- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -

Kennismaken met de SP: “we durven mensen niet te vragen”

Posted By Kick Hommes On februari 8, 2012 @ 16:44 In Algemeen, Reportage, Stad | No Comments

IMAG1040

Het SP-actiecentrum in Amsterdam, met trommels Foto: Kick Hommes

Waar het de SP in de landelijke peilingen met 33 zetels voor de wind gaat, heeft de partij in Amsterdam moeite leden te vinden na de gemeentelijke verkiezingsnederlaag in 2010. Voor nieuwe leden organiseert de SP een cursus ‘Kennismaken met de SP’, maar de animo voor de eerste bijeenkomst afgelopen maandag was niet heel groot.

AMSTERDAM, 8 februari – Er liggen vier oude trommels te verstoffen op een kast in het actiecentrum van de SP-afdeling Amsterdam. “Waarom worden die trommels niet meer gebruikt?”, vraagt een aanwezige. Paula van Dijnen, voorzitter van de SP-afdeling Amsterdam geeft antwoord. “We wilden er echt mee bezig gaan, maar niemand wilde de kar trekken.” De man haalt zijn schouders op. “Ik wilde wel, had zelfs trommelles willen geven. En weggeven is zonde, het zijn mooie trommels.”

Begon 2012 nog zo goed voor de SP met een drukbezochte Nieuwjaarsborrel, veel enthousiasme voor de ‘Kennismaken met de SP’-avond is er niet. Slechts zeven mensen komen opdagen in het actiecentrum op de Laurierstraat om te horen hoe de organisatie van de SP er eigenlijk uitziet. “Ik hoop echt dat het aan het weer ligt”, verzucht Van Dijnen.

De man die graag trommelles wil geven is Jack Vos. Hij is naar eigen zeggen “al jaren en jaren” lid van de SP en heeft verschillende bestuursfuncties in de stadsdeelraden bekleed. Naar de bijeenkomst van vanavond heeft hij zijn 21-jarige zoon meegenomen. Ook Sharon is aanwezig, tweedejaars antropologiestudente aan de Universiteit van Amsterdam. Hugo is ICT ’er, Ali komt uit Koerdistan en heeft in India veel gedaan voor rechten van vrouwen. Mourad is geen lid maar doet veel vrijwilligerswerk. Op Jack na is niemand ouder dan vijftig.

De SP geeft de cursus ‘Kennismaken met de SP’ ieder half jaar met de bedoeling om mensen die net lid zijn geworden bekend te laten worden met de partij. Dus niet zozeer om nog meer nieuwe leden te werven? Vandaag vertelt Van Dijnen over de organisatie, maar ook zijn er nog avonden over de geschiedenis, de ideologie en de acties van de partij. “Het is een cursus voor mensen die net lid zijn, maar ook oudere leden die even wat willen opfrissen mogen komen”, grapt Van Dijnen. Vos steekt zijn handen omhoog.

Ooit had de SP in Amsterdam nog ongeveer drieduizend leden, vertelt Van Dijnen. Dat was toen de partij in 2006 tijdens de verkiezingen veel stemmen kreeg. In de tijd van Agnes Kant tussen 2008 en 2010 daalde het aantal leden in Amsterdam. “We zijn toen wel afgestraft. In 2010 zijn we van zes naar drie zetels in de gemeenteraad gegaan. Ook betaalden veel mensen niet meer of waren verhuisd”, zegt Van Dijnen. “We kregen post retour.” Dat leidde tot een aantal van 2.630 leden eind 2011. Inmiddels staat de teller volgens Van Dijnen weer op 2.667. “Toch een mooie verbetering.”

Jack Vos vindt het allemaal maar weinig. Hij vraagt zich af of de SP niet meer leden kan pushen om potentiële sympathisanten van de partij aan te spreken. Tienduizend leden wil hij. Van Dijnen is voorzichtiger. Zij vindt vijfduizend leden al mooi. “Maar we bereiken niet veel mensen, dat is waar. Het is een pijnpuntje in de afdeling.”

Het is duidelijk dat de SP moeite heeft om mensen buiten de kern van de partij te bereiken. Normaal gesproken wordt elk nieuw lid gebeld door de fractievoorzitter van het stadsdeel. Bij drie van de zes aanwezige leden in het actiecentrum blijkt dat niet gebeurd te zijn. “Ja, dat zou niet moeten”, zegt Van Dijnen.

De vraag blijft waarom de SP er niet in slaagt mensen te binden. Het is volgens Van Dijnen niet alleen een kwestie van te weinig tijd. “Het is gêne. We durven mensen niet te vragen. We zijn heel goed in acties en daar zijn ook heel veel mensen bij, maar daarna vragen we niet of die mensen wat voor de partij willen doen.”

