- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -
Een stem armer, een vriendschap rijker
Posted By Gidi Heesakkers On februari 14, 2012 @ 16:56 In Algemeen, Interview, Leven, Reportage | No Comments

Poster van Samen in Amsterdam. Foto: Rode Kruis
De Diemense Ada van Emrik (62) voelde zich vaak alleen. Via een ‘maatjesproject’ van het Rode Kruis Amsterdam vond ze in Manuela Dieventhaal (31) een vriendin om leuke dingen mee te doen. Er ontstond een warme vriendschap. Van Emrik: “De band die wij hebben, is goud waard.”
AMSTERDAM, 14 februari – Ada van Emrik (62) plaatste begin 2011 een advertentie in een Diemens huis-aan-huisblad. ‘Zoek leuk maatje om gezellig mee te fietsen, te wandelen. Terrasje, musea, bioscoopje, theater.’ Er kwamen reacties, maar het bleef meestal bij een keertje koffie drinken. Van Emrik drukt het spraakknopje op haar keel in, de stem klinkt raspend en rokerig: “Ze vonden mijn stemprothese een bezwaar.”
Na een reeks zware operaties om haar slokdarmkanker te behandelen was ze haar stem verloren. Ook veel vrienden raakte ze kwijt. Vanwege het “pruttelketeltje”, zoals Van Emrik haar stem nu noemt. Ze vonden het moeilijk om met het afwijkende stemgeluid om te gaan, gokt ze. Wat volgde was een depressieve periode. Ze pakt een tissue uit het doosje naast haar op de bank .“Sorry, ik word altijd emotioneel als ik eraan terugdenk”, zegt de in een grijs joggingpak gestoken Van Emrik.
Opbeurende woorden komen er van de goedlachse Surinaamse vrouw naast haar. Manuela Dieventhaal (31) is sinds november vorig jaar het ‘maatje’ naar wie Van Emrik op zoek was. Ze vonden elkaar via het Samen in Amsterdam-project van het Rode Kruis, dat eenzame mensen uit hun isolement probeert te halen door ze te koppelen aan vrijwilligers. Van Emrik wilde geen “dooie vogel”. De reuring die ze naar eigen zeggen wel kon gebruiken, heeft ze in Dieventhaal gevonden.
Samen in Amsterdam
Het Rode Kruis Amsterdam startte in 2009 met het project Samen in Amsterdam. Doel is eenzame Amsterdammers uit hun isolement halen door ze te koppelen aan een vrijwilliger, ook wel ‘maatje’ genoemd. Die biedt een luisterend oor en zorgt voor persoonlijk contact, maar denkt ook mee om sociale contacten en andere activiteiten uit te breiden. Elke vrijwilliger wordt na een intakegesprek gekoppeld aan een deelnemer. Bij het maken van een match houdt het Rode Kruis rekening met zaken als hobby’s, achtergrond en wensen van deelnemer en vrijwilliger. Zij worden voor een jaar aan elkaar gekoppeld en hebben twee keer per maand een afspraak. De invulling van de afspraken staat vrij en kan bijvoorbeeld bestaan uit een kopje koffie drinken, wandelen, winkelen of een museum bezoeken.
“Ze mag me geen maatje noemen, hoor”, zegt Dieventhaal. Dat klinkt haar te veel alsof ze maatschappelijk werkster is. “Ada is gewoon mijn vriendin. Het is alsof ik mijn tweelingzusje heb gevonden. Wit van buiten, zwart van binnen. Ze heeft ook Surinaamse billen.” Van Emrik staat op van de leren bank in haar woonkamer en schudt haar achterste.
Haar partner Joop komt uit de keuken met thee en cake, terwijl zij geanimeerd een minitoneelstukje improviseert over de eerste keer ontmoeting met haar nieuwe vriendin. Het was de bedoeling dat de twee vier uur met elkaar zouden doorbrengen. Dieventhaal vond dit onzin. “Zondag is mijn vrije dag, dan heb ik geen tijdslimiet. Als het gezellig is ga ik niet na vier uur al naar huis.” Van Emrik nam haar mee naar haar volkstuintje. Daarna dronken ze een wijntje en aten ze een bitterbal. Het was de eerste keer dat Van Emrik weer vast voedsel mocht eten.
Feiten en cijfers
- Sinds 2009 hebben zich ruim 250 vrijwilligers en 260 deelnemers aangemeld
- Vrijwilligers zijn meestal tussen de 20 en 40 jaar of 65+, deelnemers zijn vaak ouderen of jongere mensen met een chronische ziekte of lichte handicap
- Tot nu toe zijn er 230 koppels gevormd: 30 tijdens de pilot in 2009, 85 in 2010, 100 in 2011 en 15 in dit jaar
- Op dit moment zijn er ongeveer 120 koppels actief
- 40 eenzame Amsterdammers staan op de wachtlijst
- Van 20 vrijwilligers wacht het Rode Kruis nog op de vereiste Verklaring Omtrent Goed Gedrag
- Vrijwilligers moeten ook een door het Rode Kruis aangeboden cursus ‘Omgaan met eenzaamheid’ volgen
- Geïnteresseerden kunnen voor informatie kijken op www.rodekruis.nl/amsterdam [1]
Sindsdien maken ze elke twee weken een uitstapje met elkaar. Zo gingen ze een keer nieuwe kleren kopen bij de Bijenkorf. En zondag bezoeken ze samen de Zaanse Schans. “Ik kijk geregeld op Vakantieveilingen.nl of er iets gezelligs te doen is waar we naartoe kunnen”, vertelt Dieventhaal. Met Joop kan Van Emrik niet meer op pad. “Hij is hartpatiënt en heeft longemfyseem. Als hij de trap af loopt is hij al kapot. Net een goudvis die naar lucht hapt.” Joop is aan huis gekluisterd, maar zegt daar vrede mee te hebben. Niets voor Van Emrik: “Dan zou het pitje bij mij heel gauw uit zijn.”
De plak cake op haar bord blijft tijdens het gesprek vrijwel onberoerd. Ze praat aan één stuk door. Andere mensen met een stemprothese krijgen soms al na vier zinnen hoofdpijn, weet ze. Zelf neemt ze amper pauze. Ze is altijd al praatgraag geweest. De vlotte babbel kwam goed van pas in haar horecaverleden. 23 jaar werkte ze in een café aan de Middenweg.
Dieventhaal biedt vandaag vooral een luisterend oor. Maar, zo verzekert Van Emrik, “Manuela kan bij mij ook alles kwijt. Vorige week overleed een goede vriendin van haar. Toen zij op de begrafenis was, heb ik aan haar gedacht.”
Naast ‘maatje’ is Dieventhaal ook elke maandag vrijwillig gastvrouw in het VU medisch centrum. Daarnaast werkt ze als doktersassistent in het Slotervaartziekenhuis. Ze herkent zich vaak in de gevoelens van Van Emrik. Mensen in haar omgeving hebben haar ook weleens laten vallen, vertelt ze. “In de Surinaamse cultuur is ziek zijn best een taboe. De meeste Surinamers en Antillianen begrijpen niet waarom ik dit doe, tenzij ze in de zorg werken.” Volgens Dieventhaal heeft het alles met schaamte te maken. “Veel mensen zien geholpen worden als een teken van zwakte.”
De nare gebeurtenissen tijdens en na haar ziekte hebben Van Emrik geleerd dat ze niet altijd op mensen kan rekenen. “Ik merk steeds meer dat mensen alleen maar met zichzelf bezig zijn. Ik heb bijvoorbeeld het gevoel dat niemand zijn buurman meer kent.” Dieventhaal knikt. “Mensen doen veel te weinig voor elkaar. Als je tijd hebt om acht uur voor de televisie te zitten, kun je ook de tijd nemen om even met iemand te praten.”
Mede dankzij Dieventhaal gaat het weer goed met Van Emrik. “Maar ik weet niet of ik er, mocht ik weer ziek worden, weer de kracht voor kan opbrengen”, zegt ze. Dieventhaal schrikt op van haar stoel, even is de lach verdwenen. “Dat meen je toch niet, hè?” Ze herhaalt het nog eens en haar stem gaat omhoog. “Ach”, zegt Van Emrik, “Dat zeg ik nu. Maar als het me gebeurt denk ik er natuurlijk vast anders over.” Ze staat op om een tijdschrift te pakken. De Tweede Stem heet het, voor mensen die net als zij een stemprothese hebben. “Tweede stem, tweede leven, zo zie ik het.”
“Een normaal verzorgingstehuis, daar zit ik niet op te wachten”
Posted By Anna Vossers On februari 14, 2012 @ 16:50 In Achtergrond, Algemeen, Leven, Reportage, Stad | No Comments
Roti en spekkoek of een driegangenlunch, merengue dansen met de kleinkinderen of praten over de eenzame kinderloze oude dag met lotgenoten. Elke Amsterdamse oudere heeft andere wensen en behoeften op zijn oude dag. De trend in vergrijzend Amsterdam is: voor elke groep eigen activiteiten of woonvormen. NAP ging kijken bij een homovriendelijk woonzorgcentrum en bij een verpleeghuis voor dementerende Surinamers.
AMSTERDAM, 14 februari – De afdelingen van verpleeghuis Anton de Kom in de Bijlmer hebben namen als Toekan en Twatwa. Zachtjes klinkt de beat van de trommels van Surinaamse muziek. Het behang is geel en oranje en aan de muur hangen linnen doeken met foto’s van tropische stranden en de Wijdenboschbrug bij Paramaribo. De palmplanten gedijen er goed, want de thermostaat staat standaard op minstens vierentwintig graden. Het is kalm in de woonkamers, want alle vierentwintig dementerende bewoners hebben net hun fruit gegeten en houden ’s middags rust.

Het Anton de Komplein. Foto: Anna Vossers
Alle bewoners hebben een eigen slaapkamer. In de gedeelde woonkamers wordt na het ontbijt gedanst voor de verplichte dertig minuten lichaamsbeweging. Na de middagrust helpen de bewoners, als dat nog kan, met het koken van een Surinaamse avondmaaltijd. De bakbananen en bakkeljauw worden op de markt om de hoek op het Anton de Komplein gekocht. De meeste medewerkers zijn zelf ook Surinaams. Ze praten een mengelmoesje van Sranan Tongo en Nederlands met de bewoners en familieleden.
Levendiger is het tien kilometer verderop, bij de ‘roze ouderen’ in woonzorgcentrum De Rietvinck in de Jordaan. Het huis kreeg net als twee andere woonzorgcentra van zorggroep Osira van homobelangenvereniging COC de ‘Roze Loper’, een keurmerk voor homovriendelijke ouderenzorg. Het is een verzorgingstehuis met zeven aanleunwoningen voor homoseksuele ouderen, het L.A. Rieshuis.
In het zaaltje van Café Rosé zitten deze donderdag drie uur zo’n veertig ouderen. Na een korte inleiding van Jasper Wiedeman van het homodocumentatiecentrum Ihlia gaat de beamer aan. Vandaag kijken de cafégangers de oudste beelden van homo’s op de Nederlandse televisie terug. Wiedeman laat beelden uit 1964 zien van Benno Premsela, de eerste man die openlijk op de Nederlandse tv uitkwam voor zijn homoseksualiteit. “Wie kent Benno allemaal?” vraagt geestelijk verzorger Anton Koolwijk. Van alle kanten klinkt bevestigend gebrom. Mevrouw Grotjohann roept vanaf de bank op de eerste rij: “Hij heeft het COC helemaal opgebouwd, en dat werd de mooiste dancing van Europa.” Ze lacht hard, anderen lachen mee.
Woon- en zorgmogelijkheden voor ouderen zijn er in gradaties. Van vrijblijvende activiteiten tot dagbehandeling, van woongroepen en aanleunwoningen tot verpleeghuizen voor diegenen die het meest afhankelijk zijn geworden. In al die categorieën ontstaan gespecialiseerde huizen: Amsterdam heeft een verzorgingstehuis voor gefortuneerde bejaarden, woongroepen voor oudere Marokkanen en Hindoestanen en woonzorgcentra met een keurmerk voor homovriendelijke zorg. Zorgorganisatie Cordaan opent volgende maand El-Noor, een woonvoorziening voor islamitische senioren.
Dat juist nu kleinschalige woon- en zorginititatieven als paddestoelen uit de grond schieten, is niet zo gek, legt Netty van Triest uit, programmaleider bij de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting: “De babyboomers, die nu met pensioen gaan, zijn erg geïnteresseerd om met elkaar te gaan wonen. Het is een eigenzinnige generatie met een hoger inkomen en meer vermogen.”
“Homovriendelijk” woonzorgcentrum De Rietvinck organiseert elke week activiteiten voor oudere homo’s, zoals films en praatgroepen. Uit de wijde omgeving komt er een vaste groep geïnteresseerden op af. De eerste donderdag van de maand is er Café Rosé, een gratis middag voor roze ouderen. Het café heeft om de maand een serieus thema en om de maand lichter amusement.

