- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -

Column: de klok slaat van 9 tot 5

Posted By Gidi Heesakkers On januari 11, 2012 @ 16:47 In Algemeen, Column | No Comments

IMG_0819

Foto: Gidi Heesakkers

In iedere editie van NAP schrijft een van onze redacteuren een column naar aanleiding van een tijdstip. Vandaag slaat de klok van 9 tot 5. Voor sommigen is het wel een heel vredige werkdag.

Tot voor kort waren er momenten dat ik maar wat graag het carrièrepad van –pak d’r beet– een verkoopmedewerkster bij de Etos wilde bewandelen. Ik idealiseerde het werkende leven van zo’n meisje als een stressvrije geluksbubbel van lenzenvloeistof, badschuim en multi-gin femiwash. Een geluksbubbel die zich om negen uur in de ochtend opblaast en om klokslag vijf uur in de avond uiteen spat. Dan kan ze naar huis, en mooi niet dat ze haar werk in een plastic tasje meeneemt.

Van alle ambachten die ik in zo’n vlaag van beroepsmatige verstandsverbijstering verwarde met pure ontspanning, moest toezichthouder bij de scooterstalling op de Universiteit van Amsterdam toch wel het meest verkwikkend zijn. Al jointjes rokend een half oogje in het zeil houden, fantastisch. Of beveiliger in een winkel. Gehuld in een maatpak korte wandelingetjes maken tussen kledingrekken, afgewisseld met staan. Dat is fulltime in een spa zitten, maar dan anders.

Een minstens zo rustgevende variant op deze jaloersmakende professie openbaart zich sinds enige tijd in de Amsterdamse metro. De beoefenaar van dit beroep noem ik gemakshalve maar even ‘metroman’. Op elk Amsterdams metrostation heeft de GVB minstens één metroman neergezet. Hij verzet zijn gedachten al ijsberend van de ene naar de andere kant van het perron en beantwoordt nu en dan een OV-chipkaart gerelateerde vraag van een bejaarde reiziger of een toerist. Verder heeft hij alle tijd om geheel volgens de spelregels van het mannelijke brein iedere 52 seconden aan seks te denken. Metromannen kunnen daarnaast ongelimiteerd trainen voor een nog niet bestaand wereldkampioenschap staand dutjes doen.

Omdat de mannen allemaal een fluorescerend geel hesje met ‘informatie’ erop dragen, besloot ik gistermiddag op metrostation Waterlooplein te informeren naar het plezier dat het metroman-zijn oplevert. Hieronder volgt een weergave van de dialoog tussen mij en een metroman in functie:

“Hallo, wat doet u hier?
- “Wat ik hier doe?”
“Ja, daar ben ik al een tijdje erg benieuwd naar.”
- “Mensen informeren en de veiligheid bewaken.”
“Oh. En is dat leuk?”
- “Wat denk je zelf?”
“Het lijkt mij wel lekker rustig, eigenlijk.”
- “Het is heel erg saai. Er gebeurt de hele dag niks.”
“Er gebeurt nooit iets?”
- “Ja, soms wel. Maar meestal niet.”
“En dan sta je hier dus maar een beetje.”
- “Ja.”
“Oh. Nou. Het ruikt hier wel lekker naar Surinaamse broodjes. En je kunt bij die andere zaak hierboven een broodje Viagra bestellen. Dat scheelt misschien een beetje.”
- “…”

De verveelde blik in de ogen van de meneer liet me definitief van de koude kermis thuiskomen. Niks doen, dat is ook niet alles. Daar verandert het achtergrondaroma van een Surinaamse Hapjeshoek natuurlijk weinig aan.

Voorlopig blijf ik maar gewoon journalist. Dat is per slot van rekening ook best een vrij beroep.

