- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -

Buurbedrijf in Amsterdamse haven houdt wél stand

Posted By Emma Meelker On oktober 22, 2010 @ 15:15 In Algemeen | No Comments

Haven Amsterdam [1]
Image by Shirley de Jong [1] via Flickr

Het massaontslag bij Amsterdam Container Terminals wekt geen vertrouwen in de Amsterdamse haven. Maar hoewel de malaise volgens de gemeente wordt veroorzaakt door de huidige toestand in de Nederlandse economie, hoeft het helemaal niet zo slecht te gaan. Buurbedrijf Ter Haak Group draait al bijna honderd jaar naar tevredenheid.

Amsterdam – Met een busje rijdt Joop van Maurik, havenwerker in ruste en leraar op de havenvakschool van Amsterdam over het terrein, ‘de kaai’, van de Ter Haak Group. Alsof op safari houdt hij af en toe even stil en kijkt uit het raampje naar de arbeiders en hun bezigheden. Zo nu en dan slingert hij een grap naar het hoofd van één van de mannen in rode werkbroek. “En daar hebben we zo’n mongool van de buren. Kijk die slome zitten. Daar kan je nog eens slaappillen van maken.”Van Maurik lacht bulderend en wijst ondertussen naar de bewuste jongen op de heftruck, die Ter Haak overnam van Amsterdam Container Terminals (voorheen Ceres B.V.). Het buurbedrijf moest vorige week zeventig van de 115 werknemers ontslaan. De gedwongen vertrekken kwamen niet als een verassing. In 2001 startte de terminal met een gemeentelijke subsidie van honderd miljoen euro, maar pas vier jaar later meerde het eerste schip aan. Daarna bleef het aanmodderen: op het hoogtepunt verwerkte het overslagpunt drie lijndiensten, waar het capaciteit heeft voor vijf. Begin dit jaar raakte het ook die drie lijnen kwijt.

‘010’

Volgens de gemeente is er door de economische crisis minder animo voor de Amsterdamse haven. De grote zeeschepen die vanwege van het schaalvoordeel worden gebruikt, passen niet door de sluis bij IJmuiden en wijken uit naar Rotterdam. Maar volgens Van Maurik, die als stagebegeleider om stipt tien voor negen de ploeg bij elkaar heeft gehaald voor een kopje koffie en een potje ‘mopperen’, hoeft dat geen probleem te zijn. “Wij hebben het hier nooit over de Rotterdamse haven. Amsterdamse havenlui weten dat er hier ook genoeg te doen is.”

Met de Ter Haak Group gaat het namelijk wel goed. Het bedrijf dat in 1911 begon als lokaal scheepsonderhoudbedrijf is nu de grootste onderneming van de Amsterdamse haven met vertakkingen over de hele wereld. Van Maurik: “Je moet alles pakken wat je pakken kan.”

Vroeger ging het werken in de haven nog om ploegenwerk, vroeger ging het allemaal nog om het met de hand laden en lossen van containers. Dan stond je ‘in de balen’, laadde je met een ploeg van veertien mensen in een dag een loods vol met cacao.

Veel van de havenjongens bij Ter Haak hebben nog een paar jaar in de balen gestaan. Nu is dat anders, iedere havenwerker heeft elke dag een andere taak, alleen of met twee anderen. Elke nieuwe jongen moet leren met buizen om te gaan, hout te verplaatsen, containers te repareren en alle soorten materiaal te bedienen: grote rietstappers, enorme kranen, heftrucks. Van Maurik vertelt trots wat ze allemaal wegen en noemt ze steevast ’schatjes’. Juist die diversiteit aan werkzaamheden is speciaal aan de Amsterdamse haven. “Als je hier die lui uit 010 op bezoek heb, moet je ze letterlijk vragen of ze ook misschien iets anders kunnen dan alleen boten uitladen.”

Surfboards

Overal op het terrein zijn groepjes mannen te vinden, die elk met hun eigen kleine project bezig zijn. De zoon van Van Maurik staat een leerling te vertellen hoe hij pijpen (“maar we zeggen liever buizen, er worden al zo veel slechte grappen gemaakt”) van elk twee ton op een vrachtwagen legt. Een paar containerstraatjes verderop maakt een groepje Polen van rijen kapotte containers een uitvoering zonder dak. Richting het hoofdkantoor staan een paar Roemenen. Zij maken containers schoon en heel, en zorgen voor de import van zeecontainers om in te wonen.

In een soort van enorme loods, gebouwd van blauwe containers, maken de medewerkers de vriesdelen van containers weer in orde. “En in de winter slaan we surfboards en manegedelen op,” voegt Van Maurik daaraan toe. In een loods aan de andere kant van het terrein lijkt een heel festivalterrein te zijn opgeslagen, met verschillende tenten en parasols. Even verderop staan rijen tweedehands auto’s, die vanuit hier naar Afrika worden verscheept.

Tegen de achterkant van de voormalige cacaoloods staan twee mannen in rode pakken balen hout uit een container te trekken. Ze roken een sigaret en bewegen zich langzaam. “Tja, dat is nou echt een rotklus. De Afrikanen hebben het hout er zomaar ingeflikkerd en nu moeten wij het hier opnieuw inladen.”

Uitgestorven

Dan stopt plotseling de bedrijvigheid. Eenmaal langs de flat van studentencontainers uit Roemenië en de gele stadsbussen die wachten op een nieuw leven in Afrika, voorbij de grote rietstekkers en de vriescontainers met vis, rijdt Van Maurik tegen een hek aan. Aan de andere kant is eenzelfde terrein te zien. Groot en vlak, met enorme ‘katkranen’. De oranje gevaartes kunnen helemaal over een boot heen schuiven en zien er enorm uit vergeleken bij de ’schatjes’ op het terrein van Ter Haak. “Die heeft de gemeente tien jaar geleden betaald om het allemaal een beetje belangrijk te maken hier,” zegt collega ‘vieze Jantje’, die net uit de cabine van een rietstapper geklommen komt.