Een uur vol informatie over de SP later sluit Vos demonstratief de vergadering door met zijn knokkels hard op tafel te slaan. Daarna snijdt hij zich aan wat hij noemt ‘sociaal papier’, SP-papier waarop in mooie plaatjes de organisatie van de SP uitgelegd wordt. Hij kletst met Van Dijnen nog wat na over de trommels. “Daar moeten we toch nog wat mee doen.” De andere aanwezigen staan wat onzeker op en lopen een voor een de deur uit. Geen van hen wordt gevraagd of ze wat voor de partij willen doen.

(G)een centje pijn: SP-fractieleider Laurens Ivens

Posted By Teri Van Der Heijden On januari 6, 2012 @ 16:59 In Interview, Stad | 2 Comments

Laurens Ivens

Foto: Jos van Zetten

NAP maakt een rondgang langs de Amsterdamse fractievoorzitters. Vandaag: Laurens Ivens, fractieleider van de Socialistische Partij (SP).

AMSTERDAM, 6 januari – Barre tijden in de Stopera. Amsterdam moest al ruim tweehonderd miljoen besparen, maar het was niet genoeg. In maart stemt de gemeenteraad over een extra bezuinigingspakket van honderdvijftig miljoen. Waar valt nog wat te halen? Wat kiest het college? Waarvoor strijdt de oppositie?
De SP van fractieleider Laurens Ivens is een opvallende speler in de oppositie, ondanks dat de fractie halveerde van zes naar drie zetels in 2010. Als het aan Ivens ligt, hoeft er helemaal niet zoveel bezuinigd worden als het college voorstelt. “Denk niet dat de stad zomaar failliet is.”

Hoe zal het bezuinigingspakket van honderdvijftig miljoen dat het college de raad gaat voorleggen eruit zien?
Laurens Ivens: “Asscher brengt honderdvijftig miljoen aan bezuinigingen in kaart, maar daarvan moet honderd miljoen daadwerkelijk uitgevoerd worden. Ik vrees dat ze met de kaasschaaf overal stukjes vanaf gaan halen. Dat is het grote probleem: we zitten met een college van GroenLinks tot en met de VVD, waardoor echte politieke keuzes tot nu toe uitgebleven zijn. Dat betekent dat elk stokpaardje blijft staan. Ze kunnen niet op milieubeleid bezuinigen, want dat kan GroenLinks niet accepteren. Ze kunnen de parkeertarieven niet verhogen, want dat zal de VVD niet accepteren. Ik verwacht dat ze verder zullen bezuinigen op de gemeentelijke organisatie. Ik ben daar niet op tegen, maar helaas is tot nu toe vooral bezuinigd op uitvoerend personeel, de loketmedewerkers, de portiers en de reinigingsdienst.”

Waar kan niets meer af, volgens de SP-fractie?
“Sectoren waarop al stevig is bezuinigd. Begeleiding bij re-integratie op de arbeidsmarkt, uitkeringen en de zorg. Bijvoorbeeld de thuiszorg. Die is dermate slecht, daar kan je niet in snoeien.”

Waarop zou de SP wel willen bezuinigen?
“Een aantal prestigieuze projecten kunnen wat ons betreft wel de ijskast in, zoals de ontwikkeling van de Zuidas en IJburg II. Bouw IJburg I eerst af.”

Maar voor IJburg II is in de begroting van 2012 geen geld gereserveerd.
“Er is nog steeds een projectbureau mee bezig dat kosten maakt. De gemeente zou ook moeten stoppen met stadspromotie. We geven geld uit aan de Olympische Spelen, we geven geld uit aan citymarketing in de vorm van een enorme I Amsterdam-campagne. Terwijl we onze eigen citymarketing, de kunstsector, doodbezuinigen. En in de gemeentelijke organisatie valt zeker verder te snijden, maar dan in de managementslagen. Op de hoger betaalde functies binnen de gemeente kan best wat bezuinigd worden. Vraag me niet om een bedrag, want ik ben geen wethouder.”

Gaan deze maatregelen honderd miljoen opleveren?
“Nou, ik denk dat we een heel eind zouden komen. Maar ik kan dit niet berekenen. Om te berekenen wat er bij de gemeentelijke organisatie wel of niet weg kan, moet je de hele organisatie kennen.
“We moeten Amsterdam niet armer maken dan ze is. De stad kent buitengewoon grote reserves, zoals het Amsterdams Investeringsfonds. Ik denk dat deze crisis van tijdelijke aard is. Dan kan je de kosten ook met tijdelijke gelden dekken. We kunnen de stad kapotbezuinigen, maar ik denk dat we dat moeten voorkomen. Voor mij is die honderd miljoen bezuinigen ook niet heilig.”

Wat de SP betreft zou er dus geen honderd miljoen bezuinigd te hoeven worden. Tegelijk heeft Amsterdam een gemeenteschuld van 2,5 miljard.
“Een schuld van 2,5 miljard voor de hele stad Amsterdam vind ik een schijntje. Kijk vooral naar wat we allemaal hebben. Iemand die een hypotheek aangaat heeft ook een schuld, maar heeft wel een huis. De stad kan gewoon uitgeven, want we hebben een forse reserve.”

