- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -
Amsterdam Rauw: Verboden te barebacken
Posted By Een onzer verslaggevers On februari 17, 2009 @ 17:30 In Column | 5 Comments
Amsterdam Rauw: een serie over wakker Amsterdam. Op zoek naar eigenzinnigheid waar de betutteling geen grip op krijgt. Vandaag is Rauw in de Church, een homoclub waar kleren vanavond verboden zijn.
AMSTERDAM – 17 febr. Achter de donkere ramen van club Church aan de Kerkstraat wacht het Grote Onbekende. Ik stal mijn fiets, steek de straat over en duw de deur open. Een portier, gestoken in een tuinpak, begroet me amicaal. Samen met eigenaar Wim Peeks (49) en wat vrijwilligers is hij hier de enige met kleren aan. Vanavond is het thema “Swing your Thing.”
‘Je weet dat je alles uit moet doen?’, zegt Peeks resoluut. Het idee dat ik hier in spijkerbroek de avond ga doorbrengen verdampt. De portier overhandigt me een witte kleerhanger. Het blijkt niet eenvoudig om onder toeziend oog van mijn naakte, mannelijke medemens mijn volledige garderobe aan één hangertje op te hangen. Op de toonbank valt in grote letters te lezen “barebacking verboden”. Oftewel: seksen zonder condoom is hier niet toegestaan.
Aan de bar vertelt Peeks dat hij in een vorig leven werkte met drugsverslaafden en geestelijke gehandicapten in Assen. Sinds augustus 2008 is hij de trotse eigenaar van club Church. De enige club in Amsterdam waar homo’s naakt rondlopen, seks kunnen hebben en in de rookruimte een jointje mogen roken. Vrijwel elke dag van de week worden hier feesten georganiseerd, variërend van “naked bar“, tot de tweewekelijkse fistfuckavonden.
Eén van de weinige vergelijkbare locaties, het Vagevuur in Eindhoven, werd vorig jaar na een reportage in EO’s Netwerk gesloten. Peeks zegt evenwel geen moeite te hebben met media-aandacht. ‘Het is wat het is. Wij hebben hier niets te verbergen.’ Hij voegt de daad bij het woord en geeft me een rondleiding. Voorin de zaak wordt een biertje gedronken en ontmoeten de mannen elkaar. Sommige zien er met een cockring (een ring die om de stijve penis wordt geschoven, zodat het bloed niet terugstroomt) en een Prince Albert (penispiercing) extravagant uit, maar het merendeel had ik ook in de sauna tegen het lijf kunnen lopen.
Achterin, op de dansvloer worden twee mannen oraal bevredigd. Vijf andere mannen kijken toe. Als ik de trap oploop, knikt een Japanse toerist me stoïcijns toe. Op de eerste etage worden twee oudere mannen geneukt terwijl ze in één van de drie zogenaamde “slings” hangen, een soort schommel, maar dan van kettingen en zwart leer. Zonder condoom worden er hier geen zaken gedaan. ‘We hebben hier wel eens mensen die denken: “Hé een nieuwe tent, laten we gaan barebacken”, zegt Peeks. “Daar zijn we heel strikt in. Overal liggen hier gratis condooms en het is de bedoeling dat die gebruikt worden. We hebben wel eens een waarschuwing moeten geven, maar er is nog nooit iemand uitgegooid.’ Het verbaast me daarom dat er op de televisieschermen boven de bar homoporno wordt gedraaid, waarbij er zonder een condoom geneukt wordt.
Bij de garderobe tref ik Danny (36) uit Utrecht. De eerste keer dat hij in de Church kwam was hij met een man of tien, Vandaag is hij alleen. Hij bewaart zijn geld en garderobeticket in een leren polsband met rits. ‘Nee, ik ben niet op zoek naar een relatie. Toen ik achttien was, was ik op zoek. Ik kom hier om te relaxen en om te seksen’, zegt hij desgevraagd. We lopen naar de bar. Na een tweede biertje besluit ik een lastig thema aan te snijden: de opzettelijke verspreiding van HIV, zoals dat in 2007 in Groningen gebeurde. ‘Als je daar rekening mee moet houden, kun je net zo goed je kinderen van school halen omdat ze neergestoken kunnen worden. Mensen die opzettelijk HIV verspreiden zijn moordenaars en moeten opgesloten worden. Dat je die vraag stelt, geeft wel aan hoe mensen denken over dit soort plekken.’
Als ik van de wc gebruik wil maken, hoef ik nu eens niet bang te zijn de verkeerde binnen te lopen. Ik probeer een praatje te maken met mijn buurman, maar zodra ik een pen pak, maakt hij dat hij wegkomt. In de rookruimte heb ik meer geluk. ‘Ik ben blij dat hier een rookruimte is’, grapt Erik (29), biseksueel en medewerker bij een woningcorporatie. ‘Zie je veertig naakte homo’s al buiten staan?’ Bang om collega’s tegen het lijf te lopen is hij niet. ‘Dan vallen ze zelf ook door de mand.’ Vanwege zijn lange haren en voorliefde voor death metal schaart Erik zichzelf onder de “mannelijke” homo’s. ‘Ik ben niet zo’n verwijfd type als je begrijpt wat ik bedoel.’ Als ik hem vraag naar de tweewekelijkse fistfuckavonden trekt hij een vies gezicht. ‘Dat is echt smerig. Net als barebacken. Als ze dat bij mij flikken, geeft ik ze een klap op hun harses. Ik laat me bovendien niet naaien. Dat doen wij mannen niet.’
Amsterdam Rauw: kickboksgala Noord Gestoord
Posted By Anna van den Breemer On februari 17, 2009 @ 17:25 In Column | No Comments

foto van www.mixfight.nl
Amsterdam Rauw: een serie over wakker Amsterdam. Op zoek naar eigenzinnigheid waar de betutteling geen grip op krijgt. Vandaag zwetende mannen in de ring op het kickboksgala ‘Noord Gestoord’ in Amsterdam-Noord.
AMSTERDAM, 17 feb. - De lampen zijn gedoofd, een felle spotlight flitst door de bomvolle zaal. De snoeiharde bas beukt uit de grote boxen. De grond trilt ervan. Het publiek juicht. De eerste vechter komt op, zijn zwarte rastavlechten heeft hij in een staart. Hij hupt van het ene been op de andere. Handen in de lucht. Om zijn lippen een gevaarlijke grijns. Voordat hij de ring instapt, knielt hij en legt hij zijn hoofd op het touw van de ring. Het lijkt alsof hij bidt. Begrijpelijk, met die reusachtige tegenstander.
In de ring is het gevecht begonnen. De trainers schreeuwen en slaan hard op het podium van de ring. De vechter met de rastastaart geeft drie flinke stoten, draait zich om een maakt het af met een harde kick. Het hoofd van zijn tegenstander klap naar achter. Hij valt op de grond. Ik slaak een gilletje die gelukkig niemand hoort. Dit is heftiger dan ik dacht.
‘Het is Schilt’, sist een jongen van een jaar of vijftien naast mij tegen zijn vriend. Hij wijst naar een boomlange kerel achter ons. ‘Jij moet foto van mij maken. Met hem.’ De reus staat naast twee andere, grote, vierkante mannen. Ze kijken strak voor zich uit. ‘Dat zijn Semmy Schilt, drievoudig K-1 wereldkampioen, Melvin Manhoef en Valentijn Overeem. Grote namen’, legt Arnold uit. Aha. Die wil je niet in een donker steegje tegenkomen, denk ik bij mezelf.
