- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -
MUG Magazine: het naderende eind van de Melkertier
Posted By Haro Kraak On januari 18, 2012 @ 16:50 In Algemeen, Mooi, Reportage | No Comments
MUG Magazine, het Maandblad voor Uitkeringsgerechtigden, ging de afgelopen jaren van een chaotische bende trotse uitkeringstrekkers naar een zakelijk journalistiek medium. Het blad wordt geteisterd door bezuinigingen, maar kent een groeiende doelgroep: de minima van Amsterdam. NAP Nieuws nam een kijkje op de wekelijkse redactievergadering.

Redactievergadering MUG foto: Hilco Koke
AMSTERDAM, 18 januari – “Mag ik er hier eentje van draaien?”, vraagt Leo, een 32-jarige dakloze, met een pak halfzware shag in zijn hand. Hij is nieuw en oogt een beetje onwennig. Hij is voor de tweede keer als vrijwilliger aanwezig op de redactievergadering van MUG Magazine, dat sinds 1988 gratis in Amsterdam te verkrijgen is. Niemand weet van wie het pak shag is, dus Leo laat het nog even liggen.
De vergadering vindt plaats op het kantoor aan de Tilanusstraat, met uitzicht op de aanbouw van de nieuwe HvA-campus. Elk maandagochtend rond de klok van elf worden de ideeën voor het volgende nummer besproken. Voor het februarinummer staat al een aantal stukken klaar. Een vrouwelijke redacteur stelt voor om naar het Paddestoelen Paradijs te gaan, een tentoonstelling van Mediamatic aan de Vijzelstraat. Ze heeft ook perskaarten voor de Huishoudbeurs aangevraagd. “Kun je het niet combineren?”, stelt Leo voor. “Paddo’s nemen en dan naar de Huishoudbeurs gaan.”
Zo moet het pakweg vijftien jaar geleden ook gegaan zijn. Toen de “babbelcultuur” nog hoogtij vierde bij MUG. Tegenwoordig is de aanpak op de redactie zakelijker. “We dwalen af”, reageert Jaap op de grap van Leo. “Dit is niet relevant.” Jaap is sinds 1 januari één van de drie overgebleven “Melkertiers” bij MUG, een eufemistische term voor Melkertbanen, arbeidskrachten die via de Wet Inkomen Werk (WiW) of de regeling Instroom/Doorstroom (I/D) werkzaam zijn. Voor de jaarwisseling waren dat er nog negen. Alleen ICT’er Jaap, redacteur Marcel en koerier Fred zijn nog over.
Inmiddels is het de beurt aan Leo om zijn idee aan de groep voor te leggen. “Jij bent nog steeds bezig met het daklozenverhaal, dat er ooit gaat komen?”, vraagt Marco, die de vergadering leidt. Leo knikt. “Maar het zijn er zoveel”, zegt hij. Hij vindt het moeilijk om structuur aan te brengen in zijn verhaal. Hij heeft nog wel een andere vraag. Laatst heeft hij iets voorgeschoten, of hij dat terug kan krijgen. “Dat is nou een typische ‘Joop-vraag’”, zegt Marco. Daarmee doelt hij op de afwezige Joop Lahaise, de 55-jarige hoofdredacteur van het blad. Hij is aan het werk op zijn kamer.
Negen van de tien keer zit hij wel bij de vergadering, zegt Lahaise. Al wil hij zich niet teveel bemoeien met de inhoud van het blad. Joop Lahaise staat al vijf jaar aan het roer van MUG Magazine, dat een oplage heeft van ongeveer 35.000. Hij heeft van dichtbij meegemaakt hoe de sfeer op de redactie en in het land is veranderd. Dat Den Haag het gesubsidieerd werken wil afbouwen, begrijpt hij. De manier waarop dit gebeurt, “de sterfhuisconstructie”, hekelt hij. “Je gooit het kind met het badwater weg”, zegt Lahaise met zijn diepe, doorrookte stem.
Voor 1 januari werd het loon van de WiW’ers bij MUG nog volledig door de gemeente betaald. Nu draait het blad voor 40 procent van de loonkosten op. In 2013 is dat zelfs 70 procent. En in 2014 is het klaar, dan zullen de overgebleven Melkertbanen geschrapt worden. Voor MUG betekent dit, dat de redactie steeds meer op vrijwilligers moet leunen. Tegelijkertijd moet het blad commerciëler worden. Lahaise wil in de toekomst met een kleine groep professionals werken. De aansluiting met de doelgroep, het “voor-en-doorgevoel”, moet dan van de vrijwilligers komen. Mensen zoals Leo.
Het zijn vreemde tijden voor MUG. “Door de bezuinigingen wordt onze doelgroep steeds groter, de vraag naar ons blad groeit”, zegt Lahaise. “Maar de crisis raakt ons ook, we hebben te maken met dalende advertentiekosten en een gedwongen reorganisatie.” Lahaise runt een bedrijf. Dat was vroeger wel anders. Halverwege de jaren negentig omarmde de redactie nog de “chaostheorie”, een vergadering kon “uren duren”. Dat het blad elke maand uitkwam, mocht “een klein wonder” heten, schrijft vertrekkend redacteur Martin Brandwagt in het januarinummer. Hij was vijftien jaar lang een van de Melkertiers bij MUG. In zijn tijd stond de naam, Maandblad voor Uitkeringsgerechtigden, nog voluit uit op de voorkant. Lahaise, de eerste ongesubsidieerde werknemer in loondienst van uitgever Stichting BBU, maakte daar in 2007 MUG Magazine van. De naamsverandering staat symbool voor een mentaliteitsverandering.
Het eind van de vorige eeuw was een paradijselijke tijd voor de doelgroep van MUG. “Een uitkering genieten was nog geen schande en werkende armen waren er nauwelijks”, volgens Brandwagt. Dat is nu wel anders, erkent ook Lahaise. “Mark Rutte zegt: ‘voor wie wil werken is er werk’. Dat vind ik een gevaarlijke manier van denken”, zegt de hoofdredacteur. “Je laat een hoogopgeleide niet zomaar vakken vullen, dat is idioot.” MUG is er juist voor die hoogopgeleiden met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het blad dient als opstapje naar de serieuze journalistiek.
Op de vraag hoe Lahaise de toekomst van MUG Magazine tegemoet ziet, antwoordt hij: “Niet heel erg negatief.” Hoewel de afbraak van het gesubsidieerde werk er hard inhakt, heeft hij vertrouwen in zijn blad. “Wij moeten winst maken in een tijd dat het normaal is dat je verlies lijdt”, zegt hij. Tot nu toe heeft de inkrimping van de redactie nog geen negatieve gevolgen gehad voor de kwaliteit. “Al moeten we geen voorbarige conclusies trekken. Het eerste nummer in de nieuwe bezetting moet nog uitkomen.”
