Amsterdam voor circa 80 procent gefinancierd met een subsidie van de Dienst Werk en Inkomen (DWI), in het kader van het armoedebeleid van de gemeente. In 2011 ontving de stichting van het DWI 260.000 euro. Dit jaar kan het Jeugdsportfonds op hetzelfde bedrag rekenen. Voor de resterende 20 procent is het fonds afhankelijk van giften van bedrijven, verenigingen en particuliere donateurs. De contributie van een op de vijf kinderen wordt uit zulke giften betaald.
Jeugdsportfonds:
- Jeugdsportfonds Nederland is in 1998 opgericht in Amsterdam met als doel kinderen van minima middels een financiële bijdrage te laten sporten
- De stichting opereert inmiddels in 120 van de 415 Nederlandse gemeenten
- Het kost gemiddeld 250 euro om een kind een jaar lang te laten sporten
- In 2011 konden dankzij het Jeugdsportfonds landelijk 18.839 kinderen sporten, in 2010 waren dat er 19.640
- In Amsterdam zijn in 2011 1.329 kinderen geholpen, tegenover 3.070 in heel 2010
- Door tegenvallende inkomsten moest Jeugdsportfonds Amsterdam in 2011 voor het eerst een zogenoemde ‘aanvraagstop’ afkondigen
- Ook in Zwolle en Rotterdam was een aanvraagstop nodig
- Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van het Amsterdamse Jeugdsportfonds moeten ouders de Scholierenvergoeding, een andere bijdrage van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) voor gezinnen die leven op bijstandsniveau, al volledig hebben benut
“Door de economische crisis hebben meer gezinnen in de onderlaag het moeilijk gekregen”, zegt Postma. Meer mensen doen een beroep op het Jeugdsportfonds, terwijl de inkomsten tanende zijn. “Het is in deze tijd moeilijker om gelden uit de particuliere sector te verwerven. Ook bedrijven zitten op de centen.”
Om het tekort op te vangen, steekt het Amsterdamse fonds meer energie in het werven van sponsors. Zo worden de meer draagkrachtige sportclubs benaderd om Jeugdsportfonds-kinderen financieel te adopteren. Ook wordt hard gewerkt aan het opstarten van een ‘vriendennetwerk’ met als doel bedrijven aan het Jeugdsportfonds te binden.
Daarnaast zijn de zogenoemde ‘spelregels’ van de stichting bijgesteld. De maximale bijdrage voor kinderen tot zestien jaar is bijvoorbeeld verlaagd van 225 euro naar 200 euro. Voor kinderen tussen de zestien en de achttien jaar draagt de stichting nu maximaal 100 euro in plaats van 225 euro bij. Jongeren op deze leeftijd kunnen zelf ook al wat bijverdienen, redeneert het fonds.
De genomen maatregelen lossen de problemen tijdelijk op, aldus fondswerver Postma. Om elk kind dat in aanmerking komt voor een bijdrage van het Jeugdsportfonds te laten sporten, moet er structureel meer geld beschikbaar komen vanuit de gemeente. “We zouden wel vijfduizend Amsterdamse kinderen uit arme gezinnen kunnen helpen”, zegt Postma. “Maar daarvoor is het geld dat we jaarlijks krijgen uit het minimumbeleid niet afdoende.”
In Rotterdam ontving het Jeugdsportfonds recentelijk een groot bedrag uit de gemeentelijke sportbegroting. Dat zou Postma ook graag zien gebeuren in Amsterdam. “Vergeet niet dat we ook een bijdrage leveren aan het verenigingsleven door kinderen lid te maken. Een aanvullende subsidie uit het potje Sport en Recreatie lijkt mij een logische stap.”
Postma ziet kansen voor een intensievere samenwerking met wethouder Eric van der Burg (VVD, Sport en Recreatie). “Problemen zoals obesitas onder kinderen kunnen we samen te lijf gaan. Via onze contacten met het onderwijs, jeugdzorg en welzijnsinstellingen valt een groot deel van de doelgroep te bereiken.”
Een woordvoerder van wethouder Van der Burg laat weten dat er in de tijd van de bezuinigingen bij de gemeente “absoluut geen ruimte bestaat voor een extra bijdrage”. Op de sportbegroting zijn volgens haar geen middelen beschikbaar voor de bestrijding van armoede. Wel moedigt Sport en Recreatie een verbinding aan tussen het Jeugdsportfonds en activiteiten die sport onder kinderen stimuleren, zoals JUMP-in.