‘Pers’, roep ik en glip backstage. Daar maakt de volgende vechter zich klaar. Hij draagt een rood klein broekje. ‘Je maakt ‘m af! Je gaat ‘m slopuh!’, brult zijn trainer tegen hem. Hun voorhoofden zijn tegen elkaar gedrukt. De vechter kwijlt, springt en briest. Ik doe een stapje opzij. Wat een zweterige bedoening. Achter mij liggen rijen cd’s met plakkertjes. Halim (19) uit Den Haag legt me uit dat iedere speler zijn eigen muziek kiest om op te komen. En dat is meestal pompende hiphop.
Ik vraag aan Halim waarom sommige vechters de ring inlopen als een soort Messias terwijl anderen bescheiden hun plek innemen. ‘Amsterdam is de kickboksstad, weet je, je hebt iets te bewijzen als je hier vandaan komt’, legt hij uit. ‘Ze moeten intimideren, indruk maken op de grote namen van hun school.’ Het heeft vast iets te maken met die grote mannen achterin.
Een overspannen jongen die schijnbaar de controle backstage moet bewaren schreeuwt dat iedereen weg moet behalve de vechters. Geen pottenkijkers, dat is duidelijk. ‘Zij is journaliste’, wijst een man die mij aantekeningen heeft zien maken. Precies, ik blijf. Ik wil me aan hem voorstellen. Hij schiet in de lach. ‘Dat doen we meestal niet hier’, toch schudt hij mijn hand. Ik versta zijn naam niet door de muziek. ‘Die meeste meiden hier zijn popjes, daar wil je niets mee te maken hebben. Vandaar. Ze zijn met hun uiterlijk bezig en komen hier voor de mannen. Ik ben hier voor het boxen.’ Ben je dan bang dat hun vriend je pakt, opper ik. Hij lacht. ‘Daar maak ik me niet zo’n zorgen om.’ Daar kan ik inkomen. Hij is gigantisch.
Terug in het publiek raak ik in de stemming. ‘Haal ‘m neer’, ik wil een knock-out zien!’ gil ik, opgaand in het moment. Arnold kijkt verschrikt om. Ik sla een hand voor mijn mond. Het went snel.
Amsterdam Rauw: Dikke Dennis
Posted By Hinke Hamer On februari 17, 2009 @ 17:22 In Column, Leven | No Comments
Amsterdam Rauw: een serie over wakker Amsterdam. Op zoek naar eigenzinnigheid waar de betutteling geen grip op krijgt. Vandaag Brixx, tattookunstenares bij Dikke Dennis.
Amsterdam, 17 feb. ‘Tattoos klaar terwijl u wacht. U betaalt alleen de inkt, de pijn is gratis’, staat in zwarte letters boven de deur. Als je bij binnenkomst denkt dat je alvast een euro op je kunstwerk bespaart, omdat ie toevallig op de drempel ligt, kom je bedrogen uit. De munt zit vastgeplakt. Terwijl ik schaapachtig uitleg dat ik helemaal niet hebberig ben en best het volle pond voor mijn tatoeage wil betalen (wie ben ik om voor een dubbeltje op de eerste rij te willen, de pijn is ook al gratis), legt Brixx uit hoe het zit met die vastgeplakte euro. ‘Een dikkedennisgrap.’
Tattooshop Dikke Dennis in de Tweede Goudsbloemdwarsstraat (‘Tweede Dikkedennisdwarsstraat’) is de enige tattooshop in Amsterdam, ‘die er niet uitziet als de behandelkamer van een tandarts’, vertelt Brixx. Aan de muur zijn snoeppapiertjes, krantenknipsels en foto’s geprikt. Foto’s en reclamemateriaal van Dennis zelf: een stevige, grote, langbehaarde en bebaarde veertiger. Een klein fotootje van een getatoeëerde fallus. Op planken vechten potten en pannen om de ruimte. Niet zomaar potten: de meeste zijn van glas en gevuld met embryo’s op sterk water. Slangen, muizen en een enkel beest met een piercing door zijn lijf.
Vandaag is Dikke Dennis er niet. Hij is bezig met de promotie van een voetbalfilm, waarin hij de keeper speelt. Brixx wil wel vertellen hoe het is om de directe collega van Dennis te zijn. Brixx is niet haar echte, maar haar tattoonaam. Ze is 21 en van onder tot boven getatoeëerd. In overwegend donkergrijs is er van alles op haar lijf te zien: een sterretje op haar voorhoofd, haar geboortejaar op haar vingers, Maria op haar linkerarm en een Braziliaanse god op rechts. Vooral op Oya, de Braziliaan, is ze erg trots. Speciaal voor haar, ‘als een soort sterrenbeeld’, is uitgezocht dat dit de god is die bij haar past. Niet al Brixx’ tattoos zijn zichtbaar: voor intimi is er ‘KWIJL’, dat in kleine lettertjes aan de binnenkant van haar onderlip is getatoeëerd.
Brixx nam haar eerste tatoeage toen ze zeventien was. Eerder wilde ze al graag een plaatje op haar lijf, maar daar waren haar ouders geen voorstander van. Bovendien zou de tattoo meerekken, zolang ze nog in de groei was. Toen ze eindelijk, op haar zeventiende, toch aan een eerste lichaamsversiering begon, vertelde ze haar moeder dat het een plakplaatje was. Nu, vier jaar later, tijgerpootjes op haar borst getatoeëerd en zelf fulltime werkzaam bij Dikke Dennis, is die leugen niet meer vol te houden.
Niet alleen haar ouders zijn niet blij met Brixx’ kunst. Ook de goegemeente is ‘bevooroordeeld’, bij de aanblik van een getatoeëerde jonge vrouw. ‘Tatoeages worden steeds meer geaccepteerd’, Brixx hoort het zo nu en dan, maar merkt er niets van. En realiseert zich dat ze, met alleen havo-diploma op zak, nooit meer een ‘normale baan’ zal vinden. ‘Al heb je een klein sterretje op je hand staan, een werkgever heeft meteen een beeld van je.’ Daar heeft ze zich bij neergelegd. Brixx’ missie is om kunst te maken op mensen. En daarop wil ze zich volledig kunnen concentreren.
Vriendinnetje Kimberley laat de microfoon zien die Brixx op haar onderbeen heeft getekend. De wondjes zijn niet helemaal geheeld en de tattoo ligt nog als een vettig laagje op Kimberley’s been. ‘Het kan wel zes tot acht weken duren voor het echt genezen is’, vertelt Brixx, die trots is op haar kunstwerk. Met mijn vraag of ze niet iets kleins, iets liefs op mijn enkel kan tatoeëren, kan ze niet helemaal uit de voeten. Iets specifieker vraag ik of ze geloof, hoop en liefde in inkt kan vastleggen. Liefst zie ik een boek met voorbeelden, maar voor kruis, hart en anker moet ik duidelijk ergens anders zijn. Zo het een echte kunstenares betaamt, neemt Brixx zelf de rode benzinestift ter hand. Haar eigen ontwerp gaat mijn arm sieren, want mijn harige benen hadden zich onvoldoende op dit bezoek voorbereid. Niet ‘voor het echie’, maar eerst een probeersel, dat met flink veel zeep afwasbaar is. Met een felrode kralenketting om mijn arm met daaraan drie bedeltjes, verlaat ik Dikke Dennis.