Dat nummer is nu bijna rond. De vergadering loopt op zijn eind. Gestructureerd gaat Marco iedereen langs bij de rondvraag. “Heb jij nog een vraag?” In hoog tempo volgen er zeven opeenvolgende ‘nee’s’. Michiel, een vrijwilliger die op een gouden schakel ketting na volledig in het zwart gekleed gaat, vraagt: “Doen we nog iets met het einde van de wereld?” Nee, dat is niks voor MUG. Dan mag Leo weer. “Hoe stel je prioriteiten?”, vraagt hij aan niemand in het bijzonder. Even lijkt de groep verbouwereerd. “Ook dat is een Joop-vraag”, zegt Marco. Hij bedankt de aanwezigen voor de productieve bijeenkomst. De vergadering heeft krap een half uur geduurd.
‘De bankiers liggen straks in een deuk’
Posted By Eva de Valk On oktober 17, 2011 @ 18:51 In Algemeen, Reportage | 1 Comment
De betogers van Occupy Amsterdam zijn niet alleen tegen de banken, maar ook tegen de politiek. Politieke partijen zijn “veel te strak georganiseerd, veel te oubollig”. Op zoek naar nieuwe vormen van verzet.

Woede op het beursplein. Foto: Eva de Valk
Mark Rutte kruipt op handen en voeten over de grond. Aangelijnd, door een bankier in een driedelig pak: een schoothond van het grootkapitaal. Andere betogers zijn niet verkleed maar houden het bij een spandoek: ‘Den Haag is er voor de banken! Wie is er voor ons?’, ‘De top mag graaien, de rest laat zich naaien’, en ‘Belast de rijken. Tel uit je winst!’. Een klein dametje uit haar woede nog eenvoudiger: ze heeft een handschoen op een stok gezet. Een opgestoken middelvinger.
Boos zijn de betogers van Occupy Amsterdam. Zo’n 1.500 demonstranten verzamelden zich afgelopen zaterdagmiddag op het Beursplein in Amsterdam, in navolging van de bezetting van Wall Street in New York. Hun woede richt zich in eerste instantie tegen banken en financiële instellingen, maar ook tegen de politieke partijen en de vakbonden. SP-leider Emile Roemer en PvdA-kamerlid Ronald Plasterk kwamen langs om hun steun te betuigen, maar veel demonstranten hadden daar geen boodschap aan. ‘Dit is niet de plek voor partijpolitiek’, stond op een van de spandoeken. Of, zoals Jelle Brandt Corstius twitterde in de aanloop van de demonstratie: ‘SP’ers en FNV’ers die naar Occupy Amsterdam komen: hulde! Maar laat petjes en ballonnetjes met logo thuis.’ Waarom voelen de demonstranten zich niet thuis bij de klassieke politieke instituties? En hoe willen zij iets veranderen aan het systeem als ze er zelf geen onderdeel van willen uitmaken?
Geld
Ferdinand Lang, een jonge jongen met donkere kleding en een ernstig gezicht, deelt flyers uit van de zogeheten Zeitgeist-movement. Een beweging die af wil van het monetair systeem en oproept tot een nieuwe organisatie van de wereld, gebaseerd op een eerlijke verdeling van grondstoffen. “Alle sociaal-economische problemen komen voort uit ons geloof in geld”, legt Lang uit. “Geld is een illusie, een manier om banken rijk te maken en anderen buiten te sluiten.” De zittende politieke partijen wijst hij per definitie af, want “zij houden de illusie in stand”. Als je echt vrij wilt zijn, moet je dan ook leren te leven buiten het economisch systeem, denkt hij. Door zelf groenten te verbouwen bijvoorbeeld, je eigen kleding te maken. “Dat proberen wij mensen te leren. Als het systeem echt instort, ben je tenminste in staat jezelf te redden. En anderen natuurlijk.”

Weinig vertrouwen in de politiek. Foto: Eva de Valk
Andere demonstranten hopen dat politici het protest zien als oproep tot ingrijpende hervormingen. Zoals Paul Metz, een man met grijzend haar en een keurige beige mantel. Metz is in het dagelijks leven consultant bij een bedrijf voor duurzame energie, vandaag is hij in Amsterdam om de onvrede te ondersteunen. “De banken hebben de gelegenheid gekregen om zichzelf te veranderen”, zegt hij. “Dat hebben zij niet gedaan.” Hij steekt zijn wijsvinger op: “Nu is de politiek aan zet. Zij moeten de regie nemen. Anders gaat het straks echt mis, en krijg je een oproer van mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt of anderszins de dupe zijn van de crisis.” Politici moeten dus het werk doen, maar zij moeten wel vaart maken. Metz: “Hoe langer ze wachten met ingrijpende hervormingen, des te groter de schade.”
Internet
Dan is er nog een groep demonstranten die het politieke systeem willen vernieuwen via internet. Jos Blok bijvoorbeeld, ICT’er uit Maastricht. Hij is teleurgesteld in de politiek. De laatste verkiezingen heeft hij op Wilders gestemd, maar die bereikt volgens hem niet veel. Het politiek systeem is “veel te strak georganiseerd, veel te oubollig”. Blok draagt een Anonymousmasker, maar aan de achterzijde van zijn hoofd. Zijn gezicht is niet bedekt. “Ik hoef niet anoniem, iedereen mag weten dat ik hier sta.” Het liefst zou hij verkiezingen zien via internet, met referenda en gezamenlijk overleg. Net als bij Anonymous, een club internetactivisten waar hij deel van uitmaakt. Blok: “De meeste stemmen gelden. Duidelijk toch? Nu is het politieke systeem zo dat de meeste stemmen niet gelden. Je kiest ergens voor en daarna wordt het toch dezelfde kliek die het onderling regelt.”
Ook Ruben Vlek, een 25-jarige geschiedenisleraar uit Zoetermeer, draagt een Anonymousmasker. Internet heeft de wereld veranderd, en politici moeten zich aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid, vindt hij. “Het gaat om maximale transparantie. Hoe meer informatie, des te beter. Want dan kunnen mensen zelf een keuze maken.” In Berlijn stemden afgelopen maand negen procent op de Piratenpartij, een partij die zich inzet voor privacy van burgers op internet. Daar kan Vlek zich in vinden. “In de oude wereld is het zo dat een klein groepje bepaalt wat de rest te weten komt. De ene procent selecteert voor de rest. Nu kan iedereen zijn eigen informatie selecteren, en bepalen wat hij ervan vindt. Maar dan moet je natuurlijk ook echt invloed kunnen uitoefenen. Daar moet nog iets op worden bedacht.”
