- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -

Autorijden met drugs op strafbaar

Posted By Emiel van Dongen On september 16, 2011 @ 17:10 In Achtergrond, Algemeen | No Comments

Met drugs op in de auto wordt strafbaar, foto: Luismi Lauzirika

Met drugs op in de auto wordt strafbaar, foto: Luismi Lauzirika

Na ruim een decennium op de politieke agenda te hebben gestaan, komt er nu een verbod om met drugs op achter het stuur te kruipen. Er is nu een accuraat middel om aan te tonen of iemand drugs heeft gebruikt. Of het verkeersslachtoffers zal schelen, is de vraag.

De reactietijd neemt toe, de coördinatie vermindert en het geheugen raakt aangetast, dat zijn de gevolgen van het autorijden onder invloed van cannabis. Heeft iemand stimulerende drugs zoals speed, ecstasy en cocaïne genomen, dan zal hij juist overmoedig worden en daardoor harder en agressiever gaan rijden en meer risico’s nemen.

Ondanks die gevolgen, reed begin van dit millennium zo’n vijf procent van de autobestuurders onder invloed van drugs, zo blijkt uit onderzoek van het politiedistrict Tilburg. ‘s Nachts liep dit aantal zelfs op tot tien procent. Eén op de tien automobilisten die ernstig gewond raakte bij een ongeluk, was onder invloed van drugs.

Om dit aantal terug te brengen, is er nu een wetsvoorstel van ministers Schultz (VVD) en Opstelten (VVD) dat autorijden onder invloed van drugs, strafbaar stelt. Volgens de Wegenverkeerswet was rijden onder invloed van een stof die de rijvaardigheid kan verminderen al verboden maar het was moeilijk om aan te tonen of iemand die stof ook echt had gebruikt.

Dit wetsvoorstel bevat een lijst met verboden geestverruimende middelen en stelt maximale bloedwaardes vast die aan de stoffen worden verbonden (zie kader). Zo kan het Openbaar Ministerie (OM) makkelijker aantonen of een bestuurder onder invloed van drugs was.

Nieuw is ook dat de politie meer handvatten krijgt om drugsrijders te controleren. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen – het moet nog door de Tweede en Eerste Kamer – zullen agenten voortaan speeksel af mogen nemen van bestuurders om te testen op drugsgebruik. Bij een positief testresultaat zal een arts of verpleegkundige bloed afnemen voor het uiteindelijke bewijs.

Enthousiasme

Veilig Verkeer Nederland (VVN) is blij met het voorstel. “Niet alleen leidt autorijden onder invloed van drugs tot meer gevaar voor de bestuurder zelf. Maar, belangrijker, ook voor andere weggebruikers”, zegt Kirsten Knol, beleidsmedewerker van VVN. De organisatie is een groot voorstander van de speekseltest en de bloedanalyse die de politie voortaan volgens het wetsvoorstel kan gaan inzetten om drugsrijders op te sporen.

Sjoerd Houwing, onderzoeker op het gebied van alcohol en drugs van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), is ook positief. Al ziet hij liever dat de limieten voor de hoeveelheid drugs in het bloed gekoppeld worden aan het risico op een ongeval, in plaats van – zoals in het wetsvoorstel – aan de verminderde rijvaardigheid. Houwing: “Maar er is nog te weinig onderzoek gedaan naar de relatie tussen de hoeveelheid drugs in het bloed en het risico op een ongeval. Tot die tijd voldoet de wetgeving zoals die nu wordt voorgesteld. Daar gaat in ieder geval een preventieve werking vanuit en dan bereik je sowieso al meer dan helemaal geen wetgeving.”

Meer controle

Het wetsvoorstel past in de ambitie van de overheid om het aantal verkeersdoden in 2020 verder teruggebracht te hebben tot 580. Ter vergelijking: in 2003 waren dit er nog 1088, in 2010 was dit aantal gereduceerd tot 640.

Het blijft de vraag of dit drugsverbod veel verschil zal maken. Of op de lange termijn inderdaad minder mensen met drugs de weg op gaan, ligt vooral aan de intensiviteit van de handhaving door de politie. Vóór de invoering van de alcohollimiet in het verkeer in 1974 bleek uit een controle dat vijftien procent van de bestuurders te veel had gedronken, een maand na de invoering was dit nog maar één procent, om vervolgens een jaar na invoering weer te stijgen naar twaalf procent.

