- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -
Meer daklozenopvang door winterkou
Posted By Lisa Van Der Velden On februari 1, 2012 @ 16:54 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht | No Comments

Foto: Alexander Leeuw
AMSTERDAM, 1 februari – Circa 190 dak- en thuislozen maakten afgelopen nacht gebruik van de Amsterdamse winterkouderegeling. Die ging zondag van start. De Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GGD) verwacht dat het aantal dak- en thuislozen in de winterkoudeopvang de komende dagen zal stijgen.
Winterkoudeopvang is bedoeld voor alle dak- en thuislozen in Amsterdam die niet in staat zijn om onderdak te vinden bij aanhoudende kou. De regeling treedt in werking wanneer de gevoelstemperatuur meerdere dagen zowel overdag als ’s nachts onder nul ligt. De afgelopen nachten is het aantal dak- en thuislozen in de winterkoudeopvang flink gestegen, zegt Sanne van Meeteren, woordvoerder van de GGD. Zondag maakten 100 daklozen gebruik van de opvang, maandag waren dat er 140 en gisteren 190. “Hoogst waarschijnlijk bouwt dat zich de komende dagen op.”
Zodra de regeling in werking treedt bij extreme kou, kunnen dak- en thuislozen zich melden bij de GGD. Daar worden ze gescreend door sociaalpsychiatrische verpleegkundigen op hun zelfredzaamheid. Sommige aanvragers worden geweigerd. Tot nu toe waren dat er vijf. Volgens de GGD waren dat “toeristen die op zoek waren naar een gratis bed, of mensen die best een slaapplaats konden betalen”.
Als ze wel geaccepteerd worden, krijgen ze een overnachtingsplek toegewezen bij het Leger des Heils, HVO-Querido, de Volksbond of de Regenboog. Daarbij wordt rekening gehouden met de psychische gesteldheid van aanvragers. “Dak- en thuislozen met psychische problemen worden gecentreerd ondergebracht. Niet tussen de algemene populatie”, aldus Van Meeteren.
In de winter van 2010/2011 heeft de gemeente maximaal 339 mensen per nacht opgevangen tijdens de winterkou. Volgens Van Meeteren waren dat niet alleen daklozen, maar ook mensen die in een kraakpand zonder verwarming woonden, of mensen die in een caravan wonen.
Vorige week nam de Amsterdamse gemeenteraad een motie van GroenLinks, PvdA en de SP aan tegen een strikter toelatingsbeleid voor de winteropvang van daklozen. Het Amsterdamse college van burgemeester en wethouders wilde dat daklozen die korter dan drie maanden in Nederland verblijven alleen in noodsituaties toegang kregen tot de winterkoudeopvang, maar dat werd door de motie teniet gedaan.
Winterkoudeopvang bestaat naast reguliere nachtopvang. De gemeente Amsterdam kent gedurende het jaar 223 plekken in de nachtopvang. Deze bedden zijn het hele jaar beschikbaar.
Asscher wil Blue Labour
Posted By Alexander Leeuw On februari 1, 2012 @ 16:48 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht | No Comments

Glasman en Asscher in De Balie. Foto: Alexander Leeuw
AMSTERDAM, 1 februari – Wethouder van Amsterdam Lodewijk Asscher (PvdA) betoogt een nieuw soort politiek. Deze politiek zou gemodelleerd zijn naar de Blue Labour-theorie van Lord Maurice Glasman. Asscher en Glasman spraken maandagavond in Amsterdams cultuurcentrum De Balie. Glasmans Blue Labour pleit voor het benadrukken van het belang van interpersoonlijke relaties en persoonlijke verantwoordelijkheid. Het wil de economie terugbrengen tot kleinere, regionale niveaus.
Asscher zei dat de traditionele waarden verwaarloosd zijn. De nadruk moet meer op de mensen komen te liggen. “Er is teveel technocratie en er wordt te snel gezocht naar institutionele oplossingen.” De Labour-partij van Glasman kan gezien worden als de Engelse tegenhanger van de Partij van de Arbeid. Asscher omarmde Glasmans visie en de kritiek op het Labour-beleid van de afgelopen jaren. “Het is een sterke boodschap en een goede spiegel voor de maatschappij.”
Morele vragen, vindt Asscher, worden in de politiek te weinig gesteld en verliezen het meestal van pragmatische, technocratische overwegingen. Asscher sprak over Project 1012, het project van de gemeente om de Wallen te decriminaliseren. “De claim was dat het toerisme zou dalen. Maar wat is er belangrijker? De Hongaarse seksslaaf van negentien of de voordelen voor het toerisme?” Politiek moet in Asschers optiek morele vragen niet vermijden; er moeten politieke discussies gevoerd worden over in hoeverre mensen verantwoordelijk gehouden worden voor hun daden.
Er moeten volgens Asscher meer oplossingen worden gezocht in de persoonlijke sfeer. Dit in plaats van institutionele oplossingen. De wethouder illustreerde dit met een verhaal van een vader die zijn inboedel dreigt te verliezen door de schulden van zijn zoon. “De reflex is dan om de schulden te betalen en daarna de rest op te lossen. Maar dat is verkeerd. Er moet gekeken worden of de jongen niet ergens kan werken, bij een familielid bijvoorbeeld, waardoor hij meer inzicht kan krijgen.”

Lord Maurice Glasman - Foto: Alexander Leeuw
Asscher nam Glasmans theorie van regionale banken over en paste deze op het scholenbeleid toe. Door mensen meer inspraak en macht te geven in het schoolbeleid, zouden ze meer interesse krijgen. “Mensen worden dan trots op de scholen.” Glasman sprak op soortgelijke manier over regionale banken. Door regionale banken de voorkeur te geven boven grote, landelijke banken komt de verantwoordelijkheid volgens Glasman bij het individu te liggen. “Deze vorm van kapitalisme zou de democratische instituten versterken.”
Zowel de Labour-partij als de Partij van de Arbeid zijn op zoek naar een nieuwe visie. Uiteindelijk gaat het volgens Glasman om patriottisme, de wil om het land beter maken. Hij wordt in de Britse pers een “guru” genoemd voor de Labour-partij en diens leider, Edward Milliband.
Daklozen in de Gelagkamer
Posted By Alexander Leeuw On januari 27, 2012 @ 16:56 In Algemeen, Leven, Reportage | No Comments

De Gelagkamer van het Corvershof, in de Protestantse Diaconie - Foto: Alexander Leeuw
Ook daklozen hebben wel eens juridische problemen. Daarom was deze week de officiële opening van het juridisch steunpunt voor dak- en thuislozen in de Protestantse Diaconie Amsterdam. Burgemeester Eberhard van der Laan hield een toespraak, af en toe onderbroken door daklozen die hun frustraties kenbaar maakten. Van der Laan reageerde streng maar nieuwsgierig. “Straks gaan we met z’n tweeën een sigaretje roken en praten we verder.”
AMSTERDAM, 27 januari 2012 – Een man met een witte baard, rood gewaad en een rode mijter verwelkomt de bezoekers. Hij heeft geen antwoord op de vraag waarom hij als Sinterklaas verkleed is. “Ik heb geen verblijfsvergunning”, zegt hij. “Ik wordt hij misschien het land uit gezet.” Achter zijn witte baard schuilt een stoppelbaard. Zijn ogen staan glazig. Hij vertelt dat hij financiële problemen heeft. De opening in de Protestantse Diaconie Amsterdam draait mensen zoals hij, daklozen met juridische problemen. Het weer is druilerig, grijs, met af en toe een verdwaalde regendruppel.
Caroline de Groot is de organisator van de feestelijke opening deze middag. Ze werd afgelopen oktober benoemd als ‘straatjurist’ voor het juridisch steunpunt. De Groot staat in een klein huisje in het hofje van de diaconie. Haar dochter helpt met het uitdelen van appelsap en erwtensoep. De komende drie jaar zal De Groot zich bezighouden met problemen waar daklozen veel mee te maken hebben.
Een belangrijk probleem is bijvoorbeeld de strikte toegangseisen voor maatschappelijke opvang, legt de Groot uit. “Voor maatschappelijke opvang moet je ernstige psychische problemen hebben of verslaafd zijn. Dat gaat niet voor elke dakloze op. Bovendien moet iedereen minstens twee van de afgelopen drie jaar aan Amsterdam verbonden zijn geweest. Dat is lastig te bewijzen voor een dakloze zonder administratie.”
Daarnaast hebben veel daklozen problemen bij het aanvragen van uitkeringen. “Mensen die hier ongedocumenteerd zijn, niet-Europeanen bijvoorbeeld, kunnen geen uitkering aanvragen of terecht bij de maatschappelijke opvang. Doen ze dat wel, dan lopen ze het risico dat ze het land uit worden gezet. Hier beroepen wij op ons beroepsgeheim, dus bij ons kunnen ze zich wel melden.” Ze voegt met nadruk toe: “je moet ‘ongedocumenteerd’ zeggen. ‘Illegaal’ klinkt te negatief.”
En dan zijn er nog de boetes. “Voor veel daklozen stapelen de boetes zich op. Iemand verliest zijn huis omdat hij geen geld heeft, maar krijgt vervolgens een boete omdat hij op straat slaapt.” Boetes voor openbare dronkenschap en urineren in het openbaar vindt De Groot onterecht. “Als je geen huis hebt, kun je niet even naar de wc.” Wat betreft openbare dronkenschap is ze ook begripvol: “Met dit weer kan ik me best voorstellen dat je af en toe wat wilt drinken.”
Dan loopt ze loopt naar het hoofdgebouw, de Corvershof, waar op de trap voor de ingang Jan Haver en de Straatklinkers spelen. Na nummers over Amsterdamse grachten en de Jordaan is het tijd voor de toespraken en de discussie.

De Gelagkamer van het Corvershof, vanaf de binnenplaats - Foto: Alexander Leeuw
In de Gelagkamer van het hoofdgebouw is De Groot de eerste spreker. In de chique, klassiek ingerichte kamer bedankt ze de organisaties die bij het steunpunt betrokken zijn: HVO Querido, de Regenboog Groep, de Belangenbehartiging Amsterdamse Dak- en Thuislozen, Je Eigen Stek, Stichting tot Steun en de diaconie. Ze vertelt ze dat iedereen dakloos kan worden. “Een enkele tegenslag als een echtscheiding of faillissement kan er voor zorgen dat alles fout gaat.”
“Of woningbouwverenigingen die je eruit willen gooien”, roept iemand die in de zaal zit. Sommigen mompelen instemmend.
“Of een verslaving!” roept een ander. Er moeten er een paar lachen.
“Je wordt er zo moe van”, gaat de eerste onderbreker verder. Hij heeft grijs haar, draagt een pluizige trui en twee sjaals. “Je sjokt achter mensen aan die worden betaald om je zogenaamd te helpen.”
Ineens rolt er een man op rollerskates langzaam langs het zittende publiek. Hij heeft een gitaar op zijn rug, een vormeloze hoed op zijn hoofd en skistok in zijn hand. “Ik ben al zes keer onderuit gedonderd.”
De man heet Rob Bril en hij is 52. Hij heeft net twee weken in de Bijlmerbajes gezeten. De kosten daarvoor zijn van zijn uitkering afgetrokken. Hij zat daar omdat hij op een openbare plek had geslapen. Hij zegt dat degenen die hem daar stopten een “boetebusiness” leiden.
De Groot maakt haar toespraak af. Van der Laan neemt de sprekersplek onder de kroonluchter in nemen. Hij vertelt dat hij vroeger als advocaat daklozen bijstond. “Ik vind het een eer om lid van de daklozenbond te zijn.” Ook hij wordt onderbroken door Rob Bril, die steeds harder gaat praten: “Ik had een prachtige cel hoor!”. Van der Laan maant Bril tot stilte door te zeggen dat dit een toespraak is en het debat nog moet komen. “Straks gaan we met z’n tweeën een sigaretje roken en dan praten we verder.”
Het debat dat volgt, bestaat grotendeels uit vragen en suggesties voor Van der Laan. Mark Räkers van de stichting Eropaf! stelt voor om sluitende afspraken te maken over wanneer woningcorporaties melden dat ze mensen uit hun huizen gaan zetten. “Nu kunnen woningcorporaties zelf kiezen of ze dat melden of niet.” Applaus volgt. Räkers biedt aan om zijn plan te komen toelichten. Van der Laan zegt dat hij “nieuwsgierig” is en verwijst Räkers door naar locoburgemeester Freek Ossel. Het is de tweede doorverwijzing. Dat VVD-wethouder Erik van den Burg “met een sociaal oog” naar een probleem ging kijken werd eerder lacherig in de zaal herhaald.
Een volgende spreker in de zaal, die wel een huis heeft, zegt dat hij een boete had staan voor liften en dat hij nu het risico loopt om uit huis gezet te worden omdat hij die boete niet kan betalen. De burgemeester stelt voor een fonds op te richten voor dergelijke problemen. Weer reageert Mark Räkers: “twee jaar geleden was er al een pilot-project begonnen om dit soort boetes te bevriezen. In plaats van een fonds op te richten zou er veel beter aan gedaan worden om dat plan door te zetten.”
Een laatste spreker krijgt de kans wat te zeggen: “Ervaring leert dat de praktijk meestal anders is dan het beleid. Er worden vrijheden genomen in de uitvoering die niet genomen zouden moeten worden. Dat moet beter gecontroleerd worden.” Daar wordt mee ingestemd en het debat wordt beëindigd. Van der Laan loopt naar buiten, door de motregen, de auto in. De sigaret met Rob Bril wordt niet gerookt.

Eberhard van der Laan - Foto: Alexander Leeuw
Geen boodschap aan de krant
Posted By Eva de Valk On oktober 7, 2011 @ 17:30 In Algemeen, Onderzoek | No Comments
Almere moet het doen zonder eigen lokaal dagblad. Het slaat niet aan. Vier keer in de week verschijnt Almere Vandaag, maar ook daarvan is het bestaan onzeker. Het is de eerste ‘zero-paper-city’.
Bas Vos – rood petje, grijs joggingpak, diamanten oorbel – knippert verbaasd met zijn ogen. “Betálen voor een krant? Hoezo?” Hij zit met zijn vrienden op een terras in Almere. Ze drinken bier, baco’s en wodka-redbull en genieten van de late herfstzon. “Ik volg het nieuws gratis op internet, vooral via de site van De Telegraaf”, zegt een van de jongens. “En Almere Vandaag krijg je gratis in de bus.” Vos knikt. “Die lees ik altijd. Je krijgt nieuws uit de hele wereld, maar voornamelijk uit Almere. Als je ‘m uit hebt ben je weer helemaal bij.”