Column: de klok slaat 21.00 uur, Chicken Biryani

Posted By Merlijn Kerkhof On januari 6, 2012 @ 15:48 In Algemeen, Column | No Comments

In iedere editie van NAP schrijft een van onze redacteuren een column naar aanleiding van een tijdstip. Vandaag slaat de klok 21.00 uur. Voor Merlijn Kerkhof het ideale tijdstip om een bord Indiaas voedsel te verorberen.

Foto: Jean Wang via Flickr.com

Foto: Jean Wang (Flickr)

“Noordelijke landen hebben talrijke eigenschappen waarom zij geprezen moeten worden en een daarvan is de kracht van hun sanitaire installaties,” schreef Willem Frederik Hermans in zijn roman Nooit meer slapen. Wie wel eens een land op het zuidelijk halfrond heeft bezocht, zal het met Hermans eens zijn. Behalve sanitair hebben de noordelijke landen waar Hermans op doelde nog een ander groot pluspunt: een gevarieerd culinair aanbod.

Dat geldt zeker voor Amsterdam. De hele wereld lijkt hier samen te komen, alles is er te krijgen.

Hoe anders is dat in, bijvoorbeeld, Argentinië. Als een afwisselend eetpatroon je lief is, kun je dat land beter mijden. Mijn culinaire expeditie in juli 2011 leverde helaas een negatief rapport op. Zelfs in de miljoenenstad Buenos Aires moet je de grootst mogelijke moeite doen om een restaurant te vinden waar ze iets anders serveren dan steaks en pizza’s.

Vier weken lang had ik alleen maar empanada’s, biefstuk, pizza en ravioli gegeten. Eén keer had ik me in een dorpje in de Andes gelaafd aan een stuk lama van de parrilla (barbecue), een andere keer kreeg ik een onbestemde bruine vleessoep voorgeschoteld waarin ik maag meende te herkennen. Nergens kwam ik een Chinees tegen. Geen fatsoenlijk visrestaurant, geen stamppot to go. Geen Surinaams-Javaanse warung, laat staan een Febo, zoals thuis. Of dat waar ik de meeste behoefte aan had: een Indiaas restaurant.

Al zo lang ik mij kan herinneren ben ik een groot liefhebber van de Indiase keuken. Ik denk dat ik drie keer per week curry eet, ’s avonds, ’s middags of voor het ontbijt. Heb ik zelf geen tijd om iets te fabriceren dat voor een Indiaas maaltje door kan gaan, dan haal ik zo’n excellente kant-en-klaarmaaltijd van de Albert Heijn of log ik in op Thuisbezorgd.nl.

Curry openbaart zich in vele gedaantes, maar niets is zo goddelijk als een geslaagde Chicken Biryani. Eigenlijk is dat curry voor paupers, want ‘biryani’ betekent net als nasi gewoon gebakken rijst en ‘chicken’ is Engels voor kip. Toch heeft het gerecht een geheimzinnige aantrekkingskracht. Er zitten ingrediënten in die afzonderlijk niet te pruimen zijn (kardemom, komijn en kruidnagel), maar die in ensemble het beste uit elkaar naar boven halen. Europeanen kunnen geen Chicken Biryani maken, het is veel te moeilijk. De verhoudingen en bereidingswijze luisteren heel nauw – je moet er echt etnisch Indiaas, Pakistaans of Afghaans voor zijn.

Na vier weken culinair afzien in Argentinië was mijn volgende bestemming de hoofdstad van Chili, Santiago. In de reisgids las ik dat hier een Indiaas restaurant zou moeten zijn. Eenmaal aangekomen wist ik wat me te doen stond. Een taxi bracht mij naar het adres dat ik voorlas uit de reisgids.

Aan de oranje-wit-groene vlag te zien moest hier het beloofde Indiase restaurant zijn, maar er brandde geen licht. (In een flits trok mijn leven aan me voorbij.) Voor de zekerheid belde ik aan. Een vrouw kwam naar buiten en zei dat het restaurant over een half uur open zou gaan.

Om 21.00 uur plaatselijke tijd zat ik aan de Chicken Biryani. Zelden ben ik zo gelukkig geweest.