Een deel van het geld dat de gemeente Amsterdam steekt in sportstimulering, kan volgens Postma beter besteed worden aan het Jeugdsportfonds. “Bij ons is een enorme groep te vinden die helemaal niet gestimuleerd hoeft te worden, maar sport simpelweg niet kan betalen.”
Humberto Tan, de man die alles kan
Posted By Alies Uilen On september 24, 2010 @ 17:55 In Interview | No Comments
Alsof hij nog niet genoeg te doen had, wordt Humberto Tan vanaf oktober de anchor man van BNR Nieuwsradio. Dan is hij presentator van een roddelfabriek, sportjournalist, financieel journalist en zakenman. “Het gaat allemaal vanzelf.”
Humberto Tan (44) komt dicht bij je zitten als je met hem spreekt. Zijn antwoorden zijn resoluut, en hij praat (tot ergernis van critici) luid. Af en toe raakt hij je even aan om een punt duidelijk te maken. De woorden ’schroom’ en ‘onzekerheid’ lijken niet in zijn woordenboek voor te komen. “Ik vind mezelf wel succesvol ja.”
Tan heeft dan ook weinig reden om bescheiden te zijn. Naast zijn werk als presentator bij RTL Boulevard (eens per week) en Eredivisie Live (elk weekend), wordt hij vanaf 4 oktober anchor man bij BNR Nieuwsradio. Hij volgt Bas van Werven op in de ochtend met On the move, één van de belangrijkste programma’s van de zender. Tijdens de open dag van de Johan Cruijff foundation in het Olympisch Stadion vertelt Tan hoe dat kon gebeuren. “Omdat Bas van Werven EénVandaag ging presenteren, werd ik gebeld door Paul van Gessel, de hoofdredacteur van BNR die me nog kende van de NOS. Hij zei: ‘Ik heb een uitdaging voor je. Wil je de nieuwe anchor man van BNR Nieuwsradio worden?’ Daar schrok ik wel van, ik dacht: huh?”
Koptelefoon
Zijn verbazing verdween als sneeuw voor de zon toen Tan hoorde naar wat voor persoon Van Gessel op zoek was. “Hij zei: ‘We zoeken iemand die breed geïnteresseerd is, die in jouw geval letterlijk, maar ook figuurlijk kleur kan geven aan de zender, die geaccepteerd wordt door onze luisteraars en die weet wat ondernemen is. Een bekende naam, maar ook iemand die journalistiek gewoon goed is.’ Ze hadden een lijstje gemaakt met wel zestig personen, maar de meesten vielen op een van deze criteria af. ‘Maar’, zei hij, ‘jij staat nog steeds op die lijst.’” Tan ging praten en woonde een uitzending bij. “Toen ik om zes uur die koptelefoon opzette wist ik wel: ja, dit lijkt me mooi.”
Radio-ervaring heeft Tan al. De afgelopen zomers verving hij Edwin Evers in de ochtendshow op 538. “Ik wist dus dat ik over een langere periode vroeg kon opstaan.” Maar is hij goed genoeg ingevoerd in de zakenwereld om bij BNR aan de slag te gaan? Tan trekt zijn wenkbrauwen op. “Ik ben zelf zakenman.” Hij doelt op zijn merk Humberto, dat hij lanceerde nadat hij was uitgeroepen tot de best geklede man van Nederland. Inmiddels gaat het niet alleen meer om pakken. Tan zit ook in schoenen, brillen, badhanddoeken en dekbedovertrekken. Wat hem betreft kan een zakenman ook een zakenjournalist zijn. “Dat conflicteert alleen als je het over je eigen zaak hebt. Maar als het bijvoorbeeld over Shell gaat; tja, ik tank bij Shell.”
Over een frivool beeld dat van hem zou kunnen zijn ontstaan doordat hij ook als roddeljournalist fungeert bij RTL Boulevard, maakt hij zich niet druk. “Daar heb ik niks mee”, antwoordt hij met een afwerend gebaar. “De mensen die ’s ochtends naar BNR luisteren, kijken ’s avonds naar Boulevard. Zo’n tien, twintig jaar geleden zou je misschien een punt hebben gehad, toen was die scheiding heel strikt. Dat is niet meer zo. Men kijkt nu vooral of iemand echt geïnteresseerd is. Je gesprekspartner weet snel genoeg of je bent ingevoerd of niet. En als je niet bent ingevoerd, word je snel genoeg afgevoerd. Dus daar maak ik me geen zorgen over.”
