- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -

“Een normaal verzorgingstehuis, daar zit ik niet op te wachten”

Posted By Anna Vossers On februari 14, 2012 @ 16:50 In Achtergrond, Algemeen, Leven, Reportage, Stad | No Comments

Roti en spekkoek of een driegangenlunch, merengue dansen met de kleinkinderen of praten over de eenzame kinderloze oude dag met lotgenoten. Elke Amsterdamse oudere heeft andere wensen en behoeften op zijn oude dag. De trend in vergrijzend Amsterdam is: voor elke groep eigen activiteiten of woonvormen. NAP ging kijken bij een homovriendelijk woonzorgcentrum en bij een verpleeghuis voor dementerende Surinamers.

AMSTERDAM, 14 februari – De afdelingen van verpleeghuis Anton de Kom in de Bijlmer hebben namen als Toekan en Twatwa. Zachtjes klinkt de beat van de trommels van Surinaamse muziek. Het behang is geel en oranje en aan de muur hangen linnen doeken met foto’s van tropische stranden en de Wijdenboschbrug bij Paramaribo. De palmplanten gedijen er goed, want de thermostaat staat standaard op minstens vierentwintig graden. Het is kalm in de woonkamers, want alle vierentwintig dementerende bewoners hebben net hun fruit gegeten en houden ’s middags rust.

Het Anton de Komplein. Foto: Anna Vossers

Het Anton de Komplein. Foto: Anna Vossers

Alle bewoners hebben een eigen slaapkamer. In de gedeelde woonkamers wordt na het ontbijt gedanst voor de verplichte dertig minuten lichaamsbeweging. Na de middagrust helpen de bewoners, als dat nog kan, met het koken van een Surinaamse avondmaaltijd. De bakbananen en bakkeljauw worden op de markt om de hoek op het Anton de Komplein gekocht. De meeste medewerkers zijn zelf ook Surinaams. Ze praten een mengelmoesje van Sranan Tongo en Nederlands met de bewoners en familieleden.

Levendiger is het tien kilometer verderop, bij de ‘roze ouderen’ in woonzorgcentrum De Rietvinck in de Jordaan. Het huis kreeg net als twee andere woonzorgcentra van zorggroep Osira van homobelangenvereniging COC de ‘Roze Loper’, een keurmerk voor homovriendelijke ouderenzorg. Het is een verzorgingstehuis met zeven aanleunwoningen voor homoseksuele ouderen, het L.A. Rieshuis.

In het zaaltje van Café Rosé zitten deze donderdag drie uur zo’n veertig ouderen. Na een korte inleiding van Jasper Wiedeman van het homodocumentatiecentrum Ihlia gaat de beamer aan. Vandaag kijken de cafégangers de oudste beelden van homo’s op de Nederlandse televisie terug. Wiedeman laat beelden uit 1964 zien van Benno Premsela, de eerste man die openlijk op de Nederlandse tv uitkwam voor zijn homoseksualiteit. “Wie kent Benno allemaal?” vraagt geestelijk verzorger Anton Koolwijk. Van alle kanten klinkt bevestigend gebrom. Mevrouw Grotjohann roept vanaf de bank op de eerste rij: “Hij heeft het COC helemaal opgebouwd, en dat werd de mooiste dancing van Europa.” Ze lacht hard, anderen lachen mee.

Woon- en zorgmogelijkheden voor ouderen zijn er in gradaties. Van vrijblijvende activiteiten tot dagbehandeling, van woongroepen en aanleunwoningen tot verpleeghuizen voor diegenen die het meest afhankelijk zijn geworden. In al die categorieën ontstaan gespecialiseerde huizen: Amsterdam heeft een verzorgingstehuis voor gefortuneerde bejaarden, woongroepen voor oudere Marokkanen en Hindoestanen en woonzorgcentra met een keurmerk voor homovriendelijke zorg. Zorgorganisatie Cordaan opent volgende maand El-Noor, een woonvoorziening voor islamitische senioren.

Dat juist nu kleinschalige woon- en zorginititatieven als paddestoelen uit de grond schieten, is niet zo gek, legt Netty van Triest uit, programmaleider bij de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting: “De babyboomers, die nu met pensioen gaan, zijn erg geïnteresseerd om met elkaar te gaan wonen. Het is een eigenzinnige generatie met een hoger inkomen en meer vermogen.”

“Homovriendelijk” woonzorgcentrum De Rietvinck organiseert elke week activiteiten voor oudere homo’s, zoals films en praatgroepen. Uit de wijde omgeving komt er een vaste groep geïnteresseerden op af. De eerste donderdag van de maand is er Café Rosé, een gratis middag voor roze ouderen. Het café heeft om de maand een serieus thema en om de maand lichter amusement.

Foto: Ladyheart (morguefile)

Foto: Ladyheart (morguefile)

De generatie homo’s die nu oud wordt, kan meestal niet rekenen op hulp van nageslacht. Adoptie, zaaddonors en draagmoeders waren er toen zij jong waren nog niet voor homo’s, dus kinderen hebben ze meestal niet.

Bij het Anton de Komhuis is juist het tegenovergestelde aan de hand. Anne-Rose Abendanon, die aan de wieg stond van het verpleeghuis, merkte bij ontmoetingscentrum Kraka-e-Sewa voor Surinaamse dementerende ouderen, dat veel van de ouderen bij hun kinderen in huis woonden. Familieleden hadden vaak geen vertrouwen in de Nederlandse zorg. Abendanon zag dat om een dementerende grootouder in huis te hebben, kleinkinderen hun kamer moesten afstaan en veel te veel mensen in één huis woonden. Daarom kwam er in november 2009 een verpleeghuis voor dementerende Surinaamse ouderen.

Anders dan bij Anton de Kom zijn de ouderen die naar de activiteiten van de Rietvinck komen vaak nog gezond. Ze hebben wel behoefte aan aanspraak van mensen die net als zij hebben moeten vechten om uit te komen voor hun seksuele voorkeur, en hun sociale leven wordt met het verstrijken van de jaren kleiner. Het merendeel van de deelnemers aan Café Rosé en De Roze Salon woont dan ook nog gewoon thuis.

Toch komt niet elke oudere zomaar in aanmerking voor elke woon- of zorgvorm. In het Anton de Komhuis wonen alleen ouderen die een verpleeghuisindicatie hebben, die dus 24 uur per dag recht hebben op zorg. Veel aanleunwoningen en woongroepen vallen onder sociale huur, met een bijbehorende inkomens- en vermogensgrens. En particuliere woonvormen zijn weer niet weggelegd voor de minimainkomens.

Mevrouw Grotjohann, vaste bezoekster van Café Rosé, moet er niet aan denken afhankelijk te worden. Ze woont nog zelfstandig in een flat bij de Gaasperplas in de Bijlmer. Twee keer woonde ze lang samen met een vrouw; nu is ze op zichzelf aangewezen. Nu gaat dat nog goed, ze fietst nog veel en wandelt. Haar moeder zei altijd: “Mannen moet je niet aan beginnen, en kinderen zijn hinderen.” Dat advies heeft Grotjohann letterlijk genomen.

Voor het L.A. Rieshuis in de Jordaan zou Grotjohann wel warm lopen, maar ze is te “kapitaalkrachtig” voor zo’n sociale huurwoning. Op een paar honderd meter lopen van haar appartement staat een normaal verzorgingstehuis. “Maar daar word je lastig gevallen door mannen. Daar zit ik echt niet op te wachten.” Haar sociale leven is klein geworden. Hoe het later gaat redden, zonder kinderen? “Ik neem wel een huisknecht. Of een meisje natuurlijk!”

De Oud-Amsterdammer: een fout jaartal is geen ‘big deal’

Posted By Kick Hommes On februari 14, 2012 @ 16:44 In Achtergrond, Interview, Leven, Nieuwsverhaal, Profiel | No Comments

De Oud-Amsterdammer is een gratis krant met nostalgische en sentimentele verhalen uit het Amsterdam van het verleden.  “Het gaat goed, ver boven verwachting”, zegt Hans Peijs (53), hoofdredacteur van het blad en getogen in Amsterdam Oost. “We wilden het eerst zien en dan pas geloven, maar er zijn heel veel positieve reacties. En er zijn al ruim tweehonderd inzendingen voor de puzzel.”

De Oud-Amsterdammer. Sinds 27 november 2011 in Amsterdam. Foto:deoudamsterdammer.nl

De Oud-Amsterdammer. Sinds 27 november 2011 in Amsterdam. Foto:deoudamsterdammer.nl

AMSTERDAM, 14 februari – Sinds november 2011 is De Oud-Amsterdammer verkrijgbaar. De krant is de Amsterdamse versie van De Oud-Rotterdammer, de eerste gratis krant die zich richtte op 50-plussers in een grote stad. Na De Oud-Utrechter en De Oud-Hagenaar is het de vierde krant die deze formule gaat hanteren. “We zagen het succes in Rotterdam en vroegen ons af waarom het in Amsterdam eigenlijk niet gedaan werd”, zegt Peijs. “En na wat overleg was het eigenlijk zo geregeld.”

De kracht van de krant is volgens Peijs de goede formule van De Oud-Amsterdammer: “We maken artikelen over onderwerpen van bewoners en door bewoners die niet verder teruggaan dan ongeveer 1950. Mensen die ons blad lezen moeten het gevoel krijgen dat ze erbij waren, dat ze zich het konden herinneren.” Voor Peijs zelf geldt dit in ieder geval wel. “Ik ben 53, ik pas in de doelgroep van onze artikelen.”

Dat de krant leeft, blijkt uit het artikel over de brand bij C&A in 1963 in het nummer van 7 februari. Peijs: “we hadden zelf ook goed onderzoek gedaan naar de brand, maar hebben liefst 52 extra foto’s uit privéarchieven van lezers gekregen. Dat is nu allemaal op internet gepubliceerd. ”

Groot historisch onderzoek ligt niet aan de artikelen ten grondslag. Peijs: “Een jaartal kan weleens verkeerd zijn. Dat willen we natuurlijk liever niet, maar het is ook geen big deal. En het is ook alleen maar leuk als we dan weer reacties van lezers krijgen die zeggen dat het toch echt 1964 was in plaats van 1963.”

Voorbeelden van onderwerpen voor De Oud-Amsterdammer heeft Peijs genoeg. Zo gaat hij schrijven over de kroningsrellen in 1980, waarbij krakers met de leus ‘geen woning, geen kroning’ het volksfeest rond de kroning van Beatrix verstoorden. Maar ook schrijft hij over de verloving van Beatrix en Claus en komt in het volgende nummer een artikel over het Casa 400, het huidige studentenhotel bij Amsterdam Amstel. “Dat gaat binnenkort gesloopt worden en we willen er een mooi verhaal over maken”, zegt Peijs.

Op dit moment schrijft Peijs veel stukken zelf, maar er is ook ruimte voor eigen initiatief. Peijs: “we stimuleren eigen inbreng en daar is op dit moment geen gebrek aan. We kunnen moeiteloos twee pagina’s vullen met stukken van lezers.” Mensen die goed schrijven worden volgens Peijs wel gevraagd of ze meer willen bijdragen aan de krant. “We willen naar een vaste redactie. Laatst meldde iemand zich spontaan aan, maar die wilde alleen maar over de Pijp van voor 1940 schrijven. Dat kan dus net niet.”

De oplage van de krant is 120.000 en gratis af te halen op vierhonderd verspreidingspunten in Amsterdam, Almere, Diemen, Weesp, Lelystad, Muiden en Purmerend. Inkomsten haalt de krant vooral uit advertenties, maar inmiddels zijn er volgens Peijs al ongeveer honderd abonnementen van vijftig euro per jaar verkocht aan mensen die niet naar een verspreidingspunt willen of kunnen.

Voorlopig wil Peijs nog niet denken aan uitbreiding van de krant. “We willen eerst settelen. Het gaat goed maar er moeten nog meer advertenties bij voor we van de zestien pagina’s nu naar 24 en meer willen.” Wel heeft Peijs goede hoop dat er uitgebreid kan worden: “ik hoorde laatst dat een ‘Jonge Amsterdammer’ van 35 zei dat het eigenlijk een krant voor iedere Amsterdammer is. Zo hadden we er nog niet over nagedacht, maar het is een welkome meevaller!”

De volgende editie van De Oud-Amsterdammer ligt op 21 februari in de schappen. Dan wordt ook duidelijk wie van de tweehonderd inzendingen de winnaars van de Intratuin-cadeaubonnen worden.

Afbeelding 4

Veertig jaar bejaardengymnastiek

Posted By Thomas Rueb On februari 14, 2012 @ 16:34 In Algemeen, Interview, Leven | No Comments

Jannie Smit (1)

De 81-jarige Jannie Smit toont haar Ereteken van Verdienste. Foto: Thomas Rueb

Deze week ontving Jannie Smit (81) het Ereteken van Verdienste van de stad Amsterdam. Ze kreeg de onderscheiding voor haar inzet voor de stichting Bewegen voor Ouderen, waarvoor ze al veertig jaar gymnastiekles geeft aan ouderen in Amsterdam.

AMSTERDAM, 14 februari – Op de achtergrond klinkt oude jazz, traag en met veel koper. De muziek kabbelt uit een gettoblaster. Die neemt Jannie Smit (81) elke dag mee. “Maak je lang! Strek je benen”, roept ze over de muziek heen. Een zestal oudere dames volgt elke beweging die Smit voordoet. Ze liggen op blauwe yogamatjes. “En fietsen! Alsof je in een ligfiets zit.” De benen schieten gehoorzaam de lucht in en duwen denkbeeldige trappers. “Zo, ja!”, roept Smit tevreden. “Juist. En wissel.”

De aerobicsles van vandaag is één van de zeven gymnastieklessen die Jannie Smit per week geeft aan ouderen in Amsterdam, op vrijdag zelfs vier uur achter elkaar. Die lessen zijn vooral bedoeld voor tachtigers. “Een enkeling is wat jonger”, lacht ze. “Maar mijn oudste is 95.”

Smit geeft de lessen al veertig jaar lang. “Ik ben in 1972 bij Meer Bewegen voor Ouderen gekomen. En dat doe ik sindsdien. Maar ik ben er tussendoor wel heel even uit geweest.” Ze kijkt bijna schuldbewust. “Een paar jaar geleden brak ik mijn heup. Dat duurde even. Maar ik ben gewoon weer terug gekomen.”

Ereteken van Verdienste

Het Ereteken van Verdienste wordt toegekend door de stad Amsterdam aan diegenen die zich 25 jaar of meer heeft ingezet voor een Amsterdamse vereniging, stichting of instelling.

Ereteken

Foto: Thomas Rueb

De les vandaag vindt plaats in de boksruimte van sportcentrum De Pijp. Aan het plafond bungelen kettingen waar normaal gesproken bokszakken aan hangen. De groep krijgt pas sinds een jaar les in deze ruimte, noodgedwongen. “Door de bezuinigingen zijn vorig jaar bijna alle buurthuizen dichtgegooid”, vertelt Smit. “Daar zaten de gymnastiekclubjes voor ouderen. Om Meer Bewegen voor Ouderen überhaupt door te kunnen zetten, hebben we meer dan veertig nieuwe locaties moeten zoeken. Dit is er één van.” Ideaal is het niet. Ze kijkt om zich heen. “Het is een kale boel; we gebruikten altijd rekstokken, maar die hebben we nu niet. De mensen worden mét mij oud, en die vinden het niet meer lekker op de grond.”

Vorige week werd ze onderscheiden met het Ereteken van Verdienste van Amsterdam. De wethouder en haar familieleden verrasten haar tijdens één van de gymnastieklessen. “Ik had het nooit verwacht”, vertelt ze. Trots laat ze de speld zien. “14 karaats goud. Ik neem hem overal mee naartoe.”

De onderscheiding is de kroon op haar werk, zegt ze, maar aan stoppen denkt ze voorlopig nog niet. “Ze willen hier dat ik nog tien, vijftien jaar doorga.” De andere dames mompelen instemmend. “Nou ja, zolang ik het kan blijven doen, waarom niet?” Ze is er duidelijk fit genoeg voor. “Houdt u er wel rekening mee dat ik al drie weken niet meegedaan heb?”, hijgt één van de deelneemsters vermoeid tegen het einde van de les, zichtbaar jonger dan Smit. “Sodeju.”

Jannie Smit

Jannie Smit (derde van links) met haar aerobicsklas. Foto: Thomas Rueb

(G)een centje pijn: GroenLinks-fractievoorzitter Marieke van Doorninck

Posted By Gidi Heesakkers On februari 8, 2012 @ 16:54 In Algemeen, Interview, Stad, serie | No Comments

Marieke van Doorninck

Marieke van Doorninck

NAP maakt een rondgang langs de Amsterdamse fractievoorzitters. Vandaag: Marieke van Doorninck, fractieleider van GroenLinks.

AMSTERDAM, 8 februari – Barre tijden in de Stopera. Amsterdam moest al ruim tweehonderd miljoen besparen, maar het was niet genoeg. In maart stemt de gemeenteraad over een extra bezuinigingspakket van honderdvijftig miljoen euro. Waar valt nog wat te halen? Wat kiest het college? Waarvoor strijdt de oppositie?

GroenLinks is in Amsterdam de derde grootste speler. Samen met de PvdA en de VVD vormt de partij het huidige college. Marieke van Doorninck (1966) is sinds 2009 fractieleider van GroenLinks. De gemeentelijke bezuinigingen maken haar niet gelukkig. “Het is allemaal ontzettend zuur.”

Het motto van GroenLinks is ‘zin in de toekomst’. Is er wel reden om optimistisch vooruit te kijken nu alles met minder moet?
Marieke van Doorninck: “Je moet altijd zin in de toekomst blijven houden. Maar het zijn zware tijden waar we voor staan. De bezuinigingen die we nu al realiseren kwamen hard aan in Amsterdam, net als de bezuinigingen van het Rijk. En dan moet er nog meer. De tijd van het ‘kaasschaven’ is echt wel voorbij. Een verandering van denken en doen is nodig.”

Waar kan de gemeente Amsterdam de te bezuinigen honderd miljoen euro vandaan halen?
“Door efficiënter te werken, kan de gemeente volgens mij wel vijftig of zestig miljoen bezuinigen. Ik denk dat we niet bij elke bezuiniging moeten denken: wat levert dit morgen op? Daarom heeft GroenLinks het standaard over hervormingen.”

Maar is daar wel tijd voor? Hervormingen zijn belangrijk en goed, maar harde cash is wat er nu moet komen.
“Sommige hervormingen moet je inzetten om ze ook op de lange termijn effect te laten hebben. Want als de gemeente nu ergens in snijdt zonder rekening te houden met de consequenties, dan zit Amsterdam straks met veel duurdere gevolgen. Bovendien hoeven we niet al in 2012 honderd miljoen euro bespaard te hebben.”

Welke hervormingen moet Amsterdam doorvoeren?
“Amsterdam moet in ieder geval naar het gemeentelijke apparaat kijken. De gemeente heeft nu grote diensten, zoals de Dienst Maatschappelijke Ondersteuning, waar een heleboel mensen werken, vaak zonder dat er direct een opdracht vanuit de politiek ligt. Door meer vanuit het opdrachtgeverschap te werken, zullen sommige ambtenaren niet meer nodig zijn.”

Dus daar zullen ontslagen vallen?
“Dat zou kunnen, maar dan gebeurt dat vanuit de inhoud en niet omdat er een taakstelling ligt om een x aantal ambtenaren te ontslaan.”

Wethouder Eric van der Burg (Personeel en Organisatie, VVD) probeerde tijdens deze collegeperiode al in het ambtenarenapparaat te snijden. Dat is nog niet echt van de grond gekomen.
“Het gaat GroenLinks niet om een kleinere overheid. Er is een slimmere overheid nodig die sneller reageert op wat er in de maatschappij nodig is en effectiever werkt. Onze partij denkt ook dat de gemeente moet onderzoeken of er niet meer kan worden samengewerkt met burgerinitiatieven. De gemeente zou kunnen kijken op welke plekken burgers zichzelf organiseren en daar ondersteuning bieden.”

U gaat uit van een actieve, zelfredzame burger die van alles zelf organiseert.
“Lang niet alle initiatieven die ik heb gezien komen van grachtengordeltypes die een leuk buurttuintje aanleggen. Door de hele stad zie je dat bewoners actief meedenken en zich inzetten voor de buurt, zoals bewoners in Noord die meehelpen om hun eigen wijk veiliger te maken. Maar ook als dit soort netwerken er zijn, zullen er mensen buiten de boot vallen. En voor hen moet de overheid er gewoon altijd zijn.”

Welke basisfuncties moeten sowieso vanuit de gemeente geregeld blijven?
“Alles rondom zorg. En Amsterdam moet zorgen dat er plekken zijn waar mensen die eenzaam zijn terecht kunnen. De overheid moet zich niet terugtrekken, integendeel. De overheid moest juist betrokken blijven, maar niet meer alles zelf willen uitvoeren.”

Waar mag geen geld vanaf?
“Ik denk dat we van armoedegelden af moeten blijven. De mensen aan de onderkant van de samenleving, daar moet je als overheid pal voor staan.”

In 2010 [1] noemde GroenLinks Amsterdam het ‘niet sociaal’ om in tijden van crisis te korten op mensen met een minimum. Maar er wordt nu wel gekort op regelingen die voorzien in een computer voor kinderen en de plusvoorziening voor arme ouderen.
“Zulke dingen gaan met pijn in het hart. Op een gegeven moment moet je binnen een groep die het zwaar heeft kiezen wie het het allerzwaarst heeft.”

Is het lastig dat u in zo’n brede coalitie zit, waarin GroenLinks samen met VVD en PvdA dit soort beslissingen moet nemen?
“Dat zou lastig kunnen zijn. Maar als deze drie partijen zich ergens in kunnen vinden, dan is er dus kennelijk van links tot rechts draagvlak voor. In de gemeenteraad, maar daardoor ook in de samenleving.”

Maar het is vast moeilijk om uw partijprofiel naar voren te laten komen.
“Alsof het één grijze worst is geworden! Ik neem aan dat mensen investeren in windmolens en zonnecollectoren wel herkennen als GroenLinks.”

Uw collega’s Laurens Ivens (SP) [2] en Jan Paternotte (D66) [3] vinden dat echte politieke keuzes door de brede coalitie uitblijven.
“Dat kunnen ze zeggen, maar we zullen straks gewoon met elkaar onze handtekening moeten zetten onder tenminste honderd miljoen extra bezuinigen. Nou, noem dat maar eens geen politiek besluit.”

VVD wil namen metrostations Noord/Zuidlijn verkopen

Posted By Gidi Heesakkers On februari 8, 2012 @ 16:52 In Algemeen, Nieuwsbericht, Stad | No Comments

Foto: Alexander Leeuw

Digitale voorstelling van een Noord/Zuidlijn-station. Foto: Alexander Leeuw

AMSTERDAM, 8 februari – De VVD Amsterdam wil onderzoeken of het mogelijk is om namen van Noord/Zuidlijn-stations te verkopen. De partij gaat dit vanavond voorstellen in de commissievergadering Financiën. Dat zegt fractievoorzitter Robert Flos.

Flos liet zich voor zijn idee inspireren door het metronetwerk in Maleisië. “Daar kunnen bedrijven tegen betaling stations naar zichzelf laten vernoemen.” In Amsterdam valt volgens hem te denken aan stations als Dam/ABN AMRO of Rokin/ING.

De fractieleider ziet de verkoop van stationsnamen als een manier om extra inkomsten te verwerven zonder de lasten van burgers te verhogen. Het zou volgens Flos “enkele tonnen” per jaar kunnen opleveren. Om welk bedrag het precies gaat, wil de VVD laten uitzoeken.

Kennismaken met de SP: “we durven mensen niet te vragen”

Posted By Kick Hommes On februari 8, 2012 @ 16:44 In Algemeen, Reportage, Stad | No Comments

IMAG1040

Het SP-actiecentrum in Amsterdam, met trommels Foto: Kick Hommes

Waar het de SP in de landelijke peilingen met 33 zetels voor de wind gaat, heeft de partij in Amsterdam moeite leden te vinden na de gemeentelijke verkiezingsnederlaag in 2010. Voor nieuwe leden organiseert de SP een cursus ‘Kennismaken met de SP’, maar de animo voor de eerste bijeenkomst afgelopen maandag was niet heel groot.

AMSTERDAM, 8 februari – Er liggen vier oude trommels te verstoffen op een kast in het actiecentrum van de SP-afdeling Amsterdam. “Waarom worden die trommels niet meer gebruikt?”, vraagt een aanwezige. Paula van Dijnen, voorzitter van de SP-afdeling Amsterdam geeft antwoord. “We wilden er echt mee bezig gaan, maar niemand wilde de kar trekken.” De man haalt zijn schouders op. “Ik wilde wel, had zelfs trommelles willen geven. En weggeven is zonde, het zijn mooie trommels.”