Amsterdam Rauw: Een verloren avond op de Wallen
Posted By Laura van der Wal On februari 17, 2009 @ 15:53 In Column | No Comments
Amsterdam Rauw: een serie over wakker Amsterdam. Op zoek naar eigenzinnigheid waar de betutteling geen grip op krijgt. Vandaag slentert Rauw over de Wallen.
AMSTERDAM – 17 febr. Op een verloren maandagavond loop ik achter een groepje Britten over de Oudezijds Achterburgwal. Zes stuks, jonger dan twintig. Pukkelige slungels in beschonken toestand. Ze dragen mutsen met Amsterdam er op. Het duurt even voordat ik doorheb dat ze een taal spreken die ik zou moeten verstaan. Voor ze het weten zijn ze het smalle gebied van de Amsterdamse Wallen alweer uitgelopen. Abrupt staat de voorste stil. Als in een goedkope slapstick botsen de andere jongens tegen hem op. ‘We go back, pals.’ Met z’n zessen drommen ze zich voor een raam, de vrouw erachter zet het op een kier. De toeristen zijn schaars vanavond. ‘She shouldn’t be too expensieve, right?’ zegt de leider. Gelach. Snel sluit het deurtje weer. Duwend en struikelend loopt het groepje verder.
Ik volg de jongens, langs smsende, nagelvijlende en gapende vrouwen, een kroeg in. Old Sailor. In het bruincafé hangen oude zeemanspullen aan de muren. Tussen landkaarten, een scheepsstuur, twee opgezette schildpadden en visnetten zijn zeemansspreuken opgetekend. De gokkast in de hoek is constant bezet. De gedraaide dancemuziek vloekt met het interieur. Ik vind een plekje tussen de gokkast en de toiletten. Foute keuze. Iedere keer dat de deur van de toiletten opengaat, waait er een doordringende walm van urine en schoonmaakmiddel voorbij. Ik heb het gevoel dat mannen naar me kijken. Een ijdele gedachte: wanneer ik hun blikken volg, kom ik uit bij een groot plasmascherm boven mij. Er wordt een cricketwedstrijd vertoond van twee maanden geleden.
Nippend van mijn biertje kijk ik naar buiten. Nonchalant? Stoer? Ik probeer mezelf een houding te geven. Aan de overkant van de gracht staan twee hoogblonde dames in vlammend rode lingerie. Er lopen nauwelijks potentiële klanten langs. Het is nog vroeg, tien uur, maar het verleidelijk kijken naar voorbijgangers hebben ze allang opgegeven. De dames zijn druk in gesprek en lopen voortdurend van de ene kamer naar de andere. Vanaf mijn plaats in de kroeg lijkt het een poppenkast.
Old Sailor kent haar publiek. Er worden grote pullen bier geschonken. Heineken, en voor de Britten die heimwee hebben staat een kratje Becks achter de bar. In een grote vitrinekast hangt de merchandise: T-shirts en petten met Popeye en de naam van de kroeg erop. Ook Frank de Boer is niet te preuts om zijn naam aan de kroeg op de wallen te verbinden. Een oud, stoffig voetbalshirt hangt ingelijst naast de toiletten. Een vrouw grijpt ernaar, in haar val richting wc. Mis. Ze ligt met de knietjes op de grond, krabbelt op en kijkt zoekend naar wat haar val veroorzaakt moet hebben. Op de vlakke vloer is niets te vinden. Stiletto’s en alcohol gaan niet samen.
Mijn biertje is op en ik stap de kroeg uit, de regen in. Het meisje tegenover mij draagt een vrolijk groene bikini. Ik herken ‘m. Dezelfde bikini kocht ik twee zomers geleden ook. Nauwelijks aangehad, zat niet lekker. Met dat feestelijk rode licht weet het meisje de bikini een stuk sexier te dragen dan ik.
‘Ik zag je al aan komen lopen, verzopen katje.’ De uitsmijter van de Moulin Rouge is jong en fors. Zijn kale schedel weerkaatst het rode en gele licht van de club. Hij draagt een mooi pak met wollen overjas. ‘Wat doe je hier? Kom je van je werk? Studie?’ Studie kies ik snel. Dat lijkt me de veiligste optie, gezien de onderzoekende blikken van de langslopende mannen. Terwijl de verleiding toch echt achter het glas te vinden is en niet hier, in de stromende regen. ‘Ik zie er toch niet uit alsof ik hier thuis hoor?’, schiet het door me heen en schaam me direct voor die gedachte.
Een patrouillerende politiewagen passeert ons langzaam. Ik stap dichterbij de uitsmijter. Onder zijn grote, zwarte paraplu is het droog. Dat bevalt. Het is rustig binnen, vertelt hij zonder dat ik er naar hoef te vragen. ‘De pond staat slecht. Zo ook de dollar. De hoge vliegtax van Schiphol werkt bepaald niet mee. En de PvdA pest ons weg.’ Op een goede avond draait Moulin Rouge een showtje voor honderd man, nu zit er bijna niemand. Live couples sex, banana show, vibrator show en candle show. Een speciaal prijsje kan geregeld worden. Het riedeltje komt er vloeiend uit.
We kijken zwijgend voor ons. Zeven zwanen zwemmen rustig voorbij in de gracht. Ze geven de roodverlichte setting een surrealistisch tintje. Ik zucht. De uitsmijter is nog romantisch ook. Type teddybeer. Ik ben benieuwd of hij ook wel eens gromt.
Amsterdam Rauw: Ziekenzorg op de Zeedijk
Posted By Nelleke Koops On februari 13, 2009 @ 17:00 In Column | No Comments
Amsterdam Rauw: een serie over wakker Amsterdam. Op zoek naar eigenzinnigheid waar de betutteling geen grip op krijgt. Vandaag is Rauw onder behandeling van een Chinese kruidendokter op de Zeedijk.
AMSTERDAM, 13 feb. – Ingeklemd tussen nachtclub Moulin Rouge en een sieradenwinkeltje op de Zeedijk zit de praktijk van Chinese kruidendokter Wing Tsoen Tong. Ik sta gebiologeerd te kijken naar de grote wand met kruidenpotten. Voor elke kwaal is er iets. De praktijk is een kruising tussen een ouderwetse apotheek, de wachtkamer van een huisarts en een afhaal Chinees. Knalrode Chinese kalenders en lampionnetjes hangen naast posters van het menselijk lichaam en uitvergrote organen. Een Chinese man van een jaar of dertig kijkt me afwachtend aan. Op mijn vraag of hij Nederlands spreekt knikt hij instemmend. Maar als ik wil weten welke kruiden hij verkoopt, blijkt een gesprek toch moeilijk. Gebaren dan maar. Uiteindelijk wordt me duidelijk dat dokter Wing aan je pols voelt en dan bepaalt waar je last van hebt en welke kruiden daartegen helpen. Een zak kruiden, waarmee je anderhalve liter thee kunt zetten, kost zeven euro.
