- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -
Zonder stage is bouwkunde niet leuk
Posted By Carien ten Have On oktober 15, 2010 @ 17:10 In Algemeen, Reportage | No Comments
Door de crisis vinden mbo-leerlingen bouwkunde geen stageplek meer. Jongeren hebben daardoor geen zin om de opleiding te gaan volgen, en dat wordt in de toekomst weer een probleem. “Over vier jaar zijn er te weinig opgeleide bouwvakkers.”
In een groot ROC gebouw bij Amsterdam Sloterdijk zitten twee jongens voorovergebogen te turen naar een bouwtekening. Nauwkeurig bestuderen ze elke lijn, af en toe meten ze maten op met een geodriehoek. In een programma op de computer voeren ze met lichte tegenzin de afmetingen in op een digitale plattegrond, en tekenen waar ramen en deuren komen te zitten. “Dit hoor je eigenlijk op je stageplek te doen”, zegt de 19-jarige mbo bouwkunde student Richard van Hattum. “Maar die hebben we niet.”
Sinds de zomervakantie probeert Van Hattum om een stageplek te vinden bij een bouwbedrijf. Hij heeft zeker vijftien sollicitatiebrieven geschreven, maar is nergens aangenomen. “Ik heb zo goed als alle bouwbedrijven in Amstelveen en Amsterdam benaderd. BAM, Strukton, Ymere.” Hij zucht diep. “Het schiet niet op.”
Ook zijn medestudenten hebben met dit probleem te maken. Allemaal willen ze hun studie bouwkunde in de praktijk uitvoeren. Leshley Respino (20) schreef sinds juni ook al vijftien sollicitatiebrieven, Stefan Razab (20) zeker tien. Bijna de helft van de studenten in de klas van Van Hattum is het niet gelukt om een plek te bemachtigen. Zijn klas is exemplarisch voor de situatie op het ROC Amsterdam. Zo’n 40 tot 50 procent van de mbo leerlingen bouwkunde heeft er geen stageplaats.
Steeds vaker hebben scholen moeite om voor al hun mbo-studenten een stage of leerwerkplek in de bouw te vinden. Volgens Colo, een vereniging die in veertig branches het aantal stage- en leerwerkplekken bijhoudt, is zo goed als elke plek in de bouw bezet. De verwachtingen voor de komende jaren zijn niet beter.
Bouwstop is stagestop
Het gebrek aan stage- en leerwerkplekken komt door de economische crisis, zegt Joep Jansen van kenniscentrum van de bouw- en infrasector Fundeon. Vorig jaar zagen de grote bouwbedrijven hun orders met 30procent dalen, bouwprojecten werden gestaakt. “Bedrijven zeggen dat ze op dit moment geen stagiaires meer kunnen hebben”, vertelt ook docent Bert van der Linden. “Normaal gesproken kan ik studenten helpen die uit zichzelf geen stageplaats kunnen vinden. Maar nu zijn ook mijn contacten beperkt.” De schaarse stageplaatsen die er zijn moeten onder alle studenten verdeeld worden. “Bouwbedrijven gaan steeds hogere eisen aan de mbo-studenten stellen”, zegt Van der Linden. “Ze hebben veel meer keus en zijn kieskeuriger, omdat er meer aanbod is.”
Huseyin Kazel (20) knikt heftig. Hij solliciteert deze week met drie andere klasgenoten op dezelfde stageplaats bij een woningbouwcorporatie. “We zijn elkaars concurrenten geworden”, zegt Kazel lachend. Zenuwachtig voor de sollicitatie is hij niet. “Ik heb al vier keer gesolliciteerd”, zegt hij stoer. “Maar soms willen bedrijven liever iemand met een hogere opleiding. Dat heb ik al een keer gehad.”
Ook tekorten in andere branches
Niet alleen in de bouw zijn er door de economische crisis minder stageplaatsen beschikbaar. Ook in de mobiliteitsbranche (bijvoorbeeld een autotechnicus) en de reisbranche zijn bedrijven minder snel bereid om leerlingen een stageplaats aan te bieden. Er is tevens minder behoefte aan stagiaires die een economische mbo-opleiding volgen. Junior accountmanagers en juridisch medewerkers vinden over het algemeen lastig een stageplek. Dat blijkt uit de stagebarrometer van Colo, een vereniging die in veertig branches het aantal stage- en leerwerkplekken bijhoudt. Andere sectoren hebben minder problemen.
Denkbeeldige opdracht
ROC Amsterdam probeert hoe dan ook de studenten aan het werk te houden. Zo hebben ze sinds dit studiejaar vervangende projecten voor studenten die niet direct een stageplaats kunnen vinden. “Opdrachten die ze normaal bij een bouwbedrijf zouden uitvoeren, doen ze nu gesimuleerd op school”, vertelt Coen Kraak, hoofd van de opleiding Bouw aan het ROC Amsterdam. De studenten kunnen dan studiepunten halen zodat ze niet achterlopen, en tegelijkertijd ervaring opdoen.