Begon 2012 nog zo goed voor de SP met een drukbezochte Nieuwjaarsborrel, veel enthousiasme voor de ‘Kennismaken met de SP’-avond is er niet. Slechts zeven mensen komen opdagen in het actiecentrum op de Laurierstraat om te horen hoe de organisatie van de SP er eigenlijk uitziet. “Ik hoop echt dat het aan het weer ligt”, verzucht Van Dijnen.

De man die graag trommelles wil geven is Jack Vos. Hij is naar eigen zeggen “al jaren en jaren” lid van de SP en heeft verschillende bestuursfuncties in de stadsdeelraden bekleed. Naar de bijeenkomst van vanavond heeft hij zijn 21-jarige zoon meegenomen. Ook Sharon is aanwezig, tweedejaars antropologiestudente aan de Universiteit van Amsterdam. Hugo is ICT ’er, Ali komt uit Koerdistan en heeft in India veel gedaan voor rechten van vrouwen. Mourad is geen lid maar doet veel vrijwilligerswerk. Op Jack na is niemand ouder dan vijftig.

De SP geeft de cursus ‘Kennismaken met de SP’ ieder half jaar met de bedoeling om mensen die net lid zijn geworden bekend te laten worden met de partij. Dus niet zozeer om nog meer nieuwe leden te werven? Vandaag vertelt Van Dijnen over de organisatie, maar ook zijn er nog avonden over de geschiedenis, de ideologie en de acties van de partij. “Het is een cursus voor mensen die net lid zijn, maar ook oudere leden die even wat willen opfrissen mogen komen”, grapt Van Dijnen. Vos steekt zijn handen omhoog.

Ooit had de SP in Amsterdam nog ongeveer drieduizend leden, vertelt Van Dijnen. Dat was toen de partij in 2006 tijdens de verkiezingen veel stemmen kreeg. In de tijd van Agnes Kant tussen 2008 en 2010 daalde het aantal leden in Amsterdam. “We zijn toen wel afgestraft. In 2010 zijn we van zes naar drie zetels in de gemeenteraad gegaan. Ook betaalden veel mensen niet meer of waren verhuisd”, zegt Van Dijnen. “We kregen post retour.” Dat leidde tot een aantal van 2.630 leden eind 2011. Inmiddels staat de teller volgens Van Dijnen weer op 2.667. “Toch een mooie verbetering.”

Jack Vos vindt het allemaal maar weinig. Hij vraagt zich af of de SP niet meer leden kan pushen om potentiële sympathisanten van de partij aan te spreken. Tienduizend leden wil hij. Van Dijnen is voorzichtiger. Zij vindt vijfduizend leden al mooi. “Maar we bereiken niet veel mensen, dat is waar. Het is een pijnpuntje in de afdeling.”

Het is duidelijk dat de SP moeite heeft om mensen buiten de kern van de partij te bereiken. Normaal gesproken wordt elk nieuw lid gebeld door de fractievoorzitter van het stadsdeel. Bij drie van de zes aanwezige leden in het actiecentrum blijkt dat niet gebeurd te zijn. “Ja, dat zou niet moeten”, zegt Van Dijnen.

De vraag blijft waarom de SP er niet in slaagt mensen te binden. Het is volgens Van Dijnen niet alleen een kwestie van te weinig tijd. “Het is gêne. We durven mensen niet te vragen. We zijn heel goed in acties en daar zijn ook heel veel mensen bij, maar daarna vragen we niet of die mensen wat voor de partij willen doen.”

Een uur vol informatie over de SP later sluit Vos demonstratief de vergadering door met zijn knokkels hard op tafel te slaan. Daarna snijdt hij zich aan wat hij noemt ‘sociaal papier’, SP-papier waarop in mooie plaatjes de organisatie van de SP uitgelegd wordt. Hij kletst met Van Dijnen nog wat na over de trommels. “Daar moeten we toch nog wat mee doen.” De andere aanwezigen staan wat onzeker op en lopen een voor een de deur uit. Geen van hen wordt gevraagd of ze wat voor de partij willen doen.

Jongeren uit bijstandsgezinnen de dupe van aanscherping Wwb

Posted By Gidi Heesakkers On februari 3, 2012 @ 16:58 In Algemeen, Nieuwsbericht, Stad | No Comments

Foto: verbeeldingskr8 (Flickr)

Foto: verbeeldingskr8 (Flickr)

AMSTERDAM, 3 februari – Amsterdamse jongeren uit minimagezinnen ondervinden negatieve gevolgen van de aangescherpte Wet werk en bijstand (Wwb). De nieuwe regels maken het voor hen moeilijker om aan het werk te gaan en veroorzaken spanningen in het gezin. Dat zegt jeugdhulpverleningsorganisatie Streetcornerwork.

Per 1 januari 2012 is de Wwb gewijzigd. Ouders en jongeren die samen in een huis wonen, ontvangen nu samen één bijstandsuitkering. De maatregel moet gezinsleden stimuleren om aan het werk te gaan en elkaar financieel te onderhouden. Om de hoogte van de uitkering te bepalen, worden de inkomens van alle gezinsleden meegeteld. Het inkomen dat thuiswonende kinderen ontvangen, betekent een korting op de uitkering van ouders. Studiefinanciering en loon uit leerwerktrajecten of bijbaantjes van studerende kinderen zijn uitgesloten.

Directeur van Streetcornerwork Robin de Bood signaleert dat ouders hun kinderen bij de gemeente in toenemende mate uitschrijven als inwonend. Zo kunnen zij hun uitkering blijven ontvangen. “Sommige kinderen gaan daadwerkelijk ergens anders wonen. Anderen wonen in de praktijk nog thuis, terwijl ze administratief zijn uitgeschreven. Of ze hoppen van bank naar bank bij vrienden.” Om hoeveel jongeren het gaat, kan De Bood niet zeggen. “Dat zijn we op dit moment aan het inventariseren.”

Ook de Dienst Werk en Inkomen (DWI) merkt dat de nieuwe Wwb “verhuisbewegingen” veroorzaakt. “Het is prima als risicojongeren bij een oom of tante met een stabiele thuissituatie gaan wonen. Maar heen en weer verhuizen, liegen over de woonsituatie of zelfs op straat belanden, is onwenselijk”, zegt een woordvoerder van het DWI. Volgens Streetcornerwork is het kwalijk als jongeren zich niet op een nieuw adres inschrijven en daarmee een postadres verliezen. Een postadres is nodig om hulp te krijgen van instanties.

De nieuwe Wwb-regels maken het volgens directeur De Bood niet aantrekkelijk voor jongeren om een laag betaalde baan te accepteren, omdat de ouders op hun uitkering kunnen worden gekort. “Zo’n situatie levert spanningen op in gezinnen die toch al niet probleemloos zijn.” De DWI kan zich bovendien voorstellen dat thuiswonende jongeren uit bijstandsgezinnen door de nieuwe regeling moeilijker kunnen sparen om uit huis te gaan.

Een woordvoerder van wethouder Andrée van Es (Werk en Inkomen, GroenLinks) laat weten dat de gemeente Amsterdam druk bezig is met het bestuderen van de effecten van de aangescherpte Wwb. “Het komende half jaar zullen we alle gevolgen in kaart brengen.”

“Ik mis een erotische nachtclub waar ik ook met mijn vrouw heen kan”

Posted By Lisa Van Der Velden On februari 3, 2012 @ 16:46 In Algemeen, Interview, Leven | No Comments

Het bestemmingsplan moet nog worden gewijzigd, maar hij heeft er alle vertrouwen in: deze zomer opent hij het eerste rooftoprestaurant in Amsterdam Centrum. Daarna zou horecaondernemer Bert van der Leden (o.a. Supperclub, Nevy, Nomads) graag een burlesque nachtclub neerzetten. “Ik vind het leuk om een van de eersten te zijn.”

Horecaondernemer Bert van der Leden. Foto: IQ Creative

Van der Leden (62) zit achterovergeleund op een stoel in zijn kantoor aan het Rokin, zijn handen achter zijn hoofd. Voor hem liggen twee telefoons op tafel. Aan de muur hangt een schilderij van een toiletrol. Gucci, staat er op het toiletpapier. Allereerst moet hem iets van het hart. “Ik vind het vervelend dat de horeca altijd negatief in de media komt. Dan wordt de euro gewisseld en hebben wij het verkeerd gedaan, dan schenken we weer water uit de kraan. Er is altijd wat. Maar er wordt nooit gezegd dat de gezamenlijke horeca de grootste werkgever van Nederland is, of de grootste werkgever in Amsterdam.”

Dan, ineens vrolijk: “Maar oké, waar gaan we het over hebben?”

Wat zijn precies uw plannen met het rooftoprestaurant?

“Bij Hoogland kun je straks over de hele stad heen kijken. Boven op het Rokin 75, dat is een mooi plekkie. Hoogland is eigenlijk alleen de werknaam, maar het begint te wennen. Onder het logo staat straks waarschijnlijk Terroir des Pays Bas. Van eigen bodem. We willen met producten uit Nederland gaan werken. Er zijn heel veel mooie Nederlandse producten, veel daarvan gaan naar de markt in Parijs. Mensen vergeten dat wel eens. De oesters, de mosselen, de kreeft uit Zeeland, maar ook mooie groentes. Er zitten rond Amsterdam veel biologische boeren. Daar willen we mee samenwerken. Ik heb er met mijn koks over gesproken en die vinden het allemaal heel spannend.”

Canvas zit ook op de bovenste verdieping. Wat maakt Hoogland uniek?

“In San Francisco en Berlijn zijn tientallen, misschien wel honderden rooftoprestaurants. In Amsterdam staat het concept nog in de kinderschoenen. Ik vind het leuk om één van de eersten te zijn.

“De gemeente is ook heel enthousiast over Hoogland. Het past in hun plannen met de zogeheten Rode Loper, waarmee Amsterdam de verslonsde entree vanaf het Centraal Station wil opknappen. De gemeente heeft zelfs Het Parool op mijn spoor gezet. Ik vroeg hen nog: ‘Vinden jullie het niet een beetje vroeg om met de media te praten, het bestemmingsplan is nog niet gewijzigd. Daar moeten jullie nog toestemming voor geven.’ Ze zeiden: ‘Nee hoor, we denken dat het wel goed komt.’”

Worden uw plannen altijd zo goed ontvangen of liep het ook wel eens minder soepel?

“Nee, eigenlijk nooit. Als ik het vergelijk met het buitenland dan denk ik dat wij niet mogen mokken over de overheid. Als je een redelijke vraag hebt, krijg je een redelijk antwoord. Ik heb het in het buitenland waanzinnig lastig gehad. In Rome pestte de overheid de Supperclub gewoon weg.”

Bij Nevy en Nomads wordt veel gebruik gemaakt van acties van kortingssite Groupon. Is dat een symptoom van de financiële crisis?

“Als je gebruik maakt van Groupon, dan denkt iedereen: ‘Het zal wel slecht gaan.’ Een collega noemde het ‘een economisch probleem in de etalage zetten’. Maar voor de crisis sprak niemand er zo over. Terwijl Groupon toen ook al bestond, en we aan dingen als de Restaurantweek en Dining City meededen. Ik vind Groupon een fenomeen. Wat anderen er ook van zeggen, ik vind het fantastisch.

“Kijk, ik zeg niet dat het heel goed gaat. Ik kan niet zeggen dat de crisis ongemerkt aan ons voorbij gaat, dat zou onzin zijn. Maar we zitten niet in de rode cijfers. Ik vind dat wij nog steeds mooie cijfers hebben, ook al zijn die naar beneden bijgesteld. Daar moet je in deze tijd wel bij glimlachen, want het gaat bij een hoop anderen natuurlijk niet goed. Maar ik hoor hier in Amsterdam eigenlijk weinig collega’s heel erg klagen. Ik denk dat het komt door het grootstedelijke.”

Wat mist Amsterdam nog?

Lange stilte. “Ik mis een nachtclub met een erotisch tintje. Dat zou ik willen neerzetten, maar wel iets waar ik ook met mijn vrouw heen kan. Dat bijvoorbeeld Erwin Olaf de wallpapers maakt. Erotiek gemaakt door een mooie kunstenaar. En dames in de bediening in een burlesque sfeer. Dat heb je in Londen en Parijs op hoog niveau. Daar schaamt niemand zich ervoor. Als ik daar met jullie naartoe ga wil ik dat jullie denken: ‘Wat is dit? Dit is goed!’ En niet: ‘Wat een vieze oude man.’”

Meer daklozenopvang door winterkou

Posted By Lisa Van Der Velden On februari 1, 2012 @ 16:54 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht | No Comments

Foto: Alexander Leeuw

Foto: Alexander Leeuw

AMSTERDAM, 1 februari – Circa 190 dak- en thuislozen maakten afgelopen nacht gebruik van de Amsterdamse winterkouderegeling. Die ging zondag van start. De Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GGD) verwacht dat het aantal dak- en thuislozen in de winterkoudeopvang de komende dagen zal stijgen.

Winterkoudeopvang is bedoeld voor alle dak- en thuislozen in Amsterdam die niet in staat zijn om onderdak te vinden bij aanhoudende kou. De regeling treedt in werking wanneer de gevoelstemperatuur meerdere dagen zowel overdag als ’s nachts onder nul ligt. De afgelopen nachten is het aantal dak- en thuislozen in de winterkoudeopvang flink gestegen, zegt Sanne van Meeteren, woordvoerder van de GGD. Zondag maakten 100 daklozen gebruik van de opvang, maandag waren dat er 140 en gisteren 190. “Hoogst waarschijnlijk bouwt dat zich de komende dagen op.”

Zodra de regeling in werking treedt bij extreme kou, kunnen dak- en thuislozen zich melden bij de GGD. Daar worden ze gescreend door sociaalpsychiatrische verpleegkundigen op hun zelfredzaamheid. Sommige aanvragers worden geweigerd. Tot nu toe waren dat er vijf. Volgens de GGD waren dat “toeristen die op zoek waren naar een gratis bed, of mensen die best een slaapplaats konden betalen”.

Als ze wel geaccepteerd worden, krijgen ze een overnachtingsplek toegewezen bij het Leger des Heils, HVO-Querido, de Volksbond of de Regenboog. Daarbij wordt rekening gehouden met de psychische gesteldheid van aanvragers. “Dak- en thuislozen met psychische problemen worden gecentreerd ondergebracht. Niet tussen de algemene populatie”, aldus Van Meeteren.

In de winter van 2010/2011 heeft de gemeente maximaal 339 mensen per nacht opgevangen tijdens de winterkou. Volgens Van Meeteren waren dat niet alleen daklozen, maar ook mensen die in een kraakpand zonder verwarming woonden, of mensen die in een caravan wonen.

Vorige week nam de Amsterdamse gemeenteraad een motie van GroenLinks, PvdA en de SP aan tegen een strikter toelatingsbeleid voor de winteropvang van daklozen. Het Amsterdamse college van burgemeester en wethouders wilde dat daklozen die korter dan drie maanden in Nederland verblijven alleen in noodsituaties toegang kregen tot de winterkoudeopvang, maar dat werd door de motie teniet gedaan.

Winterkoudeopvang bestaat naast reguliere nachtopvang. De gemeente Amsterdam kent gedurende het jaar 223 plekken in de nachtopvang. Deze bedden zijn het hele jaar beschikbaar.

Enhanced by Zemanta [4]

Asscher wil Blue Labour

Posted By Alexander Leeuw On februari 1, 2012 @ 16:48 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht | No Comments

Glasman en Asscher in De Balie. Foto: Alexander Leeuw

Glasman en Asscher in De Balie. Foto: Alexander Leeuw

AMSTERDAM, 1 februari – Wethouder van Amsterdam Lodewijk Asscher (PvdA) betoogt een nieuw soort politiek. Deze politiek zou gemodelleerd zijn naar de Blue Labour-theorie van Lord Maurice Glasman. Asscher en Glasman spraken maandagavond  in Amsterdams cultuurcentrum De Balie. Glasmans Blue Labour pleit voor het benadrukken van het belang van interpersoonlijke relaties en persoonlijke verantwoordelijkheid. Het wil de economie terugbrengen tot kleinere, regionale niveaus.

Asscher zei dat de traditionele waarden verwaarloosd zijn. De nadruk moet meer op de mensen komen te liggen. “Er is teveel technocratie en er wordt te snel gezocht naar institutionele oplossingen.” De Labour-partij van Glasman kan gezien worden als de Engelse tegenhanger van de Partij van de Arbeid. Asscher omarmde Glasmans visie en de kritiek op het Labour-beleid van de afgelopen jaren. “Het is een sterke boodschap en een goede spiegel voor de maatschappij.”

Morele vragen, vindt Asscher, worden in de politiek te weinig gesteld en verliezen het meestal van pragmatische, technocratische overwegingen. Asscher sprak over Project 1012, het project van de gemeente om de Wallen te decriminaliseren. “De claim was dat het toerisme zou dalen. Maar wat is er belangrijker? De Hongaarse seksslaaf van negentien of de voordelen voor het toerisme?” Politiek moet in Asschers optiek morele vragen niet vermijden; er moeten politieke discussies gevoerd worden over in hoeverre mensen verantwoordelijk gehouden worden voor hun daden.

Er moeten volgens Asscher meer oplossingen worden gezocht in de persoonlijke sfeer. Dit in plaats van institutionele oplossingen. De wethouder illustreerde dit met een verhaal van een vader die zijn inboedel dreigt te verliezen door de schulden van zijn zoon. “De reflex is dan om de schulden te betalen en daarna de rest op te lossen. Maar dat is verkeerd. Er moet gekeken worden of de jongen niet ergens kan werken, bij een familielid bijvoorbeeld, waardoor hij meer inzicht kan krijgen.”

Lord Maurice Glasman - Foto: Alexander Leeuw

Lord Maurice Glasman - Foto: Alexander Leeuw

Asscher nam Glasmans theorie van regionale banken over en paste deze op het scholenbeleid toe. Door mensen meer inspraak en macht te geven in het schoolbeleid, zouden ze meer interesse krijgen. “Mensen worden dan trots op de scholen.” Glasman sprak op soortgelijke manier over regionale banken. Door regionale banken de voorkeur te geven boven grote, landelijke banken komt de verantwoordelijkheid volgens Glasman bij het individu te liggen. “Deze vorm van kapitalisme zou de democratische instituten versterken.”

Zowel de Labour-partij als de Partij van de Arbeid zijn op zoek naar een nieuwe visie. Uiteindelijk gaat het volgens Glasman om patriottisme, de wil om het land beter maken. Hij wordt in de Britse pers een “guru” genoemd voor de Labour-partij en diens leider, Edward Milliband.

Enhanced by Zemanta [4]

Meer mkb’s opgeheven binnen sector algemene diensten

Posted By Frank Huiskamp On februari 1, 2012 @ 16:38 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht, Nieuwsverhaal | No Comments

Nog steeds een hoog percentage opheffingen in de bouw, wel daalt het. Foto: Judy** via Flickr

Nog steeds een hoog percentage opheffingen in de bouw, wel daalt het. Foto: Judy** via Flickr

AMSTERDAM, 1 februari – Er zijn in 2011 meer middelgrote en kleine bedrijven in Amsterdam opgeheven binnen de sector van algemene diensten dan de jaren ervoor. In de bouwsector is er een lichte daling zichtbaar, maar blijft het percentage opheffingen hoog. Dat blijkt uit cijfers van de Kamer van Koophandel (KvK). Het totale opheffingspercentage van alle sectoren bleef constant op 5,8%.

In de sector van algemene diensten lag het percentage opheffingen over 20011 op 4,6%. De jaren ervoor schommelde het nog rond 3,5%. Tot de sector behoren onder andere onderwijs- en zorginstellingen. Over een verklaring hiervoor kon de KvK alleen speculeren. “Het zou wellicht snelle ontbindingen van nieuwe inschrijvingen kunnen betreffen”, aldus Dick Freling.

De bouwsector had ook in 2011 met een relatief hoog opheffingspercentage te maken. Dit lag  vorig jaar op 9,9%. “Ik zie de laatste drie maanden bouwbedrijven failliet gaan. De bouw had altijd aanbod genoeg om zich om te richten, maar is nu meer afhankelijk van de vraag”, zegt Matthé Ribbens, directeur van de ondernemersvereniging voor het midden- en kleinbedrijf Amsterdam (MKB). Middelgrote en kleine bedrijven hebben 250 of minder werknemers.

Het percentage opheffingen in de bouw is wel gedaald. In 2010 lag dit nog op 11,1%, in 2009 op 12,1%. Volgens Ribbens is het stijgende aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) een mogelijke oorzaak voor de daling. “Ontslagen personeel  kan moeilijk in een andere sector gaan werken. Zij blijven dan in de bouw werkzaam als zelfstandige”, aldus Ribbens.

Het totale opheffingspercentage van middelgrote en kleine bedrijven in Amsterdam is de afgelopen drie jaar constant gebleven. “Amsterdam blijft een rijke stad, waar veel wordt geconsumeerd”, zegt Ribbens. “Maar de crisis zal nog zeker wel twee jaar voelbaar zijn in de stad.”

Het verhaal achter het faillissement van Panama

Posted By Thomas Rueb On januari 27, 2012 @ 17:03 In Algemeen, Leven | 1 Comment

AMSTERDAM, 27 januari - Deze week vroeg het bedrijf achter de Amsterdamse club Panama faillissement aan. De club is vanaf 2006 verwikkeld in een juridische strijd tussen stadsdeel Oost en buurtbewoners van Panama. Volgens de club had een beperkt aantal buurtbewoners “zich vastgebeten in een slepende strijd om de club de wijk uit te krijgen”. De bewoners vertellen een ander verhaal. NAP Nieuws maakte een reconstructie.

Deze week vroeg de Amsterdamse club Panama faillissement aan. Foto: monosodium (morguefile)

Deze week vroeg de Amsterdamse club Panama faillissement aan. Foto: monosodium (morguefile)

Panama opende in 2001 als café-restaurant. Daarvoor kreeg de club een bijpassende horecavergunning (IV). Tussen 2001 en 2006 begon Panama steeds meer “discotheekactiviteiten” te ontplooien, die buiten de vergunning vielen, vertelt een woordvoerder van stadsdeel Oost. Het stadsdeel had wel oren naar een discotheek op die locatie. Zij kwam daarom in 2006 met een bestemmingsplan dat Panama voorzag van horecavergunning VI, bestemd voor discotheken. De illegale discotheekactiviteiten van Panama zouden op deze manier worden gelegaliseerd.

Hiertegen kwamen omwonenden in actie. Zij vochten het bestemmingsplan in 2007 voor het eerst aan voor de Raad van State.

Het pand van Panama aan de Oostelijke Handelskade in Zeeburg is een monument. Het is te overlastgevoelig voor het geluidsniveau van een discotheek. Dat bepleitten de buurtbewoners in 2007 voor de Raad van State. Ze kregen  gelijk, het bestemmingsplan werd vernietigd. Stadsdeel Oost besloot toen de discotheekactiviteiten van Panama te gedogen. Volgens een woordvoerder van het stadsdeel bleef de club in het bezit van horecavergunning VI en mocht de club haar discotheekactiviteiten voortzetten, “omdat legalisatie van de situatie werd verwacht”. Er werd gewerkt aan een nieuw bestemmingsplan om de horecavergunning te ondersteunen.

Dat kwam er in 2008. Weer stapten de klagers naar de Raad van State en weer kregen ze gelijk. Ook dit bestemmingsplan werd vernietigd. Een jaar later volgde een derde bestemmingsplan. Dat werd tevens door de klagers aangevochten. Die zaak kwam voor op 19 december 2011. Rechter Wim Deetman verweet het stadsdeelbestuur dat het “tien jaar lang de illegale activiteiten van uitgaanscentrum Panama [had] gedoogd terwijl er toch door bewoners voortdurend aan de bel is getrokken”. De uitspraak wordt binnen twee weken verwacht.

Ook de Gemeentelijke Ombudsman Amsterdam “rekent het het stadsdeel aan dat het over een periode van acht jaar een illegale situatie heeft laten voortbestaan”. In maart 2010 concludeerde hij dat er “een illegaal gedoogbeleid van illegale activiteiten is ontstaan”.


Hoge kosten

Vooral hoge juridische kosten hebben volgens de eigenaren de club de kop gekost. Mede-eigenaar van Panama René Vidal verklaarde deze week tegen Het Parool dat “een groepje van hooguit vijf bewoners” zich had vastgebeten in een slepende strijd om de club de wijk uit te krijgen. Volgens gebouweigenaar Michael van de Kuit heeft Panama ongeveer 250.000 euro aan juridische kosten “moeten inleveren”.

Tienduizenden euro’s aan waterschade veroorzaakt door een bouwproject van het stadsdeel droegen volgens Van de Kuit ook bij aan het faillissement. Sinds anderhalf jaar is het aantal parkeerplaatsen rond de club verminderd, wat Panama noodzaakte parkeergelegenheid in een nabijgelegen parkeergarage te huren voor “vele duizenden euro’s”. Het stadsdeel verklaart dat Panama nooit bezwaar heeft gemaakt over afgenomen parkeergelegenheid.

