- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -
Op literatuursafari naar de Bijlmer
Posted By Haro Kraak On februari 8, 2012 @ 16:50 In Algemeen, Mooi, Reportage | No Comments
Een bus vol grachtengordelpubliek vertrok op dinsdagavond 7 februari vanaf het Leidseplein richting de Bijlmer. Daar vond de eerste editie van Bijlmer Boekt plaats, een literaire avond bedoeld om het “witte publiek” kennis te laten maken met Zuidoost.

Poster Bijlmer Boekt
AMSTERDAM, 8 februari – In de bus van het Amsterdamse Leidseplein naar de Bijlmer zit één donkere vrouw. Verder zit een twintigtal blanke vrouwen in de bus. Voornamelijk op leeftijd. Kort grijs haar en winterjassen met bontkraag. Ten slotte nog een stuk of zes mannen. Een vrouw zegt: “Op de kaart zag het er echt niet zo ver uit hoor.” Bestemming is het Bijlmer Parktheater, waar vanavond, dinsdag 7 februari, Bijlmer Boekt op het programma staat. Een literair variété met onder andere Kees van Kooten, Gerda Havertong en Karin Amatmoekrim.
Als de bus tien minuten rijdt pakt een van de organisatoren de microfoon. Ze heet iedereen welkom en zegt dat er wat vertier voor onderweg was beloofd, “voor de hele lange rit naar de Bijlmer, of tenminste: voor sommigen voelt dat zo”. Ze geeft de microfoon aan het donkere meisje dat ze voorstelt als Muna Shirwa. Zij vraagt de passagiers wie Gil Scott Heron kent, de vorig jaar overleden Afro-Amerikaanse dichter en artiest. Een vijftal mensen steekt hun hand op. Shirwa heeft een eigen bewerking gemaakt van Heron’s “The revolution will not be televised”. Ze zegt: “De revolutie zal vanavond niet uitgezonden worden. De revolutie is hier.”
Na een tweede gedicht rijdt de bus al het besneeuwde parkeerterrein van het theater op. Toch niet zo’n lange rit. De passagiers uit de binnenstad gaan de foyer in waar het publiek beduidend meer gemêleerd is. Jonger en gekleurder. Het zijn dat soort verschillen waar het deze avond om gaat. Presentatrice Christine Otten vindt dat de literaire wereld te gescheiden en vooral te wit is. Zij wil het ‘grachtengordelpubliek’ kennis laten maken met Zuidoost en de culturele scene aldaar stimuleren. De bus was er voor mensen die dachten: “Hoe kom ik daar? Is het wel veilig?”, zegt Otten. “Of voor mensen die het gewoon gezellig vonden, natuurlijk.”
De avond laveert tussen twee uitgangspunten. Enerzijds kunnen de vrouwen uit de binnenstad op literatuursafari naar de Bijlmer, anderzijds moet het gewoon een leuke literaire avond worden, zonder teveel nadruk op verschillen tussen mensen. Het begint in ieder geval leuk. Kees van Kooten, bekend van Van Kooten en de Bie, vertelt een aantal anekdotes (“Voor witte dames moet je oppassen”), draagt een paar gedichten voor en heeft de lachers op zijn hand.
Na Gerda Havertong, bekend van Sesamstraat en haar boek Frontaal, is Muna Shirwa opnieuw aan de beurt. Zij snijdt de taboes die vanavond door de lucht zweven weer aan. Ze deelt een les van haar vader: “Alles wat niet leuk is aan de wereld, kun je van je afschrijven.” Dat is precies wat de volgende gast, Karin Amatmoekrim, ook gedaan heeft. In haar laatste en vierde roman, Het Gym, beschrijft ze hoe een donker meisje uit een achterstandsbuurt in IJmuiden op een blank gymnasium terecht komt en daar geconfronteerd wordt met vooroordelen die er wel degelijk nog zijn. Ze ziet het als haar taak om de multiculturele krampen waar Nederland mee worstelt te beschrijven.
Rapper/dichter Blaxtar, die zichzelf omschrijft als “zwarte ridder op het witte paard”, weet op luchtige wijze met het sluimerende thema van de avond om te gaan. Hij vraagt hoeveel mensen er nog nooit bij een hiphopconcert geweest zijn. Bijna de helft van de handen gaan omhoog. “Welkom bij jullie eerste hiphopconcert”, zegt hij. De zaal lacht gespannen. Blaxtar vertelt dat veel rappers altijd boos zijn, maar dat niemand hier zal weten waarom. Zijn lyrics geven uitleg.
Hitler was echt niet zo gek als ie leek, en ik weet ’t klinkt maf, op dit moment werken de mensen aan ’t behoud van hun ras. Let’s face it. Gaan alle jonge blanke meisjes bezig met negers, zijn blanken over vier eeuwen verleden tijd en kunnen we in 2405 in een reservaat echte blanken gaan bekijken. Dus ik snap die racisten, maar ik lach om racisten. In 2405 zou ‘k ze zelfs gaan missen. Maar misselijke onderhuidse acties en poeslief lachen naar me als je me op de hoek ziet is pussy, pussies.
De lichten gaan weer aan en uit de speakers klinkt “Change gone come”, de soulklassieker van Sam Cooke in een versie van Seal. Iets te veel van het goede wellicht. De revolutie was niet hier vanavond, maar het was een interessante bijeenkomst. Over vierhonderd jaar gaan we misschien aapjes kijken in het “blankenreservaat”, maar voor nu is literatuursafari voor de kortharige dames met bontkragen wel even genoeg.
Frans van Seumeren wil investeren in Kleiburg
Posted By Eva de Valk On februari 9, 2011 @ 18:53 In Algemeen, Mooi, Nieuwsbericht | No Comments

Bijlmerflat Kleiburg wordt bedreigd met sloop. Foto: Flickr
Amsterdam, 9 feb – Stichting Bijlmer Museum, vastgoedonderneming Huys te Voorn Vastgoed en aannemer Veluwezoom Verkerk werken samen aan een renovatieplan voor de Bijlmerflat Kleiburg. Huys te Voorn Vastgoed is een onderneming van Frans van Seumeren [2], eigenaar van onder andere FC Utrecht.
Dat vertelt projectontwikkelaar Carlo Andreoli namens alle betrokken partijen aan NAPnieuws.
Het is de bedoeling om de flat te renoveren en om te bouwen tot goedkope koopwoningen voor bijvoorbeeld starters en studenten. De woningen zullen structureel onder de marktwaarde worden aangeboden. Een ‘antispeculatieregeling’ moet voorkomen dat de woningen in de eerste tien jaar met winst zullen worden doorverkocht.
Projectontwikkelaar Andreoli kan zich vinden in de visie van Stichting Bijlmer Museum [3], die zich inzet voor behoud van Kleiburg als ‘cultureel erfgoed’. De flat is een “klassiek voorbeeld van hoe in de jaren zestig werd gedacht over volkshuisvesting”, aldus Peter Dautzenberg, de voorzitter van de stichting. Andreoli: “Soms moet je deelnemen aan een groot en uitdagend project om te laten zien wat je in huis hebt.”