In Amsterdam hoef je gelukkig nooit om Chicken Biryani verlegen te zitten. Amsterdam mag dan alleen in naam hoofdstad van Nederland zijn, het is onbetwist de curry capitol van Nederland. De stad telt maar liefst 58 Indiase restaurants. Acht daarvan worden door de recensiewebsite Iens.nl met een 8 of hoger beoordeeld.

Natuurlijk wordt niet iedereen gelukkig van zo’n pittige curry. Gelukkig is er in de Amsterdamse restaurants ook uitstekend sanitair.

Column: De dag van Ben

Posted By Marit Van Kooij On februari 2, 2011 @ 18:46 In Algemeen, Column, Stad | No Comments

De zon komt op, een nieuwe dag breekt aan. En dat is altijd wel de dag van iets. Of iemand. De NAP-redactie kiest iedere aflevering ‘de dag van…’ uit en laat hier haar eigenzinnige licht over schijnen.

Ben is een typische Amerikaan. Luidruchtig, patriottistisch, aardig, nieuwsgierig en –wanneer voldoende gedronken- uitzinnig. Verder is Ben joods, maar dan wel van het Amerikaanse soort. Zo eet hij niet koosjer en heeft hij weinig zin om naar Israël te verhuizen. Hij heeft wel zijn bar mitswa gedaan, maar hij weet niet waarom. Eigenlijk weet hij vrij weinig van het Jodendom. Het joods zijn is voor hem “meer een gevoel”, verklaarde Ben twee jaar geleden. We struinden door de straten van Buenos Aires en hij vroeg me niet zo sceptisch te kijken.

Twee maanden geleden werd Ben gebeld door een Joods-Amerikaanse organisatie. Of hij voor een week naar Israël wilde. Gratis. Ben was blut en de winter in Tucson, Arizona niet boeiend. Ben besloot te gaan. “Het doel is dat Amerikaanse Joden óf ter plekke baby’s maken óf besluiten naar Israël te verhuizen. We sterven namelijk uit”, schreef Ben mij in een email.

Israël was “één grote desillusie”, vertelt Ben als we in een Amsterdams café ons eerste biertje drinken. Zijn groepsgenoten waren “achterlijk” en wisten niets van het Jodendom. “Een meisje dacht dat de sjabbat een koosjer gerecht was”, moppert hij boven zijn bier. Maar de grootste desillusie was dat Ben in de bus naar Jeruzalem besefte wat het eigenlijk betekende dat zijn moeder protestants is. “Ik ben dus helemaal niet joods”, roept Ben in het café uit terwijl hij zijn armen euforisch in de lucht gooit.

Na deze ontdekking besloot Ben de groep te verlaten en zijn reis om te gooien. Hij zat niet in een identiteitscrisis, maar had het wel even gehad met het Jodendom. “Als ik mijn besnijdenis zou kunnen omkeren, had ik dat gedaan. Right then and there”. Hij stuurde zijn moeder een email dat hij, verliefd op Israël, drie weken langer zou blijven, en nam het vliegtuig richting Praag. Om te pokeren. Toen vloog hij naar Berlijn. Om te feesten. En toen naar Amsterdam. Om te blowen. In Praag was hij expres niet naar de Joodse begraafplaats gegaan. “Tijdsverspilling en te toeristisch”, aldus Ben. “Ik had er wel goede foto’s voor mijn moeder kunnen maken.” Hij neemt een slok van zijn bier en valt even stil. “Ik heb wel heel erg tegen haar gelogen. Ze denkt dat ik op een Joodse ontdekkingsreis ben,” zegt hij bijna verdrietig. “Is er in Amsterdam geen Joodse begraafplaats? Jullie hadden toch veel Joden voordat Hitler kwam?”.