Terugkijkend heeft Panama zich verslikt in te hoge juridische kosten, geeft Van de Kuit toe. De inkomsten liepen de afgelopen tijd terug. “Als je een slecht jaar draait is 2,5 ton heel veel geld.”


De klagers

Anders dan Panama in de media zegt, hebben de klagers hebben nooit tegen Panama zelf geprocedeerd. Zij procedeerden tegen het stadsdeel. Panama sloot uit eigen beweging aan, verklaren ze. “Wij voelen ons valselijk beschuldigd”, vertelt een omwonende van Panama, die liever anoniem wil blijven. “De uitspraken van de Panama in de pers hebben ons zo verbaasd.” Volgens Panama-eigenaar Van de Kuit had Panama geen andere keuze dan zich in het proces tegen het stadsdeel te mengen. “Het stadsdeel faalde keer op keer in haar aanpak en wij voelden ons genoodzaakt om op te treden. Er was geen vertrouwen meer”, zegt hij.

Catharina Vasterling, woordvoerder namens de klagers, zegt ook dat een sluiting van Panama nooit het doel is geweest. “We hebben tegen het onzorgvuldig handelen van het stadsdeel geprocedeerd.” Het was de bewoners te doen om horecavergunning VI, de discotheekvergunning, die het stadsdeel volgens hen niet in het bestemmingsplan had mogen opnemen. “We zijn voor ons recht opgekomen.”

De groep procederende klagers is groter dan de “hooguit vijf” waar Panama melding van maakt. Catharina Vasterling spande de procedure aan namens 41 personen, volgens haar “ongeveer 90 procent van de directe omwonenden”. Daarnaast hebben vier andere omwoners individueel op eigen initiatief geprocedeerd.


Balu BV en uitspraak

Achter Panama zit het bedrijf Balu B.V., dat nu failliet is. Naast Panama bezat Balu een restaurant in Loosdrecht, genaamd Porto. Dit restaurant sluit volgens de website tevens zijn deuren. Dat de inkomsten terugliepen, strookt met gegevens van de Kamer van Koophandel van het nu failliete Balu B.V. Die laten zien dat het bedrijf sinds 2009 steeds meer van haar reserves moest snoepen. Balu B.V. was niet bereikbaar voor commentaar.

Binnen twee weken doet de Raad van State uitspraak over het derde bestemmingsplan. Al is de Panama failliet, er kan gewoon een nieuw etablissement in het pand gevestigd worden. Of dat een discotheek mag zijn, hangt af van de uitspraak. Gebouweigenaar Van de Kuit hoopt van wel: “Ik heb er alle vertrouwen in.”

Enhanced by Zemanta [4]

Daklozen in de Gelagkamer

Posted By Alexander Leeuw On januari 27, 2012 @ 16:56 In Algemeen, Leven, Reportage | No Comments

De Gelagkamer van het Corvershof - Foto: Alexander Leeuw

De Gelagkamer van het Corvershof, in de Protestantse Diaconie - Foto: Alexander Leeuw

Ook daklozen hebben wel eens juridische problemen. Daarom was deze week de officiële opening van het juridisch steunpunt voor dak- en thuislozen in de Protestantse Diaconie Amsterdam. Burgemeester Eberhard van der Laan hield een toespraak, af en toe onderbroken door daklozen die hun frustraties kenbaar maakten. Van der Laan reageerde streng maar nieuwsgierig. “Straks gaan we met z’n tweeën een sigaretje roken en praten we verder.”

AMSTERDAM, 27 januari 2012 – Een man met een witte baard, rood gewaad en een rode mijter verwelkomt de bezoekers. Hij heeft geen antwoord op de vraag waarom hij als Sinterklaas verkleed is. “Ik heb geen verblijfsvergunning”, zegt hij. “Ik wordt hij misschien het land uit gezet.” Achter zijn witte baard schuilt een stoppelbaard. Zijn ogen staan glazig. Hij vertelt dat hij financiële problemen heeft. De opening in de Protestantse Diaconie Amsterdam draait mensen zoals hij, daklozen met juridische problemen. Het weer is druilerig, grijs, met af en toe een verdwaalde regendruppel.

Caroline de Groot is de organisator van de feestelijke opening deze middag. Ze werd afgelopen oktober benoemd als ‘straatjurist’ voor het juridisch steunpunt. De Groot staat in een klein huisje in het hofje van de diaconie. Haar dochter helpt met het uitdelen van appelsap en erwtensoep. De komende drie jaar zal De Groot zich bezighouden met problemen waar daklozen veel mee te maken hebben.

Een belangrijk probleem is bijvoorbeeld de strikte toegangseisen voor maatschappelijke opvang, legt de Groot uit. “Voor maatschappelijke opvang moet je ernstige psychische problemen hebben of verslaafd zijn. Dat gaat niet voor elke dakloze op. Bovendien moet iedereen minstens twee van de afgelopen drie jaar aan Amsterdam verbonden zijn geweest. Dat is lastig te bewijzen voor een dakloze zonder administratie.”

Daarnaast hebben veel daklozen problemen bij het aanvragen van uitkeringen. “Mensen die hier ongedocumenteerd zijn, niet-Europeanen bijvoorbeeld, kunnen geen uitkering aanvragen of terecht bij de maatschappelijke opvang. Doen ze dat wel, dan lopen ze het risico dat ze het land uit worden gezet. Hier beroepen wij op ons beroepsgeheim, dus bij ons kunnen ze zich wel melden.” Ze voegt met nadruk toe: “je moet ‘ongedocumenteerd’ zeggen. ‘Illegaal’ klinkt te negatief.”

En dan zijn er nog de boetes. “Voor veel daklozen stapelen de boetes zich op. Iemand verliest zijn huis omdat hij geen geld heeft, maar krijgt vervolgens een boete omdat hij op straat slaapt.” Boetes voor openbare dronkenschap en urineren in het openbaar vindt De Groot onterecht. “Als je geen huis hebt, kun je niet even naar de wc.” Wat betreft openbare dronkenschap is ze ook begripvol: “Met dit weer kan ik me best voorstellen dat je af en toe wat wilt drinken.”

Dan loopt ze loopt naar het hoofdgebouw, de Corvershof, waar op de trap voor de ingang Jan Haver en de Straatklinkers spelen. Na nummers over Amsterdamse grachten en de Jordaan is het tijd voor de toespraken en de discussie.

De Gelagkamer van het Corvershof, vanaf de binnenplaats - Foto: Alexander Leeuw

De Gelagkamer van het Corvershof, vanaf de binnenplaats - Foto: Alexander Leeuw

In de Gelagkamer van het hoofdgebouw is De Groot de eerste spreker. In de chique, klassiek ingerichte kamer bedankt ze de organisaties die bij het steunpunt betrokken zijn: HVO Querido, de Regenboog Groep, de Belangenbehartiging Amsterdamse Dak- en Thuislozen, Je Eigen Stek, Stichting tot Steun en de diaconie. Ze vertelt ze dat iedereen dakloos kan worden. “Een enkele tegenslag als een echtscheiding of faillissement kan er voor zorgen dat alles fout gaat.”

“Of woningbouwverenigingen die je eruit willen gooien”, roept iemand die in de zaal zit. Sommigen mompelen instemmend.

“Of een verslaving!” roept een ander. Er moeten er een paar lachen.

“Je wordt er zo moe van”, gaat de eerste onderbreker verder. Hij heeft grijs haar, draagt een pluizige trui en twee sjaals. “Je sjokt achter mensen aan die worden betaald om je zogenaamd te helpen.”

Ineens rolt er een man op rollerskates langzaam langs het zittende publiek. Hij heeft een gitaar op zijn rug, een vormeloze hoed op zijn hoofd en skistok in zijn hand. “Ik ben al zes keer onderuit gedonderd.”

De man heet Rob Bril en hij is 52. Hij heeft net twee weken in de Bijlmerbajes gezeten. De kosten daarvoor zijn van zijn uitkering afgetrokken. Hij zat daar omdat hij op een openbare plek had geslapen. Hij zegt dat degenen die hem daar stopten een “boetebusiness” leiden.

De Groot maakt haar toespraak af. Van der Laan neemt de sprekersplek onder de kroonluchter in nemen. Hij vertelt dat hij vroeger als advocaat daklozen bijstond. “Ik vind het een eer om lid van de daklozenbond te zijn.” Ook hij wordt onderbroken door Rob Bril, die steeds harder gaat praten: “Ik had een prachtige cel hoor!”. Van der Laan maant Bril tot stilte door te zeggen dat dit een toespraak is en het debat nog moet komen. “Straks gaan we met z’n tweeën een sigaretje roken en dan praten we verder.”

Het debat dat volgt, bestaat grotendeels uit vragen en suggesties voor Van der Laan. Mark Räkers van de stichting Eropaf! stelt voor om sluitende afspraken te maken over wanneer woningcorporaties melden dat ze mensen uit hun huizen gaan zetten. “Nu kunnen woningcorporaties zelf kiezen of ze dat melden of niet.” Applaus volgt. Räkers biedt aan om zijn plan te komen toelichten. Van der Laan zegt dat hij “nieuwsgierig” is en verwijst Räkers door naar locoburgemeester Freek Ossel. Het is de tweede doorverwijzing. Dat VVD-wethouder Erik van den Burg “met een sociaal oog” naar een probleem ging kijken werd eerder lacherig in de zaal herhaald.

Een volgende spreker in de zaal, die wel een huis heeft, zegt dat hij een boete had staan voor liften en dat hij nu het risico loopt om uit huis gezet te worden omdat hij die boete niet kan betalen. De burgemeester stelt voor een fonds op te richten voor dergelijke problemen. Weer reageert Mark Räkers: “twee jaar geleden was er al een pilot-project begonnen om dit soort boetes te bevriezen. In plaats van een fonds op te richten zou er veel beter aan gedaan worden om dat plan door te zetten.”

Een laatste spreker krijgt de kans wat te zeggen: “Ervaring leert dat de praktijk meestal anders is dan het beleid. Er worden vrijheden genomen in de uitvoering die niet genomen zouden moeten worden. Dat moet beter gecontroleerd worden.” Daar wordt mee ingestemd en het debat wordt beëindigd. Van der Laan loopt naar buiten, door de motregen, de auto in. De sigaret met Rob Bril wordt niet gerookt.

Eberhard van der Laan - Foto: Alexander Leeuw

Eberhard van der Laan - Foto: Alexander Leeuw

Enhanced by Zemanta [4]

‘Vlaaivernieler’ Diemen veroordeeld

Posted By Gidi Heesakkers On januari 27, 2012 @ 16:44 In Reportage, Stad | No Comments

Foto: Felix Poortman (Flickr)

Foto: Felix Poortman (Flickr)

Op 5 februari 2011 kon er bij Multi-Vlaai in Diemen van de grond worden gegeten. Een 21-jarig heethoofd gooide vlaaien door de winkel en zou een medewerkster hebben mishandeld. Gisteren veroordeelde de politierechter hem tot zeventig uur werkstraf en twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf.

AMSTERDAM, 27 januari – De taarten lagen op 5 februari vorig jaar letterlijk voor het oprapen, in het Diemense filiaal van gebakketen Multi-Vlaai. Een jongen was met een brandende sigaret tussen zijn vingers de winkel aan het Claas van Maarssenplein binnengestapt. Een medewerkster van de zaak, niet geheel ontoevallig zijn ex-vriendin, verklaart dat hij de peuk in haar oog probeerde uit te drukken. Ook zou hij het meisje aan het haar hebben getrokken, op de grond hebben geduwd en enkele rake trappen hebben verkocht. Vervolgens ging hij over tot het vernielen van vlaaien, potten, plantenbakken, posters en reclamemateriaal van Multi-Vlaai.

Vandaag, bijna een jaar later, heeft de verdachte zijn woordje klaar voor de politierechter in Amsterdam. Gedurende de hele zitting houdt Ramazan Y. (21), klein van stuk, zijn zwarte bomberjack aan. “Ik wilde haar geen pijn doen, dus heb ik mijn boosheid op de goederen afgereageerd.” Hem wordt een poging tot zware mishandeling en vernieling ten laste gelegd.

Zijn voorbije vlam en een andere medewerker van Multi-Vlaai die in de winkel aanwezig was, verklaren dat Y. die bewuste dag al driftig was toen hij binnenkwam. Y. ontkent: “Ik wilde gewoon rustig met haar praten. Zij had daar geen zin in en duwde me weg. Daarbij is mijn sigaret op de grond gevallen.” Wel geeft hij toe dat hij het meisje op de schoenen heeft getrapt. “Dat ze niet met me wilde spreken, maakte me kwaad. Maar ik heb haar niet omver geduwd of aan haar haren getrokken. Ze viel vanzelf om.”

Als de rechter hem vraagt of hij wil laten zien hoe je precies iemand op de schoenen trapt, reageert de verdachte verbaast. Even later geeft hij een demonstratie. “Ik schopte tegen haar schoenen, omdat ik haar lichaam niet wilde raken.” Toch zegt het meisje zich bezeerd te hebben: ze verwondde haar rechterhand, had een bloeduitstorting in haar arm en pijn in haar nek en rug. Y., die van de kinderrechter al eens een werkstraf kreeg opgelegd voor bedreiging, denkt dat zijn ex hem in de maling neemt. “Na alles wat er gebeurd is, vindt zij het prettig als ik een hoge straf krijg.”

De officier van justitie vindt de getuigenverklaringen van het meisje en haar collega overtuigender dan de gang van zaken zoals Y. die schetst. Hij rekent het de verdachte zwaar aan dat zijn ex-vriendin blind had kunnen worden door de sigaret en acht een poging tot het aanbrengen van zwaar lichamelijk letsel bewezen. Dat er die middag vlaaien en andere artikelen gesneuveld zijn, staat volgens hem eveneens buiten kijf.
De officier eist een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar, naast een werkstraf van honderd uur met reclasseringstoezicht. Hij wil Y. bovendien verplichten tot een training om hem van zijn opvliegende karakter af te helpen, naar een advies van de reclassering.

Advocaat Sikkema, die Y. vandaag bijstaat, schuift zijn telefoon terzijde en neemt het woord. Het advies in het reclasseringsrapport over zijn cliënt noemt Sikkema gedateerd. “Er zijn in de tussentijd een hoop goede, positieve dingen veranderd in zijn leven. Daarom lijkt het mij niet nodig om hem op zo’n agressietraining te sturen.”
Hij twijfelt er niet aan dat Y. de Multi-Vlaai op zijn kop heeft gezet. “Maar om nu te zeggen dat hij die sigaret in het oog van het meisje wilde laten belanden, daarvoor is het bewijs te summier. Ik zou het dan ook bij ‘eenvoudige mishandeling’ willen houden.”

Dan is het aan de rechter om een vonnis uit te spreken. Net als de officier gelooft hij het slachtoffer en haar collega op hun woord. Y. stond volgens hem zo dicht bij het meisje, dat zij zich niet kan hebben vergist in de bestemming van de sigaret. “Het reclasseringsrapport is inderdaad gedateerd, maar wat overeind blijft staan is het zojuist nog toegegeven agressieprobleem.” Onder een behandeling komt Y. dan ook niet uit. De rechter veroordeelt hem tot een gevangenisstraf van twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en zeventig uur werkstraf. “Omdat het allemaal wat langer geleden is, vind ik honderd uur aan de hoge kant”, luidt het argument.

Y. knikt. Hij lijkt in zijn straf te berusten als hij met kalme passen de zaal verlaat. Een advocaat op de publiekstribune schrikt wakker uit zijn hazenslaap.

Jeugdsportfonds wil meer geld voor sportminnende minima

Posted By Gidi Heesakkers On januari 25, 2012 @ 16:54 In Achtergrond, Stad | 1 Comment

Foto: Mary R. Vogt (MorgueFile)

Foto: Mary R. Vogt (MorgueFile)

Het potje van het Amsterdamse Jeugdsportfonds was vorig jaar al in augustus op. Daardoor kon het fonds in 2011 voor het eerst niet voldoen aan alle verzoeken om kinderen uit arme gezinnen te laten sporten. “Er is structureel meer geld nodig vanuit de gemeente”, zegt Harrie Postma van Jeugdsportfonds Nederland.

AMSTERDAM, 25 januari – Alle kinderen moeten kunnen sporten. Zo luidt het motto van Jeugdsportfonds Nederland, dat aan kinderen uit minimahuishoudens een bijdrage verstrekt voor contributie en sportmaterialen. In augustus vorig jaar moest de Amsterdamse tak van het fonds een aanvraagstop afkondigen omdat er niet genoeg geld beschikbaar was om alle verzoeken te honoreren. “Onverteerbaar”, vindt Harrie Postma van Jeugdsportfonds Nederland.

Personen die professioneel betrokken zijn bij de opvoeding, begeleiding of scholing van kinderen die onder de armoedegrens leven, kunnen bij het Jeugdsportfonds een aanvraag indienen. Volgens Postma, manager fondsenwerving bij de stichting, was het aantal aanvragen in Amsterdam met 1.343 in de eerste helft van 2011 groter dan ooit. Maar daarmee was het budget voor 2011 verbruikt. Een jaar eerder werden nog 3.070 aanvragen gehonoreerd, wat mogelijk was door een eenmalige verdubbeling van subsidie in 2009.

Het werk van het Jeugdsportfonds wordt in Amsterdam voor circa 80 procent gefinancierd met een subsidie van de Dienst Werk en Inkomen (DWI), in het kader van het armoedebeleid van de gemeente. In 2011 ontving de stichting van het DWI 260.000 euro. Dit jaar kan het Jeugdsportfonds op hetzelfde bedrag rekenen. Voor de resterende 20 procent is het fonds afhankelijk van giften van bedrijven, verenigingen en particuliere donateurs. De contributie van een op de vijf kinderen wordt uit zulke giften betaald.

Jeugdsportfonds:
- Jeugdsportfonds Nederland is in 1998 opgericht in Amsterdam met als doel kinderen van minima middels een financiële bijdrage te laten sporten
- De stichting opereert inmiddels in 120 van de 415 Nederlandse gemeenten
- Het kost gemiddeld 250 euro om een kind een jaar lang te laten sporten
- In 2011 konden dankzij het Jeugdsportfonds landelijk 18.839 kinderen sporten, in 2010 waren dat er 19.640
- In Amsterdam zijn in 2011 1.329 kinderen geholpen, tegenover 3.070 in heel 2010
- Door tegenvallende inkomsten moest Jeugdsportfonds Amsterdam in 2011 voor het eerst een zogenoemde ‘aanvraagstop’ afkondigen
- Ook in Zwolle en Rotterdam was een aanvraagstop nodig
- Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van het Amsterdamse Jeugdsportfonds moeten ouders de Scholierenvergoeding, een andere bijdrage van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) voor gezinnen die leven op bijstandsniveau, al volledig hebben benut

“Door de economische crisis hebben meer gezinnen in de onderlaag het moeilijk gekregen”, zegt Postma. Meer mensen doen een beroep op het Jeugdsportfonds, terwijl de inkomsten tanende zijn. “Het is in deze tijd moeilijker om gelden uit de particuliere sector te verwerven. Ook bedrijven zitten op de centen.”

Om het tekort op te vangen, steekt het Amsterdamse fonds meer energie in het werven van sponsors. Zo worden de meer draagkrachtige sportclubs benaderd om Jeugdsportfonds-kinderen financieel te adopteren. Ook wordt hard gewerkt aan het opstarten van een ‘vriendennetwerk’ met als doel bedrijven aan het Jeugdsportfonds te binden.
Daarnaast zijn de zogenoemde ‘spelregels’ van de stichting bijgesteld. De maximale bijdrage voor kinderen tot zestien jaar is bijvoorbeeld verlaagd van 225 euro naar 200 euro. Voor kinderen tussen de zestien en de achttien jaar draagt de stichting nu maximaal 100 euro in plaats van 225 euro bij. Jongeren op deze leeftijd kunnen zelf ook al wat bijverdienen, redeneert het fonds.

De genomen maatregelen lossen de problemen tijdelijk op, aldus fondswerver Postma. Om elk kind dat in aanmerking komt voor een bijdrage van het Jeugdsportfonds te laten sporten, moet er structureel meer geld beschikbaar komen vanuit de gemeente. “We zouden wel vijfduizend Amsterdamse kinderen uit arme gezinnen kunnen helpen”, zegt Postma. “Maar daarvoor is het geld dat we jaarlijks krijgen uit het minimumbeleid niet afdoende.”

In Rotterdam ontving het Jeugdsportfonds recentelijk een groot bedrag uit de gemeentelijke sportbegroting. Dat zou Postma ook graag zien gebeuren in Amsterdam. “Vergeet niet dat we ook een bijdrage leveren aan het verenigingsleven door kinderen lid te maken. Een aanvullende subsidie uit het potje Sport en Recreatie lijkt mij een logische stap.”

Postma ziet kansen voor een intensievere samenwerking met wethouder Eric van der Burg (VVD, Sport en Recreatie). “Problemen zoals obesitas onder kinderen kunnen we samen te lijf gaan. Via onze contacten met het onderwijs, jeugdzorg en welzijnsinstellingen valt een groot deel van de doelgroep te bereiken.”

Een woordvoerder van wethouder Van der Burg laat weten dat er in de tijd van de bezuinigingen bij de gemeente “absoluut geen ruimte bestaat voor een extra bijdrage”. Op de sportbegroting zijn volgens haar geen middelen beschikbaar voor de bestrijding van armoede. Wel moedigt Sport en Recreatie een verbinding aan tussen het Jeugdsportfonds en activiteiten die sport onder kinderen stimuleren, zoals JUMP-in.

Een deel van het geld dat de gemeente Amsterdam steekt in sportstimulering, kan volgens Postma beter besteed worden aan het Jeugdsportfonds. “Bij ons is een enorme groep te vinden die helemaal niet gestimuleerd hoeft te worden, maar sport simpelweg niet kan betalen.”

(G)een centje pijn: Red Amsterdam-fractievoorzitter Roderic Evans-Knaup

Posted By Anna Vossers On januari 20, 2012 @ 16:54 In Algemeen, Interview, Stad | 1 Comment

NAP maakt een rondgang langs de Amsterdamse fractievoorzitters. Vandaag: Roderic Evans-Knaup, vanaf woensdag 25 januari de nieuwe fractieleider van Red Amsterdam.

AMSTERDAM, 20 januari – Barre tijden in de Stopera. Amsterdam moest al ruim tweehonderd miljoen besparen, maar het was niet genoeg. In maart stemt de gemeenteraad over een extra bezuinigingspakket van honderdvijftig miljoen. Waar valt nog wat te halen? Wat kiest het college? Waarvoor strijdt de oppositie?

Red Amsterdam bezet sinds de oprichting van de partij in 2010 één zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. Op die stoel zit vanaf woensdag 25 januari Roderic Evans-Knaup (1971), nu nog duoraadslid. Hij volgt Pitt Treumann op als fractievoorzitter van de partij. Evans-Knaup heeft er zin in. “Er valt nog genoeg te redden aan Amsterdam.”

Roderic Evans-Knaup

Roderic Evans-Knaup

Red Amsterdam wordt wel eens neergezet als een one-issuepartij die alleen strijdt voor de Noord/Zuidlijn.
“Dat zijn we wat mij betreft absoluut niet. De Noord/Zuidlijn staat symbool voor een groter probleem, namelijk dat de gemeente Amsterdam niet goed omgaat met gemeenschapsgeld. Overigens zeggen we op dit moment ook niet meer dat de bouw van de Noord/Zuidlijn moet stoppen. Stoppen is in dit stadium niet langer goedkoper voor de stad. We zeggen wel dat het een slecht besluit is geweest. Doorbouwen moet op de meest efficiënte manier gebeuren. Maak de metrostations bijvoorbeeld niet duurder dan nodig.”

Heeft Red Amsterdam al een nieuw speerpunt?
“Ons centrale thema is nu de menselijke maat van Amsterdam. Amsterdam is een stad met 780 duizend inwoners. Die moet je ook besturen als een stad met 780 duizend inwoners. Dus niet zoals metropolen als New York of Londen, maar ook niet als Heerhugowaard. Om die reden zijn wij voor het afschaffen van de stadsdeelraden. Met een indeling in stadsdelen maak je van Amsterdam zeven Heerhugowaardjes.”

In uw partijprogramma staat dat Amsterdam de crisis op een realistische manier onder ogen moet komen. Getuigen de grote gemeentelijke bezuinigingen van realiteitszin?
“Van mij had het wel iets minder mogen zijn, maar de hoogte van de bezuiniging vind ik realistisch. Wat dat betreft heeft het college het goed gedaan. Dat de bezuinigingen Amsterdam hard raken, vind ik wél een probleem.”