Houwing verwacht een vergelijkbaar effect bij het invoeren van drugslimieten. “Bij de invoering van de alcohollimiet dachten mensen: de politie gaat nu streng controleren, dus kan ik niet meer met alcohol op in de auto stappen. Na een tijdje merkten ze dat de pakkans niet zo hoog was als gedacht. Dus kropen er alsnog mensen met alcohol achter het stuur, maar minder dan voorheen.

Of de politie intensief zal handhaven na de invoering van het drugsverbod in het verkeer, is nog niet bekend.“Pas als het wetsvoorstel goedgekeurd is door de Tweede en Eerste Kamer, kunnen we met zekerheid zeggen hoe we gaan handhaven”, zegt plaatsvervangend korpschef Ad Heil van de politie Brabant Noord. In het wetsvoorstel staat in ieder geval dat er geen extra politiecapaciteit bij zal komen.

Volgens Sjoerd Houwing van de SWOV ligt het momenteel ook niet voor de hand dat er zeer intensieve controles  komen. “Een speekseltest kost veel meer tijd dan het testen op alcohol en is bovendien behoorlijk duur. Ik verwacht dan ook niet dat er aselecte controles komen, zoals dat bij alcohol het geval is.” Selecte drugscontroles zullen inderdaad plaats gaan vinden, schrijven de ministers in het wetsvoorstel. Te denken valt dan aan wegen rondom grote discotheken of dancefeesten.

Kosten

De totale kosten voor de uitvoering van het wetsvoorstel worden geschat op zo’n vier miljoen euro per jaar. Naast de eenmalige opstartkosten voor het scholen van politieagenten, zijn er ook nog de kosten voor de aanschaf van bloedanalyse-apparatuur voor het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Daarnaast zijn er nog kosten voor de speekseltesters, artsen of verpleegkundigen die het bloed afnemen, analysekosten voor het NFI alsmede het afdoen van zaken door het OM, rechters en het Centraal Justitieel Incasso Bureau.

Volgens Houwing van de SWOV kunnen deze kosten makkelijk terugverdiend worden. Het SWOV heeft uitgerekend dat een ziekenhuisgewonde die moet worden opgenomen, zo’n 249.000 euro kost. Als iemand overlijdt als gevolg van een verkeersongeluk, loopt dit bedrag op tot 2,4 miljoen euro. Dat bedrag bestaat uit medische kosten, kosten voor de afhandeling van het ongeval en de bijbehorende file op de weg, materiële en immateriële schade en het verloren gaan van een arbeidskracht.

Verboden stoffen

De stoffen amfetamine, methamfetamine, mdea, mdma, mda, thc, cocaïne, morfine en ghb komen op de lijst met verboden stoffen. Voor amfetamines, xtc en cocaïne geldt dat er 50 microgram van de werkzame stof in een liter bloed mag voorkomen, voor cannabis is dat 3 microgram thc, bij ghb 10 microgram en bij heroïne (en morfine) 20 microgram morfine.

De vangnetbepaling die het rijden onder invloed van drugs strafbaar stelt, rept over ‘stoffen die de rijvaardigheid verminderen’. Daaronder vallen ook veel geneesmiddelen, maar die zijn niet opgenomen in de lijst met verboden stoffen. De reden is dat geneesmiddelen, in tegenstelling tot de drugs bij de omschreven hoeveelheden, lang niet zo vaak tot vermindering van de rijvaardigheid leiden. Is er sprake van hoeveelheden die de rijvaardigheid wel aantasten, dan kan de agent die dit ziet gebruikmaken van de vangnetbepaling om de bestuurders een bloedtest te laten doen.

Geen nieuw idee

Het idee om rijden onder invloed van drugs expliciet te verbieden, is niet nieuw. De Tweede Kamer nam al in 2000 een motie aan waarin de regering werd verzocht om rijden onder invloed van drugs expliciet te verbieden. Voor zo’n verbod is het alleen noodzakelijk dat er een tester is die goed en gemakkelijk aangeeft of iemand drugs heeft genomen. Zo’n tester was er tot nu toe nog niet.
De urinetest werd in 2003 verworpen omdat die niet betrouwbaar genoeg zou zijn. Er werd toen besloten te wachten tot de speekseltekst adequaat genoeg zou zijn.