Een Joodse begraafplaats in Amsterdam. Ik ken er één. Bij het Flevopark, in Amsterdam Oost. Ik vermoedde dat deze wel wat minder mooi was dan in Praag, maar ik had er nooit echt goed naar gekeken. Het leek me wel een grappig idee: Ben meenemen naar de begraafplaats zodat hij zou beseffen wat hij gemist had in Praag. Om eens flink zijn recalcitrante ‘ik doe niets toeristisch’ houding luister bij zetten.

De volgende dag nam ik hem mee naar het Flevopark. En hier kreeg ik meteen spijt van toen we de begraafplaats eenmaal hadden gevonden. De begraafplaats bestaat uit een moerassig gebied omringd door een sloot en een verroest ijzeren hek. Uit de sompige grond steken schots en scheve zerken, duidelijk verwaarloosd. De begraafplaats lijkt te zinken: aan de randen vallen de zerken zowat in het water. Het is, kortom, vergane glorie. “Zo. Zelfs onze begraafplaatsen sterven uit. Treurig”, concludeert Ben terwijl hij een sigaret opsteekt.

De dag dat Auschwitz werd bevrijd, 27 januari, vliegt Ben terug naar Tucson. Twee dagen later schrijft hij me dat hij zich nog nooit zo Joods heeft gevoeld. En dat komt volgens Ben niet door zijn bezoek aan Israël, maar louter door de aanblik van de zinkende begraafplaats in Amsterdam.

Column: De dag van de Lopende Band

Posted By Fleur de Weerd On januari 14, 2011 @ 17:47 In Algemeen, Column | No Comments

 

Foto: Whiskeygonebad www.flickr.com

Foto: Whiskeygonebad www.flickr.com

De zon komt op, een nieuwe dag breekt aan. En dat is altijd wel de dag van iets. Of iemand. De NAP-redactie kiest iedere aflevering ‘de dag van…’ uit en laat hier haar eigenzinnige licht over schijnen.

Gewapend met een labjas en een haarnetje word ik de inpakafdeling van de kaasfabriek binnen geleid. Er staan zes mensen naast verschillende machines. De een brengt en haalt karren, een tweede trekt de kaas uit de darm, een volgende hakt de kaaskontjes eraf, een vierde stopt ‘m in de snijmachine,  een vijfde legt de plakjes klaar in een vacuümbakje en de laatste doet de bakjes in een kartonnen doos.

Ik ben hier omdat precies vandaag 97 jaar geleden de lopende band is geïntroduceerd. Deze uitvinding werd geclaimd door de koning van consument en producent: autogigant Henry Ford. Nu, bijna een eeuw later is het tijd om eens stil te staan bij deze uitvinding.

“Echt wel, iedereen weet dat Ford met deze uitvinding kwam,” zegt een studievriend tegen me. Aangezien ik het als mijn taak als historicus beschouw – en stiekem ook andere vrienden met een historisch besef heb die de Eerste niet van de Tweede Wereldoorlog kunnen onderscheiden – leg ik de context toch graag even uit: De lopende band werd in 1914 door Ford geïntroduceerd, maar werd in de eeuw ervoor al gebruikt in de muskettenindustrie [1]. Het briljante idee van de arbeidsverdeling is nog ouder. De Schotse filosoof Adam Smith [2] bedacht dat het voor productie het effectiefst was als het in stukken werd opgedeeld. Ford stal zijn shine.

Ik sta nu in de kaasfabriek om te ervaren hoe het er nu voorstaat met die hypermoderne lopende band van toen. Voor me staat Charlotte, productiewerker zes in de kaas-inpak-keten. Ze werkt al veertien jaar op de afdeling. “Ik lust niet eens kaas. Mijn kinderen wel maar die zijn hier geboren.” Ze komt uit Ghana en lacht haar tanden bloot. “Soms eet ik wel komijnekaas hoor.”