Maar de kranen staan stil en het hele vlak is uitgestorven. De beide mannen zijn aangedaan door het spookterrein dat zich aan hen onttrekt. “Wat daar gebeurt, is echt asociaal. De eigenaren hebben het voor een prikkie gekocht, verkopen de dure kranen en trekken de lijndiensten naar Rotterdam, waar ze ook zitten. Volgens mij laten ze de boel daar express doodbloeden.” Hij haalt zijn schouders op, zegt dan: “Maar goed, wat weet ik ervan, ik ben ook maar een simpele klootzak van de haven.”

De chaotisch volgestouwde kaai is overigens maar een klein deel van de Ter Haak Group. Terwijl hij door de rest van het havengebied rijdt, raakt Van Maurik steeds afgeleid door de dochterondernemingen van zijn baas Richard ter Haak. Langs de kant van de weg bevinden zich een steenslijperij, een verhuurd loodsencomplex en een onlangs overgenomen bedrijf waar van zeecontainers alle mogelijke nieuwe containers worden gemaakt. “Kijk eens, viervoeters voor je fiets, tienvoeters voor de ingang van de ArenA, en hier een paar met raampies, daar wonen de Roemenen in.”

“Die bolle pakt gewoon alles wat er te pakken valt,” herhaalt Van Maurik zichzelf tevreden. “Alles wat verdient, moet je doen.” Net voor Sloterdijk rijdt hij langs het laatste projectje van de Ter Haak Group. Een bord met een lachende duizendpoot onder het logo zwaait hem uit.

Enhanced by Zemanta [2]

Iedereen freelancer

Posted By Lise Witteman On oktober 15, 2010 @ 17:20 In Achtergrond | No Comments

freelance2

Met het einde van de crisis in zicht, trekt de freelancemarkt weer aan. Flexibiliteit en zelfstandigheid lonken. Maar armoedeval en belastingproblemen liggen op de loer.

Gewapend met een nummertje zit Chantal (24) in de wachtkamer van de Kamer van Koophandel (KvK). Ze is meteen na openingstijd gekomen, maar is toch al de zesde bezoekster. Een medewerker haalt haar op. Chantal legt een lange vragenlijst op zijn bureau en steekt van wal: “Ik krijg af en toe opdrachten voor journalistiek werk. Zou het beter voor mij zijn om een eenmanszaak te beginnen? Hoe werkt het met de btw? Hoeveel opdrachtgevers moet ik hebben?” Geduldig legt de medewerker alles uit. Hoe je pas ondernemer bent als je kunt aantonen dat je meerdere opdrachtgevers hebt en dat het vooral niet zo moet zijn dat je als een soort vaste werknemer functioneert, terwijl je je als freelancer uitgeeft. De man vertelt zijn verhaal bijna routineus. Het was de afgelopen maanden dan ook opmerkelijk druk: de ene na de andere starter kwam zich inschrijven.

Groei van de markt

De freelancemarkt staat weer in bloei. Naar schatting zijn er in Nederland inmiddels zo’n anderhalf miljoen flexwerkers: freelancers, uitzendkrachten, gedetacheerden en seizoensarbeiders. In de afgelopen drie maanden groeide het aantal inschrijvingen in het handelsregister van ruim zevenduizend tot ongeveer tienduizend. De markt trekt aan, en omdat veel bedrijven nog huiverig zijn nieuwe mensen aan te nemen, huren ze externen in. Dit jaar nam het aantal eenmanszaken toe met zeventien procent ten opzichte van 2009. Bovendien breidt de freelancemarkt zich uit naar steeds nieuwe beroepsgroepen. Van freelance verpleger tot freelance pastoor: De vrijheid lonkt. Toch is het ondernemerschap niet zo simpel als het lijkt.

Annelou van Egmond werkte lange tijd als woordvoerster in loondienst, tot ze besloot dat ze zelf wil bepalen wie haar klanten zijn. “Ik wilde mijn werk inrichten zoals mij dat bevalt.” Ze werkte de afgelopen jaren voor verschillende bewindslieden, onder wie voormalig minister van Landbouw Gerda Verburg en ex-minister Maxime Verhagen van Buitenlandse zaken. Volgens Van Egmond is het heel goed mogelijk om als woordvoerder geregeld van post te wisselen. “Sommige woordvoerders zitten dag en nacht aan de heup van de bewindspersoon vastgeplakt, maar niet iedereen heeft daar behoefte aan.” Ook maakt het niet uit dat ze zich telkens in andere materie moet verdiepen. “Niet zozeer de inhoud van het terrein waar je werkt is belangrijk. Mijn deskundigheid ligt bij de werking van de media.”

De drang om eigen baas te zijn is volgens economisch socioloog Ton Wilthagen maar één van de vele redenen om te gaan freelancen. Voor veel vrouwen lonkt de flexibiliteit, waardoor ze hun werk met kinderen kunnen combineren. “Maar er zijn ook meer mensen zzp’er (zelfstandige zonder personeel) geworden omdat ze moeilijk ergens in loondienst terecht konden. Ik schat dat we het dan over bijna de helft van de freelancers hebben. Vooral bij de media is dat het geval.”

Freelancers die eigenlijk niet kunnen rondkomen van hun verdiensten vormen een belangrijk deel van de zogenaamde werkende armen. Amsterdam komt deze mensen tegemoet met schuldhulpverlening en ze mogen gebruik maken van armoederegelingen. Volgens een woordvoerder is ook in de nieuwe begroting ruimte om deze regelingen aan freelancers aan te bieden. Daaronder vallen tevens de startersleningen en de plannen om leegstaande kantoren in overleg met de eigenaren om te bouwen tot tijdelijke kleinschalige werkplekken.