Ik twijfel. Ik voel me wel goed. Wat als dokter Wing iets vindt waarvan ik niet wist dat ik het had? Ik ga zitten op een van de plastic stoeltjes tegen de muur en wacht op de dokter. Een ernstige oudere man in een oranje katoenen trui komt aanschuifelen. We gaan aan een tafel zitten en hij legt mijn pols op een versleten zijden kussentje. Hij drukt stevig op mijn slagader, pakt ondertussen een schriftje en begint wat te krabbelen. Alleen de datum kan ik lezen. Zo te zien heeft hij ook op drie en zes februari een consult gehad. Hij kijkt bedenkelijk, beveelt mij mijn tong uit te steken en legt dan met een vies gezicht mijn andere pols op het kussentje. Weer drukken, nog meer krabbelen. Ik vraag me af of ik me zorgen moet gaan maken. Dan wijst hij naar een papier op de muur waarop in twee kolommen Chinese karakters en hun Nederlandse vertaling zijn geschreven. ‘Maag’ lees ik eerst, en dan ‘Lever’. Nu maak ik me zorgen. Hij begint heftig te knikken en schreeuwt wat naar zijn collega. Met een ernstig gezicht maakt hij duidelijk dat deze organen niet yin yang zijn. ‘Maag is veel yin, moet meer samen.’
Ik krijg een kuur van vijf dagen voorgeschreven. Dat lijkt me wat lang, maar over de diagnose van dokter Wing is geen discussie mogelijk. Vijf grote plastic zakken worden op de toonbank gelegd. Een voor een worden de potten van de planken gehaald en open geschroefd. Handenvol wonderlijke kruiden verdwijnen in een grote bak en worden over mijn zakken verdeeld. Er zitten grote witte stukken bij, kleine gedroogde bolletjes en iets dat lijkt op boomschors. Ik herinner me ineens een artikel waarin stond dat de Chinese geneeskunst menselijke placenta’s gebruikt om thee van te trekken tegen astma klachten. Huiden, insecten, nagels en gif van dieren werden volgens de auteur ook bij veel kwalen gebruikt. Ik troost me met de gedachte dat dokter Wing alleen Maag en Lever aanwees en niet Longen. Als ik voor de zekerheid vraag wat er allemaal in de zakken gaat, lacht hij vriendelijk, wijst dan naar de karakters op de potten en gaat onverstoorbaar verder.
De zakken zijn vol. Op het strookje met instructie staat dat ik vijf dagen lang anderhalve liter thee moet koken en dat drie keer per dag moet drinken. Dokter Wing maakt een beweging alsof hij iets in zijn mond stopt. Ik begrijp het, ik moet erbij eten. Hij haalt nog even zijn consult briefje op en vraagt mij mijn naam eronder te zetten. Op het volgekladde blad is elke datum ondertekend met Chinese karakters. Mijn westerse handschrift hoort er duidelijk niet thuis.
Terwijl ik mijn jas aantrek bedenkt dokter Wing zich iets. ‘Thee’, zegt hij beslist. Ja thee, denk ik, vijf grote plastic zakken vol. Maar hij is vergeten mij thee in te schenken en komt met een roestige thermosfles aanzetten. ‘Zitten’, beveelt hij. Ik heb geen idee welke kruiden hij hierin heeft gestopt, maar drink het braaf op. Het zal wel heilzaam zijn.
35 euro armer en vijf zakken met onduidelijke inhoud rijker neem ik afscheid van dokter Wing. Ik ben een half uur binnen geweest. Goedkoper dan een consult bij de huisarts, al ga ik daar zelden weg met een kwaal die ik nog niet had toen ik binnenkwam. Als een gek fiets ik naar huis om thee te zetten. Ik heb geen tijd te verliezen, wil ik vandaag nog die anderhalve liter wegwerken. Na een half uur pruttelen houd ik een gitzwart brouwsel over. De zurige en tegelijkertijd bittere smaak neemt de illusie weg dat het om een onschuldige kruidenthee gaat. Ik moet het zien als een medicijn, houd ik mezelf voor. Drie keer per dag, vijf dagen lang. Op doktersadvies. Dan ben ik weer yin yang.
Amsterdam Rauw: Kriterion, een bonte verzameling Amsterdammers
Posted By Camil Driessen On februari 11, 2009 @ 17:01 In Column, Leven | No Comments
Frans weet het zeker: Aziaten stammen af van muggen. Eric bedacht breedband internet, maar vroeg nèt te laat octrooi aan. En Robin liep een carrière mis in de TomTom’s. Welkom in Kriterion.
AMSTERDAM, 11 feb. Goedkope drank. Goede films. En gezelligheid. Dat is Kriterion. Zonder pretenties, iedereen komt er. Kinderen uit de buurt die naar Pipi Langkous gaan, studenten die zich na college volgieten en `s nachts waggelend de deur uitgaan en rare snuiters die in andere cafés worden weggekeken. Kriterion is laagdrempelig, zoals dat heet. En dat merk je. Het is er niet erg schoon. Lege bierglazen staan vaak een uur op tafel. De bar kan bedekt zijn met plasjes bier. De wc’s ruiken soms naar een open riool. Om elf uur `s ochtends schalt er knalharde hiphop uit de boxen. Maar dat is de charme van Kriterion.
Kriterion is na de Tweede Wereldoorlog opgericht door studenten uit het verzet en is, na de Uitkijk, de oudste bioscoop van Amsterdam. Kriterion is een non-hiërarchische vereniging zonder winstoogmerk. Er werken veertig studenten die samen de bioscoop en het café exploiteren met als resultaat een omzet van meer dan een miljoen euro per jaar. Er is geen baas of bedrijfsleider, iedereen is gelijk. En iedereen is welkom.
Zo heb je Frans. Frans ‘van boven de 70’ komt al veertig jaar in Kriterion. Hij is één meter zestig lang en heeft een gespierd lichaam voor een bejaarde. Geen grammetje vet. Zijn lange witte haar hangt tot zijn schouders. Zijn witte baard is nog langer. Eigenlijk ziet hij eruit als een kabouter. Elke avond drinkt hij een koffie verkeerd en geeft hij de plantjes water. ‘Die kindjes hier weten niet hoe ze met planten moeten omgaan.’ Elke avond komt hij aanzetten met een verfrommeld plastic tasje vol brood dat hij heeft ‘opgescharreld.’
Elke avond probeert hij het brood te slijten aan de barman, want ‘anders gaat het naar de eendjes.’ Elke avond heeft de barman toevallig al gegeten. Frans houdt er opmerkelijke denkbeelden op na. Hij was geoloog van beroep en weet zeker dat de aarde op 24 november 2028 ophoudt te bestaan. Dan gaat de aardas kantelen en moet je zorgen dat je ergens hoog op een berg zit, anders ga je eraan. Zijn evolutietheorie is niet onomstreden. Frans vocht in de jaren vijftig met het Nederlandse leger in Korea en is ervan overtuigd dat Aziaten afstammen van muggen.