Foto: Ladyheart (morguefile)
De generatie homo’s die nu oud wordt, kan meestal niet rekenen op hulp van nageslacht. Adoptie, zaaddonors en draagmoeders waren er toen zij jong waren nog niet voor homo’s, dus kinderen hebben ze meestal niet.
Bij het Anton de Komhuis is juist het tegenovergestelde aan de hand. Anne-Rose Abendanon, die aan de wieg stond van het verpleeghuis, merkte bij ontmoetingscentrum Kraka-e-Sewa voor Surinaamse dementerende ouderen, dat veel van de ouderen bij hun kinderen in huis woonden. Familieleden hadden vaak geen vertrouwen in de Nederlandse zorg. Abendanon zag dat om een dementerende grootouder in huis te hebben, kleinkinderen hun kamer moesten afstaan en veel te veel mensen in één huis woonden. Daarom kwam er in november 2009 een verpleeghuis voor dementerende Surinaamse ouderen.
Anders dan bij Anton de Kom zijn de ouderen die naar de activiteiten van de Rietvinck komen vaak nog gezond. Ze hebben wel behoefte aan aanspraak van mensen die net als zij hebben moeten vechten om uit te komen voor hun seksuele voorkeur, en hun sociale leven wordt met het verstrijken van de jaren kleiner. Het merendeel van de deelnemers aan Café Rosé en De Roze Salon woont dan ook nog gewoon thuis.
Toch komt niet elke oudere zomaar in aanmerking voor elke woon- of zorgvorm. In het Anton de Komhuis wonen alleen ouderen die een verpleeghuisindicatie hebben, die dus 24 uur per dag recht hebben op zorg. Veel aanleunwoningen en woongroepen vallen onder sociale huur, met een bijbehorende inkomens- en vermogensgrens. En particuliere woonvormen zijn weer niet weggelegd voor de minimainkomens.
Mevrouw Grotjohann, vaste bezoekster van Café Rosé, moet er niet aan denken afhankelijk te worden. Ze woont nog zelfstandig in een flat bij de Gaasperplas in de Bijlmer. Twee keer woonde ze lang samen met een vrouw; nu is ze op zichzelf aangewezen. Nu gaat dat nog goed, ze fietst nog veel en wandelt. Haar moeder zei altijd: “Mannen moet je niet aan beginnen, en kinderen zijn hinderen.” Dat advies heeft Grotjohann letterlijk genomen.
Voor het L.A. Rieshuis in de Jordaan zou Grotjohann wel warm lopen, maar ze is te “kapitaalkrachtig” voor zo’n sociale huurwoning. Op een paar honderd meter lopen van haar appartement staat een normaal verzorgingstehuis. “Maar daar word je lastig gevallen door mannen. Daar zit ik echt niet op te wachten.” Haar sociale leven is klein geworden. Hoe het later gaat redden, zonder kinderen? “Ik neem wel een huisknecht. Of een meisje natuurlijk!”
Bewoonbaar verklaard
Posted By Anne Hammers On februari 14, 2012 @ 16:38 In Achtergrond, Algemeen, Reportage | No Comments
Amsterdam Noord is het oudst bewoonde stadsdeel van Amsterdam. Sinds enkele weken heeft het stukje Amsterdam ten Noorden van het IJ weer een eigen museum. Initiatiefnemer Henk Ras spreekt over de geschiedenis van het stadsdeel, dat zijn volkse karakter dreigt te verliezen.
AMSTERDAM, 14 februari- Henk Ras groef het verleden letterlijk op. De 50 centimeter hoge baardmankruik uit de zeventiende eeuw die in de achtertuin van zijn buurman werd gevonden, bevestigde voor Ras het vermoeden dat Amsterdam Noord wel degelijk een geschiedenis heeft. Twee weken geleden heropende Museum De Noord met de fototentoonstelling ‘Mensen van Noord’. Op een oppervlakte van 100 vierkante meter tonen foto’s de sociale ontwikkelingen van de afgelopen decennia.

Het oude Badhuis herbergt Museum de Noord. foto: www.museumdenoord.nl
Een “typisch Amsterdams gezin”, zegt Ras, 71 jaar en oud-psychiater, wijzend op een groot zwart-witportet. Twee ouders en een stel brutaal ogende tienerkinderen kijken halverwege de jaren zeventig in de camera. Op de achtergrond is een sociale woonwijk te zien. “Waarschijnlijk Floradorp.” Op de andere wand in de kleine ruimte hangen hedendaagse portretten van een bejaarde vrouw en een Turkse familie. Daarnaast een foto van twee jonge blanke ouders met één kind, poserend aan een houten tafel in een ruime eetkeuken. De laatste foto laat zien dat Amsterdam Noord in de loop van de twintigste eeuw is veranderd van een toevluchtsoord voor grote arbeidersgezinnen naar een uitvalsbasis voor welgestelde yuppen.
Amsterdam Noord werd aan het begin van de twintigste eeuw bebouwd met sociale woningen. “In 1921 werden de dorpen Buiksloot, Ransdorp en Nieuwendam vrijwillig bij de stad Amsterdam ingelijfd,” vertelt Ras in keurig Nederlands. “De Woningwet die in 1901 in werking trad, stelde het stadsbestuur verplicht om nieuwe huisvesting te zoeken voor mensen uit de onbewoonbaar verklaarde krotwoningen in de binnenstad.” De arbeidersgezinnen verhuisden naar de buitenwijken.
“Toen waren dit voor arbeiders luxe woningen, met een eigen ingang en een tuintje.” Ras wijst op het rijtje lage huizen aan de rand van Vogeldorp, een van de tuindorpen dat in 1918 in alle haast werd neergezet. In het oude badhuisje is Museum De Noord gevestigd.
Voor de moderne Amsterdammer voldoen de toenmalige ‘luxe’ woningen nog nauwelijks aan de huidige eisen. “De grote pest is dat het zo gehorig is”, zegt Ras. De meeste arbeiderswijken veranderden aan het einde van de twintigste eeuw in achterstandswijken met een hoge concentratie allochtone- en minimagezinnen. De ooit zo toonaangevende Van der Pekbuurt, vernoemd naar de beroemde architect Jan Ernst van der Pek, werd tussen 1920 en 1930 gebouwd in Buiksloterham. Sinds 2007 dankt de wijk zijn naam vooral aan de voormalige minister van Wonen, Wijken en Integratie Ella Vogelaar. “De woningbouw wil alles platgooien,” vertelt Henk Ras. “Erfgoedbeschermers willen dat het eerste bouwwerk van Van der Pek blijft bestaan. Dat is echt een strijd.”
De kans is groot dat een renovatie van de jaren dertig woningen, in combinatie met de bouw van de Noord/Zuidlijn, de huizenprijzen doet stijgen en de buurt aantrekkelijk maakt bij jonge, hoogopgeleide dertigers die ook voormalige volksbuurten “in het zuiden” bevolkten.
“Een grote groep mensen in Noord wil het houden zoals het is. Die vinden het nu al te yupperig”, antwoordt Ras op de vraag of Noord zijn volkse karakter dreigt te verliezen. “Mensen zijn bang dat de oude structuur verloren gaat. Het dorpsachtige, het feit dat je elkaar in de buurt goed kent en dat je weet wie er naast je woont.”

De van der Pekstraat in 1925 foto: Beelbank Stadsarchief
Henk Ras maakte zelf in 1968 de oversteek vanuit de binnenstad naar de noordelijke oever van het IJ, om er een eigen psychiatrische praktijk te beginnen. “Iedereen verklaarde mij voor gek. Nog steeds zijn er mensen die zeggen: ga je naar Noord?”
“Noord heeft lange tijd een achterstand gekend in zijn ontwikkeling, in sociaal en cultureel opzicht. Er was geen ziekenhuis, en voor de HBS of het Gymnasium moest je het IJ over. Pas in de jaren zestig en zeventig kwam daar verandering in. ”
Sinds 2007 heeft Noord een museum, dat Ras met een groep van vijftien mensen opende in het oude badhuisje dat door de Stichting Stadsherstel voor sloop werd behoed. Naast de ingang staan drie zelfgemaakte vitrinekasten met de zeldzame aardewerken baardmankruik en enkele uit het IJ opgeviste kanonskogels. Bij iedere vondst is een handgeschreven kaartje geplaatst.
De eenvoud van het museum is tekenend voor de “gewone Amsterdammer” die Amsterdam Noord van oudsher bevolkt. Oud-psychiater Ras denkt dat het stadsdeel in de toekomst steeds homogener wordt. “Dat heb je gezien in de Jordaan en de Pijp. De instroom van beter opgeleide en beter betaalde mensen trekt welgestelde Amsterdammers aan. Dan krijg je een verhoging van de levensstandaard van de buurt.”
Hemelsbreed een paar honderd meter verder wordt de laatste hand gelegd aan een tweede museum ten Noorden van het IJ, dat met duizend vierkante meter tien keer zo groot is als het voormalige badhuis. De glimmende staalconstructie van het nieuwe Filmmuseum zal volgens Ras weinig Noordelijke Amsterdammers enthousiast maken. “Tenzij ze er een gezellige buurtbioscoop van maken, een chique filmzaal met cultfilms is te hoog gegrepen.”
“Artsen willen altijd alleen maar behandelen”
Posted By Lisa Van Der Velden On februari 14, 2012 @ 16:36 In Algemeen, Leven, Reportage | No Comments
De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) organiseerde deze week een ‘wilsverklaringenestafette’. Bij de estafette werd op 65 plaatsen in Nederland voorlichting gegeven over de formulieren van de wilsverklaring, waarmee mensen kunnen aangeven wat hun euthanasiewensen zijn. Volgens de NVVE bestellen veel mensen een wilsverklaring, maar vullen hem niet in, of bespreken hun wensen niet met hun huisarts. “Die mensen willen we vandaag over de streep trekken.”
AMSTERDAM, 14 februari – Lidy (80) heeft een ketting met een wit kaartje om haar nek. “Reanimeer mij niet” staat erop, in rode kapitalen. Daaronder haar pasfoto en handtekening. Ze zit samen met twintig anderen in een klein kantoortje in het pand van de NVVE aan de Leidsegracht. De estafette is al begonnen, maar de bel blijft gaan. “Kunt u morgenochtend terugkomen?”, vraagt een vrijwilliger van de NVVE terwijl ze de deur opendoet. “Dan doen we een extra voorlichting.”

Foto: website NVVE
Herman Speerstra, ledencoördinator bij de NVVE, heeft de niet-reanimerenpenning van Lidy ook gespot. “Artsen willen altijd alleen maar behandelen, maar met zo’n penning moeten ze je serieus nemen”, zegt hij. Volgens het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport heeft de penning dezelfde juridische status als een schriftelijke wilsverklaring. Toch is de penning volgens Speerstra bij veel mensen nog ‘niet ingedaald’. “Elke idioot springt bovenop je om je te reanimeren.”
De middag heet een estafette, maar heeft meer weg een kringgesprek over euthanasie. Naast Lidy zijn er vooral vrouwen aanwezig. “Vrouwen hebben meer lef, wij durven erover te praten”, zegt een vrouw van in de zestig. “Mijn vriend is ouder, maar hij reageert niet als ik erover praat”, vult haar vriendin, gekleed in bontjas en bontmuts, aan. “Ik vind het moeilijk om de wilsverklaring nu al in te vullen, maar ik heb van mijn moeder geleerd: ‘Een slimme meid is op de toekomst voorbereid’.”
Bespreek uw euthanasiewensen regelmatig met de huisarts en vul de wilsverklaring in, is het advies van de NVVE. Volgens Speerstra sta je met een wilsverklaring sterker in je “strijd tegen de arts”. Helaas is euthanasie geen recht, maar een verzoek, zegt hij, terwijl hij een raam openzet. Als uw huisarts weigert, moet u zelf een andere huisarts vinden.” Een oude vrouw met grijze krullen kijkt bedrukt. Dat is heel moeilijk in Amsterdam, zegt ze.
“Mijn huisarts zegt steeds dat ze ‘alleen bij lijden’ euthanasie wil uitvoeren”, zegt een andere mevrouw in de vijftig. “Maar wat voor mij lijden is, is voor haar misschien geen lijden. Ze weet dat ik positief in het leven sta. Maar ik ga niet naar het verpleegtehuis, nooit.” Een andere vrouw zakt ineen, laat haar hoofd hangen en doet haar tong uit haar mond. “Ik ga er ook niet zo bij zitten, in een huis.”
“Ik had precies hetzelfde probleem met mijn huisarts”, zegt een mevrouw met een parelketting. Maar nu zeg ik vaak tegen hem: ‘dit en dat vind ik lijden, vind jij dat ook?’ Dan schrijven we dat samen op.” Speerstra complimenteert haar. Hoe vaker je het aankaart, hoe beter, vindt hij. “Voor iedereen ligt het anders, maar het is goed om het op te schrijven: ‘lijden is als ik mijn geliefde niet meer herken, als ik een boek lees en de letters vormen geen woorden meer’,” somt hij op.
Als alle huisartsen euthanasie weigeren “denkt de NVVE mee over zelfdoding”, zegt Speerstra. Er zijn verschillende manieren. “Ik loop gewoon de zee in, zegt de mevrouw met de bontjas. “Want ik kan niet zwemmen. Aan de andere kant, het lijkt me wel koud.” Een aantal vrouwen bespreekt vervolgens luchtig hoe de verdrinkingsdood zou zijn. Speerstra luistert.
Dan is hij aangekomen bij het volmachtformulier, bestemd voor situaties waarin mensen zelf niet over hun levenseinde kunnen beslissen. Met het formulier kunnen ze iemand aanwijzen die namens hen optreedt. Doen ze dat niet dan hebben de ouders, kinderen of broers- en zussen automatisch volmacht. “Bespreek dit met hen!” zegt Speerstra. “Wanneer zij goed op de hoogte zijn van uw wensen, geeft dat extra houvast in de onderhandelingen met de arts”.
Een vrouw met krukken vertelt dat een vriendin van haar ziek was. “Ze had drie kinderen, twee wilden euthanasie, maar één was tegen. Toen hebben ze doorbehandeld. Nu gaat ze kerngezond door het leven!” Alle vrouwen lachen. “Maar, voor hetzelfde geld word je een kasplantje”, waarschuwt Speerstra snel. Het is weer stil. “Zijn er nog vragen?”
Na een aantal praktische vragen is de bijeenkomst afgelopen. Een nieuwe groep is aan de beurt. Speerstra loopt even weg om iets te pakken. De meeste vrouwen lopen naar de uitgang, anderen staan om Lidy heen en bekijken haar penning. “Omdat het een feestdag is, mag ik ze gratis uitdelen”, zegt Speerstra triomfantelijk, terwijl hij met een stapel folders komt binnenlopen. De vrouwen juichen. “Dementie, en het zelfgewilde levenseinde” staat erop.
Pantserwagens over de Nieuwmarkt
Posted By Annemarie van de Vijsel On februari 14, 2012 @ 16:32 In Interview, Reportage | No Comments
AMSTERDAM, 14 februari – Vanuit café “’t Loosje” aan de Nieuwmarkt blikt Jan van Goor (63) terug op de roerige jaren ’70 in de Nieuwmarktbuurt. De buurt, die zoveel veranderde door de aanleg van het metronetwerk. Honderden huizen moesten wijken voor de metrolijn. De Actiegroep Nieuwmarkt pikte het niet. Van Goor was een van de leden van “de beweging”. “We vormden de sterkste protestbeweging die Nederland ooit gehad heeft. Het ontstaan van zo’n massale beweging als de Actiegroep Nieuwmarkt uit de jaren ’70 zie ik niet meer gebeuren. Ondanks de verschillen die er waren in die tijd, was er veel saamhorigheid.”