Iedereen kan freelancen

Roostermaker Rob Captijn heeft geen kantoor nodig, hij werkt op locatie. Nadat zijn school hem niet meer kon veroorloven, besloot hij een jaar geleden als freelancer verder te gaan. “Ik denk dat op termijn, met de bezuinigingen in het onderwijs, veel scholen behoefte zullen hebben aan een freelance roostermaker.” Het is voor Captijn niet de eerste kennismaking met het freelancerbestaan. Sinds drie jaar werkt hij ook als stoelmasseur. Hij gaat langs bedrijven om ter plekke hun werknemers te masseren. Door de crisis moest hij een tijdje van minder rondkomen, een luxe als een stoelmasseur werd als eerste uit de bedrijfsbudgetten geschrapt. “Maar nu merk ik dat er weer vraag naar is.”

De medewerker van de KvK ziet geregeld ondernemers als Captijn langskomen die allerlei vakgebieden combineren: “Mensen hebben een webshop en een klusbedrijf, of zijn tegelijkertijd interim-manager en verkoper van kleding tijdens thuisparty’s.” Chantal vertelt dat zij naast haar journalistieke werkzaamheden af en toe de teksten van een website van een klant update. Betekent dit dat ook zij op meerdere gebieden ondernemer is? De KvK-man schudt zijn hoofd: “Jij bent dan journalist en tekstschrijver. Dat hoort bij elkaar.”

De laatste tijd beginnen naast de usual suspects als journalisten en klussers, ook verplegers te freelancen. Socioloog Wilthagen merkt op dat de zorg samen met de makelaardij tot de nieuwe snelgroeiende freelancersectoren behoort. “De makelaardij heeft als sector besloten om meer te werken op basis van een netwerk, en het risico van een lage verkoopprijs bij de freelancer te leggen.” In de thuiszorg bepaalde de rechter onlangs dat ook zelfstandigen in die branche mogen functioneren. Mits zij tegemoet komen aan alle vereisten en kwalificaties die de belastingdienst en de zorg van hen vraagt.

Administratieve eisen

Freelancers die bijna onbewust het ondernemerschap in zijn gerold, schrikken vaak van alle eisen waaraan ze moeten voldoen. Zelfstandig ondernemer zijn, houdt beduidend meer in dan af en toe eens een factuurtje opsturen. Er moet btw berekend worden, de administratie moet op orde zijn en elk kwartaal verwacht de belastingdienst aangifte van de inkomsten en uitgaven. Bovendien deinst het ministerie van Financiën er niet voor terug al die regels eens in de zoveel jaar weer om te gooien, waardoor een kleine ondernemer zomaar in een uitzonderingsbepaling terecht kan komen.

ZZP Nederland, dat de belangen van zzp’ers behartigt, krijgt dagelijks veel vragen over belastingzaken. Volgens een woordvoerder verlenen deze vragen alleen al het bestaansrecht aan de vereniging. “Freelancers hebben veel vakkennis, maar weten vaak weinig over het ondernemerschap.” Soms denke mensen dus te lichtzinnig over het ondernemerschap. Maar ook de belastingdienst helpt niet erg mee. “De informatie en regels zijn lastig te begrijpen.”

Chantal is de schrik om het hart geslagen na het aanhoren van alle voorwaarden en verplichtingen. Bleekjes en beduusd laat ze de termen over zich heen kletteren: VAR, inkomensbelasting, premies, verzekeringen, declaraties, acquisitie. De medewerker ziet haar verdwaasde blik en schuift haar goedmoedig een paar vragenlijsten en handige sites toe. “Jij zit nog in de oriëntatiefase.” Na een halfuurtje staat Chantal weer buiten. Zonder inschrijvingsbewijs. Ze giechelt nerveus: “Ik denk dat er nog even over nadenk.”

Enhanced by Zemanta [2]

“Crisis net als vuurwerkramp in Enschede”

Posted By Anne de Groot On februari 5, 2010 @ 18:26 In Interview, Leven | No Comments

Foto Docters staand

Image by: Docters van Leeuwen

Nieuw Amsterdams Peil praat met  oud-bestuursvoorzitter van de AFM Arthur Docters van Leeuwen over de oorzaken van de kredietcrisis.

Amsterdam – De afgelopen weken werd een bonte stoet aan kopstukken uit de financiële wereld gehoord door de commissie-De Wit, de parlementaire commissie die de kredietcrisis onderzoekt. Op de laatste dag van de openbare hoorzittingen maakt Nieuw Amsterdams Peil de balans op met Arthur Docters van Leeuwen (65). Vlak vóór het intreden van de kredietcrisis, in juni 2007, trad hij af als bestuursvoorzitter van de financiële toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Hoe vindt u dat de commissie-De Wit het doet?

De commissie heeft zich goed voorbereid, dat merk je aan het niveau van de verhoren. Ik vind wel dat de commissie soms door had kunnen vragen. Bijvoorbeeld bij bankiers die op geen enkele manier de hand in eigen boezem willen steken, en alle schuld bij de overheid en de toezichthouders leggen. Terwijl het toch niet de overheid is die krankjorume risico’s heeft genomen en krankjorume waarderingen op de balans heeft gezet? Je kunt als bankier wel alle schuld bij de overheid leggen, maar in eerste instantie hebben zij de kredietcrisis echt zelf veroorzaakt. Ik had graag gezien dat voormalig bestuursvoorzitter van ABN Amro, Rijkman Groenink, zijn verhoor was begonnen met wat hij zélf fout heeft gedaan.

Ligt volgens u alle schuld bij de bankiers? Had scherper overheidstoezicht de kredietcrisis niet kunnen voorkomen?

Laat ik voorop stellen dat er niet één oorzaak is van de kredietcrisis. De crisis is veroorzaakt door een moeilijk ontwarbare knoedel van oorzaken. Het is net als met de vuurwerkramp in Enschede. We weten dat al dat vuurwerk ontploft is, maar we weten nog altijd niet wat de precieze oorzaak was. Zo is het ook met de crisis. Dat komt omdat we een aantal dingen gewoon niet weten. We weten niet hoe bepaalde risico’s zich onder bijzondere omstandigheden ontwikkelen, en dat weten we zeker niet als het er een paar miljoen tegelijk zijn.

Met andere woorden: de toezichthouders hadden niets kunnen doen tegen de crisis?