Van Hattum werkt samen met zijn medestudent Kaj van Alphen (18) aan zo’n project. Ze moeten een kantoorpand verbouwen in Zoetermeer. Denkbeeldig dan. “We maken nu een plattegrond, daarna gaan we kijken of het gebouw na de verbouwing wel goed geïsoleerd is”, legt Van Alphen uit. Op een computer maken ze bouwtekeningen en driedimensionale animaties van hoe het pand eruit zal gaan zien.
Ook Leshley Respino werkt aan een project dat ze van haar leraar heeft gekregen. Ze is bezig om een pand op de Amsterdamse Utrechtsestraat te renoveren. Vanachter haar computer bekijkt ze de foto’s en tekeningen van het smalle, typisch Amsterdamse gebouw. “Ik moet het pand opmeten en een nieuwe indeling maken.” Ze wijst naar een bouwtekening. “Hier komt een kleine badkamer, ernaast een slaapkamer. Ik doe wat de eigenaar wil.”
“Maar je bent niet echt in de praktijk bezig”, zegt Van Hattum. “Ik denk dat er na je studie best last van hebt als je geen stage hebt gelopen. Al je kennis komt dan van wat je op school hebt geleerd, en niet uit werkervaring.”
Minder studenten
Nu de kansen op een goede stageplaats sterk zijn afgenomen, is de mbo-opleiding bouwkunde voor studenten minder interessant geworden. Op het ROC Amsterdam waren er vorig jaar nog 210 mbo-studenten die bouwkunde gingen studeren, dit jaar zijn dat er nog 165. Landelijk zijn er volgens Fundeon 30 procent minder inschrijvingen.
Ook Richard van Hattum en Kaj van Alphen vinden hun studie minder leuk nu ze geen stage kunnen lopen. Een van hun medestudenten heeft inmiddels een stageplaats gevonden, en doet niet meer mee aan hun project. Een ander teamlid heeft zich vandaag verslapen. “Nog meer werk voor ons dus”, verzucht Van Alphen, terwijl hij met de muis van zijn computer over de plattegrond van het kantoor sleept. Af en toe zet hij een paar lijnen, of maakt een vierkant met de tekst nooduitgang. “En dat voor een denkbeeldig project dat niet eens echt wordt uitgevoerd”, zegt Van Hattum geïrriteerd. “Bij een stage ben je nog nuttig. Nu zit ik maar op school.”
Opleidingshoofd Coen Kraak kent de frustratie van de studenten. Maar hij voorziet in de toekomst nog grotere problemen als minder jongeren zich voor de bouwopleiding aanmelden. ”Dan is er over vier jaar opeens een krapte op de arbeidsmarkt en zijn er te weinig opgeleide bouwvakkers. Door de vergrijzing kun je op je vingers natellen dat er een tekort aan mensen gaat zijn. En dan kloppen alle bouwbedrijven zeker weer voor stagiaires bij ons aan.”
Kraak weet dit uit ervaring. In de jaren tachtig ging het ook slecht in de bouw. Er kwamen minder opdrachten binnen, en ook toen konden stagiaires geen stageplek meer vinden. “Toen de markt weer aantrok stonden bouwbedrijven plotseling te schreeuwen om stagiaires”, vertelt Joep Jansen van Fundeon. “Wij raden ze dus aan om toch bouwkunde te gaan doen. Met de markt komt het vermoedelijk over twee jaar wel weer goed.”
De stad als bibliotheek
Posted By Anna van den Breemer On oktober 23, 2009 @ 17:06 In Reportage | No Comments
[3]Zomaar een mooi boek ‘in het wild’ achterlaten voor een onbekende voorbijganger. Het fenomeen ‘bookcrossing’ wint aan terrein in Amsterdam. Een goedkope manier om aan boeken te komen of een hechte community?
AMSTERDAM – Bij de houten kist met sinaasappels staat ze abrupt stil. Schichtig schieten haar ogen van links naar rechts door de Natuurwinkel. Haar blik blijft rusten op de man rechts van haar. Kijkt hij? Maar de man is druk bezig met het uitkiezen van zijn appels. Mooi. “Dit is een goed moment”, fluistert ze op samenzweerderige toon. Bijna plechtig legt ze het boek Besneeuwde sinaasappels van Peter Kerr op de sinaasappels. “Zo.” Haar hoofd een tikkeltje schuin. “En nu snel weg.”
Het moest allemaal vlug gaan, had ze van te voren al gewaarschuwd. “Je wilt niet dat mensen zien wat je doet. Het moet een verrassing zijn.” Voordat ze de winkel binnenstapte, had ze het boek al in het zijvakje van haar bordeauxrode schoudertas gedaan. Het boek moet met een greep van de hand gevonden kunnen worden. “Als je daar zo staat te graven in je tas, denken de mensen dat je iets steelt.”