Herinnering aan de metrorellen op station Nieuwmarkt. Bron: Daniel Sparing via flickr.com
In 1968 besloot de gemeente Amsterdam tot de aanleg van een metronetwerk en het doortrekken van de vierbaansweg van de Wibautstraat naar het Centraal Station. De weg zou via de Nieuwmarkt moeten lopen, en onder de weg moest de metro aangelegd worden. De zuidoostlijn van het metronetwerk moest vanaf het Amstelstation ondergronds lopen. “De aanleg van de metro gebeurde in die tijd niet via een boortunnel, zoals nu bij de Noord/Zuidlijn, maar via bouwwerkplaatsen boven de grond,” vertelt Van Goor. “Daarom moesten er zo veel huizen gesloopt worden.” Vanaf het begin was daar tegen veel verzet door de Actiegroep Nieuwmarkt.
Van Goor kwam met de actiegroep in aanraking toen hij in 1972 in Amsterdam ging studeren. “De voorbereidingen van wat er gesloopt zou worden, waren toen in volle gang. Daarom stonden veel huizen leeg. Ik kon moeilijk aan een studentenkamer komen, en was het eens met de ideeën van de actiegroep dat de woningen niet gesloopt mochten worden. De beweging kraakte huizen die leegstonden tot ze gesloopt zouden worden, en ik deed mee. Mensen met gelijke ideeën kwamen binnen een kleine omgeving bij elkaar wonen en dat versterkte de kracht van de Actiegroep Nieuwmarkt.”
In het voorjaar van 1975 braken de Nieuwmarktrellen uit, ook wel de ‘metrorellen’ genoemd. De actiegroep was hiervan de voortrekker. “Het was toen soms onrustig op straat. Ik vond het beangstigend. Er werd met traangas- en rookbommen gegooid. Bij de ontruimingen van de kraakpanden reden de pantserwagens van de marechaussee door de straten. Zij moesten de politie beschermen tegen wat door de lucht vloog. Maar wat de krakers nog meer zouden gaan doen, wist ik ook niet. Van beide zijden was het geweld onvoorspelbaar. Dat ging mij soms te ver.”
“De gekraakte panden waren duidelijk zichtbaar in het straatbeeld in de jaren ’70. Ze waren in felle kleuren geverfd en krakers hadden barricades voor de ingang van hun huizen geplaatst tegen invallen. Op spandoeken en borden stonden leuzen van de kraakbeweging: ‘Weg met de speculanten’ bijvoorbeeld, tegen de speculatie van de grond.” De beweging wilde voorkomen dat de grond na de aanleg van de metro in erfpacht met winst verkocht zou worden, voor de bouw van bedrijven en luxe hotels. Dat zou ten koste gaan van huisvesting, terwijl de woningnood groot was. “Nog hoger dan nu,” volgens Van Goor. “De angst voor de komst van dure, exclusieve panden op de Nieuwmarkt was een belangrijke reden om te gaan protesteren.”
Van Goor is positief over het resultaat van de Actiegroep Nieuwmarkt. “Het doortrekken van de vierbaansweg naar het station en de aanleg van op- en afritten ging niet door. Er is uiteindelijk minder gesloopt dan werd aangekondigd, en er is meer herbouwd. Doordat wij protesteerden. Ook heeft de gemeente uiteindelijk meer sociale woningbouw neergezet dan eerst gepland was, hier in het centrum.” Hij wijst uit het raam van het café naar de overkant. “Het gele gebouw naast de ingang van de metro is bijvoorbeeld een verzorgingshuis.”
“Van de beweging is niet zo veel overgebleven. Heel veel mensen uit de kraakbeweging van toen wonen nog in Amsterdam, maar wonen inmiddels ‘braaf’. Nu zijn er vooral koopwoningen op de Nieuwmarkt. Het is een heel duur deel van Amsterdam en heeft een bevolkingssamenstelling waarvan we toentertijd dachten: dat willen we nooit. Yuppen, of hoe je ze ook noemen moet. Er zijn in de buurt nog wel huizen waar voormalig krakers wonen. Om de hele kraakbeweging te beheersen en uiteindelijk te verdelen en te elimineren, kocht de gemeente de panden van de krakers aan. En de krakers gingen die dan weer huren van de gemeente.”
Van Goor neemt een slok van zijn koffie verkeerd. “In dit café komen veel mensen van toen. Als ik op straat mensen tegenkom, zijn dat vooral mensen die ik uit die tijd ken.” Hij kijkt even nadenkend uit het raam. “Die mensen zijn allemaal in hun opleiding of werk maatschappelijk betrokken gebleven.” Zo ook hij. Van Goor was tot twee jaar geleden directeur van verschillende welzijnsorganisaties. Nu heeft hij een fotogalerie aan de Nieuwezijds Voorburgwal. In de sociale beweging is hij niet meer actief.
De metro ligt er, de kraakpanden zijn omgebouwd, de actiegroep bestaat niet meer. De gevoelens van weerstand tegen de metro ebben langzaam weg. “Toen de metro net was aangelegd, waren er duizenden mensen die er uit protest geen gebruik van maakten. Na een paar jaar waren dat er honderden. Nu zijn het er nog maar drie of vier.”
In metrostation Nieuwmarkt is het protest van de jaren ’70 nog zichtbaar. Als je de verhalen erachter kent, tenminste. Tegen de wand naast de rails hangt een van de sloperskogels die woningen afbrak. Op het perron vormen letters in zwarte vierkante tegels de tekst ‘Wonen is geen gunst maar een recht’. Na de bouw van de metro drong de Actiegroep Nieuwmarkt bij de gemeente aan op het plaatsen van herinneringstekens. “Maar ze zijn gedateerd,” zegt Van Goor. “Van mij mogen ze nu wel weg.”
Absolute stilte en stof van de Twin Towers
Posted By Martine Huijbregts On februari 14, 2012 @ 16:30 In Mooi, Reportage | No Comments

Opbouw van Xu Bings Where Does The Dust Itself Collect?. Foto: Teo Krijgsman.

Laatste keer geen Cito-toets
Posted By Arman Avsaroglu On februari 8, 2012 @ 16:56 In Achtergrond, Algemeen, Leven, Reportage | No Comments

Geert Groote School. Foto: Arman Avsaroglu
De Cito-toets is dinsdag begonnen. Het is de laatste keer dat de toets in de huidige vorm wordt gehouden. Volgend jaar komt er een gestandaardiseerde taal- en rekentoets. Die wordt verplicht voor alle basisscholen. Niet iedereen in Amsterdam ziet dat zitten.
AMSTERDAM, 8 februari 2012 – De leerlingen wachten. Hun tafels zijn leeg op een scherpgeslepen potlood, een gum en een antwoordvel na. Er hangt een opgewonden stilte in het lokaal als lerares Astrid Huisden de opgavenboekjes uitdeelt. De achttien Groep 8-leerlingen van de Vlinderboom basisschool in Amsterdam West doen mee aan de Cito-toets. Drie dagen lang beantwoorden ze tweehonderd meerkeuzevragen. Er staat veel op het spel. De uitslag is een belangrijke graadmeter voor het soort middelbaar onderwijs dat ze zullen gaan volgen – vmbo, havo of vwo. Samen met het advies van de leraar is de Cito-score het visitekaartje waarop die beslissing wordt genomen.
Dit is het laatste jaar dat de Cito-toets in de huidige vorm wordt gehouden. De Cito-toets is op dit moment niet verplicht. In Nederland neemt gemiddeld 85 procent van de basisscholen de toets af. In Amsterdam ligt dat percentage iets lager. Volgens een woordvoerder van Cito doen er dit jaar 222 Amsterdamse basisscholen mee, van het totaal van 262. Dat komt neer op 82 procent van de scholen.
Volgend jaar zal dat 100 procent zijn. In 2013 wordt de Cito-toets vervangen door een centrale eindtoets voor taal en rekenen, en die is verplicht voor elke basisschool. Tevens zal de toets niet langer in februari, maar in april worden afgenomen. Minister van Bijsterveld (Onderwijs, CDA) heeft het wetsvoorstel inmiddels naar de Tweede Kamer gestuurd. De naam Cito zal de toets niet dragen, maar inhoudelijk blijft de toets wezenlijk onveranderd. “Alle onderdelen zijn hetzelfde. Het is in principe gewoon de Cito-toets, maar dan gecentraliseerd voor alle basisscholen in Nederland”, aldus een woordvoerder van Cito, dat ook de nieuwe toets ontwerpt.
Dat stuit scholen die dit jaar niet voor de Cito kozen tegen de borst. Eén van die scholen is de Geert Grote School in Amsterdam-Zuid. Daar is van de spanning die bij de Vlinderboom tastbaar is, weinig te merken. Hier geen Cito-toets voor de groepachters. Kinderen rollen vrolijk door de sneeuw en ook bij de ouders die hun kinderen deze woensdagmiddag komen ophalen is er geen redenen tot zenuwen. Op deze vrije school is het een dag als alle anderen.

Schoolplein Geert Groote School. Foto: Arman Avsaroglu
Voor Bruno Raida, vader van de 12-jarige Lothari, hoeft het niet zo nodig, die Cito toets. “Je moet kinderen niet met die immense druk van zo’n belangrijke toets opzadelen. Alsof hun hele verdere carrière er van afhangt. Ik hecht veel meer waarde aan het oordeel van de leraren, die de kinderen acht jaar op school hebben meegemaakt.”
Dat is Simon Steen, directeur van de Verenigde Bijzondere Scholen (VBS), met hem eens. Ook hij is niet blij met de plannen van Van Bijsterveldt. “Je moet ouders en scholen de keuze geven kinderen op een andere manier te onderwijzen.” De meeste van de bij de VBS aangesloten scholen maken de Cito-toets niet. In Amsterdam zijn er 23 basisscholen aangesloten. Steen: “Het is een foute gedachte dat een gestandaardiseerde eindtoets voor alle basisscholieren het onderwijs vooruit kan helpen. De Cito-toets biedt slechts een momentopname. Wij zien meer in het leerlingvolgsysteem, dat de ontwikkeling van het kind gedurende acht jaar in kaart brengt.”
Ook Herbert de Bruijne, van de stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel (OOADA), vindt het leerlingvolgsysteem belangrijker dan de toets. Toch nemen alle scholen aangesloten bij de OOADA de Cito-toets af. Volgens De Bruijne doet Cito-toets niets af aan het leerlingvolgsysteem. “Als het goed is spiegelt de toetsscore het niveau dat tussentijds is gebleken.” Dat de toets verplicht wordt voor alle basisscholen is volgens hem een geen slechte ontwikkeling.
Gestandaardiseerd of niet, de leerlingen van de Vlinderboom maakt het allemaal niets uit. Het gaat hen om de toets van vandaag. “Het gaat wel om een belangrijk deel van je leven vandaag”, vertelt Zaineb (12), vijf minuten voor de toets begint. “Mijn ouders zijn ook hartstikke zenuwachtig.” Klasgenoot Ercan (12) heeft vannacht geen oog dichtgedaan. “Maar,” voegt hij er grinnikend aan toe, “dat kwam vooral door onze kat. Die heeft de hele nacht lopen miauwen.”
Op literatuursafari naar de Bijlmer
Posted By Haro Kraak On februari 8, 2012 @ 16:50 In Algemeen, Mooi, Reportage | No Comments
Een bus vol grachtengordelpubliek vertrok op dinsdagavond 7 februari vanaf het Leidseplein richting de Bijlmer. Daar vond de eerste editie van Bijlmer Boekt plaats, een literaire avond bedoeld om het “witte publiek” kennis te laten maken met Zuidoost.