Dat is nu het geval. Althans, die conclusie is getrokken uit een pilot die bijna drie jaar geleden is gehouden door de politie. De speekseltester bleek goed bruikbaar als eerste selectie om te kijken of iemand drugs heeft gebruikt. Na de speekseltest moet er door een arts of verpleegkundige bloed worden afgenomen dat wordt opgestuurd naar een laboratorium. Is de uitslag positief, dan dient de bloedanalyse als bewijsmiddel.

Bloedanalyse versus urinetest

Dat is een verschil met België, waar de speekseltester tevens dient als bewijsmiddel. Daar is veel commentaar op gekomen. Toxicologen en andere deskundigen stellen dat de speekseltester ongeschikt is als bewijsmiddel vanwege de inaccuraatheid. Verscheidene onderzoeken wijzen foutmarges van de speekseltester aan die tussen de 8 en 19 procent liggen.

Productmanager Gerrit Grefelman van speekseltesterfabrikant Dräger wil dit beeld nuanceren: “Veel fabrikanten die voorheen urinetesters hadden, zijn overgestapt op speekseltesters. Hun speekseltesters zijn eigenlijk doorontwikkelde urinetesters. De speekseltesters die vanaf moment nul voor bijvoorbeeld de politiemarkt zijn ontwikkeld, zijn veel accurater.” De Dräger speekseltester zou op een foutmarge van ‘slechts’ 5 procent uitkomen, zo wijst onafhankelijk onderzoek uit.

De geschiktheid van de bloedanalyse als bewijsmiddel staat niet of nauwelijks ter discussie, vertelt Houwing. “De bloedtesten zijn heel accuraat en ze kunnen alle bekende soorten drugs opsporen.” Dus ook de drug GHB, die op dit moment nog onvindbaar is met speekseltesters.

Het nadeel van een bloedtest als bewijsmiddel is dat het minimaal een aantal dagen duurt voordat het bewijs er is. Bestuurders die gepakt worden met een slok te veel op, krijgen een tijdelijk rijverbod opgelegd na de ademanalyse, die geldt als bewijs. Bij drugs ligt dit gecompliceerder, aangezien het bewijs er nog niet is maar slechts een indicatie. Een woordvoerder van het Landelijk Parket Team Verkeer voorziet echter geen problemen: “Op basis van bijvoorbeeld een evenwichts-, spraak of oogtest kan een politieagent een bestuurder die onder invloed is van drugs nu ook al een rijverbod opleggen. Dat zal niet veranderen.”

Sanctie
Welke sanctie er komt voor het rijden onder invloed van drugs, is nog niet bekend. Het OM laat weten dat de grenswaarden voor hoeveelheden drugs in het bloed nog definitief vastgesteld moeten worden en de hoogte van de boetes daarom nog niet bekend is. De ministers zullen binnenkort met een wetsvoorstel komen om drugsrijden onder de recidiveregeling (‘puntenrijbewijs’) te laten vallen: twee keer gepakt met te veel op in vijf jaar tijd, betekent rijbewijs inleveren.


High Amsterdam: drugsstad van Nederland

Posted By Emiel van Dongen On februari 15, 2011 @ 18:50 In Interview, Leven, Stad | No Comments

'Amsterdam is altijd al koploper geweest in Nederland wat betreft drugsgebruik' foto: Ton Nabben

foto: Ton Nabben

 

Amsterdam, 15 feb – Al een halve eeuw heeft Amsterdam het imago van drugsepicentrum van Nederland. Drugsonderzoeker en criminoloog aan de UvA Ton Nabben (49) schreef voor zijn promotieonderzoek een ‘magnum dopus’ van Amsterdam. Voor NAP vertelt hij waar dit imago vandaan komt en of het terecht is.

“Amsterdam is altijd al koploper in Nederland geweest wat betreft drugsgebruik. Zo geven twee keer meer Amsterdammers dan Rotterdammers bijvoorbeeld aan wel eens coke of ecstasy te hebben gebruikt”, aldus Nabben. Dat komt volgens hem vooral door de bevolkingsopbouw.