Waarop had niet bezuinigd mogen worden?
“De Rijksbezuinigingen zorgen ervoor dat Amsterdam bijna 120 miljoen per jaar moet besparen op de kunsten, en dan doen we daar als stad nog eens 10 miljoen bovenop. Dat is te veel. Ik vind juist dat we een signaal moeten geven aan het Rijk: stop daarmee.”

Een ander programmapunt van Red Amsterdam is dat een wethouder van Financiën niet twee portefeuilles mag beheren.
“Op dit moment hebben we een wethouder van onderwijs (Lodewijk Asscher, PvdA) die de portefeuille Financiën erbij doet. Maar de gemeente Amsterdam telt 15 duizend personeelsleden en heeft een omzet van 5 miljard euro. In het bedrijfsleven zou de gemeente een grote beursgenoteerde onderneming zijn. Er is geen enkele grote onderneming waarbij de financieel-bestuurder nog allerlei andere taken heeft. Waarom zou Financiën in een politieke organisatie wel een ondergeschoven kindje mogen zijn?”

Waar valt volgens Red Amsterdam nog geld te halen?
“Wij denken dat er geld zit in de rente-inkomsten van Amsterdam. De stad leent geld tegen een rente van zo’n anderhalf procent. We lenen dat uit aan stadsdelen en andere partijen waar de gemeente mee te maken heeft, tegen een rekenrente van 4.5 procent. Dat verschil van ongeveer 3 procent is aan het einde van het jaar over, en dat kunnen we herverdelen. Het college ziet dat elk jaar weer als een meevaller. Ik vind dat we dat zo veel mogelijk moeten gebruiken om de bezuinigingen te verzachten. In 2011 gaat dat om ongeveer 35 miljoen euro.”

Maar waar moeten de honderd miljoen euro extra bezuinigingen precies vandaan komen?
“Uit megalomane projecten. De olympische ambitie is compleet onzinnig. De kans dat Amsterdam de Olympische Spelen binnenhaalt, is al erg klein, maar als ze worden binnengehaald vind ik dat onwenselijk. Dat gooit de stad voor een feestje van drie weken tien jaar lang op de schop.”

Stoppen met het project om de Spelen binnen te halen, brengt op korte termijn geen honderd miljoen in het laatje.
“Ik denk niet dat je bij een post honderd miljoen kunt vinden. Als je niets extra’s van de structurele jaarlijkse uitgaven afhaalt, maar juist bij grote, eenmalige projecten een paar miljoen wegplukt, dan komt Amsterdam een heel eind. Dat stadsdeel Oost 28 miljoen euro uitgeeft om MuzyQ te kopen, is een absurde gedachte.
“Daarnaast het afschaffen van de stadsdeelraden. Het centrale bestuur zou alleen de grote lijnen kunnen uitzetten en dan doen ambtenaren de rest.”

De stad mag zich van Red Amsterdam niet groter voordoen dan ze is.
“Amsterdam mag best een grootstedelijke moraal hebben. We willen een vrije, tolerante stad zijn, bijvoorbeeld voor homoseksuelen, en we mogen ons wat dat betreft best meten met bijvoorbeeld Berlijn. Maar de stad moet geen kostbare evenementen of projecten plannen die veel groter zijn dan nodig.”

Waar zou het College beslist van moeten afblijven?
“Er wordt nu te veel bezuinigd op zaken die de zwaksten raken. Het versneld afschaffen van de gesubsidieerde ID-banen, bedoeld om mensen te laten (her)integreren in de reguliere arbeidsmarkt, vind ik wanstaltig. Mensen een zinvolle invulling van hun leven afnemen en zo de bijstand in duwen, daar had ik graag een andere oplossing voor gevonden.”

Red Amsterdam voert oppositie, terwijl de huidige gemeenteraad instemt met bijna alles wat het College voorstelt. Hoe probeert u als eenmansfractie toch iets te bereiken?
“Als eenmansfractie heb je geen stemkracht. Er valt op geen enkele manier macht uit te oefenen. Je hoopt dat je het College met gezond verstand kunt overtuigen van jouw standpunten. Het mooiste recht dat oppositiepartijen hebben, is het initiatiefrecht. Met GroenLinks hebben we bijvoorbeeld het initiatiefvoorstel ‘Amsterdam, kernenergievrije gemeente’ ingediend. Dat instrument wil Red Amsterdam vaker gebruiken.”

“Kansrijken. Met hen kun je quota halen”

Posted By Lisa Van Der Velden On januari 13, 2012 @ 16:53 In Algemeen, Leven, Reportage | No Comments

Voor Stichting Amsterdams Buurvrouwen Contact (ABC) was 2011 geen gemakkelijk jaar. De stichting verzorgt taalles aan huis voor anderstalige en geïsoleerde vrouwen. Er werd flink op hun subsidies en fondsen gekort. Gisteravond luidde het ABC het nieuwe jaar in en proostten ze op de toekomst. “Voor 2012 zijn we veilig. Daarna is de toekomst weer onzeker.”

foto

De nieuwjaarsborrel van het ABC op het Begijnhof. Foto: Lisa van der Velden

AMSTERDAM, 13 januari- “Vroeger sprak mijn man goed Nederlands”, zegt Güler Dömnez (51) uit Amsterdam Tussenmeer. “Maar toen hij Alzheimer kreeg, is hij alles vergeten.” Ze draagt een witte hoofddoek met zwarte bloemen. Twee jaar geleden overleed haar man. Dömnez sprak gebrekkig Nederlands en kon zich niet goed kon redden na zijn dood. Via haar stiefkinderen kwam ze terecht bij het ABC. Ze werd gekoppeld aan een 78-jarige vrijwilliger, met wie ze goed bevriend raakte. “Eerst kwam ze elke week bij mij thuis langs. Maar nu ze ouder wordt en niet goed meer kan lopen, ga ik naar haar toe.” Trots haalt Dömnez een piepklein notitieboekje tevoorschijn. “Elk woord schrijf ik op. In Turks en Nederlands. Anders vergeet ik het”, zegt ze lachend.

Dömnez staat met veertig anderen op een zolderverdieping van een kapel op het Begijnhof. Lange mensen stoten hun hoofd net niet aan de witte balken. Op een viertal tafels staan bakjes chips en bordjes met blokjes kaas. Dömnez is de enige leerlinge vanavond. De rest van de zolder is gevuld met vrijwilligers, voornamelijk vrouwen boven de vijftig. Ze drinken wijn uit plastic glazen.

“Het is hier een beetje een bejaardensoos”, zegt Marieke Hoogeboom (29), een van de jongste aanwezigen. Ze is maatschappelijk werker in Slotervaart en sinds maart vorig jaar vrijwilliger bij het ABC. Ze geeft taalles aan een Marokkaanse vrouw van dertig. Ze was zelf lange tijd op reis door Marokko. “Daarom wilde ik graag een Marokkaanse begeleiden. Op die manier ben ik in Nederland ook een beetje op reis”, zegt ze lachend. “Mijn leerlinge heeft een heel ander leven. Ze zou nooit in de kroeg staan. Maar toch voelt het net als een vriendin, bij wie ik elke week langsga.”

Temidden van een kring vrouwen zit ABC-directeur Miriam Meijs (42). Ze heeft een blos op haar wangen. “We moesten knokken afgelopen jaar. Elk stadsdeel, elk fonds dat we benaderden zei hetzelfde: jullie doen fantastisch werk, maar we hebben geen geld.” Het bleef tot eind 2011 onzeker of het ABC zou kunnen blijven voortbestaan. “We hebben alles op alles gezet: een protestactie op het water in Amsterdam, de politiek opgezocht. Uiteindelijk hebben we het gered. Maar andere vrouwenorganisaties staan op omvallen. Het VIO in Bos & Lommer, VLAM in Slotervaart, VOM in Amsterdam Oost. Zij lopen alle drie gevaar”

Emmy Groot (56), pedagoge en sinds acht jaar vrijwilliger bij het ABC, begrijpt wel dat er bijna geen leerlingen aanwezig zijn. Ze staat naast een tafel met posters en pennen van de stichting. “Leerlingen zouden hier doodongelukkig zijn. Het zijn vrouwen die het huis niet graag uitkomen. Toen we gingen staken waren ze er ook niet. Als we een activiteit doen, moet dat vooral leuk zijn voor hen, en niet voor anderen om aapjes te kijken.”

Meijs heeft vooral moeite met de eisen die subsidieverstrekkers tegenwoordig aan het ABC stellen. Een van die eisen is dat het ABC zich richt op vrouwen die al les krijgen en alleen nog extra hulp bij het inburgeren nodig hebben. Het ABC moest in 2011 ten minste 160 van deze mensen helpen om subsidie te ontvangen. “Om geld binnen te halen moesten we dus onze focus verleggen naar mensen die verder waren in de integratie. Kansrijken. Met hen kun je quota halen.”

Alle vrijwilligers hingen briefjes met daarop de kracht van hun leerlingen en hun toekomstwens voor het ABC op de muur. Foto: Lisa van der Velden

Alle vrijwilligers hingen briefjes met daarop de kracht van hun leerlingen en hun toekomstwens voor het ABC op de muur. Foto: Lisa van der Velden

Meijs trekt een vies gezicht. “Productie draaien dus. Terwijl onze eigenlijke doelgroep bestaat uit geïsoleerde vrouwen, die helemaal geen Nederlands kunnen. Kansarmen, die het veel harder nodig hebben.”

Uiteindelijk is Meijs blij dat ze in Amsterdam werkt. “In Amsterdam heb je salonsocialisten en linkse VVD’ers.” Het ABC wist toch de nodige fondsen bij elkaar te sprokkelen, dankzij verschillende Amsterdamse partijen. “Er worden vanuit Den Haag zoveel bezuinigingen opgelegd. Gelukkig heeft Amsterdam nog oog voor de kansarmen die door Den Haag kansloos worden gemaakt.”

Jongerenbrandweer uniek in Nederland

Posted By Steffi Weber On januari 13, 2012 @ 16:46 In Leven, Reportage | No Comments

Man van de avond: Tom Groothuesheidkamp met brandweerman John Jones. Foto: Lis Tuithof

Man van de avond: Tom Groothuesheidkamp met brandweerman John Jones. Foto: Lis Tuithof

Afgelopen woensdag ging in Amsterdam-Oost de jongerenbrandweer van start. Het buurtinitiatief is opgezet door de 18-jarige Tom Groothuesheidkamp en moet de jeugd op een speelse manier in contact brengen met hulpverlening.

AMSTERDAM, 13 januari – Het jongerencentrum Jav’ Art op het Javaplatsoen in Amsterdam-Oost is versierd met ballonnen in alle kleuren. Op de tafel in de hoek staat appeltaart, snoep en verschillende soorten frisdrank. Het doet denken aan een kinderfeestje, maar in plaats van kinderen staan er mannen in chique uniformen en journalisten met camera’s aan het buffet. “Jongeren komen altijd laat”, zegt leerplichtambtenaar Rob van Os. “Dat is cool.”

Vanaf volgende week zullen jongeren tussen de 15 en de 18 jaar iedere woensdagavond hier bijeenkomen om kennismaken met de brandweer en andere hulpverleningsinstanties. Ze gaan langs bij verschillende brandweerkazernes en leren hoe ze brandjes kunnen blussen. Er staat ook een bezoek bij het duikteam op het programma en ze gaan een film kijken over de brand van Moerdijk van 2011. Daarnaast is er oog voor andere hulpverleningsinstanties, zoals de ambulancedienst. Het programma is voor de jongeren geheel kosteloos en wordt aangevuld met verschillende sportactiviteiten.

Rob van Os krijgt gelijk, de jongeren zijn laat. Eenmaal binnen, gaat een aantal jongens met zwarte jassen en dikke bontkragen nonchalant tegen een muur leunen achter in de zaal.  Onder hun mutsen kijken ze nieuwsgierig naar voren waar John Jones (bekend van o.a. Sam Sam) de avond officieel opent. Jones is lid van de vrijwillige brandweer en steunt het project uit enthousiasme. “We geven vanavond het startschot voor een uniek project. In ieder geval uniek in Nederland, misschien wel uniek Europa. We gaan het uitzoeken.”

Wat is de jongerenbrandweer?

De jongerenbrandweer is een project van Tom Groothuesheidkamp. Zijn buurtinitiatief werd afgelopen zomer tijdens het Samen Inidische Buurtfestival door een burgerjury gekozen en won daarmee een subsidie van stadsdeel Oost ten waarde van 10.444 euro.

De jongerenbrandweer is niet hetzelfde als de jeugdbrandweer. Waar de jeugdbrandweerlieden worden opgeleid om later zelf brandweerman te worden, richt de jongerenbrandweer zich ook op andere hulpverleningsinstanties. Jongens en meisjes tussen de 15 en 18 jaar kunnen zich gratis aanmelden onder www.jongerenbrandweeramsterdam.nl

Het project loopt in ieder geval tot de zomer 2012.

Stadsdeelvoorzitter Fatima Elatik (PvdA), is trots dat dit pioniersproject in Oost van start gaat. Ze hoopt dat het begrip voor hulpverlening hierdoor zal toenemen. “Hulpverleners worden vaak in de weg gezeten door baldadige jongeren. Het respect moet weer toenemen. Het leuke aan dit project is juist dat het niet komt vanuit de gemeente maar vanuit een bewoner van 18 jaar. Het moet namelijk vooral leuk zijn, en niet belerend.”

Daar is Tom het helemaal mee eens. Hij wil in eerste instantie een spannend programma voor leeftijdsgenoten organiseren; volgens hem is daar momenteel een tekort aan. “Ik merk het aan mezelf, er is gewoon niet zo veel te doen.” Het idee werd ontwikkeld in een periode waarin hij niet precies wist wat hij wilde. Hij was net gestopt met een sportopleiding en op zoek naar een uitdaging. Toch is het voor hem meer dan alleen lol. “Ik hoop dat jongeren meer  verantwoordelijkheidsgevoel krijgen. Het is de bedoeling dat zij ook leren hoe zij zélf mensen kunnen helpen. En misschien ontdekken zij wel een leuk beroep in de hulpverlening.” Of hijzelf brandweerman wil worden, weet hij nog niet zeker.

Volgens Ricardo Weewer, plaatsvervangend commandant van de brandweer Amsterdam-Amstelland, is dit initiatief niet bedoeld om brandweerlieden te werven. Er zijn genoeg aanmeldingen. Toch is het project voor hem “een geschenk van de hemel”. Weewer probeert de jeugd al langer te benaderen. Volgens hem mist de brandweer momenteel het contact met de burgers. “Brand voorkomen is beter dan brand blussen, en voorkomen doe je samen.” Hij bespeurt grote interesse vanuit de brandweer in dit project, ook vanuit andere brandweercentrales.

Door alle voorbereidingen heeft Tom nog niet veel aandacht kunnen schenken aan promotie. “Ik was een beetje vergeten om bij scholen langs te gaan, maar dat ga ik de komende tijd zeker doen.” Toch hebben zich binnen korte tijd al vijf jongens aangemeld. Een van hen is Nieck Brand (15). “Ik weet eigenlijk niet zo veel over de brandweer”, vertelt hij. “Het lijkt me leuk om te zien hoe het allemaal werkt.” Hij is vooral nieuwsgierig naar de kazernes. “Ik hoop dat ik van die paal mag glijden.”

Dan is ineens het geloei van sirenes te horen. Buiten staat een ladderwagen en Tom mag samen met een andere jongen en een cameraman in het bakje gaan staan. Hij wordt zo´n 25 meter de lucht in gehesen. Zijn ogen stralen als hij weer op de grond staat. “Erg leuk, zo hoog boven de huizen. Maar wel koud.” Naast hem staat zijn moeder. Ze is trots op Tom en maakt zich geen zorgen over het aantal aanmeldingen: “Ik zeg: begin met vijf, dan worden het er vanzelf meer. Oh, en het is ook heel leuk voor meisjes, zet dat er maar bij.”

Column: de klok slaat 3

Posted By Martine Huijbregts On januari 13, 2012 @ 16:45 In Column, Mooi | No Comments

De Amsterdamse Kalverstraat. Foto: Kemal Yaylali via Flickr.

De Amsterdamse Kalverstraat. Foto: Kemal Yaylali via Flickr.

Mijn opa is een man met een uitgesproken mening. Zo meent hij dat de nacht tot het ongedierte behoort, politici schurken zijn en Ajax moet worden opgedoekt. Ook heeft hij me eens uitgebreid verteld hoe hij en mijn oma ver voor hun huwelijk ontsnapten aan de chaperonne, “want een tractor probeer je toch ook uit voordat je hem koopt”.

Over Amsterdam spuwt mijn provinciale opa geregeld zijn gal. “Ik mag lijden dat je naar Groningen gaat”, zei hij, toen ik hem vertelde dat ik Journalistiek ging studeren. Nu ben ik het meestal wel of juist niet eens met mijn opa. Zo vind ik de nacht heerlijk, denk ik ook dat politici dubbele agenda’s hebben en hoop ik dat Ajax wordt opgedoekt, al was het alleen maar om de naam Cruijff voorlopig niet in de krant te hoeven lezen. Over tractors wil ik niet nadenken.Maar wat ik vind van Amsterdam, daar was ik nooit zo zeker van. En dus besluit ik donderdagmiddag rond een uur of drie dat het tijd is voor een sociaal experiment. Dat gaat ongeveer als volgt:

-         Ho, daar komt de tram, die moet je hebben, Martine, DIE MOET JE HEBBEN, RENN… – gemist. Nou ren je natuurlijk ook als een vogelbekdier. “Wanneer komt de volgende? Ugh, over drie minuten pas.” Wacht, wat? Over drie minuten is er weer een tram? In Brabant zou je drie uur moeten wachten op het eerstvolgende buurtbusje. Ja, ik denk, ik geloof… Ik hou van Amsterdam!

-         Nou, die drie minuten waren mooi gelogen. Het is nu al vijf over drie. Grom. Ik ga wel lopen. Ik hou toch niet zo van Amsterdam.

-         Jezus, wat is het op dit tijdstip druk in de Kalverstraat. Maar ja, hier zitten leuke winkels hè. Kijk, drie keer de Only. En veel groter dan in mijn geboorteplaats Oosterhout ook. En zit hier nou een American Book Store? Oh my God, daar moet ik dus heen. Ik hou zo ontzettend veel van Amsterdam.

-         “Psst, meisje! Hey, psst!” Oh help. Dat zijn dus of loverboys, of zakkenrollers. Rustig ademhalen, Martine. Concentreer je. Mik in gedachten maar vast op zijn kruis. Ja, komt ie… Hé, waar is ie nou? Zucht, ik ben paranoïde aan het worden. Ik haat Amsterdam.

-         “Excuse me, miss…” Nee, niet weer! “Can you tell me where I can find the Blokker?” Oh, wauw. Hij denkt dat ik uit Amsterdam kom. En ik weet waar de Blokker is, want ik liep er net langs! Ik ben een klein beetje trots op mezelf. Ik hou toch wel van Amsterdam.

-         Oh, de Dam. Dat vind ik zo’n mooi plein. Misschien is Amsterdam toch… “Take picture with me?” Aaaaah! Freddy Krueger staat opeens naast me. Gillend spurt ik richting H&M. Die verdomde levende standbeelden ook, IK HAAT –

-         PIEPPIEPPIEPPIEP. Ook dat nog. Het winkelalarm gaat af. “Mag ik even in uw tas kijken mevrouw?” Terwijl ik mijn frustraties probeer in te houden, leeg ik mijn tas. Die dus extra vol zit, want ik heb net bij mijn oma gelogeerd. De winkeldame bekijkt minzaam mijn vuile ondergoed en berg make-up. “Ik schaam me dood”, mompel ik. Ze kijkt me verbaasd aan. “Waarom?” Ja, waarom eigenlijk? Dit is een grote stad. Ik ben vast niet de eerste wiens vuile ondergoed door de handen van de winkelbediende gaat.

Opa, ik denk dat ik eruit ben. Ik haat van Amsterdam.

Bankieren met restanten: de Voedselbank op de Horecavakbeurs

Posted By Lisa Van Der Velden On januari 11, 2012 @ 16:58 In Algemeen, Leven, Reportage | No Comments

Een primeur in de Amsterdamse RAI: op de Horecavakbeurs, die maandag van start ging, staat voor het eerst een stand van de Voedselbank.  De Voedselbank vraagt horecabedrijven om het eten dat na de beurs overblijft aan hen te doneren. “Het is goedkoper om het aan ons te geven, dan om het te vernietigen.”

voedselbank horecava018

De Voedselbank op de Horecavakbeurs. Foto: Lex de Lang

AMSTERDAM, 11 januari – Meestal dragen ze rommelige vrijetijdskleding – “waarin gesjouwd kan worden” – maar vandaag zien ze eruit als de crew van een vliegtuigmaatschappij. De medewerkers van de Voedselbank, die deze week met een stand op de horecavakbeurs in de Amsterdamse RAI staan, zijn voor de gelegenheid gekleed. De vrouwen dragen een limoengroen sjaaltje bij hun mantelpakje, de mannen een stropdas in dezelfde kleur. Marcel van Gestel (64) van de Voedselbank kijkt geamuseerd om zich heen. “We willen een goede eerste indruk maken.”

Van Gestel ging vier maanden geleden met pensioen. Sindsdien coördineert hij de voedselwervers van de Voedselbank Den Haag. “De hoeveelheid voedsel die naar de Voedselbank wordt gebracht staat onder druk. Restaurants kopen steeds efficiënter in, waardoor er minder overschotten voor de Voedselbank beschikbaar zijn”, zegt van Gestel. “We zijn op zoek naar nieuwe manieren om aan voedsel te komen. Daarom staan we hier.”

Zijn groene stand, in de achterste hoek van een grote hal, is ingericht “met een knipoog naar de banken”. ‘Beleg voor anderen’, staat er in grote letters op de muur. Tegen de zijwand staat een grote gouden kluis, gevuld met stapels ingevulde oranje en blauwe biljetten. “Met de biljetten kunnen we mensen op de beurs aandeelhouder of rekeninghouder van de Voedselbank maken”, legt van Gestel uit. “Aandeelhouders zeggen toe dat zij de Voedselbank met voedsel of diensten zullen ondersteunen. Rekeninghouders zeggen toe dat de Voedselbank op een later moment contact met hen mag opnemen, voor voedsel of hulp.”

voedselbank horecava024

Foto: Lex de Lang

De RAI laat de Voedselbank gratis op de beurs staan. De Voedselbank benadert tijdens de beurs bedrijven en vraagt hen eten dat overblijft aan hen te geven. Het zal worden verdeeld onder de 1180 Amsterdamse huishoudens die de Voedselbank in Amsterdam van eten voorziet. “Dat is een praktische reden waarom we hier staan. Maar we willen vooral iedereen bewust maken van verspilling”, zegt Jacqueline Sweers (47).

Sweers werkt sinds mei als vrijwilliger voor de Voedselbank in Haarlemmermeer. Soms maakt ze zich kwaad over de vooroordelen. Mensen denken dat klanten van de Voedselbank alleen maar mensen zijn die niet willen werken, zegt ze somber. “Een dubbele hypotheek, dan gaat het hard hoor. Of als je allebei ontslagen wordt.” De Voedselbank is volgens haar een vorm van noodhulp. “Mensen maken gemiddeld misschien drie maanden gebruik van de Voedselbank, om een moeilijke periode te overbruggen.” Dat niet iedereen dit beseft, wordt pijnlijk duidelijk als er een tweet op het grote scherm in de stand verschijnt: “Die mensen willen gewoon niet werken #Voedselbank.”

Viktor Luttikholt, standmanager van de stand van de Voedselbank, zegt dat hij juist veel leuke reacties krijgt: “Over het algemeen reageert iedereen enthousiast en positief.” De plaats van de stand blijkt ideaal voor het aanspreken en werven van mensen. Bezoekers kunnen niet zomaar de bocht omslaan zonder een hartelijk begroeting en een praatje. Waar sommige standmedewerkers vriendelijk maar afwachtend passerende bezoekers toeknikken, beent Luttikholt driftig heen en weer. Met een lach blokkeert hij passanten, geeft hen een hand, en steekt van wal. Nadat hij een oudere man aandeelhouder heeft gemaakt zegt hij trots: “Ik ben creatief, dus ik probeer plannetjes met bezoekers te maken, hier in het gangpad. ‘Kom jij een keer koken met voedsel van de Voedselbank? Dan gaat de aaibaarheid van jouw bedrijf omhoog, en gaat de opbrengt naar de Voedselbank’, zeg ik dan tegen een restauranthouder.”

Een moeder met dochter in de twintig, beiden tot in de puntjes verzorgd en behangen met sieraden, kijken moeilijk terwijl Luttikholt zijn verhaal afsteekt. Die is daar niet van onder de indruk en troont hen mee naar een tafeltje binnen de stand, waar hij de biljetten van aandeel- en rekeninghouders tevoorschijn tovert. Hij pakt een pen en begint een rekeninghouderbiljet voor hen in te vullen. “Niet alles aankruisen”, zegt de moeder snel. “Ik wil best bijdragen, maar ik ga zeker niet helpen met uitdelen, of zoiets.” Van Gestel slaat het geheel glimlachend gade. “Het is misschien niet waar ze hier voor komen”, zegt hij, “maar ze gaan wel met iets weg.”