Poster Bijlmer Boekt
AMSTERDAM, 8 februari – In de bus van het Amsterdamse Leidseplein naar de Bijlmer zit één donkere vrouw. Verder zit een twintigtal blanke vrouwen in de bus. Voornamelijk op leeftijd. Kort grijs haar en winterjassen met bontkraag. Ten slotte nog een stuk of zes mannen. Een vrouw zegt: “Op de kaart zag het er echt niet zo ver uit hoor.” Bestemming is het Bijlmer Parktheater, waar vanavond, dinsdag 7 februari, Bijlmer Boekt op het programma staat. Een literair variété met onder andere Kees van Kooten, Gerda Havertong en Karin Amatmoekrim.
Als de bus tien minuten rijdt pakt een van de organisatoren de microfoon. Ze heet iedereen welkom en zegt dat er wat vertier voor onderweg was beloofd, “voor de hele lange rit naar de Bijlmer, of tenminste: voor sommigen voelt dat zo”. Ze geeft de microfoon aan het donkere meisje dat ze voorstelt als Muna Shirwa. Zij vraagt de passagiers wie Gil Scott Heron kent, de vorig jaar overleden Afro-Amerikaanse dichter en artiest. Een vijftal mensen steekt hun hand op. Shirwa heeft een eigen bewerking gemaakt van Heron’s “The revolution will not be televised”. Ze zegt: “De revolutie zal vanavond niet uitgezonden worden. De revolutie is hier.”
Na een tweede gedicht rijdt de bus al het besneeuwde parkeerterrein van het theater op. Toch niet zo’n lange rit. De passagiers uit de binnenstad gaan de foyer in waar het publiek beduidend meer gemêleerd is. Jonger en gekleurder. Het zijn dat soort verschillen waar het deze avond om gaat. Presentatrice Christine Otten vindt dat de literaire wereld te gescheiden en vooral te wit is. Zij wil het ‘grachtengordelpubliek’ kennis laten maken met Zuidoost en de culturele scene aldaar stimuleren. De bus was er voor mensen die dachten: “Hoe kom ik daar? Is het wel veilig?”, zegt Otten. “Of voor mensen die het gewoon gezellig vonden, natuurlijk.”
De avond laveert tussen twee uitgangspunten. Enerzijds kunnen de vrouwen uit de binnenstad op literatuursafari naar de Bijlmer, anderzijds moet het gewoon een leuke literaire avond worden, zonder teveel nadruk op verschillen tussen mensen. Het begint in ieder geval leuk. Kees van Kooten, bekend van Van Kooten en de Bie, vertelt een aantal anekdotes (“Voor witte dames moet je oppassen”), draagt een paar gedichten voor en heeft de lachers op zijn hand.
Na Gerda Havertong, bekend van Sesamstraat en haar boek Frontaal, is Muna Shirwa opnieuw aan de beurt. Zij snijdt de taboes die vanavond door de lucht zweven weer aan. Ze deelt een les van haar vader: “Alles wat niet leuk is aan de wereld, kun je van je afschrijven.” Dat is precies wat de volgende gast, Karin Amatmoekrim, ook gedaan heeft. In haar laatste en vierde roman, Het Gym, beschrijft ze hoe een donker meisje uit een achterstandsbuurt in IJmuiden op een blank gymnasium terecht komt en daar geconfronteerd wordt met vooroordelen die er wel degelijk nog zijn. Ze ziet het als haar taak om de multiculturele krampen waar Nederland mee worstelt te beschrijven.
Rapper/dichter Blaxtar, die zichzelf omschrijft als “zwarte ridder op het witte paard”, weet op luchtige wijze met het sluimerende thema van de avond om te gaan. Hij vraagt hoeveel mensen er nog nooit bij een hiphopconcert geweest zijn. Bijna de helft van de handen gaan omhoog. “Welkom bij jullie eerste hiphopconcert”, zegt hij. De zaal lacht gespannen. Blaxtar vertelt dat veel rappers altijd boos zijn, maar dat niemand hier zal weten waarom. Zijn lyrics geven uitleg.
Hitler was echt niet zo gek als ie leek, en ik weet ’t klinkt maf, op dit moment werken de mensen aan ’t behoud van hun ras. Let’s face it. Gaan alle jonge blanke meisjes bezig met negers, zijn blanken over vier eeuwen verleden tijd en kunnen we in 2405 in een reservaat echte blanken gaan bekijken. Dus ik snap die racisten, maar ik lach om racisten. In 2405 zou ‘k ze zelfs gaan missen. Maar misselijke onderhuidse acties en poeslief lachen naar me als je me op de hoek ziet is pussy, pussies.
De lichten gaan weer aan en uit de speakers klinkt “Change gone come”, de soulklassieker van Sam Cooke in een versie van Seal. Iets te veel van het goede wellicht. De revolutie was niet hier vanavond, maar het was een interessante bijeenkomst. Over vierhonderd jaar gaan we misschien aapjes kijken in het “blankenreservaat”, maar voor nu is literatuursafari voor de kortharige dames met bontkragen wel even genoeg.
Kennismaken met de SP: “we durven mensen niet te vragen”
Posted By Kick Hommes On februari 8, 2012 @ 16:44 In Algemeen, Reportage, Stad | No Comments

Het SP-actiecentrum in Amsterdam, met trommels Foto: Kick Hommes
Waar het de SP in de landelijke peilingen met 33 zetels voor de wind gaat, heeft de partij in Amsterdam moeite leden te vinden na de gemeentelijke verkiezingsnederlaag in 2010. Voor nieuwe leden organiseert de SP een cursus ‘Kennismaken met de SP’, maar de animo voor de eerste bijeenkomst afgelopen maandag was niet heel groot.
AMSTERDAM, 8 februari – Er liggen vier oude trommels te verstoffen op een kast in het actiecentrum van de SP-afdeling Amsterdam. “Waarom worden die trommels niet meer gebruikt?”, vraagt een aanwezige. Paula van Dijnen, voorzitter van de SP-afdeling Amsterdam geeft antwoord. “We wilden er echt mee bezig gaan, maar niemand wilde de kar trekken.” De man haalt zijn schouders op. “Ik wilde wel, had zelfs trommelles willen geven. En weggeven is zonde, het zijn mooie trommels.”
Begon 2012 nog zo goed voor de SP met een drukbezochte Nieuwjaarsborrel, veel enthousiasme voor de ‘Kennismaken met de SP’-avond is er niet. Slechts zeven mensen komen opdagen in het actiecentrum op de Laurierstraat om te horen hoe de organisatie van de SP er eigenlijk uitziet. “Ik hoop echt dat het aan het weer ligt”, verzucht Van Dijnen.
De man die graag trommelles wil geven is Jack Vos. Hij is naar eigen zeggen “al jaren en jaren” lid van de SP en heeft verschillende bestuursfuncties in de stadsdeelraden bekleed. Naar de bijeenkomst van vanavond heeft hij zijn 21-jarige zoon meegenomen. Ook Sharon is aanwezig, tweedejaars antropologiestudente aan de Universiteit van Amsterdam. Hugo is ICT ’er, Ali komt uit Koerdistan en heeft in India veel gedaan voor rechten van vrouwen. Mourad is geen lid maar doet veel vrijwilligerswerk. Op Jack na is niemand ouder dan vijftig.
De SP geeft de cursus ‘Kennismaken met de SP’ ieder half jaar met de bedoeling om mensen die net lid zijn geworden bekend te laten worden met de partij. Dus niet zozeer om nog meer nieuwe leden te werven? Vandaag vertelt Van Dijnen over de organisatie, maar ook zijn er nog avonden over de geschiedenis, de ideologie en de acties van de partij. “Het is een cursus voor mensen die net lid zijn, maar ook oudere leden die even wat willen opfrissen mogen komen”, grapt Van Dijnen. Vos steekt zijn handen omhoog.
Ooit had de SP in Amsterdam nog ongeveer drieduizend leden, vertelt Van Dijnen. Dat was toen de partij in 2006 tijdens de verkiezingen veel stemmen kreeg. In de tijd van Agnes Kant tussen 2008 en 2010 daalde het aantal leden in Amsterdam. “We zijn toen wel afgestraft. In 2010 zijn we van zes naar drie zetels in de gemeenteraad gegaan. Ook betaalden veel mensen niet meer of waren verhuisd”, zegt Van Dijnen. “We kregen post retour.” Dat leidde tot een aantal van 2.630 leden eind 2011. Inmiddels staat de teller volgens Van Dijnen weer op 2.667. “Toch een mooie verbetering.”
Jack Vos vindt het allemaal maar weinig. Hij vraagt zich af of de SP niet meer leden kan pushen om potentiële sympathisanten van de partij aan te spreken. Tienduizend leden wil hij. Van Dijnen is voorzichtiger. Zij vindt vijfduizend leden al mooi. “Maar we bereiken niet veel mensen, dat is waar. Het is een pijnpuntje in de afdeling.”
Het is duidelijk dat de SP moeite heeft om mensen buiten de kern van de partij te bereiken. Normaal gesproken wordt elk nieuw lid gebeld door de fractievoorzitter van het stadsdeel. Bij drie van de zes aanwezige leden in het actiecentrum blijkt dat niet gebeurd te zijn. “Ja, dat zou niet moeten”, zegt Van Dijnen.
De vraag blijft waarom de SP er niet in slaagt mensen te binden. Het is volgens Van Dijnen niet alleen een kwestie van te weinig tijd. “Het is gêne. We durven mensen niet te vragen. We zijn heel goed in acties en daar zijn ook heel veel mensen bij, maar daarna vragen we niet of die mensen wat voor de partij willen doen.”
Een uur vol informatie over de SP later sluit Vos demonstratief de vergadering door met zijn knokkels hard op tafel te slaan. Daarna snijdt hij zich aan wat hij noemt ‘sociaal papier’, SP-papier waarop in mooie plaatjes de organisatie van de SP uitgelegd wordt. Hij kletst met Van Dijnen nog wat na over de trommels. “Daar moeten we toch nog wat mee doen.” De andere aanwezigen staan wat onzeker op en lopen een voor een de deur uit. Geen van hen wordt gevraagd of ze wat voor de partij willen doen.
Pand 14: pionieren tussen de kantoortorens
Posted By Teri Van Der Heijden On februari 8, 2012 @ 16:38 In Achtergrond, Algemeen, Reportage, Stad | No Comments
Amstel III kwakkelt. Het bedrijventerrein in Zuidoost kampt al jaren met leegstand en de gemeente krijgt het probleem maar niet opgelost. Dankzij initiatieven als Pand 14, een cultureel platform in het hart van het bedrijventerrein, gloort er hoop.

Pand 14 in Zuidoost. Foto: Nadine Spronk fotografie
AMSTERDAM, 8 februari -Tussen hoge donkere kantoorpanden en snelweggeraas valt het redelijk uit de toon: een bord met “warme choco” en een pijl, handgeschreven op een haastig in elkaar geklust bord. De pijl wijst in de richting van een rond gebouw, ingeklemd tussen de A9, een McDonaldsrestaurant en een benzinepomp. In het gebouw huist Pand 14. “Met dit weer moet je wel warme chocomel serveren”, zegt Staas Lucassen (30), terwijl hij een kannetje chocolademelk opwarmt. “Toen het ging sneeuwen hebben we gauw die borden gemaakt.”
Lucassen is één van de initiatiefnemers van Pand 14. Creativiteit en improvisatie staan hoog in het vaandel. Samen met twee anderen runt hij de culturele “vrijplaats”, zoals ze Pand 14 zelf omschrijven. In het gebouw worden feesten, optredens en exposities georganiseerd. “Van underground tot semicommercieel.” In de kelder zijn atelierruimtes voor kunstenaars en oefenruimtes voor bandjes. “Een stukje oud-Berlijn in Amsterdam”, aldus de initiatiefnemers.
In de directe omgeving van Pand 14 is het vergeefs zoeken naar de romantische kunstenaarsgeest. Maar wie binnenstapt, begrijpt beter wat de initiatiefnemers bedoelen. Het gebouw leent zich met zijn ronde vormen perfect voor artistieke experimenten en niet-alledaagse feesten. Beneden is een klein podium en de bar, met aan het plafond een indrukwekkende verzameling discoballen. De ronde ruimte boven doet dienst als dansvloer en expositieruimte. De draaiende vloer is een erfenis uit de tijd dat het pand een Chinees restaurant was. Lucassen: “Nu vooral leuk om twee uur ’s nachts, als iedereen wat drankjes op heeft.”