“Amsterdam is de laatste decennia meer en meer een studentenstad geworden. De coffeeshops zijn een magneet voor jonge toeristen, in het weekend komen er stappers uit de provincie en er wonen veel bohemiens, kunstenaars en andere creatievelingen. Een deel van deze mensen experimenteert nu eenmaal met drugs.”

High Amsterdam

Als iemand met recht kan spreken over Amsterdam als drugsstad, is het Nabben. Ruim twintig jaar doet hij al onderzoek naar trends rondom drugs in Amsterdam. Tientallen feesten is hij hiervoor afgelopen en vele honderden mensen heeft hij gesproken. Met deze ervaring op zak schreef hij zijn vorig jaar verschenen en rijk geïllustreerde proefschrift ‘High Amsterdam. Ritmes, roes en regels in het uitgaansleven [1]’.

In dit ‘magnum dopus’ doet Nabben verslag van golfbewegingen in het Amsterdamse drugsgebruik. Door middel van beschrijvingen van gebruikerservaringen, marktontwikkelingen en het Amsterdamse drugsbeleid schetst en verklaart hij de opkomst (en vaak ook ondergang) van de verschillende soorten drugs.

Fun de siècle

Het beeld van Amsterdam als drugsstad bestaat al sinds de jaren zestig, vertelt Nabben. “Dat was de tijd van de provo’s, hippies en de kraakcultuur. Een wilde tijd, waarin mensen cannabis gingen gebruiken.” In 1968 had Amsterdam de primeur met de eerste coffeeshop. Nu zijn dat er ruim tweehonderd, een derde van het totaal aantal coffeeshops in Nederland. Nabben: “Het imago van drugsstad komt vooral daar vandaan.”

In de jaren ’80 trof een heroïne-epidemie Amsterdam, met op het hoogtepunt in 1984 tienduizend verslaafden. Eind jaren ’80 beleefde cocaïne een voorlopig hoogtepunt en dan wordt het overtroffen door ecstasy. Het luidt een nieuw tijdperk in: de jaren ’90, door Nabben het ‘fun de siècle’ genoemd.

De economisch vette jaren ’90 waren behoorlijk wilde jaren, stelt Nabben. De economie floreerde, housemuziek werd steeds populairder en dancefeesten schoten als paddenstoelen uit de grond. Dit leidde tot grootschalig gebruik van ecstasy en andere partydrugs in de laatste jaren van de vorige eeuw. In dezelfde tijd deed ook de paddo zijn intrede en werd al snel een bestseller.

Veiligheidsroep

Rond de millenniumwisseling was de maat echter vol. Door drugsgerelateerde ongelukken en overlast ontstond een groeiend gevoel van onveiligheid onder de bevolking. Gebeurtenissen als de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam en de moord op Fortuyn versterkten die veiligheidsroep nog eens. Nabben: “Vanaf het millenium, eigenlijk synchroon aan ‘Balkenende’, zie je dat er in Nederland, en dus ook in Amsterdam, veel aandacht is voor zero tolerance.”

Zero tolerance uitte zich in bijvoorbeeld een streng vergunningenbeleid voor feesten en het aanpakken van gebruikers, terwijl daarvoor slechts producenten en handelaren in het vizier werden genomen. Bij grote dancefeesten stonden er opeens undercoveragenten in het publiek en drugshonden bij de ingang. Nabben noemt dit beleid ‘een drogreden’ omdat het drugsgebruik vanaf eind jaren ’90 afneemt en mensen nooit meer dan een eigen gebruikshoeveelheid meenemen.

Beleidsmakers beginnen volgens Nabben nu ook in te zien dat zero tolerance niet het gewenste effect heeft. Grootschalige politie-inzet kan beter worden gebruikt voor bijvoorbeeld de golf van roofovervallen of het toegenomen geweld tegen homo’s. “Daar voelen mensen zich echt onveilig door. Terwijl niemand zich druk maakt om het drugsgebruik op feesten.”