Het is pauze. De grijzende laboratoriummedewerker Harry vertelt me hoe de fabriek over de jaren is veranderd. Hij werkt er al dertig jaar. “Toen ik hier begon rookten we gewoon sigaretjes aan de lopende band. En als er een spoedbestelling was werkten we de hele nacht door met een kratje bier.” Hij lacht. “Dan waren we ’s ochtends hartstikke dronken. Nu is alles met haarnetjes en kwaliteitscontrole. En de Polen zijn de Turken van dertig jaar geleden.”

Zijn collega, die anoniem wil blijven, fluistert me toe dat hij het jammer vindt dat Rosalie er niet meer werkt. “Een klein vrouwtje, ze kwam altijd op de brommer, een Sita [3] naar de fabriek. Zij werkte ook in de pauzes.” Ik kijk blijkbaar zo bleu dat hij zijn ogen toeknijpt en een overdreven samenzweerderige toon aanslaat. Wat blijkt: Rosalie ging in de pauze mee met de mannen van de smelterij, voor geld. Toen kwam er ruzie, een man claimde haar de hele pauze. De baas moest er tussen komen. “Die zei: Wat je na werktijd doet moet je zelf weten, maar hier moet je je inhouden. Hij heeft haar toen een seksverbod gegeven.”

“Ook al is Rosalie er niet meer, qua mensen is het werk hier niet veranderd”, zegt Harry snel. Hij pakt zijn broodje kaas uit en neemt een hap. Als ik de zaal verlaat, zie ik dat de inpakkers hun plek in de kaas-inpak-keten weer innemen. Alles gaat zo soepel dat Adam Smith van trots nog rechter zou gaan liggen in zijn graf . Toch is de shine er wel vanaf.

Column – Uitglijders in campagnetijd

Posted By Kristel van Teeffelen On februari 10, 2010 @ 18:10 In Algemeen, Column, Stad | No Comments

Wouter Bos, dutch leader of the PvdA (labour p... [4]
Image via Wikipedia [4]

De één wacht smachtend op een Elfstedentocht, de ander vervloekt de winter en droomt van tropische oorden. Een serie columns over de winter.

Amsterdam – Stel dat het de rest van de winter zo koud blijft? Ik zie mezelf al op 3 maart door een sneeuwstorm, de ijzige kou trotserend, glibberend over de gladde stoep, naar het stembureau bij mij om de hoek lopen. Wat een vreselijk vooruitzicht.

Dat dachten de PvdA Tweede Kamerleden Pierre Heijnen en Paul Kalma ook. Zij vroegen staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Ank Bijleveld (CDA) op 1 februari naar de mogelijkheid om de gemeenteraadsverkiezingen uit te stellen naar een warmere maand. Volgens hen is het in Nederland te koud om campagne te voeren.

Wouter Bos vond het handelen van zijn partijgenoten geen succes: “Elke partij heeft recht op één grote, domme fout tijdens de campagne” zei Bos op 2 februari in RTL Z. “En dit was de fout van de PvdA.” Heeft Bos gelijk? Heeft elke partij recht op één grote, domme fout?

Partijen maken steeds meer gebruik van internet om kiezers te bereiken. Twitteren, bloggen; een beetje politicus doet er tegenwoordig aan mee. Kalma en Heijnen zullen er blij mee zijn; campagne voeren kan ook achter een computer in een lekkere warme kamer. Of toch niet?

Internet blijkt namelijk een valkuil. Zo is Youtube een bron van genante campagnefilmpjes, daar geplaatst door de partijen zelf. Ze doen hard hun best om mensen naar de stembus te krijgen. Niet vreemd met een gemiddelde opkomst van 58,2 procent bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2006. Maar waarom op deze manier?