Rochdale heeft Kleiburg te koop aangeboden voor één euro, op voorwaarde dat er een serieus plan wordt gepresenteerd. Er hebben zich zo’n tachtig geïnteresseerden gemeld. Rochdale wil nog niet prijs geven wie die andere partijen zijn, wel is al bekend geworden dat er een daklozenvereniging bij zit. In juni moet duidelijk zijn wat de toekomst van het pand gaat worden. De stadsdeelraad van Zuidoost wordt betrokken bij de keuze over de toekomst van Kleiburg, maar Rochdale neemt uiteindelijk de beslissing. Sloop van Kleiburg is nog steeds een optie, meldde de directeur van Rochdale vorige week.
De gevaren achter de online roddeltantes
Posted By Eva Rooijers On oktober 22, 2010 @ 14:30 In Algemeen | 1 Comment
Op de roddelwebsite mamjo kan iedereen het slachtoffer worden van smaad. Een enkele keer worden er ook bedreigingen geuit. “Je dood staat op je te wachten.”
“Donovan hou je piemel in je broek en blijf weg bij die andere vrouwen.” “Waarom was Marlene niet op het feestje van Claudette?” “Help ik ben zwanger van Ashley of Wilson!” De bezoekers van Arki Noh, een van de drukst bezochte fora van de roddelwebsite mamjo.com, nemen geen blad voor de mond. Het online forum is vooral populair binnen de Surinaamse gemeenschap en alles en iedereen gaat er over de tong.
Een onderwerp dat op dit moment “very hot” is luidt: “Wie zijn die vaders die nooit tijd of geld voor hun kinderen hebben?” De namen stromen rap binnen: “Ken er ook zo eentje, had kort iets met een heer die later 5 kids bleek te hebben en voor geen van allen te zorgen. Dames opgelet! R G uit geuzenveld/buitenveldert woont(woonde)nog bij moeders thuis.” Ook wordt er iemand met voor- en achternaam genoemd met de volgende opmerking: “die pedofiel neuk alleen kleine meisjes. Zegt dat hij in jehova getuige kerk zit.”
Online roddelen en pesten. Niet alleen kinderen blijken er het slachtoffer van te worden. Ook volwassenen zijn niet gevrijwaard van de digitale pek en veren. Op fora van de site Mamjo kan iedereen het mikpunt van spot worden, tot doodsbedreigingen aan toe. De politie houdt de roddelsite in de gaten.
De beheerder van Mamjo, die liever anoniem wil blijven, ziet zijn website liever als “een laagdrempelige plek om over van alles en nog wat te keuvelen.” En inderdaad zijn er hier en daar op de site ook informatieve discussies te vinden over gezondheid en relaties, maar het is lang zoeken naar een topic waar niet de woorden “hoer” of “slet” vallen.
Grenzen
Internetsocioloog Albert Benschop wijst op de gevaren van roddels op internet. “Ze hebben meestal een veel grotere impact dan de ouderwetse roddels in de kroeg. Iedereen kan het lezen dus de imagoschade kan enorm zijn. Bovendien is het lastig om te traceren wie de roddel is begonnen. Je weet vaak niet wie achter het pseudoniem ‘repelsteeltje’ schuilt.”
De grenzen van wat wel en niet kan op het internet, zijn echter vaag. “Afgezien van wat er in de wet staat – je mag bijvoorbeeld niet dreigen met geweld of discrimineren – hangt het van de fatsoensnormen van zo’n forum zelf af”, zegt Benschop. “ Veel websites hebben tegenwoordig huishoudelijke reglementen waarin staat wat de normen zijn.” Mamjo kent weinig spelregels. “Het begint met gezond verstand maar bij sommige mensen ontbreekt het daaraan”, zegt de beheerder. “Daar kunnen wij ook niet zoveel aan doen.”
Benschop beaamt dat volgens de wet een beheerder niet verantwoordelijk is voor de inhoud van zijn site. “Hij is wel verplicht berichten te verwijderen als justitie daar om vraagt.” Volgens de beheerder van mamjo, hoeft het nooit zover te komen. “Wij krijgen zo’n 50 verzoeken per dag van bezoekers om een discussie te verwijderen. In 99 procent van de gevallen doen we dat ook.”
Lang niet iedereen maakt zich druk over de roddels die over hem of haar verschijnen op de site. Vepleegster Mariska Hiwat (38) kwam er een tijdje geleden achter dat er een discussie over haar was geopend onder de titel: Wie kent die hoer Mariska Hiwat, dat half Hindoe beest? Hiwat: “Ach, ik vond het niet zo erg. Ik denk vooral dat de mensen die reageerden jaloers waren. Ik ben een halfbloed, dat zien mensen toch vaak als het mooie volk.” Bovendien waren er veel meer mensen die het voor haar opnamen dan die haar zwart maakten: “Ze is een carrièrevrouw …daarom staan mannen in de rij voor haar misschien jullie eigen mannen ook daarom die jaloezie.”
Maar er was ook iemand die vroeg of Hiwat nog in het ziekenhuis werkte en aankondigde haar daar wel eens te zullen verassen. Hiwat doet er luchtig over: “Ik was niet bang dat iemand echt langs zou komen. Mensen schrijven zoveel onzin op die site.” Zij heeft de beheerder ook niet gevraagd om de discussie te verwijderen.
Moordpartijen
Dat de bezoekers van mamjo het soms wel bij het juiste eind hebben, bleek in augustus 2008 toen de crimineel August Adjoeba werd geliquideerd in Amsterdam Buitenveldert. In de aanloop naar zijn dood werd op mamjo al druk gespeculeerd over Adjoeba’s naderend einde. Ene b opende het volgende topic op de site: “august adjoeba aka segebai is bang voor froktoe en boys.” “Sege kan niet over straat want froktoe en zijn mannetjes zoeken hem de hele dag.” Waarop de reacties volgden: “ja ik heb het gehoord hij zoekt de hele dag met een gun.” “Ik heb jullie gezegd………….. zijn kaolo hoofd gaat bossen straks”
Toen Adjoeba op 11 augustus daadwerkelijk werd neergeschoten, werd een nieuw topic geopend waarop Garry Killer het volgende bericht achterliet: “Garry het is je gelukt Segebai te doden je wilde het allang en nu is het gelukt, maar maak je geen zorgen vroeg of laat we krijgen je wel, ik weet dat niet in Amsterdam bent en ook niet in Rotterdam maar je dood staad op je te wachten.”
Politie
De vele discussies op het forum over schiet- en steekpartijen hebben ook de aandacht van de politie getrokken. “Het weblog is zeker bij ons bekend”, bevestigt een woordvoerder van de politie Amsterdam-Amstelland. “We screenen de site wanneer er relevante informatie op staat voor een onderzoek.”
Dit kan bijvoorbeeld zijn als er compositietekeningen of foto’s van verdachten op de site belanden. Deze foto’s mogen alleen naar buiten worden gebracht door de mediapartners van de politie – Opsporing Verzocht, Hart van Nederland, AT5 en RTV Noord-Holland. Maar het gebeurt regelmatig dat andere media met de foto’s aan de haal gaan. “Het is erg ongrijpbaar, maar kan wel waardevolle informatie opleveren.”
Volgens de beheerder van de site is dat niet de enige manier waarop de politie gebruik maakt van de site. “De politie heeft mij al drie of vier keer gevraagd om de IP-adressen te geven van mensen die site schrijven.” Via een IP-adres kan de politie traceren op welke computer het bericht geschreven is en dus ook makkelijker achterhalen door wie het geschreven is.