Almere is de enige grote stad in Nederland zonder eigen dagblad. De Telegraaf, het Parool en de Gooi en Eemlander hebben geprobeerd een lokaal dagblad in Almere op te richten, tevergeefs. Keer op keer bleek er in de stad onvoldoende vraag om een betaalde krant rendabel te maken. Wel is er een gratis krant, Almere Vandaag, die vier keer per week wordt verspreid in een oplage van ruim 70 duizend. Het is de belangrijkste informatiebron van de stad – een unieke situatie voor een stad met ruim 190.000 inwoners.
Hoe is het zo gekomen? En is de situatie in Almere wel zo uitzonderlijk? Want niet alleen in Almere hebben lokale media het moeilijk; de oplages van lokale kranten dalen vrijwel overal structureel. Waar inwoners van de meeste gemeenten twintig jaar geleden nog konden kiezen uit verschillende lokale kranten, heeft het merendeel van de gemeenten nu nog maar één krant (zie tabel). ‘One-paper cities’ worden deze genoemd. Almere is – bij een strikte definitie van een dagelijks verschijnend ‘dagblad’ – een ‘zero-paper city’. Als de trend van dalende oplages doorzet, zullen ook andere steden zonder lokaal dagblad komen te zitten. Kan Almere worden gezien als een voorbode voor wat er in andere steden staat te gebeuren? En biedt het model van een gratis lokale krant perspectief?
Boekweitbeer
Terug naar het begin. In 1975, als de eerste heipaal van de nieuwe stad nog in de grond moet worden geslagen, werken twee landelijke krantenbedrijven aan de oprichting van een Almeers dagblad: de Telegraaf met de krant de Almare, het Parool met Almere Post. Frits Huis, de toen 25-jarige verslaggever bij de Telegraaf, werd door toenmalige hoofdredacteur Goeman Borgesius gevraagd de Almare op te zetten. “Het was een grote stap”, vertelt Huis. “Er was nog niets, maar er moest al wel een krant verschijnen. Ik moest naar de stad verhuizen met mijn vrouw en twee kinderen. We waren ingeloot bij de eerste honderd bewoners. Drie dagen nadat de sleutels waren verdeeld, woonden we er.”
De verwachtingen waren hoog, de concurrentie fel. Huis kreeg een mobiele redactiebus met typemachine en megafoon. ‘De Almare’, stond er in koeienletters op. Huis: “Met die bus reed ik door de Wibautstraat langs het Parool, waar ze ook bezig waren met een krant voor Almere. Dan scandeerde ik: ‘De Almare! Voor iedereen die alles wil weten over de nieuwe stad! De Almare! Het ongekende topblad van Almere!” Hij glundert als hij eraan terugdenkt.
De krant werd aanvankelijk maandelijks gemaakt en gratis verspreid onder belangstellenden via het Amsterdamse weekblad De Echo. Toen de eerste bewoners in hun huizen waren getrokken verscheen de Almare wekelijks en werden abonnementskosten gevraagd. “Het idee was dat de Almare na een paar jaar een eigen, zelfstandige krant zou zijn”, vertelt Huis. “Er is flink in geïnvesteerd. Ik kreeg een eigen kantoor. Eerst had ik één, ten slotte vijf medewerkers. We hadden acht pagina’s, met alle rubrieken. Bij gebrek aan cultuur schreef ik voor het feuilleton de eerste maanden een kinderverhaal, ‘De Boekweitbeer’. Alles om die krant maar vol te krijgen.”
Percentage van inwoners in Nederland in een gebied met één, meerdere of geen lokaal dagblad. Onder lokaal dagblad wordt verstaan: een krant die minstens vijf keer per week verschijnt.Bron: Piet Bakker, Hogeschool Utrecht.
Krantenkerkhof
Na een paar jaar was het voorbij met de Almare. Adverteerders bleven uit, het aantal abonnementen viel tegen. Huis: “Achteraf is de oprichting van de Almare een totaal ondoordacht plan geweest. Alsof er zomaar uit het niets een gemeenschap zou ontstaan.” Halverwege de jaren tachtig gaat de Almare over in een lokale variant van de Telegraafkrant Nieuws van de Dag. Deze krant is in 1998 opgeheven. Onder eigen naam bestaat de Almare tot op heden als wekelijkse advertentiekrant in handen van Telegraaf Lokale Media.
Ook Almere Post van het Parool redde het niet. Tussen 1982 en 1989 werd in Almere het Flevoparool uitgegeven, een kopblad van Parool. De Gooi- en Eemlander deed in 1985 een laatste poging tot een Almeers dagblad met het kopblad Dagblad van Almere. Het Dagblad van Almere werd in 2003 opgeheven, met slechts 1500 abonnees.
Nieuwe formule
Met het wegvallen van het Dagblad van Almere is Almere de eerste grote ‘zero-paper-city’. Het Telegraafconcern, van begin af aan dominant in deze regio, wil de stad echter graag behouden als advertentiemarkt. Bovendien denkt men dat er ondanks het lage aantal krantenabonnementen toch behoefte is aan goede berichtgeving over de stad.
In 2003 wordt daarom gekozen voor een experiment: de gratis lokale krant Almere Vandaag, waarvan de inkomsten zijn gebaseerd op advertenties. Met zes redacteuren is de redactie groter dan gebruikelijk bij een huis-aan-huiskrant. “Er is een duidelijke scheiding tussen redactie en commercie”, zegt hoofdredacteur Vincent Schot. Jeroen Oosterheert, redacteur bij Almere Vandaag: “Uiteraard komt er iedere week wel een adverteerder die wil dat wij schrijven dat er een nieuw filiaal opent of iets dergelijks. Inmiddels weten ze dat ze daar bij ons niet meer mee aan hoeven te komen.”
De krant lijkt op de landelijke gratis krant Sp!ts, maar dan in lokale variant. De binnenland- en buitenlandpagina’s bestaan uit ANP-berichten, daarnaast zijn er vier pagina’s met nieuws uit de stad. De krant bestaat uit een mix van lichte en zware onderwerpen: er wordt bericht over het 11-jarige Almeerse meisje Aliyah die Holland’s got talent wint, maar ook over verdwenen subsidie van wijlen voetbalclub FC Omniworld. De krant doet iedere week verslag van de raadsvergadering, en van het betaald voetbal uit Almere worden zowel thuis- als uitwedstrijden gevolgd. Schot: “Daar onderscheiden wij ons mee.”
Andere huis-aan-huisbladen de Almare en Almere deze week vormen volgens Schot geen concurrentie. “Die verschijnen slechts een keer per week en zijn primair advertentiebladen.” Omroep Flevoland is het enige andere medium dat serieuze journalistiek bedrijft in de regio. “Maar radio en tv is toch een ander medium”, zegt Schot. “En bovendien bestrijken zij een veel groter gebied.”
Controle
Almere Vandaag is veruit de belangrijkste bron is om zich te informeren over de gemeente, zo blijkt uit de enquête ‘Hoe volgt u de lokale politiek?’ die de gemeenteraad in juli dit jaar liet uitvoeren onder 769 Almeerders. Driekwart van de respondenten zegt de krant regelmatig te lezen. Maar er klinkt ook kritiek. “Zou wel eens een kritisch commentaar willen zien maar dat is meer het werk van een (onafhankelijk) medium”, merkt een van de respondenten van de enquête op. Een ander: “De gemeente zou kunnen bevorderen […] dat Almere Vandaag meer en uitgebreid meldt wat er politiek aan de hand is.”
Politici nemen Almere Vandaag serieus. De gemeentepolitiek van Almere heeft de afgelopen jaren turbulente ontwikkelingen doorgemaakt: tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2002 kwam Leefbaar Almere in één keer als grootste partij binnen met negen zetels, in 2010 gebeurde hetzelfde met de PVV. Voorafgaand aan de gemeenteraadverkiezingen van 2010 lukte het Almere Vandaag ondanks vele verzoeken van landelijke media als enige een debat te organiseren waar alle fractievoorzitters aanwezig waren, inclusief PVV-voorman Raymond de Roon. Ruud Pet, fractievoorzitter GroenLinks: “Journalisten van Almere Vandaag zijn op de hoogte en stellen kritische vragen. Het is niet zo dat ze bij je komen van ‘zegt u het maar’. Heel anders dan Almere deze week. Als je daar een tekst aanlevert, plaatsen ze het één op één. Dat is ook wel eens makkelijk hoor.”
Frits Huis vindt het zorgwekkend dat er niet meer media actief zijn in Almere. De oud-Telegraaf-journalist en oprichter van de Almare werd in 2002 wethouder namens Leefbaar Almere en zit nu als fractievoorzitter in de gemeenteraad. Huis: “Almere Vandaag geeft nieuwsberichten, maar geen duiding of achtergrond. Er staat bijna nooit een stuk in langer dan driehonderd woorden, laat staan een kritisch opiniestuk. De controle van de politieke macht door media was in de beginjaren van Almere veel groter, terwijl dat nu veel harder nodig is. Dat is een hele rare paradox.”
Not in my backyard
“Op lange, beschouwende stukken zitten onze lezers niet te wachten”, verweert Almere Vandaag-hoofdredacteur Vincent Schot zich. “Het is niet voor niets dat andere dagbladen het hier niet hebben gered. Er is een kleine groep actief betrokken bij de stad, maar die groep is te klein om een krant op te laten draaien. De doorsnee Almeerder heeft geen boodschap aan een abstract verhaal over bijvoorbeeld het belang van de schaalsprong [het plan om Almere tot 2030 tot 350.000 inwoners te laten groeien, red.]. Het moet concreet zijn.”
Een gebrek aan betrokkenheid: dat is de meest gehoorde verklaring voor de vraag waarom er in Almere zo weinig vraag is naar een dagblad. “Almeerders zijn vluchtelingen”, zegt Almere Vandaag-redacteur Jeroen Oosterheert van. “Degenen die hier komen wonen, doen dat vaak om economische redenen: waar je in Amsterdam drie hoog achter woont, krijg je hier een huis met een tuintje. Vaak blijven ze zich verbonden voelen met de regio waar ze vandaan komen: Amsterdam, Friesland, Zwolle, noem maar op. Er heerst een mentaliteit van not-in-my-backyard. Pas als er een snelweg door hun achtertuin wordt gepland, komen ze in actie.”
Verder zijn er demografische redenen: er zijn in Almere relatief veel lager opgeleiden, forenzen en jonge gezinnen, groepen die doorgaans minder vaak kranten lezen. Dat is ook terug te zien in het aantal abonnementen op landelijke kranten: met uitzondering van de Telegraaf, die bijna 11.000 abonnementen heeft in de stad, ligt het aantal krantenabonnementen in Almere onder het landelijk gemiddelde.
Concurrentie
“Het is heel tragisch om te zien dat een stad van bijna 200.000 en in de toekomst misschien wel 350.000 inwoners zo’n schraal media-aanbod heeft”, vindt Frits Huis. Maar niet alleen in Almere, ook in andere steden hebben lokale media het moeilijk. Dertig jaar geleden had twee derde van de Nederlandse bevolking nog keuze uit twee lokale kranten, nu geldt dat nog maar voor 15 procent, zo blijkt uit onderzoek Piet Bakker, lector Massamedia en digitalisering aan de Hogeschool Utrecht. ‘One-paper-cities’ zijn nu de norm: in 2010 woont 84 procent van de bevolking in een gebied met één lokale krant.
Behalve Almere zijn Aalsmeer, Abcoude, Ouder Amstel, Uithoorn en Goedereede de enige gemeenten zonder lokale krant. Bakker: “Concurrentie is er officieel nog in Friesland, delen van Limburg en Zeeuws Vlaanderen. In die laatste twee gebieden werken de kranten echter zodanig samen dat er feitelijk geen concurrentie tussen de beide titels is. En dat is jammer, want concurrentie houdt een krant scherp.”
Uit de laatste kwartaalcijfers van HOI blijkt dat de oplagen van alle betaalde lokale en regionale kranten dalen, met uitzondering van het Fries Dagblad en De Barneveldse Krant. De krantenoplages dalen al jarenlang. Een logisch gevolg is dat er meer ‘zero-paper-cities’ zullen ontstaan. Ook bij landelijke kranten nemen de oplages af, maar bij lokale media zijn de gevolgen ingrijpender, vertelt Yvonne Dankfoort, secretaris Lokale media bij journalistenvakbond NVJ. “Er valt bij kleine redacties nou eenmaal minder te snijden. Dan komt sluiting sneller in zicht.”
Verdienmodellen
Zullen er straks meer lokale media overstappen op een gratis uitgave, zoals in Almere? De directeur van HDC Media van Telegraaf Mediagroep wil hier niets over kwijt, omdat het om bedrijfsgevoelige informatie gaat. Ook Wegener Huis-aan-Huismedia, de andere grote speler op dit gebied, wil niet op deze vraag ingaan. Wel is bekend dat Barneveld Vandaag, een initiatief van Wegener met dezelfde formule als de Almere Vandaag, op niets is uitgelopen. Barneveld Vandaag kreeg onvoldoende adverteerders en ging terug van vier uitgaven per week naar drie, toen naar twee, en verschijnt nu nog maar één dag per week.
Lokale kranten zijn hard op zoek naar nieuwe manieren om lezers aan zich te binden. Voormalig minister Ronald Plasterk (Media, PvdA) stelde in 2009 de ‘tijdelijke subsidie persinnovatie’ in. Van de acht miljoen euro is twee miljoen gereserveerd voor projecten in de regio. Het geld wordt verdeeld via het Stimuleringsfonds voor de Pers.
Bij de projecten die subsidie krijgen zit geen één lokale krant die overstapt naar een gratis krant. HDC Media krijgt ruim twee ton om te onderzoeken ‘welk effect de lokale sites hebben op de oplageontwikkeling van de dagbladen en of de lokale sites aanleiding geven tot nieuwe abonnementsvormen’. De Leeuwarder Courant en de Stentor krijgen ieder ongeveer 1,5 ton om een journalistieke app te ontwikkelen. En de Amsterdamse lokale omroep AT5 en de lokale omroep van Deventer respectievelijk 85 en 20 duizend euro voor projecten waarbij wordt samengewerkt met burgers.