We weten in ieder geval één belangrijke factor van de crisis: de financiële markten zijn internationaal sterk verbonden. Dat betekent bijvoorbeeld dat het instorten van de huizenmarkt in de Verenigde Staten, ook grensoverschrijdende gevolgen heeft. Terwijl er géén grensoverschrijdend toezicht is op de financiële markten. Er is zelfs geen gecoördineerd Europees toezicht. Dat moet in de toekomst echt verbeterd worden.

Toch denk ik niet dat scherper toezicht de kredietcrisis had tegengehouden. Wel had de crisis eerder kunnen worden onderkend. De brand moest nu wel helemaal doorslaan voordat we eens een keertje wakker werden. Dat gebeurde pas toen de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers viel in september 2008. Het zou wel geholpen hebben als de brandweer eerder paraat was. Misschien waren de gevolgen van de crisis dan minder heftig geweest.

Als we niet weten wat de oorzaken zijn van de crisis, heeft het dan zin om meer toezichtswetgeving te maken? Is dat niet het paard achter de wagen spannen?

Dat is altijd zo met toezicht. We polderen de vergaarde kennis telkens een stukje verder in. Nog niet zo heel lang geleden waren mensen helemaal niet vaardig met geld. Decennia geleden begroeven Franse boeren hun geld nog onder de grond, omdat ze het bankwezen niet vertrouwden.

Misschien achteraf helemaal geen gek idee.

Je kunt nu wel zeggen dat het allemaal zo vreselijk erg is, maar ik heb in Nederland nog geen mensen bedelend langs de straten zien lopen omdat ze zoveel hebben verloren door de kredietcrisis. Laten we reëel blijven. Over het algemeen werkt de financiële markt heel behoorlijk, alleen dit soort dingen horen er wel bij.

Mensen worden altijd heel boos als de risico’s die ze genomen hebben, zich ook manifesteren. Neem het Icesave verhaal. Iedereen weet: er is geen Nederlandse bank die dat soort hoge rente percentages geeft. Toch willen mensen die 5% rente pakken. Vervolgens zijn ze heel verontwaardigd als het mis gaat. Dat verbaast mij. Wouter Bos had die rekeninghouders niet moeten compenseren. Waarom moeten u en ik betalen voor het risico van die mensen? Degene die het risico neemt, moet er zelf voor betalen.

Hetzelfde geldt dan toch voor banken die de risico’s hebben genomen? Veel bestuurders zijn weggelopen met miljoenenbonussen, terwijl de belastingbetalers 30 miljard moeten gaan ophoesten.

Dat moet ook veranderen. In ieder geval moet er een goede verdeling komen tussen korte termijnbeloning en lange termijnbeloning. En een beetje maat houden in de bonussen is volgens mij ook verstandig. Als een bank zich laat redden door de overheid, dan moet de bank zich ook aan overheidsnormen houden. Zo eenvoudig is het.

Maar het is geen goed idee om het Nederlandse beloningssysteem te veel aan banden te leggen. Veel ondernemingen zijn nu eenmaal grensoverschrijdend. Dat willen we ook graag zo houden, want dat is goed voor de economie. Wouter Bos kan dan niet doen alsof de beloningsstructuur over de grens niet bestaat. Dan misken je simpelweg de werking van de markt, en dan kunnen Nederlandse banken geen goede bestuurders meer vinden. Je zou dan aan banken eisen stellen waardoor ze niet meer kunnen presteren op de wereldmarkt. In dat geval had Bos de banken niet hoeven redden, en had hij zijn geld in zijn zak kunnen houden.

Een belastingparadijs, een toren en 1633 brievenbussen

Posted By Camil Driessen On februari 20, 2009 @ 17:26 In Achtergrond, Leven | 2 Comments

geld1Nederland staat wereldwijd bekend als belastingparadijs. Het is aantrekkelijk voor buitenlandse bedrijven om hun hoofdkantoor in Nederland te vestigen, ook als het bedrijf niet actief is op de Nederlandse markt. Een kijkje in de Amsterdamse Parnassustoren toont waarom.

AMSTERDAM, 20 feb. Op een steenworp van de Amsterdamse Zuidas staat de Parnassustoren [3]. De 57,5 meter hoge en 15 verdiepingen tellende toren herbergt maar liefst 346 hoofdkantoren van multinationals, zo blijkt uit gegevens van de Kamer van Koophandel (KvK). Het leeuwendeel van de bedrijven zijn brievenbusondernemingen die worden gerund door het trustkantoor TMF.  Het gunstige Nederlandse belastingklimaat is de meest logische verklaring voor de aanwezigheid van de bedrijven.

TMF is volgens haar website een wereldwijde management en accounting outsourcing firma.  Bij De Nederlandse Bank (DNB) staat TMF Management B.V. geregistreerd als trustkantoor. Acht andere trustkantoren die onder TMF Management B.V. vallen, zetelen eveneens in de Parnassustoren op Locatellikade 1.

Een trustkantoor is een bedrijf dat zich tegen betaling bezighoudt met het beheren van vennootschappen van derden. In de meeste gevallen treedt het kantoor of de werknemers hiervan op als directeur van de vennootschap. Het is voor de buitenlandse eigenaren van een vennootschap aantrekkelijk om zich te laten vertegenwoordigen door een trustkantoor, omdat deze alle rompslomp zoals de boekhouding en alledaagse handelingen voor hun rekening kunnen nemen. Bovendien is het voor een vennootschap volgens de Nederlandse belastingwetten verplicht om ’substance’ in het land van aanwezigheid te hebben. Door een trustkantoor als directeur aan te wijzen is het bedrijf ‘aanwezig ‘in Nederland, ook al zetten de werkelijke eigenaren nooit een voet op Nederlandse bodem.

Nederland staat onder belastingsdeskundigen wereldwijd bekend als belastingparadijs. Zo blijkt uit onderzoek van SOMO: een Nederlandse stichting die onderzoek doet naar multinationale ondernemingen. Verschillende trust- en advieskantoren bieden op internet hun diensten aan om buitenlandse bedrijven te helpen met het opzetten van een hoofdkantoor in Nederland. Een voorbeeld is het advieskantoor Tax Consultants International [4].