De initiatiefnemers tijdens de officiële opening van Pand 14. V.l.n.r. Nadine Spronk, nachtburgemeester Isis, Staas Lucassen en Joas Vrouwe. Foto: Nadine Spronk fotografie
Lucassen kraakte het pand aan de Muntbergweg in 2002. “Gewoon door een raampje geklommen”, vertelt hij achteloos. Dan bedenkt hij zich. Met een grijns: “Ik bedoel natuurlijk: de deur stond open.” Direct begon hij allerlei evenementen te organiseren. In 2010 kocht Rijkswaterstaat het pand en sindsdien bestaat Pand 14 legaal, totdat het gesloopt wordt vanwege de verbreding van de naastgelegen A9. Even dreigde het pand al dit jaar te worden gesloopt. Buurman McDonald’s wilde parkeerplaatsen bijbouwen, maar wethouder Maarten van Poelgeest (Ruimtelijke Ordening, GroenLinks) stak daar een stokje voor. Vorige week werd bekend dat de sloop definitief is uitgesteld tot minstens 2014.
Het culturele platform is een vreemde, maar welkome, eend in de bijt tussen de monotone kantoortorens die Amstel III kenmerken. Het bedrijventerrein, gelegen tussen de Amsterdam ArenA en het AMC, kampt al jaren met structurele leegstand. Ongeveer een kwart van de 700.000 vierkante meter kantoorruimte staat leeg. De gemeente vergadert al jaren over het zorgenkindje in Zuidoost, maar vooralsnog zonder veel resultaat. In november werd besloten dat er een nieuw bestemmingsplan moet komen. Amstel III heeft meer “levendigheid” nodig: horeca en winkelmogelijkheden. Op termijn moet het gebied transformeren tot een “dynamisch leefgebied”, waar ook gewoond kan worden.
Vooralsnog wonen alleen Lucassen en zijn vriendin en mede-initiatiefnemer Nadine Spronk (34) op het bedrijventerrein, in Pand 14. Derde initiatiefnemer Joas Vrouwe (31) woont elders. “De Shell is onze supermarkt”, zegt Spronk, wijzend op het naastgelegen lichtgevende pompstation. Andere winkels zijn er niet op loopafstand. De twee wonen helemaal bovenin. Pand 14 mag doordeweeks tot vier uur openblijven, en in het weekend tot vijf uur. Ze hebben een vergunning voor vierhonderd man. Spronk: “Meestal heel gezellig, maar soms wil je gewoon naar bed.”
Aan “levendigheid” in Pand 14 dus geen gebrek, maar in de rest van Amstel III gebeurt er volgens Lucassen en Spronk nog weinig met alle ruimte. Lucassen: “Ideeën genoeg, maar de pandeigenaren willen vaak niet meewerken.” Des te meer reden voor Pand 14 om zichzelf en Amstel III zo goed mogelijk op de kaart te zetten. “We gaan onze programmering uitbreiden en in het voorjaar beginnen we met een terras.” Lekker loungen tussen de snelweg en de McDrive? “We gaan natuurlijk aan de gang met sfeerverlichting, bankjes, plantenbakken en een buitentap”, legt Lucassen uit. “En misschien iets met een kampvuur.” Na een blik op het pompstation: “Nouja, dat laatste misschien ook niet.”
Red light district tour: “In zes minuten zorgen zij voor een lach op ons gezicht”
Posted By Merlijn Kerkhof On februari 3, 2012 @ 16:40 In Achtergrond, Algemeen, Reportage, Stad | No Comments

Foto: Rungbachduong (Wikimedia Commons)
Met een gids over de Wallen wandelen is populair onder toeristen. Verschillende bedrijven bieden dergelijke tours aan. De politiek is niet onverdeeld enthousiast. De Amsterdamse CDA-fractie vindt dat de tours een te romantisch beeld geven van prostitutie. Nieuw Amsterdams Peil nam de proef op de som en liep een rondje mee door de rosse buurt.
AMSTERDAM, 3 februari – Bij het monument op de Dam staat een jongen met een bord in zijn hand. Op zijn hoofd draagt hij een bontmuts: het vriest. “Red light district tour?”, vraagt een vrouw. De jongen adviseert haar om nog even koffie te halen bij de Coffee Company, de tour begint om 19.15 uur. “Het is het veiligste gebied van de stad, toch durven veel mensen niet in hun eentje naar de Wallen”, vertelt hij. “Dat verklaart het succes van deze tours.”
De jongen met de bontmuts heet Alex, is 22 jaar en komt uit Sint Petersburg. Hij is de manager van de Nederlandse tak van Sandeman’s New Europe Tours, een organisatie die in grote Europese steden wandeltochten organiseert. “De gidsen zijn freelancers. Ze moeten energiek zijn en humor hebben.”
Sandeman’s New Europe Tours is een van de acht organisaties die walking tours door de rosse buurt aanbiedt op citymarketing-website Iamsterdam.com. In november 2011 leidde de aanprijzing van het Wallengebied op de website tot commotie in de gemeenteraad. “Het beste tijdstip om de fluorescerende rode gloed van de Wallen te zien is als de zon ondergaat”, stond er tot november bijvoorbeeld op de website te lezen.
De CDA-fractie vond de site promotie voor de Wallen. Fractievoorzitter Marijke Shahsavari en duoraadslid Diederik Boomsma schreven een opiniestuk in dagblad Trouw, waarin ze opriepen de promotie op de gemeentelijke website te staken. Iamsterdam.com wordt bekostigd door de gemeente Amsterdam en onder meer het Amsterdamse Toerisme en Congres Bureau en het Amsterdams Uitbureau.
Het CDA kreeg bijval van loco-burgemeester Lodewijk Asscher (PvdA). Twee maanden na de klachten van het CDA heeft wethouder Carolien Gehrels (Economische zaken, PvdA) actie ondernomen. “Reclame voor de Wallen is niet aan de orde”, schrijft zij in een brief aan de raadsleden.
Wat er concreet is veranderd: de informatie over de Wallen en rondleidingen in het gebied staan niet meer op de homepage van Iamsterdam.com, en de informatie over rondleidingen is korter en zakelijker geworden.
Maar wie “Red Light District” typt in de zoekbalk, vindt nog steeds 93 resultaten. De informatie over de Wallen staat in enigszins andere volgorde dan in november. Voorheen stond er dat “de meeste stereotypen over het gebied waar zijn” – er zijn sekswinkels, peep shows en bordelen. Dat is nu geworden: “sommige stereotypen over het gebied zijn waar”, met daarachter hetzelfde rijtje.
Van de eerste tien hits zijn acht nog steeds reclamepraatjes voor walking tours over de Wallen. De informatie bij een aantal van die tours is inderdaad wat ingekort, maar bijvoorbeeld bij de rondleiding van Sandeman’s New Europe Tours staat nog steeds: “Onze gidsen vertellen u de verhalen die de Wallen één van de interessantste en populairste attracties van Europa maken”.
Al noemt Gehrels het geen reclame meer, klanten weten de tours nog steeds zonder moeite te vinden. Bij de Coffee Company wacht inmiddels een groep van vijftien mensen voor een rondleiding van New Europe-gids Ged, die uit Manchester komt en sinds 2009 in het Wallengebied woont. Het merendeel van de deelnemers is in de twintig of begin dertig. Meer vrouwen dan mannen, veel stelletjes. De meeste geïnteresseerden vanavond komen uit Australië.
Ged spreekt zijn volgelingen toe: “We zullen veel vrouwen zien in bikini’s, maar neem geen foto’s van ze. Die vrouwen trekken zich niets aan van je camera, die maken ze zo kapot.” Hoewel er geen auto voorbij rijdt op de Dam, wacht het gezelschap netjes voor het rode verkeerslicht. Als de meute richting de Warmoesstraat loopt, vertelt Ged over de geschiedenis van de prostitutie in het oude Egypte en maakt hij zijn gevolg attent op de dvd’s met “oma porn”. “Oma is Dutch for grandmother.”
De zaken met lederwaren en pornofilms waar de groep langs wordt geleid, zijn volgens Ged slechts het voorspel. Iedereen is hier gekomen voor de vrouwen achter roodverlichte ramen. Op de brug bij de Oudezijds Achterburgwal weten de toeristen niet wat ze zien. Stiekempjes kijken ze in de richting van de dansende, bijna naakte prostituees. “Prostitutie is legaal in Nederland. Sinds begin dit jaar zijn de sekswerkers niet meer vrijgesteld van belasting”, vertelt Ged. “Veel vrouwen komen uit Oost-Europa. Het zijn seizoensarbeiders. Ze kunnen hier in korte tijd een vermogen verdienen.”
Dan komen de ramen met transseksuelen aan bod. Ged vertelt over de consumentenwebsites waarop prostituees worden gerecenseerd. Een pasgetrouwd stel scheidt zich van de groep af om een bezoek te brengen aan het Casa Rosso. De groep loopt nog een rondje om de Oude Kerk. Bij het Prostitutie Informatie Centrum (PIC) houdt Ged halt voor een laatste monoloog. “Deze vrouwen verdienen ons respect. In zes minuten zorgen zij voor een lach op ons gezicht.” En tot slot: “Always remember: it’s their career choice.”
Diederik Boomsma, duoraadslid van het CDA, is niet blij met dit soort tours. De informatie is “echt schandalig”. Rondleidingen over de Wallen kun je niet verbieden, geeft hij toe, maar het is “des te belangrijker” dat de gemeente dan wel de waarheid over prostitutie duidelijk maakt op haar website.
Als blijkt dat Gehrels niet meer gaat doen dan de aanpassingen op de citymarketing-website, ziet Boomsma het liefst dat tour operators en reisgidsen door de gemeente “worden aangesproken” dat ze “de realiteit onder ogen moeten brengen van mensen die de Wallen bezoeken”. Het lijkt Boomsma een goed idee om een bord aan het begin van het Wallengebied te plaatsen: “Dear Visitor. Prostitutie is legaal in Nederland, maar bezoekers moeten zich ervan bewust zijn dat het onmogelijk is om zeker te weten in welke mate sekswerkers vrijwillig voor hun beroep hebben gekozen.”
Na bijna twee uur in de kou heeft de groep van Ged genoeg prostituees aan zich voorbij zien trekken. Aan het eind van de tour wacht iedereen een shotje Jägermeister.
Daklozen in de Gelagkamer
Posted By Alexander Leeuw On januari 27, 2012 @ 16:56 In Algemeen, Leven, Reportage | No Comments

De Gelagkamer van het Corvershof, in de Protestantse Diaconie - Foto: Alexander Leeuw
Ook daklozen hebben wel eens juridische problemen. Daarom was deze week de officiële opening van het juridisch steunpunt voor dak- en thuislozen in de Protestantse Diaconie Amsterdam. Burgemeester Eberhard van der Laan hield een toespraak, af en toe onderbroken door daklozen die hun frustraties kenbaar maakten. Van der Laan reageerde streng maar nieuwsgierig. “Straks gaan we met z’n tweeën een sigaretje roken en praten we verder.”
AMSTERDAM, 27 januari 2012 – Een man met een witte baard, rood gewaad en een rode mijter verwelkomt de bezoekers. Hij heeft geen antwoord op de vraag waarom hij als Sinterklaas verkleed is. “Ik heb geen verblijfsvergunning”, zegt hij. “Ik wordt hij misschien het land uit gezet.” Achter zijn witte baard schuilt een stoppelbaard. Zijn ogen staan glazig. Hij vertelt dat hij financiële problemen heeft. De opening in de Protestantse Diaconie Amsterdam draait mensen zoals hij, daklozen met juridische problemen. Het weer is druilerig, grijs, met af en toe een verdwaalde regendruppel.
Caroline de Groot is de organisator van de feestelijke opening deze middag. Ze werd afgelopen oktober benoemd als ‘straatjurist’ voor het juridisch steunpunt. De Groot staat in een klein huisje in het hofje van de diaconie. Haar dochter helpt met het uitdelen van appelsap en erwtensoep. De komende drie jaar zal De Groot zich bezighouden met problemen waar daklozen veel mee te maken hebben.
Een belangrijk probleem is bijvoorbeeld de strikte toegangseisen voor maatschappelijke opvang, legt de Groot uit. “Voor maatschappelijke opvang moet je ernstige psychische problemen hebben of verslaafd zijn. Dat gaat niet voor elke dakloze op. Bovendien moet iedereen minstens twee van de afgelopen drie jaar aan Amsterdam verbonden zijn geweest. Dat is lastig te bewijzen voor een dakloze zonder administratie.”
Daarnaast hebben veel daklozen problemen bij het aanvragen van uitkeringen. “Mensen die hier ongedocumenteerd zijn, niet-Europeanen bijvoorbeeld, kunnen geen uitkering aanvragen of terecht bij de maatschappelijke opvang. Doen ze dat wel, dan lopen ze het risico dat ze het land uit worden gezet. Hier beroepen wij op ons beroepsgeheim, dus bij ons kunnen ze zich wel melden.” Ze voegt met nadruk toe: “je moet ‘ongedocumenteerd’ zeggen. ‘Illegaal’ klinkt te negatief.”
En dan zijn er nog de boetes. “Voor veel daklozen stapelen de boetes zich op. Iemand verliest zijn huis omdat hij geen geld heeft, maar krijgt vervolgens een boete omdat hij op straat slaapt.” Boetes voor openbare dronkenschap en urineren in het openbaar vindt De Groot onterecht. “Als je geen huis hebt, kun je niet even naar de wc.” Wat betreft openbare dronkenschap is ze ook begripvol: “Met dit weer kan ik me best voorstellen dat je af en toe wat wilt drinken.”
Dan loopt ze loopt naar het hoofdgebouw, de Corvershof, waar op de trap voor de ingang Jan Haver en de Straatklinkers spelen. Na nummers over Amsterdamse grachten en de Jordaan is het tijd voor de toespraken en de discussie.