Loopt Amsterdam het risico een artikel-12 gemeente te worden, een gemeente onder curatele van het rijk?
“Ik zie Amsterdam dat risico op dit moment niet lopen. En bovendien zou ik het niet heel erg vinden als Amsterdam wel een artikel-12 gemeente zou worden. We staan immers al onder curatele! Het rijk bepaalt toch al wat er gebeurt in de stad, door bezuinigingen op bijvoorbeeld uitkeringen en zorg.

Maar het zou niet goed zijn voor het gemeentelijk imago.
“Imago, daar heb ik niets mee. Denk je dat ze er in het buitenland van zullen horen? Denk je dat we minder toeristen zullen trekken? Politiek moet niet door angst worden ingegeven. Kijk naar de kracht van Amsterdam. Denk niet dat de stad zomaar failliet is.
“Het rijk zou ook haar verantwoordelijkheid moeten erkennen. Het klusje waar Asscher en de zijnen voor staan, is geen leuk klusje. Asscher zou best tegen Rutte mogen zeggen: dit gaan we niet doen. We moeten er een keer mee ophouden dat we constant het rijk verder willen helpen. Dit is het meest asociale kabinet ooit. Dat betekent niet dat wij de meest asociale gemeente ooit moeten zijn.”

Deze gemeenteraad wordt door critici afgeschilderd als tam en volgzaam.
“Terecht. Tweederde van de raadsleden zijn min of meer jaknikkers, lid van de coalitiepartijen PvdA, VVD en GroenLinks, en controleurs op detailniveau. Op maandagavond als de collegefracties vergaderen wordt alles afgetikt. Bijna elk voorstel dat een wethouder indient, haalt het. De oppositie bestaat uit maar vijftien zetels, een derde van de raad. Maar de SP blijft dingen aankaarten. Wij doen in elk debat mee, in elk debat is een SP-standpunt te horen. We krijgen alleen iets minder spreektijd, nu de SP drie zetels heeft.”

‘De bankiers liggen straks in een deuk’

Posted By Eva de Valk On oktober 17, 2011 @ 18:51 In Algemeen, Reportage | 1 Comment

De betogers van Occupy Amsterdam zijn niet alleen tegen de banken, maar ook tegen de politiek. Politieke partijen zijn “veel te strak georganiseerd, veel te oubollig”. Op zoek naar nieuwe vormen van verzet.

Woede op het beursplein. Foto: Eva de Valk

Woede op het beursplein. Foto: Eva de Valk

Mark Rutte kruipt op handen en voeten over de grond. Aangelijnd, door een bankier in een driedelig pak: een schoothond van het grootkapitaal. Andere betogers zijn niet verkleed maar houden het bij een spandoek: ‘Den Haag is er voor de banken! Wie is er voor ons?’, ‘De top mag graaien, de rest laat zich naaien’, en ‘Belast de rijken. Tel uit je winst!’. Een klein dametje uit haar woede nog eenvoudiger: ze heeft een handschoen op een stok gezet. Een opgestoken middelvinger.

Boos zijn de betogers van Occupy Amsterdam. Zo’n 1.500 demonstranten verzamelden zich afgelopen zaterdagmiddag op het Beursplein in Amsterdam, in navolging van de bezetting van Wall Street in New York. Hun woede richt zich in eerste instantie tegen banken en financiële instellingen, maar ook tegen de politieke partijen en de vakbonden. SP-leider Emile Roemer en PvdA-kamerlid Ronald Plasterk kwamen langs om hun steun te betuigen, maar veel demonstranten hadden daar geen boodschap aan. ‘Dit is niet de plek voor partijpolitiek’, stond op een van de spandoeken. Of, zoals Jelle Brandt Corstius twitterde in de aanloop van de demonstratie: ‘SP’ers en FNV’ers die naar Occupy Amsterdam komen: hulde! Maar laat petjes en ballonnetjes met logo thuis.’ Waarom voelen de demonstranten zich niet thuis bij de klassieke politieke instituties? En hoe willen zij iets veranderen aan het systeem als ze er zelf geen onderdeel van willen uitmaken?

Geld

Ferdinand Lang, een jonge jongen met donkere kleding en een ernstig gezicht, deelt flyers uit van de zogeheten Zeitgeist-movement. Een beweging die af wil van het monetair systeem en oproept tot een nieuwe organisatie van de wereld, gebaseerd op een eerlijke verdeling van grondstoffen. “Alle sociaal-economische problemen komen voort uit ons geloof in geld”,  legt Lang uit. “Geld is een illusie, een manier om banken rijk te maken en anderen buiten te sluiten.” De zittende politieke partijen wijst hij per definitie af, want “zij houden de illusie in stand”. Als je echt vrij wilt zijn, moet je dan ook leren te leven buiten het economisch systeem, denkt hij. Door zelf groenten te verbouwen bijvoorbeeld, je eigen kleding te maken. “Dat proberen wij mensen te leren. Als het systeem echt instort, ben je tenminste in staat jezelf te redden. En anderen natuurlijk.”