Grof geld voor grofvuil

Posted By Teri Van Der Heijden On januari 11, 2012 @ 16:54 In Algemeen, Nieuwsbericht, Stad | No Comments

Foto: dancerinthedark (MorgueFile)

Foto: dancerinthedark (MorgueFile)

AMSTERDAM, 11 januari – Meerpersoons-huishoudens in Amsterdam Noord betalen dit jaar de hoogste afvalstoffenheffing van alle Amsterdammers. Tegelijk is Noord het enige stadsdeel in Amsterdam waar grofvuil niet wekelijks, maar slechts maandelijks wordt opgehaald. Het Initiatief voor Betaalbaar Wonen (IBW), een lokaal burgercollectief, protesteert: “De heffing moet omlaag en grofvuil moet vaker worden opgehaald.”

De afvalheffing in Noord stijgt met ruim tien euro ten opzichte van 2011 naar €367,30 per jaar. Daarmee hebben de Amsterdammers boven het IJ de hoogste lokale lasten. Dat blijkt uit cijfers van de gemeente Amsterdam. Vorig jaar was stadsdeel Zuidoost nog het duurst, maar daar betalen bewoners dit jaar €360,60 voor afvalstoffen. Bijna zeven euro minder dan in Noord. En voor dat bedrag mogen de bewoners van Zuidoost wel elke week een oude fauteuil op het trottoir plaatsen.

Het mag gaan om een kleine toename van de lasten in Noord, volgens het IBW raakt de kostenstijging sommige bewoners wel degelijk in de portemonnee. “In Noord wonen een hoop minima, dus elke euro telt”, zegt Han Wanders, woordvoerder van het IBW, die zelf in Noord in de wijk de Banne woont. Wanders is dan ook van plan het probleem aan te kaarten op de nieuwjaarsborrel van het stadsdeel aanstaande vrijdag.

Afvalverwerking in Noord is duur en de totale opbrengst van de afvalstoffenheffing is niet genoeg, zegt een woordvoerder van het stadsdeel. Noord moet volgens de woordvoerder bijna twee keer zoveel afval verwerken dan andere stadsdelen.“In Noord wonen gemiddeld meer mensen per adres en per huishouden wordt dus meer afval aangeboden.” Om kosten te besparen rijdt de grofvuilwagen maar eens per maand.

Meerpersoonshuishoudens in stadsdeel Centrum betalen de laagste afvalstoffenheffing, €55,- minder dan in Noord. Voor eenpersoonshuishoudens is de afvalstoffenheffing in stadsdeel Zuidoost het hoogst: die betalen dit jaar €306,60. In Noord betalen eenpersoonshuishoudens dit jaar €275,47.

Amsterdamse ‘kettingtrekker’ veroordeeld

Posted By Anna Vossers On januari 11, 2012 @ 16:48 In Algemeen, Nieuwsbericht, Stad | No Comments

Foto: Michael Connors (MorgueFile)

Foto: Michael Connors (MorgueFile)

AMSTERDAM, 11 januari – Even leek het of een ‘kettingtrekker’ de Eerste van Swindenstraat in Amsterdam-Oost onveilig maakte. Deze nazomer werd binnen drie weken bij twee mannen een gouden halsketting van de nek gerukt. Voor beide misdrijven verdacht het Openbaar Ministerie dezelfde man, maar gisteren werd de 31-jarige Jerry B. slechts voor één kettingroof met vier maanden celstraf veroordeeld.

De rechter acht Jerry B. schuldig aan het roven van een gouden ketting met een davidsster. Op camerabeelden is te zien dat een man in het voorportaal van de Albert Heijn in de Eerste van Swindenstraat staat te wachten, als plotseling de verdachte op hem afrent en met kracht een ketting van zijn hals trekt.

Direct na het incident grepen omstanders de verdachte in de kraag en kon de politie hem arresteren. Daarbij verzette de man zich. Vervolgens identificeerde hij zich met een Frans-Guyaans paspoort, dat niet van hem was. Daarvoor heeft de rechter hem een boete van 400 euro opgelegd.

Omdat drie weken eerder in dezelfde straat een man met eenzelfde signalement al een gouden halsketting van iemands hals had getrokken, werd Jerry B. ook van dat misdrijf verdacht. De rechter sprak hem daarvoor echter vrij wegens gebrek aan bewijs.

GGZ-instellingen Amsterdam: politie krijgt het druk

Posted By Gidi Heesakkers On januari 6, 2012 @ 16:49 In Nieuwsbericht, Stad | No Comments

Foto: BBoomerinDenial via morgueFile.com

Foto: BBoomerinDenial (MorgueFile)

AMSTERDAM, 6 januari – Door bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) zullen verslaafden en psychiatrisch patiënten de politie in 2012 meer werk bezorgen. Daarvoor waarschuwen GGZ Nederland en de overkoepelende GGZ-instelling Arkin in een reactie op de nieuwjaarstoespraak van de Amsterdamse korpschef Pieter-Jaap Aalbersberg.

Agenten in de hoofdstad zijn circa twintig tot dertig procent van hun tijd kwijt aan “psychisch zwakkeren”, zei hoofdcommissaris Aalbersberg dinsdag tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van het korps Amsterdam-Amstelland. Hij vreest dat dit percentage komend jaar zal stijgen door zeshonderd miljoen euro aan bezuinigingen die vanaf deze maand de geestelijke gezondheidszorg raken.

GGZ Nederland en Arkin delen de zorgen van de Amsterdamse korpschef. Met name de nieuwe eigen bijdrage van tweehonderd euro voor psychische zorg is “een heel onverstandige zet”, vindt een woordvoerder van GGZ Nederland. “De drempel om hulp te zoeken moet zo laag mogelijk blijven. Vanwege de eigen bijdrage zullen mensen vaker professionele hulp mijden.” Dat vergroot volgens de GGZ de kans op overlast.

Het uitblijven van psychische zorg bezorgt de politie meer werk, voorspelt een woordvoerder van Arkin. Negen Amsterdamse instellingen maken deel uit van de koepelorganisatie. Aangesloten zijn de Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam en Jellinek, verantwoordelijk voor 3200 behandelingen per jaar in de verslavingszorg. Onduidelijk is hoe groot de patiëntengroep is die met de politie in aanraking komt.

Een oplossing voor de voorziene problemen is er volgens Arkin nog niet. “We moeten heel nauw samenwerken met alle betrokken partijen om probleemgevallen zo vroeg mogelijk op te sporen,” zegt de woordvoerder. Vorige maand maakten GGZ Nederland en de Raad van Korpschefs nieuwe afspraken over hoe te handelen in crisissituaties met psychisch zwakke personen. “We doen wat we kunnen”, aldus de GGZ-woordvoerder. “Maar sommige mensen willen gewoon niet geholpen worden.”

Column: de klok slaat 21.00 uur, Chicken Biryani

Posted By Merlijn Kerkhof On januari 6, 2012 @ 15:48 In Algemeen, Column | No Comments

In iedere editie van NAP schrijft een van onze redacteuren een column naar aanleiding van een tijdstip. Vandaag slaat de klok 21.00 uur. Voor Merlijn Kerkhof het ideale tijdstip om een bord Indiaas voedsel te verorberen.

Foto: Jean Wang via Flickr.com

Foto: Jean Wang (Flickr)

“Noordelijke landen hebben talrijke eigenschappen waarom zij geprezen moeten worden en een daarvan is de kracht van hun sanitaire installaties,” schreef Willem Frederik Hermans in zijn roman Nooit meer slapen. Wie wel eens een land op het zuidelijk halfrond heeft bezocht, zal het met Hermans eens zijn. Behalve sanitair hebben de noordelijke landen waar Hermans op doelde nog een ander groot pluspunt: een gevarieerd culinair aanbod.

Dat geldt zeker voor Amsterdam. De hele wereld lijkt hier samen te komen, alles is er te krijgen.

Hoe anders is dat in, bijvoorbeeld, Argentinië. Als een afwisselend eetpatroon je lief is, kun je dat land beter mijden. Mijn culinaire expeditie in juli 2011 leverde helaas een negatief rapport op. Zelfs in de miljoenenstad Buenos Aires moet je de grootst mogelijke moeite doen om een restaurant te vinden waar ze iets anders serveren dan steaks en pizza’s.

Vier weken lang had ik alleen maar empanada’s, biefstuk, pizza en ravioli gegeten. Eén keer had ik me in een dorpje in de Andes gelaafd aan een stuk lama van de parrilla (barbecue), een andere keer kreeg ik een onbestemde bruine vleessoep voorgeschoteld waarin ik maag meende te herkennen. Nergens kwam ik een Chinees tegen. Geen fatsoenlijk visrestaurant, geen stamppot to go. Geen Surinaams-Javaanse warung, laat staan een Febo, zoals thuis. Of dat waar ik de meeste behoefte aan had: een Indiaas restaurant.

Al zo lang ik mij kan herinneren ben ik een groot liefhebber van de Indiase keuken. Ik denk dat ik drie keer per week curry eet, ’s avonds, ’s middags of voor het ontbijt. Heb ik zelf geen tijd om iets te fabriceren dat voor een Indiaas maaltje door kan gaan, dan haal ik zo’n excellente kant-en-klaarmaaltijd van de Albert Heijn of log ik in op Thuisbezorgd.nl.

Curry openbaart zich in vele gedaantes, maar niets is zo goddelijk als een geslaagde Chicken Biryani. Eigenlijk is dat curry voor paupers, want ‘biryani’ betekent net als nasi gewoon gebakken rijst en ‘chicken’ is Engels voor kip. Toch heeft het gerecht een geheimzinnige aantrekkingskracht. Er zitten ingrediënten in die afzonderlijk niet te pruimen zijn (kardemom, komijn en kruidnagel), maar die in ensemble het beste uit elkaar naar boven halen. Europeanen kunnen geen Chicken Biryani maken, het is veel te moeilijk. De verhoudingen en bereidingswijze luisteren heel nauw – je moet er echt etnisch Indiaas, Pakistaans of Afghaans voor zijn.

Na vier weken culinair afzien in Argentinië was mijn volgende bestemming de hoofdstad van Chili, Santiago. In de reisgids las ik dat hier een Indiaas restaurant zou moeten zijn. Eenmaal aangekomen wist ik wat me te doen stond. Een taxi bracht mij naar het adres dat ik voorlas uit de reisgids.

Aan de oranje-wit-groene vlag te zien moest hier het beloofde Indiase restaurant zijn, maar er brandde geen licht. (In een flits trok mijn leven aan me voorbij.) Voor de zekerheid belde ik aan. Een vrouw kwam naar buiten en zei dat het restaurant over een half uur open zou gaan.

Om 21.00 uur plaatselijke tijd zat ik aan de Chicken Biryani. Zelden ben ik zo gelukkig geweest.

In Amsterdam hoef je gelukkig nooit om Chicken Biryani verlegen te zitten. Amsterdam mag dan alleen in naam hoofdstad van Nederland zijn, het is onbetwist de curry capitol van Nederland. De stad telt maar liefst 58 Indiase restaurants. Acht daarvan worden door de recensiewebsite Iens.nl met een 8 of hoger beoordeeld.

Natuurlijk wordt niet iedereen gelukkig van zo’n pittige curry. Gelukkig is er in de Amsterdamse restaurants ook uitstekend sanitair.

Ict-crisis bij gemeente Amsterdam

Posted By Yasmina Aboutaleb On oktober 28, 2011 @ 14:00 In Algemeen, Onderzoek | No Comments

    Kader:      Crisis      De ict van de gemeente Amsterdam is verouderd, niet op orde en slecht gedocumenteerd. De systemen van de diensten en stadsdelen zijn bovendien totaal niet op elkaar afgestemd. Dat blijkt uit verschillende rapporten die de gemeente heeft laten opstellen. Wethouder Wiebes zei eerder dit jaar tegen de raad dat de kosten van 130 miljoen euro per jaar van Amsterdam ‘tientallen miljoenen hoger zijn dan in vergelijkbare steden’. Hoe komt dit?      “Pas in 2005 werd voor het eerst gesproken over samenwerking op ict-gebied tussen de verschillende diensten. Bij de oprichting van het Servicehuis ICT, die de ict van acht diensten moest integreren, begon alle ellende”, vertelt een ex-medewerker van de Dienst ICT die liever anoniem wil blijven. Belangrijkste redenen waren: geen goede analyse (business case) van wat er moest gebeuren vooraf, niet genoeg geld, onbekwame managers, niet genoeg expertise bij andere medewerkers en de onwerkbare organisatorische constructie waarbij de directeur voor alle diensten werkte.      “Toen Claudia de Andrade – De Wit medio 2009 aantrad was de situatie al reddeloos, al had nog niemand echt weet van de dramatische toestand. Omdat er nog niets was samengevoegd, waren er alleen wat lokale, kleine problemen”, aldus de ex-medewerker. “Toen er in december 2010 een aantal grote storingen optrad, werd bekend dat de ict van de gemeente Amsterdam er dramatisch aan toe is en was het ook aan de ambtelijke top crisis.”      Sinds februari zit directeur van de Dienst ICT De Andrade – De Wit officieel ziek thuis en is Johan Boomgaardt waarnemend directeur. De Dienst ICT is onder een verzwaard managementregime gesteld, geleid door externen. Ondertussen is er in de crisisaanpak en achterstallig onderhoud al zo’n 70 miljoen euro gestoken. Dat geld is afkomstig uit een pot van 100 miljoen die eigenlijk was bestemd voor een ‘toekomstgerichte ict’.

De ict van de gemeente Amsterdam is sterk verouderd (foto: Flickr, miss_rogue)

Veel ict-projecten van de overheid falen. De Dienst Maatschappelijke Organisatie (DMO) van de gemeente Amsterdam heeft net een project afgerond om verschillende jeugdzorginstellingen informatie te laten uitwisselen. En nu begint ze – tijdens een gemeentelijke ict-crisis  – met een nieuw, groot ict-project met hetzelfde doel.

Peuter Savanna (3) werd in 2004 gedood door haar ouders; ‘Maasmeisje’ Géssica (12) in 2006 door haar vader. In beide gevallen waren de families bekend bij verschillende zorginstellingen, maar die bleken compleet langs elkaar heen te werken. De politiek ging te rade hoe dit soort gevallen voortaan voorkomen konden worden. Toenmalig staatssecretaris Clémence Ross – Van Dorp (CDA, Welzijn) kwam al snel met een antwoord: digitalisering.

Informatie over een kind uitwisselen tussen alle instanties gaat het snelst en het gemakkelijkst als er een ict-systeem voor bedacht wordt, was de conclusie. De Verwijsindex Risicojongeren (VIR) moest er voortaan voor zorgen dat instellingen automatisch een berichtje binnenkrijgen dat hen vertelt welke organisaties zich nog meer met een risicojongere (een kind tussen de 0 en 23 jaar) bezighouden.

Dat was in 2006. Inmiddels is het 2011 en is de gemeente Amsterdam dit jaar begonnen met het aansluiten van zorgorganisaties op een Amsterdamse variant van de verwijsindex, ‘Matchpoint’. Op deze manier moet de grote hoeveelheid aan zorginstellingen in de stadsregio Amsterdam eindelijk basisinformatie over kinderen met elkaar kunnen uitwisselen. Nog niet alle Amsterdamse instellingen zijn aangesloten, maar verantwoordelijk programmamanager Peter van Bosheide van DMO (Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling) van de gemeente Amsterdam denkt dit in april 2012 rond te hebben, nadat het project vier jaar in beslag nam. Daarmee duurde het bijna twee keer zo lang als gehoopt.

Hoe kon het gebeuren dat het realiseren van zo’n ‘eenvoudig’ ict-systeem zo lang duurde? En wat doet de gemeente eraan dit in de toekomst te voorkomen?

Geldverslindende ict-projecten

Matchpoint is geen uitzondering op de andere ict-projecten van de gemeente Amsterdam. Ict en de overheid zijn doorgaans geen gelukkige combinatie. De ov-chipkaart, het communicatiesysteem voor hulpdiensten C2000, het Elektronisch Patiënten Dossier: allemaal voorbeelden van geldverslindende ict-projecten. CDA Tweede Kamerlid Ger Koopmans stelde deze week voor een parlementair onderzoek te doen naar problemen bij grote ict-projecten van de overheid. Aanleiding was berichtgeving dat falend ict-beleid grofweg vijf miljard euro per jaar zou kosten.

Overigens mislukken niet alleen bij de overheid ict-projecten. In het bedrijfsleven komt het net zo goed voor. Alleen is het minder zichtbaar omdat het geen belastinggeld betreft. “Alle literatuur daarover zegt dat grote ict-projecten in het bedrijfsleven vaak ook dubbel zo duur zijn dan begroot, net zoals bij de overheid”, zegt Jan van Dijk, hoogleraar en directeur van het Center for eGovernment Studies aan de Universiteit Twente.

Wethouder Eric Wiebes (VVD) heeft een hoofdpijndossier te pakken met de portefeuille ict.

Wethouder Eric Wiebes (VVD) heeft een hoofdpijndossier te pakken met de portefeuille ict.

Bij de ict-projecten van verschillende overheidsinstellingen die mislukken, gaat het in de allereerste fase vaak al mis: bij de politieke ambities. Van Dijk: “Colleges van b en w en ministers zitten er vier jaar. Een project van vijf jaar is dan geen optie. De ambities zijn vaak te ambitieus: het systeem moet te veel kunnen, mag niet te veel kosten en moet te snel klaar zijn. Wordt de deadline toch overschreden, dan komt het op het bord van het volgende college of de volgende minister en die kijkt er weer anders tegenaan. Gevolg: extra eisen waardoor het weer langer duurt en nog duurder wordt.”

Ook Matchpoint liep vertraging op door te hoge ambities van de gemeente. Het oorspronkelijke idee leek eenvoudig: een simpel technisch systeem dat een automatisch berichtje doorgeeft om te laten zien welke organisaties met een kind bezig zijn. Matchpoint werd in een rapport over de toestand van de ict in Amsterdam van onderzoeksbureau McKinsey genoemd als een van de makkelijkere projecten die snel en eenvoudig gerealiseerd zouden kunnen worden. Maar Amsterdam wilde meer. “Matchpoint is uniek ten opzichte van de verwijsindex omdat wij niet alleen jongeren uit de gemeentelijke basisadministratie willen registreren, maar ook illegale kinderen”, vertelt Peter van Bosheide, programmamanager van Matchpoint. Daarnaast wilde de gemeente dat het ict-systeem ook meteen zou aanwijzen welke van de betrokken instanties de regie heeft over zo’n risicojongere. Op deze manier kunnen instellingen niet langer naar elkaar wijzen, maar wordt de zorg gecoördineerd.

Taai en complex onderwerp

Bij Matchpoint bleek het lastig om bij alle betrokkenen te inventariseren wat de precieze eisen moesten zijn. Van Bosheide: “Zorgcoördinatie is een taai en complex onderwerp. Het overleg met alle instanties over de vraag hoe we het systeem moesten inrichten, kostte veel tijd.” Hij vindt het daarom niet meer dan logisch dat Matchpoint vertraging opliep. Daarnaast moesten grote instellingen als Bureau Jeugdzorg aangesloten worden op Matchpoint zonder dat zij daar enige last van zouden ervaren, ook dat kost tijd. “Matchpoint is voor 90 procent een kwestie van afstemming en het respecteren van elkaars bijdragen”, zegt Van Bosheide.

Daarom moet bij de overheid vooraf exact helder zijn wat moet gebeuren, door wie, wat voor besparing het op moet leveren, hoeveel het mag kosten en hoe lang het mag duren voordat het af is. Oftewel, er moet een degelijke business case liggen. Anders weten medewerkers niet precies wat ze moeten doen en kunnen er steeds aanvullende eisen bijkomen die weer een heel andere inrichting van het systeem vergen.

Eilandjes van losse systeempjes

Crisis

De ict van de gemeente Amsterdam is verouderd, niet op orde en slecht gedocumenteerd. De systemen van de diensten en stadsdelen zijn bovendien totaal niet op elkaar afgestemd. Dat blijkt uit verschillende rapporten die de gemeente heeft laten opstellen. Wethouder Wiebes zei eerder dit jaar tegen de raad dat de kosten van 130 miljoen euro per jaar van Amsterdam ‘tientallen miljoenen hoger zijn dan in vergelijkbare steden’. Hoe komt dit?

“Pas in 2005 werd voor het eerst gesproken over grootschalige samenwerking op ict-gebied tussen de verschillende diensten. Bij de oprichting van het Servicehuis ICT, die de ict van acht diensten moest integreren, begon alle ellende”, vertelt een ex-medewerker van de Dienst ICT die liever anoniem wil blijven. Belangrijkste redenen waren: geen goede analyse van de situatie en wat er moest gebeuren na samenvoeging (business case), niet genoeg geld, ongeschikte managers, niet genoeg expertise bij andere medewerkers en de onwerkbare organisatorische constructie waarbij de directeur voor alle diensten werkte.

“Toen Claudia de Andrade – De Wit medio 2009 aantrad was de situatie al reddeloos, al had nog niemand echt weet van de dramatische toestand. Omdat er nog niets was samengevoegd, waren er alleen wat lokale, kleine problemen”, aldus de ex-medewerker. “Toen er in december 2010 een aantal grote storingen optrad, werd bekend dat de ict van de gemeente Amsterdam er dramatisch aan toe is en was het ook aan de ambtelijke top crisis.”

Sinds februari zit directeur van de Dienst ICT De Andrade – De Wit officieel ziek thuis en is Johan Boomgaardt waarnemend directeur. De Dienst ICT is onder een verzwaard managementregime gesteld, geleid door externen. Ondertussen is er in de crisisaanpak en achterstallig onderhoud al zo’n 70 miljoen euro gestoken. Dat geld is afkomstig uit een pot van 100 miljoen die eigenlijk was bestemd voor een ‘toekomstgerichte ict’.

Hoe een organisatie is ingericht, zo wijzen evaluaties keer op keer uit, is ook van doorslaggevend belang voor het slagen van een ict-project. Voormalig gemeenteambtenaar bij de gemeente Amsterdam en ict’er Carolien Schönfeld, werkt nu aan een boek over het falen en slagen van ict: “Er mag bij ict-projecten maar één opdrachtgever zijn en die moet een helder mandaat hebben. Anders loopt hij tegen gesloten deuren aan en komt er van de opdracht niks terecht.”

Het bestaan van stadsdelen en de relatief grote autonomie die de gemeentelijke diensten in Amsterdam hebben, is een belangrijke reden geweest voor de huidige ict-crisis in de gemeente, zeggen alle ondervraagden. “De stadsdelen hebben hun eigen bevoegdheden. Zo hebben ze ook altijd hun eigen ict kunnen regelen”, zegt Schönfeld. “Destijds bij het oprichten van de stadsdelen is gekeken wat samen gedaan moest worden. Dat waren zaken als openbare orde en veiligheid, verkeer en vervoer. Ict had daar ook bij moeten zitten. Maar ja, dat is met de kennis van nu.”

Hetzelfde probleem speelt met de verschillende gemeentelijke diensten, die in Amsterdam van oudsher behoorlijk decentraal werken en dus ook altijd over hun eigen ict mochten beslissen. Schönfeld: “Daardoor zijn allemaal eilandjes ontstaan bij de stadsdelen en diensten. Losse systeempjes, die vanwege de verschillende programmeertalen en leveranciers niet één, twee, drie samengevoegd kunnen worden.”

“Alle diensten en stadsdelen zouden zoveel mogelijk moeten samenwerken en hun systemen moeten standaardiseren”, zegt hoogleraar Van Dijk. “Alleen als een dienst of stadsdeel de enige is die een applicatie gebruikt, zou je het niet moeten doen. De versplintering in Amsterdam leidt tot rampen.” Het biedt volgens Van Dijk hoop dat er binnen de Dienst ICT gewerkt wordt aan één centrale ict voor alle diensten, die streeft naar zoveel mogelijk gemeentebreed gebruik van dezelfde softwareprogramma’s voor dezelfde functies. Zo is het plan van de Dienst ICT bijvoorbeeld dat ooit alle werkplekken uitgerust zijn met dezelfde email- en printsoftware.

Oude en nieuwe regime

Matchpoint is tot stand gekomen onder het ‘oude regime’ van de gemeente Amsterdam. Dat wil zeggen dat de afzonderlijke diensten van de gemeente nog verantwoordelijk waren voor hun eigen ict. De wethouders van de verschillende diensten waren verantwoordelijk voor de lopende ict-projecten die binnen hun portefeuille vielen. Daarnaast was er nog het samenwerkingsverband tussen verschillende diensten ‘Servicehuis ICT’ dat meer eenheid op ict-gebied probeerde te brengen. Zo was vaak niet duidelijk wie er nu het laatste woord had: de dienst of het Servicehuis ICT.