Volgens een woordvoerder van het Stimuleringsfonds is het nog te vroeg om te zeggen welke van de projecten succesvol is. “De projecten die al zijn afgerond zijn op een hand te tellen. We zijn nog niet in de gelegenheid geweest om die te evalueren.” Wel lijkt het erop dat geld verdienen met lokale websites moeilijk is. Een project van Media Groep Limburg om geld te verdienen met thematische websites, waarvoor het Stimuleringsfonds 1,3 miljoen euro subsidie verstrekte, werd na anderhalve maand stopgezet. Er kwamen slechts driehonderd betalende abonnees op af in plaats van de duizenden waar op was gehoopt.
‘Niet onze zorg’
De hoofdredacteur van Almere Vandaag begrijpt wel dat er op dit moment geen gratis lokale kranten worden opgezet. “Het is niet iets waar je nu even begint”, zegt Schot. “Het is risicovol om honderd procent afhankelijk te zijn van adverteerders. Zeker nu het financieel niet goed gaat – advertenties is iets waar al snel op wordt bezuinigd.”
Een gevoelig onderwerp hierbij zijn de informatiepagina’s van de gemeente die wekelijks verschijnen in Almere Vandaag. Daarmee voldoet de gemeente aan haar wettelijke verplichting om burgers te informeren over wat er speelt op het gemeentehuis. De gemeente koopt hiervoor advertentieruimte in en is daarmee een van de grootste adverteerders van de krant. Voor de informatiepagina’s is een aanbesteding uitgeschreven die volgend jaar afloopt, en het is de vraag of Almere Vandaag volgend jaar nog op advertentie-inkomsten van de gemeente kan rekenen.
De PVV diende dit voorjaar een motie in om te bezuinigen op deze “onnodige subsidie”. Toon van Dijk, raadslid van de PVV: “Het staat de onafhankelijkheid van de krant in de weg. Ze zijn wel kritisch, maar zullen nooit echt uithalen. Never bites the hand that feeds you.” In november moet de raad beslissen wat er met de informatiepagina’s gebeurt. Een rondgang langs de partijen leert dat veel fractievoorzitters het een goed idee vinden om te bezuinigen op de informatiepagina’s. Miranda Joziasse, VVD: “We moeten veel bezuinigen, dus ook deze uitgaven moeten kritisch bekeken worden. Veel informatie kan op de website van de gemeente of die van de politieke partijen zelf. Wat de gevolgen zijn voor de financiële positie van de krant, is niet onze zorg.”
“Als de één van de grootste adverteerders zich terugtrekt, is dat wel problematisch”, zegt Schot. “Dan moeten we op zoek naar een creatieve oplossing. Minder papieren uitgaves en meer met de site werken bijvoorbeeld.” Almere is een jonge stad, die voortdurend verandert. Schot: “Dat er tien jaar geleden in Almere geen ruimte was voor een betaalde krant, hoeft niet te betekenen dat dat nu nog steeds zo is. Inmiddels is er een generatie twintigers en dertigers die hier is opgegroeid. Wellicht is er onder hen al wel vraag naar een betaalde krant, zij voelen zich verbonden met de stad. Dat zouden we moeten laten onderzoeken.”
Bas Vos is zo’n echte Almeerder. Hij woont al zijn hele leven in de stad en wil niet meer weg. Hij spreidt zijn armen: “Al mijn vrienden wonen hier!” Natuurlijk wil hij het nieuws volgen uit Almere, zegt hij beslist. Maar betalen voor een krant? Hij fronst. “Neuh.”
Hoofddoek in de schoolkluis
Posted By Sabine de Jong On september 16, 2011 @ 17:26 In Achtergrond, Algemeen, Stad | No Comments

Meisjes met hoofddoek op weg naar school. Deze meisjes komen niet voor in de tekst. Foto: Flickr, FaceMePLS.
Ze is islamitisch en daar hoort volgens haar een hoofddoekje bij. Maar de Volendamse Imane Mahssan (15) moet op haar katholieke school haar hoofddoekje afdoen. Dat bepaalde het Gerechtshof Amsterdam vorige week dinsdag. Heeft deze uitspraak gevolgen voor bijzondere scholen in Amsterdam?
Een middelbare school kiezen is voor de jongeren van Volendam niet heel lastig: er is er maar eentje; het Don Bosco college. Ook voor de Volendamse Imane Mahssan was de keuze voor een middelbare school snel gemaakt: ze wilde niet vertrekken uit Volendam en schreef zich in bij het Don Bosco college. Dat die school katholiek is en Mahssan in Allah gelooft, vond ze te overzien. Wat Mahssan wel wilde, was een hoofddoek dragen. “Ik heb me verdiept in de islam en goed nagedacht over wat het dragen van een hoofddoek voor mij betekent”, zegt ze. “Dit hoort gewoon bij mij, ik voel me er prettig bij.”
Vorige week dinsdag bepaalde het Gerechtshof in Amsterdam dat Mahssan op haar middelbare school geen hoofddoek mag dragen. Die plicht was Mahssan al eerder opgelegd door het bestuur van het Don Bosco college. De school mag hoofddoekjes verbieden vanwege het bijzondere karakter van de school: katholiek. Wat ging er vooraf aan deze zaak? En betekent deze uitspraak dat alle scholen voor bijzonder onderwijs voortaan hoofddoekjes mogen verbieden?
Commissie Gelijke Behandeling aan de kant gezet
Het Gerechtshof is in zijn uitspraak niet ingegaan op de argumenten van de Commissie Gelijke Behandeling, die het hoofddoekjesverbod onjuist vond. Theoretisch gezien hoeft een rechter ook niet in te gaan op het, niet bindende, oordeel van de Commissie. Volgens promovenda Groen zou dat in de praktijk wel moeten. “Door totaal voorbij te gaan aan het oordeel van de Commissie, ondermijn je hun gezag. Op die manier lijkt het net of de oordelen van de Commissie geen waarde hebben.” Die waarde is er volgens Groen wel degelijk: “De Commissie is een onafhankelijke instantie die de mogelijkheid biedt om op een laagdrempelige manier een klacht in te dienen over discriminatie en dat is, juist in deze tijden, heel belangrijk.”
Als het gaat om discriminatie tijdens het werk, in een winkel of bij (beroeps)onderwijs, is de Commissie bevoegd om een oordeel te geven. De afgelopen jaren heeft de Commissie, veel meer dan de rechterlijke macht, oordelen gegeven over deze kwesties.
Van hoofddeksel naar hoofddoeken
Voordat Imane Mahssan een hoofddoek ging dragen, stapte ze naar de schoolleiding van het Don Bosco college om haar wens kenbaar te maken. De school ging in conclaaf en vroeg haar te wachten met het dragen van een hoofddoek tot er een besluit was genomen. Toen er een half jaar daarna nog steeds geen antwoord was, verscheen Mahssan de eerste schooldag na de vakantie met een doekje op haar hoofd. Dat werd niet geaccepteerd: Mahssan mocht geen lessen meer volgen en moest in een apart kamertje haar huiswerk maken. Als ze haar hoofddoek niet zou afdoen, zou ze worden verwijderd van school. Het dragen van een hoofddoek zou de katholieke identiteit van de school in gevaar brengen, zo schreef het bestuur in een brief aan Mahssan.
Terwijl in de zes maanden daarvoor maar geen beslissing kon worden genomen over het wel of niet toestaan van een hoofddoekje, bleek er nu opeens een makkelijke oplossing: het schoolreglement werd aangepast. Stond er voor het conflict nog dat hoofddeksels, waar in ieder geval petjes onder vielen, verboden waren, met ingang van het schooljaar 2010-2011, hetzelfde jaar waarin Mahssan met een hoofddoekje verscheen, werd de term hoofddeksels vervangen door hoofddoekjes.
Naar de rechter
De vader van Mahssan vertelde op de rechtszitting dat hij aanvankelijk niet blij was met de keuze van zijn dochter om een hoofddoek te dragen. Toch besloot hij na de uitspraak de Commissie Gelijke Behandeling [2] in te schakelen. Hij wilde weten of het schoolbestuur een verboden onderscheid maakte op grond van godsdienst. De Commissie gaf vader en dochter gelijk [3]: de school had Mahssan niet mogen verbieden om een hoofddoekje te dragen. De school zelf had geen boodschap aan het oordeel van de Commissie; het hoofddoekjesverbod bleef in stand. Dat kon school doen omdat oordelen van de Commissie niet bindend zijn.
Wel bindend is het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam. Vorige week dinsdag bepaalde het Gerechtshof dat het aan de school en niet aan de rechter was om over te gaan tot een hoofddoekjesverbod. Het Gerechtshof vindt dat de school hoofddoekjes mag verbieden als dat nodig is om de identiteit van de school te beschermen en zolang het niet willekeurig gebeurt. Mahssan was teleurgesteld in de uitspraak: “Met het dragen van een hoofddoek geef ik invulling aan de vorming van mijn identiteit, ik val er niemand mee lastig.” Haar advocaat voegde daar nog aan toe dat er in het katholieke geloof wel vaker hoofddoekjes worden gedragen en dat daar nooit een probleem van wordt gemaakt.
Terughoudendheid
Bij het oordelen over een hoofddoekjesverbod heeft een rechter maar weinig mogelijkheden. “Dat komt omdat een rechter heel terughoudend moet zijn bij vragen die met de godsdienstige grondslag van een bijzondere school te maken hebben”, vertelt Miek Laemers, bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Een rechter mag eigenlijk maar naar twee dingen kijken: of het gemaakte onderscheid nodig was om de identiteit van de school te waarborgen en of de beslissing is genomen volgens vast beleid [4].
Bij de eerste toets, het onderzoeken of een beslissing echt nodig was om de identiteit van de school te beschermen, moet de rechter moet terughoudend optreden. De wet geeft bijzondere scholen veel ruimte om zelf te bepalen wat er nodig is voor dat eigen karakter.
Ook het oordelen over of de beslissing is genomen volgens vast beleid, is vaak lastig. Het is moeilijk aan te tonen wat valt onder vaststaand beleid. In het geval van Mahssan voerde de advocaat, Jelle Klaas, bijvoorbeeld aan dat de school willekeurig handelde door Mahssan te verbieden een hoofddoek te dragen, terwijl daar in 2004, toen meerdere meisjes een doekje droegen, geen probleem van werd gemaakt. “De school heeft de regels alleen voor Imane aangepast, dat is willekeur”, aldus de advocaat. De schoolleiding wijst dat verschil toe aan de nasleep van de brand in Volendam op 1 januari 2001. De school zou toen soepel zijn omgesprongen met hoofdbedekkingen vanwege de hoofdverminkingen van leerlingen die gewond waren geraakt bij de brand.
Het Gerechtshof schaarde zich achter de argumenten van het Don Bosco college en oordeelde dat het hoofddoekjesverbod was genomen volgens vast beleid, ondanks dat het schoolreglement pas later was aangepast. “Een school mag inspringen op nieuwe ontwikkelingen. Ook als er op dat moment dan nog geen beleid is”, verklaarde het Gerechtshof.
Bijzondere scholen
De terughoudendheid waar rechters aan gebonden zijn wanneer het gaat om vragen over godsdienstige grondslag van een bijzondere school, komt voort uit de onderwijsvrijheid zoals vastgelegd in artikel 23 van de Nederlandse Grondwet.
Onderwijsvrijheid houdt in dat iedereen een school mag stichten, zonder dat hiervoor voorafgaand toestemming hoeft te worden gevraagd aan de overheid. Na de schoolstrijd werd in 1917 bepaald dat alle scholen, openbaar of bijzonder, dezelfde financiële middelen kregen van de overheid.
Er is de laatste jaren veel discussie over het nut van het Grondwetartikel. Tegenstanders vinden dat bijvoorbeeld islamitische scholen de integratie in Nederland niet ten goede komen. Ook wordt vaak het argument opgeworpen dat het religieuze karakter van veel bijzondere scholen geen grote rol meer speelt door de ontzuiling. Om een besluit te nemen over de toekomst van artikel 23, heeft de Tweede Kamer onlangs de Onderwijsraad gevraagd een advies [5]uit te brengen.
Bas Vastermans van de Verenigde Bijzondere Scholen (VBS) is juist een voorstander van artikel 23 Grondwet. “Een bijzondere school kan een religieus karakter hebben, zoals christelijke of islamitische scholen, maar ook een niet-confessionele achtergrond, zoals Vrije scholen of scholen die Daltononderwijs aanbieden. Omdat wij in Nederland onderwijsvrijheid hebben, kunnen ouders en leerlingen nu een school kiezen die past bij hun eigen, eventueel religieuze, levensvisie.”
De Besturenraad van het Centrum voor christelijk onderwijs vertegenwoordigt een groot deel van de Nederlandse scholen met een religieus karakter. Voor hen was deze uitspraak van groot belang. Wouter van den Berg van de Besturenraad: “We zien de beslissing van het Gerechtshof echt als een steun in de rug dat je als bijzondere school regels mag stellen om je identiteit te verwezenlijken.” Hij is van plan de zaak te gebruiken als voorbeeld en richtlijn. “We krijgen hier wel eens vragen over en kunnen nu mooi verwijzen naar deze uitspraak.”
Van den Berg heeft nog niet gehoord dat scholen hun beleid hebben aangepast na de uitspraak van de zaak van Mahssan. Hij denkt ook niet dat er nu meer discussie zal ontstaan op christelijke scholen over het wel of niet toestaan van geloofsuitingen van andere religies. “Als je niet achter de religieuze levensvisie van de school staat, zul je daar je zoon of dochter al niet heen sturen.”
Ook hoogleraar onderwijsrecht Laemers denkt niet dat deze uitspraak zal leiden tot een golf aan nieuwe hoofddoekverboden op bijzondere scholen. “Het zou kunnen dat scholen die tot voor kort dachten dat een hoofddoekverbod niet mag, er nu toe overgaan. Maar ik denk dat het zo’n vaart niet zal lopen.”
Amsterdamse scholen
Hoeveel zaken er tot nu toe in Amsterdam zijn voorgekomen over het onterecht verbieden van hoofddoekjes of andere geloofsuitingen, is niet bekend. Veel zullen het er niet zijn geweest; het komt niet vaak voor dat een rechtszaak wordt aangespannen over verboden onderscheid op bijzondere scholen op grond van godsdienst.
De paar zaken die er zijn, worden vooral voorgelegd aan de Commissie Gelijke Behandeling. In veel zaken waar de Commissie een oordeel over velt, valt dat oordeel uit in het voordeel [6] van de hoofddoekdraagster. [7] Zoals in de zaak [8] van een islamitische leerlinge die op haar katholieke school werd verboden haar hoofddoek te dragen tijdens de gymles, omdat dit niet veilig zou zijn. Toen de leerlinge kon aantonen dat de sporthoofddoek die zij droeg voldoende bescherming bood door het klittenband dat erin verwerkt zat, vond de Commissie dat de school het hoofddoekje niet mocht verbieden. Zouden ze dat wel doen, dan zou er een verboden onderscheid worden gemaakt op grond van godsdienst.