Zo doet het campagnefilmpje van het CDA in Druten [5]denken aan het begin van een slechte soap. Schijnbaar wist niemand van de fractie hoe ze een filmpje moesten maken, vandaar dat er maar een paar foto’s achter elkaar zijn gezet. De ChristenUnie [6]lijkt met een lekker deuntje en door de stad rennende jonge politici van hun suffe imago af te komen. Het niet zo hippe bruine pak en de wel erg lage hekjes waar ze overheen springen, slaan de plank echter net mis. De tekstschrijver van het campagnelied van de SP [7], kwam schijnbaar niet verder dan “Jij, ik, wij, SP”.  En op de campagneposters van de studentenpartij student058 [8]uit Leeuwarden zit de lijsttrekker naakt in de raadszaal met een biertje voor zijn geslachtsdeel.  De vraag is of deze poster ook stemmers trekt.

Er worden dus genoeg fouten gemaakt tijdens campagnetijd. Maar of deze fouten evenredig zijn aan de grote, domme fout van Heijnen en Kalma, is de vraag. Zij hebben hun verzoek over het uitstellen van de verkiezingen inmiddels weer ingetrokken. Dus winter of niet, we zullen gaan stemmen op 3 maart. Ik ben benieuwd welke uitglijders partijen tot die tijd nog maken.

Reblog this post [with Zemanta] [9]

Column: Winterkleding

Posted By Chantal Groothengel On februari 5, 2010 @ 18:10 In Column | No Comments

purple dress seeks diaphanous capelet! [10]
Image by SwanDiamondRose via Flickr

De één wacht smachtend op een Elfstedentocht, de ander vervloekt de winter en  droomt van tropische oorden. Een serie columns over de winter.

Amsterdam - Elke ochtend opnieuw staar ik minutenlang naar mijn kledingkast. Mijn handen glijden verlangend over de zwierige cocktailjurkjes en verleidelijke rokjes. Maar dan verman ik mezelf. Ik schuif nog even het gordijn opzij en kijk naar de druilerige, grijze droefenis die ons al wekenlang omhult.

In de zomer gaat alles vanzelf. Met mijn ogen dicht trek ik iets uit de kast, die volhangt met felgekleurde shirtjes en andere luchtige kledingstukken. Die combineer ik dan zonder er bij na te denken met een stel vrolijke teenslippers.

Nu sta ik er een kwartier eerder voor op. Graai minutenlang verwoed door mijn kast. Ik verzamel zo veel mogelijk kledingstukken die ik over elkaar kan aantrekken. Onder mijn spijkerbroek draag ik een dikke maillot.

Januari, de koudste maand in ruim tien jaar. De koudste maand die ik in het meer modebewuste deel van mijn leven heb meegemaakt. De sneeuw werd vervangen door een paar fikse regenbuien, maar ook deze eerste week van februari kwam het kwik niet ver boven het vriespunt. Ik kwam tot inzicht: het was tijd voor een warme trui.

Ik trok mijn Uggs aan en vertrok richting Kalverstraat. Mijn creditcard brandde in mijn zak en ik voelde hoe de opwinding zich van mij meester maakte. Ik had immers een verdomd goed excuus. En ach, het was toch opruiming.

Het was al heel lang opruiming. Al in oktober werden met schreeuwende letters de eerste aanbiedingen aangeprezen. Had ik net dat ene wollen jurkje gescoord, lag het een paar weken later voor de helft van de prijs in de schappen.

Volgens een woordvoerder van brancheorganisatie voor de mode CBW-MITEX is de lange nazomer er debet aan. De eerste winterkleding bleef vanwege het warme weer in september langer in de schappen liggen. Winkeliers moesten ruimte maken voor nieuwe partijen en daarom werd de eerste lading al snel met korting verkocht.

Om de modebewuste mensen die in september fanatiek de nieuwe collectie hadden ingeslagen, werd door de minder materialistisch ingestelde Hollanders stilletjes gegniffeld. De rest van het seizoen hield ik mij angstvallig afzijdig van iedere vorm van winterkleding, die immers al uit was voordat ze überhaupt in was.

Tot het moment dat ik mijn aankopen niet verder kon uitstellen.