Het tegenovergestelde is echter waar. Hendrickje (57), die liever alleen met haar bookcrossingsnaam genoemd wil worden, is een bookcrosser. Ze laat boeken achter in het wild.
Bookcrossingzones in Amsterdam
OBCZ CoffeePlaza, Jan Pieter Heijestraat 143a, 1054 MG Amsterdam.
Café Lef, Zeedijk 23, 1012 AP Amsterdam.
Mulligans Irish Bar, Amstel 100, 1017AC Amsterdam.
OBCZ-NPK , cultureel paviljoen in het Noorderpark Studio-K, Timorplein 62, 1094CC Amsterdam.
Met zo’n 17.192 leden wordt bookcrossen steeds populairder in Nederland. Deze maand haalde Nederland grotere landen als Frankrijk en eerder Duitsland in. Gratis boeken verspreiden en vinden in de stad; het lijkt een welkome hobby in deze crisistijd. Sinds het begin van de financiële crisis in september 2007 nam het aantal leden in Nederland met 60 procent toe. Televisieprogramma Kassa noemde bookcrossing dan ook dé besparingstip.
De wereld omtoveren tot een grote gratis bibliotheek; dat was het doel van de Amerikaanse Ron Hornbaker die het concept van bookcrossing in 2001 bedacht. Inmiddels is bookcrossing de grootste boekenclub ter wereld met 817.191 leden in 130 landen. Het idee achter bookcrossing is simpel. Je laat een boek achter in de openbare ruimte, zodat iedereen die langsloopt het mee kan nemen. Op het boek plak je een unieke code, die je van de site bookcrossing.com [6]haalt. Via deze code kan de vinder het boek op dezelfde site registreren en zie je welke reis een boek maakt.
Dankzij de fanatieke groep Amsterdamse bookcrossers zijn er op dit moment 75 boeken ergens in de stad in het wild te vinden. Gulliver’s travels van Jonathan Swift op de bovenste verdieping van de Kalvertoren of Helen Fielding’s Bridget Jones bij metrohalte Uilenstede, bijvoorbeeld. Iedere dag komen daar nieuwe bij en worden anderen door voorbijgangers of doelbewuste jagers meegenomen.
Na het wegleggen van boeken is het leuk dat de vinder van het boek dit vervolgens meldt op de website. In de praktijk blijkt dat er op 10 tot 15 procent van de boeken wordt gereageerd. De rest verdwijnt, om misschien nog eens jaren later op het forum op te duiken. Dat is toch ook een nadeel van Amsterdam, vindt Hendrickje. “In een klein plaatsje in Brabant worden boeken toch sneller gemeld dan in de anonieme grote stad.” Ze geeft toe in het begin wel eens ‘dipjes’ te hebben gehad. “Als ik een boek had weggelegd, dook ik steeds achter de computer om te zien of het gevonden was. Dan was het heel teleurstellend als je niets hoorde. “Waar doe ik het dan voor?”, vroeg ik me af.
Voor Hendrickje werd die vraag gaandeweg beantwoord. Door bookcrossen heeft ze nieuwe genres en auteurs ontdekt. “Eigentijdse auteurs zoals Paulo Coehlo. Je wordt gemakkelijk. Ik begin gewoon aan een boek, als het me niet pakt, leg ik het gerust na twee hoofdstukken weer weg. Het was toch gratis.” Dat geldt ook voor bookcrosser Huisman. Las ze eerst vooral romans over het oude Egypte, nu waagt ze zich ook wel eens aan een chicklit.
Op het eerste gezicht lijkt Coffee Plaza een gewoon lunchtentje op de hoek van de Jan Pieter Heijestraat in Oud-West. Een centrifuge die onder onophoudelijk gebrom verse sapjes maakt, de geur van verse koffie en de zaterdagkrant die verspreid ligt over de grote houten tafel. Maar het café is een officiële bookcrossingzone (OBCZ). Amsterdam kent vijf OBCZ’s, meer dan in andere steden, meestal winkels of een kroeg, waar een boekenplank te vinden is. Een ontmoetingsplek voor bookcrossers waar je gratis boeken mee kunt nemen of achterlaten.
Bookcrosser Linda Huisman, ofwel Linniepinnie, is de trotse beheerder van deze OBCZ. Doodsbang was ze toen ze in mei met haar bookcrossingspullen onder de arm het pas geopende lunchtentje binnenstapte met het voorstel er een OBCZ van te maken. “Mensen vinden bookcrossing toch een beetje vreemd.” Ieder weekend checkt Huisman trouw het boekenplankje rechts achter in de zaak, vlak bij de toiletdeur. Op een schema vult ze in welk boek is meegenomen en daar komt dan een nieuwe uit haar eigen collectie voor in de plaats. Ze krijgt alle boeken van vrienden en collega’s die van haar bookcrossobsessie afweten. “Ik had niet echt hobby’s”, vertelt Huisman. Totdat ze drie jaar geleden bookcrossing ontdekte. Het werkt hartstikke verslavend, verzekert ze. Vooral de voorbereiding. “Therapeutisch plakken noem ik het. Dat ik lekker met mijn zakjes stickers en etiketten aan tafel zit, mijn boeken te beplakken.” Op het boek in haar handen prijkt een bontgekleurd etiket met in blauwe letters: “Gefeliciteerd je hebt een gratis boek gevonden dat iemand via bookcrossing heeft vrijgelaten om door jou gevonden te worden.” Daarnaast het logo van een geel verkeersbord waar een rennend boek op te zien is.