Het Servicehuis ICT ging op 1 januari 2007 van start. Doel was dat het Servicehuis ICT de ict van acht verschillende diensten – waaronder DMO (Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling) – over zou nemen en zou proberen dit centraal te regelen. Het Servicehuis ICT moest ervoor zorgen dat de software die alle diensten en stadsdelen gebruiken zoveel mogelijk gelijk is en dat alle krachten kunnen worden gebundeld. Door verschillende redenen kwam daar niets van terecht (zie kader ‘Crisis’).

Mede op aanraden van onderzoeksbureau McKinsey ging op 1 januari 2010 de opvolger van het Servicehuis ICT van start, de Dienst ICT. De belangrijkste conclusie van McKinsey was dat de organisatiestructuur van de gemeente moest veranderen. In de nieuwe structuur is er een aparte wethouder voor ict gekomen, Eric Wiebes (VVD). Daarnaast is de functie gecreëerd van chief information officer (CIO). Deze directeur van de Dienst ICT is formeel opdrachtgever van de ict-projecten en daarmee ook eindverantwoordelijke. Op zijn beurt legt de CIO weer verantwoording af aan de ict-wethouder.

Valkuilen bij ict-projecten

Er is al veel literatuur verschenen over het falen van ict-projecten. Vier redenen waarom projecten bij de overheid kunnen mislukken:

1. Projecten zijn te groot

De politiek heeft vaak te ambitieuze plannen en wil te grote projecten. Van Dijk: “Grote projecten zijn veel moeilijker te beheersen en lopen gemakkelijk uit de hand. De neiging van de politiek is vaak om iets in één project van 10 of misschien wel 100 miljoen euro te doen, maar veel beter is het om dit op te knippen in projecten van maximaal, zeg, een half miljoen.”

2. Consultants kunnen belang hebben bij dure software

Consultants van de leveranciers van softwaresystemen zijn blij met deze torenhoge ambities van de politiek, gezien hun werkgevers zoals Getronics (nu KPN), Accenture of Atos Origin flink kunnen verdienen aan deze grote ict-projecten. Laat je dus vooral adviseren door consultants die niet verbonden zijn aan een leverancier, is de tip van Van Dijk.

3. Te weinig expertise

De politiek moet knopen doorhakken over ict-systemen, terwijl ze daar weinig kennis over hebben. Ambtenaren die politici daarover moeten adviseren missen vaak ook genoeg specialistische kennis. “Probleem is dat experts vaak worden weggekocht door het bedrijfsleven, zeker in deze tijden van bezuinigingen waarin de budgetten van overheden slinken”, constateert Van Dijk.

4. Een gemeente heeft veel verschillende diensten

Carolien Schönfeld: “Een gemeente heeft veel meer producten en diensten dan bedrijven, en dus ook ook veel meer software nodig. Paspoorten, parkeervergunningen, persoonsregistratie, erfpacht, belastingen: je hebt overal aparte systemen voor nodig.” Zelfs banken en verzekeraars hebben lang niet zoveel diensten als een gemeente. Schönfeld: “En zelfs daar gaat al een hoop mis op ict-gebied.”

Nieuw in de ict-organisatie is ook de functie van de informatiemanager, die de koppeling is tussen enerzijds de (politiek en ambtelijk) verantwoordelijken voor het beleid en anderzijds de automatisering. “Ambtenaren wilden vroeger nog al eens scoren voor hun wethouder door te snel te zeggen dat iets technisch uitvoerbaar was”, zegt een projectmanager van een dienst van de gemeente die liever anoniem wil blijven. Met de strakkere hiërarchische structuur en de centralisatie van expertise bij de Dienst ICT, zal dat nu minder moeten gebeuren.

Nóg een nieuw ict-systeem

Door het nieuwe ict-systeem Matchpoint weten de aangesloten zorgaanbieders van elkaars bestaan af en kan bepaald worden wie het initiatief neemt. Maar wat er met een kind aan de hand is, kunnen ze niet zien. “De gemeente en de zorginstellingen willen het liefst dat met een druk op de knop ook meteen de behandelstatus van een kind ingezien kan worden”, vertelt Erik Gerritsen, bestuursvoorzitter van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA) en voorheen gemeentesecretaris van de gemeente Amsterdam .

Daarvoor moet er een nieuw systeem komen, dat nu in voorbereiding is bij DMO, zeggen ingewijden. Een exact plan is er nog niet, evenmin als een werktitel. Wel is duidelijk dat er een aparte, digitale plek zal komen waar inhoudelijke dossierinformatie uitgewisseld kan worden. De privacy van de kinderen en hun gezinnen moet daarbij kunnen worden gegarandeerd, zodat gegevens over bijvoorbeeld de behandeling van de ouders bij verslavingszorg of een psychiater niet op straat kunnen komen te liggen.

DMO denkt geleerd te hebben van de vele fouten die er in het verleden zijn gemaakt. Eerst wordt nu grondig op een rij gezet aan welke eisen het systeem allemaal moet voldoen. Pas dan kan de aanbesteding worden uitgeschreven. Een veelgemaakte fout is namelijk het aanbesteden van een te vaag plan, waardoor er gaandeweg het ontwikkelingsproces steeds nieuwe eisen bijkomen.

Schoolvoorbeeld

Gezien de vele betrokken organisaties is dit project een schoolvoorbeeld van hoe belangrijk een helder mandaat is. De informatiemanager moet krachtdadig kunnen optreden ten opzichte van alle betrokkenen. Bij zo’n groot aantal betrokken organisaties moet er tevens een strakke business case zijn, zodat wordt voorkomen dat er tijdens het ontwikkelen steeds meer eisen bijkomen. “We moeten oppassen dat het geen megalomaan project wordt”, waarschuwt Gerritsen, bestuursvoorzitter van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA). “Daar zijn er in het verleden veel van geweest en dat ging vaak mis. Maar ik ga er vanuit dat de gemeente daarvan heeft geleerd.”

Over een aantal maanden hoopt DMO het nieuwe ict-project voor de jeugdzorg helder uiteengezet te hebben. Hoeveel geld er in het project gestopt zal worden, is nog niet duidelijk. In de eerste schatting wordt gesproken over een half miljoen tot een miljoen. DMO hoopt dat het project, anders dan Matchpoint, minder dan twee jaar in beslag zal nemen. Maar gezien eerdere ervaringen met ict-projecten binnen de gemeente en de omvangrijke crisis bij de Dienst ICT blijft het onzeker of dat gaat lukken.

Een moccachino-latte in plaats van een broodje shoarma

Posted By Joris Belgers On oktober 28, 2011 @ 13:20 In Achtergrond, Algemeen, Onderzoek | No Comments

Amsterdam – Yuppen hebben nu ook de Indische Buurt ontdekt. Met hun macbooks, kinderwagens en latte-moccachino’s trekken ze de wijk in. Maar het brengt ook een keerzijde met zich mee. Gentrification, een vloek of een zegen?

Javaplein, Indische Buurt

Javaplein, Indische Buurt

Al vanaf de overkant van het Javaplein is het draadloze internet van de gloednieuwe Coffee Company te ontvangen. Binnen staat een kinderwagen. Twee jonge moeders. Langs het raam zitten een paar twintigers achter hun openklapte macbooks. Barista Naomi vertelt dat er vooral studenten komen. “Het was ook wel nodig, deze Coffee Company, voor al die mensen die nog snel even een kop koffie  voor hun werk willen halen.”

De Coffee Company is een symptoom dat het goed gaat met de wijk, die nog niet zo lang geleden werd aangewezen als één van de slechtste wijken van Nederland. Langzaam verdwijnen shoarmatentjes uit het straatbeeld en komen jonge echtparen met kinderwagens en moccachino-lattes hiervoor in de plaats. De gentrification van de Indische Buurt een feit.

Gentrification. Een officiële vertaling is er niet: opwaardering, of ‘veryupping’ zijn synoniemen die in de literatuur vaak worden gebruikt. Het komt van gentry, Engels voor (land) adel. Het woord behelst de opwaardering van de stadscentra, door een stijgende vraag naar woonruimte van voornamelijk goedverdienende young urban professionals, oftewel: ‘de yuppen’.

Maar er is een keerzijde. De komst van de yuppen roept het beeld op van arme stadsgezinnen die uit hun volksbuurt worden verdreven. Sociale spanningen zijn het gevolg. Zo is het in Berlijn al jaren populair om BMW’s en Mercedessen in brand te steken. In New York, waar de yuppen na Brooklyn ook de voormalige achterstandswijk Harlem hebben ontdekt, wordt het straatbeeld getekend door graffititeksten als ‘whitey go back below 110th’, verwijzend naar de straat waar Harlem begint.

In Amsterdam heeft het tot dusver nog geen heftige reacties ontlokt. Waarom niet? Worden hier geen arme gezinnen tegen hun wil weggedrukt naar ‘groeikernen’ en tuindorpen als Purmerend of Almere, of dichterbij, Osdorp en Amstelveen? Heeft gentrification geen kwalijke gevolgen voor onze hoofdstad?

Waar komen die yuppen vandaan?

Gentrification is het beste wat Amsterdam in honderd jaar is overkomen,” zegt Errik Buursink, planoloog bij de Dienst Ruimtelijke Ordening (DRO) in Amsterdam. “De hervonden interesse van jonge, hoger opgeleiden heeft Amsterdam gered van complete verloedering.”

Want net als alle andere grote steden liep ook Amsterdam vanaf de jaren vijftig leeg. Grote boosdoener was de auto, die het families mogelijk maakte buiten de stad gaan wonen. Iets wat men massaal deed. Samen met de de-industrialisering in de tweede helft van de twintigste eeuw zorgde dit voor suburbanisatie, een ware leegloop van de grote steden. Ook Amsterdam. Telde de hoofdstad in 1953 nog 835.000 inwoners, in 1980 waren dit er bijna 200.000 minder. Vooral de oude volksbuurten in de binnenstad, de Jordaan, de Pijp, de Staatsliedenbuurt hadden te maken met serieuze verkrotting.

Het was in de Amsterdamse Jordaan waar gedurende de jaren zeventig gentrification als eerste op gang kwam. Demografische ontwikkelingen speelden hierbij een belangrijke rol, verklaart Rob van Engelsdorp Gastelaars, emeritus hoogleraar sociale geografie. “Enerzijds was er een enorme daling van geboortecijfers, anderzijds zag je dat jongeren ‘verzelfstandigden’. Het ouderlijk huis werd eerder verlaten om elders carrière te kunnen maken.”

Zodoende ontstonden er vanaf de jaren zestig steeds meer jonge alleenstaanden en kinderloze huishoudens. Deze bleken erg stadsgebonden, omdat de moderne vormen van werkgelegenheid, zoals media en de creatieve industrie, zich hier bevonden. En niet op het platteland. Een andere reden waarom jongeren massaal naar de stad trokken, is meer persoonlijk. Van Engelsdorp Gastelaars. “In de stad ging men op zoek naar een partner, dat gaat daar nu eenmaal lekker.” Voornamelijk universiteitssteden met voldoende horecagelegenheden en een rijk cultureel aanbod bleken aantrekkelijk voor deze groep.

De jaren zeventig bleken nog maar het begin. De dienstensector die toen opkwam, is alleen maar groter geworden. “Hoogopgeleide mensen willen bij elkaar wonen, met elkaar borrelen, met elkaar afspreken, met elkaar van gedachten wisselen”, legt Planoloog Errik Buursink uit. Hierdoor ontstaat een vraag naar ruimtes als Coffee Company: tentjes binnen het stadscentrum die door zelfstandigen zonder personeel, de zogeheten ZZP’ers, worden gezien als hun mobiele kantoor. Met als gevolg: een toegenomen woningdruk. Buursink spreekt van een ‘demografische trendbreuk’. “Voor het eerst in vijftig jaar is in Amsterdam zowel het geboorteoverschot als het binnen- en buitenlandse migratiesaldo structureel positief.

De groeiende vraag naar woningen binnen de Amsterdamse ringweg brengt sterk stijgende huurprijzen met zich mee. Dit biedt de gemeente de ruimte om over te gaan tot stedelijke vernieuwing, zoals duidelijk te zien is in de Indische Buurt. In 2008 werd de Javastraat op de schop genomen; het moest een “brede mediterrane winkelboulevard” worden. In 2011 was de herinrichting van het Javaplein voltooid, compleet met Coffee Company en het gerenoveerde badhuis, waarin nu een hippe eettent (Het Badhuis) is gevestigd. Ook de opening van het cultureel centrum Studio K in 2007 is in het licht van stadsvernieuwing te zien.

De Coffee Company op het heringerichte Javaplein in de Indische Buurt

De Coffee Company op het heringerichte Javaplein in de Indische Buurt

Het hoe en waarom

Logisch dat gemeentes dit soort ontwikkelingen ondersteunen, vindt Van Engelsdorp Gastelaars. “Steden krijgen een enorme injectie van hoogopgeleide mensen. Bovendien, als je stad op de internationale markt wil concurreren, want daar draait het tegenwoordig om, moet je ook aan het niveau van je voorzieningen werken.” Daarbij brengen jonge, talentvolle mensen geld met zich mee. “Die jonge afgestudeerden zijn economisch een goed draaiende groep, zeker op termijn”, aldus Van Engelsdorp Gastelaars.

Steden zijn tegenwoordig steeds meer een ‘opwerkfabriek’, een roltrap voor pasafgestudeerden op weg omhoog op de sociale ladder. Wethouder Maarten van Poelgeest (Ruimtelijke ordening, GroenLinks) omschreef Amsterdam ook wel als een ‘emancipatiemachine [5]’; er komen vooral jonge starters binnen. Ze komen voor een opleiding en een carrièrestart naar de stad, en vertrekken vervolgens weer rond hun veertigste.

Diversificatie is ook een reden voor de stad om meer goed verdienende en hoogopgeleide gezinnen naar een wijk als de Indische Buurt te krijgen. Een goede mix van sociale klassen voorkomt het ontstaan van gesegregeerde achterstandsbuurten. De komst van hogere klassen zou lagere klassen omhoog trekken. Meer geld in de buurt leidt tot meer en betere voorzieningen, rijkere en betere leerlingen zorgen voor betere scholen, lijkt het adagium.

Deze instroom van yuppen gaat gepaard met de nodige ruimtelijke vernieuwingen: de buurt gaat er beter uitzien, er komt meer groen, meer culturele en horecagelegenheden en meer geld voor stadsverfraaiing. Maar dit is niet alleen het gevolg van sociale opwaardering, het is ook een aanjager die yuppen naar wijken als de Indische Buurt moet lokken.

Vrije markt

Daling Sociale Huurwoningen [6]

Afbeelding 1: Klik voor groter

Daarbij wil Amsterdam haar woningmarkt meer vrijgeven. Arie de Zeeuw, beleidsmedewerkers bij Dienst Wonen van Amsterdam, wijst erop dat Amsterdam internationaal uit de pas loopt. “Als je het vergelijkt met Europa, is er overal vrije markt – behalve hier. Dit wil Amsterdam graag anders, niet iedereen moet afhankelijk zijn van de overheid. En Amsterdam bestaat niet alleen maar uit mensen met lage inkomens.”

Het terugbrengen van sociale huur, waardoor meer woningen beschikbaar worden voor de vrije huursector en de koopmarkt, is ook een manier om veryupping te stimuleren. Het is de woningcorporaties sinds 1998 toegestaan binnen bepaalde afspraken woningen naar die vrije markt te brengen. Hierdoor ontstaat meer marktwerking.

In Amsterdam is nu ongeveer de helft van de woningvoorraad goedkope corporatiehuur. De andere helft bestaat voor een kwart uit koopwoningen en voor een kwart uit dure corporatie of particuliere huur. Die verhoudingen wil Amsterdam veranderen. Een manier om dat te doen, is volgens De Zeeuw om bij nieuwbouw nog maar dertig procent voor sociale huur toe te wijzen. “Dat wil niet zeggen dat zeventig procent verdwijnt, maar het wordt wel minder. ”

Corporaties maken dankbaar gebruik van de gemiddeld hogere huurprijzen (zie afbeelding 1) die het gevolg zijn van de toenemende druk op de Amsterdamse woningmarkt. Dit doen zij door het zogenaamde splitsen en doorverkopen van sociale huurpanden. In de Indische Buurt daalde het percentage sociale huurwoningen hierdoor van 78,1 procent in 2000 naar 68,9 in 2010 (afbeelding 2).

Afbeelding 2: klik voor groter [7]

Afbeelding 2: klik voor groter

De keerzijde

Maar niet iedereen is tevreden met de veranderende samenstelling van de Indische Buurt. Volgens Frans Ondunk, voorzitter van huurdersvereniging Oost, boet een buurt juist in aan leefbaarheid wanneer nieuwe bewoners massaal de wijk intrekken. “De studenten en jonge academici die komen,  hebben geen sociale binding met de buurt. De cohesie verdwijnt door dit systeem.” Ondunk gelooft niet in het argument dat daar enige tijd overheen moet gaan. “Ik zie daar niets van. Ook niet over tien jaar. Want ze winkelen wel, maar heus niet bij de Turks om de hoek.”

Volgens socioloog Merijn Oudenampsen, die meerdere publicaties [8]over dit onderwerp op zijn naam heeft staan, wordt gentrification vaak ten onterechte gezien als een wondermiddel. “Je verandert niet de situatie van die mensen die er voorheen woonden. Ze hebben niet opeens een beter leven omdat ze een hoogopgeleide buurman krijgen.”

Hij wijst op een sociologisch onderzoek [9], uitgevoerd door Justus Uitermark en Jan Willem Duyvedak in opdracht van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. “De stelling dat lage klassen kunnen meeliften op het succes van hogere klassen klopt niet. Er blijft segregatie. De blanke mensen die in Nieuw-West gaan wonen, sturen hun kinderen heus niet naar een zwarte school. De enige vorm van interactie die ontstaat, is dat er meer restaurantjes komen waar deze mensen eten kunnen serveren aan hun nieuwe, hoog opgeleide blanke buurman.” Van Engelsdorp Gastelaars beaamt dat geen enkel onderzoek aantoont dat een gemengde wijk de buurt ten goede zou komen.

Ondunk is het ook niet eens met het argument dat de wijk er beter gaat uitzien door de instroom van nieuwe rijke bewoners. “De ideeën en dat stukje groen, die komen van de paar bewoners die zijn  achtergebleven. Die hebben nog wel binding met de buurt. Zij komen op inspraakavonden met initiatieven. Zij zorgen ervoor dat als er dan toch gesloopt wordt er een leuk stukje groen bij wordt aangelegd. Die jonge mensen zijn alleen maar hartstikke blij met hun goedkope huurwoning in onze opgeknapte buurt.”

De voorzitter van de huurdersvereniging is bang dat een vrije markt zowel corporaties als particuliere huurders zal stimuleren om druk uit te oefenen op zittende huurders om te vertrekken en vervolgens de huur omhoog te gooien. Socioloog Oudenampsen, verwacht niet zozeer dat corporaties huurders weg zullen pesten uit hun huis. Wel wijst hij op wat er gebeurde in De Pijp, nog een wijk waar gentrification toesloeg. “Er is daar relatief veel particuliere verhuur. Daar werden bewoners wel weggepest. Het water werd afgesloten, huurbazen wachtten lang met het repareren van een kapotte cv, dat soort dingen. Dit zie je nu ook gebeuren in de Indische Buurt ook.”

Stadsvernieuwingsurgentie

Errik Buursink van DRO vindt dat er helemaal geen sprake is van bewoners die hun buurt uit worden gejaagd. Er bestaat namelijk zoiets als ‘stadsvernieuwingurgentie’: wanneer een pand door een corporatie wordt gesloopt of gerenoveerd en verkocht, krijgen bewoners een jaar tot anderhalf de tijd om iets anders te vinden. Èn voorrang op de wachtlijst. “Deze mensen hebben het recht op een andere huurwoning in dezelfde wijk. Interessant is dat veel van hen echter van de gelegenheid gebruik maken om hun woonsituatie elders in de stad of de regio te verbeteren.”

De Zeeuw is binnen Dienst Wonen verantwoordelijk voor deze zogeheten ‘stadsvernieuwingsurgenten’.  Van de in 2010 verhuurde sociale huurwoningen in Amsterdam (totaal 13.949) ging er zo’n dertig procent naar voorrangskandidaten, waar ook de stadsvernieuwingurgenten onder vallen. Deze laatste groep maakt zo’n veertig procent uit van de ruim 3500 voorrangskandidaten die de regio Amsterdam telt.  De Zeeuw durft niet te zeggen of deze mensen voor een vergelijkbare huur iets in dezelfde wijk kunnen vinden. “In het geval van stadsvernieuwingsurgentie is er namelijk bijna altijd sprake van verbetering in de buurt. En dat houdt een huurverhoging in.”

Frans Ondunk denkt niet dat de voorrangsregeling veel effect heeft. “We hebben het over duizenden mensen. Wil je die allemaal in Amsterdam plaatsen? Almere zit er al vol mee, met dat soort vluchtelingen. Of Hoofddorp, ook vol met mensen die Amsterdam uitgejaagd zijn. Die kunnen echt niet allemaal in dezelfde buurt terecht.”

De conclusie lijkt duidelijk: niet alleen is het voor huurders moeilijk om voor hetzelfde geld een nieuwe woning in hun buurt vinden, ook gaat de sociale woningmarkt door de veryupping verder op slot. Het aantal sociale huurwoningen neemt af terwijl de stadsvernieuwing waarmee de gentrification in de Indische Buurt gepaard gaat, zorgt voor nog meer woningzoekenden die de wachtlijsten van de corporaties er niet korter op maken. Inmiddels is de gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning in Amsterdam opgelopen tot zo’n elf jaar.

Toch, weinig boze huurders

Maar auto’s vliegen hier niet in brand. Graffiti of demonstraties tegen de komst van de yuppen zoals in Berlijn of New York zul je in de Indische Buurt niet vinden. Dat komt omdat er in Nederland nog altijd relatief veel huurderbescherming is, anders dan bijvoorbeeld in New York waar geen doorlopende huurcontracten bestaan. Je staat daar zo op straat, aldus Rob van Engelsdorp Gastelaars. Daarbij verloopt het proces van gentrification in Nederland veel geleidelijker. Heel anders dan bijvoorbeeld in Berlijn, een stad die helemaal was leeggelopen totdat het in één klap weer zijn hoofdstadfunctie terugkreeg.

Ondanks dat dit proces van opwaardering een stad er structureel bovenop lijkt te helpen, kan het in de nabije toekomst voor echte problemen gaan zorgen, denkt de socioloog. “Het wordt nu echt dringen om die laatste goedkope woningen. Starters, studenten, maar ook andere categorieën gaan het steeds moeilijker krijgen om iets te vinden of iets te behouden. Dit gedrang ga je voelen in West, Zuid, en nu ook in Oost tegen de binnenstad aan. Je kunt daar weinig aan doen. De steden zijn volgebouwd, het enige wat je kunt hopen is dat je een doorstroom op gang krijgt.”

Toch moet worden opgepast dat Amsterdam niet richting Parijs gaat, met problematische banlieues tot gevolg. Want, zo denkt Van Engelsdorp Gastelaars, de tuinsteden om Amsterdam kunnen grote  probleemgebieden worden. De rellen in Londen eerder dit jaar vindt de socioloog des te opvallend, omdat de Britse hoofdstad het eigenlijk ontzettend goed doet. Hij gelooft dat die rellen passen in deze thematiek van sociale spanningen die gentrification met zich meebrengt. “Tot nu toe hebben wij het onder controle. Maar het kan ons ook overkomen.”

Enhanced by Zemanta [4]

“Met mijn nieuwe hoofdpersoon is weinig mis, denk ik”

Posted By Marit Van Kooij On oktober 21, 2011 @ 16:25 In Algemeen | No Comments

fotophiliphuff

Philip Huff, foto: Victor Schiferli

Van zijn debuutroman Dagen van gras maakte schrijver Philip Huff (27) een scenario voor een televisiefilm. Nu is hij bezig met een nieuw boek. Geen autobiografie, hoewel de hoofdpersoon Philip Hoffman heet. “Deze jongen was gewoon een Philip”.

Hij hoort geen stemmen meer in zijn hoofd. Of in ieder geval minder. Philip Huff (27) is na zijn debuutroman Dagen van Gras (2009) bezig met een nieuw boek, Niemand in de Stad (gepland januari 2012). Ben van Deventer, het hoofdpersonage uit zijn debuutroman, bleef tegen hem praten. Ook toen het boek al af was. “Met die nieuwe jongens heb ik dat niet meer. Nu het boek bij de drukker ligt, zijn ze stil.”

Philip Huff, grijze trui, spijkerbroek, blond haar, blauwe ogen, praat zoals hij schrijft: snel, met korte zinnen en weinig bijvoeglijke naamwoorden. Zoals de proloog van Dagen van Gras eindigt: “Ik ben Ben. Ben ben ik. Ik ben begonnen.”