Een Nederlands hoofdkantoor biedt buitenlandse bedrijven verschillende soorten belastingvoordelen. Door in Nederland een financiering- royalty- of holdingmaatschappij op te richten, besparen bedrijven op het betalen van belastingen in landen waar ze zaken doen, aldus DNB. Alle winst van de buitenlandse tak van een in Nederland geregistreerd moederbedrijf valt buiten de Nederlandse vennootschapsbelasting, waardoor de winst van het bedrijf feitelijk onbelast blijft. Ook kan worden bespaard op belastingen over rente en dividend.

Onlangs ontstond ophef [5] in Schotland toen bleek dat Schotse whisky in feite Nederlands is. Diago, de schotse eigenaar van Johnny Walker had het merk overgedaan aan haar papieren Nederlandse dochter UDV omdat het op deze wijze 113 miljoen euro per jaar aan belastingafdracht in het Verenigd Koninkrijk kon voorkomen. Volgens de Nederlandse belastingwetgeving hoeft een bedrijf hier geen belasting te betalen over de buitenlandse inkomsten van het bedrijf. Ook IKEA en Nike hebben hun hoofdkantoor in Nederland.

Daarnaast zijn Nederlandse vennootschappen populair om royalty’s van intellectuele eigendomsrechten (op bijvoorbeeld muziek of patenten) te innen, omdat er geen heffing geldt over aan het buitenland betaalde royalty’s. Het is dus aantrekkelijk om in het buitenland verdiende royalty’s in Nederland te verzamelen en vervolgens op een buitenlandse bankrekening te storten. Onder meer het hoofdkantoor van The Rolling Stones en U2 is in Nederland gevestigd.

In de Parnassustoren zijn volgens SOMO maar liefst 1633 brievenbusondernemingen gevestigd die vallen onder het trustkantoor TMF Management B.V. Dat is ruim vijf keer zoveel als het aantal bedrijven dat naar voren kwam uit het KvK-register. SOMO heeft zijn informatie volgens onderzoeker Francis Weyzig dan ook via een andere bron verzameld.

De Parnassustoren herbergt ondermeer bekende bedrijven zoals Hitachi en Easyjet, maar het leeuwendeel van hoofdkantoren bestaat uit ondernemingen die namen dragen als Santimo B.V. of Jeewa B.V. TMF wilde niet bevestigen of het voor al deze hoofdkantoren als trustkantoor en directeur optreedt. Het is volgens SOMO zeer waarschijnlijk dat een onderneming op het zelfde adres een client is van het trustkantoor. Een van de belangrijkste functies van een trustkantoor is namelijk het bieden van onderdak aan bedrijven.

Volgens DNB zijn er in Nederland circa 10.000 Bijzondere Financiële Instellingen (BFI). Onderzoeker Francis Weyzig van SOMO zegt dat driekwart van deze BFI’s ook daadwerkelijk een brievenbusonderneming is. Het belangrijkste verschil tussen de twee is of een vennootschap wordt bestuurd door een trustkantoor of zelf het bestuur vormt. Over het aantal brievenbusondernemingen kunnen noch het Ministerie van Financiën, noch DNB gegevens leveren. SOMO schat op basis van eigen onderzoek dat Nederland 20.000 brievenbusondernemingen telt.

BFI’s leveren volgens een ruwe schatting van DNB een bijdrage van 1,5 miljard (0,3% van het bruto binnenlands product) aan de Nederlandse economie. Jaarlijks stroomt er ruim 4500 miljard euro aan BFI transacties door Nederland; meer dan negen keer de waarde van het bruto binnenlands product.

Volgens DNB zijn BFI’s in Nederland aanwezig omdat het een ‘aantrekkelijk vestigingsland’ is vanwege de ‘aanwezige professionele zakelijke dienstverlening en het netwerk van belastingverdragen in combinatie met het belastingstelsel.’

DNB waarschuwt in een notitie uit 2007 voor integriteitsrisico’s met BFI’s vanwege het gebrek aan transparantie, omdat BFI’s een schakel vormen in de internationale keten van een concern dat in verschillende landen vestigingen heeft.  ’Het risico bestaat dat een moedermaatschappij een BFI gebruikt voor illegale activiteiten zoals belastingontduiking, fraude of witwaspraktijken.’ Uit een rapport [6] van het Ministerie van Financiën uit 2006 bleek dat er in Nederland jaarlijks een bedrag van 18,5 miljard euro wordt witgewassen, waarvan een groot deel via BFI’s en brievenbusondernemingen loopt.

Zeventig miljard dollar op negentig vierkante meter

Posted By Camil Driessen On februari 13, 2009 @ 17:36 In Achtergrond, Leven | No Comments

3167491292_0292a6b3b2Aan de Amsterdamse Herengracht staat het hoofdkantoor van een van de grootste spelers op de internationale oliemarkt: Gunvor [7]. De helpende hand van de Russische premier Poetin zou de sleutel zijn van het succes. Onzin, zegt Gunvor. Een portret.

AMSTERDAM, 13 feb. – Naar het schaarse interieur te oordelen zou je niet zeggen dat zich op Herengracht 498 het hoofdkantoor van ’s werelds op twee na grootste oliehandelaar bevindt – een ruimte van hooguit negentig vierkante meter met een paar bureaus, kamerplanten en een vergadertafel. Twee werknemers telt het op 12 juli 2007 opgerichte Gunvor International B.V. volgens gegevens van de Kamer van Koophandel. Zij beheren het officiële hoofdkwartier van een multinational met een verwachte omzet van 70 miljard dollar in 2008.