Occupy Amsterdam
‘Occupy Amsterdam’ ging afgelopen zaterdag van start op het Beursplein. De betogers demonstreren tegen de macht van banken en sociale ongelijkheid, in navolging van de bezetting van Wallstreet die vier weken geleden is begonnen in New York. De Occupy-beweging wil een discussie op gang brengen over hoe de samenleving eerlijker kan worden georganiseerd.
Sinds zaterdag zijn er wereldwijd demonstraties onder de vlag van ‘Occupy’, onder andere in Brussel, Rome, Londen, Frankfurt, Tokio en Melbourne. In Nederland werd zaterdag behalve in Amsterdam ook gedemonstreerd in Den Haag. In Rotterdam en Utrecht vonden demonstraties van kleinere schaal plaats.
Microfoon
Op de hoek van het plein staat een wit busje met een microfoon en geluidsinstallatie, waarbij steeds anderen het woord krijgen. Er is niet één leider, er is niet één boodschap. Iedereen die iets wil zeggen, kan de microfoon krijgen. De banken hebben ons bestolen, zegt een man met een rode clownsneus op. Er is een daklozenopvang voor vrouwen met kinderen waarop wordt bezuinigd en dat is heel erg, zegt een maatschappelijk werkster met overslaande stem. Ik krijg een Wajonguitkering en voel me bedreigd door het rechtse kabinet, zegt een meisje met een autisme stotterend. Laten we met een club mensen afspreken en kijken hoe we de wereldvrede kunnen bevorderen, zegt een ander. De meeste sprekers krijgen een applaus. Alleen als een jongen een samenzweringstheorie uit de doeken doet over “chemtrails”, chemische stoffen die vanuit vliegtuigen over ons heen zouden worden gesproeid, klinkt er boe-geroep.
Henk Keizer, een vijftiger uit Beuningen, schudt zijn hoofd. Hij draagt een SP-trui met een grote tomaat onder een rood SP-windjack. “Dit schiet niet op”, zegt hij geïrriteerd. “Het is allemaal gezellig, iedereen heeft een mening. Nu staan ze hier en roepen ze ‘actie actie’, maar vanavond ligt iedereen weer thuis op de bank. En de bankiers liggen in een deuk. Die gaan maandag gewoon weer aan het werk.” Als je iets wilt bereiken, moet je je aansluiten bij een politieke partij, vindt hij. Hij kan er niet bij dat slechts 2,5 procent van de Nederlanders lid is van een partij. “Iedereen heeft het over politiek, iedereen doet of hij betrokken is. Maar ze gaan niet over tot echt handelen.” Hoe komt dat? Hij denkt even na. “Nederlanders zijn bang en lui geworden”, zegt hij dan.
Bang en lui zijn Nederlanders niet, denkt Jean Tilly, hoogleraar politicologie aan de UvA. Hij staat tegen het beursgebouw geleund en kijkt naar de vrolijke chaos op het plein. “Deze mensen zijn juist heel betrokken”, zegt hij, “maar hebben het gevoel dat de politiek is vastgelopen. Politici lukt het niet echte hervormingen door te voeren. Die onvrede zie je in heel Europa. Mensen zoeken naar nieuwe vormen van politieke betrokkenheid.” Internet als mogelijkheid om burgers te betrekken en meer transparantie over besluitvorming zijn daar voorbeelden van. Enthousiast vertelt hij over het project G1000 in België, een initiatief van schrijver David Van Reybrouck. Daarin worden duizend willekeurig gekozen burgers bij elkaar gebracht om te overleggen over de toekomst van hun land in een zogeheten ‘burgertop’. Tilly: “De politieke situatie in België is natuurlijk uitzonderlijk slecht, maar die ontevredenheid over het functioneren van de democratie zie je overal terug.”

Zo'n vijftienhonderd demonstranten op het Beursplein
Of hij denkt dat Occupy Amsterdam ergens toe leidt? Hij fronst en kijkt over het plein. “Eigenlijk is dit de klassieke vorm van protest: de straat op gaan wegens gedeelde onvrede”, zegt hij. “Alle grote sociale bewegingen zijn ooit zo begonnen. Maar er is ook veel dat zo is begonnen en wat niets geworden is.” Na een tijdje moet wel duidelijk worden wat de betogers willen, en wie daar over gaat, zegt Tilly. Er zijn leiders nodig, en een plan. Dat is belangrijk voor de continuïteit.
De betogers beginnen tenten op te zetten. Om twaalf uur ’s staat er één koepeltentje, vijf uur later zijn dat er al een stuk of twintig. Voor een de tenten heeft een betoger een bordje geplaatst: ‘Wij gaan niet meer weg.’
Quarterlifen op het platteland
Posted By Emma Meelker On oktober 15, 2010 @ 17:30 In Algemeen | No Comments

Image via Flickr: TheAlieness GiselaGiardino²³'s photostream
De quarterlife-crisis is niet zomaar een label voor verwende twintigers. Tjitske woont weer bij haar ouders om aan te sterken: “Ik werd midden in de nacht wakker en kon niet meer bewegen.”
Tjitske (23) heeft net de kalveren melk gegeven. “Fijn hersenloos werk dat me lichamelijk zo uitput, dat ik vier van de zeven nachten tenminste een beetje slaap”, zegt ze met een zucht. Sinds mei dit jaar is Tjitske terugverhuisd naar de boerderij van haar ouders in Rasquert.
Ze kon haar leven in Rotterdam niet meer aan, durfde de straat niet meer op. Haar psycholoog en coach stelden vast: een vorm van ‘quarterlife-crisis’.
De term quarterlife-crisis zoemt al een tijdje rond. Twee jaar geleden dook het woord op in het twintigers-alfabet in het Volkskrant Magazine: “De wereld ligt aan onze voeten, alles mag en alles kan, maar welke dingen maken ons echt gelukkig? Gehoord op een feestje: ‘O, zij ja, die is weer zo aan het quarterlifecrisen. Toch echt wel kut, hoor.’”
Houvast
Zoals het toen werd gesignaleerd als een grappig bijverschijnsel van de vele keuzemogelijkheden waar onze generatie mee te maken krijgt, zo horen we anno 2010 van de studentenpsychologen over een patiënttoename van 10 procent: steeds meer twintigers raken door de overvloed aan mogelijkheden houvast kwijt en worden angstig en depressief. In Amsterdam ziet studentenpsycholoog Peter Dekker dat keuzestress zich opwerkt naar de tweede grootste klacht. “Tien jaar geleden ging het nog om problemen rond sexualiteit.”
De studentenpsychologen maken zich bovendien zorgen over de grote groep zeer perfectionistische studenten. Het leven is maakbaar en falen behoort niet tot de opties. Vooral vrouwelijke studenten willen snel het perfecte studentenleven op poten hebben, en lopen vast.