Econoom
Ook vindt Tan het onzin dat economie ingewikkeld zou zijn. “Het is geen rocket science. Het gaat om je kosten en je omzet en je winst, dat is overal hetzelfde. Gaan je kosten boven je uitgaven uit, dan heb je verlies.” En al die financiële producten dan, waarin zakenjournalisten toch helderheid zouden moeten kunnen scheppen? “Die snappen de mensen kennelijk zelf ook niet, want ze maken miljarden verlies. Als je me niet in drie zinnen kunt uitleggen wat je doet, dan snap je het eigenlijk niet.” Voor specialistische kennis, zoals het lezen van een balans, zegt Tan aan te kunnen kloppen bij gespecialiseerde collega’s. “Verder gaat het helemaal vanzelf. Je moet gewoon geïnteresseerd zijn.”
En met die interesse heeft Humberto Tan al veel gedaan. Van een rechtenstudie naar uiteenlopend journalistiek werk, maar ook een eigen merk beginnen. Hij benadrukt het liefst de overeenkomsten tussen al die dingen. “In eerste instantie ben ik Humberto. De basis ben ik, niet mijn werk. Ik ben breed geïnteresseerd, nieuwsgierig en enthousiast. Dat komt tot uiting in alle dingen die ik doe.” In zijn werk als journalist geniet Tan het meest van nieuws. Op ieder gebied. “Het is allemaal nieuws.” Hij zit nog vol van het interview dat hij onlangs deed met Johan Cruijff. Tan bracht ook Cruijffs kritische column over Ajax ter sprake, die afgelopen maandag in De Telegraaf stond. “Dat is de eerste keer dat hij daar in het openbaar iets over zei. Dat is toch geweldig?”
Toch zou de keuze tussen het journalistenbestaan en het zakenleven niet gemakkelijk voor hem zijn. “Ik wil helemaal niet kiezen. Het mooie aan een bedrijf is dat je met leeg A4-tje begint en dan ineens heb je een heel bedrijf. Gisteren kwam er op het vliegveld iemand naar me toe die zei: ‘Bedankt voor de schoenen.’ Dat is heel veel waard, daar word ik blij van.”
Kritiek
Tan blijft liever niet stilstaan bij dingen die fout zijn gegaan, of die zouden kunnen mislukken. “Het motto van deze Johan Cruijff-dag is: durf iets te doen wat je nog nooit hebt gedaan. Dat is ook mijn motto.” Volgens hem is die insteek een gemene deler van mensen die succesvol zijn. “Ik vind mezelf wel succesvol ja, en met entertainmentnieuws, sportnieuws en algemeen nieuws ook erg breed. Dat is wel bijzonder, eigenlijk.” Kritiek doet hem dan ook niet veel “Als iemand kritiek levert vraag ik me wel eens af: wat is joúw bijdrage eigenlijk? Soms ga ik via Twitter ook het gesprek aan, dan vraag ik om argumenten. Meestal blijft het dan stil. Pas als je collega’s en veel van je luisteraars het slecht vinden, dat moet je er wat mee doen.”
Humberto Tan lijkt alle leuke dingen op zijn pad aan te grijpen. Hij sjeest van een Boulevard-uitzending naar de handdoeken-washandjesvergadering (“het belangrijkste aan een handdoek is dat-ie goed droogt”). Denkt hij ook vooruit over dingen die hij in de toekomst zou willen doen? “Het lijkt me geweldig om rond te reizen, foto’s te maken en verhalen te schrijven. Dat is weer wat anders, maar wel journalistiek. Voorlopig kom ik daar niet aan toe. De komende tien jaar ben ik druk zat.”
Sport bij kinderen populair
Posted By Emma Meelker On februari 5, 2010 @ 18:22 In Algemeen, Mooi, Nieuwsbericht | No Comments
Amsterdam - Amsterdamse kinderen sporten steeds meer. Tussen 2006 en 2009 steeg het aantal kinderen van zes tot twaalf jaar dat lid was van een sportvereniging van 45 tot 50 procent. Voor kinderen tussen de twaalf en achttien jaar stegen de cijfers van 39 naar 47 procent. Dat blijkt uit de ‘Sportmonitor 2009’ van de gemeentelijke dienst Statistiek en Onderzoek, dat gisteren in de raadscommissie Kunst Sport en Bedrijven werd besproken.