Voor de meeste bookcrossers blijft het niet bij eenzaam door de stad fietsen, her en der boeken achterlatend. Amsterdam beschikt over een hechte bookcrosserscommunity. En die bestaat niet alleen uit oude vrouwen die boektreeksen lezen, vertelt Huisman. Hoewel de meeste leden vrouw zijn, is de gemiddelde leeftijd 38 jaar. Op het forum van de website worden dagelijks uiteenlopende dingen besproken: van boekenrecensies tot onderwerpen die niets met boeken te maken hebben, zoals: wat at je als avondeten?
De leden ontmoeten elkaar ook regelmatig buiten de website om, in allerlei Nederlandse steden, om boeken te ruilen of samen boeken los te laten. Iedere maand is er wel ergens in Nederland een ontmoeting van Nederlandse bookcrossers, waar tientallen mensen op af komen. De bookcrossers noemen elkaar bij hun nickname. Hendrickje: “Dan fiets ik door Amsterdam en hoor ik opeens; ‘Ha Hendrickje!’ Het is een ander wereldje, en dat is leuk.” Ontmoetingen vinden veelal plaats op de daarvoor bestemde bookcrossingzones.
Inmiddels heeft Linniepinnie 2013 boeken ‘in het wild losgelaten’. Het op zoek gaan naar een goede plek om het boek achter te laten is zo eenvoudig nog niet. Als ervaren bookcrosser breek je je hoofd erover om een originele plek te vinden. Liefst eentje die aansluit bij het boek. Voor de Baantjerboeken ging Huisman net zo lang op zoek totdat ze de exacte locatie vond in Amsterdam die op de voorkant van het boek stond afgebeeld. En zaterdag was ze nog speciaal naar de Ikea gegaan om daar het boek Kitchen van Banana Yoshimoto in een keuken achter te laten. “Je wordt creatief”, haalt Linniepinnie haar schouders op.
Na de Natuurwinkel zet Hendrickje de bookcrossingstocht door Amsterdam voort. In de straffe herfstwind fietst ze door het Oosterpark naar de stiltekapel van het Onze Lieve Vrouwen Gasthuis. De perfecte plek voor het spirituele Don’t fall of the Mountain van Shirley McLaine. Het boek heeft ze al in het zijvakje van haar tas gestopt.
In de leasebak richting bonus
Posted By Hinke Hamer On oktober 9, 2009 @ 17:31 In Achtergrond | No Comments
[8]Jonge managers bekommeren zich alleen om een dik salaris en een leasebak. Met de normen en waarden op de werkvloer nemen ze het niet zo nauw, blijkt uit een pas verschenen rapport van adviesbureau KPMG. Het is maar de vraag of dat aan hun gebrekkige morele scholing ligt.
Jonge managers zijn egoïstisch en arrogant. Ze stappen het liefst op hun eerste werkdag in een leaseauto, om af te koersen op flinke bonussen. Het ontbreekt een groot deel van hen aan moreel bewustzijn, schrijven accountantsadviesbureau KPMG en onderzoeksbureau Motivaction in een rapport dat twee weken geleden verscheen. Daarvoor ondervroegen ze in totaal 172 personeelsfunctionarissen en loopbaanbegeleiders van grote bedrijven.
High potentials hebben onvoldoende oog voor normen en waarden en worden teveel gedreven door een snelle carrière, inkomen en status, concluderen de onderzoekers. Veertig procent van de ondervraagde bedrijven heeft jonge managers zelfs om die reden de deur gewezen. Hoogleraar Jaap Winter van de Universiteit van Amsterdam betreurt het. “Jonge managers laten zich bij het kiezen van hun baan teveel leiden door materiële gronden.”
Gebrekkig ethische bewustzijn
Philip Wallage is als hoogleraar betrokken bij de Amsterdam Business School, onderdeel van de Universiteit van Amsterdam. Hij is een van de initiatiefnemers van het onderzoek. “Dertig procent van de ondervraagde personeelsfunctionarissen bleek moeite te hebben met het gebrek aan ethisch bewustzijn van sommige jonge managers. We hebben de open vraag gesteld welk gedrag zij dan tegenkwamen. De top zes van ergernissen bestond uit egoïsme, graaigedrag, een te theoretische instelling, arrogantie, het verlangen van een te hoge beloning en gemakzucht.”