Weinig vertrouwen in de politiek. Foto: Eva de Valk

Weinig vertrouwen in de politiek. Foto: Eva de Valk

Andere demonstranten hopen dat politici het protest zien als oproep tot ingrijpende hervormingen. Zoals Paul Metz, een man met grijzend haar en een keurige beige mantel. Metz is in het dagelijks leven consultant bij een bedrijf voor duurzame energie, vandaag is hij in Amsterdam om de onvrede te ondersteunen. “De banken hebben de gelegenheid gekregen om zichzelf te veranderen”, zegt hij. “Dat hebben zij niet gedaan.” Hij steekt zijn wijsvinger op: “Nu is de politiek aan zet. Zij moeten de regie nemen. Anders gaat het straks echt mis, en krijg je een oproer van mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt of anderszins de dupe zijn van de crisis.” Politici moeten dus het werk doen, maar zij moeten wel vaart maken. Metz: “Hoe langer ze wachten met ingrijpende hervormingen, des te groter de schade.”

Internet

Dan is er nog een groep demonstranten die het politieke systeem willen vernieuwen via internet. Jos Blok bijvoorbeeld, ICT’er uit Maastricht. Hij is teleurgesteld in de politiek. De laatste verkiezingen heeft hij op Wilders gestemd, maar die bereikt volgens hem niet veel. Het politiek systeem is “veel te strak georganiseerd, veel te oubollig”. Blok draagt een Anonymousmasker, maar aan de achterzijde van zijn hoofd. Zijn gezicht is niet bedekt. “Ik hoef niet anoniem, iedereen mag weten dat ik hier sta.” Het liefst zou hij verkiezingen zien via internet, met referenda en gezamenlijk overleg. Net als bij Anonymous, een club internetactivisten waar hij deel van uitmaakt. Blok: “De meeste stemmen gelden. Duidelijk toch? Nu is het politieke systeem zo dat de meeste stemmen niet gelden. Je kiest ergens voor en daarna wordt het toch dezelfde kliek die het onderling regelt.”

Ook Ruben Vlek, een 25-jarige geschiedenisleraar uit Zoetermeer, draagt een Anonymousmasker. Internet heeft de wereld veranderd, en politici moeten zich aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid, vindt hij. “Het gaat om maximale transparantie. Hoe meer informatie, des te beter. Want dan kunnen mensen zelf een keuze maken.” In Berlijn stemden afgelopen maand negen procent op de Piratenpartij, een partij die zich inzet voor privacy van burgers op internet. Daar kan Vlek zich in vinden. “In de oude wereld is het zo dat een klein groepje bepaalt wat de rest te weten komt. De ene procent selecteert voor de rest. Nu kan iedereen zijn eigen informatie selecteren, en bepalen wat hij ervan vindt. Maar dan moet je natuurlijk ook echt invloed kunnen uitoefenen. Daar moet nog iets op worden bedacht.”

Occupy Amsterdam

‘Occupy  Amsterdam’ ging afgelopen zaterdag van start op het Beursplein. De betogers demonstreren tegen de macht van banken en sociale ongelijkheid, in navolging van de bezetting van Wallstreet die vier weken geleden is begonnen in New York. De Occupy-beweging wil een discussie op gang brengen over hoe de samenleving eerlijker kan worden georganiseerd.

Sinds zaterdag zijn er wereldwijd demonstraties onder de vlag van ‘Occupy’, onder andere in Brussel, Rome, Londen, Frankfurt, Tokio en Melbourne.  In Nederland werd zaterdag behalve in Amsterdam ook gedemonstreerd in Den Haag. In Rotterdam en Utrecht vonden demonstraties van kleinere schaal plaats.

Microfoon

Op de hoek van het plein staat een wit busje met een microfoon en geluidsinstallatie, waarbij steeds anderen het woord krijgen. Er is niet één leider, er is niet één boodschap. Iedereen die iets wil zeggen, kan de microfoon krijgen. De banken hebben ons bestolen, zegt een man met een rode clownsneus op. Er is een daklozenopvang voor vrouwen met kinderen waarop wordt bezuinigd en dat is heel erg, zegt een maatschappelijk werkster met overslaande stem. Ik krijg een Wajonguitkering en voel me bedreigd door het rechtse kabinet, zegt een meisje met een autisme stotterend. Laten we met een club mensen afspreken en kijken hoe we de wereldvrede kunnen bevorderen, zegt een ander. De meeste sprekers krijgen een applaus. Alleen als een jongen een samenzweringstheorie uit de doeken doet over “chemtrails”, chemische stoffen die vanuit vliegtuigen over ons heen zouden worden gesproeid, klinkt er boe-geroep.