Wethouder Carolien Gehrels van Cultuur is blij met de stijging van de lidmaatschappen. “Om de maatschappelijke trend dat kinderen minder sporten te keren hebben we behoorlijk veel uit de kast moeten halen.” Met het ‘sportplan’, dat loopt van 2008 tot 2012 stelt de gemeente zich als doel de kinderen het plezier van sporten op school bij te brengen.
De populairste sport onder Amsterdamse kinderen is voetbal. Op de tweede plek staat fitness. Vooral onder kinderen tussen de dertien en achttien jaar is die sport in populariteit in gestegen, 15 procent zegt te fitnessen. Gemiddeld doen kinderen twee á drie sporten.
Het doel in het sportplan om ook de ‘inactieve volwassenen’ aan het sporten te krijgen, heeft minder succes. In 2009 sportten vooral in de leeftijd tussen 35 en 54 jaar minder volwassenen. Zij deden vooral minder aan wandelsport in vergelijking met 2006, de onderzoekers wijden dit aan het afnemen van de populariteit van ‘nordic walking’ [2].
Over de schouder van een grootmeester
Posted By Joris Brussel On januari 22, 2010 @ 18:16 In Algemeen, Mooi, Reportage | No Comments

Photo by Joris Brussel
Van 15 tot en met 31 januari vindt in Wijk aan Zee het jaarlijkse Corus Chess Tournament plaats. De Amsterdamse schaakgrootmeester Dimitri Reinderman strijdt mee in de grootmeester B-groep.
Wijk aan zee – In de badplaats maakt de organisatie van één van ’s werelds grootste schaaktoernooien zich 21 februari op voor de vijfde speeldag van de A-, B- en C-groepen. Deze categorieën bestaan elk uit veertien schakers, die gebaseerd op hun puntentotaal bij de internationale dan wel Nederlandse (sub)top horen.
Tien minuten voor aanvang schuifelt het laatste groepje Russisch pratende deelnemers sporthal de Moriaan binnen. Ondertussen fietst een man onverstoorbaar tegen de wind in, op de drie kilometer lange toegangsweg van Wijk aan Zee. Het is Dimitri Reinderman (37), een beroepsschaker die de zevende plaats inneemt in het Nederlandse schaakklassement. Exact op tijd wandelt hij naar de wedstrijdtafel waar op dat moment ook zijn Sloveense tegenstandster Anna Muzychuk (20) plaatsneemt. Samen zijn ze de twee laagst geplaatste spelers in de B-groep. Hun positie is tot stand gekomen op basis van hun ‘FIDE-rating’. Dit is een cijfermatige indicatie voor de sterkte van schakers, gebaseerd op de wedstrijdpunten die ze tijdens al hun toernooien en competitiepartijen binnenhalen.
Doodse stilte
In de hoek van de sportzaal spelen in totaal 42 beroemde dan wel redelijk bekende schakers tegen één van hun tegenstanders en de tijdsdruk van de schaakklok. Op een paar meter afstand volgen een honderdtal toeschouwers de partijen in doodse stilte. Bij de publieksingang staat een bord: “Gsm uit. Bij de eerste overtreding € 10 boete, bij de tweede € 25 en bij de derde ontzegging.”
Nadat alle schakers vijf minuten hebben geposeerd voor de pers is Muzychuk als eerste aan zet. Volgens het speelrooster speelt zij met witte stukken, wat betekent dat ze mag beginnen. Vanaf de publieksruimte is te zien hoe ze voortdurend om zich heen kijkt. Een paar toeschouwers melden fluisterden dat ze best een mooie vrouw is. Reinderman heeft daar weinig oog voor. “Het is gewoon een jong meisje van twintig”, is zijn oordeel na afloop. Wel merkt hij achteraf op dat de Spaanse grootmeester Shirov voortdurend met zijn voet op de grond bonkte.
Terwijl sommige spelers na een zet hun stoel verlaten om bij andere tafels te kijken, blijven Reinderman en zijn opponente gedurende de hele partij op hun plek. De winnaar van 1998 in de B-groep van dit toernooi tuurt ruim drie uur lang in één houding naar het bord. Tussen de hekken door zijn alleen zijn rug, achterhoofd en schouders zichtbaar.
Wimbledon
In de tussentijd is de persruimte gevuld met het getik op tientallen toetsenborden. Fotografen en cameralui zijn druk in de weer om de wedstrijden via beeldschermen bij te houden, terwijl de organisatie alles in goede banen probeert te leiden. Tussen de snoeren en pc’s schrijft een tekstschrijver van de NOS ter plekke nieuwsberichten op teletekst.