De beheerder noemt een voorbeeld. “Laatst is er in Zuid-Oost een lichaam gevonden in een afgebrand huis. De persoon bleek al dood te zijn voordat de brand uitbrak. Iemand die op de site schreef, leek daar meer van te weten. Toen klopte de politie bij mij aan voor het IP-adres.”
Hoewel de sitebeheerder weerzin voelt aan politie-onderzoeken mee te werken, zegt hij weinig keus te hebben: “Wij willen geen verlengstuk van de politie zijn, maar als ze met een vordering komen dan moet ik het IP-adres wel geven. Ik zou misschien een advocaat in kunnen schakelen, maar daar heb ik geen geld of tijd voor.”
De woordvoerder van de politie kan niet zeggen of ze specifiek bij deze beheerder IP-adressen hebben opgevraagd maar bevestigt wel dat het opvragen van de computeradressen onderdeel kan zijn van een politieonderzoek. “Dat gebeurt overigens alleen na overleg met de officier van justitie.” Dat de politie IP adressen opvraagt, blijft overigens ook niet onbesproken op mamjo. Al in 2008 schreef iemand onder de naam popo: “Politie schijnt mamjo ip adressen na te trekken. Er zijn er al een paar opgepakt.” De reacties stroomden snel binnen: “Wat is dit nou voor een Bu#@$it! Dat zeg je allemaal om te denken dat niemand meer hier gaat reageren. Omdat ze een topic over je hebben gemaakt. Me moeder werkt bij de Politie en Politie heeft veel te druk met andere ipv hier beetje ip’s gaan zoeken!” Niet iedereen bleek onder de indruk. “laat ze maar komenn!! koffie staat klaar voor ze;).”
Hopi-boys in Bijlmer inmiddels stukje ouder en wijzer
Posted By Laura van der Wal On oktober 9, 2009 @ 19:08 In Onderzoek | No Comments

Foto uit 2006
Met tweeëntwintig schietpartijen is er dit jaar uitbarsting van geweld en wapens in Amsterdam Zuidoost. Politiek en media wijzen in de richting van ‘de jongens van de straat’. Tv-programma’s blijven oude beelden vertonen van de Hopi-boys, een criminele groep die het tegenwoordig een stuk rustiger aan doet.
AMSTERDAM - Een ambulance met zwaailichten aan schiet over het viaduct voorbij. Beneden op het speelpleintje in de H-buurt in Amsterdam Zuidoost staat een groepje jongens. Ze noemen zich de Hopi-boys, jongens van de nabijgelegen Hoptille-flat. Lange tijd zijn ze een van de bekendste criminele jeugdgroepen uit de Bijlmer.
Een van hen houdt een Blackberry tegen zijn oor. Hij praat met een neef over een jongen die zojuist is neergeschoten verderop in de K-buurt. Later zal blijken dat het de 19-jarige Ishmael Gumbs is, het derde dodelijke slachtoffer van de tweeëntwintig schietpartijen die dit jaar plaatsvonden in de buurt. “Jullie zijn ons alibi”, zegt Rinaldo, een man van 28 met een grote bos zwarte rastavlechten, gouden tanden en tatoeage van een klein hartje onder zijn oog. Volgens de politie is hij een van de leiders van de Hopi-boys. “Wij zijn hier. Wij hebben het niet gedaan.”
De Amsterdamse korpschef Bernard Welten koppelde het toenemende aantal schietpartijen aan “die knapen uit de Caribische regio” die het stoer vinden om in Zuidoost met grote revolvers rond te lopen. Als voorbeeld van deze criminele jeugdgroepen duikt keer op keer de naam van de Hopi-boys op.
Een paar van deze jongens uit de H-buurt vertelden in 2007 voor de camera van AT5 over hun criminele activiteiten. Hoe ze met ‘hosselen’ snel veel geld verdienen en ‘drugkilo’s afpakken van Afrikanen in de Bijlmer’. Achteraf zeggen de jongens dat ze hebben overdreven. “Die journalist vroeg of we tasjes roofden. Ik wilde niet afgaan tegenover andere jongens”, zegt Rinaldo nu over het filmpje. De jongens showden hun mooie auto’s en dure gouden kettingen. “Mijn grootste fout”, noemt Rinaldo zijn optreden voor de camera. In de discussie over de geweldsgolf in de Bijlmer wordt gewezen naar ‘de jongens van de straat’. Bij gebrek aan ander voorbeeldmateriaal blijft het filmpje van de Hopi-boys opduiken.
Zowel burgemeester Cohen als stadsdeelvoorzitter Sweet zegt van mening dat de groep nog maar uit drie leden bestaat. “De Hopi-boys zijn verslagen, de leden zitten vast of zijn uit Zuidoost vertrokken”, aldus Sweet in Metro. Toch zijn er nog genoeg jongens over. De Hopi-boys zijn echter niet meer die jongens van twee jaar geleden. De groep jongens op het speelplaatsje is boos over hoe ze worden afgeschilderd in de media. Ze hebben een hekel gekregen aan journalisten. De groep voornamelijk Antilliaanse en Surinaamse jongens zegt het rustiger aan te doen.
Veiligheid H-buurt
Begin dit jaar liet stadsdeelvoorzitter Elvira Sweet nog weten dat in Zuidoost ‘de overlast op straat is afgenomen.’ De H-buurt is al geruime tijd afgesloten als aandachtwijk. “Er is geen overlast meer”, zegt ook Raoul White van welzijnsorganisatie Spirit. Daar is een buurtbewoonster het niet mee eens. “Ik hoor schieten ’s nachts. Meerdere malen per week.” Het dealen op straat is enorm toegenomen. “Drie jaar geleden had ik hier totaal geen last van want dat speelde zich verderop af. Nu gebeurt het gewoon onder mijn ogen.”
Huismeester Peter van Houten (59) werkte 25 jaar in de flat Hofgeest in de H-buurt. Hij heeft veel zien gebeuren in ‘zijn’ flat. Vrienden die overnachten in de trappenhuizen, mannen die in de hoekjes en liften plassen en dealtjes die gesloten worden. “Die jongens hebben hun wapentjes; messen, pistolen. Dat laatste is volgens mij niet minder geworden.”
Volgens Ali Jebbar, die gaat over het sociaal beheer van Rochdale, draagt de hoogbouw in de H-buurt bij aan de overlast. “Er is nauwelijks sociale controle. In een hoge flat weet je niet wie onder of boven je woont. Mensen durven geen aangifte te doen, weet oud-huismeester Van Houten. “Veel bewoners van Hofgeest zijn bang, ze durven ’s avonds hun huis niet meer uit.”
Woningcorporatie Rochdale zet beveiliging in rond en in de flats. De geüniformeerde beveiligers lopen rond met honden. Soms worden ze vanuit de ramen van de flats bekogeld.
“Het filmpje gaf de jongens aanzien, beroemdheid, daar genoten ze van”, vertelt Jack Jonkman. Sinds 2006 is hij buurtregisseur in de H-buurt, die pal tegen het winkelcentrum de Amsterdamse Poort en het Arenagebied aanligt. “Maar het filmpje achtervolgt de Hopi-boys ook, het zette ze negatief op de kaart.”