Net als Tjitske. Vijf jaar geleden verhuisde ze vanuit het boerengat Rasquert naar Rotterdam om algemene cultuurwetenschappen te gaan studeren. Ze vond een fijn huis, maakte veel vrienden, ging als student-assistent aan de slag op de universiteit, sloot zich aan bij allerlei commissies en reisde zich een slag in de rondte. ‘”Ik had het meest fantastische leven ooit, vond ik zelf.”
Tjitske’s grootste probleem, zegt zij zelf, is dat ze van de weeromstuit geen keuzes maakte. “Je bent twintig en je wilt wat, zo zag ik dat. Omdat je de mogelijkheid hebt om alles te doen, wilde ik ook aan alles meedoen. Ik werkte ’s ochtends op de universiteit, studeerde ’s middags, draaide dan een dienst in het theater, had een snelle borrel op de sociëteit en ging dan nog een feestje vieren met collega’s. Zo heb ik jarenlang niet meer dan vier uur geslapen.”
“Daar kreeg ik een kick van, leven op het randje, steeds kijken hoe ver je kunt gaan. maar ik denk dat ik daardoor ook heel veel dingen voor andere mensen heb gedaan waar ik niet zoveel voor terug kreeg. Op mijn studentenvereniging bijvoorbeeld, heb ik me in allerhande commissies gestort omdat ik steeds maar dacht dat mensen dat van mij verwachtten.”
“Ontzettend druk”
Het verwachtingspatroon van de mensen om haar heen bleek een grote rol te spelen in de manier waarop Tjitske haar leven leidde. “Op een of andere manier haal je het in je hoofd dat je vrienden van je verlangen dat je altijd onderweg bent, bezig bent, druk bent. Zo moet je als je een afspraak maakt met iemand altijd eerst zeggen dat je ontzettend druk bent, je agenda erbij pakken en dan een afspraak voor over twee weken inplannen.”
En nog gekker, “Ik merkte dat ik als ik alleen thuis was, dat ik dan onrustig werd. Alsof andere mensen konden ruiken dat ik alleen was en dus saai.”
“Het leven is voor onze generatie helemaal zelf te ontwerpen, je kunt je tijd invullen met alles wat je maar wilt. Als je een gek project met een Australiër op wilt zetten, dan kan dat. Als je in het buitenland wilt studeren, dan kan dat ook. Geef een feestje, doe vrijwilligerswerk, fiets naar Frankrijk voor de lol. En het erge is, dat je op Facebook van iedereen ziet wie zich bezig houdt met welke van al die te gekke dingen en met wie.”
Door al die clubjes, feestjes en verantwoordelijkheden merkte Tjitske dat ze verwijderd raakte van zichzelf. “Ik keek als een toeschouwer naar mijn eigen leven om het steeds te keuren en te herkeuren.”
En dat leven dat Tjitske dan bekeek moest perfect zijn. “Ik denk dat wij allemaal de neiging hebben om niet alleen veel te doen, maar ook nog vinden dat we overal de beste in moeten zijn. En dat gaat veel verder dan school of studie. Je moet ook nog goed kunnen koken, je moet leuke vrienden hebben. Je moet de beste zijn op de dansvloer en dan ook nog eens de jongens onder tafel kunnen drinken.”
Weken in bed
In april kreeg Tjitske opeens last van claustrofobische aanvallen en rare plekken op haar huid. De huisarts schreef een middeltje voor haar huid voor en vroeg of ze misschien gestrest was. “Nee, zei ik , ik had juist een prachtig leven. Twee weken later werd ik midden in de nacht wakker en kon ik niet meer bewegen. Het plafond leek op me af te komen, ik dacht dat ik dood ging. Uiteindelijk heeft mijn lichaam dus een stokje voor mijn levenspatroon gestoken.”
De quarterlife crisis is een identiteitscrisis bij twintigers en (begin) dertigers. Quarterlifers zijn angstig, depressief of somber. Verder zijn ze vaak onzeker over hun identiteit, hebben moeite met keuzes, vergelijken zichzelf constant met anderen en hebben een diep gevoel van verlies van contact met zichzelf. Meestal blijft de quarterlife-crisis beperkt tot keuzestress; onrust en onzekerheid over je toekomst. Soms eindigt de crisis in een totale uitval met zware burnout-verschijnselen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat onderstreept dat burnout in de leeftijdcategorie van 25 – 34 jaar oud 12 procent hoger ligt dan in overige risicogroepen van late dertigers en veertigers, is burnout onder jonge volwassenen een onderschat probleem.
Haar broer bracht Tjitske naar Groningen. Daar lag ze weken in bed, durfde er niet uit te komen. “Ik raakte totaal in paniek als mijn moeder niet in de buurt was.” Verder heeft ze sinds die tijd niet meer kunnen huilen, of boos worden. “Dan moet ik overgeven. Mijn lichaam doet voor me wat mijn hoofd niet meer kan, lijkt het.”
Op het boerenland van Groningen vindt Tjitkse nu langzaamaan wat rust. Onder begeleiding van een psycholoog, een fysiotherapeut die haar vastgelopen spieren losmaakt en een heleboel no-nonsense mentaliteit van de plattelanders, werkt ze aan het terugwinnen van haar zelfvertrouwen. “Ik ben vorige week voor het eerst alleen naar de supermarkt geweest, dat was echt een overwinning.”
In Rasquert vinden ze de quarterlife-crisis trouwens maar onzin, vertelt Tjitske. “Mijn ouders bijvoorbeeld, die snappen er niets van. Zij zaten in de kerk, hoorden dat hun kind doodziek was, maar kregen vervolgens een dochter thuis die, tja, overspannen was. Door het leven in de grote stad, denken zij. Je moet begrijpen dat de midlife-crisis hier misschien net geaccepteerd is. De mensen in het dorp begrijpen niet waarom ik me zo heb laten opnaaien door wat anderen van mij vonden.”
Over twee maanden wil Tjitske weer naar Rotterdam om de draad op te pakken. “Ik hoop dat ik het voor elkaar krijg om rustig te blijven, om alleen energie te steken in de dingen waar ik ook wat voor terugkrijg. Straks wil ik ook gewoon een keer kunnen zeggen, ‘Nee, ik kom niet met je mee vanavond want ik blijf liever thuis en lees een boek.’ En dan zonder dat ik me dan de saaiste persoon op de wereld voel.”
Crisis zorgt voor problemen Haven College
Posted By Alies Uilen On februari 3, 2010 @ 18:32 In Algemeen | No Comments
Amsterdam – Het Amsterdamse Haven College (mbo) moet leerlingen weigeren omdat er door de crisis niet genoeg leerwerkplekken beschikbaar zijn in de haven. Dat zegt Patrick Randel, de onderwijsdirecteur van de school. Een leerling op een leerwerkplek loopt vier dagen per week stage en gaat één dag naar school. Op het Haven College is plek voor 350 leerlingen, maar door het gebrek aan praktijkplaatsen bij bedrijven volgen er nu slechts 120 een opleiding.