De Gelagkamer van het Corvershof, vanaf de binnenplaats - Foto: Alexander Leeuw
In de Gelagkamer van het hoofdgebouw is De Groot de eerste spreker. In de chique, klassiek ingerichte kamer bedankt ze de organisaties die bij het steunpunt betrokken zijn: HVO Querido, de Regenboog Groep, de Belangenbehartiging Amsterdamse Dak- en Thuislozen, Je Eigen Stek, Stichting tot Steun en de diaconie. Ze vertelt ze dat iedereen dakloos kan worden. “Een enkele tegenslag als een echtscheiding of faillissement kan er voor zorgen dat alles fout gaat.”
“Of woningbouwverenigingen die je eruit willen gooien”, roept iemand die in de zaal zit. Sommigen mompelen instemmend.
“Of een verslaving!” roept een ander. Er moeten er een paar lachen.
“Je wordt er zo moe van”, gaat de eerste onderbreker verder. Hij heeft grijs haar, draagt een pluizige trui en twee sjaals. “Je sjokt achter mensen aan die worden betaald om je zogenaamd te helpen.”
Ineens rolt er een man op rollerskates langzaam langs het zittende publiek. Hij heeft een gitaar op zijn rug, een vormeloze hoed op zijn hoofd en skistok in zijn hand. “Ik ben al zes keer onderuit gedonderd.”
De man heet Rob Bril en hij is 52. Hij heeft net twee weken in de Bijlmerbajes gezeten. De kosten daarvoor zijn van zijn uitkering afgetrokken. Hij zat daar omdat hij op een openbare plek had geslapen. Hij zegt dat degenen die hem daar stopten een “boetebusiness” leiden.
De Groot maakt haar toespraak af. Van der Laan neemt de sprekersplek onder de kroonluchter in nemen. Hij vertelt dat hij vroeger als advocaat daklozen bijstond. “Ik vind het een eer om lid van de daklozenbond te zijn.” Ook hij wordt onderbroken door Rob Bril, die steeds harder gaat praten: “Ik had een prachtige cel hoor!”. Van der Laan maant Bril tot stilte door te zeggen dat dit een toespraak is en het debat nog moet komen. “Straks gaan we met z’n tweeën een sigaretje roken en dan praten we verder.”
Het debat dat volgt, bestaat grotendeels uit vragen en suggesties voor Van der Laan. Mark Räkers van de stichting Eropaf! stelt voor om sluitende afspraken te maken over wanneer woningcorporaties melden dat ze mensen uit hun huizen gaan zetten. “Nu kunnen woningcorporaties zelf kiezen of ze dat melden of niet.” Applaus volgt. Räkers biedt aan om zijn plan te komen toelichten. Van der Laan zegt dat hij “nieuwsgierig” is en verwijst Räkers door naar locoburgemeester Freek Ossel. Het is de tweede doorverwijzing. Dat VVD-wethouder Erik van den Burg “met een sociaal oog” naar een probleem ging kijken werd eerder lacherig in de zaal herhaald.
Een volgende spreker in de zaal, die wel een huis heeft, zegt dat hij een boete had staan voor liften en dat hij nu het risico loopt om uit huis gezet te worden omdat hij die boete niet kan betalen. De burgemeester stelt voor een fonds op te richten voor dergelijke problemen. Weer reageert Mark Räkers: “twee jaar geleden was er al een pilot-project begonnen om dit soort boetes te bevriezen. In plaats van een fonds op te richten zou er veel beter aan gedaan worden om dat plan door te zetten.”
Een laatste spreker krijgt de kans wat te zeggen: “Ervaring leert dat de praktijk meestal anders is dan het beleid. Er worden vrijheden genomen in de uitvoering die niet genomen zouden moeten worden. Dat moet beter gecontroleerd worden.” Daar wordt mee ingestemd en het debat wordt beëindigd. Van der Laan loopt naar buiten, door de motregen, de auto in. De sigaret met Rob Bril wordt niet gerookt.

Eberhard van der Laan - Foto: Alexander Leeuw
“Een krokodil vreet aan mijn hart”
Posted By Annemarie van de Vijsel On januari 27, 2012 @ 16:52 In Mooi, Reportage | No Comments

Gedichtendag 2012 in de OBA, met rechts Jos van Hest. Foto: Annemarie vd Vijsel
Iedereen die wilde, mocht gisteren op Nationale Gedichtendag een eigen geschreven gedicht voordragen in de openbare bibliotheek van Amsterdam (OBA). In de drukte van boekenleners en toeristen klonken poëtische regels vanaf een klein podium. De een keek verrast op, de ander hoorde het niet eens.
AMSTERDAM, 27 januari – Aan één hand een kruk, in de andere een vel papier. Het podium is net iets te hoog om zonder hulp op te komen. Eenmaal op het podium legt ze het vel papier op de katheder. Met zachte stem begint ze.
zoals vogels altijd weer / in een dichte zwerm / uitwijken naar het zuiden // zoals kuddes altijd weer / tijdens de grote trek / het dorre land verlaten // zoals mensen altijd weer / in vermoeide massa’s / vluchten voor elkaar // zo probeer ik altijd weer / in mijn dooie eentje / te ontkomen aan mezelf
De Amsterdamse dichter Anke Labrie (63) is de eerste die haar gedicht voordraagt tijdens het open podium in de OBA. Haar gedicht is ook te lezen op de ansichtkaarten die worden uitgedeeld. Na haar voordracht neemt presentator en dichter Jos van Hest aarzelend het woord. “Van het mooiste gedicht dat hier vandaag wordt voorgelezen, wordt –uhm– een postkaart gemaakt,” kondigt hij aan. Echt veel enthousiasme klinkt er nog niet onder het dertigtal toeschouwers en dichters dat zich heeft verzameld rondom het podium achterin de entreehal van de bibliotheek. De meesten hebben hun jassen nog aan, met de rits open. Sommigen zitten op de stoelen van de computers, anderen op de bankjes in de doorgang naar de krantenzaal.
De bezoekers van de bibliotheek vormen een constante stroom van de ingang naar de liften achterin. De meesten lopen ongeïnteresseerd of niet-begrijpend langs het podium. Twee meisjes aarzelen de roltrap te nemen, want dan moeten ze wel erg dicht langs het podium. Uit de luidsprekers op het podium klinkt een volgende voordracht. Een enkele bezoeker blijft spontaan staan luisteren.
Oudere, gepensioneerde hobbydichters zijn oververtegenwoordigd bij het tiental mensen dat tijdens het eerste deel van het open podium voordraagt. Dan vraagt de presentator Kenza Bolsius naar voren. Ze is een van de drie genomineerden om Jonge Dichter des Vaderlands te worden. Met haar 17 jaar doet zij wat de meeste van de andere aanwezigen minder goed lukte. Zeer levendig draagt ze haar gedicht, “Begrip”, voor.
De bevolking groeit / dat is in een notendop / wat ik te vertellen heb // Eerst was er één God / voor zover hij menselijk was / waarschijnlijk een eenzaam bestaan // Toen waren er duizend mensen / schoonheid in ongekende mate / en een prachtig gebrek aan kennis // Nu tel ik zeven miljard / barbaren / gelogen gastvrijheid / eenieder blind verklaard
Als ze klaar is, staan er ineens meer mensen rond het podium.
“Er zitten een paar heel goede dichters tussen, maar ook wat mindere,” zegt presentator Van Hest na afloop van het eerste halfuur. “Maar dat moet kunnen. Mensen die hier komen voordragen, leren daar veel van. Door het applaus, of het geroezemoes van het publiek. Dan gaan ze vanzelf beter dichten.” Wat is dan een goed gedicht volgens hem? “Als je verliefd bent en opschrijft ‘ik heb vlinders in mijn buik’, dan heb ik daar als toehoorder niets aan. Het is een afgesleten manier van uiten. Maar als je zo’n emotie op een nieuwe manier heel bewust opschrijft, dan raak je daar mensen echt mee. ‘Een krokodil vreet aan mijn hart,’ bijvoorbeeld, ik noem maar iets.”
Dan komt Van Hest Ramsey Nasr tegen in de hal, de Dichter des Vaderlands. Ze spreken kort met elkaar. Een vrouw met wie Van Hest het open podium organiseert, vraagt hem vervolgens: “Kwam hij niet bij ons een gedicht voordragen?” Van Hest schudt zijn hoofd. Ze had het al een beetje verwacht.
‘Vlaaivernieler’ Diemen veroordeeld
Posted By Gidi Heesakkers On januari 27, 2012 @ 16:44 In Reportage, Stad | No Comments

Foto: Felix Poortman (Flickr)
Op 5 februari 2011 kon er bij Multi-Vlaai in Diemen van de grond worden gegeten. Een 21-jarig heethoofd gooide vlaaien door de winkel en zou een medewerkster hebben mishandeld. Gisteren veroordeelde de politierechter hem tot zeventig uur werkstraf en twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf.
AMSTERDAM, 27 januari – De taarten lagen op 5 februari vorig jaar letterlijk voor het oprapen, in het Diemense filiaal van gebakketen Multi-Vlaai. Een jongen was met een brandende sigaret tussen zijn vingers de winkel aan het Claas van Maarssenplein binnengestapt. Een medewerkster van de zaak, niet geheel ontoevallig zijn ex-vriendin, verklaart dat hij de peuk in haar oog probeerde uit te drukken. Ook zou hij het meisje aan het haar hebben getrokken, op de grond hebben geduwd en enkele rake trappen hebben verkocht. Vervolgens ging hij over tot het vernielen van vlaaien, potten, plantenbakken, posters en reclamemateriaal van Multi-Vlaai.
Vandaag, bijna een jaar later, heeft de verdachte zijn woordje klaar voor de politierechter in Amsterdam. Gedurende de hele zitting houdt Ramazan Y. (21), klein van stuk, zijn zwarte bomberjack aan. “Ik wilde haar geen pijn doen, dus heb ik mijn boosheid op de goederen afgereageerd.” Hem wordt een poging tot zware mishandeling en vernieling ten laste gelegd.
Zijn voorbije vlam en een andere medewerker van Multi-Vlaai die in de winkel aanwezig was, verklaren dat Y. die bewuste dag al driftig was toen hij binnenkwam. Y. ontkent: “Ik wilde gewoon rustig met haar praten. Zij had daar geen zin in en duwde me weg. Daarbij is mijn sigaret op de grond gevallen.” Wel geeft hij toe dat hij het meisje op de schoenen heeft getrapt. “Dat ze niet met me wilde spreken, maakte me kwaad. Maar ik heb haar niet omver geduwd of aan haar haren getrokken. Ze viel vanzelf om.”
Als de rechter hem vraagt of hij wil laten zien hoe je precies iemand op de schoenen trapt, reageert de verdachte verbaast. Even later geeft hij een demonstratie. “Ik schopte tegen haar schoenen, omdat ik haar lichaam niet wilde raken.” Toch zegt het meisje zich bezeerd te hebben: ze verwondde haar rechterhand, had een bloeduitstorting in haar arm en pijn in haar nek en rug. Y., die van de kinderrechter al eens een werkstraf kreeg opgelegd voor bedreiging, denkt dat zijn ex hem in de maling neemt. “Na alles wat er gebeurd is, vindt zij het prettig als ik een hoge straf krijg.”
De officier van justitie vindt de getuigenverklaringen van het meisje en haar collega overtuigender dan de gang van zaken zoals Y. die schetst. Hij rekent het de verdachte zwaar aan dat zijn ex-vriendin blind had kunnen worden door de sigaret en acht een poging tot het aanbrengen van zwaar lichamelijk letsel bewezen. Dat er die middag vlaaien en andere artikelen gesneuveld zijn, staat volgens hem eveneens buiten kijf.
De officier eist een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar, naast een werkstraf van honderd uur met reclasseringstoezicht. Hij wil Y. bovendien verplichten tot een training om hem van zijn opvliegende karakter af te helpen, naar een advies van de reclassering.
Advocaat Sikkema, die Y. vandaag bijstaat, schuift zijn telefoon terzijde en neemt het woord. Het advies in het reclasseringsrapport over zijn cliënt noemt Sikkema gedateerd. “Er zijn in de tussentijd een hoop goede, positieve dingen veranderd in zijn leven. Daarom lijkt het mij niet nodig om hem op zo’n agressietraining te sturen.”
Hij twijfelt er niet aan dat Y. de Multi-Vlaai op zijn kop heeft gezet. “Maar om nu te zeggen dat hij die sigaret in het oog van het meisje wilde laten belanden, daarvoor is het bewijs te summier. Ik zou het dan ook bij ‘eenvoudige mishandeling’ willen houden.”
Dan is het aan de rechter om een vonnis uit te spreken. Net als de officier gelooft hij het slachtoffer en haar collega op hun woord. Y. stond volgens hem zo dicht bij het meisje, dat zij zich niet kan hebben vergist in de bestemming van de sigaret. “Het reclasseringsrapport is inderdaad gedateerd, maar wat overeind blijft staan is het zojuist nog toegegeven agressieprobleem.” Onder een behandeling komt Y. dan ook niet uit. De rechter veroordeelt hem tot een gevangenisstraf van twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en zeventig uur werkstraf. “Omdat het allemaal wat langer geleden is, vind ik honderd uur aan de hoge kant”, luidt het argument.
Y. knikt. Hij lijkt in zijn straf te berusten als hij met kalme passen de zaal verlaat. Een advocaat op de publiekstribune schrikt wakker uit zijn hazenslaap.
Samenwerking UvA en VU: een academisch verstandshuwelijk
Posted By Teri Van Der Heijden On januari 27, 2012 @ 16:42 In Achtergrond, Algemeen, Column, Leven, Mooi, Reportage, Stad, film | No Comments

UvA. Foto: Wikimedia Commons
Als het aan Den Haag ligt, gaan Nederlandse universiteiten meer samenwerken. Ook de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Vrije Universiteit (VU) halen de banden aan. Wat levert samenwerking tussen de UvA en de VU eigenlijk op? En welke nadelen brengen een intieme verbintenis tussen de twee met zich mee?
AMSTERDAM, 27 januari – Samenwerking is de enige manier om genoeg geld voor onderzoek en onderwijs bij elkaar te harken, stellen voormannen Paul Doop (UvA) en René Smit (VU) tijdens een debat in Pakhuis de Zwijger afgelopen woensdag. “En samenwerking moet natuurlijk ook bijdragen aan de kwaliteit van onderwijs en onderzoek”, laten ze niet na te vermelden. Maar veelvuldige herhaling van dit mantra kan de bottom line niet verhullen: samenwerking gaat over euro’s.