Even is een stranddorpje dat nog geen drieduizend inwoners telt het centrum van de wereldwijde schaakwereld. Het internationaal topschaken is dan ook een “reizend circus”, zoals Ton de Vreede het betitelt. Hij is aanwezig als liefhebber en teamcaptain van schaakclub Schrijvers Rotterdam, waar Reinderman in competitieverband voor uitkomt. “Dit is niet zo maar een toernooi. Vandaag zijn we op het Wimbledon op het gebied van schaken.”
Getruukt?
De partij tussen Reinderman en Muzychuk is overwegend in evenwicht, stellen commentatoren in de perskamer. Uiteindelijk eindigt de wedstrijd in een remise, oftewel een gelijkspel. Zonder veel emoties bloot te geven, verdwijnt Reinderman naar de persruimte. Daar klimt hij achter een pc om lopende schaakwedstrijden van concurrenten te volgen. Dan neemt de denksporter plaats achter een schaakbord, waar hij een praatje maakt met journalisten en binnendruppelende spelers.
Reinderman blikt terug op zijn partij op een manier die voor leken net zo begrijpelijk is als de voetbalanalyses van Johan Cruijff. “Ze opende met ‘één-vier’ zoals ze vaker start. Bovendien leek het er op dat haar pionnen zwak zouden worden. In het eindspel werd het drie tegen drie op een vleugel, met de koning aan de andere kant. Dus ontstond er een situatie die niet te winnen valt. De uitkomst is niet verkeerd, aangezien ik als tweede mocht beginnen”, concludeert hij. Op dat moment loopt Zhaoqin Peng naar Reinderman toe. Deze deelneemster aan de C-groep is zijn teamgenote bij Schrijvers Rotterdam. “Ben je getruukt?” vraagt zij aan hem. Hij knikt. De betekenis van zowel de vraag als het antwoord blijven voor de omstanders in het ongewisse.
Schuin achter hun hoofden hangt een speelschema waarop staat vermeld dat Muzychuk op de tiende plaats en Reinderman op de laatste plaats in de groep staat. “Ik had vooraf aan dit toernooi gehoopt op betere resultaten, maar ik heb in de eerste vijf potten slechte zetten gedaan.”
Er resten nog acht partijen in de B-categorie. “Aankomende dagen moet ik tegen de sterkere tegenstanders van de poule. Dus is het weer tijd voor voorbereiding.” Reinderman laat verdere analyses, naborrelen en de faciliteiten van de spelershotels voor wat ze zijn. In plaats daarvan fietst hij vanuit Wijk aan Zee naar het treinstation in Beverwijk om naar huis te gaan. Thuis kan hij rustig eten en zich klaarmaken voor morgen. Het is het leven van een kalme topsporter die aan grootheidswaan geen boodschap heeft.
Fors eisenpakket Amsterdamse politiek voor Olympische Spelen 2028
Posted By Frank Beijen On januari 14, 2009 @ 15:10 In Mooi, Nieuwsverhaal | No Comments
Het plaatsen van een derde ring bovenop de Arena is lang niet het enige dat moet gebeuren voordat Amsterdam de Olympische Spelen van 2028 mag organiseren. Amsterdamse politici stellen uiteenlopende voorwaarden.
AMSTERDAM, 14 jan. – Amsterdamse politici willen de kandidatuur van Amsterdam voor de Olympische Spelen van 2028 pas ondersteunen als de Spelen aan uiteenlopende voorwaarden voldoen. GroenLinks wil een CO2-neutraal Olympisch toernooi. De SP hecht vooral aan voldoende draagvlak onder de bevolking.
Gemeenteraadslid Marco de Goede (GroenLinks) is sceptisch over de kosten van de eventueel in Amsterdam te houden Spelen. ‘Bij het organiseren van Olympische Spelen liggen kostenoverschrijdingen op de loer. Dat blijkt nu weer in Engeland.’ Londen, dat de Spelen van 2012 organiseert, heeft het budget verruimd naar 9,3 miljard pond aan overheidsuitgaven, terwijl het 3,4 miljard had begroot. ‘Wij willen dat de investeringen zichzelf terugverdienen’, zegt De Goede. ‘De infrastructuur en sportaccommodaties, die voor de Spelen nodig zijn, moeten in de jaren na de Spelen nog steeds nuttig zijn. Alleen op die manier zijn investeringen in de Spelen ook investeringen in de stad.’