Henk Keizer, een vijftiger uit Beuningen, schudt zijn hoofd. Hij draagt een SP-trui met een grote tomaat onder een rood SP-windjack. “Dit schiet niet op”, zegt hij geïrriteerd. “Het is allemaal gezellig, iedereen heeft een  mening. Nu staan ze hier en roepen ze ‘actie actie’, maar vanavond ligt iedereen weer thuis op de bank. En de bankiers liggen in een deuk. Die gaan maandag gewoon weer aan het werk.” Als je iets wilt bereiken, moet je je aansluiten bij een politieke partij, vindt hij. Hij kan er niet bij dat slechts 2,5 procent van de Nederlanders lid is van een partij. “Iedereen heeft het over politiek, iedereen doet of hij betrokken is. Maar ze gaan niet over tot echt handelen.” Hoe komt dat? Hij denkt even na. “Nederlanders zijn bang en lui geworden”, zegt hij dan.

Bang en lui zijn Nederlanders niet, denkt Jean Tilly, hoogleraar politicologie aan de UvA. Hij staat tegen het beursgebouw geleund en kijkt naar de vrolijke chaos op het plein. “Deze mensen zijn juist heel betrokken”, zegt hij, “maar hebben het gevoel dat de politiek is vastgelopen. Politici lukt het niet  echte hervormingen door te voeren. Die onvrede zie je in heel Europa. Mensen zoeken naar nieuwe vormen van politieke betrokkenheid.” Internet als mogelijkheid om burgers te betrekken en meer transparantie over besluitvorming zijn daar voorbeelden van. Enthousiast vertelt hij over het project G1000 in België, een initiatief van schrijver David Van Reybrouck. Daarin worden duizend willekeurig gekozen burgers bij elkaar gebracht om te overleggen over de toekomst van hun land in een zogeheten ‘burgertop’. Tilly: “De politieke situatie in België is natuurlijk uitzonderlijk slecht, maar die ontevredenheid over het functioneren van de democratie zie je overal terug.”

Zo'n vijftienhonderd demonstranten op het Beursplein

Zo'n vijftienhonderd demonstranten op het Beursplein

Of hij denkt dat Occupy Amsterdam ergens toe leidt? Hij fronst en kijkt over het plein. “Eigenlijk is dit de klassieke vorm van protest: de straat op gaan wegens gedeelde onvrede”, zegt hij. “Alle grote sociale bewegingen zijn ooit zo begonnen. Maar er is ook veel dat zo is begonnen en wat niets geworden is.” Na een tijdje moet wel duidelijk worden wat de betogers willen, en wie daar over gaat, zegt Tilly. Er zijn leiders nodig, en een plan. Dat is belangrijk voor de continuïteit.

De betogers beginnen tenten op te zetten. Om twaalf uur ’s staat er één koepeltentje, vijf uur later zijn dat er al een stuk of twintig. Voor een de tenten heeft een betoger een bordje geplaatst: ‘Wij gaan niet meer weg.’

De stem van…

Posted By Emiel van Dongen On februari 9, 2011 @ 18:40 In Interview, Stad | No Comments

Mark van Dongen: "Je kunt je afvragen of de Provinciale Staten wel belangrijk zijn" foto: Mark van Dongen

Mark van Dongen: "Je kunt je afvragen of de Provinciale Staten wel belangrijk zijn" foto: Mark van Dongen

Lees in ‘De stem van…’ elke week hoe een Amsterdammer denkt over de Provinciale Staten. Op wie gaan ze stemmen bij de verkiezingen van 2 maart 2011? Deze week Mark van Dongen (55), nummer dertien op de kandidatenlijst van de SP.

Kunt u uitleggen wat de Provinciale Staten doen en waarom ze belangrijk zijn?
“Ze houden zich vooral bezig met milieu en openbaar vervoer. Daarnaast coördineren ze veel zaken tussen gemeentes.

Je kunt je afvragen of ze wel belangrijk zijn. Ik vind van niet. Op zich ben ik niet tegen een bestuurslaag tussen de gemeente en het Rijk, maar er zijn betere structuren denkbaar dan de provincie.”

Zoals?
“Je moet meer kijken naar logische regio’s, bijvoorbeeld het Gooi of Noord-Noord-Holland. Die hebben geheel eigen problemen die een eigen aanpak vereisen. En Amsterdam is eigenlijk weer een soort provincie op zich met zijn stadsdelen.

En het is irritant dat er nog veel uitzonderingen zijn op de regionale indeling, zoals voor de Waterschappen en de politieregio’s. De laatste tijd denk ik vaak dat het veel logischer zou zijn om de ‘provincielaag’ te laten samenvallen met de politieregio’s.”

Dus u stelt zich kandidaat voor een orgaan waar u eigenlijk op tegen bent?
“Ik ben er inderdaad heel kritisch over. Maar een verandering kun je ook van binnenuit teweeg brengen. Zoals het nu is, zou ik de provincie liever opheffen. Zolang ze er nog zijn, kun je er echter ook heel mooie dingen doen.