Gevolg
Mocht er een vergelijkbare zaak worden aangespannen, kan deze zaak niet één op één worden overgenomen, legt Lisanne Groen uit. Groen is promovenda aan de afdeling Staatsrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam. “Een rechter moet bij elke individuele zaak opnieuw nagaan of de school wel heeft gehandeld volgens een vast beleid en of de beslissing inderdaad nodig was om de identiteit te beschermen.”
Voor de bijzondere scholen in Amsterdam en de rest van Nederland zal er door deze uitspraak waarschijnlijk niet direct iets veranderen. Voor Imane Mahssan waarschijnlijk wel. Zij moet nu beslissen of ze naar een andere school gaat, buiten Volendam, of dat ze toch op het Don Bosco college blijft. In dat geval moet de hoofddoek in de schoolkluis.
Ze is islamitisch en bij dat geloof hoort volgens haar een hoofddoekje. Maar de Volendamse Imane Mahssan (15) moet op haar katholieke school haar hoofddoekje afdoen. Dat bepaalde het Gerechtshof Amsterdam vorige week dinsdag. Heeft deze uitspraak gevolgen voor bijzondere scholen in Amsterdam?
Een middelbare school kiezen is voor de jongeren van Volendam niet heel lastig: er is er maar eentje; het Don Bosco college. Ook voor de Volendamse Imane Mahssan was de keuze voor een middelbare school snel gemaakt: ze wilde niet vertrekken uit Volendam en schreef zich in bij het Don Bosco college. Dat die school katholiek is en Mahssan in Allah gelooft, vond ze te overzien.
Wat Mahssan wel wilde, was een hoofddoek dragen. “Ik heb me verdiept in de islam en goed nagedacht over wat het dragen van een hoofddoek voor mij betekent”, zegt ze. “Dit hoort gewoon bij mij, ik voel me er prettig bij.”
Vorige week dinsdag bepaalde het Gerechtshof in Amsterdam dat Mahssan op haar middelbare school geen hoofddoek mag dragen. Die plicht was Mahssan al eerder opgelegd door het bestuur van het Don Bosco college. De school mag hoofddoekjes verbieden vanwege het bijzondere karakter van de school: katholiek. Wat ging er vooraf aan deze zaak? En betekent deze uitspraak dat alle scholen voor bijzonder onderwijs voortaan hoofddoekjes mogen verbieden?
Van hoofddeksel naar hoofddoeken
Voordat Imane Mahssan een hoofddoek ging dragen, stapte ze naar de schoolleiding van het Don Bosco college om haar wens kenbaar te maken. De school ging in conclaaf en vroeg haar te wachten met het dragen van een hoofddoek tot er een besluit was genomen. Toen er een half jaar daarna nog steeds geen antwoord was, verscheen Mahssan de eerste schooldag na de vakantie met een doekje op haar hoofd. Dat werd niet geaccepteerd: Mahssan mocht geen lessen meer volgen en moest in een apart kamertje haar huiswerk maken. Als ze haar hoofddoek niet zou afdoen, zou ze worden verwijderd van school. Het dragen van een hoofddoek zou de katholieke identiteit van de school in gevaar brengen, zo schreef het bestuur in een brief aan Mahssan.
Terwijl in de zes maanden daarvoor maar geen beslissing kon worden genomen over het wel of niet toestaan van een hoofddoekje, bleek er nu opeens een makkelijke oplossing: het schoolreglement werd aangepast. Stond er voor het conflict nog dat hoofddeksels, waar in ieder geval petjes onder vielen, verboden waren, met ingang van het schooljaar 2010-2011, hetzelfde jaar waarin Mahssan met een hoofddoekje verscheen, werd de term hoofddeksels vervangen door hoofddoekjes.
Naar de rechter
De vader van Mahssan vertelde op de rechtszitting dat hij aanvankelijk niet blij was met de keuze van zijn dochter om een hoofddoek te dragen. Toch besloot hij na de uitspraak de Commissie Gelijke Behandeling[1] [9] in te schakelen. Hij wilde weten of het schoolbestuur een verboden onderscheid maakte op grond van godsdienst. De Commissie gaf vader en dochter gelijk[2] [10]: de school had Mahssan niet mogen verbieden om een hoofddoekje te dragen. De school zelf had geen boodschap aan het oordeel van de Commissie; het hoofddoekjesverbod bleef in stand. Dat kon school doen, omdat oordelen van de Commissie niet bindend zijn.
Wel bindend is het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam. Vorige week dinsdag bepaalde het Gerechtshof dat het aan de school en niet aan de rechter was om over te gaan tot een hoofddoekjesverbod. Het Gerechtshof vindt dat de school een hoofddoekjesverbod mag instellen als dat nodig is om de identiteit van de school te beschermen en zolang het niet willekeurig gebeurt.
Mahssan was teleurgesteld in de uitspraak: “Met het dragen van een hoofddoek geef ik invulling aan de vorming van mijn identiteit, ik val er niemand mee lastig.” Haar advocaat voegde daar nog aan toe dat er in het katholieke geloof wel vaker hoofddoekjes worden gedragen en dat daar nooit een probleem van wordt gemaakt.
Terughoudendheid
Bij het oordelen over een hoofddoekjesverbod heeft een rechter maar weinig mogelijkheden. “Dat komt omdat een rechter heel terughoudend moet zijn bij vragen die met de godsdienstige grondslag van een bijzondere school te maken hebben”, vertelt Miek Laemers, bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Een rechter mag eigenlijk maar naar twee dingen kijken: of het gemaakte onderscheid nodig was om de identiteit van de school te waarborgen en of de beslissing is genomen volgens vast beleid[3] [11].
Bij de eerste toets, het onderzoeken of een beslissing echt nodig was om de identiteit van de school te beschermen, moet de rechter moet terughoudend optreden. De wet geeft bijzondere scholen veel ruimte om zelf te bepalen wat er nodig is voor dat eigen karakter.
Ook het oordelen over of de beslissing is genomen volgens vast beleid, is vaak lastig. Het is moeilijk aan te tonen wat valt onder vaststaand beleid. In het geval van Mahssan voerde de advocaat, Jelle Klaas, bijvoorbeeld aan dat de school willekeurig handelde door Mahssan wel te verbieden een hoofddoek te dragen, terwijl daar in 2004, toen meerdere meisjes een doekje droegen, geen probleem van werd gemaakt. “De school heeft de regels alleen voor Imane aangepast, dat is willekeur”, aldus de advocaat. De schoolleiding wijst dat verschil toe aan de nasleep van de brand in Volendam op 1 januari 2001. De school zou toen soepel zijn omgesprongen met hoofdbedekkingen vanwege de hoofdverminkingen van leerlingen die gewond waren geraakt bij de brand.
Het Gerechtshof schaarde zich achter de argumenten van het Don Bosco college en oordeelde dat het hoofddoekjesverbod was genomen volgens vast beleid, ondanks dat het schoolreglement pas later was aangepast. “Een school mag inspringen op nieuwe ontwikkelingen. Ook als er op dat moment dan nog geen beleid is”, verklaarde het Gerechtshof.
Bijzondere scholen
De terughoudendheid waar rechters aan gebonden zijn wanneer het gaat om vragen over godsdienstige grondslag van een bijzondere school, komt voort uit de onderwijsvrijheid, zoals vastgelegd in artikel 23 van de Nederlandse Grondwet.
Onderwijsvrijheid houdt in dat iedereen een school mag stichten, zonder dat hiervoor voorafgaand toestemming hoeft te worden gevraagd aan de overheid. Na de schoolstrijd werd in 1917 bepaald dat alle scholen, openbaar of bijzonder, dezelfde financiële middelen krijgen van de overheid.
Er is de laatste jaren veel discussie over het nut van het Grondwetartikel. Tegenstanders vinden dat bijvoorbeeld islamitische scholen de integratie in Nederland niet ten goede komen. Ook wordt vaak het argument opgeworpen dat het religieuze karakter van veel bijzondere scholen geen grote rol meer speelt door de ontzuiling. Om een besluit te nemen over de toekomst van artikel 23, heeft de Tweede Kamer onlangs de Onderwijsraad gevraagd een advies uit te brengen.[4] [12]
Bas Vastermans van de Verenigde Bijzondere Scholen (VBS) is juist een voorstander van artikel 23 Grondwet. “Een bijzondere school kan een religieus karakter hebben, zoals christelijke of islamitische scholen, maar ook een niet-confessionele achtergrond, zoals Vrije scholen of scholen die Daltononderwijs aanbieden. Omdat wij in Nederland onderwijsvrijheid hebben, kunnen ouders en leerlingen nu een school kiezen die past bij hun eigen, eventueel religieuze, levensvisie.”
De Besturenraad van het Centrum voor christelijk onderwijs vertegenwoordigt een groot deel van de Nederlandse scholen met een religieus karakter. Voor hen was deze uitspraak van groot belang. Wouter van den Berg van de Besturenraad: “We zien de beslissing van het Gerechtshof echt als een steun in de rug dat je als bijzondere school regels mag stellen om je identiteit te verwezenlijken.” Hij is van plan de zaak te gebruiken als voorbeeld en richtlijn. “We krijgen hier wel eens vragen over en kunnen nu mooi verwijzen naar deze uitspraak.”
Van den Berg heeft nog niet gehoord dat scholen hun beleid hebben aangepast na de uitspraak van de zaak van Mahssan. Hij denkt ook niet dat er nu meer discussie zal ontstaan op christelijke scholen over het wel of niet toestaan van geloofsuitingen van andere religies. “Als je niet achter de religieuze levensvisie van de school staat, zul je daar je zoon of dochter al niet heen sturen.”
Ook hoogleraar onderwijsrecht Laemers denkt niet dat deze uitspraak zal leiden tot een golf aan nieuwe verboden op bijzondere scholen. “Het zou kunnen dat scholen die tot voor kort dachten dat een hoofddoekverbod niet mag, terwijl ze zo’n verbod wel zouden willen hanteren, er nu toe overgaan. Maar ik denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen”.
Amsterdamse scholen
Hoeveel zaken er tot nu toe in Amsterdam zijn voorgekomen over het onterecht verbieden van hoofddoekjes of andere geloofsuitingen, is niet bekend. Veel zullen het er niet zijn geweest; het komt niet vaak voor dat een rechtszaak wordt aangespannen over verboden onderscheid op bijzondere scholen op grond van godsdienst.
De paar zaken die er zijn, worden vooral voorgelegd aan de Commissie Gelijke Behandeling. In veel zaken waar de Commissie een oordeel over velt, valt dat oordeel uit in het voordeel van de hoofddoekdraagster.[5] [7] Zoals in de zaak[6] [13] van een islamitische leerlinge die op haar katholieke school werd verboden haar hoofddoek te dragen tijdens de gymles, omdat dit niet veilig zou zijn. Toen de leerlinge kon aantonen dat de sporthoofddoek die zij droeg voldoende bescherming bood door het klittenband dat erin verwerkt zat, vond de Commissie dat de school het hoofddoekje niet mocht verbieden. Zouden ze dat wel doen, dan zou er een verboden onderscheid worden gemaakt op grond van godsdienst.
Gevolg
Mocht er een vergelijkbare zaak worden aangespannen, deze zaak niet één op één kan worden overgenomen, Lisanne Groen uit. Groen is promovenda aan de afdeling Staatsrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam. “Een rechter moet bij elke individuele zaak opnieuw nagaan of de school wel heeft gehandeld volgens een vast beleid en of de beslissing inderdaad nodig was om de identiteit te beschermen.”
Voor de bijzondere scholen in Amsterdam en de rest van Nederland zal er door deze uitspraak waarschijnlijk niet direct iets veranderen. Voor Imane Mahssan waarschijnlijk wel. Zij moet nu beslissen of ze naar een andere school gaat, buiten Volendam, of dat ze toch op het Don Bosco college blijft. In dat geval moet de hoofddoek in ieder geval in de schoolkluis.
Nieuw volk in de Javastraat
Posted By Marit Van Kooij On september 16, 2011 @ 17:15 In Achtergrond, Algemeen, Column, Reportage, Stad | No Comments
De Javastraat in de Indische Buurt is opgeknapt. De voormalige Vogelaarwijk heeft nieuwe klanten en nieuwe regels. “Eerst was er nooit politie, nu komen ze met een meetlat mijn stalling opmeten.”

Javastraat. Foto: NAPnieuws.
De PC Hooftstraat van Amsterdam Oost. Dat was de Javastraat in de jaren zestig. In zijn vrijwel lege café op Javastraat nummer 1 legt eigenaar Gijs de Rooy zijn vergelijking uit. “Iedereen kwam toen naar de Javastraat om te winkelen. Je kon hier alles halen.” Achter zijn bar maakt De Rooy grote zwaaibewegingen met zijn armen. “Damesmode. Herenmode. Schoenenzaken. Snuisterijen. Banketbakkers.” En ’s avonds flaneerden de jongens over de brede stoep, op zoek “naar een verkering”. De Rooy, geboren in 1953, was er zelf te jong voor, maar de bijnaam van zijn straat weet hij wel: “Als het donker werd, dan heette het hier de Meidenmarkt.” Hij knikt. In de Javastraat kon je echt alles halen.
Vanuit zijn café op de hoek aan het begin van de Javastraat heeft De Rooy de Indische Buurt de afgelopen 38 jaar zien veranderen: van een volksbuurt met een populaire winkelstraat tot een probleemgebied met het weinig flaterende label ‘Vogelaarwijk’. Eén van de veertig slechtste wijken van Nederland. De damesmodezaken, schoenenwinkels en bakkerijen vertrokken. Andere winkels kwamen in hun plaats. De Rooy vat het winkelaanbod samen: “Groenten, mobiele telefoons, drugs en plastic zooi.” Nu krijgt de Javastraat weer wat van haar oude allure terug, met een divers winkelaanbod. Althans, als het aan stadsdeel Oost ligt. Want niet iedere winkelier op de Javastraat is tevreden met de veranderingen.