In 2005 is een kerngroep van de Nederlandse sportkoepel NOC*NSF van start gegaan die de mogelijkheid onderzoekt om in 2028 de Olympische zomerspelen in Nederland te organiseren. Het jaar 2028 valt precies een eeuw na de vorige Olympische Spelen in Nederland, die in Amsterdam werden gehouden. Vanaf 2016 kunnen kandidaat-steden hun belangstelling voor de Spelen van 2028 bekend maken bij het Internationaal Olympisch Comité (IOC). In 2021 is bekend welke stad de strijd wint. Het NOC*NSF zegt alleen een poging te wagen als in 2016 minstens zeventig procent van de Nederlanders voorstander van de kandidatuur is.
‘De landelijke overheid moet het grootste gedeelte van de kosten dragen’, vindt De Goede. Veel sporten zullen namelijk buiten Amsterdam plaatsvinden. Bovendien kan Amsterdam de kosten niet in zijn eentje opbrengen. Het compenseren van de CO2-uitstoot is voor GroenLinks een voorwaarde om de kandidatuur te ondersteunen.’ Hoe het gemeenteraadslid de Olympische Spelen CO2-neutraal zou willen maken, weet hij nog niet. ‘We hebben nog bijna twintig jaar om te bedenken hoe we dat kunnen bereiken.’
Ook Laurens Ivens (SP) is bang voor overschrijding van budgetten. Daarnaast zijn er volgens hem belangrijke lessen te trekken uit het verleden. Amsterdam verloor de strijd om de Spelen van 1992 van concurrent Barcelona. ‘Een van de dingen die toen is misgegaan, is dat de organisatie veel politici en andere prominenten naar voren schoof om de Spelen in Amsterdam te promoten. Nu moet de politiek een stapje minder hard lopen. Zorg eerst dat de Amsterdammers zelf achter de Spelen gaan staan.’ Ivens heeft kritiek op de uitgaven die de gemeente doet (zie kader). ‘Het geld wordt gebruikt om Rotterdam in het lobbycircuit af te troeven. Wethouder Gehrels van Sport kan het geld beter gebruiken om de amateursport te stimuleren.’
Daniël Roos (PvdA) vindt dat de Spelen in Amsterdam een belangrijke economische stimulans kunnen zijn. ‘Onze poging om de Spelen in ’92 binnen te slepen heeft ons de ringweg opgeleverd. Voor de Spelen in 2028 kunnen er bijvoorbeeld metrolijnen en snelwegen worden aangelegd, waar we jarenlang veel aan hebben. Het is zelfs moeilijk om uiteindelijk géén positief economisch resultaat uit het organiseren van de Olympische Spelen te halen. Ook als de stad er op korte termijn een paar miljard op toelegt, moeten de Spelen haalbaar zijn.’
Olympische ambitie van de gemeente
De gemeente Amsterdam heeft in mei vorig jaar de ervaren projectmanager Arthur Verdellen benoemd als ‘regisseur Olympische ambitie’. Hij coördineert de plannen om de sportfaciliteiten in de stad te verbeteren. In 2016 moet de stad een echte sportcultuur hebben ontwikkeld. Daarvoor stelt de gemeente een jaarlijks budget beschikbaar, dat in 2008 neerkwam op 1,4 miljoen euro. ‘Ook als we de Spelen niet toegewezen krijgen heeft dit nut’, zegt Verdellen.
De gemeente onderzoekt de mogelijkheden voor bijvoorbeeld een derde ring bovenop de Amsterdam Arena, die de capaciteit van 52.000 naar 70.000 toeschouwers kan brengen. De gemeente is ook bezig om een Centrum voor Topsport en Onderwijs op te zetten, waar sporters kunnen trainen en studeren. Het sportcentrum, dat vergelijkbaar moet zijn met Papendal in Arnhem, zal op het gebied van onderwijs en onderzoek gaan samenwerken met de Vrije Universiteit. Verdellen: ‘Er is nog niets getekend, maar het plan gaat hoogstwaarschijnlijk door.’
Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl
URL to article: http://napnieuws.nl/2009/01/14/fors-eisenpakket-amsterdamse-politiek-voor-olympische-spelen-2028/
URLs in this post:
[1] Image: http://www.zemanta.com/
[2] nordic walking’: http://www.nordicwalking.nl/
Click here to print.
Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.