Het grappige is dat ik ook acht jaar SP-fractievoorzitter van het stadsdeel Zeeburg ben geweest, terwijl ik ook tegen de stadsdelen ben. Amsterdam is als stad een logische bestuursregio, die moet je niet opdelen in stadsdelen.”

U staat nummer dertien op de lijst. De grootste partij op dit moment, de VVD, heeft dertien zetels.
“De leden zitten er voor vier jaar, dus er kan van alles gebeuren waardoor SP-leden eruit moeten, bijvoorbeeld vanwege een ziekte. Ik hoop natuurlijk niet dat dit gebeurt, maar ik zou het heel leuk en spannend vinden om erin te komen. Maar ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat dit zo goed als zeker niet gaat gebeuren.”

Geen slaapplek, wel een vakbond

Posted By Joris Brussel On september 10, 2010 @ 17:30 In Achtergrond, Algemeen | 1 Comment

DSC00775

Twee van de drie vakbondsbestuursleden; Henk Ribbink (r) en Patrick Hartewig (l) met zijn hond.

Op 25 augustus is De Daklozen Vakbond in het leven geroepen. Voor en door daklozen. Maar wat kan zo’n vakbond in de praktijk voor haar leden betekenen?

In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn bijna geen mensen meer te vinden zonder vaste woonplaats. Tot die conclusie kwam het kennisinstituut Trimbos afgelopen juni tijdens een beoordeling van het daklozenbeleid in de hierboven genoemde steden. De gemeente Amsterdam concludeerde vervolgens dat het daklozenbeleid voor een daling van het aantal daklozen in de hoofdstad zorgt. Toch is het dringen geblazen tijdens het tweede inloopspreekuur van de Daklozen Vakbond (zie kader). Op papier zijn ze dan misschien zo goed als verdwenen, in de praktijk verschijnen ze wel op het partijkantoor van de SP in Amsterdam. Daar is de uitvalbasis van de onlangs opgerichte vakbond voor daklozen.

De Daklozen Vakbond

De Daklozen Vakbond is een initiatief van de Amsterdamse SP in samenwerking met vrijwilligersvereniging Daklozen Actie Kollektief (DAK). Lidmaatschap is gratis en uitsluitend bedoeld voor daklozen in Amsterdam. Bij succes breidt de vakbond zich uit naar andere steden. Het voorlopige bestuur bestaat uit: Patrick Hartewig, Henk Ribbink en Ingrid Maas. De belangenbehartiger heeft twee weken na oprichting bijna honderd leden.

Gemeenteraadslid Maureen van der Pligt van de SP in Amsterdam is een van de initiatiefnemers van de vakbond. Ze begrijpt niet dat op bestuurlijk niveau het idee bestaat dat daklozen steeds meer tot een zeldzaamheid behoren, terwijl bekend is dat in Amsterdam zeker 2500 daklozen leven (zie kader 2). “Soms vraag ik aan collega-raadsleden of ze weten hoeveel daklozen er in de stad leven. Sommigen zeggen dan: ‘hooguit een stuk of vijftig’. Ik denk daarom dat daklozen het beste zelf hun problematiek kunnen aankaarten, zodat ik die signalen in de raad kan doorkoppen.” Van der Pligt vindt het vreemd dat journalisten haar vragen waarom ze zelf niet in het vakbondsbestuur zit. “Het is een vakbond voor en door daklozen. Ik behoor niet tot die doelgroep; ik heb immers een dak boven mijn hoofd.”

Het driekoppige bestuur van de vakbond bestaat enkel uit daklozen. De voorzitter is de Duitse stadsnomade, Patrick Hartwig, die in een hutje van sloophout in natuurgebied De Bretten woont. “Veel personen praten vaak over, maar nooit met daklozen”, zegt hij. Daarom wil Hartwig de zwakkeren via de vakbond een stem geven en misstanden op het gebied van het Amsterdamse daklozenbeleid aan het daglicht brengen. Want die zijn er -volgens Hartwig- in overvloed.

Nachtbrakende dieven

De kersverse voorzitter legt uit dat er nachtopvangplaatsen bestaan waar daklozen niet willen slapen, omdat mensen elkaar daar ’s nachts bestelen. Bovendien zijn een groot aantal instellingen voor daklozen uitsluitend bedoeld voor mensen met een verslaving of een psychische aandoening. Rob Nicolai, die zich zojuist bij de vakbond heeft ingeschreven, erkent dit fenomeen.  “Ik heb geluk dat ik flink in de schulden zit. Voor de nachtopvang compenseert dat het feit dat ik niet gestoord of verslaafd ben.’’ Nicolai, die in een ver verleden Engels aan de UvA studeerde, belandde drie jaar geleden na een gedwongen ontslag op straat. Hij overweegt nu of het een oplossing is een drankverslaving op te bouwen om makkelijker toegang te krijgen tot opvanghuizen.