Het Haven College in het westelijk havengebied is geopend in september 2009 en is een samenwerkingsverband van de regionale opleidingscentra van Amsterdam, de gemeente Amsterdam en de Stichting Beroepsvereniging Opleidingen Regio Amsterdam (BORA). De school biedt twaalf opleidingen, van ‘logistiek assistent’ tot ‘manager havenlogistiek’.
Ook doorgroeimogelijkheden binnen de school zijn door de crisis beperkt. Bepaalde opleidingen van de laagste niveaus zijn zonder leerwerkplek te volgen. “Er zijn leerlingen die nu stoppen nadat ze niveau 2 hebben gehaald, omdat ze geen werkplek kunnen vinden die nodig is voor niveau 3″, aldus Randel. Soms blijven leerlingen ook langer op school, omdat ze moeten wachten op een leerwerkplek.
De Ondernemersvereniging Regio Amsterdam (ORAM), oprichter van BORA, bevestigt dat het voor bedrijven in de crisis moeilijk is om in de haven leerwerkplekken aan te bieden. “Het aanbod van leerwerkplekken is erg klein, maar toch is het belangrijk om nu mensen op te leiden voor de toekomst. Hopelijk trekt het volgend jaar alweer iets aan, maar dat is moeilijk te voorspellen”, vertelt Victor Koopman, teammanager bij ORAM.
Het Haven College vangt het probleem op doordat het een erkend leerbedrijf is. “Dat betekent dat leerlingen ook praktijkoefeningen kunnen doen in de haven onder toezicht van de school. Helaas is hier geen plek voor alle leerlingen,” vertelt Randel. Verder probeert de school de periode zonder werkplek te overbruggen met aparte programma’s, waarin leerlingen bij verschillende bedrijven kort ervaring opdoen. “Dat is leuk voor de leerlingen, omdat ze dan met verschillende bedrijven kennismaken, maar het is een tijdelijke leerwerkplek.”
De Jongerenorganisatie Beroepsonderwijs (JOB) ziet meer van dit soort problemen in het mbo. “Wij horen ook dat leerlingen geweigerd worden voor een opleiding omdat er geen leerwerkplek is. Verder krijgen we klachten dat leerlingen aangeraden wordt om na een opleiding van niveau 3 niet verder te gaan met niveau 4, omdat er zo weinig stageplaatsen zijn”, aldus beleidsmedewerker Joël de Booys.
De school is volgens directeur Randel nu ook voorzichtiger met werven. “Je kunt een opleiding leuk verkopen, maar dan kom je toch in gewetensnood als er geen reële kans is op een baan.” Leerlingen die wel een opleiding willen volgen aan het Haven College kunnen volgens Randel ook zelf vast een leerwerkplek zoeken. “Er zijn ook leerlingen die werken en wonen in Velsen, en één dag in de week hier naar school komen.”
Na de crisis verwacht Randel de volledige capaciteit van de school te kunnen benutten. “Nederland is een distributieland, de havensector zal de komende jaren groeien. Bovendien worden door de vergrijzing veel werknemers de komende jaren vervangen.”
Een uitgebreide rapportage over de klachten die bij JOB binnenkomen is hier [2] te vinden.
Onderneming starten in crisistijd? Zij wel
Posted By Lise Witteman On januari 29, 2010 @ 18:20 In Interview, Leven | No Comments

Amsterdam – Crisistijd lijkt de beroerdste periode om voor jezelf te beginnen of een zaak op te zetten. Toch durfden deze drie Amsterdammers het risico te nemen. Hoe pakken ze dat aan?
Frank Hylkema (39), vormgever
“Ik werkte negen jaar voor Het Parool in loondienst en was medeverantwoordelijk voor de opmaak van het zaterdagmagazine van de krant. Op een gegeven moment had ik alles gedaan wat ik wilde doen. De rek was eruit, ik kon me niet meer verder ontwikkelen als vormgever. Toen ben ik er augustus vorig jaar mee gestopt.
“De crisis speelde bij mijn besluit helemaal geen rol. Natuurlijk was het een groot risico. Maar ook kranten vormen niet meer zo’n solide basis voor een werknemer. Er zijn regelmatig reorganisaties. Ik zag ook wel kansen als freelancer, juist in deze tijd. Een werkgever kan de hele verantwoordelijkheid op je afschuiven en hoeft niet iemand in loondienst te nemen. Dat scheelt hem kopzorgen. Hij krijgt gewoon een factuurtje.
“Wel merk ik dat het belangrijk is dat je een specialisme hebt, iets wat jou onderscheidt. Toegegeven, er zijn ongelooflijk veel freelancers. Het speelveld is niet makkelijk te betreden. Ik heb in dat opzicht een goede achtergrond doordat ik bij een krant heb gewerkt die iedereen kent en die iedereen leuk vindt. Bovendien heb ik mijn strepen verdiend als vormgever van bladen en kranten.
“Ik ben door de crisis niet goedkoper gaan werken. Als je te lage tarieven vraagt, geef je het signaal af dat je dringend op zoek bent en dat schrikt werkgevers af. Zorg dat je diensten meer waard zijn.”
Wicher Bouman (43), advocaat
“Maandag gaan we van start [3]. Mijn collega-advocaat en ik hebben een verdieping van een herenhuis gehuurd aan de Weteringschans. Door de crisis zijn de huurprijzen flexibeler geworden. Je kunt nu over termijnen onderhandelen, terwijl je vroeger meteen aan een contract van vijf jaar vast zat. Ook het inslaan van spullen is goedkoper. Veel kantoorartikelen zijn tweedehands over te nemen van ondernemingen die failliet zijn gegaan.
“Ik werkte al een paar jaar als freelancer nadat ik negen jaar in loondienst bij een advocatenkantoor had gewerkt. Maar door de recessie kwam het werk van freelancers zwaar onder druk te staan. De omzetten in de advocatuur liepen terug. Als er een klusje moest gebeuren, keken de kantoren eerst of er intern misschien niet iemand was die het ook wel kon doen. Eigen mensen eerst.
“Het idee om een eigen advocatenkantoor in schade-aansprakelijkheid te beginnen, sluimerde toch al een tijdje. Ik denk wel dat we door de crisis voorzichtiger zijn geweest, bezorgder. We merkten het ook bij de banken, ze hielden een voet op de rem. De tarieven die we nu vragen, zijn lager dan die we vijf jaar geleden zouden hebben gevraagd.