De top zes van ergernissen bestond uit egoïsme, graaigedrag, een te theoretische instelling, arrogantie, het verlangen van een te hoge beloning en gemakzucht
“Ik hoorde een verhaal over een manager die net kwam kijken”, herinnert Wallage zich. “Hem was een leasewagen toegezegd, en op dag één vroeg hij naar zijn sleutels. Toen hij die niet meteen kreeg, schopte hij enorme stampij.” Maar ook op kleinere schaal komt het voor dat jonge managers het niet zo nauw nemen met de regels: “Hoe vaak leuken studenten hun CV niet een beetje op?”
Meer ethiek op universiteit
Een van de conclusies van het rapport is dat de universiteit meer aan ethiek moet doen. Philip Wallage ontwikkelde binnen de Master of Business Administration van de Universiteit van Amsterdam daarom een lespakket (zie kader) waarmee universiteiten de ethische hiaten bij hun studenten kunnen opvullen. Vanuit verschillende universiteiten is al belangstelling getoond, zegt Wallage. Ook ontving hij enthousiaste reacties van studenten, die in de pauze van zijn colleges naar hem toekwamen en aangaven dat ze graag gebruik zouden maken van zijn lessen. Wallage lacht: “Maar die mensen hebben het nou net niet nodig.”
De onderwijstoolkit ‘Vertrouwen, Integriteit & Leiderschap’, ontwikkeld door adviesbureau KPMG, biedt lesmateriaal waarmee studenten kennismaken met onderwerpen als vertrouwen en integriteit. Het materiaal is toegesneden op hogescholen, universiteiten en MBA-opleidingen.
De toolkit bestaat uit vier modules en komt voort uit het thought leadership programme. Dat ontstond in 2008, nadat politici en ondernemers de koppen bij elkaar hadden gestoken om na te gaan wat er nodig was om binnen het bedrijfsleven meer vertrouwen te bewerkstelligen.
Het gaat Wallage er vooral om dat elke student handreikingen worden gedaan om ethisch te leren redeneren. “Zodat we niet, als het weer misgaat met de economie, kunnen zeggen: “Wir haben es nicht gewusst.”
Ook op de Duisenberg School of Finance, een samenwerkingsverband van de financiële sector en een vijftal universiteiten, wordt vanaf januari volgend jaar aandacht besteed aan ethische vorming. Professor Jaap Winter, ook voormalig dean van de Duisenberg School, pakt de handschoen op. “We gaan actief met cases aan de slag: wat zijn de dilemma’s waar we voor staan? Welke vragen zijn we vergeten te stellen? Welk gedrag tolereren we wel en niet? En we vragen onze studenten welke verantwoordelijkheid zij hebben.”
De Duisenberg School bestaat pas sinds september vorig jaar en ging nagenoeg tegelijk van start met de economische crisis. Winter: “Toen de crisis vorig najaar uitbrak, kwam het besef dat dit niet zozeer aan het systeem ligt, maar aan ons gedrag. We vinden daarom dat we ethische vorming moeten aanbieden. Niet alleen aan studenten, maar ook in onze cursussen voor leiders van banken en financiële instellingen.”
Ethiek niet in collegebankjes
Hoewel de universiteit wel degelijk een rol kan spelen in de ethische opvoeding van jonge managers, is het maar de vraag of dat toereikend is, vindt André Lucas. Lucas is ook betrokken bij de Duisenberg School of Finance. “Ethiek leer je niet in collegebankjes”, zegt hij. “Het opvoeden van kinderen stamp je er ook niet in een paar lesjes in.”
Lucas is er van overtuigd dat een gebrek aan moreel bewustzijn niet alleen ontbreekt bij jongere werknemers. De crisis is tenslotte ook niet ‘zomaar’ ontstaan. “Studenten worden aangetrokken door perspectieven binnen de dienstverlenende sector. Die perspectieven worden deels door de sector zelf in stand gehouden. Ethische vorming begint bij de bedrijfscultuur binnen die instellingen. De universiteit kan hooguit een steentje bijdragen.”
Studenten die enkel gedreven zouden zijn door salaris en met minimale inzet op hoge beloningen afstevenen, ziet hij nauwelijks. “Ik denk dat studenten vooral worden gedreven door de mogelijkheid om hier veel te leren, en zich straks goed te kunnen positioneren.” Volgens Lucas ligt de urgentie bij bedrijven, die verantwoordelijkheden niet langer moeten doorschuiven, en moeten doordenken waar financiële risico’s liggen. “Goed voorbeeld doet goed volgen.”
Houding past bij de tijd
Jeroen Lutters is als cultuurhistoricus verbonden aan de Hogeschool Utrecht. Ook hij denkt dat het probleem niet alleen bij jonge managers zit. “Dat vaste ethische normen en waarden ondergeschikt zijn geraakt, past bij de tijd”, vindt Lutters. “We leven in een complexe tijd en een complexe samenleving, waarin geen duidelijkheid meer is over wat ‘goed’ handelen is.”