De politie trad enige tijd na het AT5-filmpje op tegen de groep. De groep zou twee jaar geleden bestaan uit ongeveer zeventig jongens. De politie merkte er twintig aan als harde kern, de criminele groep. Dertig Hopi-boys werden bestempeld als overlastgevende groep. De anderen hingen er slechts bij.
Hun vaste hangplek was de portiek van de Hoptille-flat. De muren hadden de jongens volgeklad met tekeningen van wapens, de afkorting HB en de spreuk Fuck the police, vertelt Jonkman. “Het was een nauw gangetje, donker omdat de jongens het licht steeds sloopten. De bewoners van Hoptille durfden geen bezoek meer te ontvangen. We kregen klachten van vrouwen die zich in de nauwe gangetjes tussen de jongeren moesten wurmen om de voordeur te bereiken.”
De politie probeerde de groep op te breken door de harde kern vast te zetten. De politie spreekt van minder overlast. Volgens de Hopi-boys is dat niet te danken aan het optreden van de autoriteiten. “We zijn nu ouder en daarmee rustiger.” Ze hebben een baan kunnen vinden, of zijn vader geworden. “Als je vanaf je twaalfde hebt vastgezeten, weet je het wel”, zegt de 24-jarige Hopi-boy Mitchell.
Hoewel ze ouder en rustiger zijn, bestaan de Hopi-boys als groep nog wel degelijk. Er zijn nog zo’n 25 Hopi-boys over, zeggen de jongens. ‘De jongens van de straat’ noemen ze zichzelf. “Wij zijn de Hopi-boys; de jongens die hier wonen. We hangen bij elkaar van jongs af aan”, legt Mitchell uit. Hij rookt een jointje om rustig te worden na een lange werkdag in de catering. De eerste stak hij vanmorgen voor het werk op. Een deel van Hopi-boys zit vast, een deel is verhuisd. De oudste is in de dertig, de meesten zijn ouder dan twintig. Jonge kinderen sluiten zich niet aan.
Greengang
De Greengang is een rapmuzieklabel uit de Bijlmer. De rappers komen vooral uit de H-buurt, sommigen van hen zijn Hopi-boys. Niet verrassend identificeren leden en fans van de Greengang zich met de kleur groen. Veel jongens hebben groene details in hun kleding. Groen is daarmee verbonden aan de H-buurt, terwijl in Kraaiennest steeds meer jongens een paars T-shirt aantrekken en andere groepen zich identificeren me het rood van de bende Bloods.
De Greengang is zeer populair in de H-buurt en omringende wijken. Het anders zo lege buurthuis stroomde vol toen de Greengang begin september optrad bij een buurtfeest.
Volgens PvdA-raadslid Jesse Bos geeft de Greengang muzieklabel een legitimering van crimineel gedrag. ”Dit duidt op vermenging van boven- en onderwereld.” Hoewel in de teksten veel criminaliteit doorklinkt, denkt Raoul White van welzijnsorganisatie Spirit niet dat Greengang hiphoppers zich ook echt met criminele activiteiten bezighouden. De jongens bevestigen dat. “De Greengang is gewoon muziek, that’s it.”
Stadsdeelvoorzitter Elvira Sweet (PvdA) bestempelt de Hopi-boys nog altijd als een criminele groep. Maar volgens zowel de politie als de Hopi-boys zelf zijn hun hossels een individuele aangelegenheid. Mitchell: “Ik ben gepakt met opium en een vuurwapen. Maar die dingen deed ik zelf, los van de groep.” Dat sluit aan op een belangrijke conclusie van Frank van Gemert, specialist van de VU op het gebied van jeugdbendes : “Leden van jeugdgroepen betreden wel vaak het criminele pad maar als regel niet met de groep, eerder vanuit de groep.”
Niet iedere Hopi-boy heeft de criminaliteit afgezworen. “Ik ben net terug van een lange vakantie. Negen maanden, begrijp je wat ik bedoel?” Jason (23) is een kleine maand vrij. Hij zat vast voor drugshandel. Hoe vaak hij heeft gezeten weet hij zo snel niet. “Een keer of zes.” Jason houdt van dure spullen en dat is aan hem te zien. Zelfs zijn lange rastavlecht – “zes jaar laten groeien” – ziet er piekfijn uit. “Alles moet merk zijn, Armani bijvoorbeeld.” Zijn uitkering is niet toereikend. “Toen ik vrij kwam boden ze me een studie aan. Een of twee dagen naar school, daarnaast werk. Ik heb het niet gedaan: als ik ga studeren stopt m’n uitkering.” Als de jongens geld kunnen verdienen, dan doen ze het, weet ook Jonkman.
Veel van zijn vrienden hebben ondertussen wel voor werk of school gekozen. Mitchells baan in de catering bevalt hem, maar hij is niet met hosselen gestopt. “Af en toe ga ik dingen prikkelen. Ik probeer hier en daar er een procentje bij te maken. Ik heb het m’n hele leven gedaan, dat kan er niet in een keer uit.” Toch wil hij van zijn criminele bijverdiensten af. “Stap voor stap voor stap. Die werkroutine heb ik nooit gehad.” Het eerste slokje van zijn biertje gooit hij over de tegels. “Een offer voor de dode.”
Volgens Mitchell is er altijd wel een reden om te schieten
Wapen op zak
Na de golf aan schietincidenten probeert de politie het wapenbezit in Zuidoost terug te dringen. Veel jongeren die een wapen hebben, kennen het effect niet, zegt buurtregisseur Jonkman. “Als je de verklaringen van de jongens leest, zie je dat ze niet beseffen dat er inzittenden gewond kunnen raken als ze op een auto schieten.” Veel jongens in de Bijlmer dragen een wapen, weet Hopi-boy Mitchell. In hun buurt voelen ze zich veilig, maar als ze naar een ander deel van de Bijlmer gaan, gaat er een pistool mee. Een paar vrienden knikken instemmend. Mitchell kan zich niet herinneren wanneer hij besloot een wapen op zak te dragen. “Je weet wat er gebeurt, toch. Al die schietpartijen. Dat wapen heb ik niet om iemand te vermoorden, maar puur om m’n eigen veiligheid.”
Alle partijen zoeken druk naar een verklaring voor de toename van schietpartijen in Zuidoost. Het wapengeweld lijkt vooral te bestaan uit losse incidenten. De enige overeenkomst is dat bij de meeste incidenten jong volwassenen zijn betrokken, vertelt buurtregisseur Jack Jonkman.
Werd er in de media eerst gesproken over bendegeweld, inmiddels is duidelijk dat er geen sprake is van verschillende bendes die hun territorium verdedigen. “Groep tegen groep of bende tegen bende, dat kennen we niet”, vult een van de jongens aan.
Er zijn verschillende redenen waarom de jongens een wapen trekken, zegt de politie. De schietincidenten waren drugsgerelateerd of omdat iemand een ‘verkeerde opmerking’ maakte. Volgens Mitchell is er altijd wel een reden om te schieten. Ruzie om een meisje, zaken die misgaan. Maar dat zijn persoonlijke vetes. Mitchell legt uit dat als hij vandaag ruzie krijgt en slaat, hij morgen voorbereid is. “Ik weet wat ik gedaan heb. Vanaf die dag heb ik mijn vuurwapen bij me als ik de metro instap. Er kan altijd wat gebeuren. We gaan er niet vanuit, maar we hebben het bij ons.”