Een andere vaste gast is Robin. Hij wordt Robin ‘dubbele Jameson’ genoemd. Robin is een echte stamgast die praat over van alles en nog wat. Van Ajax tot Obama. Hij is erg intelligent, maar verslaafd. In een uur tikt hij met gemak zes dubbele Jamesons weg. En dat uren achter elkaar. Hij studeerde vroeger informatica aan de UvA aan de overkant en komt al twintig jaar in Kriterion. Robin studeerde af met de oprichter van TomTom.. Die vroeg hem of hij samen een bedrijfje wilde beginnen in navigatiesystemen. Robin zag er geen brood in.
Tenslotte heb je Eric. Eric is uitvinder. Zijn uitvindingen worden regelmatig gestolen. Zo bedacht hij breedband internet, maar daar gingen anderen mee aan de haal. Eric ziet er uit als een seriemoordenaar die net uit een Hitchcock film is gestapt. Een dikke buik, geaccentueerd door zijn ingezakte houding. Zijn grijsblonde haar hangt onverzorgd over zijn bolle kop. Zijn tanden zijn verrot, voor zover ze er nog zijn. Zijn ogen liggen meters diep in zijn oogkassen. Hij gaat nooit zitten, maar loopt op en neer met een Jupiler in de hand en een vage grijns op het gezicht. Die grijns richt hij bij voorkeur op jonge studentes. Eric trekt al vanaf zijn tiende van gesticht naar gesticht. ‘Op mijn twaalfde vonden ze me vuurwapengevaarlijk. Hèhè.’ Als hij niet vastzit, komt hij bij Kriterion en bedenkt hij megalomane projecten. Zijn nieuwste plan is om Nederland te voorzien van kunststof snelwegen met een internetnetwerk in het wegdek. ‘Die slijten niet zo snel.’ Of ik niet met hem een onderneming wil starten, want technisch is het allemaal rond. ‘Ik moet alleen nog de politiek bewerken en jij hebt politicologie gestudeerd.’
Amsterdam Rauw: Krakersdorp ADM
Posted By Paula van Rooij On februari 4, 2009 @ 15:51 In Column, Leven | No Comments
Amsterdam Rauw: een serie over wakker Amsterdam. Op zoek naar eigenzinnigheid waar de betutteling geen grip op krijgt. Vandaag de bewoners van de Amsterdamse Doe-het-zelf Maatschappij (ADM) in het Westelijk Havengebied.
AMSTERDAM, 4 febr. - Een brede weg met auto’s en vrachtwagens. Je passeert station Sloterdijk. Dan kom je langs het hoofdkantoor van dé rechtspopulistische krant van Nederland. Daarna passeer je symbolen van grootkapitaal en milieuvervuiling: een Nissangarage en containers van de haven. Verder de leegte van het winderige Westelijk Havengebied. De windmolens doen hier goed werk. Een zanderige weg leidt naar een groen hek waar met rode letters ADM – Amsterdamse Doe-het-zelf-Maatschappij [1]- op staat geschilderd. Hier ligt al ruim tien jaar een krakersdorp.
Ik pak mijn mobieltje en kies een nummer: ‘Sorry dat ik te laat ben. Ik was verdwaald.’
Een vrouwenstem: ‘Geeft helemaal niks. Ik kom naar het hek.’
Wachten. Vrieskou en een zonnetje. Ik heb ijskoude voeten. Mijn eigen schuld. Ik heb mijn gympen aan. De leuke blauwe laarsjes die ik met kerst kocht, hebben zulke hoge hakken dat ze zeer doen aan mijn voeten. Daar komt een grijzende vrouw, het haar naar achteren, met een grofgebreide coltrui, spijkerbroek, op leren klompen. Ze ziet er niet uit als iemand die uit ijdelheid schoenen met te hoge hakken koopt.
‘Barbara.’
‘Paula.’
‘Wil je eerst koffie?’
‘Graag.’
‘Waar schrijf je ook alweer voor? Er komen toch geen mensen aapjes kijken naar aanleiding van je stuk? Wij wonen hier gewoon. Behalve als er een voorstelling of een feest is dan.’
Voorbij het hek is het rommelig. Overal liggen hopen ijzer en hout. Barbara Geertsema leidt me naar het vissersschip waar ze met haar man Jan woont. Ze runnen samen het vissersbedrijfje de Goede Vissers [2]. De ene helft van het jaar varen ze op zee, de andere helft van het jaar wonen ze hier. Ze vissen duurzaam en vangen bijvoorbeeld geen ondermaatse vissen. Daar is Jan. Een lange paardenstaart, een stoppelbaard, helemaal in het zwart. Hij rookt zware shag. Dat past bij hem. Na de koffie gaat Barbara wandelen. Jan zal me een rondleiding geven.
Op het ADM-terrein wonen zo’n honderd mensen. De jongste is net geboren, de oudste is ruim tachtig. Ze wonen in woonwagens, woonboten of in huisjes van stro. Ze zijn timmerman, acrobaat, theatermaker of kunstenaar. Buiten staan kunstwerken, zoals een enorme ijzeren katapult. In een enorme loods worden oude dingen opgeknapt. Boten, haringkarren, auto’s. In een hoekje staan yurts, Mongoolse tenten. Verderop is een tweede loods waar de bewoners fijnere kunst maken: in een hoek staat een ijzeren fiets met enorme wielen. Weer een stukje verder is de weggeefwinkel. Als je spullen over hebt, leg je ze daar neer. Een ander kan het nog gebruiken. De onderlinge solidariteit is sterk. Als de oudste bewoner hulp nodig heeft, krijgt hij dat. Als de kinderen ‘s ochtends naar school moeten en de auto is stuk, brengen de buren ze weg. Dieren houden van de rommel op het terrein. Er zit hier een kolonie zeldzame rugstreeppadden. We lopen langs de kantine en de kroeg. Boven is een ruimte van tientallen meters waar de bewoners aan grote kunstprojecten werken. Nu liggen er wat rommeltjes op de werktafel. Laatst werd hier een film opgenomen. De crew bouwde een kraakpand na. ‘Ze probeerden er uit te zien als krakers. Ze maakten gloednieuwe overalls keurig vies. Toen hebben we ze onze oude overalls gegeven. Rare jongens, hoor’, lacht Jan.
Terug naar de vissersboot voor een laatste kop koffie en een snee biologisch krentenbrood. De lucht is zwaar van de diesel. Jan zucht. ‘Dit is de maatschappij waar we in meerderheid voor kiezen. De mensen hebben geen plek meer in de toekomst als we zo doorgaan. Een plekje veiligstellen voor de mensheid is wat mij betreft de kern van duurzaam leven. Daarom vis ik duurzaam. Het is niet zo dat de hele gemeenschap zich daar voor inzet. Ieder individu doet wat hij belangrijk vindt. We proberen zo vrij mogelijk te leven. Dat is niet makkelijk. Veel mensen leveren hun vrijheid in zodat ze niet zelf over hun leven hoeven na te denken. Daarom werken ze voor een baas en wonen ze in een rijtjeshuis.’
De haven komt dichterbij. Het kraakverbod dreigt. Volgend jaar moet iedereen weg zijn. Als ze daar niet mee akkoord waren gegaan, hadden ze al eerder weg gemoeten. ‘Ongekroonde burgemeester’ Hay doet z’n best. Maar ja. De gemeente wil de haven graag uitbreiden. Voor de economie, zeggen ze.
De koffie is op. Terug naar de keurige stad.