Vernieuwing Javastraat
Het stadsdeelbestuur besloot in 1999 dat de Indische Buurt beter kon. Zij kwamen met een langlopend vernieuwingsplan om de wijk binnen 10 jaar te verbeteren. Tweeduizend woningen, voornamelijk van woningbouwcorporaties, moesten binnen tien jaar verkocht worden aan particulieren. De buurt werd opgedeeld in vier stukken (kwadranten). De Javastraat ligt in de noordwestelijke kwadrant. Dit gedeelte moest een levendige stadswijk worden met een breed cultureel en culinair aanbod. Het Javaplein kreeg een opknapbeurt en een groot nieuwbouwproject werd gerealiseerd: het Borneohof, met meer twee keer zo veel huurwoningen in de vrije dan sociale sector.
Mediterraan
In 2008 kreeg de Javastraat een opknapbeurt. Het moest een “wereldpassage” worden met een “mediterrane uitstraling”. De grijze stoeptegels maakten plaats voor een rechthoekige, goudgele variant. Het trottoir werd verbreed en het aantal parkeerplaatsen teruggebracht. Automobilisten konden voortaan alleen nog maar fileparkeren.
Nog steeds heeft de Javastraat 21 groentewinkels. Maar boven de winkelpanden prijken nu ook 25 ‘Te Koop’-borden. Voor De Rooy betekent dit: “meer jongelui.” Hij wil binnenkort buitenlands bier gaan schenken. “Ze willen wat anders drinken dan een Heineken en zo’n gewoon wijntje”, zegt De Rooy, terwijl een fles huiswijn van een grote supermarktketen laat zien.
Gezeur
Voor Yasin Ata, eigenaar van een groentewinkel op nummer 56, betekent de opknapbeurt vooral “veel gezeur”. Ja, het is mooi geworden en die jonge mensen zijn “alleen maar leuk”, maar helemaal tevreden is de roodharige winkeleigenaar niet. “Ik kan niet meer normaal laden en lossen. Zoals dat vroeger kon.” En dat is volgens Ata: snel de vrachtwagen achteruit de stoep op en de kratten vanuit de laadbak meteen de winkel in dragen. “Nu is het laden, lossen, boete.” Hij stapt achter de kassa vandaan en loopt langs de jongen die al een tijdje wacht om een zakje rode pepers en vier sinaasappelen af te rekenen. Ata wijst naar buiten, waar zijn groenten in kratten staan uitgestald. “Tien jaar zit ik hier. Eerst was er nooit politie, nu komen ze met een meetlat mijn stalling opmeten.” Hij maakt een ruimte tussen zijn twee wijsvingers en kijkt er met toegeknepen ogen doorheen. “Steekt-ie vijf centimeter uit? Boete.”
Buiten begint een autoalarm te loeien. Een man heeft met zijn witte bestelwagen een klein, zacht zetje gegeven tegen een zwarte Mercedes. Zijn bestelwagen past er nu precies tussen. Hij loopt naar de parkeerautomaat, gooit er wat geld in en loopt op een rustige tred de groentewinkel van Ata binnen.
Ata lijkt het niet te merken. Zijn grote frustratie: dat zijn winst niet stijgt, ondanks alle vernieuwingen. De zorgen nemen toe. “De huur gaat omhoog en ik moet met veel meer dingen rekening houden.” Zoals de renovaties in de straat, waardoor het bouwstof regelmatig op zijn uitgestalde waar neerdaalt. Hij wijst weer naar buiten. “Laatst nog een hele lading kersen moeten weggooien.” Of de winkeliersvereniging, waar hij, in tegenstelling tot café-eigenaar Gijs de Rooy, geen lid van is. Zij organiseren volgens Ata te veel straatfeesten. Met harde stem en zijn vinger nog steeds in de lucht: “Daar gaat een dagomzet. En dan verwachten dat ik daar 150 euro lidmaatschap per jaar voor betaal.” Ata kijkt naar de klant die nog steeds wacht. “Oh sorry.” Hij gebaart dat hij alles gratis mag meenemen.
Kerstversiering
De voorzitter van de winkeliersvereniging, Judith Seymonson, heeft een telefoonzaak tegenover Ata, op nummer 47. Hoewel Seymonson, van oorsprong Surinaamse, zelf pas lid werd in 2007, kan ze nu niet begrijpen waarom mensen geen lid zijn. Die vindt ze “behoorlijk dom”. Mensen als Gijs de Rooy, die wel lid zijn, kijken vooruit. Het gaat goed met de winkeliersvereniging, zegt Seymonson, terwijl ze een klant een mobiele telefoon overhandigd. “Toen ik in 2007 gekozen werd, waren er zeven of acht leden.” Nu verwacht Seymonson rond de tachtig leden. “Meer budget om straatfeesten te organiseren en kerstversiering op te hangen.” En een website te onderhouden, waar alle ondernemers in het gebied van de Javastraat, ook niet-leden, gratis reclame mogen maken. Want Seymonson sluit niemand uit. Iedereen mag bij haar langskomen als ze ergens mee zitten. “Ik zeg dan wel eerst: ‘je bent geen lid en toch moet ik je helpen?’”
Het probleem van de huurverhoging is Seymonson niet onbekend. “Betaalde je eerst 900 euro per maand, dan kan het goed zijn dat je 1500 euro gaat betalen als het klaar is. Dat is lastig, want als winkelier moet je meewerken.” Maar het is ook logisch, vindt Seymonson. “Een huiseigenaar renoveert een pand en ziet: hierdoor wordt én het pand én de buurt beter.” Het advies dat ze geeft aan de winkeliers die langskomen voor hulp: “Goede afspraken maken en je niet laten wegpesten. Je poot stijf houden.” En ook: inspelen op de veranderingen. Seymonson: “Je kan als ondernemer niet achterover leunen en een beetje koekeloeren hoe de straat verandert.”
Typisch Nederlands
De ijzerwinkel van Theo van Kalken in de Sumatrastraat, een dwarsstraat van de Javastraat, moet binnenkort een maand dicht. Met zijn armen over elkaar staat Van Kalken in zijn winkel vol gesorteerde moeren, schroeven, spijkers, beitels en hamers. De eigenaar van het winkelpand wil renoveren, zodat de appartementen erboven verkocht kunnen worden. Van Kalken weet niet of zijn klanten hem daarna nog weten te vinden na een maand gesloten te zijn. En of hij dan de huur nog kan betalen. “Ik heb het zo vaak gezegd tegen de winkeliersvereniging en het stadsdeel. Zo verdwijnen winkels die hier al jaren zitten. Doe er wat aan!” Hij telt op zijn vingers: “Reska Radio is failliet, drogisterij Schoemacher en drankenhandel Hamels zijn weg. Straks ben ik ook weg en dan zeggen ze: ‘gut, wat jammer, daar hadden we toch wat aan moeten doen’.” Typisch Nederlands, noemt hij dat.
Van Kalken heeft ook niet veel met de verjonging van zijn klanten. Verlegen, noemt hij ze. “En wantrouwig. Ze luisteren alleen maar naar het mannetje op internet dat hen op de i-Phone uitlegt welk moertje ze moeten kopen. Ik kan er net zo goed niet staan.” Behalve om af te rekenen dan. “En dan willen ze pinnen. Tien cent.” Daar doet hij niet aan. Inspelen op de veranderingen in zijn straat, zoals café-eigenaar Gijs de Rooy dat wel doet? Van Kalken haalt zijn schouders op. “Misschien is dit ook wel een uitgestorven beroep.”
Het stadsdeelbestuur besloot in 1999 dat de Indische Buurt beter kon. Zij kwamen met een langlopend vernieuwingsplan om de wijk binnen 10 jaar te verbeteren. Tweeduizend woningen, voornamelijk van woningbouwcorporaties, moesten binnen tien jaar verkocht worden aan particulieren. De buurt werd opgedeeld in vier stukken (kwadranten). De Javastraat ligt in de noordwestelijke kwadrant. Dit gedeelte moest een levendige stadswijk worden met een breed cultureel en culinair aanbod. Het Javaplein kreeg een opknapbeurt en een groot nieuwbouwproject werd gerealiseerd: het Borneohof, met meer twee keer zo veel huurwoningen in de vrije dan sociale sector.
Afghanistan door een Holga camera
Posted By Katja Keuchenius On januari 28, 2011 @ 18:57 In Algemeen, Interview, Mooi | No Comments
Zaterdagavond debatteren policiti in politiek-cultureel centrum de Balie over Afghanistan. In de zaal hangen foto’s van Afghaanse burgers, gemaakt door fotograaf Ruben Terlou. “Ik wil laten zien hoe de bevolking de dupe wordt van de oorlog.”

Nomad of the Wakhan, Afghanistan. Foto: Ruben Terlou
Amsterdam, 28 jan - Hij lacht er een beetje bij, maar weet waar hij het over heeft: “Stuur liever een paar honderd stratenmakers naar Afghanistan, in plaats van politietrainers.” Fotograaf Ruben Terlou (25) zit op zijn bank in Amsterdam-Geuzeveld. Aan de muur hangen grote zwart-wit foto’s [24]van Afghaanse burgers. Een theepot staat op de gaskachel. Op de grond ligt een Oosters-ogend tapijtje.
Zaterdagavond hangen Terlou’s foto’s in politiek-cultureel centrum de Balie [25], tijdens een debatavond over Nederlandse hulp aan Afghanistan. Verschillende politici discussiëren er over de missie in Uruzgan en de plannen van het kabinet om politietrainers naar Kunduz te sturen.
Terlou zelf spreekt ook tien minuten. “Ik wil aan de hand van mijn foto’s vertellen hoe de bevolking wordt beïnvloed door de oorlog.” Terwijl Terlou vertelt, gooit hij zijn donkere, halflange haar steeds naar de andere zijde van zijn hoofd.
Zilveren camera
De Balie vroeg hem zijn foto’s tentoon te stellen, omdat hij als onafhankelijk reizende fotograaf het Afghanistan achter de schermen laat zien. “Onafhankelijk reizen doet vrijwel niemand, vanwege de onveiligheid”, weet Terlou. Het is niet de eerste keer dat Terlou’s foto’s de aandacht trekken. Hij won in 2009 en 2008 een eerste, tweede en derde prijs van de Zilveren Camera [26]voor buitenlands nieuws. Deze week verschenen enkele van zijn foto’s in het internationale tijdschrift Guide to Unique Photography [27].
Terlou studeert Geneeskunde aan het AMC. Binnenkort begint hij aan zijn coschappen. Fotograferen is zijn hobby. In Amsterdam fotografeert hij straatbeelden, soms maakt hij foto’s langs de kust. Maar het liefst fotografeert hij in het buitenland.
Na zijn middelbare schooltijd reisde hij met zijn camera naar China, West-Afrika en het Midden-Oosten. De laatste jaren ging hij steeds terug naar Afghanistan. “Visueel is het land ontzettend aantrekkelijk. Het is nog zo traditioneel en eigen. Als je daar rondloopt, waan je je echt in het oude testament. Al die gewaden en baarden. De infrastructuur is afschuwelijk slecht. Het is niet te vergelijken met de landen die eromheen liggen.”
Gebombardeerde bruiloft
Wat Terlou ziet in Afghanistan, ziet hij nauwelijks terug in de media. “Op het journaal is er vaak aandacht voor de eigen troepen en slachtoffers. Dat de bevolking de dupe wordt van de oorlog, komt niet vaak naar voren. Zoals een bruiloft die per ongeluk gebombardeerd wordt door de Amerikanen. Mensen die hun hele familie zijn kwijtgeraakt. Binnenlandse vluchtelingen. Ga zo maar door.”
In bloederige oorlogsfoto’s is Terlou niet geïnteresseerd. Hij probeert de alledaagse realiteit van de Afghanen vast te leggen. Het levert melancholische zwart-wit beelden op. Van oude vrouwen in de bergen tussen hun yaks, of van een man die helemaal verpakt in het verband rechtop zit in een ziekenhuisbed. Op een andere foto staat een kleine jongen voor een slordig gebouwd muurtje. Aan de randen is de foto wazig.
“Dat doe ik met een Chinese Holga camera van veertig euro.” Terlou tovert een plastic camera tevoorschijn. Het toestel weegt haast niets en lijkt op speelgoed. “Toen ik deze voor het eerst meenam op reis, verklaarden mijn vrienden me voor gek. Maar ik vind het effect wel mooi. Ik verslijt ze wel snel. Als je ze laat vallen of erop gaat zitten, breken ze meteen.”
Thee drinken met de buitenlander
Terlou reist in zijn eentje. In Afghanistan draagt hij een gewaad en een sjaal om zijn hoofd. De taal spreekt hij redelijk. Soms herkennen Afghanen hem niet als Westerling, andere keren roepen ze hem vanaf de overkant van de straat toe: “Hé buitenlander, kom je thee drinken?” “De bevolking is altijd heel behulpzaam en gastvrij. Maar ik heb me zeker onveilig gevoeld. Ik maakte bomaanslagen van dichtbij mee en liep het gevaar gekidnapt te worden door de Taliban.”
Criminaliteit, verzet en de Taliban lopen in Afghanistan volgens Terlou door elkaar. Daarom vindt hij niet dat de Taliban verjaagd moeten worden. Ook het bouwen van scholen voor vrouwen vindt Terlou niet realistisch. Die vrouwen moeten uiteindelijk toch weer in de keuken zitten. Ze worden behoorlijk onder de duim gehouden. Over enkele decennia mogen ze hopelijk wel gewoon naar school. Maar dat gebeurt pas als mensen het beter hebben. Dan moeten ze eerst genoeg te eten hebben, en een betere infrastructuur en gezondheidszorg. Stuur dus liever een paar honderd straatwerkers naar Afghanistan. Dat zou fantastisch zijn.”
Krantenland niet bang voor NRC in Amsterdam
Posted By Joris Belgers On januari 21, 2011 @ 18:46 In Achtergrond, Mooi | No Comments

/ Foto marketingfacts, Flickr
Amsterdam, 21 jan - NRC Handelsblad verhuist naar Amsterdam. Lange tijd leek het of de krant naar Den Haag zou vertrekken, maar in december bleek Amsterdam het toch te winnen van de Hofstad. Wat betekent de komst van NRC eigenlijk voor de andere dagbladen die hun thuisbasis in Amsterdam hebben?
Het Financieele Dagblad [28] laat bij monde van adjunct-hoofdredacteur Job Woudt weten dat het Handelsblad in Amsterdam van harte welkom is. Hij vreest geen concurrentie, maar houdt wel rekening met de mogelijkheid dat NRC zich meer met Amsterdam gaat bezighouden. “Hoewel de vestigingsplaats natuurlijk maar ten dele van invloed is op de inhoud. Het is betreurenswaardig dat Rotterdam wordt vergeten als vestigingsplaats. Er gebeuren daar minstens zo veel interessante dingen als in Amsterdam, maar daar is gewoon minder aandacht voor.”