Dat geldt niet voor alle jongens. Jason vindt die ruzies maar gedoe. “Ik blijf beleefd. Ruzie kost me te veel tijd en geld. En met een wapen heb je sneller problemen.” Terwijl hij praat speelt hij met wat andere jongens het snelle kaartspelletje patta patta, zijn favoriet. Onder het vlugge verdelen van de kaarten kijken ze om zich heen. De politie rijdt om de vijf minuten langs. Stapvoets over het fietspad, zodat ook het grijze autootje van de agent in burger onmiskenbaar is. Spelen voor geld mag niet. De spelers staken het spel en stoppen de flinke stapeltjes briefgeld snel terug in de binnenzak.
Het hangen op straat hoort bij de Hopi-boys. “Er is geen andere plek waar we heen kunnen.” Volgens het stadsdeel zijn het in de H-buurt deze jongerengroepen, vooral mannen, die overlast veroorzaken. De H-buurt kent opvallend veel jonge bewoners. Van de 7.000 mensen is maar liefst één derde (31%) jonger dan 19 jaar, terwijl slechts 3% van de bewoners 65 jaar of ouder is. Van de tien flats in de H-buurt scoort Hoptille het hoogst op jongerenoverlast, blijkt uit onderzoek van de politie Amsterdam over 2006. Bijna zestig procent van de meldingen kwam daar vandaan.
Het leven van deze jongeren en jong volwassenen in de Bijlmer is niet makkelijk. De buurt kampt met hardnekkige armoede en overlast als vervuiling, vandalisme en geluidsoverlast. In Bijlmer Centrum bestaat 21% van de gezinnen uit één ouder. Vaak moet de moeder met meerdere kinderen van een uitkering rondkomen. “Als buurtregisseur kom je gezinnen tegen waarbij de moeder in de gevangenis zit en haar vijf kinderen aan hun lot worden overgelaten; de achtergebleven familie moet er dan voor zorgen”, vertelt Jonkman. Er zijn gezinnen met hoge schulden en kinderen die tijdens de zomervakantie de hele dag op straat hangen, omdat hun alleenstaande moeders moeten doorwerken. “Het is de voorgeschiedenis van deze jongens, het draagt bij aan hoe ze nu in het leven staan.”
Mitchell groeide op met drie broertjes en zusjes. Er was vaak niet genoeg geld voor eten. Als jongen van twaalf wilde hij zijn moeder helpen. “Je begint met kleine boevige dingetjes.” Zoals bij de Intertoys knikkertjes en daarna Nintendo’s stelen en die doorverkopen. “Dan had ik geld op zak. Naar mate ik ouder werd hoorde ik hoe ik sneller aan veel geld kon komen. Dat ben ik gaan doen. Ik ging in de opium.” Al op vroege leeftijd leerden de jongens de fijne kneepjes van het vak. Mitchell zag als kleine jongen hoe zijn vader het deed. Hoe die de straat op ging met een wapen en terugkwam met het grote geld. “Ik sloot me als kleine jongen al aan bij de grote jongens. Anders had je niets”, zegt ook Rinaldo. Al vanaf jongs af kwamen ze in contact met de politie. Dan weer in de gevangenis, dan weer vrij. Ze zijn verwikkeld in een jarenlange strijd met de politie.
De politie dacht: we gaan de grote jongens van Hoptille pakken
“We komen voor elkaar op, wanneer de politie het ons lastig maakt. Het is dan wij tegen de politie”, vertelt Mitchell. Dat wordt twee dagen later duidelijk. De jongens op het speelveldje zijn onrustig. Ze staan bij hun vaste plek rond de tafeltennistafel. Het friettentje ter plekke trekt veel mensen. Iets verderop spelen kinderen.
“Niet normaal zeg, hoeveel de politie ons vandaag in de gaten houdt”, zegt Mitchell. Op dat moment rijden twee politieauto’s het speelveld op. Een van de drie meisjes springt op en rent weg. Onder het rennen trekt ze haar zwarte, hooggehakte laarsjes uit en gooit ze naar achteren. Iets verderop laat ze haar telefoon vallen, kapot. Een politieman rent vlak achter haar en probeert haar jas te pakken. Hij grijpt steeds mis. Zo’n vijf meter achter hem rent een vrouwelijke agente. Het meisje kan net een *ruime achtbocht* maken, voordat de agent haar te pakken heeft.
Samen smakken ze op de grond, vlak voor de voeten voor de jongens. Het meisje gilt: “Ik heb net twee jaar vastgezeten. Jullie kunnen me niet weer meenemen.” De grijze wagen met de agent in burger komt met te hoge snelheid het plein oprijden. De remmen piepen als hij vlak voor het drietal tot stilstand komt. De stem van het meisje op de grond slaat over. “Ik heb een baby in m’n buik.” De politieman heeft zijn knie op haar nek. De agente houdt haar benen in bedwang. “Word nou rustig, je doet jezelf alleen maar pijn zo.” Inmiddels zijn er nog een politiewagen, een busje en twee agenten op scooter aangekomen.
Stil staan de jongens naar het spektakel te kijken. De spanning staat op de gezichten. Hier en daar een grijns. Melvin draait zich van het tafereel af. “Zie je nou wat ze doen. Ze gooien haar zo neer. De politie gaat niet normaal met ons om.” Een oudere, donkere man blijft staan en valt uit tegen de politie over het geweld dat ze gebruiken. “Je moet nu weggaan, jij hoort hier niet”, zegt Rinaldo tegen hem. Dan keert hij zich tegen de politieman die in discussie was gegaan met de man. “Jullie hebben je werk gedaan, ga dan nu ook gewoon weg.” Hij wil niet nog meer gedoe op hun hangplek, laat Rinaldo later weten.
De jongens zijn moe van strijd met politie. Mitchell: “Als de politie nu komt provoceren, dan kijken we ze niets eens aan. Ze fouilleren ons vaak, maar wij zeggen niks.” Dat was in 2006 wel anders. Toen kwam de botsing tussen de Bijlmerse jongens en de politie tot een hoogtepunt.
De jongens herinneren het voorval nog goed. Mitchell: “Ik zeg je het was gewoon chaos. Wij tegen hen. Alle mensen keken uit de ramen naar buiten. Er kwam politieversterking, en toen werd het slaan, duwen, schoppen, bambambam. Een paar van ons werden gepakt. Niet eens degene die wat gedaan hadden. Dat maakt de politie niet uit. Die dacht: we gaan de grote jongens van Hoptille pakken.”
Tijdens de actie pakte de politie de vermoedelijke leiders van de Hopi-boys op. Een actie als deze kwam niet uit de lucht vallen, vertelt Jonkman: er werd een steen gegooid naar de politie ter paard. De Hopi-boys waren een jaar lang door de politie 24 uur per dag in de gaten gehouden. De politie bracht de jongens zo in kaart: wie zich bezighield met straatroof, ripdeals en openlijke geweldpleging. Rinaldo kwam zes maanden vast te zitten. Twee anderen komen nu pas vrij. Maar volgens de jongens kennen de Hopi-boys geen leiders. Mitchell: “De politie kiest die leiders uit. Maar niemand is hier de baas van niemand. We zijn met z’n allen een team.”