Republiek Amsterdam

Amsterdam wil eigenlijk van het imago van Sodom en Gomorra af, meent Nabben. “Men accentueert ook niet dat er coffeeshops zijn, ondanks dat het een magneet is voor toeristen. Amsterdam zit in een spagaat: de stad profiteert economisch van drugs en het is goed voor de creativiteit.” Die paradox komt ook tot uiting in de dancenota die de gemeente twee jaar geleden schreef. “De gemeente onderschrijft dat de dance-industrie belangrijk is voor de stad en dat evenementen als het Amsterdam Dance Event een enorme inpuls zijn. Tegelijkertijd staat erin dat er geen drugs mag worden gebruikt worden op feesten. Maar mensen zullen toch blijven gebruiken. Een dancefeest zonder pillen is als de Zwarte Cross zonder bier.”

Ongeacht het gevoerde beleid, zal Amsterdam volgens Nabben altijd het imago van drugsstad blijven houden. “Met beleid kun je niet zoveel veranderen. De ‘republiek Amsterdam’ heeft de positie van een vrijgevochten, verlichte stad. Dat is al eeuwen zo. Mensen komen niet hierheen omdat ze er lsd kunnen gebruiken. Nee, ze komen omdat ze de stad aantrekkelijk vinden en er een sfeer van tolerantie is. Dan komen ze vanzelf in aanraking met middelen. Dat zit in de genen van een stad.”

GroenLinks en SP in de bres voor gedoogbeleid

Posted By Anna van den Breemer On februari 13, 2009 @ 17:28 In Nieuwsverhaal, Stad | No Comments

sp1AMSTERDAM, 13 feb. – GroenLinks en SP willen een halt toeroepen aan de steeds hardere drugsaanpak in Amsterdam. De partijen willen een denktank oprichten om het Amsterdamse gedoogbeleid van softdrugs te verdedigen. Dat zei SP-gemeenteraadslid Hans Bakker gisteren tijdens het politieke café van GroenLinks en de SP. Volgens de twee partijen moet er een goed georganiseerde lobby komen tegen het steeds strenger optreden van de gemeente tegen softdrugs.

Beide partijen zijn tegen het steeds strengere Amsterdamse drugsbeleid, zoals het verbieden van paddo’s en de plannen om coffeeshops rond scholen te sluiten. Het politieke café werd georganiseerd om te brainstormen over een tegengeluid. ‘We zijn op zoek naar de kleine dingen die tegengas kunnen bieden’, zegt Marieke van Doorninck, gemeenteraadslid van GroenLinks. Van Doorninck staat achter de pogingen van het groen-rode college om coffeeshops meer te verspreiden over de stad, maar is tegen het verbieden van coffeeshops.

Bakker zegt het idee van een denktank serieus te nemen. Volgens hem trekken GroenLinks en de SP zich steeds meer ‘als Calimero terug in de schulp’ terwijl de druk op het gedogen van softdrugs verder wordt opgevoerd. In de gemeenteraad zijn er 23 stemmen nodig om tegen het drugsbeleid in te gaan. Dat halen de SP en GroenLinks met 13 zetels niet. ‘We moeten niet alleen reageren, maar een aanvallende houding aannemen.’ Een denktank zou hier volgens het raadslid bij kunnen helpen.

Volgens Job Joris Arnold van het Cannabis Colllege, een adviesorgaan voor softdrugs in Amsterdam, moet de denktank een ploeg van bestuurlijke elite of politici zijn die een goed georganiseerd  tegengeluid kunnen geven. ‘Mensen die de nota’s kunnen doorspitten en het politieke deel van deze discussie zichtbaar aan de burger kunnen maken.’

Drugsdeskundige August de Loor van de Stichting Adviesburo Drugs meldde zich als eerste lid van de denktank. Hoe de samenstelling van de denktank er verder uit gaat zien, is nog onduidelijk.

‘Cohen probeert Haags wisselgeld binnen te slepen’

Posted By Jonathan Witteman On januari 14, 2009 @ 15:23 In Nieuwsverhaal, Stad | 1 Comment

Amsterdam legt het lot van zijn coffeeshops in handen van Den Haag. ‘Onverstandig’, zegt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. ‘En bovendien gevaarlijk opportunistisch’, vindt de coffeeshopbranche.

AMSTERDAM, 14 jan. Job Cohen kan niet anders. Het kabinet wil 43 van de in totaal 228 Amsterdamse coffeeshops sluiten omdat ze op minder dan 250 meter van een middelbare school liggen. Liever zou de Amsterdamse burgemeester de maatregel niet uitvoeren, maar het is nu eenmaal rijksbeleid, en daar kan hij niet onderuit. Maar stelt Amsterdam zich niet te dociel op?