“De markt kent onze namen al, dat hebben we in ons voordeel. We hebben ook ons rechtsgebied heel erg toegespitst op datgene waarin we kunnen excelleren. Dat geeft ons een identiteit. Misschien dat mensen nu minder snel geneigd zijn naar een advocaat te stappen, maar vliegtuigen blijven neerstorten, gebouwen blijven in de fik vliegen en mensen blijven onder de tram stappen. In dat opzicht is ons beroep weinig gevoelig voor economische verschuivingen.”
Hevin Jaf (25), kapper
“Mijn compagnon wilde graag iets opzetten, iets beginnen. Eigenlijk het liefst in de horeca, maar door de crisis leek hem dat geen goed idee. Toen kwam hij langs een prachtig pandje van Stadsherstel Amsterdam (beheer van authentieke panden red.) in het centrum en wist hij dat het geknipt zou zijn voor een kapperszaakje. Mij kende hij van de kapperszaak in zijn buurt. Dus sprak hij me zomaar aan op een dag: ‘Kun jij knippen?’ We raakten in een heel goed gesprek en besloten uiteindelijk samen ervoor te gaan. Dat werd studio 19.
“Ik had mij altijd al voorgenomen voor mijn vijfentwintigste iets op mijn naam te hebben. Dat was mijn droom. De crisis vormde voor mijn droom geen belemmering. Want of het nu hongersnood of oorlog is, haren blijven groeien en haar moet toch geknipt worden.
“Toen ik de kniptarieven vaststelde, keek ik naar de buurt, maar ook naar mijn eigen kwaliteiten. Ik weet wat mijn werk waard is. Als je een tientjeskapper bent, zet dat ook een negatieve stempel op je naam. Dan lopen mensen in en uit en kan je zaak niet de sfeer krijgen die het nu wel heeft.
“In het begin moet je natuurlijk wel mensen naar je toe krijgen. De studenten die we korting [4] geven, nemen vervolgens hun vriendjes en moeders mee. Klanten van de zaak waar ik eerst werkte, volgden mij naar mijn nieuwe zaak en zijn zo tevreden dat ze nu hun nichtjes meenemen, die weer een oom meenemen, die weer een zus meeneemt, enzovoort. Ik wist dit niet van tevoren, maar het gaat er vooral om dat ze het je gunnen. En dat verdien je door hard te werken.”
Zekerheid of flexibiliteit op de arbeidsmarkt
Posted By Nelleke Koops On september 25, 2009 @ 18:33 In Algemeen | No Comments
Elk jaar moeten schoolverlaters en afgestudeerden kiezen als zij de arbeidsmarkt betreden: een vaste baan met veel zekerheid of een risicovolle baan met veel vrijheid. Maar valt er nog wel wat te kiezen in tijden van economische crisis?
AMSTERDAM – Hij had het er wel gezien. Bart Kooij (40) werkte jarenlang als creatief directeur bij het Amsterdamse reclamebureau Ubachs Wisbrun/JWT. Hij was in vaste dienst, had een goed salaris en goede arbeidsvoorwaarden, maar miste de vrijheid om zelf zijn tijd in te delen.
Als manager van veertig man personeel was hij meer bezig met het aansturen van mensen dan met het creatieve werk waar hij goed in was. “Ik zat soms ’s avonds om negen uur in de auto naar huis en had het gevoel dat ik de hele dag in een achtbaan had gezeten, van de ene naar de andere vergadering”, zegt hij. Nu werkt hij sinds een paar maanden voor zichzelf en dat bevalt een stuk beter. “Ik doe ik weer wat ik leuk vind, en ook nog eens wanneer ik het wil.”
Iedere dag van negen tot zes achter hetzelfde bureau, maar een stuk minder zorgen
Ze was het zat. Milou van Dijk (33) had vijf jaar gewerkt als interim jurist. Ze verhuurde zichzelf aan bedrijven of banken voor een tijdelijke klussen. In het begin vond ze de vrijheid prettig. Zelf kiezen waar ze aan de slag ging en vooral: zelf het geld innen. Maar het gebrek aan zekerheid werd haar uiteindelijk te veel. “In goede tijden kon ik kiezen uit vijf verschillende projecten, maar in slechte tijden zat ik rustig een paar maanden niets te doen. Ik werd er gek van.” Nu werkt ze sinds een half jaar bij een makelaar in verzekeringen. Iedere dag van negen tot zes achter hetzelfde bureau, maar een stuk minder zorgen.
9 to 5 [5]
Schoolverlaters en afgestudeerden die deze maand de arbeidsmarkt opgaan, moeten dezelfde afweging maken als Kooij en Van Dijk: tussen een vaste baan met veel zekerheid of een risicovolle baan met veel vrijheid. Hoeveel keuze is er eigenlijk nog?
Nieuwkomers op de arbeidsmarkt
Deze maand betreden 10.500 Amsterdamse schoolverlaters en afgestudeerden de arbeidsmarkt. De vooruitzichten op een goede baan zijn somber. De Stichting Economisch Onderzoek (SEO) van de Universiteit van Amsterdam presenteerde in juli de verwachte gevolgen van de crisis voor de Amsterdamse arbeidsmarkt. De SEO denkt dat vooral na de zomer de werkloosheid sterk zal stijgen en in 2010 zal pieken op 10 tot 15 procent. Het Platform Arbeidsmarkt en Onderwijs van de gemeente Amsterdam stimuleert daarom jongeren om langer door te leren en probeert (startende) ondernemers tegemoet te komen met onder andere een Garantiefonds Microkredieten en een vermindering van de administratieve lastendruk met 25 procent.
Uitzendbureau
Zo’n vijftig jaar geleden deden dit soort dilemma’s zich niet voor. Je werkte in vast dienstverband of je werkte niet. De eerste uitzendbureaus die eind jaren zestig verschenen, werden toen nog gezien als dubieuze bolwerken van koppelbazen. In de jaren tachtig steeg het aantal uitzendbureaus en daarmee het aantal tijdelijke banen substantieel.
De verhouding tussen vast en flexibel werk is de afgelopen tien jaar stabiel gebleven, zegt arbeidseconoom Ronald Dekker. Het aantal flexibele banen en zelfstandigen is weliswaar sinds de jaren negentig gestegen, maar het aantal vaste banen steeg net zo hard. Nog steeds kiezen volgens Dekker verreweg de meeste mensen voor een vast contract, met als grootste voordeel zekerheid. Tachtig procent van de beroepsbevolking heeft op dit moment een vaste baan.
Een vast dienstverband betekent dat een bedrijf vertrouwen heeft in een werknemer
Hoewel inmiddels niet meer argwanend wordt gekeken naar tijdelijke contracten, ontlenen mensen nog altijd meer status aan een vaste baan. Een vast dienstverband betekent dat een bedrijf vertrouwen heeft in een werknemer. Met dat vertrouwen – en het vaste salaris dat daarbij hoort – kan weer het vertrouwen van anderen worden gewonnen. Bijvoorbeeld van de bank, die je sneller een hypotheek verstrekt voor een eigen huis. En dat niet alleen. Het betekent ook een goede pensioenvoorziening, doorbetaling bij ziekte of zwangerschap, bedrijfsuitjes, kerstpakketten en jarenlang dezelfde grapjes van collega’s tijdens de lunch. In sommige gevallen zelfs een leaseauto, een bonus en een dertiende maand.