SP-er Van der Pligt vult aan dat er meer problemen zijn. Ze geeft aan dat daklozen op specifieke momenten welkom zijn bij de ene opvang, vervolgens een paar dagen bij een volgende en daarna weer op een andere plek. “Ze moeten een agenda bijhouden om te weten waar en wanneer ze welkom zijn.”

Naast een gebrekkige organisatie van de opvanghuizen, is er volgens het SP-raadslid ook een drastisch tekort aan opvangplekken voor daklozen. Het gevolg is dat daklozen op straat gaan slapen. Dat resulteert vervolgens in boetes die het merendeel niet kan betalen. Uiteindelijk belanden straatslapers daarom vaak in de gevangenis. “Dit levert hogere maatschappelijke kosten op dan de uitbreiding van het aanbod van opvangcentra”, aldus Van der Pligt.

Aantal daklozen in Amsterdam

Amsterdam telt in totaal 2500 daklozen, die bij maatschappelijke zorginstellingen staan geregistreerd. Hiervan slapen er ruim 600 op straat. De rest slaapt in opvangcentra, portieken, op woonboten en in zelfgebouwde krotten. Naast de geregistreerde daklozen is er een verborgen groep zwervers. Het vakbondsbestuur schat dat het om een populatie van minstens 1500 mensen gaat.

Een vast adres

Wat levert lidmaatschap van de vakbond op korte termijn concreet op? Naast individuele belangenbehartiging is dat met name de mogelijkheid voor leden om het thuishonk van de vakbond als postadres op te geven. Beschikking over een postadres is nodig om een uitkering aan te vragen. Maar zelfs met een postadres zorgt de afwezigheid van een vast slaapadres voor problemen. Dit stelt de gemeentelijke Ombudsman in Amsterdam in het in mei verschenen rapport ‘Dakloze zoekt brug’. Aanleiding was een dakloze die een bijstandsuitkering aanvroeg. Om de aanvraag te beoordelen, moest de man de Dienst Werk en Inkomen (DWI) in Amsterdam toestemming geven om zijn slaapplaats de komende vijf nachten te bezoeken. Aangezien de man niet over een vast onderkomen beschikte, kon hij dit niet doen. De dienst wees de aanvraag af, met als motivering dat de man weigerde mee te werken. Onterecht, oordeelde de Ombudsman. Toch lopen daklozen, ondanks het oordeel van de Ombudsman, tot op heden tegen dit fenomeen aan.

De speerpunten van de vakbond zijn: het aanpassen van het boetebeleid van de politie met betrekking op zogenoemde buitenslapers, zorgen voor meer en betere daklozenopvang en een betere verdeling tussen zorgcentra voor verslaafden en niet-verslaafde daklozen.

Gemeentebeleid

Ook de gemeente Amsterdam lijkt haar best te doen voor daklozen. Samen met Den Haag, Rotterdam en Utrecht maakte ze in 2006 afspraken met het Rijk over intensivering van het daklozenbeleid. Het zogeheten ‘Plan van Aanpak Maatschappelijk Opvang 2007 – 2010 blijkt volgens evaluatierapporten van de gemeente en het Rijk aanzienlijk bij te dragen aan de oplossing van de problemen van daklozen. De gemeente heeft speciale inloophuizen ingesteld. Daklozen krijgen daar de kans om een traject te doorlopen dat hen uiteindelijk aan een eigen woning helpt.

Niet iedereen deelt de opvatting dat de gemeente effectief beleid voert. Irmin van der Meijden van het Daklozen Actie Kollectief verklaarde half mei in dagblad Trouw dat de inloophuizen niet bijdragen aan een oplossing voor het daklozenprobleem. Dit omdat er een beperkt aantal trajecten is. Bovendien is het intensieve traject niet geschikt voor iedere dakloze. Gevolg is dat maar een klein aantal het traject uiteindelijk succesvol afrondt.

Hartwig vindt dat de gemeente zich wel inzet voor daklozen, maar in de uitvoering haar doel mist. Hij pleit dan ook voor intensieve samenwerking met de gemeente. Dat burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan, beschermheer van de vakbond is, doet de bestuursleden deugd. “De burgervader kan binnenkort een belletje kan verwachten om verbetering van het daklozenbeleid te bespreken”, verzekeren ze.

Obstakels

De Daklozen Vakbond stuit, ondanks haar korte bestaan, al geregeld op obstakels. Zo heb je als je minder dan twee jaar staat ingeschreven als inwoner van Amsterdam, geen recht op een uitkering. “Leg dat maar uit aan buitenlandse zwervers”, vertelt een van de bestuursleden tijdens het inloopspreekuur.