In Dagen van Gras vertelt Ben van Deventer over zijn jeugd. Ben groeit op in het oosten van het land, op een landgoed waar alleen zijn opa en zijn ouders wonen. Hij is eenzaam en verveeld. Als zijn opa overlijdt, zijn Britse vader naar Engeland vertrekt en Ben zijn nieuwe buurjongen Tom ontmoet, gaat het mis. Ben luistert vanaf dan alleen nog maar in zijn boomhut naar plaatjes uit de vinylcollectie van zijn vader. Bob Dylan, Eric Clapton, Elvis Presley en The Beatles. Samen met Tom blowt hij daar talloze joints weg. Ook probeert hij paddo’s en dat is geen succes. Ben glijdt af in een psychose en belandt in een gesloten inrichting. Het eindpunt: een kliniek aan de rand van Amsterdam, van waaruit Ben zijn verhaal vertelt.

Hakken in een verhaal

Een boek waar een film van gemaakt kon worden, vonden de VPRO en productiemaatschappij Circe Film. Op het Nederlands Filmfestival ging Dagen van Gras vorige maand in première. “Een televisiefilm”, relativeert Huff in een Amsterdams café. Hij verkocht de filmrechten onder één voorwaarde: hij zou zelf het scenario schrijven. “Ik dacht dat als er heel veel aan veranderd moet worden –en dat moet haast wel bij een televisiefilm van 50 minuten- ik het liever zelf doe.”

Biografie

Philip Huff (1984, Naarden) studeerde geschiedenis en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens zijn studententijd reed hij Martin Bril rond door het land. “Schrijf nooit over schrijvers”, was het enige advies dat hij van hem meekreeg.
Huff debuteerde in 2009 met de roman Dagen van gras bij uitgeverij De Bezige Bij. Hiervoor werd hij genomineerd voor de Academica Debutantenprijs en de Grote Jongerenliteratuurprijs. Huff publiceerde verhalen in De Gids, Hollands Maandblad en Hollands Diep. Dit jaar werd hij gekozen tot winnaar van de Hollands Maandblad Prozaprijs 2011.
Op 16 december zal de televisiefilm van Dagen van gras te zien zijn; Huff schreef zelf het scenario. Begin 2012 verschijnt zijn nieuwe boek, Niemand in de stad.

Huff moest kiezen. ‘Hakken’, in zijn debuutroman waarvan hij het zo mooi vond dat iedere lezer het verhaal op zijn eigen manier interpreteerde. Want het verhaal van Ben is volledig vanuit het ik-perspectief geschreven, zodat de lezer –net als de psychotische Ben- niet meer weet wat wel of niet gebeurd is.

“In een film kan dat niet, heb ik mij laten vertellen. Dan is het verhaal gebaat bij duidelijkheid en het maken van keuzes. Dus dat heb ik gedaan, hoewel je je altijd kunt afvragen of het de juiste keuzes waren.”

De opa van Ben, met wie hij een bijzondere band had, maakt in de film plaats voor een klusjesman. De vader sterft niet aan kanker, maar komt om in een auto ongeluk. En het is duidelijk dat Tom, de beste vriend van Ben waarvan het voor de lezer altijd in het midden bleef of deze denkbeeldig was of niet, alleen in het hoofd van Ben bestaat. “Jammer, maar ik denk dat de film de beeldtaalvariant is van het verhaal zoals ik het eigenlijk altijd in mijn hoofd had. Van de eenzame jongen die op zijn manier probeert te ontsnappen.” Hij is blij met het scenario: “meer dan bij het schrijven van het boek heb ik over de essentie van het verhaal van Ben nagedacht.”

Breuk met Ben

“Zo mooi is er zelden over muziek geschreven”, stelde radiocoryfee Frits Spits over de debuutroman van Huff. Nederlands ‘nieuwe literaire telg’, zoals Huff in recensies werd genoemd, kreeg vooral veel lof over de manier waarop hij muziek– the Beatles, Bob Dylan, Pink Floyd – centraal in Dagen van Gras had geschreven. Een compliment, meent Huff. “Maar ik heb dat niet zo geschreven zodat 50-jarige mannen kunnen zeggen ‘goh wat leuk dat twintigers nog over The Beatles schrijven’.”

Huff bracht Ben tot leven. Hij kreeg zijn eigen Twitter account en op zijn website verschenen de liedjes die Ben in de roman schreef. Maar dit jaar was het tijd voor een breuk met Ben. Huff: “Ik kon niet met Ben en de personages uit Niemand in de Stad tegelijkertijd bezig zijn.” Ben stuurde zijn laatste tweet op 23 april dit jaar de wereld in. En in Huff’s nieuwe boek gaat het “expres niet over muziek”. Of over waanzin. Huff: “Ook als ik korte verhalen schrijf, wissel ik altijd een gekke verteller af met een normale. Met mijn nieuwe hoofdpersoon is dan ook weinig mis, denk ik”.

Waar Dagen van Gras over eenzaamheid gaat, beschrijft Niemand in de Stad vriendschap. Philip Hoffman, de hoofdpersoon, vertrekt naar Amsterdam om te studeren en ontmoet in zijn studentenhuis Matt en Jacob. “De proleet” en de “intellectueel”, zoals Huff ze respectievelijk typeert. Aangespoord door zijn nieuwe vrienden verliest Philip, die voor het eerst op eigen benen staat, zich in het studentenleven. En wordt hij verliefd op het verkeerde meisje. Huff: “Philip is gewoon een knoeier. Hij maakt er uiteindelijk een rommeltje van. Net als iedereen.”

Het magische ‘wat als’

Zijn Huffs boeken autobiografisch? Het voorwoord van Dagen van Gras zegt: ‘Dit boek is fictie’. Toch kwamen de vragen. En dat is niet vreemd, aangezien Huff het verhaal volledig vanuit het ik-perspectief beschrijft. Hij weet de isoleercel van Ben tot aan de papieren po toe te beschrijven.

Niemand in de Stad is ook vanuit ik-perspectief geschreven en bevat duidelijk autobiografische elementen. Huff heeft net als de hoofdpersoon in een Amsterdams studentenhuis gewoond en schreef ook zijn scriptie over Bob Dylan. Maar de meest frappante overeenkomst zit in hun naam: Philip Huff en Philip Hoffman.

Huff zelf laat het liever in het midden. “Uiteindelijk is alles autobiografisch”, antwoordt hij. “Zelfs wat er niet in mijn leven gebeurt, kan ik in mijn boeken autobiografisch maken. Je hebt altijd dat magische ‘wat als’. Wat als ik verliefd zou zijn geworden op een meisje die niet mijn vriendin was?”, zegt hij verwijzend naar zijn tweede boek. “Wat had ik dan gedaan? Wat als ik een pil zou hebben afgeslagen op een feestje, een ander die nam en vervolgens een hartstilstand kreeg?”

Voor Philip Huff is schrijven als acteren. Hij is in eerste instantie niet de verteller, niet degene die zijn personages observeert. Huff is de hoofdpersoon. Het is een truc die hij in al zijn verhalen toepast. “Ik noem de hoofdpersoon altijd Philip.” Pas als het verhaal bijna klaar is, bedenkt hij een andere naam die beter bij het personage past. “Maar de jongen uit Niemand in de Stad was gewoon een Philip. Dus ik dacht: ‘ik ken wel meer Philips die niet allemaal mij zijn’.” Hij  rolt zijn glas muntthee tussen zijn handen. “Misschien moet ik eens een boek in de derde persoon schrijven. Kijken hoe dat uitpakt.”

De televisiefilm Dagen van Gras zendt de VPRO op 16 december uit. Huffs tweede boek, Niemand in de Stad, verschijnt in januari 2012.

Enhanced by Zemanta [4]

Bram Moszkowicz: hardwerkende glamouradvocaat

Posted By Sarah Venema On oktober 14, 2011 @ 17:40 In Algemeen, Profiel | No Comments

Bram Moszkowicz, foto: Nova College Tour

Bram Moszkowicz, foto: Nova College Tour

Bram Moszkowicz houdt van mooie vrouwen. En van auto’s, van het merk Ferrari bijvoorbeeld, of Jaguar. Televisieoptredens ontspannen hem. En de media berichten maar wat graag over de escapades van de advocaat met het golvende, grijze haar en de Italiaanse maatpakken.

Zijn privéleven ligt zo’n beetje op straat en hij lijkt als advocaat betrokken bij bijna iedere misdaadzaak waar media op afkomen. Bram Moszkowicz is misschien wel de bekendste advocaat van Nederland. Nog altijd zijn vele verdachten en misdadigers bereid tussen de 300 en 500 euro per uur te betalen voor zijn rechtsbijstand. Maar is Moszkowicz eigenlijk ook een goede advocaat?

Collega Gerard Spong zegt volmondig ‘ja.’ Hij was zelf de advocaat van Moszkowicz in een kort geding tegen Jort Kelder, maar heeft ook vaak als collega naast hem in de rechtszaal gestaan, zoals in 1994 in het strafproces tegen Patrick Kluivert die (mede) verdacht werd van groepsverkrachting. Spong: “Bram combineert zijn uitstekende oratorische kwaliteiten met een goede kennis van de wet.”

Moszkowicz’s manier van optreden in de rechtszaal is door de jaren heen veranderd, vindt Spong. “Ik kan me nog goed de zaak met de Hakkelaar herinneren. Bram verdedigde hem samen met zijn vader. ‘Meneer de president, het is nog een jonge hond’, zei zijn eigen vader over hem. Dat jonge hondengedrag is er nu wel af. Hij is rustiger geworden. Gerijpter.”

Geboren met een pak aan
Abraham Maarten Moszkowicz werd geboren in 1960 in Maastricht. Hij is de zoon van Max Moszkowicz – een holocaustoverlever– die zich in 1958 in Maastricht vestigde als advocaat en al snel uitgroeide tot de bekendste van Nederland. Bram en zijn broers David, Baruch en Max jr. groeiden op met advocatuur. Alle vier kozen ze voor een studie rechten.

Bram Moszkowicz studeerde aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Hij viel er op als zuiderling, zegt zijn voormalig hoogleraar rechtsfilosofie Hendrik Kaptein. “Het was alsof hij met een pak aan geboren was. Hij was zelden of nooit informeel gekleed. Hij sprak met een andere tongval, dat hoor je nog steeds een beetje. Hij had een andere levensstijl. Meer Bourgondisch. Levendiger.”

Inhoudelijk viel Moszkowicz niet op. “Ik had niet de indruk dat hij enorm slim was”, zegt Kaptein. Hij vraagt zich af of de advocaat net zo succesvol was geworden als hij geen telg uit de advocatendynastie was geweest. “Moszkowicz heeft duidelijk een behoorlijke kruiwagen gehad. Hij had het gespreide bed van het bestaande kantoor voor zich klaarstaan.” De hoogleraar zag niet zondermeer een toekomstig succesvolle advocaat voor zich zitten in de collegebanken. “Moszkowicz was niet het type student dat tijdens een werkgroep veel vragen stelde. Hij werkte wel goed denk ik, maar niet overdreven veel.”

Zelf beaamt de advocaat dit in het boek Recht in de ogen van mr. Abraham Moszkowicz, een boek uit 1998 gebaseerd op interviews met misdaadjournalist John van den Heuvel. “De studie was erg theoretisch”, zegt hij daarin, “ik was er snel van doordrongen dat ik het van de praktijk moest hebben”. Hij streefde er niet naar om cum laude af te studeren. Zevens of soms een zes of een acht vond hij voldoende. Liever volgde hij de rechtszaken van zijn vader. Toen hij in 1984 afstudeerde stond Moszkowicz ‘te popelen’ om zelf  op te treden in de rechtszaal.

Aanvallen met een omweg
“In zijn pleidooien is het de toon die de muziek maakt”, zegt John van den Heuvel nu. “De toon van Bram Moszkowicz is niet hard. Je ziet soms dat advocaten op de man spelen in zaken waar de officier van justitie zwaar onder vuur ligt. Dan hakken ze gelijk op hem in. Moszkowicz zou dat niet snel doen. Die prijst de officier van justitie eerst de hemel in en spreekt over al zijn verdiensten. Het venijn zit hem vervolgens in de staart, dan valt hij alsnog aan. Het is een chiquere manier van aanvallen, met een omweg. Hij probeert een bepaalde mate van beleefdheid in acht te nemen.”

Met resultaat. “Ik weet van rechters dat ze het prettig vinden als Moszkowicz optreedt”, zegt Floris Bannier. Hij is bijzonder hoogleraar advocatuur aan de UvA en voormalig deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten. “Zelf heb ik hem nooit zien optreden, maar ik hoor dat hij een goede presentatie geeft. Hij is deskundig en komt terzake. Moszkowicz vertelt geen onzin en houdt een duidelijk verhaal.”

“Af en toe neemt hij wel veel risico’s”, zegt Gerard Spong. “Soms moet je in het getuigenverhoor beslissen: stop, ik ga niet verder met vragen. De kans dat een getuige een onwelgevallig antwoord geeft, wordt dan groter. Bram Moszkowicz is eerder bereid om door te vragen, waar ik zelf zou stoppen. Die beslissingen moet je maken in een fractie van een seconde. Het is moeilijk om in te schatten en blijft riskant. Maar dat betekent niet dat het een slechte eigenschap is. Het is tot nu toe altijd goed gegaan.”

Altijd voorbereid
Moszkowicz bereidt zich altijd goed voor, zegt Spong. “Er zijn legers advocaten die zonder pleitnota verschijnen en gewoon een verhaal ophouden. Hij bereidt dikke, goed doortikte pleitnota’s voor, van meerdere pagina’s. Niet dat de dikte echt iets zegt, maar hij levert wel iets af bij de rechter. Dat is een heel belangrijk punt om kwaliteit te meten.”

Die pleitnota’s zijn nauwgezet voorbereid, vertelt Moszkowicz in het boek van John van den Heuvel. “Aan een grote, complexe zaak werkt ons kantoor in de regel met meerdere advocaten. Ik lees als eerste het dossier, daarna een van mijn medewerkers. Dit heeft als voordeel dat een dubbele controle plaatsvindt. Daarna overleggen we en geef ik de grote lijn van de verdediging aan. (…) Daarna maakt een van de medewerkers een concept-pleitnota, waar ik nog eens met de ‘stofkam’ doorheen ga om vervolgens zelf de definitieve versie van de pleitnota te produceren.”

Curriculum Vitae

Bram Moszkowicz

Geboren op:
26 juni 1960, te Maastricht

Opleiding:
Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Afgestudeerd in 1984

Huwelijkse staat:
Tweemaal gescheiden, drie kinderen

Loopbaan:
Sluit zich na zijn studie aan bij de maatschap Moszkowicz.
1993
Betrekt huidige kantoorpand aan Herengracht. Daarvoor huurpand aan Keizersgracht
1996-1998
Verdedigt met zijn vader Johan V., bijnaam De Hakkelaar
1997
Verdedigt Desi Bouterse, Surinaamse oud-legerleider en drugsbaron.
2003
In hoger beroep vrijspraak voor André de Vries, hoofdverdachte van de Enschedese vuurwerkramp.
2005
Televisieprogramma ‘De nieuwe Moszkowicz’
2006-2007
Verdedigt Willem Holleeder
2007
Kort geding met Jort Kelder
2010-2011
Verdedigt politicus Geert Wilders (Oordeel: vrijspraak)

Te veel show, te weinig inhoud
Of een advocaat goed of slecht is, is lastig in cijfers te vatten. Het aantal vrijspraken zegt weinig. Vrijspraak kan te maken hebben met de kwaliteit van de advocaat, maar ook met de aard van de zaak. Is er veel of weinig bewijs tegen de verdachte? En heeft het Openbaar Ministerie fouten gemaakt? In sommige zaken is vrijspraak ook voor de best denkbare advocaat niet haalbaar.
Hoogleraar Kaptein vindt Moszkowicz niet zondermeer een goede advocaat. “Hij legt te veel nadruk op de show en te weinig op de inhoud van de zaak. De kerntaak van de advocaat is het verdedigen van je cliënt. Rondom Moszkowicz is er te veel ruis.”

Ruis. De advocaat is tijdens zijn carrière meerdere keren in opspraak geraakt. Recentelijk nog, vanwege vermoede belastingontduiking. Volgens NRC Handelsblad kreeg de advocaat een boete en een naheffing van de belastingdienst. Anonieme bronnen lieten het dagblad weten dat de advocaat tussen 2003 en 2006 meer dan één miljoen euro belastinggeld zou hebben ontdoken en dat er een onderzoek komt  naar de jaren daarna. Zelf spreekt de advocaat over een ‘zakelijk geschil’ met de belastingdienst.

Zo zijn er meer incidenten. In 1998 werd de advocaat berispt door de Amsterdamse Raad van Discipline [10], die klachten over advocaten behandelt.
In 2007 ontstond er een conflict tussen Moszkowicz en toenmalig Quote-hoofdredacteur Jort Kelder, die hem  ‘maffiamaatje’ noemde. Volgens Kelder zou Moszkowicz te vriendschappelijke banden hebben met zijn cliënt Holleeder. Het liep uit op een rechtszaak. En dan is er nog het ‘dansje met Bouterse’, dat gefilmd werd tijdens een feestje waar zijn cliënt Desi Bouterse ook aanwezig was. De incidenten leidden tot afkeurend commentaar van confrères en zelfs zijn eigen vader eiste uitleg.

Hoogleraar Floris Bannier vindt Moszkowicz een goede advocaat, maar keurt zijn aanwezigheid in de media af. “Ik vind persoonlijk ijdelheid en tv-belustheid geen goede eigenschap voor een advocaat. Als de advocaat alle aandacht opeist, leidt dat af. Misschien niet heel veel, maar wel een beetje. Of het echt invloed op de zaak heeft kun je niet meten, maar een goede invloed zal het in ieder geval niet hebben. Als de rechter de zaal binnenkomt en hij ziet bekende x dan denkt hij: o, die zag ik gisteren nog op tv. Dan denkt hij dus even niet aan de zaak.”
Volgens Gerard Spong valt dat allemaal wel mee. “De rechters in Nederland zijn professioneel genoeg om zich niet te laten beïnvloeden door het gegeven dat iemand wel of niet in de media verschijnt. En in 90 procent van de gevallen komen de media naar hem toe. Het overkomt hem. En hij gaat het niet uit de weg.”

Glamouradvocaat?
De media springen ook vaak in op het privéleven van Moszkowicz. Soms ongewild, zoals de media-aandacht voor zijn relatie met voormalig NOS-nieuwslezeres Eva Jinek, soms gewild. Want Moszkowicz zoekt ook vaak zelf de media op. Hij is panellid bij RTL-boulevard, werkte mee aan tv-programma’s zoals College Tour, Zomergasten en een programma op Radio 538 en brengt binnenkort een boek uit, door de uitgever omschreven als ‘een kijkje achter de schermen van de beste strafpleiter van Nederland’. In 2007 had hij zijn eigen talentenjacht voor jonge advocaten. De hoofdprijs was een tweejarig contract voor het kantoor van Moszkowicz. Met de winnares heeft hij daarna een relatie gehad.

John van den Heuvel roemt de publicitaire vaardigheden van Moszkowicz. Hij benadert de advocaat geregeld met het verzoek het verhaal van een cliënt in de Telegraaf te vertellen. Voor de berichtgeving over zijn cliënten houdt Moszkowicz altijd de controle. Gaat het niet zoals hij het wil, dan kan de journalist een boze advocaat verwachten. “Ik weet nog dat ik een verhaal had gemaakt over Bouterse. Daarna heb ik drie kwartier met Moszkowicz aan de telefoon gehangen. Het is niet zo dat we schelden maar het zijn niet de meest plezierige telefoontjes. Je moet echt alle zeilen bijzetten om hem van repliek te dienen. Ik ben uiteindelijk onafhankelijk in mijn keuzes. Dan is hij een week boos. Daarna trekt hij wel weer bij.

“Er is een misplaatst beeld ontstaan van Moszkowicz als glamouradvocaat, benadrukken Spong en Van den Heuvel. “Er wordt altijd een beeld van hem geschetst als advocaat die zijn kantoorgenoten de kastanjes uit het vuur laat halen terwijl hijzelf van lunch naar première gaat”, zegt Van den Heuvel. “Dat is echt niet aan de orde. Hij is een keiharde werker die wel tussen de 60 en 80 uur per week werkt. Hij houdt van mooie dingen, mooie auto’s en mooie vrouwen.” Spong: “En daar is niets mis mee.”


Enhanced by Zemanta [4]

Twee ton subsidie voor onzichtbare dreiging

Posted By Eva Oude Elferink On oktober 14, 2011 @ 17:20 In Achtergrond, Algemeen | No Comments

Joodse instellingen beveiliging vergoed zien, Foto: Flickr

Joodse instellingen willen kosten beveiliging vergoed krijgen, Foto: Flickr

Het is de taak van de overheid om de Joodse gemeenschap te beschermen, vindt burgemeester Eberhard van der Laan. Daarom geeft de gemeente een bijdrage van twee ton voor de beveiliging van Joodse instellingen in Amsterdam. Ondanks dat er geen acute dreiging is. “Waarom wachten tot het misgaat?”

Een intercom, camera’s binnen, camera’s buiten, dubbele deuren, kogelwerend glas. “We hebben zelfs geen tuin. Alleen een binnenplaats, maar daar zitten muren omheen.” Best jammer, vindt Joline van de Pal. Ze vindt het clubhuis van de Zionistische jeugdbeweging Haboniem Dror, waar ze voorzitter van is, wel wat op een fort lijken. “Het liefst willen we dat iedereen gewoon in en uit kan lopen. We hebben er aan gedacht iedereen een sleutel te geven, maar daar zitten ook weer haken en ogen aan. Straks worden die gekopieerd en kan alsnog iedere gek binnen komen wandelen.”

Het Nieuw Israëlitisch Weekblad berekende dat de Joodse gemeenschap in Nederland gemiddeld 800 duizend euro per jaar kwijt is aan haar beveiliging. Omdat de kosten stijgen, werd er begin dit jaar bij de overheid aan de bel getrokken. De Joodse gemeenschap vindt dat de overheid moet meebetalen aan hun beveiling, de overheid zelf vindt van niet. Het Rijk maakt geen onderscheid tussen Joodse en andere religieuze instellingen, aldus minister van Veiligheid en Justitie, Ivo Opstelten. Pas als er sprake is van een acute dreiging, grijpt de overheid in (zie kader).

Onzin, vindt burgemeester Eberhard van der Laan. Ook zonder acute dreiging is het ‘de taak van de overheid’ om haar burgers te beschermen. De gemeente Amsterdam heeft daarom toegezegd – in ieder geval eenmalig – twee ton beschikbaar te stellen voor de beveiliging van de eigen, Joodse gemeenschap. Dit bedrag komt bovenop de 135 duizend euro die stadsdeel Zuid jaarlijks wil bijdragen. Volgens Willem Koster, voorzitter van belangenorganisatie Centraal Joods Overleg (CJO), is die gemeentelijke steun hard nodig.
Maar waartegen beschermt de Joodse gemeenschap zich precies? En waar trekt de gemeente de grens?


Eieren en katapulten

Amsterdam is van oudsher een ‘Joodse stad’. Hier wonen iets minder dan de helft van de in totaal tweeënvijftigduizend Joden die Nederland telt. Het merendeel woont in Zuid, waar ook de meeste synagogen staan. Evenals de Joodse basisscholen en een middelbare school. De gebouwen zijn kenmerkend. Hoge muren die het zicht ontnemen. Dikke deuren, het liefst dubbel. Camera’s die meebewegen. Voor de deur jonge jongens van de Joodse beveiligingsorganisatie ‘Bij Leven en Welzijn’ (zie kader): donkere jassen, Timberlandsschoenen, oortjes in. Onopvallend houden zij de omgeving in de gaten en spreken een ieder aan die zich verdacht gedraagt.

De maatregelen lijken vergaand, maar hebben vooral een preventieve functie, vindt Ron van der Wieken, voorzitter van de Amsterdamse tak van de Liberaal Joodse Gemeenschap (LJG). “Het gaat niet alleen om opgeschoten jongens die langs onze synagogen rijden en ‘fik erin’ roepen, we hebben ook regelmatig te maken met wat meer uitgewerkte incidenten.” Daar kan hij “wegens veiligheidsomstandigheden” niet meer over vertellen. Wel durft hij de woorden ‘terroristische dreiging’ in de mond te nemen. Een telefonische rondgang langs verschillende Joodse instellingen levert soortgelijke reacties op. Er zijn wel incidenten. Maar wat voor incidenten, daar kan men niet verder op ingaan.