Generatie Y, van na 1985, heeft iets praktisch over zich, iets van ‘cut the crap’. Zij kunnen heel instrumenteel denken
Na de Tweede Wereldoorlog was volgens hem het breekpunt. “Er is toen een soort postmodern denken ontstaan. Tot die tijd geloofden we dat we goed bezig waren en onder de vlag van technologie vooruit kwamen. Sinds de Holocaust is er iets veranderd in ons culturele bewustzijn. Het ethisch gebod hebben we losgelaten.”
Dat brengt de generatie die nu op het punt staat de arbeidsmarkt te betreden in een ingewikkelde positie. Lutters praat vaak met jonge studenten. “Generatie Y, van na 1985, heeft iets praktisch over zich, iets van ‘cut the crap’. Zij kunnen heel instrumenteel denken.” Ze willen gewoon een baan met een goed salaris en een auto, bedoelt hij maar te zeggen.
Wat er – zeker nu, met de crisis – gebeurt, zegt Lutters, is dat ze twee jaar op een positie binnen een bedrijf zitten en dan op de reservebank terechtkomen. Want er zijn ineens geen opdrachten meer. “Dat maakt onzeker, want die jonge managers hebben wèl een hoge hypotheek genomen. In zo’n situatie is het niet gek dat ze gaan graaien om te overleven. Maar we moeten niet vergeten dat het in de eerste plaats het bedrijfsleven is dat hen in deze positie bracht.” Ze zijn in de val gelokt.
Om het tij te keren ziet Lutters, liever dan ethiekles, een volledige cultuuromslag aan de universiteit, waarin de vraag centraal staat: ‘hoe draagt mijn opleiding bij aan een betere wereld?’ “Studenten moeten niet alleen worden opgeleid op het gebied van technische of inhoudelijke intelligentie, maar ook in hun morele intelligentie.”
Ook ouderen doen mee
Ook Jaap Winter vindt dat het probleem niet alleen bij de jongere generatie ligt. “Twintig jaar lang waren we voorspoed en groei gewend. Een auto was normaal, bonussen ook. Het is moeilijk om te accepteren dat dat niet langer zo is.” Veel werkgevers klagen volgens Winter over managers die net komen kijken. “‘Als ik niet meteen een auto krijg, ga ik naar een ander’ en: ‘ik wil dit en dat en zoveel dagen werken’. Maar je kunt niet alleen jonge managers verwijten dat ze zich zo gedragen. Het is de bedrijfscultuur die dit gedrag heeft gestimuleerd.”
Veertigers en vijftigers, die in andere tijden zijn afgestudeerd en met het systeem zijn meegegroeid, zijn ook meer en meer op materiële voordelen gericht geraakt. Ethische vorming, het opnieuw ter discussie stellen van normen en waarden, dient op alle niveaus plaats te vinden, vindt Winter. Het is te simpel om te zeggen dat alleen jonge mensen door het ijs zakken. “Het is tijd voor een mentale slag voor iedereen.”
Amsterdamse kunstgaleries in crisistijd
Posted By Laura van der Wal On januari 28, 2009 @ 14:38 In Algemeen | No Comments
De Amsterdamse kunstgaleries krijgen steeds meer last van de economische crisis. Toeristen blijven weg en ook Nederlandse klanten weten de weg naar het Spiegelkwartier, het kunsthart van Amsterdam, niet meer te vinden.
AMSTERDAM – 28 jan. Een lange, oudere man staat wat twijfelachtig voor de etalage van Galerie Parade in de Kerkstraat. Eigenaar Lou Meulenberg wenkt enthousiast dat hij binnen moet komen. Ondertussen haalt hij snel een willekeurig schilderij van de muur en hangt er een ander voor in de plaats. ‘Dit is hem dan.’ Een realistisch geschilderd gezicht, met een gele knijptoeter op het voorhoofd bevestigd. Het gezicht wordt omringd met kleurige lettermagneetjes, die op veel koelkasten de kindertekeningen vastkleven. De twee mannen bekijken het schilderij op een afstandje in stilte.
‘Ik dacht aan vijftien’, zegt Meulenberg.
‘Vijftienduizend’, verzucht de man.
Kunstgaleriehouders maken zich zorgen nu de economische crisis sterker voelbaar wordt in de Amsterdamse kunstsector. Meulenberg zegt sinds het najaar 2008 de economische crisis te voelen. Zijn klantenkring bestaat voornamelijk uit rijke particulieren. ‘Zij zagen hun aandelen kelderen en kunst wordt dan ineens een stuk minder belangrijk. Mijn klanten nemen duidelijk een pas op de plaats.’ Ook volgens Peter Pappot, eigenaar van de gelijknamige kunsthandel op de Nieuwe Spiegelstraat, is het sentiment slecht. ‘Mijn klandizie heeft flink geleden onder de val van hun aandelen.’