Amsterdam Rauw: Bas Kosters’ Anti Fashion Party is goed fout
Posted By Emma Boelhouwer On januari 30, 2009 @ 15:11 In Column | No Comments
Amsterdam Rauw: een serie over wakker Amsterdam. Op zoek naar eigenzinnigheid waar de betutteling geen grip op krijgt. Vandaag de Anti Fashion Party van modeontwerper Bas Kosters.
AMSTERDAM, 30 jan. – ‘Hallo jongens, meisjes en hermafrodieten,’ roept modeontwerper Bas Kosters. Drie piercings rond zijn mond, drie door zijn neus. Roze haar en make-up. Hij staat op een catwalk in de Flexbar in Amsterdam. Het is zijn Anti Fashion Party.
Samen met DJ Wannabeastar organiseerde hij drie jaar geleden de eerste Anti Fashion Party als tegenhanger van het alom heersende modegeweld, aldus de 31-jarige modeontwerper. Blauwe pruik, tijgerprintlegging en felle kleuren passeren de revue. ‘Goed fout’, noemt Kosters het. ‘Het gaat er vooral om hoe je het draagt. Om bravoure. Je attitude is belangrijker dan wat je aanhebt.’ Zaterdag had hij nog ‘de’ openingsshow van de Amsterdam Fashion Week: Heineken’s Beats. ‘Ik heb sinds de eerste editie niet meer op de Amsterdam Fashion Week geshowd, maar aangezien Heineken sponsor is wilden ze dat graag.’ Dat betekent niet dat Kosters zich dan maar conformeert aan ‘de do’s en dont’s in de mode’.
‘De reden dat ik meestal niet op de Amsterdam Fashion Week show, is omdat ik graag mijn eigen identiteit wil behouden. Het kost een hoop geld om deel te nemen. In ruil daarvoor regelt de organisatie natuurlijk een heleboel. De zaal, het licht en ook de uitnodigingen, maar ik wil het liever zelf doen.’ Gisteren, op de vijfde editie van de Anti Fashion Award, ging dan ook alles zoals Kosters en DJ Wannabeastar het wilde. ‘De fashion industry is een heel elitair gebeuren en ik vind het leuk om op deze manier mode dichter naar de mens te brengen.’
Voor de deur van de Flexbar staat rond één uur ’s nachts een dikke rij. ‘Geen VIP-bandjes of hiplijsten’, stond er op de uitnodiging. Toch duwen een paar hipsters zich langs de rij naar binnen. Een succes? ‘Het is bovenal gezellig.’ Kosters is ‘fan van alles wat gezellig is’. Poppen, beesten en speelgoed. Zijn studio op de dertiende verdieping van het World Fashion Center in Amsterdam hangt er vol mee. Koekiemonster en Elmo in de linkerhoek, ook een Barbie. Zijn lievelingsbarbie stamt uit de jaren tachtig en is ‘bijzonder modieus’: Barbie and the Rockstars. ‘Blauwe Metallic jas met een roze bies, dikke fluorescerende plastic draaiarmband en fluorgele kanten sokken.’
Ook bij de Anti Fashion Party doen mensen flink hun best om licht te geven in het donker. Voor het eerst delen Kosters en Wannabeastar de Anti Fashion Awards uit. De criteria: uniciteit, anarchisme, originaliteit en individualiteit. De award voor Anti Fashion Man gaat naar kunstenaar Martin de Waal, de vrouwelijke variant is voor stijlicoon Anouk Tan. De award voor het Anti Fashion label gaat naar And Beyond. Meubelstukken, organisatiebureau voor ‘spraakmakende’feesten, gaat er met de Anti Fashion Organsiatie Award vandoor. Kosters: ‘Het klinkt misschien als een lachertje, maar voor ons is het een serieuze prijs. Ik kan mezelf niet laten winnen, maar ik had hem graag op de kast staan.’
Naast modeontwerper is Kosters DJ Broekjevol, illustrator, maakt hij poppen, objecten, installaties en muziek. Kosters denkt het liefst multidisciplinair. Op de flyer voor het feest staat groot het “Weet-ik-veelmannetje”, een cartoon. ‘Hij is een beetje het icoon geworden van de party. Hij stamt uit mijn protestcollectie uit 2007.’ Het mannetje heeft een spandoek in zijn hand waarop “Weet ik veel” staat geschreven. ‘Hij protesteert, maar weet eigenlijk niet waarvoor´, zegt Kosters. ´Het is een commentaar op de klaagcultuur van tegenwoordig. Klagen over de rij bij de bakker, klagen omdat de peuters in het kinderdagverblijf te veel lawaai maken bij het spelen. Voor mijn gevoel ging men vroeger alleen de barricades op voor ernstige zaken, tegenwoordig protesteert men voor futiliteiten.’
McKey Sullivan en Samantha Potter, winnares en nummer twee van America’s Next Top Model seizoen elf, zijn vanavond ook van de partij. ‘Yeaheah. We love it. It’s a lot more open than in the United States.’ Op een catwalk dansen modellen uitbundig in de kleren van Kosters Heineken’s Beats collectie. Het publiek doet mee. Uit de boxen schalt: ‘All this hassle for fashion, I rather have a beer.’
Amsterdam Rauw: Rapper Bangbang kickbokst voor Bangladesh
Posted By Frank Beijen On januari 28, 2009 @ 14:23 In Column, Reportage | No Comments
Amsterdam Rauw: een serie over wakker Amsterdam. Op zoek naar eigenzinnigheid waar de betutteling geen grip op krijgt. Vandaag de volgetatoeerde rapper BangBang, die kickboksend geld inzamelt voor Bangladesh.
AMSTERDAM – 26 jan. De rapper BangBang trapt met hooggeheven been in de buik van de kickbokser Shannon Gomes. Die stompt meteen terug, maar kan niet op tegen de harde klappen waarmee BangBang hem in de rand van de boksring jaagt. De kickbokswedstrijd [3] is tien seconden bezig. De toeschouwers in discotheek Escape juichen en maken wilde armgebaren.
BangBang [4] (artiestennaam van John Reilly) is nog nooit in Bangladesh geweest. De in Amsterdam wonende Engelse rapper wilde iets doen tegen de armoede in het land nadat hij een fotoserie van fotograaf Eddy van Wessel had gezien. BangBang schreef op zijn site dat hij tegen iemand wilde kickboksen voor het goede doel. De 24-jarige amateurkickbokser Gomes hapte toe. ‘Het is het perfecte businessplan, want iedereen wil erbij zijn’, denkt BangBang, ‘Haters willen zien hoe ik elkaar geslagen word. En mijn fans willen zien hoe ik win.’
Toeschouwer Opper Baas (19) zegt dat het moeilijk is om goede waterputten in Bangladesh aan te leggen. Zijn moeder komt er vandaan. ‘Er zit daar veel gif in de grond, dus een gewone pomp aanleggen heeft geen zin. Maar ik heb er vertrouwen in dat het geld goed terechtkomt, want BangBang is een rapper met inhoud.’
Afgelopen vrijdag kwam BangBangs solo-cd op de markt: Fuck Suicide, I’m Staying. Tijdens de boksavond in de Escape rept niemand met een woord over de plaat. Vanaf 2007 maakte BangBang twee cd’s met elektro-hiphop-producer Kubus. Behalve rapper is BangBang eigenaar van de Amsterdamse cd-winkel Dog’s Bollocks en het gelijknamige platenlabel.