Enig inzicht geeft het Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI), dat vorig jaar 124 antisemitische incidenten registreerde. Meldingen kwamen over bekladde synagogen, haatmails of dreigtelefoontjes. Het aantal incidenten stijgt; in 2007 waren er ’slechts’ 81 meldingen. Een uitschieter vormde 2009, toen er onrust uitbrak in de Gazastrook. Dat jaar telde het CIDI 167 gevallen van antisemitisme [11]. Met ‘slechts’ twee incidenten bleef het vorig jaar in Amsterdam relatief rustig: eind april bekogelden twee jongens het gebouw van Haboniem Dror met eieren, een maand later werd met een katapult gaten in een ruit van de nieuwe LJG-synagoge geschoten. “Het kan goed zijn dat het hier niet bij is gebleven”, benadrukt het Elise Friedmann van het CIDI. “Wij tellen alleen de incidenten die bij ons worden gemeld.”


Bomcheck in de bus

Met name de gebouwen en gelegenheden waar kinderen komen, kunnen rekenen op extra beveiliging. “Als wij op kamp gaan, moeten er altijd shomriem (beveiligers) mee”, zegt Van de Pal van Haboniem Dror, de jeugdbeweging waarbij zo’n 300 kinderen vanaf zeven jaar zijn aangesloten. “Dat kost al snel zo’n vijfhonderd euro per dag.” Voor beveiliging kunnen enkele subsidies vanuit de gemeenschap worden aangesproken, maar deze dekken niet alle kosten. Frustrerend, vindt de voorzitter, maar je raakt eraan gewend. “Toch is het altijd weer even gek als we met een bus weggaan en deze eerst op bommen gecheckt moet worden.” Dat lijkt ver te gaan, geeft ze toe. “Maar je zal toch maar een keer niet controleren.”

Geen beveiliging is volgens Van de Pal dan ook geen optie. “Zonder shomriem zouden ouders hun kinderen hoogstwaarschijnlijk niet met ons meesturen.” Vervelend, maar niet gek, vindt ze. “Als groep ben je toch kwetsbaar.” Grote incidenten kan Van de Pal zich niet herinneren. Ze klopt het af op de tafel. “Er wordt wel eens wat geroepen als een jongetje met een keppeltje langsloopt.” Als zoiets gebeurt, wordt dat binnen de jeugdbeweging vrij snel in de doofpot gestopt. “Je wilt het gewoon leuk hebben en niet hoeven dealen met idioten. Liever doen we alsof er geen antisemitisme is.” Maar het is er wel degelijk, verzekert ze. “Dat er geen grote incidenten in het nieuws komen, betekent niet dat er niets gebeurt.”


Wachten tot het mis gaat

Blijkbaar moet het eerst goed misgaan voordat de regering tot actie overgaat, schampert Van der Wieken. De LJG-voorzitter verwijst naar Frankrijk en België, waar de overheid sinds een aantal jaar medeverantwoordelijk is [12]voor de beveiliging van de Joodse gemeenschap. “Daar moest wel eerst een reeks aanslagen aan voorafgaan.”
Dat hier relatief weinig incidenten voorkomen, komt volgens de voorzitter door de vergaande beveiligingsmaatregelen die zijn getroffen. Een “fantastisch grote inspanning” voor de kleine Joodse gemeenschap die dit zelf financierde. Gevolg is wel dat de lidmaatschapskosten van synagogen, verenigingen en scholen over de jaren flink zijn opgelopen. Zo is de jaarlijkse ouderbijdrage op de Joodse basisschool Rosj Pina in Zuid inmiddels verdubbeld van 750 naar 1500 euro.

Paul Slettenhaar, voorzitter van stadsdeel Zuid, noemt deze hoge kosten een “misstand”. De oplopende kosten vormden vorig jaar al aanleiding voor het stadsdeelbestuur om te besluiten de beveiliging van de Joodse gemeenschap financieel te ondersteunen. “Ons aandeel [135 duizend euro per jaar] is slechts een fractie van wat de gemeenschap betaalt. Meer ligt gezien de bezuinigingen niet binnen onze mogelijkheden”, aldus Slettenhaar. Instellingen in Zuid die te maken hebben met ‘onveilige situaties’ konden tot en met 1 oktober van dit jaar een subsidieverzoek indienen. Hierbij werden onveilige situaties omschreven als ‘structurele bedreiging door derden, zoals antisemitische dreiging’.

Volgens Slettenhaar is de financiële bijdrage vanuit het stadsdeel geen religieuze kwestie. “Als een schaatsvereniging structureel wordt bedreigd, zouden we precies hetzelfde handelen.” In het geval van de Joodse gemeenschap in Zuid spreekt hij echter van “voldoende aanleiding”. “Door heel Europa worden joodse instellingen bedreigd, ook hier.” Verder in detail treden, wil de stadsdeelvoorzitter niet. Hoeveel subsidieverzoeken er bij het stadsdeel zijn ingediend en door wie, blijft eveneens onduidelijk. Wel blijkt uit de vooraf vastgestelde criteria, dat onderwijsinstellingen kunnen rekenen op voorrang. “Kinderen zijn het meest kwetsbaar”, verklaart Slettenhaar.

Stichting bij leven en welzijn
Het merendeel van de Joodse instellingen en gebouwen, maar ook grote evenementen, wordt beveiligd door de Joodse beveiligingsorganisatie Stichting Bij Leven en Welzijn. Over deze stichting is weinig bekend, behalve dat er wordt gewerkt met vrijwilligers; veelal jongens, maar soms ook meisjes, van begin twintig. Wie zij zijn, is geheim. Evenals de speciale opleiding die zij moeten volgen. De vrijwilligers helpen bij de materiële beveiliging, maar zijn ook verantwoordelijk voor de controles bij de ingang van gebouwen en eventuele evenementen, weekenden en kampen. Hun expertise is de preventie van terrorisme, aldus bestuurslid Rosa van der Wieken. De geheimzinnigheid is vanwege veiligheidsoverwegingen. “Wij houden ons volledig aan de wet.”

Reële dreiging
En nu gaat ook de gemeente Amsterdam meebetalen. In de begroting van 2011 is twee ton gereserveerd voor de beveiliging van bedreigde Joodse en niet-Joodse instellingen. In realiteit komt het erop neer dat alleen Joodse instellingen écht aanspraak kunnen maken op gemeentelijke subsidie. Omdat deze te maken hebben met ‘aanhoudende bedreigingen en veiligheidsrisico’s’, aldus een woordvoerder van burgemeester Van der Laan.

Per instelling zal de gemeente, in samenwerking met de politie, inschatten of er sprake is van een ‘reële dreiging’. Deze instellingen kunnen een subsidie aanvragen die maximaal de helft van de kosten van de te nemen beveiligingsmaatregelen dekt, oplopend tot vijftigduizend euro. Wat wordt gezien als een reële dreiging is ingewikkeld, erkent de woordvoerder. “De mate waarin dreiging bestaat, kan van moment tot moment en van persoon tot persoon verschillen. Wij kunnen daar als gemeente nooit helemaal objectief in zijn.” Welke criteria gehanteerd worden, blijft in het midden. De woordvoerder verwijst naar de expertise van de gemeente en politie en de subsidieregeling voor ‘veilig ondernemen’ [13].

Geen terroristische dreiging
De beveiliging van religieuze instellingen valt onder het stelsel bewaken en beveiligen [14]. Hoewel de overheid verantwoordelijk is voor de werking van dit stelsel, wordt de uitvoering decentraal geregeld. Wanneer een instelling zich niet meer voldoende kan beschermen tegen risico’s of dreiging, is het in eerste instantie aan de lokale overheid om aanvullende beveiligingsmaatregelen te nemen. Pas als het ‘nationaal belang’ in het geding is, worden maatregelen op rijksniveau genomen. Of dit het geval is, wordt vastgesteld door het Nationaal Coordinator Terrorismebestrijding (NCTb). Op dit moment is er volgens het NCTb nergens in Nederland sprake van een dergelijke, al dan niet terroristische, dreiging.

‘Als ze willen, valt die bom toch wel’
Samen met Stichting Bij Leven en Welzijn zal het CJO straks advies geven bij de gemeentelijke subsidieverdeling. “Wij weten als geen ander wat er speelt en waar het geld het hardst nodig is”, aldus Koster. Zo is er volgens de CJO-voorzitter een aantal Amsterdamse instellingen waar continu bewaking moet komen maar voor wie de kosten te hoog zijn om zelf te betalen. Op de vraag of de dreiging daar dusdanig groot is dat continu beveiliging nodig is, antwoordt Koster: “Je hebt het element van dreiging en het element van bedreigd voelen.” Ja, er zijn incidenten en ja, er zijn mensen met kwade bedoelingen. “Maar de dreiging zelf is over het algemeen niet zo specifiek.”

Precies dit punt zorgt bij buitenstaanders nogal eens voor onbegrip. Bevorderen al die preventieve maatregelen ergens niet juist een gevoel van dreiging? Misschien wel, zegt Koster. Toch gaat het volgens hem niet om die afweging. “Hekken en beveiligers voelen inderdaad niet veilig. Maar als er niets is, voelt dat ook onveilig.” Je kunt het dus maar beter wel hebben, concludeert de voorzitter. Ook Van de Pal van Haboniem Dror ziet het als een kwaad goed. “In the end of the day zit je toch relaxter met zo’n mannetje voor de deur.” Waterdicht is het niet, vervolgt ze schouderophalend. “Het klinkt misschien wat verbitterd, maar als die bom een keer wordt gegooid, gaat hij gewoon af.”


Enhanced by Zemanta [4]

Cor Schlösser: de verpersoonlijking van de Melkweg

Posted By Simon Blok On oktober 14, 2011 @ 17:10 In Algemeen, Profiel | No Comments

Hij stond veertig jaar lang aan het hoofd van de Melkweg in Amsterdam. Cor Schlösser (65), directeur vanaf dag één, nam in september afscheid. “De Melkweg was zijn kindje.”

© Tim van Veen / Melkweg

© Tim van Veen / Melkweg

De hasj ging van de menukaart en de Perzische tapijten aan de muren maakten plaats voor strakke, witte wanden. Cor Schlösser (65), directeur van de Melkweg vanaf het begin, zag in de jaren tachtig in dat de Melkweg haar hippie imago kwijt moest raken. Het cultureel programma moest centraal staan, vond de directeur. Niet het samenzijn en de sfeer. En daar was niet iedereen blij mee. “Ik ben niet de directeur geweest die veranderingen tegenhield,” zegt Schlösser zelf over de transformatie van de Melkweg. “Ik ben altijd voor de troepen uitgelopen, vaak met bezwaren van anderen.”

Dit jaar stapt Schlösser op als directeur van de Melkweg. In 2011 is het cultureel centrum niet meer het hippiehonk van vroeger. Vorig jaar trok de uitgaansgelegenheid 420 duizend bezoekers – meer dan ooit. De Melkweg begon in 1970 als zomerproject toen theatergroep DAT, waar Schlösser deel van uitmaakte, een geschikte locatie vond voor een voorstelling: een voormalige melkfabriek aan de Lijnbaansgracht, op een steenworp van het Leidseplein in Amsterdam. Als naam werd de Melkweg gekozen, met een knipoog naar het kosmische, hippie-tijdbeeld. En ja, de melk was weg. Na de tweede succesvolle zomer werd het idee geboren om er een permanent cultureel centrum van te maken. Met Schlösser aan het hoofd.

Een onverstoorbare mastodont

Een doorzetter. Een optimist. Iemand die weet wat hij wil. Bekenden van de in Kerkrade geboren Schlösser zijn het erover eens. Als hij een doel voor zichzelf heeft gesteld, is hij er niet makkelijk van af te brengen. “Zijn voornaamste doel was de Melkweg laten meetellen in de veranderende wereld van de popmuziek,” zegt Erik Backer, sinds 1988 zakelijk directeur van de Melkweg en Schlössers ‘nummer twee’. “Daarbij heeft hij altijd gezocht naar schaalvergroting en uitbreiding van de Melkweg.”

“Cor is een mastodont, een onverstoorbaar type, een bizon die maar doorgaat,” vindt Paradiso-directeur Pierre Ballings. “Cor is altijd erg overtuigd van zijn eigen mening en moeilijk van gedachten te brengen,” zegt Arjen Davidse, hoofd Pop, Jazz en Wereldmuziek bij Muziek Centrum Nederland (MCN). Hij kent Schlösser nu zo’n twintig jaar. Eerst als voorzitter van Stichting Popmuziek Nederland, later het Nationaal Pop Instituut, en nu als bestuurslid van MCN. “Je moet wel heel erg goede argumenten hebben bij Cor. Anders gaat hij gewoon stellig door.”

“Hij hoort zichzelf ook wel graag praten,” zegt Backer. “Cor is niet meteen overtuigd van het voordeel om naar anderen te luisteren. Het moet wel heel helder verwoord, goed en verrassend zijn om hem te overtuigen. Hij houdt vast aan zijn doel. Gelukkig waren de doelen die hij stelde altijd goed voor de Melkweg.”

Van hippie tot zakenman

In 1995 was de ombuiging van de Melkweg van psychedelisch hippiehonk tot cultureel centrum voltooid. De Melkweg liet zich in met het bedrijfsleven. Frisdrankmerk Pepsi sponsorde de nieuwe zaal ‘The Max’ die werd vernoemd naar het drankje. En dat terwijl er in de Melkweg tot 1983 geen Coca Cola werd geschonken omdat het personeel het grote bedrijf ‘imperialistisch en derhalve principieel fout’ vond.

Ook Schlösser veranderde in een zakenman. Hoewel je hem met die laatste term geen plezier doet. “Hij gaat met de tijd mee,” zegt geluidstechnicus en DJ Robin Schlösser over zijn vader. “Af en toe vergeet ik dat hij al 65 jaar oud is. De Melkweg en de popmuziek hebben hem jong gehouden. Bovendien is hij een fervent sporter. Hij tennist al 25 jaar.” Stef Wild Meyboom is een goede vriend van Schlösser en werkte van 1982 tot 1987 als barmedewerker van de Melkweg. “Cor heeft nooit gewacht met veranderen,” Wildt Meyboom. “In de jaren tachtig heeft hij goed aangevoeld dat er van het hippie-imago moest worden afgestapt om de Melkweg met de tijd mee te laten gaan.”

“Zijn nieuwe, jonge vriendin – een Hongaarse programmeur uit Boedapest – heeft hem ook aanmerkelijk jonger gemaakt,” lacht een bekende van Cor. “Terwijl hij vroeger shag rookte en alleen zwarte jasjes droeg, draagt hij nu moderne, hippe kleren.”

Details, details, details

Cor Schlösser wordt omschreven als een ‘allesvriend’. “Hij is altijd erg beleefd en vriendelijk,” zegt Arjen Davidse. “Zijn stem zal hij nooit verheffen. Maar hij kan soms ook streng zijn. Ik weet nog dat ik hem een conceptversie gaf van een niet heel belangrijke tekst voor het MCN. Toen ik het terugkreeg, had Cor het bewerkt met een rood pennetje. Terwijl het mij ging om de grote lijnen. Hij had alles tot in de puntjes gecorrigeerd en alle typefouten eruit gehaald als een schoolmeester. Cor is een echte perfectionist. Iemand die alle details intensief in de gaten houdt.”

Een directeur die moeilijk delegeert? “Als hij hoorde dat er een plankje voor glazen mistte achter de bar, dan was hij daar ook mee bezig,” zegt zoon Robin, die als DJ nu zo’n veertien jaar plaatjes draait in de Melkweg. “Mijn vader was met alles intens betrokken.” Zakelijk directeur Erik Backer herkent dat. “Cor is een control freak. Hij geeft dingen niet makkelijk uit handen, maar dat moest natuurlijk wel. Daarom wilde hij dat er voortdurend aan hem werd gerapporteerd.” Backer lacht: “Hij hield zich met allerlei dingen bezig die niet tot het takenpakket van een algemeen directeur behoren, zoals: ‘Wat is nou de handigste hendel op de voordeur?’ Hij was altijd aan het werk. Zelf zei hij: ‘Ik heb helemaal niet het gevoel dat ik een baan heb.’ De Melkweg was zijn kindje.”

CV Cor Schlösser

geboren: 17 juni 1946 te Kerkrade

burgelijke stand:  ongehuwd, één kind

Opleiding

1958-1964        HBS-A

1964-1969       Universiteit van Amsterdam (Duitse taal- en letterkunde)

1969-1972        Universiteit van Amsterdam, Psychologie

1968           Cursus Toneelschool Amsterdam en toelatingsexamen

1968-1970        Acteur Documentair Actueel Theater (DAT)

Huidige functies

Voorzitter bestuur Nationaal Pop Instituut

Voorzitter bestuur Amsterdam Roots Festival

Bestuurslid Paradiso-Melkweg Productiehuis

Bestuurslid 5 Days Off Media

Bestuurslid Stichting Spinn Off

Bestuurslid Samenwerkende Leidseplein Theaters

Uitbreidingsdrang

Schlösser heeft altijd een goed oog gehad voor de ontwikkelingen in de markt van de popmuziek, zegt Backer. “Bands zijn bijvoorbeeld steeds meer eisen gaan stellen bij optredens. Veertig jaar geleden droegen muzikanten hun spullen zelf naar binnen. Nu komt een reader van 30 bladzijden aan eisen binnen.” Schlösser wilde aan deze eisen kunnen voldoen. De Melkweg moest uitbreiden. Schlösser wil dan, vijftien jaar geleden, opstappen  maar schrijft nog één bouwplan. En ‘dat duurde allemaal wat langer dan gepland’. Pas in 2005 begon de bouw van de Rabozaal: een tweede theaterzaal voor de Stadsschouwburg boven de Melkweg. Zo kon The Max tien meter worden verlengd.“Het idee voor een tweede theaterzaal bestond in principe al heel lang,” zegt Melle Daamen, directeur van de Stadsschouwburg. “Maar het bouwplan van Schlösser zorgde dat er vaart in kwam.”

Het geld voor de verbouwingen verzamelde Schlosser door samen te werken met de politiek en sponsoren. Volgens Erik Backer deed hij dat heel strategisch. “Met gevoel voor humor zorgde hij voor een prettige sfeer in de onderhandelingen, maar hij eindigde altijd met een scherpe zakelijke benadering. Commerciële bedrijven, zoals Heineken, verwachtten dat niet. Ze dachten: de Melkweg is het product van jaren zeventig en cultuur is toch een softe sector. Dat heeft Cor goed kunnen uitbuiten met zijn zakelijke inslag.”

“Als Cor iets wil afdwingen, heeft hij aan een paar formuleringen genoeg,” zegt Arjen Davidse over zijn onderhandelingen met Schlösser. “Het zit hem vaak in kleine woordjes. Opeens ben ik niet meer Arjen, maar word ik aangesproken met ‘jongen’. Dan doet hij een beroep op het generatieverschil tussen ons. Zo neemt hij heel subtiel en diplomatiek afstand.  Dat merk je ook aan zijn lichaamstaal. Als hij een soort van quasi-irritatie laat blijken, dan weet je: ‘Oké, hij wordt ongeduldig. Nu is het serieus.’”

Toch gaat hij niet snel een confrontatie aan, zegt zoon Robin. “Daar houdt hij niet van. Die gaat hij liever uit de weg.” Davidse herkent dat. “Hij kan heel goed de suggestie wekken dat het tot een conflict kan komen, maar dat komt er nooit echt van. Hij is heel goed in het masseren en ontwijken van werkelijke confrontaties.”

Liefhebber

Cor Schlösser is boven alles een muziekliefhebber. Arjen Davidse: “Tijdens onze internationale trips dook hij alle platenzaakjes in. Om vervolgens met 25 lp’s en cd’s naar buiten te komen. Hij kocht alles, luisterde alles en hield alle hypes nauwlettend in de gaten.”

“Cor weet ontzettend veel van muziek,” zegt Melle Daamen. “Dat lijkt voor de hand te liggen, maar hij weet heel veel van alle muzieksoorten. Dat heeft me wel verrast.” Backer: “De muziekprogrammering heeft hij altijd van heel dichtbij in de gaten gehouden. Hij deed suggesties en vroegen dingen als: ‘Waarom bieden we dit aan?’ En: ‘Waarom staan zij in de Paradiso en niet hier?”

Andersom gebeurt dat ook. “Als er dingen in de Melkweg staan, die ik in Paradiso had willen hebben, dan is de kamer af en toe te klein,” zegt Paradiso-directeur Pierre Ballings. “Er is een soort vriendschappelijk gehakketak tussen ons met grapjes over en weer. We concurreren tenslotte scherp. Soms te scherp in de ogen van Cor en de Melkweg programmeurs. We bieden af en toe weleens over elkaar heen, maar dat is soms nodig.”

‘Mismanagement’

In de zomer van 2007 had de Melkweg financiële problemen, omdat de verbouwing van de Rabozaal duurder uitviel. “De verbouwing van de Stadsschouwburg werd geheel gesubsidieerd,” vertelt Ballings. “En Cor was in de veronderstelling dat dat ook gold voor de bijbehorende uitbreiding van de Melkweg.” Volgens Schlösser verzekerde een ambtenaar op het stadhuis hem via de mail dat de Melkweg zich ‘geen zorgen’ hoefde te maken. Ballings: “Het is een beetje dom dat het nooit zwart op wit is vastgelegd. Dat is misschien wat naïef geweest. Maar Cor ging er vanuit dat het geregeld was, anders had hij het bedrag ervoor wel gereserveerd.” Uiteindelijk sprong de gemeente bij met 500 duizend euro aan subsidie en een lening van 750 duizend euro.

“Een bedrag van niks gezien de totale kosten van de verbouwing”, zegt Paradiso-directeur Ballings. “Cor heeft hier geen risico genomen. Dat hadden ze links of rechts om wel gefinancierd gekregen.”

Maar Amsterdamse politici spraken van ‘mismanagement’. “Het is vermoedelijk de zwaarste tijd geweest voor hem in die veertig jaar,” zegt Davidse. “Hij werd publiekelijk aan de schandpaal genageld. Je merkte aan zijn houding dat het hem kwetste. Hij voelde zich machteloos. Er dreigde een negatieve stempel te komen op zijn mooie carrière.” Maar zijn doel werd gerealiseerd. In 2008 ging de Rabozaal open. “Het rustig uitbouwen van de Melkweg en zijn uithoudingsvermogen daarbij, dat is zijn grootste prestatie”, aldus Paradiso-directeur Ballings.

“Als je als directeur – ten onrechte – wordt afgeschilderd als iemand die een zaal naar het faillissement heeft geleid door mismanagement, heb je blijkbaar iets fout gedaan,” zegt Cor Schlösser. “Maar als ik het over mocht doen, zou ik op alle beslissende momenten precies hetzelfde doen.”

Bron: De Melkweg

Bron: De Melkweg


Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl

URL to article: http://napnieuws.nl/2011/10/14/cor-schlosser-de-verpersoonlijking-van-de-melkweg/

URLs in this post:

[1] 2010: http://amsterdam.groenlinks.nl/bezuinigingen

[2] Laurens Ivens (SP): http://napnieuws.nl/2012/01/06/geen-centje-pijn-sp-fractieleider-laurens-ivens/

[3] Jan Paternotte (D66): http://napnieuws.nl/2012/01/27/geen-centje-pijn-d66-fractievoorzitter-jan-paternotte/

[4] Image: http://www.zemanta.com/

[5] emancipatiemachine: http://www.amsterdam.nl/gemeente/college/individuele_pagina%27s/maarten_van/cv_maarten_van/cv_maarten_van/?

[6] Image: http://napnieuws.nl/wp-content/uploads/2011/10/PlaatjeGentrification1Groot.jpg

[7] Image: http://napnieuws.nl/wp-content/uploads/2011/10/PlaatjeGentrification2Groot.jpg

[8] publicaties : http://www.flexmens.org/drupal/?q=merijn_oudenampsen?

[9] sociologisch onderzoek: http://napnieuws.nlwww.justusuitermark.nl/files/uitermark-duyvendak+scheffer.pdf

[10] Amsterdamse Raad van Discipline: http://www.raadvandiscipline.nl/site/1002-Raad-van-Discipline-Amsterdam.php

[11] gevallen van antisemitisme: http://www.cidi.nl/files/get/2170.pdf

[12] de overheid sinds een aantal jaar medeverantwoordelijk is : http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/archief/article/detail/2787838/2002/04/05/Franse-Joden-boos-en-bang.dhtml

[13] subsidieregeling voor ‘veilig ondernemen’: http://www.amsterdam.nl/publish/pages/336950/gereedmeldingformulier_vo_feb_2011.pdf

[14] stelsel bewaken en beveiligen: http://www.google.nl/url?sa=t&source=web&cd=1&sqi=2&ved=0CCgQFjAA&url=http%3A%2F%2Fwww.nctb.nl%2FImages%2FNCTb%2520Stelsel%2520BB%2520NL%2520nieuw_tcm91-129665.pdf&rct=j&q=stelsel%20bewaken%20en%20beveiligen&ei=XTiYTqWqKMKcOor5sIkK&usg=AFQjCNHZPB_gJGxyTXWcRSW7NhA0VOjHbw&cad=rja

Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.