Gunvor groeide binnen vijf jaar uit tot een wereldspeler op de oliemarkt en is momenteel na Glencore en Vitol de grootste oliehandelaar ter wereld. Het stormachtige succes van de onderneming werd afgelopen jaar door The Financial Times [8] en The Economist [9] toegeschreven aan politieke connecties in het Kremlin. Topman Gennady Timchenko zou goed bevriend zijn met Poetin en daardoor tegen stuntprijzen olie kunnen kopen van de Russische staatsbedrijven Rosneft en Gaspromneft. De Financial Times suggereerde ook dat Poetin in het geheim mede-eigenaar van Gunvor zou zijn. Daarnaast zou de opmars van Gunvor samenhangen met de ondergang van het oliebedrijf Yukos van Poetins vijand Michail Chodorkovski, die momenteel een celstraf uitzit wegens belastingontduiking.

Gunvor ontkent de beschuldigingen met klem. In een reactie laat Gunvor weten dat het opereert op ‘een volledig competitieve markt’ en dat zakenpartners het bedrijf kennen als een ‘goed georganiseerde en betrouwbare partner’. Van de vermeende vriendschap tussen Poetin en Timchenko is geen sprake, aldus Gunvor. Alle aandelen zijn in handen van Timchenko, Tornqvist (tevens de Zweedse consul in Genève) en een Sint-Peterburgse zakenman wiens identiteit onbekend is. Tegen The Economist is vorig jaar een klacht [10] ingediend die nog onder behandeling is bij de rechtbank.

De eigendomsconstructie van Gunvor is – net als bij concurrenten Glencore en Vitol – onduidelijk. De enige aandeelhouder van de Amsterdamse vestiging is Gunvor Cyprus Holding Limited, dat volgens de Financial Times op zijn beurt weer in handen zou zijn van de holding EIS Clearwater Advisors Corp op de Britse Maagdeneilanden. Een holding is een vennootschap dat aandelen houdt in één of meerdere andere vennootschappen, maar verder zelf geen activiteiten heeft. In wiens handen de aandelen van EIS Clearwater Advisors Corp zijn, is niet te achterhalen in  openbare registers van de Maagdeneilanden.

Volgens De Nederlandse Bank is Gunvor International B.V. een Bijzondere Financiële Instelling (BFI). Dit betreft in Nederland gevestigde dochters van buitenlandse bedrijven die gebruikt worden voor het doorsluizen van kapitaal. Omdat het moederbedrijf zich in het buitenland bevindt betalen BFI’s in Nederland weinig belasting. Aan de tweeduizend miljard euro van BFI’s die jaarlijks door Nederland stroomt, houdt de Nederlandse economie zo’n 1,5 miljard euro over.

Managing director Dirk Jonker van Gunvor International B.V. – een van de twee werknemers van de Amsterdamse vestiging – wil niet beantwoorden waarom het bedrijf juist in Amsterdam zijn hoofdkwartier heeft opgetrokken. Hij verwijst persvragen door naar het Londense kantoor van Weber Shandwick [11], een van de grootste pr-bureaus ter wereld. Via Weber Shandwick laat een Gunvor-woordvoerder weten dat het bedrijf zijn hoofdkantoor in Nederland heeft omdat Nederland met Rotterdam en Amsterdam een belangrijk knooppunt is voor de oliehandel. ‘Gunvor heeft opslag- en verkoopactiviteiten in Rotterdam en mengt benzine te Amsterdam.’ Een hoofdkantoor in Amsterdam is dan ook ‘niet meer dan natuurlijk’.

Heertje kijkt verder dan de zondvloed

Posted By Hinke Hamer On februari 13, 2009 @ 17:04 In Interview, Leven | No Comments

Emeritus hoogleraar Economie Arnold Heertje vindt dat het wel meevalt met de crisis. ‘Dit is niet het einde der tijden.’ Vrouwen en jongeren moeten ons uit de kredietcrisis helpen.

AMSTERDAM, 13 feb. - ‘Wat denk je? Een staande ovatie. Vier minuten lang. Twaalfhonderd mensen op dat festival in de polder. En het was niet om mij. Nee hoor, echt niet, het was om mijn boodschap.’

‘”Het is ver-schrik-ke-lijk,” zei ik daar. “Het consumentenvertrouwen is gedaald, u ziet, mensen worden ontslagen. Óh, wat vreselijk.” De kredietcrisis was nog niet eens zo manifest, toen. En ineens draaide ik het om: “Die crisis is een zégen! Geweldig toch, dat het consumentenvertrouwen daalt, het betekent dat mensen voorzichtig zijn. Dat we niet eens per drie jaar, maar eens per vier jaar een nieuwe auto kopen. En dat mensen doorhebben: het gaat om kwaliteit.”‘

Emeritus hoogleraar Arnold Heertje (1934) is best wat gewend. Economie gestudeerd en gedoceerd in Amsterdam, en er later in gepromoveerd, heeft hij tal van lezingen gehouden en een indrukwekkende bibliografie op zijn naam staan. Maar dat zíjn versie van het crisisverhaal zó zou aanslaan, hartje zomer, op een drukbezocht Lowlandsterrein, deed hem versteld staan.

‘Hier gebeurt iets, dacht ik. Er is iets aan de hand in de samenleving. Als ál die jongeren klappen, is dat omdat ze iets herkennen. Zij weten zelf niet waarom, maar voelen dat ze iets anders willen. En, wist ik, dat betekent ook dat ze eraan willen meewerken.’

Vandaag spreekt hij op het Business for Climate Event, in Amsterdam. Geschikt publiek voor een spreker die Climate bejubelt en graag ziet dat Business een toontje lager zingt.

Heertje weet waar het aan schort. De crisis is het werk van haantjes. ‘Mannenwerk’, vindt hij, ‘resultaat van een jarenlang wie-heeft-de-grootste.’ Vrouwen reageren op crisis door kennis te mobiliseren, door vragen te stellen. Mannen stellen geen vragen – dan gaan ze af. Zij reageren door te monopoliseren, hun territorium af te bakenen. Die vrouwenhouding hebben we nu héél hard nodig. ‘Een slag van kwantiteit naar kwaliteit.’ Niet alleen vrouwen, ook jongeren mogen zich met de crisis bemoeien: jongeren die anders nadenken dan de vorige generatie.