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vindt van wel. ‘De gemeenten moeten zelf kunnen beslissen welke criteria ze hanteren’, zegt VNG-woordvoerder Arjen Konijnenberg. ‘Het is onmogelijk om één uniforme regel van bovenaf op te leggen. Amsterdam is niet Nijmegen, waar maar 14 coffeeshops zijn. Met meer dan tweehonderd coffeeshops binnen een relatief klein gebied is er altijd wel een coffeeshop in de buurt van een school.’

De VNG pleit voor op maat gesneden afspraken op lokaal niveau. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld met coffeeshops afspreken dat ze alleen in de avonduren open gaan, als de scholen gesloten zijn. Ook moet iedere stad zelf de minimale afstand kunnen bepalen tussen coffeeshops en middelbare scholen. In Den Haag is deze afstand nu bijvoorbeeld vastgesteld op 500 meter, in Rotterdam op 250 meter en in Groningen op 100 meter.

Amsterdam staat sterker dan het zich voordoet, vindt Michael Veling, oud-CDA-lijsttrekker in stadsdeel Centrum en houder van één van de met sluiting bedreigde coffeeshops. ‘Cohen doet net alsof het om een oekaze vanuit Den Haag gaat, maar dat is het niet.’ Veling diende net als tenminste 25 andere coffeeshophouders een zienswijze in tegen het plan van de gemeente om de 43 coffeeshops te sluiten. Daarin riep hij het college van burgemeester en wethouders op af te zien van de maatregel omdat ‘de vaststelling van het lokale coffeeshopbeleid een bevoegdheid van de Raad is’. Veling verwees daarbij naar het College van procureurs-generaal, het bestuur van het Openbaar Ministerie, dat er tot nu toe steeds vanaf heeft gezien om de door het kabinet gewenste maatregel op te nemen in het landelijke opsporingsbeleid. Het terugdringen van coffeeshops in de buurt van scholen was ook al een van de speerpunten van het kabinet-Balkenende I.

Volgens Veling speelt Cohen politiek dubbelspel. ‘Cohen probeert Haags wisselgeld binnen te slepen. Amsterdam verwacht de komende jaren in grote problemen te komen door financiële projecten als de Noord-Zuidlijn. Daarom wil het college nu een wit voetje halen bij het kabinet.’

‘Cohens dubbelspel is gevaarlijk’, waarschuwt Marc Jacobsen, voorzitter van de Bond van Cannabis Detaillisten. Als Amsterdam de sluitingsplannen doorzet, dan zal de markt voor softdrugs steeds meer het domein worden van straatdealers en drugskoeriers. ‘Het plantje zal nooit verdwijnen, mensen weten er toch wel aan te komen.’ De VNG deelt die vrees: ‘Het is een utopie om te denken dat je softdrugs kunt stoppen. Een gereguleerde verkoop is beter dan dat cannabis in de illegaliteit verdwijnt.”
Jacobsen weet wel wat dat voor gevolgen zal hebben. “Als de gemeente de coffeeshops in de binnenstad sluit, dan kunnen ze beter vast Roemeens, Pools en Bulgaars gaan leren. Want die gaan dan de dienst uitmaken hier op straat.”

60 procent bedreigde coffeeshops denkt dicht te moeten

Posted By Jonathan Witteman On januari 9, 2009 @ 14:36 In Algemeen, Nieuwsbericht, Stad | No Comments

AMSTERDAM, 9 jan. 60 procent van de coffeeshops die de gemeente Amsterdam wil sluiten, denkt over drie jaar niet meer te bestaan. 20 procent van de coffeeshops gaat als het moet verder als bar, hotel of broodjeszaak. 13 procent verwacht het einde van dit jaar niet te halen. Dat blijkt uit een steekproef onder de 43 coffeeshops die met sluiting bedreigd worden omdat ze op minder dan 250 meter loopafstand van een middelbare school liggen.