De VU. Foto: Wikimedia Commons
Nederlandse universiteiten moeten zich scherper profileren en meer samenwerken, vindt staatssecretaris Halbe Zijlstra (Hoger Onderwijs, VVD). Door samenwerking kunnen kleine onderzoeksgebieden overeind gehouden worden, en generen universiteiten meer geld. “Strategische allianties aangaan”, heet dat in Den Haag. Een verstandshuwelijk, heet dat in de volksmond. De twee Amsterdamse universiteiten verkennen de mogelijkheden.
Op de UvA ontstond vorige week een kleine rel toen bekend werd dat docenten klassieke talen David Rijser en Piet Gerbrandy geen vaste aanstelling krijgen. De twee hadden een tijdelijk contract, maar was een vaste aanstelling beloofd, schrijft Folia Magzine. De samenwerking tussen de UvA en de VU zou één van de redenen zijn dat de twee het veld moeten ruimen. Frank van Vree, decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen, zegt dat vanwege onduidelijkheid over samenwerking tussen de UvA en de VU geen besluit genomen kon worden over een vaste aanstelling voor Rijser en Gerbrandy. Nu samenwerking vaststaat, wordt duidelijk welke vacatures worden vrijgegeven. “Dan komt uiteraard ook de positie van de twee docenten weer ter bespreking”, zegt Van Vree. De twee docenten hadden ondertussen al bezwaar aangetekend. Dinsdag vond een hoorzitting plaats. De betrokkenen willen niet inhoudelijk op de zaak ingaan.
De innigste verstrengeling tot nu toe tussen de twee is de gemeenschappelijke tandheelkundefaculteit, Acta. Eén opleiding in één gebouw, gerund door zowel UvA- als VU-personeel. Daarnaast bieden de universiteiten gezamenlijke bèta-masters aan, onderbracht in de gemeenschappelijke Amsterdam Graduate School of Science (AGSS). Er wordt bekeken of samenwerking op bachelorniveau op dit vlak ook mogelijk is. Maar samenwerking is niet voorbehouden aan de bèta’s. De alfafaculteiten van de UvA en de VU gaan hun krachten bundelen op het gebied van oudheidsstudies en archeologie, in het nog op te richten Amsterdam Centre for Ancient Studies and Archeology (Acasa). Het is deze voorgenomen samenwerking die klassieke talendocenten David Rijser en Piet Gerbrandy mogelijk hun baan kost (zie kader).
Over de baten van de samenwerking zijn de twee bestuursvoorzitters het in grote lijnen eens. Zo is krachtenbundeling onvermijdelijk om kleine studies “in de lucht te houden”, zegt VU-topman Smit. Als voorbeeld noemt hij de studies chemie en natuurkunde. Samenwerking maakt het aanbod bovendien diverser: het moet voor studenten mogelijk worden om vakken te ‘shoppen’ bij de andere universiteit, legt Doop uit. Het leidt tot hoon in de zaal. “Nu al moet je als student aan tienduizend touwen trekken om een vak te volgen bij een andere faculteit. Laat staan bij een andere universiteit”, zegt een student. De bestuurders geven toe dat er organisatorisch nog een één en ander verbeterd kan worden, maar laten zich daardoor niet ontmoedigen.
Op het vlak van onderzoek opent samenwerking ook deuren, denken de voorzitters. Naar duur, ingewikkeld onderzoek en een hoge notering op internationale rankings. Maar ranglijstjes mogen van mededebater Ewald Engelen, UvA-hoogleraar financiële geografie, geen argument zijn. Kleine universiteiten als Oxford en Cambridge voeren die lijstjes nog altijd aan, grootte is geen kwaliteitsgarantie. Bovendien, vindt Engelen, is de aanwezigheid van twee universiteiten in één stad is een rijkdom, die studenten keuzevrijheid biedt. De scheiding tussen de twee moet gekoesterd worden, in plaats van weggevaagd.
Maar, Engelens argumenten ten spijt, de scherpe scheiding tussen de twee Amsterdamse instellingen wordt waarschijnlijk alleen maar minder. “Den Haag schreeuwt om samenwerking”, zegt Doop. Dus samenwerken zullen ze. Samenwerkende universiteiten krijgen meer geld dan andere, legt Doop uit, en dat geld gaan de UvA en de VU binnenhalen. “Zo competitief zij we dan ook wel weer”, bekent hij. “Zorgvuldigheid gaat voor snelheid. Maar we moeten ook handelen.”
Gevaarte van 136 bij 22 meter onder Centraal Station
Posted By Anna Vossers On januari 25, 2012 @ 16:42 In Algemeen, Reportage, Stad | No Comments
De tunnel waar de Noord/Zuidlijn onder Amsterdam Centraal moet rijden, is af. Nog nooit eerder ter wereld werd zo’n gevaarte -136 meter lang, 22 meter breed- onder een gebouw afgezonken. Drie tunneldelen voor onder het IJ liggen nog te wachten in de Suezhaven. De tunnel onder het Centraal Station was vanochtend toegankelijk.
AMSTERDAM, 25 januari – Met een veiligheidshelm, grote rubberlaarzen en een fluorescerend groen bezoekershesje mogen zo’n veertig journalisten en fotografen één voor één afdalen via een wat gammel laddersysteem. Camera’s worden aan een grof oranje touw naar beneden gehesen, want de doorgang is te smal om attributen in de handen te kunnen meenemen. De treden van de ladder zitten vol met zandkorrels. Naast de onderste trede staan vier brandblussers.

Via een nauwe buis kun je afdalen naar de tunnel. Foto: Alexander Leeuw
Wie een paar meter hoger door de aankomsthallen loopt merkt er niets van, maar onder het Centraal Station staan niet langer de tweeduizend houten palen die het gebouw vanaf de negentiende eeuw ondersteunden. Die zijn afgezaagd en vervangen door negentig stalen exemplaren en een dikke betonnen vloer. Daaronder ligt zand, bergen zand. Een kleine graafmachine schept het van de ene hoop naar de andere. Daar weer onder ligt sinds de zomer een enorme tunnel.
De Noord/Zuidlijn had er eigenlijk al sinds 2011 met metro’s moeten rijden, maar het project werd vele malen ingewikkelder en duurder dan voorzien. Het laten afzinken van de tunnel onder het Centraal Station was een van de moeilijkste onderdelen van de werkzaamheden. De hele fundering van het station moest worden vervangen en er was maar vijftien centimeter speling om het twintig duizend ton zware element te laten zakken.
Het gat waar de bezoekers zich doorheen moeten wurmen, bevindt zich aan de noordkant van het station, onder een betonnen afscheiding tussen twee grote zandheuvels. Twee smalle buizen van zo’n twintig meter diep zijn op dit moment de enige verbinding naar de buitenwereld. Een ladder leidt naar de bodem van de metrotunnel.

Aan de wanden van de lege ballasttank is te zien op welke hoogte het water heeft gestaan. Foto: Alexander Leeuw
De tunnel ligt twintig meter onder Nieuw Amsterdams Peil (NAP). Het is een donkere betonnen ruimte van 136 meter lang en 22 meter breed. De tunnel is verdeeld in twee delen: een voor de metro richting Amsterdam Noord, een voor de metro richting Amsterdam Zuid. De grote holle ruimte ruikt naar zand en oud water.
In mei 2011 is de tunnel met sleepboten vanuit de Suezhaven naar het Amsterdamse IJ gevaren. Met zijn 136 meter heeft dit tunneldeel het formaat van een flink binnenvaartschip en twee keer zo lang als het in Italië gezonken cruiseschip Costa Concordia. Drie andere tunnelelementen liggen in de Suezhaven nog steeds te wachten tot ze in Amsterdam kunnen worden aangesloten. “Maar daarvoor moet eerst de sleuf in het IJ worden gegraven”, vertelt Robbert-Jan van Zuiden, de projectleider van de zinksleuven.
Nadat de tunnel was aangekomen, werd hij half juni met een lier naar zijn plek gesleept; een precisiekarwei met maar een paar centimeter speling. De antieke houten palen die het station ondersteunden waren toen al weggezaagd. Stalen tussenschotten sloten de tunnel af; de ruimte eromheen moest worden opgevuld met zand. Om de tunnel te verzwaren, zodat hij naar twintig meter onder NAP kon zakken, moesten de vier ballasttanks worden gevuld met per tank zo’n duizend kuub water. “Je ziet aan de binnenkant van die tanks nog precies op welke hoogten het water heeft gestaan”, vertelt Van Zuiden.
Inmiddels is al dat water weggepompt. De ballasttanks lijken lege bouwketen. Er ligt nog een plas modderig water van een centimeter of vijf waarin een vertrapt Spriteblikje drijft. Op de betonnen tunnelwanden zijn nog de sporen te zien van de straaltjes water die er hebben gelopen. De afgelopen maanden is de ruimte om de tunnel heen opgevuld met zand. Nu is de tunnel klaar om aangesloten te worden aan de tunnel aan de zuidkant van Amsterdam Centraal.

Buiten aan de noordzijde van Centraal Station wordt hard gewerkt. Foto: Alexander Leeuw
Bij het stalen schot dat de tunnel aan de zuidzijde nu nog afsluit, liggen ronde zwarte buizen. “Vriesleidingen”, legt Van Zuiden uit. “Vanaf april zullen die worden gebruikt om het zand aan het uiteinde te laten bevriezen tot min 32 graden Celcius.” Na twee maanden vriezen zal die temperatuur bereikt zijn en dan kan de tunnel worden “opengebeukt”, zoals Van Zuiden het noemt. Zodra de stalen wanden doorgebroken zijn, kunnen de bouwvakkers beginnen met het aanleggen van de perrons.
“Vanaf 2014 kunnen de sporen worden aangelegd”, zegt Michiel Jonker, woordvoerder van de Noord/Zuidlijn. De hoop van de gemeente Amsterdam is dat de eerste treinen in oktober 2017 door de tunnel zullen gaan rijden. Het einde van het project dat nu op 3,1 miljard euro wordt geraamd, ruim tweemaal zoveel als de origineel begrote 1,49 miljard, komt langzaam in zicht.
Binnen de JOVD is alles bespreekbaar
Posted By Merlijn Kerkhof On januari 25, 2012 @ 16:36 In Algemeen, Reportage, Stad | No Comments
VVD-politica Jeanine Hennis-Plasschaert bracht maandagavond een bezoek aan de liberale jongerenorganisatie JOVD in Amsterdam, met 270 leden de op twee na grootste afdeling van het land.
AMSTERDAM, 25 januari – In het bovenzaaltje van café De Beiaard aan het Spui helpt een handjevol mensen met het neerzetten van stoelen. Eigenlijk zou het nu, 19.00 uur, al moeten beginnen. “Het is voor JOVD’ers erg vroeg”, zegt voorzitter Elroy Huijsman (24).