Dolf Rogmans, hoofdredacteur van de website Villamedia [29]van de Nederlandse Vereniging voor Journalistiek, denkt niet dat NRC zich inhoudelijk meer op Amsterdam zal richten. “Sowieso is dat alleen gevoelsmatig zo, ik ken geen onderzoeken die de stelling dat de media sterk gericht zijn op Amsterdam onderschrijven.” Rogmans ziet dat ze bij het NRC Handelsblad [30] goed weten wat voor krant ze willen maken en dat de vestigingsplaats daar geen veranderingen zullen brengen. Plaatsvervangend hoofdredacteur Pieter Klok van de Volkskrant [31]laat echter per e-mail weten dat “er inderdaad een gevaar is dat de kranten te veel op Amsterdam gericht raken.”
Afkijken van FD
Belangrijker ontwikkeling vindt Woudt van het FD dat NRC overstapt op tabloidformaat. “Ik ben natuurlijk niet op de hoogte van hun plannen, maar het kan zo zijn dat ze door het nieuwe formaat minder ruimte inruimen voor economisch nieuws. Dat is voor ons juist positief.” De adjunct-hoofdredacteur merkt op dat de plannen van NRC lijken op de opzet van de FD-redactie. “Het is interessant om te zien dat ze met hun concept heel goed kijken naar hoe wij dat hier doen. De horecaopzet en de open redactie – wij zijn natuurlijk niet de enigen die dat hebben – maar het lijkt toch alsof ze bij NRC een beetje afkijken.”
Hans Nijenhuis, uitgever bij NRC Media: “Wij zeggen liever, we laten ons er door inspireren. FD heeft met hun café Dauphine en het glazen gebouw iets heel moois, daar hebben we zeker naar gekeken. Daarom sloot Amsterdam ook het beste aan bij onze wensen.” Nijenhuis legt uit dat het NRC vooral in een stadscentrum wilde zitten, en niet meer aan de rand van Rotterdam [32] “met uitzicht op een woonboulevard.” Inhoudelijk zal de verhuizing volgens hem geen gevolgen hebben. “We blijven onze Haagse redactie houden, en we behouden ons correspondentennetwerk.”
De Volkskrant of NRC Handelsblad?
Onlangs zei oud-VNU-voorzitter Rob van den Bergh in een interview in het Financieele Dagblad dat over vijf jaar óf de Volkskrant óf het NRC Handelsblad verdwenen zou zijn. Pieter Klok van de Volkskrant: “Het einde van de krant is al vele malen voorspeld, maar vooralsnog is de Volkskrant springlevend. Er zijn het afgelopen jaar duizenden lezers bij gekomen. Job Woudt: “Ach, er wordt ook al jarenlang geroepen dat er geen plaats is voor een AD en een Telegraaf, en dat werkt ook prima.”
Het verdwijnen van één van de twee kranten verwacht Villamedia’s Rogmans voorlopig niet. “De verhuizing speelt daarbij in elk geval geen rol. Als ze nog in hetzelfde concern zaten had het misschien voor de hand gelegen dat de kranten uiteindelijk zouden samen gaan. Het NRC Handelsblad is natuurlijk al een fusiekrant en het verdwijnen van kranten is van alle jaren: het is dus niet uit te sluiten. Maar beide kranten geloven in het eigen product. Vijf jaar is wel heel erg kort, en dus niet het waarschijnlijkste scenario.”
Ook Nijenhuis van NRC Media acht het niet waarschijnlijk: “Ik vergelijk het liever met Barcelona en Real Madrid. Die hebben elkaar ook nodig: ze hebben een gemeenschappelijk belang. Net zoals die clubs mensen nodig hebben die van voetbal houden, hebben wij met de Volkskrant lezers nodig. De Volkskrant heeft de weg naar boven gevonden door de overname door de Persgroep, en je ziet dat wij nu ook een nieuwe koers zijn ingeslagen. Dat is al te zien aan onze iPad-actie: die heeft ons 12,5 duizend abonnees opgeleverd.”
Publiekslievelingen en wederom lege zalen
Posted By Eva de Valk On januari 12, 2011 @ 19:25 In Algemeen, Mooi, Nieuwsbericht | No Comments

Amsterdam, 12 jan - Tijdens de volgende tentoonstelling van het Stedelijk Museum in Amsterdam zullen voor het eerst in zeven jaar weer ‘publiekslievelingen’ worden getoond uit de vaste collectie. Ook zullen er weer lege zalen zijn, net als bij het afgelopen zondag gesloten tentoonstelling The Temporary Stedelijk.
The Temporary Stedelijk heeft in vier maanden ruim 95 duizend bezoekers getrokken. Het was de eerste openstelling van het historische pand aan de Paulus Potterstraat sinds de sluiting van het museum in 2004. Eind december werd bekend dat de tijdelijke openstelling van het Stedelijk een vervolg krijgt. Op drie maart opent het museum [33] opnieuw zijn deuren voor The Temporary Stedelijk 2.
Anders dan bij de eerste openstelling zal bij The Temporary Stedelijk 2 de vaste collectie van het Stedelijk centraal staan. Het museum wil nog niet prijs geven welke werken te zien zullen zijn, maar er zitten hoe dan ook ‘publiekslievelingen’ bij, verklapt woordvoerder Marie-José Raven. Het zou dus zo maar kunnen dat het publiek na zeven jaar weer Barnett Newmans Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III [34] kan zien, of Jackson Pollocks Reflection of the Big Dipper [35].
Bij de eerste openstelling kon de vaste collectie niet worden getoond, omdat de klimaatbeheersing in het pand nog niet aan de eisen voldeed. De topstukken van het museum zouden daardoor schade kunnen oplopen. Nu blijkt het mogelijk om lokale klimaatinstallaties te plaatsen, waardoor sommige ruimtes tijdens de tweede openstelling wél geschikt worden om de vaste collectie te tonen.
Maar ook in de vervolgtentoonstelling zal er “weer hier en daar een lege zaal” zijn, zegt Raven. Dit heeft deels technische redenen: de lokale klimaatbeheersing is een provisorische oplossing en kan niet overal in het gebouw worden gebruikt. Raven benadrukt echter dat het deels leeg laten van het museum ook een inhoudelijke keuze is. “We werken vanuit een onvoltooid gebouw. Met de lege zalen willen we de tijdelijkheid van de openstelling laten zien.”
De opening van het verbouwde Stedelijk is al vele malen uitgesteld. Een woordvoerder van verantwoordelijk wethouder Carolien Gehrels (PvdA, Cultuur) laat weten dat de gemeente pas een exacte datum kan geven “als alle kritieke bouwfases achter de rug zijn.” De gemeente is als eigenaar van het pand verantwoordelijk voor de verbouwing. Gaat het gebouw nog wel open in 2011, zoals de officiële planning luidt? “Als 2011 op dit moment niet haalbaar zou zijn, zouden we dat wel melden aan de gemeenteraad.”
Het projectiel Rottenberg is terug op aarde
Posted By Alwin Kuiken On oktober 23, 2009 @ 17:09 In Algemeen, Profiel | 1 Comment
[36]AMSTERDAM – De PvdA verkeert in een “deplorabele staat”, maar een van de meest getalenteerde sociaaldemocraten kan de partij niet redden. Een slopende ziekte noopt voormalig voorzitter Felix Rottenberg (52) tot een rol aan de zijlijn.
“Nu haal je een truc uit. Kijk me recht in mijn ogen.
Jij weet toch ook dat Balkenende dat helemaal niet kan? Zeg ja of nee!”
Alexander Pechtold kijkt geschrokken.
“Ja natuurlijk, maar…”
De val sluit zich. Het publiek begint al te klappen. Matthijs van Nieuwkerk veert op. Nu is Rottenberg op dreef. Hij draait met zijn wijsvinger dreigende rondjes in de lucht.
Pechtold heeft net aan de stamtafel van De Wereld Draait Door gezegd dat Balkenende gewoon de camera zou moeten grijpen en de bevolking met een hartstochtelijk pleidooi zou moeten overtuigen van zijn bezuinigingsplannen. Maar Rottenberg prikt door het retorisch foefje heen.
“Wat? Wat? Kan ‘ie ‘t? Ja of nee?”
“Nee, dat kan ‘ie niet.”
“Nou dan.”
Het is één van de weinige recente tv-momenten dat Rottenberg er vol tegenin gaat en genadeloos de vloer aanveegt met politiek gezwam. De oprichter van het roemruchte Amsterdamse debatcentrum de Balie mag dan bekend staan om zijn vileine opmerkingen, de laatste tijd lijken zijn messcherpe aanvallen plaats te maken voor een aardse kalmte. On-Rottenbergs bijna.
Of het de jaren zijn, of de sluimerende auto-immuunziekte sarcoïdose die hem sinds 1992 parten speelt, zijn vrienden weten het niet precies. Ze vinden het eigenlijk wel prettig dat hun ongeleide projectiel langzaam terugkeert op aarde.
“Laatst zag ik hoe Jan Mulder hem treiterde. Je zag hem denken: ‘Zal ik hem te grazen nemen?’ Ik zag zijn ogen schitteren, zoals je dat alleen bij hem ziet, maar hij deed het niet”, vertelt jeugdliefde en goede vriendin Barbara Broekman (54). “Oude vrienden die hem in zijn PvdA-tijd de rug toekeerden, zijn hem leuker gaan vinden”, vertelt ze.
Mailtjes van Bos
Iedereen die Rottenberg heeft meegemaakt, van het Amsterdamse Montessori Lyceum tot zijn voorzitterschap (1992 – 1997) van de PvdA, herinnert hem als iemand met een scherp analytisch vermogen en een enorm geheugen. “Hij kent niet alleen alle ministers, hij weet hoe ook hun secretaresses heten”, zegt goede vriend en NRC-journalist Hubert Smeets.
Hij en Rottenberg kennen elkaar al sinds de jaren zeventig van politieke jongerenorganisaties, maar desondanks raakte Smeets pas later echt onder de indruk van Rottenberg. “Dat was vlak voor zijn voorzitterschap. Ik was toen correspondent in Moskou en Felix kwam langs om te bespreken of hij die baan moest nemen. We hebben toen een heel weekend in mijn flat over politiek zitten praten.”
Hoewel Rottenberg in de jaren negentig vanwege zijn ziekte een stapje terug deed, zetten zijn tv-optredens en zijn columns in het Parool de boel volgens Smeets nog steeds op scherp. In het bijzonder in de PvdA. “Hij krijgt regelmatig mailtjes van Wouter Bos als hij iets negatiefs over de partij heeft gezegd.”
Zijn analyses van Wilders zijn bijna ongeëvenaard. Met name de aflevering na het “kopvoddentaks-voorstel”, waarbij Rottenberg geëmotioneerd Wilders als “een machine” typeerde, bracht veel teweeg.
Volgens zijn zus Sandra Rottenberg (49) had het zeldzame verlies van zelfbeheersing alles te maken hun joodse achtergrond. “Racisme raakt bij ons een gevoelige snaar. Onze moeder was daar ook altijd heel fel in. Als mensen iets over buitenlanders zeiden, vroeg ze meteen: ‘Oh ja, vindt u dat? Kent u die mensen dan? Dat heeft Felix van haar.” Vader Edwin Rottenberg zat gevangen in een Spaans kamp en vocht later als Engelandvaarder mee tegen de Nazi’s, de opa van Felix was de enige van acht broers en zussen die de Tweede Wereldoorlog overleefde. “Ons is voorgeleefd dat je niet bij de pakken neer moet gaan zitten, maar in actie moet komen. Als je uit zo’n gezin komt, hou je een scherp oog voor racisme.”
Dat scherpe zat er bij Rottenberg al vroeg in. Op het Montessori Lyceum in Amsterdam was Rottenberg actief in de leerlingenraad en hield hij zich bezig met de schoolkrant. Waar zijn eigengereide houding op een Christelijke plattelandsschool misschien was afgestraft, werd het op het vrije Montessori juist toegejuicht. Jeugdvriendin Broekman: “Ik denk dat die aanpak voor een deel verantwoordelijk was voor zijn latere successen. Ze vonden het daar wel leuk dat iemand zich zo ontwikkelde.”
De bons om de politiek
Broekman, nu kunstenares, viel dertig jaar geleden als een blok voor zijn zwarte krullen en blauwe ogen. Rond hun twintigste kregen ze een verhouding, maar zijn politieke engagement leidde uiteindelijk tot een (volgens haar voor hem) pijnlijke breuk. “Ik vond het leuk hoor, dat Felix al die partijbonzen bij ons uitnodigde. Ik hield in die tijd wel van een feestje, maar voelde me toch altijd een beetje buitengesloten”, herinnert ze zich. Nadat zijn partijvoorzitterschap afliep, kwamen ze elkaar weer tegen en ontstond er een hechte vriendschap.
Onlangs waren de rollen omgedraaid en figureerde Rottenberg in een TROS-uitzending van “Het mooiste meisje van de klas” waarin Broekman nu eens de hoofdrol had. “Ik vroeg hem natuurlijk of ik daaraan mee moest doen. Felix keek me een minuut lang bedenkelijk aan en zei: ‘Natuurlijk! Vijftig minuten gratis reclame. Altijd doen’. Toen ze hem tijdens die uitzending vroegen om iets over mij te vertellen zei hij: Barbara Broekman? Dat was een fenoméén. Dat is Felix ten voeten uit. Hij kan iets in één zin zeggen waar iemand anders dertig zinnen voor nodig zou hebben.”
Een type-Felix
Juist die eigenschap zou de PvdA van nu goed kunnen gebruiken, zegt voormalig partijgenoot Rick van der Ploeg. “Ik denk wel dat de PvdA in zijn huidige staat wel een type á la Rottenberg zou kunnen gebruiken. Waar vindt je nog iemand met zoveel assertiviteit? Volgens mij bestaan die types niet meer.”
Zijn ziekte sluit een rentree uit, maar volgens ingewijden zijn er ook andere redenen waarom Den Haag niet op Rottenberg zit te wachten. Tijdens het duovoorzitterschap met Ruud Vreeman, nu geplaagd burgemeester van Tilburg, heeft hij door het afschaffen van de partijraad en het saneren van lokale afdelingen ook vijanden gemaakt. Volgens Smeets heeft Rottenberg, mede hierdoor, geen contact met de partijtop. “Ik denk niet dat mensen als Mariëtte Hamer hem bellen. Felix is intelligent, maar is ook iemand die wil ontmantelen, wil afbreken. Zij willen uiteindelijk liever controle.”