Toch is het slechts nog een kwestie van perceptie dat een vast contract veilig is, denkt Stephan Renken, directeur van de Nederlandse tak van werving- en selectiebureau Badenoch & Clark. “De waarde van een vast contract wordt kleiner in crisistijd, naarmate meer bedrijven gedwongen reorganiseren. Je ziet het nu in de advocatuur en het notariaat, maar ook bij banken. Die golden jarenlang als hele veilige werkgevers.”
Inmiddels hebben veel grote advocatenkantoren op de Zuidas medewerkers moeten ontslaan. De contracten van drie jaar waarmee jonge advocaten beginnen, worden nauwelijks meer omgezet in een vaste aanstelling. In het notariaat werden dit jaar al 120 van de 2.000 kandidaat-notarissen ontslagen. Ook bij grote banken als ING, ABN Amro en RBS zijn werknemers niet meer veilig. Sinds het uitbreken van de kredietcrisis werd daar de ene ontslagronde na de andere aangekondigd.
Startende ondernemers
Maar niet iedereen met een flexibele baan kiest bewust voor die onzekerheid
Wie geen vaste baan heeft, mist de zekerheid van een vast inkomen en een uitgestippelde toekomst, maar heeft wel de vrijheid om zelf zijn carrière vorm te geven. Die behoefte aan vrijheid blijkt bij startende ondernemers zo groot, dat zij de risico’s van de recessie op de koop toe nemen. In de eerste helft van dit jaar schreven bijna 48.000 ondernemers zich in bij de Kamer van Koophandel, zo’n 3.000 meer dan in de eerste helft van 2008. Amsterdam had met 3.793 inschrijvingen de meeste startende ondernemers van Nederland.
Maar niet iedereen met een flexibele baan kiest bewust voor die onzekerheid. In de creatieve industrie zijn vaste contracten schaars. Van de vacatures in de databanken van Creatieven.com, Redactie&Co en Communicatie&Co biedt maar twintig procent uitzicht op een vast dienstverband. In gunstigere tijden loopt dat aantal op tot veertig procent, maar het blijft minder dan de helft. Iedere maand melden zich nu zo’n honderd nieuwe mensen aan op zoek naar een baan en iedere vacature kan rekenen op meer dan vijftig reacties. Oprichter Michael Boud: “In 2007 zijn er enorm veel freelancers bijgekomen omdat het toen goed ging met de economie. Die storten zich nu massaal op de tijdelijke contracten.”
Risicovolle banen:
- Ondernemer
Gemiddeld aan zichzelf toegekend salaris (bruto per maand): 3166 euro- Journalist/redacteur (alle media)
Gemiddeld startsalaris (bruto per maand) 2511 euro
Zoektijd naar baan: 3,2 maanden- Industrieel vormgever/ontwerper
Gemiddeld startsalaris (bruto per maand): 2139 euro
Zoektijd naar baan: 4 maandenVeilige banen:
- Accountant
Gemiddeld startsalaris (bruto per maand): 2134
Zoektijd naar baan: 2,3 maanden- Actuaris
Gemiddeld startsalaris (bruto per maand): 2830
Zoektijd naar baan: 1 maand- Beleidsmedewerker overheid
Gemiddeld startsalaris (bruto per maand): 2660
Zoektijd naar baan: 3 maandenBron: Elsevier onderzoek Beste Banen en Loonwijzer.nl
Sommigen beginnen voor zichzelf, met wisselend succes. Alleen heel goed zijn in wat je doet, blijkt niet genoeg. Je moet het product ook aan de man kunnen brengen. Juist creatieve mensen zijn volgens Boud vaak niet erg commercieel. “Die missen in economisch zware tijden de boot”, zegt hij. “Vooral nu komt het aan op ondernemerskwaliteiten.”
Bart Kooij heeft zijn commerciële leerschool al gehad. Het was een belangrijke reden om eerst bij een groot reclamebureau te beginnen. Door daar het trucje af te kijken, kan hij het nu zelf gaan doen. “Alles wat ik daar heb geleerd is lekkere bagage voor nu”, zegt hij. “Maar commercieel denken blijft lastig. Opdrachtgevers willen zeker in deze tijd alles voor niets, je moet constant onderhandelen. En als ze niet betalen, moet je er zelf achteraan.”
Doorstroom
Afgezien van de ondernemers die niets liever willen dan eigen baas zijn, is de doorstroom van flexibele naar vaste banen volgens arbeidseconoom Dekker redelijk groot. Hoe hoger opgeleid de werknemer, hoe sneller deze een vast contract zal bemachtigen. Een structurele tweedeling van de arbeidsmarkt in mensen die altijd zullen blijven hangen in tijdelijke contracten en zij die altijd werken in vast dienstverband, zoals wel door economen wordt beweerd, is volgens hem onzin. “Onder de huidige omstandigheden is het misschien eerst nog een jaartje sappelen, maar in het algemeen vinden hoger opgeleiden als ze dat willen vrij snel een vaste baan.”
Milou van Dijk is hiervan het levende bewijs. Toen ze eenmaal had besloten weer in loondienst te gaan, solliciteerde ze bij haar huidige werkgever op een baan met een half jaar contract. Eerst twijfelde ze, want ze was juist op zoek naar meer zekerheid. “Ik dacht daar gáán we weer. Dan weet ik nog steeds niet of ik over een half jaar wel werk heb. Pas toen ze zeiden dat ik kon blijven als ik beviel, was ik om. En nu mag ik blijven.”
Kringloopwinkel meer klandizie
Posted By Carlinde Broeks On februari 17, 2009 @ 17:27 In Mooi, Nieuwsbericht | No Comments
AMSTERDAM – 17 feb. Kringloopbedrijf De Lokatie heeft in 2008 ongeveer 5 procent meer kopende klanten gehad ten gevolge van de economische crisis. Dat zegt bedrijfsleider Menno Hoekstra. Het bedrijf bezit twee van de negen kringloopwinkels in Amsterdam. Hoewel de verkoop toeneemt, loopt de kwaliteit van het aanbod terug.