Ik begaf me dus richting Kalverstraat en stapte een winkel binnen. Overal hingen borden met: wintercollectie 75 procent korting. Tussen de fleurige hemdjes en rokjes speurde ik naar die goedkope wollen truien. Helemaal achterin de winkel vond ik het opruimingsrek.

Daar hingen ze, de wollen truien. De warme, zachte, o-zo-comfortabele wollen truien. Weggedrukt tussen de minuscule jurkjes en schamele rokjes. Er waren nog een paar XS’jes, en een enkele XXL. Maar wel met 75 procent korting.

Als je nou handig bent met de naaimachine, maak je er gewoon twee truien van, suggereerde een gewiekste koper. Mijn gedachten dwaalden af, naar zwierige cocktailjurkjes en verleidelijke rokjes.

Als vanzelf werd ik naar de overige rekken getrokken. Mijn handen gleden verlangend over de spiksplinternieuwe lentecollectie. Nog even wierp ik een blik op de kleurloze, dik ingepakte mensen die buiten tussen de druppels door zigzagden. Ondertussen pakte ik een vrolijk, paars jurkje met spaghettibandjes uit het rek.

Ik kan er toch gewoon een vestje op dragen?

Column – Was iedereen maar kinderachtig

Posted By Laurens Samsom On februari 3, 2010 @ 18:26 In Algemeen, Column, Stad | No Comments

tramDe één wacht smachtend op een Elfstedentocht, de ander vervloekt de winter en  droomt van tropische oorden. Een serie columns over de winter.

Amsterdam – Het ‘Noord-Zuidmonster’ blijft het gesprek van de dag in Amsterdam. Zelfs Ma Flodder voelt zich geroepen er iets van te vinden [11]. Het huidige openbaar vervoer zou volstaan, die hele Noord-Zuidlijn overbodig. Dat klopt. Althans, dat klopt in de zomer. Dan pakken de meeste mensen namelijk gewoon de fiets. Maar is dat ook zo als het kwik de nul nadert en de huidige Uggs-, bontkragen-, en Ibizavakantie-generatie de tram pakt?

Op een luie en koude vrijdagochtend besluit ik ook maar eens de tram te pakken. Ik hoop op zo’n ouderwetse. Geen Combino met gelijkvloerse instapmogelijkheden voor kinderwagens, maar smalle deuren en dan drie steile treden omhoog die terugklappen als je je voet eraf haalt. Zoals ik als kind hoopte op een dubbeldekkertrein, en stiekem nog steeds wel eens, wens ik nu vurig zo’n ouderwetse tram.

Bij de tramhalte wordt mijn aandacht gegrepen door twee paar glibberende en glijdende Uggs. Ineens staat ze daardoor in volle glorie voor me: de ouderwetse lijn 25, van Amsterdam Zuid naar het Centraal Station. Na de onovertroffen entree blijkt de tram stampvol. Normaal gesproken maken op een doordeweekse dag slechts werklozen, gepensioneerden en slome studenten van dit vervoersmiddel gebruik, maar ‘s winters is dat blijkbaar anders.

Nadat ik met bevroren handen mijn OV-Chipkaart in en uit mijn portemonnee friemel, vraag ik beleefd of ik op het laatste vrije stoeltje plaats mag nemen naast een man in pak. Zwijgend haalt hij zijn aktetas van het ondoorgrondelijk harde bankje. Om het ijs te breken probeer ik schertsend: “Sorry, je zal deze sofa even moeten delen.” Maar mijn medepassagier kan mijn poging niet waarderen. “Doe niet zo naïef”, bromt hij.  “Het is crisis en winter bovendien! Er is geen tijd om dingen te delen.” Hij zegt het zo kil, dat ik hoop dat de monumentale tram het niet gehoord heeft. Ik fluister grappend: “Ik doe niet naïef. Ik ben alleen liever iets te sociaal, dan iets te asociaal. Juist in crisistijd.”