Last van Rottenberg
Het verwaterde contact is niet onlogisch: alle oude PvdA-bondgenoten van Rottenberg zijn weg. Van de groep hemelbestormers die begin jaren negentig onder Rottenbergs aanvoering de partij nieuw elan wilde geven – columnist Bart Tromp sprak badinerend van de “Rottenberg-Jugend” – heeft vrijwel iedereen het veld geruimd: van Rob Oudkerk tot Ruud Vreeman en Adri Duijvestein.
Volgens oudgedienden heeft de PvdA nog steeds last van Rottenberg’s ingrepen. “Het is niet meer de betrokken partij die het was”, zegt Bouwe Olij (56), nu stadsdeelvoorzitter van Oud West, in de jaren zeventig met Rottenberg actief binnen de Jonge Socialisten, de jongerenafdeling van de PvdA. “Het was niet iemand die je op de winkel liet passen. Hij kon met een enorme overredingkracht dingen zeggen die achteraf soms niet waar bleken te zijn.” Smeets: “Felix zocht wel eens naar oplossingen voor problemen die er niet bleken te zijn.”
Stoomwals
“Een bijzonder geval”, zo herinnert Eisso Woltjer (67) zijn voormalige partijvoorzitter. De gepensioneerde PvdA’er maakte mee hoe Rottenberg zich als voorzitter inzette voor een ander partijlogo. “Hij wilde iets moderns, had geen zin meer in de klassieke roos in de vuist. Er was grote weerstand tegen om het af te schaffen. Dat was wel óns logo. Dus wat deed hij? Hij maakte er, omgekeerd, een vuist in een roos van. Dat is ook typisch Felix. Altijd op een creatieve manier naar een oplossing toewerken.”
De gepensioneerde PvdA’er Woltjer was vanaf eind jaren zeventig actief binnen van de Europese PvdA-delegatie, totdat Rottenberg hem in 1994 zeer tegen zijn zin naar Den Haag haalde. Hij had in Europa zijn carrière willen voortzetten, maar Rottenberg wilde zijn expertise in de Tweede Kamer gebruiken. “Daar was ik teleurgesteld over, maar wat moest je beginnen? Het was duidelijk dat hij de grote man was. Protesteren had weinig zin.”
“Hij kan wel over mensen heen walsen”, erkent Sandra Rottenberg. “Soms zijn mensen zo geïmponeerd dat ze niet tegen hem op boksen. Hij legt natuurlijk ook wel wat gewicht in de schaal. Toen Felix partijvoorzitter werd, noemden ze hem on-Nederlands. Dat vond ik zo fout. Zo van: ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’ Daar houden wij niet van. Doe maar je best, zeggen wij thuis.”
Islamitisch bankieren: nog lange weg te gaan
Posted By Merel Straathof On oktober 16, 2009 @ 18:10 In Onderzoek | No Comments
[38]Islamitisch bankieren is internationaal sterk in opkomst, zegt het Institute of International Finance. Toch komt het in Nederland maar niet van de grond. Zelfs Turkse en Marokkaanse banken in Amsterdam branden zich er liever niet aan. Waarom niet?
AMSTERDAM - Op de ene kantoordeur staat Ipotek, op de andere Kredi. Het is wel zo overzichtelijk voor de overwegend Turkse klanten van de Demir Halk Bank in Amsterdam. Ook het bankpersoneel is ingesteld op de doelgroep: moeiteloos schakelen zij over van Nederlands naar Turks. Specialisme? Hypotheken verstrekken voor klanten die een (tweede) huis in Turkije willen aanschaffen. Maar verder is de bank vooral erg Nederlands.
Een paar straten verderop staat de in augustus geopende Banque Chaabi du Maroc, aan de De Clercqstraat. Op tafel liggen folders met de tekst: Banque Chaabi wenst u een gezegende Ramadan, daarnaast zoetigheid ter ere van het suikerfeest. Maar veel islamitischer dan dat, wordt het ook hier niet.
Islamitisch bankieren in Nederland
Er bestaan in Nederland wel islamitische investeringsfondsen, zij het op zeer kleine schaal. Zo heeft de Britse bank Barclays in januari 2008 een drietal islamitische beleggingsproducten gelanceerd op de Amsterdamse beurs. Advocaat en leider van de Islamic Finance Group Kees Hooft van juridisch en fiscaal dienstverlener Loyens & Loeff zegt zelfs dat een winkelcentrum in Utrecht Lunetten gefinancierd is met kapitaal uit het Midden-Oosten.
Hooft is het niet eens met hoogleraar Visser dat Nederland de slag om islamitische investeringen heeft verloren. Hooft: “Londen is absoluut hoofdrolspeler op het gebied van islamitisch bankieren. De stad is zelfs het financieel centrum van de wereld. Maar dat betekent niet dat er voor Nederland dan niets meer voor ons overblijft.”
Verder bestrijdt Hooft het beeld dat islamitisch bankieren in Nederland ten dode is opgeschreven. “Het is een veilige manier van bankieren, dat blijkt wel uit deze economische crisis. Het zou gewoon moeten kunnen in Nederland, omdat er zoiets als keuzevrijheid bestaat. Er zijn ook twintig soorten wc-papier in de supermarkt. Dus waarom niet meer keuze bij bankieren?”
Uit economische motieven is Loyens & Loeff een aantal jaar geleden begonnen met het onderzoeken van de mogelijkheden van islamitisch bankieren. Hooft: “Naar ons idee zit er wel degelijk een groot potentiële in deze markt. Ik ken moslims die vermogend zijn, maar toch in een huurhuis wonen omdat kopen met rente tegen hun principes ingaat.”
Dat islamitisch bankieren in Nederland maar niet van de grond komt is volgens Hooft te wijten aan de apathie van de overheid. “Iedereen wijst naar elkaar. De banken wachten op actie van de overheid, en de overheid wacht op voorstellen van banken. Maar de staat zou hierin juist een stimulerende rol moeten spelen.” Het ministerie van Financiën kon niet reageren voor de deadline van deze online-krant.
Volgens Hooft zou de Nederlandse overheid een voorbeeld kunnen nemen aan Frankrijk, waar momenteel islamic finance gestimuleerd wordt. “Ter promotie spreekt de Franse minister van Financiën over het onderwerp op congressen en de overheid heeft een aantal wetswijzigingen doorgevoerd.” Wat in Frankrijk kan, moet in Nederland ook kunnen, vindt Hooft. “Het lijkt alsof het niet kan, maar het zijn gewoon simpele financieringen. Daar zijn constructies voor te bedenken, maar dan moet de overheid dat wel willen.”
Minister Bos van Financiën zag het in juli 2007 nog voor zich: Nederland als financieel centrum voor islamitisch bankieren. In navolging van Londen zou het allemaal in Amsterdam gaan gebeuren. Maar sinds die uitspraak is het erg stil gebleven. Er kwam een kredietcrisis tussendoor waar Bos zijn handen vol aan had. In plaats van nieuwe markten aanboren, lag de prioriteit van de minister bij het behouden van de huidige.
Niet lang na het uitbreken van de crisis, verschenen de eerste berichten over ‘de relatieve rust’ op de islamitische financiële markten. Door de fundamenteel andere manier van bankieren, bleken islamitische financiële instellingen beter bestand tegen de kredietcrisis. Maar wat is islamitisch bankieren eigenlijk?
Islamitisch bankieren
Volgens de Koran is handel toegestaan, maar is het berekenen van rente of riba verboden. Sommige moslims interpreteren riba zelfs als woeker. Speculatie is ook niet toegestaan, omdat dat gelijk staat aan gokken of maisir. Een belangrijke regel is dat financiële transacties altijd in relatie moeten staan met goederen of diensten in de reële economie. Zo moet er dus tegenover geleend geld altijd activa staan. Daar uit voortvloeiend zijn veel van deze banken weggebleven van gevaarlijke financiële producten als (naked) short selling, derivaten of hedgefondsen.
Omdat een moslim geen rente mag betalen of ontvangen, is een hypotheek met rente voor veel moslims uit den boze. Het alternatief zou de financieringsvorm murabaha zijn: de bank schaft het huis aan voor de moslim en verkoopt het vervolgens met een winstopslag aan hem door. In de praktijk is de winstopslag ongeveer gelijk aan de hypotheekrente berekend over dertig jaar en wordt dus ook wel ‘rente in vermomming’ genoemd.
In Nederland is deze halal-hypotheek nog niet levensvatbaar, bleek midden 2008 uit een oordeel van de belastingdienst. De Leidse hypotheekverstrekker Bilaa-Riba diende tot twee keer toe een voorstel voor een speciale halal-hypotheek in, maar werd beide keren teleurgesteld. De reden: winstopslag is iets anders dan rente en dus niet aftrekbaar.
Naast het mislopen van de hypotheekrenteaftrek, zit een koper van een murabaha-hypotheek ook vast aan dubbele kosten. Omdat de bank eerst eigenaar wordt van het huis en daarna pas de ‘echte’ koper, moet er twee keer notariskosten worden betaald. En vervelender nog: deze constructie kost ook twee keer overdrachtsbelasting, zo blijkt uit onderzoek van de Nederlandsche Bank uit 2008.
“Uiteindelijk kiest iedereen toch voor de goedkoopste hypotheek”,zegt emeritus hoogleraar Internationale en Monetaire Economie Hans Visser (VU). Hij wijdde meerdere artikelen en boeken aan islamitisch bankieren en kent de obstakels. “Zolang je bij een halal-hypotheek de renteaftrek misloopt, is de aanschaf erg nadelig.”
Volgens Visser is de hypotheekrenteaftrek zoals wij die in Nederland kennen dan ook de absolute bottleneck voor het tot stand komen van islamitisch bankieren. In een land als Engeland is de hypotheekrente niet aftrekbaar en daar komt islamitisch bankieren wel van de grond. Zo hebben de Londense banken Lloyds TSB en HSBC een aantal financiële afdelingen voor islamitisch bankieren – islamic windows – ontwikkeld, waar ook speciale halal-hypotheken in zijn opgenomen.
Ingewikkeld
Het voorbeeld van Bilaa-Riba bewijst hoe ingewikkeld het is om rentevrije hypotheken mogelijk te maken in een land waar zowat het hele financiële stelsel gebaseerd is op rente. Want het probleem beperkt zich niet tot hypotheken.
Veel traditionele moslims zien verzekeren als een vorm van gokken, waardoor een simpele reisverzekering al ongewenst is. Alternatief is de islamitische verzekering, takaful. Dit werkt als een soort middeleeuws gilde: een groep moslims legt gezamenlijk een spaarpot aan voor onderlinge bijstand bij nood. Volgens Visser bestaat er in Nederland geen vorm van takaful.
Ook investeren in een onderneming blijkt een kunst op zich. Mohamed Bouker, directeur business development van Banque Chaabi du Maroc, legt uit wat daar de moeilijkheden van zijn. “Het principe achter islamic finance, is dat iedereen er op vooruit moet gaan en dat het risico verdeeld wordt.” In een ideale situatie draagt de geldgever ook het ondernemersrisico, dus hij wordt eigenlijk aandeelhouder. Op die manier deelt de investeerder in zowel de winst als het verlies van een bedrijf.
Om islamitisch bankieren te realiseren zou een bank een speciale tak moeten opzetten. Daarvoor moet deskundig personeel op het gebied van islamitisch bankieren worden aangetrokken. Bovendien kost het tijd –en dus geld– om goede constructies te bedenken binnen de Nederlandse wetgeving, zegt hoogleraar Visser. En dan moet nog maar blijken of de fiscus de constructies goedkeurt. Voor Nederlandse banken een weinig aantrekkelijk vooruitzicht, zeker in deze economisch moeilijke tijd. “De Rabobank heeft er de afgelopen jaren wel onderzoek naar gedaan, maar dat ligt nu ook stil,” weet Visser. “De beste optie is dat de Engelse HSBC een filiaal opent in Nederland. Zij hebben immers al de expertise.”
Mocht een Nederlandse bank de sprong wagen en een speciale tak voor islamitisch bankieren opzetten, dan is het nog maar afwachten hoeveel mensen zich melden voor de producten. De Rabobank hield in 2005 een interessepeiling waaruit bleek dat ongeveer 200 duizend Nederlandse moslims geïnteresseerd zouden zijn in een halal-hypotheek. “Dat is toch een aardige markt,” vindt Bouker van de Banque Chaabi du Maroc. “Maar als je dat aantal verdeelt over het aantal banken in Nederland, dan valt het weer erg tegen.”
De Leidse Bilaa-Riba beschouwde destijds alle ongeveer een miljoen Nederlandse moslims als potentiële doelgroep. Maar als alle plannen van Bilaa-Riba doorgang hadden gekregen, had nog maar moeten blijken of er inderdaad zoveel geïnteresseerden zouden zijn, denkt hoogleraar Visser. “Net als bij de halal-hypotheek lijkt mij het percentage moslims dat bereid is meer tijd, geld en moeite in financiële halal-producten te stoppen, betrekkelijk gering.”
De Rabobank denkt er net zo over. “Na de peiling hebben we ook nog intern de mogelijkheden verkend van een hypotheekproduct gericht op deze doelgroep,” zegt een woordvoerder van de Rabobank. “Maar uiteindelijk liep het stuk op de renteaftrek en het onzekere marktpotentieel.” De bank heeft momenteel dan ook geen plannen om speciale producten voor moslims op de markt te brengen.
Seks en wapens
Toch is er ook goed nieuws voor bedrijven die geïnteresseerd zijn in islamitisch bankieren. Een vrij eenvoudige manier om islamic finance te realiseren is het samenstellen van een beleggingsfonds bestaande uit bedrijven die niets produceren dat in strijd is met de islam. Dat zijn bijvoorbeeld bedrijven die niets te maken hebben met de verwerking van varkensvlees, wapenindustrie of de entertainmentindustrie (seks, alcohol, etc.) en dergelijke.
Bilaa-riba was een van de aanbieders van deze beleggingsproducten. In de fondsen namen ze onder meer bedrijven op als Akzo-Nobel, Philips, Randstad, Nokia en TomTom. Maar na de mislukking van de halal-hypotheek, heeft het bedrijf de stekker uit deze fondsen getrokken.