Bij vlagen is onduidelijk of Heertje zijn opvattingen aandikt en etaleert
- en de crisis bagatelliseert – of écht van mening is dat het allemaal wel meevalt. Maar hij is wel degelijk serieus. ‘Er zijn ernstige problemen, mensen worden ontslagen, verliezen hun vermogens, dat weet ik ook. Maar ál die problemen zijn ondergeschikt aan de klimaatcrisis, een cruciaal overlevingsprobleem.’ Toch biedt de crisis volgens Heertje ook kansen: om te innoveren, te investeren. ‘Die ontslagen zijn nú heel vervelend, maar al die mensen kun je inschakelen in andere situaties.’

In de hel en verdoemenis die van alle kanten gepredikt wordt, kan Heertje zich niet vinden. Een daling in het consumentenvertrouwen is juist een ‘enorme plus’, vindt hij. ‘In Amerika wordt ongelooflijk veel geld uitgegeven. Dat geld hebben de Amerikanen niet, dus gaan ze bijdrukken. Nieuw geld, niet uit besparingen. Een daling in het consumentenvertrouwen is slecht, horen we dan, want de consument moet blijven besteden. Nee, zeg ik, de consument moet een stap terug doen. Ophouden met die creditcard! Minder schulden maken, meer sparen.’

Zijn prediking geldt niet alleen Amerika, maar ook Europa. ‘Afremmen van de consumptiegroei is prima. Het betekent dat we minder vaak een auto kopen, minder vaak een wasmachine en minder luxe versieringen aanschaffen. Waar het om gaat, is dat mensen zien dat als ze minder consumeren, ze in de immateriële sfeer veel winnen. Dat er gelet wordt op luchtkwaliteit, dat de files afnemen, dat natuur en milieu baat hebben bij een consumptiedaling. Tastbare resultaten, dát verband moeten mensen gaan zien.’

Een nieuw en positief geluid in barre tijden: door de kredietcrisis nemen de files af, mensen laat de auto vaker staan. En niet alleen het milieu profiteert van de crisis. ‘In de bouw hoor je ook ach-en-wee, er zijn minder opdrachten. Búitengewoon positief’, vindt Heertje. ‘Omdat er maar wordt doorgebouwd – en nooit de vraag wordt gesteld wat bouwen betekent voor de omgeving, de natuur en de leefbaarheid.’

Goed is ook dat er meer aandacht komt voor de finale consument en daarvan is Heertje voorstander. ‘We bouwen nu, niet om in de behoeften van mensen te voorzien, maar in die van de projectontwikkelaar. Díé wil graag een kantoorgebouw neerzetten – met marmer, en weet ik wat. En of daar ín dat kantoor dan iemand gaat zitten, dat zal die projectontwikkelaar een zorg zijn.’

Navelstaarderij, vindt u? ‘Zo zou je het kunnen zeggen. Dat we wegen aanleggen, op plaatsen waar het niet nodig is. Dat we bedrijventerreinen creëren – we konden ook oude terreinen opschonen, maar nee, we maken nieuwe. Daar heb je die mannelijkheid weer. Groter maken, uitbreiden. Dat móet dus niet.’

Staat Heertje op eenzame hoogte in zijn positieve visie op de crisis, of is hij een roepende in de woestijn? De hedendaagse economische visie is toch ergens op gebaseerd? Heertje verwijt de economen dat ze de welvaartstheorie te smal interpreteren. ‘Hoe harder we groeien, hoe meer welvaart – dat is dus niet waar!’ Welvaart wordt de laatste jaren vooral monetair uitgedrukt. In termen van groei, inkomen, mooie consumptiegoederen.’

‘Maar wat zien we? Als de groei afneemt, dán krijgen we dingen die positief zijn. Minder files, minder luchtvervuiling. Ook dat draagt bij aan welvaart, maar omdat het niet in geld is uit te drukken, telt het in het welvaartsbegrip niet mee. We moeten het welvaartsbegrip ruimer nemen, daar pleit ik voor.’ Maar niet te ruim, want volgens Heertje strekt de welvaart niet tot tussen de lakens. ‘Goede seks is geen zaak voor economen.’

Massaal stevenen we af op de zondvloed. Net als Noach heeft Heertje vertrouwen. ‘Ja, financieel is er sprake van een zondvloed, zo zou je kunnen zeggen. In Amerika gebeurt iets, dat spreidt zich uit over de hele wereld en niemand ziet kans om de stromen tegen te houden. Het is mijn grote geluk om er overheen te durven kijken.’

Wat ziet u allemaal?
‘Dat dit niet het einde der tijden is. Maar dan moeten we wel zien wat onze échte problemen zijn. En niet denken dat die met de kredietcrisis te maken hebben.’

Boersema: de kredietcrisis vraagt om ‘meer met minder’

Posted By Paula van Rooij On februari 11, 2009 @ 17:06 In Interview, Leven, Nieuwsbericht | No Comments

foto: Maarten Buijs

foto: Maarten Buijs

De kredietcrisis gaat gepaard met de roep om een New Green Deal: het op groene wijze hervormen van de economie. ‘Het is nu wel zaak om door te pakken’ stelt VU-bioloog en theoloog professor Jan Boersema.

AMSTERDAM, 11 feb. Jan Boersema [12] (61) is hoogleraar Milieukunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam en een echte ‘milieu-optimist’. De kredietcrisis biedt volgens hem kansen voor de nijpende milieuproblemen. ‘Recessie brengt altijd bezinning met zich mee. Die reflectie kan goed uitpakken. Een recessie is sowieso goed voor het milieu, omdat er minder economische activiteit is. Er zijn bijvoorbeeld minder auto’s op de weg nu. Maar dat is een onbedoelde en ook oppervlakkige winst. De milieuwinst is pas blijvend als er echte innovatie plaatsvindt.’