De Lokatie verkoopt vooral meer kleding. ‘Mensen die minder te besteden hebben, kopen kleding nu eerder in de kringloopwinkel om geld te besparen’, zegt Hoekstra. De inkomsten van het kringloopbedrijf gaan niet omhoog door de grotere toestroom van klanten. Dat komt omdat de kwaliteit van de aangeleverde producten afneemt, waardoor er minder voor gevraagd kan worden. ‘Mensen blijven nu langer op dezelfde bank zitten’, zegt Hoekstra. ‘De banken die wij binnenkrijgen zijn daardoor ouder en zien er slechter uit.’
Harry Slotema, directeur van de Branchevereniging Kringloopbedrijven Nederland (BKN), kan niet zeggen of de grotere toestroom van klanten in het hele beroepsveld te zien is. Bij de BKN zijn circa 220 kringloopbedrijven aangesloten. De officiële jaarcijfers van 2008 worden tussen mei en augustus verwacht. Dan kan pas met zekerheid gezegd worden of er inderdaad sprake is van een trend. ‘Uit contacten die ik heb met de kringloopbedrijven in Nederland, kan ik wel zeggen dat de verkoop niet is teruggelopen’, zegt Slotema.
Concurrentie van veilingwebsites zoals marktplaats.nl, verwacht Slotema niet. Hij erkent dat meer mensen hun spullen eerst op internet zullen proberen te verkopen. ‘Die ontwikkeling wordt vereffend door de groeiende aanlevering van producten ten gevolge van de vergrijzing’, zegt Slotema. ‘Er is een grotere groep oudere mensen. Na overlijden worden de spullen vaak naar de kringloopwinkel gebracht door de kinderen, omdat die alles al hebben.’
Private equity is overal, maar wat is het?
Posted By Nelleke Koops On januari 23, 2009 @ 10:02 In Achtergrond, Leven | No Comments
Sinds de kredietcrisis word je als leek steeds vaker geconfronteerd met financiële termen die weinig tot de verbeelding spreken. Private equity bijvoorbeeld. Voor velen een vaag begrip, maar dichterbij dan je denkt.
AMSTERDAM – 23 jan. Het is zaterdagmiddag. Met het Financieele Dagblad en broodjes van Bakker Bart zit je aan de keukentafel. Je zoekt je leesbril. Twee voor de prijs van een bij Hans Anders. Ondertussen beleg je een broodje met een plak Uniekaas en neem je een slok Simon Lévelt thee. De ANP berichten in de krant stemmen je somber. Je legt de krant weg en zet de televisie aan. Maar ook van het thuiswinkelprogramma op SBS6 word je niet vrolijk. Je besluit naar buiten te gaan. Je slentert wat door de Kalverstraat. Langs
de Hema, Perry Sport, Jamin, Bijenkorf en weer naar huis. Het is koud. Je hebt behoefte aan zon en aan een borrel. Op Sunweb.nl boek je vast een zomervakantie. Met een Bokma in de hand droom je weg bij plaatjes van wuivende palmen en witte stranden.
Achter al deze merken en bedrijven zit een verhaal. Het verhaal van bedrijven in geldnood, die alleen kunnen voortbestaan met geld van private investeerders. Of het verhaal van florerende bedrijven, waarvan de directie op het hoogste punt eruit wil stappen en het bedrijf wil verkopen aan de hoogste bieder.
De term private equity (letterlijk: privaat vermogen) wordt sinds de kredietcrisis steeds vaker gebruikt. Toch hebben weinig mensen een beeld van de wereld die hierachter schuil gaat. En dat terwijl de private equity investeerder niet meer is weg te denken uit het dagelijks leven. Hema, Gouden Gids, Iglo, ANP, Gazelle, SBS6 en Bols zijn, samen met vele andere bedrijven, in handen van deze groep investeerders.
Een private equity firma, ook wel private equity huis genoemd, is een bedrijf dat investeert in niet beursgenoteerde ondernemingen. Omdat deze ondernemingen geen aandelen kunnen uitgeven als ze geld nodig hebben, moeten zij in zo’n geval een beroep doen op banken of op private investeerders zoals private equity huizen. Een private equity huis komt aan zijn kapitaal via pensioenfondsen, verzekeraars en andere grote beleggers. Een kleiner deel wordt gefinancierd door banken. Met dat geld koopt het private equity huis zich in, vaak zodanig dat het de meerderheid van de aandelen bezit. Het reorganiseert of saneert het bedrijf en verkoopt het na verloop van tijd, gemiddeld na 5 jaar, weer met winst. Als het goed gaat tenminste.
2007 was voor de Nederlandse private equity huizen zoals Alpinvest, Gilde en HAL investments een bijzonder goed jaar. In totaal hebben zij in dat jaar 22,5 miljard euro geïnvesteerd in ruim 1.350 bedrijven, waarvan 75% in Nederland is gevestigd. De cijfers van 2008 worden eind april door de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP) bekend gemaakt. Door de kredietcrisis zullen met name de cijfers van het vierde kwartaal van 2008 tegenvallen, waardoor de cijfers van heel 2008 onder druk komen te staan. Ciel Stevens, secretaris van de NVP, verwacht een daling van circa 40% ten opzichte van de investeringen in 2007.
Ook het aantal transacties neemt af. Hoewel de private equity huizen zelf nog over voldoende kapitaal beschikken om ook in 2009 investeringen te kunnen doen, is het door de crisis moeilijker om financiering van banken te krijgen. Bovendien proberen de bedrijven die actief op zoek zijn naar investeerders de verkoopprijs zo hoog mogelijk te houden, ongeacht de economische crisis. Stevens: ‘Ik verwacht wel dat die prijzen in de loop van 2009 omlaag gaan, dat kan niet anders. De crisis schept ook nieuwe kansen. Een bedrijf zal een onderdeel dat slecht loopt en dat niet deel uitmaakt van de core business van dat bedrijf, eerder afstoten. Met behulp van private equity kan zo’n onderdeel dan zelfstandig voortbestaan.’
De halleluja stemming van 2007 en de eerste helft van 2008 is ook bij de private equity huizen verdwenen. 2009 wordt een moeilijk jaar, maar biedt wel kansen, volgens de NVP. De gevels van de winkels aan de Kalverstraat blijven voorlopig dus ongewijzigd. Met het verschil dat je nu weet wie erachter zit.
Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl
URL to article: http://napnieuws.nl/2009/01/23/private-equity-is-overal-maar-wat-is-het/
URLs in this post:
[1] Image: http://www.flickr.com/photos/erwyn/3798224536/
[2] hier: http://www.iso.nl/LinkClick.aspx?fileticket=dSSy3KWnlNw%3D&tabid=36&mid=1229
[3] van start: http://www.boumannuijens.nl/Site_3/Leeg_4.html
[4] korting: http://studio19.nl/studenten.html
[5] 9 to 5: http://www.youtube.com/watch?v=jqiwEafCJ74
[6] Image: http://reblog.zemanta.com/zemified/62145373-d250-49b4-ac7d-7ac28c367775/
Click here to print.
Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.