De wapenfeiten uit BangBangs Londense jaren zijn minder vrolijk. Hij was drugsverslaafd, raakte zwaargewond na een steekpartij en werd gearresteerd op verdenking van doodslag. Een matpartij tegen het extreemrechtse National Front liep uit de hand, maar de rechter kon doodslag niet bewijzen. BangBangs leeftijd blijft geheim, want die wil hij onthullen in de autobiografie die hij gaat schrijven. ‘Ik ben net zo oud als Peter Pan’, zegt de rapper.
Vanaf september is BangBang dag in dag uit gaan trainen. Van alcohol, wiet en hamburgers bleef hij af. Het heeft effect: het eerst nog spekkige buikje is nu flink gespierd. De volle baard die hij normaal draagt, heeft hij afgeschoren. Alleen aan zijn tatoeages herken je de oude BangBang. Handboeien op de borstkas, vleugels op de rug. Twee grote tribals op de rechter slaap en twee traantjes op de linker wang.
In de boksring midden in de Escape smijten de twee boksers met hun energie. Gomes haalt BangBang met een lage trap neer. De rapper struikelt even en slaat er dan weer op los. Shannon pakt BangBang stevig vast en geeft hem een serie knietjes. Toch ziet BangBang kans om hem hard in het gezicht te stoten. BangBang bokst op de aanval en heeft een matige dekking. Hoewel BangBang hem telkens achteruit drukt, ziet Gomes kans om hem een keer of vijf hard in het gezicht te raken. BangBang laat de jury echter een paar klappen meer noteren.
Nadat na de derde ronde de bel klinkt, springen er vijftien vrienden van BangBang en vijf fotografen en cameramensen in de ring. De vrienden van BangBang tillen zijn armen alvast omhoog. Even later roept de jury BangBang inderdaad uit tot winnaar. ‘Maar er is eigenlijk één echte winnaar’, zegt spreekstalmeester en BNN-presentator Rotjoch, ‘En dat zijn álle mensen die geen schoon drinkwater hebben.’
Na afloop van de wedstrijd is BangBang tevreden over zijn prestatie. ‘Maar ik ben treurig over de instelling van Shannon en zijn coach’, zegt hij. ‘Ze wilden me gewoon knock-out slaan. Ik dacht dat we er gewoon een stevige kickbokspartij van zouden maken, zonder elkaar te blesseren. Dit wilde ik niet hebben, want ik heb te ernstige herinneringen aan geweld. Nu moest ik ook voluit gaan.’
‘Na afloop zei Shannon dat hij binnenkort nog een keer tegen me wilde vechten. Nou, ik heb toch van hem gewonnen? Ik laat het hierbij. Ik zal nooit meer boksen. Trouwens, ik blijf ook van de drugs en alcohol af. Ik heb nog nooit zoveel energie gehad als de laatste tijd. Ik weeg weer zoveel als toen ik 17 was.’
De opbrengt van de benefietwedstrijd komt volgens de organisatie neer op en bedrag tussen de 12.000 en 13.000 euro. Hiermee bouwt de internationale ontwikkelingsorganisatie AKVO naar schatting 25 speciale waterputten, die uit giftige grond drinkwater kunnen produceren.
Amsterdam Rauw: Spirulina en ananaschips
Posted By Jonathan Witteman On januari 16, 2009 @ 12:16 In Column, Stad | No Comments
Amsterdam Rauw: Een serie over wakker Amsterdam. Op zoek naar eigenzinnigheid waar de betutteling geen grip op krijgt. Met vandaag een dagje raw food.
AMSTERDAM, 16 jan. Het is mosgroen, zit in een glas en smaakt naar mango en sushi. Rara, wat is dat? Het antwoord: mijn ontbijt. Vandaag ga ik een dag lang door het leven als raw foodie, een van de nieuwste eettrends in Nederland. Aanhangers van de raw food-beweging eten alleen voedsel dat niet gekookt, gebakken of gebraden is. Het schijnt dat je van rauwe voeding helderder en energieker wordt. Zou je er na een dag al iets van merken? Ik probeer het uit.
Vreemde combinatie voor een drankje, die mango en sushi. Of ligt die smaakconnotatie aan mij? In ieder geval zit er wel veel spirulina in m’n ontbijt, een blauwgroene superalg die naar het schijnt vol ijzer en vitamine E zit. De rest van het ochtendmenu smaakt al beter: yoghurt met een mix van abrikozen, dadels, pitten, noten en cranberries. De laatste resten algensmaak spoel ik weg met granaatappelsap.
Voor een smoothie ga ik aan het eind van de ochtend naar het Amsterdamse Rawfood Cafe. Het Rawfood Cafe is een klein barretje verborgen in een dansstudio aan de Eerste Rozendwarsstraat. Pianoklanken begeleiden de balletles in de naastgelegen danszaal. Goudglanzende pakken gojibessen, zakjes met ananaschips en rauwe cacaobonbons staan uitgestald in de vitrines van het café. In de groen geschilderde toonbank kun je nog net een yin-yang symbool onder de nieuwe verf zien.
‘Je krijgt nauwelijks energie van dood voedsel’, zegt Roell Kerkhout (42), een van de eigenaren van het café en sinds vier jaar raw foodist. ‘Als je gewend bent aan gekookt voedsel neem je je vermoeidheid op de koop toe. Maar als je een tijdje rauw gaat, dan merk je het verschil. Het geeft je een drastische stoot energie en plotseling beleef je de wereld heel helder. Je hele brain fog valt weg.’
‘Je bent wat je eet’, is het simpele adagium van de uit Amerika overgewaaide raw food-beweging. ‘Als jij alleen maar gefrituurde varkenspoten eet,’ zegt Kerkhout, ‘dan ben jij de energie uit die varkenspoten.’ Maar, voegt hij eraan toe: ‘Raw food is geen dieet. Met calorieën tellen houden we ons niet bezig. Raw food is echt een lifestyle.’
Dogmatisch wil Kerkhout de raw food-beweging niet noemen. Maar er zijn wel de nodige regels. Water uit de kraan is eigenlijk taboe, want in de leidingen verliest water al zijn energie. De echte raw foodist drinkt zijn water uit een ionisator, een apparaat van bijna 1100 euro dat het water filtert, langs zwarte toermalijnkristallen laat stromen en ‘helende informatie’ toevoegt. En ook de yoghurt die ik vanochtend heb gegeten is fout. Want zuivel saboteert de opname van vitamines en mineralen. Die spirulina heb ik dus voor niets gedronken.
De smoothie smaakt even zo goed niet verkeerd. De eerste slok is een beetje bitter, maar de banaan en kokos maken een hoop goed. Verder bevat het bruinige drankje onder meer bloedsinaasappel, avocado, kaneel, geïoniseerd water, lecithine (’Goed voor de hersenen’), hemp, Himalayazout en natuurlijk heel veel algen en helemaal geen suiker.