Volgens de galeriehouders houden vooral banken en bedrijven de hand op de knip. ‘Sommige banken zetten hun kunst zelfs in de verkoop’, zegt de heer Kupperman, eigenaar van galerie Kupperman in de Nieuwe Spiegelstraat. De kunsthandelaren constateren dat particulieren hun interesse verleggen van de aandelenmarkt naar investeringen in kunst. Pappot waarschuwt de nieuwe klanten wel: ‘Mensen die kunst aanschaffen als belegging, moeten niet op de schopstoel zitten. Het is onmogelijk om doeken direct voor een hogere prijs te verkopen.’
Volgens Meulenberg beleeft de kunstsector eens per tien jaar een flinke dip. Eind jaren tachtig werd zijn omzet gehalveerd. Dit was een algemene trend volgens Meulenberg. ‘Op veilingen werd toen de helft niet verkocht.’ Ook in 2001 had de kunstsector het moeilijk. Kupperman verwacht dat de markt zich op korte termijn wel stabiliseert, maar denkt dat op lange termijn de antiquairs en handelaren in het lagere segment het moeilijk gaan krijgen. ‘De oudere kunst met een hoge prijs heeft zich al bewezen. Dergelijke kunst behoud zijn waarde. Ook in tijden van crisis.’
Het is niet alléén de economische crisis waar de Amsterdamse galeriehouders wakker van liggen. Ook vrezen zij voor het uitblijven van toerisme, een slechte bereikbaarheid van hun galeries en een achteruitgang van de allure van het Spiegelkwartier, het gebeid in stadsdeel Centrum met een grote concentratie van kunstgaleries. Volgens Pappot lijdt het Spiegelkwartier onder het beleid van het stadsdeel.
Pappot vermoedt dat het stadsdeel de Nieuwe Spiegelstraat niet langer ziet als belangrijke trekpleister. Het stadsdeel zegt de toeristische waarde van Spiegelkwartier wel te erkennen, maar moet de belangen afwegen tegen die van de 80.000 inwoners van het Amsterdamse Centrum. ‘Een parkeerplek meer voor een klant van een galeriehouder betekent en plek minder voor een bewoner’, legt een woordvoerder van het stadsdeel uit.
De galeriehouders geven aan een terugloop in hun omzet te constateren door de slechte bereikbaarheid van het Spiegelkwartier. Nu de onderdoorgang van het Rijksmuseum is afgesloten, hebben verschillende kunstgaleriehouders het stadsdeel Centrum verzocht rondom het Museumplein borden te plaatsen. Toeristen worden dan in verschillende talen op het Spiegelkwartier geattendeerd. Volgens het stadsdeel gaat dit in tegen het beleid om de openbare ruimte zo leeg mogelijk te houden. Het Museumplein valt ook niet binnen het grondgebied van stadsdeel Centrum. ‘En wanneer je naar één straat verwijst, doe je winkeliers in andere straten tekort’, aldus de woordvoerder.
Pappot vreest dat zonder de hulp van het stadsdeel de kans groot is dat ander type bedrijven zich vestigen in de panden van failliete kunstgaleries. ‘Het Spiegelkwartier krijgt een heel andere uitstraling wanneer er een lingeriewinkel en souvenirwinkeltje op de hoek zit. De laatste bontjas die ik op de Spiegelstraat gezien heb, was die van mijn eigen vrouw.’ Het stadsdeel zegt slechts beperkte invloed op de invulling van het gebied te kunnen uitoefenen. ‘Winkels wisselen nou eenmaal van eigenaar’, aldus de woordvoerder. Wanneer er een drastische verandering plaatsvindt, kan het stadsdeel wel op basis van het bestemmingsplan ingrijpen. ‘Bijvoorbeeld wanneer een ander soort middenstand opkomt en een galerie plaatsmaakt voor een Thaise massage.’
Intussen wordt in de galerie van Meulenberg een uitzonderlijke deal gesloten.
‘Vijftienduizend. Dat is prima.’
‘Je bedoelt dat je het neemt?’
‘Ik heb nu geen auto bij me. Maandag haal ik het schilderij op.’
De koop is in nog geen drie minuten beklonken. ‘Je brengt me geluk’, glundert Meulenberg wanneer de man de winkel is uitgestapt.
Hedendaagse kunst in de uitverkoop
Posted By Emma Boelhouwer On januari 16, 2009 @ 14:41 In Achtergrond, Mooi | No Comments
De internationale kunstwereld gaat gebukt onder de economische crisis. De hedendaagse kunsttak staat volgens Amsterdamse veilinghuizen onder druk.
AMSTERDAM – 16 jan. Veilde Sotheby’s het schilderij Bloodline nr. 3 van Zhang Xiaogang in 2007 nog voor $2.1 miljoen, in 2008 ging het schilderij voor bijna het driedubbele onder de hamer. Maar ‘wat heel erg omhoog gaat, kan hard vallen’, aldus de woordvoerder van Christie’s, Maarten van Gijn. Christie’s en de andere veilinghuizen in Amsterdam zien de prijzen van de hedendaagse kunst flink dalen door de economische crisis.