Het stadsdeel, politie en welzijn noemde de gerichte aanpak tegen de Hopi-boys een succes. Daar denken de jongens zelf anders over. “De politie heeft ons niet uit elkaar gehaald. Een paar zaten vast, maar niet voor levenslang toch. Ze zijn weer vrij.” De autoriteiten hebben de Hopi-boys niet verslagen, vinden de jongens.
Stadsdeel, welzijn en woningbouwcorporaties; een heel bataljon aan organisaties houdt zich bezig met overlastgevende jongerengroepen in Zuidoost. Deze groepen worden sinds 2006 aangepakt door een team van jeugdzorgorganisatie Spirit samen met een aantal partners, zoals stadsdeel, politie en justitie. Ze proberen de jongeren op het goede pad te krijgen door huisbezoeken, buurtactiviteiten en leer- werktrajecten.
De Hopi-boys hebben er weinig van gemerkt, zeggen ze zelf. “We zien hier nooit iemand. Er is niks voor de jeugd, dus organiseren we het zelf maar. We hebben geen overdekte plek om rustig samen te komen.” De jongens wijzen naar de halfpipe waar ze voorheen schuilden voor de regen. Nu staan er hekken om het afdakje. Jonkman vertelt later dat die omheining is geplaatst nadat duidelijk werd dat mensen die zich daar ’s nachts ophielden anderen beroofden. Hun illegale slachtoffers durfden geen aangifte te doen.
Volgens Raoul White van Spirit heeft het jongerenwerk wel degelijk effect in Zuidoost. In 2006 waren er vijftien jongerengroepen aangewezen als overlastgevend. Op dit moment zijn daar nog zeven van over. “We weten dat we van de 134 van de 196 probleemjongeren bereikt hebben. En dat het goed met ze gaat”, zegt White. Wat er met andere groep is gebeurd, weet hij niet.
De meeste Hopi-boys zijn nu te oud om door welzijnswerk gevolgd te worden. De politie houdt ze wel dagelijks in de gaten, maar ziet ze slechts op straat hangen, de meesten van hen pas na werktijd. De hossels spelen zich buiten beeld af. Volgens White van Spirit zijn de Hopi-boys verdwenen. “Als je de kop eraf haalt, is het lijf niet meer sterk. Op dat moment heb je meer kans op invloed uit te oefenen en dat is gebeurd.” De politie heeft de Hopi-boys als criminele groep uit haar systeem gehaald.
Maar de jongens die zich ’s middag vanaf een uurtje of vijf verzamelen op het speelpleintje bij de flat Hoptille noemen zichzelf nog steeds Hopi-boys. De zogenaamde harde kern is weer vrij. “Die wonen nog steeds in de H-buurt,” vertelt Jonkman. Dat de Hopi-boys weer de criminele reputatie krijgen als een paar jaar geleden is onwaarschijnlijk. De jongens zijn gekalmeerd. “We hebben geleerd van de justitiedingen, omdat we zo vaak hebben vastgezeten. We weten wat onze rechten zijn.”
De Hopi-boys zijn niet meer de criminele groep die we op de beelden terug zien. Maar het aantal wapens in de buurt wordt er niet minder op. Ondanks de talloze projecten en actieplannen blijven de sociaaleconomische omstandigheden even slecht. Individueel geweld blijft voorkomen en nieuwe groepen komen op.
Zo werkt het hiphoplabel Greengang als een magneet op de jongeren uit de buurt. Greengang is aan de Hopi-boys gelieerd. In de clips en op foto’s wordt de gangstercultuur verheerlijkt, met stapels geld en vuurwapens, maar de jongens rappen ook over hun realiteit in Zuidoost. Raoul White van welzijnsorganisatie Spirit vindt de Greengang een positieve ontwikkeling. “Ik zie de Greengang als de muzikale afdeling en creatieve tak van de Hopi-boys.”
De politie trof tijdens een standaard controle bij een van de jongens van de Greengang een vuurwapen aan. Hij was per auto onderweg naar het H-buurtfeest waar hij zou gaan optreden, vertelt Jonkman. Het optreden was een succes maar om het met grote regelmaat te organiseren raadt de politie af. “Dat zou die jongens een vaste verzamelplek en dus meer status geven. Dan gaat het geheid een keer fout.”
Maar de opkomst van de Greengang betekent niet het einde van de Hopi-boys. “We blijven altijd in the hood. Ik wil hier oud worden. We hebben hier alles. Wij zijn Hoptille.”
De namen van Hopi-boys Melvin, Mitchell en Rinaldo zijn gefingeerd.
Rotjoch:”Ik ben fokking blij dat ik uit die Bijlmersfeer ben gestapt.”
Posted By Frank Beijen On oktober 9, 2009 @ 17:33 In Interview | 2 Comments
Niemand in Hilversum bereikt de hiphopdoelgroep beter dan Rotjoch. Na drie jaar zwoegen voor weinig geld geeft BNN de presentator uit de Bijlmer nu eindelijk waardering en een goed contract.
AMSTERDAM- Een man met bontgekleurde sneakers en een petje loopt het café op de zevende verdieping van het oude Volkskrant-gebouw binnen. Hij begroet bekenden met een hartelijke boks en ploft neer op de bank. ‘Vandaag vanuit huis gewerkt. Een beetje mensen aan het werk zetten met de Blackberry’, zegt Rotjoch (28), chef underground-hiphop bij BNN.
Rotjoch is bezig met de eerste vaste baan van zijn leven: presentator en eindredacteur bij BNN. Hij is de man achter 101Barz, een populair hiphopprogramma op het digitale kanaal 101.TV. Een groot verschil met zijn leven op het randje van de criminaliteit in de Bijlmer. Rotjoch, die niet met zijn echte naam in de media wil, is een bekendheid onder jongeren. Alle aandacht begon hem zelfs op te breken toen hij nog voor weinig geld op de loonlijst van BNN stond. ‘Ik ben mijn privéleven kwijt. In Amsterdam zijn ze meestal nog relaxt, maar als ik buiten de Randstad langs een middelbare school loop, komen er dertig scholieren bij me staan. Die laten me echt niet gaan.’
Oude Nikes
Rotjoch, half Senegalees-half Europees, belandde in Hilversum nadat zijn moeder hem wees op een vacature bij BNN. ‘Het eerste jaar voelde ik me niet op mijn plek. En het kostte BNN net zo lang om aan mij te wennen. Ik ben heel anders opgegroeid, tussen vooral allochtonen. Soms begrepen ze het niet dat ik beledigd kon zijn als ze een stomme opmerking maakten.’
Inmiddels is Rotjoch verantwoordelijk over de 101Barz-site, waar honderden studiosessies van Nederlandse rappers op staan, van Ali B. tot underground. Soms rapt Rotjoch zelf een stukje [4]. De website trekt tot wel 800.000 bezoekers per maand. ‘Ik heb echt een fokking groot bereik. En het zijn juist de mensen die Hilversum niet kan bereiken.’ Volgens onderzoek is 101Barz de hoogst gewaardeerde website van de Publieke Omroep.