‘Je ruikt een beetje apart’, zegt m’n vriendin als ik tussen de middag thuiskom. ‘Je bedoelt vies?’ ‘Nee, apart. Een beetje als een paard.’ Honger als een paard heb ik in ieder geval niet. Ik heb zelfs, zoals dat zo raar heet, een voldaan gevoel. Op veel helderheid kan ik mezelf nog niet betrappen, maar met de energie zit het wel goed. Na nog wat gemengde noten, spirulina en een paar rauwe chocoladebonbons snel ik mij naar de redactievergadering van Nieuw Amsterdams Peil. Daar wordt ik geplaagd door de paranoïde gedachte dat er iets blauwgroens tussen m’n tanden zit. Dat blijkt even later voor de spiegel ook inderdaad het geval.
Langzaam maar zeker begint m’n eetregime me tegen te staan. De tweede smoothie van de dag (andijviegroen) is bitter en bijna even hartig als soep. Ik krijg opeens heel veel zin in echte soep, maar dat mag natuurlijk niet, want soep is verhit. Mijn avondeten helpt ook al niet. Een bodemloze schaal rauwe spinazie met alfalfa, wortels, tomaten, pijnboompitten en een beetje olijfolie en azijn. Het zit niet mee. Zelfs de klok spant tegen mij samen. Nog vier uur tot middernacht.
Aan het eind van de avond maak ik de balans op. Heeft raw food me helderder gemaakt? Niet echt. Mijn gedachten zijn nog even mistig als voorheen. Zicht plaatselijk niet verder dan vijftig meter. Maar ben ik er energieker van geworden? Misschien wel. Of is dat het placebo-effect? De weeë nasmaak van al die algendrankjes kost in ieder geval ook de nodige energie. En levensvreugde.
Eén minuut over twaalf. Die nasmaak. Het spijt me spirulina, maar ik ga je doven met een tosti. Van de niet-rauwe variant.
Amsterdam Rauw: ‘De hele wereld in je stoel’
Posted By Ester van der Geest On januari 14, 2009 @ 15:15 In Column, Stad | No Comments
Amsterdam Rauw: Een serie over wakker Amsterdam. Op zoek naar eigenzinnigheid waar de betutteling geen grip op krijgt. Met vandaag een militante tandarts.
AMSTERDAM, 14 jan. Je zal het maar hebben. Oorverdovende kiespijn – koud flesje bier in een sok tegen de wang – en je tandarts geeft niet thuis. Dan ga je bellen met de noodlijn en kom je met een beetje geluk terecht bij tandarts Cees in Amsterdam Zuid. Dan wacht je ’s avonds in het café aan de overkant tot de lichten van de praktijk aangaan. De kastelein schenkt oude borrels aan mensen uit alle windstreken met wie je twee dingen gemeen hebt: een dikke wang en een bitterzure blik. Lotgenoten misschien, maar een lachje kan er niet vanaf.
Tandarts Cees (57) heeft de hele wereld in zijn stoel. En dat vindt hij het mooiste aan zijn vak. Hij begint soms met een Bulgaar, heeft dan weer een Chileen en sluit af met een Colombiaan. ‘Dat heb je in Kudelstaart niet’. Zo af en toe treft hij een Hollander. Hij draait tijdens de behandeling muziek uit het land van herkomst van de patiënt in de stoel. Boorgeluiden vermengen zich met Afrikaanse trommelmuziek of met Arabische zangeressen. De tandartsstoel is omgeven met kunst. Ook weer uit alle windstreken: veel hout, uit Afrika of Azië. Tandarts Cees is geen gewone tandarts. Of juist een doodnormale, ‘no-nonsense’ zegt hij zelf. Het is maar hoe je het ziet.
Op de deur van de wachtkamer naar de praktijk is een sticker geplakt met: verboden voor gefriemel. Je vreest een harde aanpak. Prenten van oude heelmeesters sieren de wand van de wachtkamer. ‘Mensen zijn wel eens verrast ja, als ze hier voor het eerst binnenlopen.’ Het gebeurt weleens dat iemand, pijn of geen pijn, rechtsomkeert maakt. Afrikanen denken wel eens dat hij aan voodoo doet wanneer ze zijn Afrikaanse kunstcollectie zien. Soms kan hij het niet laten er een grap over te maken. ‘Hou je maar gedeisd, ik ben van de voodoo.’ Maar de meesten zijn blij verrast. Ze vinden het soms de grappigste praktijk die ze ooit gezien hebben.
Volgens Cees is er geen diersoort zo eigenwijs als de tandarts. ‘De een weet het nog beter dan de ander, ze hebben het altijd over het metier. Maar verder weten de meesten weinig. Misschien hoe ze een golfstick moeten vasthouden’. Als tandarts ben je het aan je stand verplicht VVD te stemmen. Zo niet deze tandarts. Hij is een linkse rakker, zo zegt hij zelf. ‘Geld heeft nooit zo’n rol gespeeld. Voor heel veel collega’s is dat wel een drijfveer. Ook niet zo gek, vindt hij, want zo leuk is het niet hoor, het tandartsenwerk.’
Sinds kort heeft Cees een probleem. Op iedere rekening die een tandarts uitschrijft moet hij het burgerservicenummer noteren. Doel van de regeling is illegalen in kaart te brengen. En Cees behandelt wel eens een illegaal. ‘Iedereen is welkom, illegaal of niet.’ Hij laat ze dan een x bedrag cash betalen, vaak een fractie van de echte prijs. Bij anderen die het wel kunnen betalen, doet hij er dan soms stiekem een beetje bovenop. Zo rommelt hij het bij elkaar. Hij voorkomt daarmee dat mensen door zijn toedoen het land uitgezet worden. Dat wil hij niet op zijn geweten hebben. Hij kent maar weinig militante tandartsen. ‘Ze zijn mainstream, lopen in het gareel.’
Zijn instelling dankt hij aan zijn achtergrond. Zijn liefde voor de Afrikaanse cultuur aan Denji, een Nigeriaanse jongen die hij ooit in huis had. De Nigeriaanse gemeenschap kwam toen bij hem over de vloer. ‘En dat was gezellig’. De politie vond het wel eens té gezellig. Bijvoorbeeld toen er een complete Afrikaanse band in zijn huis optrad. De buurman, een ex-marinier, heeft met een slok op een keer door de ruiten geschoten. ‘De kogels vlogen ons om de oren’. Na een jaar kraakte de tandarts een huisje voor Benji. Dat deed hij vaker, kraken. Ook organiseerde hij, toen zijn haar nog tot de bilspleet reikte, grote demonstraties. De stad verandert volgens de tandarts. ‘Dat moet ook’, een stad moet in beweging zijn. Wel zijn er teveel regeltjes. ‘Een Amsterdam zonder wiet en wallen is niet voor te stellen.’
Hij vertrekt het liefst naar Bali om daar tandprotheses te maken. Dat is jammer. Het werd eindelijk leuk om naar de tandarts te gaan. Pijn of geen pijn.
Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl
URL to article: http://napnieuws.nl/2009/01/14/amsterdam-rauw-de-hele-wereld-in-je-stoel/
URLs in this post:
[1] ADM – Amsterdamse Doe-het-zelf-Maatschappij : http://www.admleeft.nl/
[2] vissersbedrijfje de Goede Vissers: http://www.goedevissers.nl/home/
[3] kickbokswedstrijd: http://www.mediastudies.nl/nap2/mambots/editors/tinymce/www.fightingforwater.com
[4] BangBang: http://www.myspace.com/johnisbangbang2
Click here to print.
Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.