Alle getroffen coffeeshops zeggen geen drugs te verkopen aan middelbare scholieren onder de achttien jaar. De gemeente voert softdrugsgebruik onder scholieren juist aan als hoofdreden om de uitspanningen te sluiten. De coffeeshophouders kunnen tot vandaag bezwaarschriften aan het gemeentebestuur richten. De coffeeshops krijgen geen schadeloosstelling van de gemeente en mogen niet verhuizen.

Burgemeester Job Cohen is geen voorstander van de sluiting, maar zegt zich te moeten houden aan de regelgeving van het Rijk. Vorige maand stemden op twee na nog alle gemeenteraadsleden tegen het verdwijnen van de 43 coffeeshops, die bijna een vijfde van het totale Amsterdamse coffeeshop-aanbod uitmaken. Cohen kondigde toen aan minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin om versoepeling van de maatregel te vragen.

Veel vragen, weinig antwoorden op inspraakavond coffeeshops

Posted By Jonathan Witteman On januari 9, 2009 @ 13:36 In Algemeen, Reportage, Stad | No Comments

AMSTERDAM, 9 jan. Waar zijn de burgemeester en wethouders vanavond tijdens de inspraakavond voor coffeeshophouders op het Amsterdamse stadhuis? En zouden de gemeenteraadsleden nog hun gezicht laten zien? ‘Voor hen was het waarschijnlijk een te kleine zaal’, grapt drugsdeskundige August de Loor meer ernstig dan komisch over de ‘notoire afwezigheid’ van de raadsleden.

Zo’n vijftig coffeeshophouders en vertegenwoordigers uit de branche zijn bijeengekomen in de krappe Mirandazaal om hun mening te geven over het Amsterdamse drugsbeleid. Het heetste hangijzer is de voorgenomen sluiting van 43 coffeeshops die te dicht in de buurt staan van een middelbare school. Maar op antwoorden hoeven ze niet te rekenen vanavond. De brief van het ministerie van Binnenlandse Zaken die duidelijk moet maken welke afstand er minimaal tussen scholen en coffeeshops moet zijn – burgemeester Job Cohen gaat uit van 250 meter – is er nog niet. En meer kunnen de ambtenaren Veiligheid en Recht er ook niet over zeggen.

‘Het is een puur Amsterdamse kwestie’, vindt coffeeshophouder Kenneth Westerborg. Waarom dan wachten op een brief uit Den Haag? ‘Iedere gemeente mag zijn eigen grens vaststellen. Amsterdam kan gewoon tegen Den Haag zeggen: wij houden het op honderd meter. Je kunt de binnenstad toch niet vergelijken met een Vinexwijk?’

‘Daar nemen wij nota van’, zegt ambtenaar Karin Wilschut. Het is een mantra die de rest van de avond in verschillende varianten terugkeert: ‘Goed, komt in het verslag’, ‘Uw bijdrage hier zal worden meegenomen’. Zelfs van het door de coffeeshophouders geopperde voorstel om in plaats van 250 meter een grens van 250 centimeter om de scholen te trekken, beloven de ambtenaren nota te nemen.

‘Het lijkt wel alsof de oorlog is verklaard aan de coffeeshops’, zegt horeca-adviseur Khalid Berdouni. De gemeente schildert de coffeeshops af als ‘een criminogene functie’, terwijl ze ‘essentieel zijn om het meest superieure drugsbeleid ter wereld in stand te houden’. ‘Zodra er ook maar enigszins aanwijzingen zijn voor criminele connecties, raakt de coffeeshop zijn vergunning kwijt. De malafide coffeeshophouder bestaat niet meer.’

Drugsdeskundige De Loor komt met nog wat ammunitie tegen de sluiting van de 43 coffeeshops. Hij hield vorig jaar tijdens een internationaal IT-congres in de RAI een enquête onder de buitenlandse bezoekers. Op de vraag ‘Waar gaat u vanavond na het congres naartoe?’ antwoordde 63 procent: naar de coffeeshop. Beseft Amsterdam wel hoeveel toerisme-inkomsten het misloopt door de coffeeshops op te doeken, vraagt De Loor zich af.