In interviews klaagde Rotjoch de afgelopen maanden over BNN. Hij sprak van een depressie, doordat hij tot ’s nachts met de camera feesten afstruinde en weinig sliep, maar geen waardering en weinig geld van de omroep kreeg. ‘Hiphop is een lifestyle, dus ik kan niet op twee jaar oude Nikes lopen. Ik moest dus wel bijbeunen.’ Rotjoch begon naast zijn BNN-werk een eigen bedrijf, waarmee hij feesten organiseert in Club Bitterzoet en Hotel Arena. ‘Maar nu zijn mijn gebeden verhoord’, lacht hij. BNN gaf hem een grotere crew met vier man en een flinke salarisverhoging.
Ondernemen
Rotjoch bedacht 101Barz toen het einde van zijn eerste tijdelijke BNN-contract naderde. Hij nodigde rappers uit in een studio waar 3FM radiojingles opneemt. BNN zorgde voor een website en een klein budget. ‘Er lag nog wat apparatuur in de studio die we konden gebruiken, en ook het decor is heel simpel. In het begin deed ik bijna alles zelf, van camera tot montage.’ De eerste rappers in het programma kende Rotjoch uit Amsterdam, waar hij zelf als rapper actief was. Het nieuws over de show ging van mond tot mond in hiphopland. De eerste filmpjes werden ongeveer duizend keer bekeken. Een kleine drie jaar later staat de teller van de populairste fragmenten boven de vier miljoen hits.
Vanaf december gaat de website helemaal op de schop. ‘Het moet basic blijven, want dat past bij hiphop. Maar er komt een hiphop-community bij waar rappers en beatmakers gaan elkaar daar vinden. Rappers kunnen op hun eigen profiel zelf hun mp3’s en video’s kwijt. Dan wordt het voor ons ook makkelijker om te checken wat er cool is.’
`Ik kom met meer weg anderen. Ik zeg gewoon: ey, what’s my name?´
Sinds zijn nieuwe contract is ingegaan, ontwikkelt Rotjoch ook programmaconcepten voor BNN. ‘Ik wil niet in het hiphophokje worden gedrukt.’ Rotjoch zegt dat hij over zijn nieuwe programma-idee niets kwijt kan, maar legt het concept toch uit. ‘Het gaat over jonge mensen die heel ondernemend zijn, maar niet de mogelijkheden hebben om iets voor elkaar te krijgen.’ Rotjoch zou de jongeren als presentator een handje moeten helpen. ‘Ik houd ervan om dingen uit te zoeken en op poten te zetten. Als dat lukt, kom ik helemaal klaar.’
Het systeem
Tegen alle drukke tv- en feestactiviteiten van nu steekt het gedoe van vroeger met school en tijdelijke baantjes schril af. Rotjoch maakte zijn vmbo niet af. ‘Ik heb wel een soort half diploma om te laten zien dat ik tot in het laatste jaar ben gekomen. Bij sommige vakken kon ik de examens niet meer maken omdat ik te veel lessen had gemist. Er waren docenten die ik misschien een keer zwaar had beledigd en waar ik niet meer in de les mocht. Die weten donders goed dat je dan nooit je school kan afmaken.’
‘Ik heb al het werk gedaan dat je kunt bedenken. Veel productiewerk gedaan en schoongemaakt. Twee weken bij Tempo Team, dan weer vier dagen daar, en aan het eind mag je niet blijven. Ik ben jarenlang werkloos en onverzekerd geweest. Je hebt wel eens ministers die zeggen dat iedereen gewoon moet werken. Maar er zíjn gewoon geen banen, dus hoe de fok moet je dan werken?’
‘Als ze een buitenlandse naam zien, krijg je niet eens een brief terug waarin staat dat ze je niet aannemen. Ik heb wel eens een sollicitatie verstuurd vanaf een mailadres met Henk punt Vermeer, en dan krijg je ineens wel een reactie. Als je het mij vraagt: het systeem klopt voor geen meter.’
De afstand tussen de Bijlmer en de rest van Nederland is gigantisch, vindt Rotjoch. Door de economische crisis is het geweld in de Bijlmer nog erger geworden. ‘Nu de banen en baantjes nog schaarser zijn, stijgt het aantal moorden.’ Rotjoch kijkt verbaasd op als hij hoort dat burgemeester Cohen sprak over drie doden bij de schietincidenten dit jaar. ‘Drie doden? Het zijn er veel meer, echt véél meer. Er zijn zeker zeventien doden gevallen. Daar zitten illegalen bij en daar komt niemand buiten de Bijlmer ooit achter. Anderen zijn verdwenen, terwijl de hele buurt weet dat ze gewoon dood zijn. Ik was vorige zomer op vakantie in Aruba. Daar is het precies hetzelfde. Het hele eiland weet precies van welke klif Natalee Holloway is gegooid. Mensen praten met elkaar, tegen de politie zeggen ze niks.’
‘Er zijn zeker zeventien doden gevallen. Daar zitten illegalen bij en daar komt niemand buiten de Bijlmer ooit achter.’
Over zijn eigen criminele verleden laat Rotjoch niet het achterste van zijn tong zien. ‘Ik ga er niet om liegen: ik was de supplier van de buurt als het gaat om wiet en zo. Ik heb ook andere dingen gedaan in de criminaliteit, die waarschijnlijk veel heftiger zijn.’ Rotjoch raadt anderen af de misdaad in te gaan, maar noemt daarvoor alleen praktische redenen. ‘Maar de criminaliteit is niet cool. Dat wil ik tegen de kinderen zeggen. De ene maand heb je misschien veel geld in je zakken, maar de volgende maand heb je niks. Misschien krijg je dan ook niet eens een uitkering omdat je te weinig hebt gesolliciteerd. Het is fysiek en mentaal te zwaar voor heel veel mensen.’
Vanaf IJburg
Nu Rotjoch op IJburg woont, kijkt hij heel anders naar het leven in de Bijlmer. ‘De meeste mensen die daar wonen, weten niet hoe de wereld in elkaar zit. Ze komen nooit buiten de Bijlmer. Ik ken hun gevoel: ze zitten vol met frustraties. Toen ik 22, 23 was, was ik echt geen grappige en relaxte jongen. Ik ben echt fokking blij dat ik uit die sfeer van de Bijlmer ben gestapt.’
Op het internet laat Rotjoch zich niet alleen van zijn muzikale kant zien. Hij werkte ook mee aan pornofilmpjes op de site van een vriend. Hij leverde muziek aan en deed ook mee op de site. ‘Echte Bijlmer ghetto shit’, lacht Rotjoch. ‘Ach, het is niet meer dan af en toe een poesje aaien. Ik sta niet met mijn leuter in beeld.’ Gaat deze ghetto shit hem geen problemen opleveren als Rotjoch grotere tv-programma’s wil gaan presenteren? ‘Het is een ouwe site. Alles is opgenomen voordat ik bij BNN terechtkwam. En ik kom met meer weg dan andere mensen, want ik zeg gewoon: ey, what’s my name? Ik heet niet voor niets Rotjoch.’