‘Sommige stukken zijn zestig keer zoveel waard geworden sinds ze op de markt zijn. De hedendaagse Aziatische kunst is daar een goed voorbeeld van. Kopers kochten die stukken vaak om met winst door te verkopen. Die hedendaagse kunstenaars zijn echter nog niet zo gevestigd als een Rembrandt. Er komt steeds meer hedendaags werk bij, waardoor de concurrentie toeneemt’, zegt Van Gijn. Klanten worden door de crisis voorzichtiger en gaan investeren in waardevaste kunst, waardoor de speculanten verdwijnen. ‘Rembrandt heeft een redelijk stabiele prijs, waar de recessie niet zoveel invloed op heeft.’
Van de 23 veilingen van de Amsterdamse afdeling van Christie’s, stonden er vijf in het teken van hedendaagse kunst. De totale omzet van Christie’s is sinds de recessie gedaald. De Amsterdamse afdeling had in 2007 een topjaar met een omzet van 72 miljoen euro. In 2008 daalde de omzet met 35 procent naar 46,5 miljoen euro. Ook bij het internationale veilinghuis Sotheby’s bestaat een groot deel van de veilingen uit hedendaagse kunst. Sotheby’s veilde in 2008 internationaal voor ruim 4,8 miljard, elf procent minder dan in 2007.
Begin december organiseerde Sotheby’s in Amsterdam een veiling in hedendaagse kunst. ‘Er zijn die dag duidelijk minder stukken geveild dan op voorgaande veilingen,’ zegt Diana Ridderikhof, woordvoerder van Sotheby’s. In deze economische crisis vindt de meeste correctie plaats in de hedendaagse kunst, zo constateren de Amsterdamse veilinghuizen. Talita Teves, eigenaresse van Amsterdam Auctioneers Glerum, denkt niet dat daar iets mis mee is: ‘De prijzen waren uitzonderlijk hoog. Tot voor kort legden kopers tonnen en zelfs miljoenen neer voor werken waarvan de verf nog niet eens droog was.’
Verschillende veilinghuizen constateren dat kopers nu op safe spelen. Verkopers stellen de limietprijs, de prijs waaronder niet geveild mag worden, naar beneden bij. Volgens Christie’s is de markt door de economische crisis specifieker geworden. ‘In goede tijden kun je alles veilen. Elke Picasso verkoopt, niet alleen zijn topstukken. Ook Sotheby’s en Glerum bevestigen dat hun kopers selectiever zijn geworden. Binnen het oeuvre van een kunstenaar zijn enkel de stukken van goede kwaliteit waardevast. Dus goed nieuws voor de kunstkenners die de krenten uit de pap weten te vissen.
Volgens de veilinghuizen verschilt de Amsterdamse situatie met die in de Verenigde Staten, waar de crisis in de kunstsector flink om zich heen heeft geslagen. Sotheby’s legt uit dat de cultuur in de kunstwereld van de VS anders is: ‘Mensen kopen eerder, maar stoppen daarmee ook abrupt. Dat proces gaat hier geleidelijker. Bovendien gaat het in de VS om veel hogere bedragen.’
De Eland, het oudste veilinghuis van Amsterdam, zegt nog niet zoveel last van de economische crisis te hebben. Veilingmeester Peter Trommelen: ‘Wij verkopen kunst en antiek onder de drieduizend euro. De enorme prijsdalingen vinden vooral plaats in de hogere segmenten van de markt.’ Toch wacht Trommelen met spanning de kijkdagen van De Eland af, die dit weekend plaatsvinden. ‘Ik denk dat we dan pas kunnen zien wat de impact van de recessie is.’
Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl
URL to article: http://napnieuws.nl/2009/01/16/hedendaagse-kunst-in-de-uitverkoop/
URLs in this post:
[1] Image: http://commons.wikipedia.org/wiki/File:Construction_Site.JPG
[2] Image: http://www.zemanta.com/
[3] Image: http://www.daylife.com/image/08xMbs5fu86gT?utm_source=zemanta&utm_medium=p&utm_content=08xMbs5fu86gT&utm_campaign=z1
[4] Getty Images: http://www.daylife.com/source/Getty_Images
[5] Daylife: http://www.daylife.com
[6] bookcrossing.com : http://www.bookcrossing.com/
[7] Image: http://reblog.zemanta.com/zemified/0a7c2be3-a491-48f9-b097-2c859c4ac6b2/
[8] Image: http://www.daylife.com/image/0dMh19Z6tT2lN?utm_source=zemanta&utm_medium=p&utm_content=0dMh19Z6tT2lN&utm_campaign=z1
[9] Daylife: http://www.daylife.com/
[10] Image: http://reblog.zemanta.com/zemified/58afd057-e41c-402d-8126-4a0137b0b8ff/
Click here to print.
Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.