Het luidste applaus van de avond is voor de oproep tot ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ van voormalig duoraadslid Leo Jacobs (De Groenen). Jacobs is voor even in Amsterdam neergestreken ‘vanwege enkele crematies en begrafenissen’. Nota bene in het vroeger zo strenge Frankrijk, waar Jacobs een huis heeft, kijken ze met een steeds afgunstiger oog naar het Nederlandse gedoogbeleid, zegt hij. In de streek waar hij woont moeten de Fransen met weinig meer dan een dozijn gendarmes de drugscriminaliteit bestrijden, terwijl de Franse jongeren meer blowen dan de Nederlandse. Waarom zou je het gedoogbeleid afzweren net nu andere landen het beginnen te kopiëren?

‘Of neem Californië’, vult Job Joris Arnold van het Cannabis Tribunaal aan. ‘Daar verkopen nu 430 apotheken medicinale cannabis. Dat levert de schatkist meer dan 110 miljoen dollar per jaar op. Als wij in Amsterdam per se voor de muziek uit willen lopen, dan moeten we wel eerst weten hoe die muziek precies klinkt in het buitenland. Mensen die hier meer over willen weten, kunnen altijd bij me aankloppen.’ Arnold zucht. ‘Dat zeg ik met name tegen de gemeenteraadsleden die er weer niet zijn vanavond.’

Nog geen groen licht voor Cohen’s dance eventbeleid

Posted By Merel Straathof On januari 9, 2009 @ 12:59 In Algemeen, Nieuwsverhaal, Stad | No Comments

De keuze van burgemeester Cohen om met een zerotolerancebeleid harddrugsgebruikers en handelaars op grote feesten aan te pakken, heeft veel kritiek geoogst gistermiddag in de commissievergadering van Algemene Zaken. Alleen het CDA kan zich vinden in de Dance Events Notitie.


PvdA, SP, GroenLinks, D66 en VVD vallen over het plan van de burgemeester om de handhaving van het beleid volledig neer te leggen bij de organisatoren van de grote feesten. Daarnaast voelen GroenLinks en de SP weinig voor het fouilleren van de feestgangers en het inzetten van drugshonden. Volgens Sargentini van Groenlinks mag deze manier van controleren ‘zo snel mogelijk tot het verleden behoren’ omdat het ‘de sfeer op een feest niet ten goede komt’.

CDA-raadslid Netjes was de enige die zonder commentaar de notitie van de burgemeester steunde. Volgens haar is het een goed voorstel omdat ‘de handel en het bezit van harddrugs verboden zijn en daar ook naar gehandeld moet worden’. D66-raadslid Manuel bekritiseerde Cohen juist omdat hij alleen maar naar de wet zou kijken. ‘Naar het idee van D66 schiet u door. U vergeet dat Amsterdam een creatieve kennisstad is, waar men op een jeugdige, moderne manier moet kunnen ontspannen, met of zonder drugs. Daarnaast is de uitvoering van het beleid uw verantwoordelijkheid, niet die van de organisatoren.’

De afgelopen drie jaar heeft de politie al vaker en strenger op drugs gecontroleerd op grote dansfeesten. Met de notitie wil Cohen deze strengere controle bevestigen. De belangrijkste verandering is dat de politie voortaan alleen nog gaat peilen of er harddrugs gebruikt of verhandeld worden. De organisator moet gaan zorgen dat de feesten drugsvrij zijn. Als dat meerdere malen niet lukt, kan de organisator de vergunning verliezen.

Floor van Bakkum van verslavingszorginstelling Jellinek vindt de notitie onnodig. ‘Volgens ons is er niets mis met het beleid van de afgelopen jaren. Uit cijfers blijkt zelfs dat het drugsgebruik op grote feesten afneemt. Zerotolerance lijkt ons overdreven.’ Cohen gaf aan de betrokken partijen, waaronder evenementenorganisator ID&Q, Jellinek en de Belangenvereniging Drugs (BVD), meer te willen betrekken in de verdere ontwikkeling van de notitie.

De raadscommissie zal tijdens de volgende vergadering op 29 januari een aangepaste versie van de notitie bespreken.


Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl

URL to article: http://napnieuws.nl/2009/01/09/nog-geen-groen-licht-voor-cohen%e2%80%99s-dance-eventbeleid/

URLs in this post:

[1] High Amsterdam. Ritmes, roes en regels in het uitgaansleven: http://www.athenaeum.nl/shop/details/High+Amsterdam/9789036102001

Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.