‘Ik ben 28 en ik heb geen diploma’s, dus ik denk veel na over wat ik over tien jaar moet doen. Als ik heel eerlijk ben wil ik dan het liefste niet meer in Nederland zijn. Ik wil in een klein huisje aan het strand in een warm land wonen. Goede muziek luisteren en veel boeken lezen. Lekker wat visnetten binnenhalen en naar de markt om groente te kopen. Misschien heb ik dan een klein taxibedrijfje waar ik geld mee maak, en dan kan ik heel simpel en goed leven. Ik ben eigenlijk best wel simpel, man.’
De studiosessie met Greengang is met meer dan vijf miljoen hits de meest bekeken video op 101Barz.
Winkelcentrum Kraaiennest: vergeten en verlaten
Posted By Anna van den Breemer On februari 11, 2009 @ 17:15 In Reportage, Stad | No Comments
Permanente uitverkoop en het faillissement voor de deur. Winkeliers in winkelcentrum Kraaiennest in de Amsterdamse Bijlmer proberen al jaren het hoofd boven water te houden. Door de sloop van flats blijven de klanten weg en het beloofde nieuwe winkelcentrum is er na zes jaar nog steeds niet.
AMSTERDAM, 11 feb. Vroeger kwam Ökkes Tuzkapan (48) om half acht naar zijn winkel om de nieuwe modellen schoenen uit te pakken. Dat moest wel want om stipt elf uur stonden de klanten voor de deur. Het winkelcentrum was druk en gezellig, altijd geroezemoes. Iedere winter liepen de inkomsten iets terug, maar rond april trok dat weer bij. Dit keer niet. ‘We zitten nog steeds in de winter van 2004.’
Tuzkapan zit aan een houten tafel achter de toonbank van zijn schoenenwinkel in winkelcentrum Kraaiennest in de Bijlmer. De winkel heeft hij sinds 2001. Langs de zijkanten staan rekken met laarzen, in het midden een aantal houten tafels vol gekleurde pumps. ‘Vroeger’, begint hij, ‘vroeger als een klant iets wilde, had ik het de volgende dag in huis. Zo werkte ik. Door gebrek aan geld heb ik nu al vier jaar geen nieuwe voorraad kunnen inslaan. Ik hoor de mensen in mijn winkel opmerkingen maken, ze vinden het raar dat ik maat 40 niet meer heb.’
Buiten de glazen ruiten van zijn winkel ligt het winkelcentrum er verlaten bij. Steeds meer winkeliers trekken weg, gaan failliet of houden permanente uitverkoop om het hoofd boven water te houden. De klanten blijven weg nadat in 2004 vier flatgebouwen werden gesloopt in de omgeving. De beloofde nieuwbouw loopt vertraging op. ‘Met het verdwijnen van die flats zijn we bijna negenduizend potentiële klanten kwijtgeraakt.’ Ook zou er een nieuw winkelcentrum komen, even verderop, dat in 2003 zou open gaan. Het plan was dat de winkeliers daarheen zouden verhuizen. ‘Maar dat staat nu pas voor 2013 gepland’, vertelt Tuzkapan.
In 2003 besloot het stadsdeel Zuidoost de samenwerking met de vorige eigenaar van het winkelcentrum, Coriander Real Estate, te verbreken. Dit omdat de vastgoedbeheerder de plannen voor een nieuw winkelcentrum en nieuwbouw steeds uitstelde. Sinds 2006 is De Principaal, de projectontwikkelaar van woonstichting De Key, de nieuwe eigenaar en in oktober 2008 is de bouw van het nieuwe winkelcentrum begonnen. Volgens de planning zal dit centrum in 2013 klaar zijn.
Een jonge bezorger met petje komt binnen met een pakketje. ‘Gaat die nog wel eens open?’, hij wijst naar de brillenzaak tegenover. ‘Hij zit met griep thuis’, zegt Tuzkapan. ‘Geef maar hier, ik zorg dat hij het krijgt.’ Hij krabbelt iets op het blaadje dat de jongen hem voorhoudt. ‘Hij is vaak ziek, dan blijft hij gewoon thuis en laat de winkel dicht. Normaal kan dat niet, maar hier, ach waarom niet?’ Zelf heeft Tuzkapan ook last van zijn gezondheid door alle kopzorgen. Hij heeft hartfilmpjes laten maken omdat hij het steeds vaker benauwd kreeg. ‘Ik moet het me niet zo aantrekken, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.’ Voorheen had hij een omzet van 2,5 tot 3 ton per jaar en twee mensen in dienst. ‘Nu ben ik blij als ik 250 euro per week verdien.’ Vier keer in de week werkt hij ’s avonds bij een postorderbedrijf. Hij heeft vier kinderen, er moet toch brood op de plank komen, vertelt hij.
Een wandeling door het winkelcentrum geeft een troosteloze indruk. ‘Halve prijs, faillissement dreigt’, staat er op kartonnen borden geplakt op de winkelruiten. Veel ruimtes zijn leeg. Donkere gaten. De slijterij en snoepwinkel zijn sinds een half jaar dicht. Alleen bij de kleine Albert Heijn is het druk.
Daar, tegenover de Albert Heijn, heeft Jos Vincken (59) sinds 1981 zijn winkeltje. Hij is sleutelmaker en heeft zich opgeworpen als de woordvoerder van de winkeliers. ‘Er werd in 2003 gezegd dat de afbraak van de flats geleidelijk zou gebeuren zodat we er niet te veel van zouden merken. Maar het is allemaal in één keer gesloopt. De gemeente beweert dat er nu weer evenveel mensen wonen als voorheen. Maar dan tellen ze bouwplannen mee die nog niet eens zijn gerealiseerd.’ De winkeliers hebben hun boekhouding ingeleverd bij de gemeente om de ernst van de situatie te laten zien. ‘Maar daar hoor je niets op terug.’
Vaak horen de winkeliers van de gemeente; waarom ben je dan niet weggegaan als het zo slecht is? ‘Onbegrijpelijk’, Vincken maakt drukke gebaren met zijn handen. ‘Waarheen? Met welk geld? Ik ben zestig jaar, dit is fysiek zwaar werk, ik kan niet zomaar even een nieuwe zaak opzetten.’ Hij veegt zijn handen af aan zijn schort. ‘Ze vroegen aan ons om de boel hier levendig te houden in afwachting van het nieuwe centrum en achteraf zeggen ze: dan had je maar weg moeten gaan.’
Een paar klanten zijn vanmiddag de schoenenwinkel binnengestapt maar niemand heeft iets gekocht. ‘Mijn droom is om ondernemer te blijven’, zegt Tuzkapan. ‘Het liefst in het nieuwe centrum. Maar mijn geld is op. Ik kan die investering niet opbrengen. Het is gewoon te laat.’
Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl
URL to article: http://napnieuws.nl/2009/02/11/winkelcentrum-kraaiennest-vergeten-en-verlaten/
URLs in this post:
[1] Image: http://www.zemanta.com/
[2] Frans van Seumeren: http://www.quotenet.nl/miljonairs/familie-Van-Seumeren
[3] Bijlmer Museum: http://www.bijlmermuseum.nl/index.php/behoudt-kleiburg
[4] stukje: http://www.youtube.com/watch?v=UIl7XnsAiMI
[5] Image: http://reblog.zemanta.com/zemified/55c5cb31-c4c1-452d-a12c-f57ce739dee7/
Click here to print.
Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.