Jammer, vindt Bouker van Banque Chaabi du Maroc dat. Hij is van mening dat islamitische investeringsfondsen nog steeds interessant kunnen zijn voor Nederland. “Grote investeerders uit het Midden-Oosten willen hun miljoenen ergens in investeren. Nederland wil altijd voorop lopen, maar laat hier mogelijkheden liggen.” Bouker denkt wel te weten hoe dat komt. “Alles rondom de Islam is nu impopulair.” Toch wordt het volgens Bouker voor Nederland steeds moeilijker om Arabisch geld aan te trekken. “Investeerders in het Midden-Oosten kijken ook naar CNN. Als ze dan zo’n clown als Wilders in de Tweede Kamer zien, denken ze ook: wat heb ik daar te zoeken?”
Volgens hoogleraar Visser is het duidelijk. Nederland heeft de slag om het grote islamitische geld al een aantal jaar geleden verloren. “Londen is dé plek voor islamic finance, die investeerders gaan naar een bank als HSBC met hun geld.”
De fiets is niet meer heilig
Posted By Merel Straathof On september 11, 2009 @ 17:20 In Reportage | No Comments

De fiets als wegwerpartikel
Nederlanders hebben steeds meer geld over voor een luxe tweewieler, maar voor Amsterdammers is de fiets vooral een wegwerpartikel. De duizenden wrak- en weesfietsen zijn terug te vinden in de grachten, de fietsflat of op fietsenkerkhof AFAC.
AMSTERDAM – Het is al half twaalf, maar het lijkt wel ochtendspits in de drie verdiepingen tellende fietsflat bij Centraal Station. Van alle kanten snellen fietsers de overvolle flat in, om hun tweewieler bij de eerste de beste plek te parkeren. Drie toezichthouders bekijken de drukte, leunend tegen hun gele kantoortje midden in de flat. “Probeer het dak, daar is misschien nog wel plek”, probeert een van hen een zoekende fietser te helpen.
Op de begane grond probeert Tessa van Dijk (18) een plek te vinden voor haar omafiets. Het is een oud exemplaar, met hier en daar wat roest. “Ik heb expres dit barrel gekocht, een fiets is hier nu eenmaal weinig waard.” Na enige aarzeling stalt ze de tweewieler toch maar tussen twee fietsen die netjes in een rek staan. “Ik moet wel”, verzucht ze. “Er is hier nooit plek. Alleen met een beetje duwen en proppen kan ik ‘m nog ergens kwijt.”
Dat Tessa van Dijk lang niet de enige is met parkeerproblemen, kan toezichthouder Marcel Kalkman (44) beamen. Samen met zijn collega’s in oranje vestjes heeft hij als taak rondjes door de flat te lopen om diefstal en vernielingen te voorkomen. “Maar we zijn eigenlijk vooral druk mensen te helpen met het vinden van een plek.” Hoewel de fietsflat officieel 2700 fietsen kan herbergen, staan er dagelijks tussen de 6000 en 7000 rijwielen gestald. “Dat geeft problemen. De doorstroom is bagger, sterker nog: die is er eigenlijk niet.”
Fietshandel Nederland
Hoewel Amsterdammers het geen probleem vinden om op een tweedehands fiets te stappen, is er landelijk sprake van een tegenovergestelde trend. De jaarlijkse verkoop van nieuwe fietsen ligt al twee jaar op ongeveer 1,4 miljoen stuks, zo blijkt uit cijfers van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel. Men geeft steeds meer uit aan een nieuwe tweewieler. Afgelopen jaar steeg de gemiddelde aankoopprijs met veertien procent naar 688 euro. Daarbij valt de keuze vaker op een elektrische fiets, een sportfiets, of een fiets van hoogstaande kwaliteit.
Verklaringen voor de verstopping van de flat hebben de toezichthouders genoeg. Kalkmans collega John (47) werkt al vijf jaar op de flat: “Sinds ik hier ben is het constant vol geweest. Mensen zien deze plek gewoon als een privé-parkeerplaats. Er staan hier honderden fietsen al maanden te verpieteren.” Hij lacht zijn twee gouden voortanden bloot. “En je weet toch, Amsterdammers zijn nonchalant.” Kalman valt hem bij. “De meeste fietsen hier zijn oud, als er wat aan mankeert kopen mensen net zo lief een ander goedkoop tweedehandsje. Anderen vergeten gewoon dat ze ‘m hier hebben staan, gaan op vakantie of verliezen de sleutel. Het boeit mensen weinig. De fiets is echt niet meer heilig.”
Met de eigenaren zoek, zijn de vergeten rijwielen overgeleverd aan de handhavers van Stadstoezicht. In bussen met grote laadbakken stropen zij dagelijks de stad af, op zoek naar de wrak- en weesfietsen. In alle veertien stadsdelen worden tweewielers verwijderd die in de weg staan of het straatbeeld ontsieren. Vooral bij de stations Sloterdijk, Zuid-WTC en Centraal is de dagelijkse opruiming absolute noodzaak, weet handhaver Mark (54). Samen met zijn collega knipt hij al vier jaar zo’n honderd fietsen per dag bij Centraal Station weg – fout geparkeerd of kapot. “Het is soms om moedeloos van te worden, maar als we het niet doen zou het helemaal chaos zijn”, zegt hij, al rokend bij zijn bus. “Mensen weten heus wel dat ze hun fiets niet maandenlang mogen stallen en dat verkeerd geparkeerde fietsen worden weggehaald. Maar het interesseert ze niet. Ze nemen het risico, want ze moeten een trein halen. Ze denken: ik zie het wel als ik terugkom.”
De fietsen die in de laadbakken van de handhavers terechtkomen, eindigen op het fietsenkerkhof van Algemene Fiets Afhandel Centrale (AFAC), ver voorbij station Sloterdijk. Daar in Westpoort, onder de rookwolken van de Amsterdamse verbrandingsovens, staan bijna 10 duizend rijwielen te wachten op een tweede leven. Jaarlijks herbergt het AFAC-terrein ruim 40 duizend Amsterdamse fietsen, opgesteld in tientallen rijen dik. De helft daarvan bestaat uit wrakken, klaar voor de ijzerhandel. De andere 20 duizend tweewielers zijn “goede fietsen, waar nog gewoon op gereden kan worden”, stelt medewerker van AFAC, Paul Rijnders.
Door naar AFAC af te reizen en tien euro administratiekosten te betalen kunnen de 20 duizend eigenaren hun prima functionerende fiets weer terugkrijgen, maar voor meer dan de helft van hen is dat een brug te ver. Zo ook deze morgen. Het afgelopen uur heeft geen enkele fietseigenaar zich gemeld bij de balie van het AFAC-kantoor. Toch betekent dat niet het einde voor deze fietsen. Na drie maanden worden ze bezit van de gemeente. Een groot deel wordt geveild onder fietshandelaren, de rest gaat voor werkprojecten naar Afrika of wordt verkocht aan studenten.
Minder goed eindigt het voor de circa 800 tot 900 fietsen die jaarlijks in de Amsterdamse grachten belanden. Hoewel Waternet maandelijks de binnenwateren leeg vist, is geen enkele geborgen tweewieler nog bruikbaar. “Na een dag in het water zit de roest er al in. Maar door de grote grijper die we gebruiken op de schuit blijft er sowieso weinig over van de fiets”, weet Ruth Hens van Waternet. Het schroot uit de grachten gaat rechtstreeks naar ijzerhandel HKS, de fietseigenaren melden zich bijna nooit. “Hoogstens een keer per jaar. Een tijdje geleden belde een student. Zijn vrienden hadden tijdens een feestje zijn fiets in het water gegooid. Ik zei hem dat hij mocht komen kijken, maar dat het weinig zin had.” Hoe al die fietsen in de grachten terechtkomen is ook voor Hens een raadsel. “Telkens als ik die volgeladen schuit zie, vraag ik me af: hoe is het mogelijk?”
In A&M Rijwielen aan De Clercqstraat is het stil. Achter in de zaak, tussen stapels banden en gereedschap, zijn fietsenmakers John (43) en Jan (61) begonnen aan een koffiepauze. Aan de muur achter hen prijkt een tegeltje met de tekst: ‘Wie twee keer het wiel uitvindt, kan een fiets maken.’ Beide mannen – zilvergrijs haar en shaggie in de mond – werken al jaren in de fietsenzaak. Als geen ander weten ze hoe de mentaliteit van Amsterdamse fietsers door de jaren veranderd is. “Over het algemeen kan je zeggen dat Amsterdammers steeds minder waardering hebben voor hun rijwiel”, zegt Jan. “Pas als een fiets uit elkaar valt, kloppen ze bij ons aan.”
Fietsendiefstal Amsterdam
De Amsterdamse politie schat dat er jaarlijks zo’n 50 duizend fietsen ontvreemd worden. Zeker weten doen ze het niet, omdat er nog altijd weinig aangifte gedaan wordt. De laatste jaren is het iets verbeterd, omdat mensen nu ook online aangifte kunnen doen. In 2006 meldden 6850 Amsterdammers zich bij de politie nadat hun fiets was gestolen, in 2007 waren dat al 7032 mensen. Afgelopen jaar kwamen er 7591 aangiften binnen. De politie schat dat het aantal aangiften slechts twintig procent van het werkelijk aantal gestolen fietsen betreft.
“Nooit komen ze voor een onderhoudsbeurtje”, gaat hij verder, “ze hebben geen zin zich er even in te verdiepen. Mensen rijden liever door tot de banden tot op de draad versleten zijn.” John vindt dat vooral studenten hun fiets slecht onderhouden. “Ze kopen een fiets voor tien euro van een junk, maar kijken er van op als het ding uit elkaar valt. Als ‘ie dan voor 40 euro gemaakt moet worden, kopen ze liever opnieuw zo’n barrel.”
Helemaal vreemd vinden de fietsenmakers het niet, dat Amsterdammers veelal slordige fietsbezitters zijn. “Het is ook moeilijk om je fiets een beetje mooi en beschermd te houden in deze stad. Er zijn maar een paar bevoorrechte Amsterdammers die een tuin of schuurtje hebben waar ze dat ding kunnen stallen,” stelt Jan. Maar de collega’s zien het hoge diefstalcijfer van 50 duizend fietsen per jaar als de grote boosdoener. John: “Als er al drie fietsen van je zijn gejat, hecht je je toch een stuk minder aan rijwiel nummer vier.”
Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl
URL to article: http://napnieuws.nl/2009/09/11/%e2%80%98de-fiets-is-niet-meer-heilig%e2%80%99/
URLs in this post:
[1] Image: http://www.zemanta.com/
[2] Commissie Gelijke Behandeling : http://www.cgb.nl/home
[3] gelijk : http://www.cgb.nl/oordelen/oordeel/221530/katholieke_school_maakt_verboden_onderscheid_op_grond_van_godsdienst_jegens_leerling_door_hoofddoekverbod__beroep_op_de_wettelijke_uitzondering_voor_bijzonder_onderwijs_slaagt
[4] vast beleid : http://www.st-ab.nl/wetten/0029_Algemene_wet_gelijke_behandeling_Awgb.htm
[5] advies : http://www.onderwijsraad.nl/upload/artikelen/adviesvraag-tk-art23.pdf
[6] voordeel: http://www.cgb.nl/oordelen/oordeel_zoeken?trefID=417658
[7] : #_ftn5
[8] zaak : http://www.cgb.nl/oordelen/oordeel/222104/bevoegd_gezag_van_middelbare_school_heeft_verboden_onderscheid_gemaakt_door_moslim_leerling_niet_toe_te_staan_met_sporthoofddoek_te_gymmen_
[9] [1]: #_ftn1
[10] [2]: #_ftn2
[11] [3]: #_ftn3
[12] [4]: #_ftn4
[13] [6]: #_ftn6
[14] [1]: #_ftnref1
[15] http://www.cgb.nl/home: http://www.cgb.nl/home
[16] [2]: #_ftnref2
[17] [3]: #_ftnref3
[18] [4]: #_ftnref4
[19] http://www.onderwijsraad.nl/upload/artikelen/adviesvraag-tk-art23.pdf: http://www.onderwijsraad.nl/upload/artikelen/adviesvraag-tk-art23.pdf
[20] [5]: #_ftnref5
[21] http://www.cgb.nl/oordelen/oordeel_zoeken?trefID=417658: http://www.cgb.nl/oordelen/oordeel_zoeken?trefID=417658
[22] [6]: #_ftnref6
[23] http://www.cgb.nl/oordelen/oordeel/222104/bevoegd_gezag_van_middelbare_school_heeft_verboden_onderscheid_gemaakt_door_moslim_leerling_niet_toe_te_staan_met_sporthoofddoek_te_gymmen_: http://www.cgb.nl/oordelen/oordeel/222104/bevoegd_gezag_van_middelbare_school_heeft_verboden_onderscheid_gemaakt_door_moslim_leerling_niet_toe_te_staan_met_sporthoofddoek_te_gymmen_
[24] grote zwart-wit foto’s : http://www.rubenjoachim.com/
[25] politiek-cultureel centrum de Balie: http://www.debalie.nl/home.jsp
[26] Zilveren Camera : http://www.zilverencamera.nl/
[27] Guide to Unique Photography: http://www.gupmagazine.com/
[28] Het Financieele Dagblad: http://www.fd.nl
[29] Villamedia : http://www.villamedia.nl/
[30] NRC Handelsblad: http://www.nrc.nl
[31] de Volkskrant : http://www.vk.nl
[32] rand van Rotterdam: http://maps.google.nl/maps/ms?ie=UTF8&msa=0&msid=200740502288868587489.00049a5d3bb6400d9fd05&ll=51.952729,4.555206&spn=0.247988,0.617294&z=11
[33] het museum: http://www.stedelijk.nl
[34] Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III: http://www.artupdate.nl/wp-content/uploads/2009/04/newman-barnett-1966-67-whos-afraid-of-red-yellow-and-blue-iii.jpg
[35] Reflection of the Big Dipper: http://www.modern-art-reproductions.com/cartdata/uploads/1062498156_large-image_171_reflection_of_the_big_dipper_1947_lg.jpg
[36] Image: http://www.flickr.com/photos/23392683@N00/3931678518
[37] Image: http://reblog.zemanta.com/zemified/e643a949-8286-4f1d-afee-b3c242149431/
[38] Image: http://www.daylife.com/image/08Zj6S80gG4k0?utm_source=zemanta&utm_medium=p&utm_content=08Zj6S80gG4k0&utm_campaign=z1
[39] Getty Images: http://www.daylife.com/source/Getty_Images
[40] Daylife: http://www.daylife.com
[41] Image: http://reblog.zemanta.com/zemified/ea41c66a-b7ee-4d25-b8bb-64f300f93019/
Click here to print.
Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.