De gekrijtstreepte man gebruikt de stilte die valt om een daverende climax te formuleren. Hij draait zich iets naar mij toe en zegt: “Weet je wat: laat iedereen maar binnenkomen, laat ze maar het land vernielen, laat ze maar meeprofiteren. Zullen we het dan zo doen? Iedereen mag meedoen, want wij hebben genoeg! Doe niet zo kinderachtig!” Duidelijk tevreden met zijn laatste inbreng wendt hij zich van me af.

‘Kinderachtig’, denk ik: onbevooroordeeld over huidskleur en afkomst, zielsgelukkig met een aai over je bol, gastvrij ongeacht de mate van welvaart, vrolijk spelen in de sneeuw. Mooi eigenlijk. Als de man met de aktetas aanstalten maakt om uit te stappen, kan ik het niet laten zijn onbedoelde compliment te aanvaarden. “Bedankt,” zeg ik. “Was iedereen maar zo kinderachtig.” De man heeft niet zo snel nog een respons klaar en getergd stapt hij uit. De laatste tree is net iets hoger dan hij verwacht en glad door de meegekomen sneeuw, waardoor hij voorover in het tramhokje belandt. De deuren sluiten met een puf en een doffe klap en ik denk: het huidige openbaar vervoer voldoet inderdaad prima!

Reblog this post [with Zemanta] [12]


Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl

URL to article: http://napnieuws.nl/2010/02/03/column-was-iedereen-maar-kinderachtig/

URLs in this post:

[1] muskettenindustrie: http://en.wikipedia.org/wiki/Eli_Whitney,_Jr.

[2] Adam Smith: http://nl.wikipedia.org/wiki/The_Wealth_of_Nations

[3] Sita: http://www.google.nl/imgres?imgurl=http://img.tweedehands.nl/f/normal/69032286_2-sita-gilera-sportief-goed-onderhouden.jpg&imgrefurl=http://www.tweedehands.nl/brommers-scooters/brommers/gilera/sita-gilera-sportief-goed-69032286.html&usg=__cAKEbuBkpVic_PXUtQTQx0-5Q5c=&h=341&w=454&sz=81&hl=nl&start=0&sig2=iiUIyj8vsOvik3gIqLI13w&zoom=1&tbnid=NxBw_dAx8stkFM:&tbnh=165&tbnw=224&ei=xjEvTfjyH4_rOfSzuK0K&prev=/images%3Fq%3Dsita%2Bbrommer%26um%3D1%26hl%3Dnl%26client%3Dfirefox-a%26rls%3Dorg.mozilla:nl:official%26biw%3D1280%26bih%3D863%26tbs%3Disch:1&um=1&itbs=1&iact=rc&dur=358&oei=vTEvTdj8KY2XOuffubMJ&esq=5&page=1&ndsp=21&ved=1t:429,r:1,s:0&tx=113&ty=90

[4] Image: http://commons.wikipedia.org/wiki/Image:PvdA_Wouter_Bos_-_Hengelo20061117_27.jpg

[5] CDA in Druten : http://www.youtube.com/watch?v=sZQJPTl1FqA

[6] De ChristenUnie : http://www.youtube.com/watch?v=R3ZZlq_0S0I

[7] het campagnelied van de SP: http://www.youtube.com/watch?v=V2pK54OX5rU

[8] de studentenpartij student058 : http://www.student058.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=25:verkiezingsposter-student058-lijsttrekker-naakt-in-raadszaal&catid=3:nieuws&Itemid=20

[9] Image: http://reblog.zemanta.com/zemified/b9d25b9b-9aa2-4b6a-9393-a621202d3191/

[10] Image: http://www.flickr.com/photos/17879158@N00/50136801

[11] Ma Flodder voelt zich geroepen er iets van te vinden: http://napnieuws.nl/2010/01/29/het-hele-amsterdamse-nachtleven-onder-de-grond-lijkt-me-enig/

[12] Image: http://reblog.zemanta.com/zemified/b3a5e0af-66f9-4b17-b54f-012df33f7407/

Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.