De kredietcrisis biedt dus kansen om de ‘de nare kant van de liberale markteconomie en de materiële groei ter discussie te stellen’. In een democratie is het lastig om iedereen achter stevige investeringen op milieugebied te krijgen. ‘In die zin heeft democratie een prijs. Het heeft een trage besluitvorming. De urgentie van het milieuprobleem moet worden gevoeld. Dat leek een beetje te ontstaan rond het klimaatprobleem door de film van Al Gore. En nu krijg je te maken met een economische recessie waardoor de New Green [13] Deal [14] stagneert. De plannen voor een windpark in de Noordzee lijken nu niet door te gaan. Als ik de voorzitter van de Sociaal Economische Raad Alexander Rinnooy-Kan hoor, dan stimuleert hij de New Green Deal niet. Hij wil terug naar de economische situatie zoals die was, maar dan met betere controle van de banken. Hij zet niet voluit in op het vergroenen van de economie.

‘Als ik het voor het zeggen had, zouden we op twee dingen inzetten. In de eerste plaats moeten we echt werk gaan maken van duurzame energie. We moeten ons niet meer laten leiden door de olieprijs. Als je terugkijkt op de geschiedenis dan schommelt die enorm. En iedereen draaft daar achteraan. Als de olieprijs omhoog gaat, wordt windenergie ineens lonend. Als die weer zakt, wordt de subsidie weer afgeschaft. Dat is echt onzinnig. We moeten energie opwekken op een milieuvriendelijke manier en inzetten op wind en zon. In de overgang op schoon fossiel. Ik denk dat dat in een jaar of vijftig moet kunnen. In de tweede plaats moeten we zorgen dat de wereldbevolking niet meer groeit en dat betekent armoedebestrijding. Pas dan kunnen we ook het behoud van de biodiversiteit de volle aandacht geven.

‘Het lastige bij het aanpakken van het milieuprobleem is dat er in de politiek lang is gedacht dat je eerst geld moet verdienen en dat je dan leuke dingen voor het milieu kan doen. Dat is het klassieke VVD-standpunt, maar ook Wim Kok van de PvdA zag het milieu altijd als een luxeprobleem. Dat idee heeft diepe historische wortels en komt voort uit onze algemene ideeën over vooruitgang. Sinds de Renaissance gaan wij er vanuit dat de toekomst anders is dan het heden. Mensen moeten het steeds beter krijgen. Dat is de essentie van vooruitgang. Daardoor heeft de economische ontwikkeling van de laatste anderhalve eeuw een heel materiële invulling gekregen. Meer was altijd ook gewoon meer staal, meer beton, meer asfalt, meer… noem maar op. Economische groei ging altijd boven het milieu. Nu moeten we dus naar een groei toe die eigenlijk neerkomt op meer met minder.

‘Dat milieuaantasting als groot maatschappelijk probleem wordt gezien is een tamelijk recent verschijnsel. Mensen keken er vroeger heel anders tegenaan. Daar heeft Keith Thomas [15] erg aardig over geschreven. De natuur leverderde niet alleen grondstoffen, zoals hout voor schepen, maar het terugdringen van de natuur was ook een teken van beschaving. Een voorbeeld is het uitroeien van de bizon. Toen Amerika werd gekoloniseerd, kwamen de settlers in contact met de bizon. Die liet zich slecht temmen. Daarom is de bizon vervangen door de Europese koe. De settlers vonden dat de bizon niet bij hun beschaving hoorde. Toen is hij genadeloos teruggedrongen. Pas toen we ons niet meer bedreigd voelden door de natuur, toen we er steeds minder afhankelijk van werden, was er ruimte voor het waarderen van natuurschoon.

‘De perceptie van het milieuprobleem is dus recent en nijpend. We moeten de kredietcrisis aangrijpen om de economie te vergroenen. Daar zijn behoorlijke veranderingen voor nodig, maar het kán.’


Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl

URL to article: http://napnieuws.nl/2009/02/11/boersema-de-kredietcrisis-vraagt-om-%e2%80%98meer-met-minder%e2%80%99/

URLs in this post:

[1] Image: http://www.flickr.com/photos/8991963@N07/2748866473

[2] Image: http://www.zemanta.com/

[3] Parnassustoren: http://maps.google.nl/maps/ms?hl=nl&ie=UTF8&msa=0&msid=104138777277901955237.00046344abf3c0137ae89&ll=52.34352,4.866858&spn=0.004877,0.009656&t=h&z=17

[4] Tax Consultants International: http://www.tax-consultants-international.com/read/Dutch_Licensing_Company

[5] ophef: http://www.parool.nl/parool/nl/4/AMSTERDAM/article/detail/152561/2009/02/05/Schotse-whisky-blijkt-Amsterdams.dhtml

[6] rapport: http://www.minfin.nl/dsresource?objectid=3020&type=pdf

[7] Gunvor: http://www.gunvorgroup.com/

[8] The Financial Times: http://www.ft.com/cms/s/c3c5c012-21e9-11dd-a50a-000077b07658,Authorised=false.html?_i_location=http%3A%2F%2Fwww.ft.com%2Fcms%2Fs%2F0%2Fc3c5c012-21e9-11dd-a50a-000077b07658.html%3Fnclick_check%3D1&_i_referer=&nclick_check=1

[9] The Economist: http://www.economist.com/specialreports/displaystory.cfm?story_id=12628030

[10] klacht: http://www.economist.com/PrinterFriendly.cfm?story_id=12826805

[11] Weber Shandwick: http://www.webershandwick.com/

[12] Jan Boersema: http://www.ivm.falw.vu.nl/People/index.cfm/home_file.cfm/fileid/B449F69E-A06B-41A3-849BF470DB394B9F/subsectionid/8A881162-ACB3-4B58-BEE32E694820B2EA

[13] New Green: http://www.newsweek.com/id/166859

[14] Deal: http://www.volkskrantblog.nl/bericht/228906

[15] Keith Thomas: http://books.google.nl/books?id=Ty7PKCad7FcC&pg=PA181&lpg=PA181&dq=keith+thomas,+environment&source=bl&ots=RNYLVHLC2P&sig=qQe8S0fhrESsmDCTybczyq-bx44&hl=nl&ei=JJyQSceCEJKj-gaDzPihCw&sa=X&oi=book_result&resnum=4&ct=result#PPP1,M1

Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.