Ook krijgt de vakbond moeilijk grip op zogeheten ‘zorgmijders’. Dit zijn daklozen die vanwege trots of andere redenen geen maatschappelijke hulp willen zoeken. Een ander probleem waar de vakbond tegen aanloopt, is dat ze nogal afhankelijk is van de ondersteuning en huisvesting van de SP, waar ze in ieder geval op korte termijn gebruik van maakt. Zoals de dakloze Nicolai opmerkt: “Het is onhandig om als geheel zelfstandige vakbond te leunen op een andere organisatie. Als dakloze kun je moeilijk papierwerk mee naar huis nemen.”

De tijd zal leren of de Daklozen Vakbond een lans kan breken voor haar leden. Geen van de initiatiefnemers zal gouden bergen beloven aan mensen die überhaupt geen dak boven het hoofd hebben. Maar vakbondsvoorzitter Hartwig heeft alle vertrouwen in een goede afloop: “De huidige situatie kan alleen maar beter worden.”

Het mes in subsidies?

Posted By Eva Rooijers On februari 16, 2010 @ 18:42 In Achtergrond, Algemeen, Stad | No Comments

Image by: Andy Ciordia (flickr)

Image by: Andy Ciordia (flickr)

Er moet de komende jaren fors bezuinigd worden.  Grote kans dat ook het mes zal worden gezet in de subsidies. Welke subsidies kunnen we missen? NAP maakte een rondgang langs de verschillende fracties in de gemeenteraad.

Amsterdam - De subsidie voor de autoloze zondag mag direct worden geschrapt van D66 en de VVD. Volgens Thijs Kleinpaste, voorlichter van D66, is de autoloze zondag ‘symboolpolitiek’.

“Dit project kost ruim 800.000 euro per jaar en levert geen echte verbetering van de luchtkwaliteit op.” Een deel van dit bedrag gaat naar subsidies voor speciale activiteiten die op een autovrije dag kunnen worden georganiseerd zoals Nordic Walking op de grachten en hinkelen op de Kinkerstraat.

Sociale domein

Marijke Ornstein, raadslid voor de VVD, ziet nog meer mogelijkheden om te bezuinigen. “In 2010 wordt een kleine veertig miljoen euro uitgegeven aan subsidies in het sociale domein. Voorbeelden zijn het spreekwoordelijke thee drinken in eigen kring, en buurtbarbecues.  Sommige van deze initiatieven zijn best sympathiek maar in tijden van crisis moet een afweging worden gemaakt. De VVD kiest er voor om vier miljoen euro te bezuinigen op deze subsidies.” VVD-raadslid Robert Flos voegt toe dat ook de subsidie voor “moestuinen op het dak van het stadhuis” mag worden geschrapt.

SP-raadslid, Laurens Ivens: “Wij kijken naar de grote lijnen. Op belangrijke zaken zoals zorg en milieu moet niet worden bezuinigd. Maar ik ga niet nu, in verkiezingstijd, zeggen welk subsidietje wel of niet geschrapt mag worden.”

Overlap

De Partij van de Arbeid(PvdA) en GroenLinks waren de afgelopen vier jaar verantwoordelijk voor het toekennen van de subsidies. Zij zien geen subsidies die direct kunnen worden afgeschaft. “Als er nutteloze of overbodige subsidies waren geweest, hadden we die natuurlijk allang afgeschaft”, aldus Marco de Goede, raadslid voor Groen Links.

Volgens de Goede kan er wel geld bespaard worden door subsidies slimmer te besteden en goed te kijken of subsidies elkaar niet overlappen. Als voorbeeld haalt hij operatie Frankenstein aan. Deze naam is gegeven aan een onderzoek naar instellingen in de jeugdzorg die subsidie ontvangen. De gemeente is dit onderzoek in 2007 opgestart.

“Er ligt nu een dik rapport op tafel waarin staat waar de dubbelingen zitten, welke instellingen hun subsidies efficiënt besteden en of er niet beter kan worden samen gewerkt tussen de instellingen die subsidie ontvangen. Daar moeten we natuurlijk mee aan de slag”, zegt De Goede.

Ook de PvdA wil doorgaan met Operatie Frankenstein en de dubbelingen opsporen, zegt raadslid Michiel Mulder. “Daarnaast wil de PvdA aan kunstinstellingen vragen om hun inkomsten te verhogen. Er komt dan extra geld vrij dat wij willen investeren in het verhogen van de toegankelijkheid van kunst.”

Verantwoording

De Goede vindt ook dat de verantwoording die aan de gemeente moet worden afgelegd in sommige gevallen is doorgeslagen. “Als je als sportclub subsidie krijgt, moet je precies invullen hoeveel werk elke vrijwilliger doet.” Hij vraagt zich af of dat nodig is. “Wees blij dat die vrijwilligers er zijn. Ik ken ook ondernemers die klagen dat ze zoveel formulieren moeten invullen voor een subsidieaanvraag, dat ze er maar helemaal niet aan beginnen. Dat kan niet de bedoeling zijn.”


Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl

URL to article: http://napnieuws.nl/2010/02/16/het-mes-in-subsidies/

Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.