Bovenin café de Beiaard organiseerde de JOVD een lezing. Foto: Tsapper.nl
Eén stoelensjouwer in rode trui lijkt wat aan de oude kant voor de liberale jongerenvereniging. De kroegbaas misschien? “Beslist niet!”, zegt hij. “Ik wil graag actief worden binnen de VVD. Ik kom speciaal voor Jeanine.”
“Jeanine” is VVD-kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert, die zich laat ondervragen in het kader van de Mastermaand Veiligheid die door de JOVD (voluit Jongerenorganisatie Vrijheid en Democratie) wordt georganiseerd. Deze maand kwam PVV’er Hero Brinkman al langs, 2 februari sluit voormalig korpschef Bernard Welten de serie af met een lezing.
“Ik heb haar vorig jaar al gemaild dat zij mijn stem krijgt bij de volgende verkiezingen”, zegt de vijftiger, terwijl bestuursleden zich naar beneden haasten om wat te drinken te halen. “Ik ben tegen al die regeltjes, de bemoeizucht van de overheid.” Hij kijkt gespannen om zich heen. Zou ze er al zijn? “Ik wil haar natuurlijk wel even de hand schudden.” Vlug loopt hij de trap af. Ze is er nog niet.
“Ik zit momenteel in-between-jobs. Ik ben op zoek naar een uitdagende, internationale baan in de sales.” De man bestelt een biertje. “Ik spreek vijf talen vloeiend. Ik kan alles verkopen. Zie je die toog? Als het moet, verkoop ik die toog.”
Terug in het bovenzaaltje blijkt de politica al aanwezig te zijn. Ze zit in kleermakerszit op een tafel. Het 27-man sterke publiek dat in haar richting kijkt, ziet het Singel als sfeervolle achtergrond. De man-vrouwverhouding is redelijk in balans, de meeste aanwezigen zijn tussen de 18 en 25. Op de twee met stekeltjes na hebben alle jongens gel in hun haren. Er is nog één stoel over op de voorste rij, middenin. De vijftiger eist zijn plekje op.
Jeanine Hennis-Plasschaert stelt zich voor met een korte samenvatting van haar cv. “KPMG kan ik iedereen aanraden, het is een hele goede werkgever.” Om warm te draaien krijgt ze een paar keuzevragen voorgeschoteld. “SGP of PVV?”, vraagt een van de interviewers. “Goeiedag…”, zegt Hennis. “Ik vind de PVV in bepaalde opzichten echt rampzalig, al zijn ze wel goed om afspraken mee te maken. Dat geldt ook voor de SGP, maar beide partijen zijn niet om uit te staan.”
De eerste vraag vanuit de zaal wordt gesteld door de vijftiger in de rode trui. De tweede vraag ook. “Ik vind dat de overheid toegang moet krijgen tot alle bankgegevens. Vindt u ook niet dat…”
Hennis vindt van niet. Er worden nauwelijks kritische vragen gesteld. Ze maakt zich druk om Griekenland (“al helemaal rampzalig”) en bureaucratie (“er gaat veel FTE verloren aan papierwinkelonzin”), maar vanavond gaat het vooral over veiligheid. “Ik ben trots op dit politiecorps, al zitten daar ook rotte appelen tussen.”
Het kamerlid vertelt over een man die op een druk Haags terras met een mes aan het zwaaien was. De politie was ter plaatse en wist niet of de man uit zou halen. De agent nam het zekere voor het onzekere en schoot, de man overleed later aan zijn verwondingen. “Wat zouden jullie doen?”, vraagt Hennis aan het publiek.
De man in de rode trui reageert als eerste. “Afschieten!” Er klinkt geroezemoes door de zaal.
Ook over Willem Holleeder blijkt de man een mening te hebben. “Die moeten ze vogelvrij verklaren! De crimineel wordt in dit land beter beschermd dan het slachtoffer!” Een meisje draait schaamtevol haar hoofd weg. “Ja, dat scheelt een hoop geld”, zegt een JOVD’er op sarcastische toon. De man probeert er nog een paar keer tussen te komen, maar Hennis kijkt vakkundig over hem heen.
Als de laatste vraag is gesteld blijft Hennis nog even om na te praten, maar de man pakt zijn jas. En weg is hij.
Wat vond de voorzitter ervan? Elroy Huijsman: “Het was een mooie avond, maar ik vond het wel jammer dat die man vooraan zo’n dominante rol aannam. Ik vond het onzin wat hij zei over het vogelvrijverklaren van Holleeder bijvoorbeeld. Aan de andere kant vind ik het mooi dat binnen de JOVD alles bespreekbaar is.” Is de JOVD misschien wat linkser dan de moederpartij? “We zijn niet gebonden aan het partijprogramma van de VVD. Wij zijn een soort speeltuin voor mensen met ideeën.”
Voor jongeren met ideeën, en een enkele verdwaalde vijftiger.
Buitenveldert-Zuid wil nu graag betalen voor parkeerplaats
Posted By Geertje Tuenter On januari 20, 2012 @ 16:50 In Algemeen, Nieuwsverhaal, Reportage, Stad | No Comments
Stadsdeelbestuurder Marco Kreuger (Verkeer en Vervoer, VVD) wil voor de zomer betaald parkeren invoeren in heel Buitenveldert. Dat zei hij gisteren tijdens een ingelaste inspraakavond. Sinds begin dit jaar is het zuidelijke deel van Buitenveldert de enige plek in de wijk waar nog gratis geparkeerd kon worden. Buurtbewoners klagen over overlast.

Parkeerbord Foto: Wikimedia Commons
AMSTERDAM, 20 januari – Het is zo vol in de raadszaal van het stadsdeelkantoor in Amsterdam Zuid, dat er zelfs mensen moeten staan. Buurtbewoners, veelal oudere mensen, zijn boos. Buitenveldert-Zuid is een “absolute chaos” geworden. Het stadsdeelbestuur had parkeren in de hele buurt moeten invoeren. Een bewoner: “In het bedrijfsleven zou je ontslagen worden als je zo’n fout had gemaakt.”
Stadsdeel Zuid besloot vorig jaar tot het invoeren van betaald parkeren in Buitenveldert, omdat de buurt het aantal auto’s dat geparkeerd stond niet aankon – veel automobilisten weken uit naar een van de weinige plekjes in Amsterdam waar nog gratis geparkeerd kon worden. Maar met petities maakte een aantal bewoners in Buitenveldert-Zuid duidelijk dat betaald parkeren in hun gedeelte van de wijk niet gewenst was.
Het stadsdeel gaf gehoor. Coalitiepartijen VVD, PvdA en D66 wijzigden hun plannen. Onder de De Cuserstraat en de Boshuizenstraat bleef het parkeren gratis. De overlast die daarna volgde bleek groot. Auto’s die normaal in heel Buitenveldert stonden, werden nu alleen in het zuidelijke deel geparkeerd. In Buitenveldert-Noord kost een parkeerplek nu €1,40 per uur. Vergunninghouders betalen €8,00 per maand.
Het loopt zo uit de hand, dat sinds kort zelfs een vandaal actief zou zijn in Buitenveldert-Zuid, vertelt een dame. “Banden van auto’s worden lek geprikt, ruiten worden ingeslagen.” Een moeder van drie kinderen is bezorgd: “Ik durf mijn kinderen niet meer alleen op straat te laten. Als mensen eindelijk een parkeerplek hebben gevonden rijden ze veel te hard. Ontzettend gevaarlijk.”
Een andere buurtbewoner vult aan: “’s Avonds is er soms nog wel plek, maar overdag is het een chaos. Auto’s staan dubbel geparkeerd. Ik ken mensen die ’s ochtends met de auto naar Buitenveldert gaan en daar een vouwfiets uit de kofferbak trekken om naar hun werk te gaan.” Bijna alle insprekers hebben maar één oplossing voor de problemen: ook in Buitenveldert-Zuid moet betaald parkeren worden ingevoerd.
Vanwege de overlast in Buitenveldert-Zuid besloot het stadsdeel halsoverkop borden te plaatsen [3] waarop staat dat parkeren alleen is toegestaan voor bewoners. Die borden zijn echter niet rechtsgeldig en dus kunnen er ook geen boetes worden uitgedeeld. “Ongelofelijk dat er parkeerborden worden geplaatst die niet juridisch gesteund worden.” Een mannelijke inspreker maakt zich boos. “Als u zichzelf een cijfer moest geven”, zegt hij tegen het stadsdeelbestuur, “wat zou u zichzelf dan geven?”
Commissielid Eddy Linthorst (PvdA) is helemaal niet ontevreden over het optreden van de coalitie van PvdA, VVD en D66. “Eerst wilden we betaald parkeren in de hele buurt invoeren, maar bewoners protesteerden. We hebben daar naar geluisterd.” Had de coalitie toch een betalingssysteem ingevoerd, dan was er jarenlang “gezeur” geweest, aldus Linthorst. “Buurtbewoners hadden dan gezegd: ‘Zie je wel, het is nog steeds rustig in de buurt’. Nu hebben we jarenlang welles-nietes voorkomen.”
Jan Kok van GroenLinks staat “versteld” van de uitleg van Linthorst. “U zegt tegen de buurt: ‘Loop zelf maar tegen de muur.’” Vanaf de tribune wordt geapplaudisseerd. Henk Boes van het CDA sluit zich bij Kok aan. “Ik vind het een gênante vertoning. Het verlaagt het draagvlak voor de politiek en het is misleidend.” Er wordt instemmend geknikt. “Zeker, misleidend,” reageert een man uit het publiek.
Stadsdeelbestuurder Kreuger (Verkeer en Vervoer, VVD) zegt dat hij “zoveel verkeersoverlast niet had verwacht”. Wel wijst hij erop dat de coalitiepartijen hadden afgeraden om alleen in Buitenveldert-Zuid het gratis parkeren in stand te houden. Kreuger belooft betaald parkeren in heel Buitenveldert “voor de zomer” in te voeren. Het duurt nog even, want er moeten meters geplaatst worden en bovendien moeten de gemeenteraad nog akkoord gaan. Volgende week woensdag wordt over het betaald parkeren gestemd in de stadsdeelraad van Amsterdam Zuid.
Mevrouw Kock, die vanavond heeft ingesproken, vraagt zich tijdens de bijeenkomst af waarom ze ook alweer in Buitenveldert is gaan wonen. “Vroeger waren er parkeerplekken voor de deur en veel groen om de hond uit te laten.” Die parkeerplekken zijn nu schaars. En zelfs het wandelen met de hond wordt aan banden gelegd. Vanwege poepoverlast mogen honden niet meer loslopen op de dichtstbijzijnde groenstrook.
Pionieren binnen de perken
Posted By Alexander Leeuw On januari 20, 2012 @ 16:42 In Leven, Reportage | No Comments

Foto: Alexander Leeuw
De gemeente organiseerde deze week een “woondateavond” om mensen bij elkaar te brengen die samen een kavel willen kopen en een bouwproject aan te gaan. Op een strook land in de Houthavens van 170 bij 41 meter zullen de komende jaren hun woonhuizen worden gebouwd. De inschrijving loopt van 1 februari tot 1 april.
AMSTERDAM, 17 januari – In de Houthavens, aan het IJ ten westen van het Centraal Station, ligt een beschikbaar stuk grond: blok 0. De prijs van een standaardkavel, van 41 bij 8,10 meter, is 1.143.500 euro – al gauw te veel voor één particulier, maar voor een groep is het beter te doen. Daarom organiseert de gemeente deze “woondateavond”, zodat mensen kunnen besluiten om samen een zelfbouwproject te beginnen. Het vindt plaats in Strand West, een onopvallend gebouwtje gelegen naast blok 0. Normaal worden er feesten en vergaderingen gehouden, maar op deze avond worden nieuwe contacten gelegd voor het bouwen van woonhuizen. Tenminste, dat is de bedoeling.
Binnen draait rustige loungemuziek en de barmannen gaan af en toe rond met schalen hapjes. Rood sfeerlicht schijnt over de houten tafels en vloer. Op acht tafels geven groepen aan wat hun plannen zijn voor blok 0. Een bord geeft aan dat ze op zoek zijn naar leden en op de tafels liggen A4’tjes waarop de bezoekers zich kunnen inschrijven.

Strand West. Foto: Alexander Leeuw
De gemiddelde leeftijd van de bezoekers ligt boven de 40; de meesten zijn reeds huisbezitters. Dieke Cornelissen loopt tussen de mensen door en maakt af en toe een praatje. Ze is consultant voor de Gemeente Amsterdam en vanavond is ze hier om de mensen te helpen elkaar te vinden.
De tent is tien minuten na aanvang al aardig vol, met enkele tientallen mensen die geïnteresseerd op de acht tafels kijken waar architecturale ideeën uitgestald liggen: flyers waarop kort de hoofdlijnen worden uitgelegd – niet zelden draagt de kop een uitroepteken; schematische driedimensionale aanzichten waarin elke kleur een appartement van bepaalde grootte aangeeft en eerdere projecten, geïllustreerd door foto’s van helder verlichte, strak ingerichte huizen.
Opbouw kavels
“De totale lengte van de beschikbare grond voor de kavels is 170 meter. De kavels worden uitgegeven vanaf een breedte van 8,10 meter. Alle kavels zijn 41 meter diep. Op elke kavel komen twee gebouwen. Een gebouw langs de Haparandaweg van 23 tot 29 meter hoog en een gebouw langs de waterkant van minimaal 4 en maximaal 14 meter hoog. Daartussen is een laag beschikbaar voor onder andere parkeren, collectieve voorzieningen, tuin en kantoorruimte.
Als een groep of bedrijf meer dan 8.10 meter af wil nemen, is dat mogelijk. De kavel is te verlengen met steeds 0.30 meter, met een onbeperkt maximum. Wel moet er na elke 25 meter een architectonisch nieuw gebouw verrijzen, zodat er een gevarieerde straat ontstaat met wisselende architectuur.”
Bron: www.blok0.nl]
Ineke en Jolande uit Sloten zijn nog niet ver met hun plannen, maar ze zijn enthousiast. “Ik wil weleens wat nieuws, want ik woon al dertig jaar op dezelfde plek”, zegt Jolande. Dit is wat anders dan verhuizen naar een huis dat al gebouwd is. Als je hier je eigen huis laat bouwen, ben je een pionier!”
Aan de bar staat een vrouw met haar jas nog aan. Op haar naambordje staat dat ze Marriet heet en dat ze een groep zoekt om een kavel mee te kopen. Ze is sceptisch over de avond. “Dit is toch meer voor mensen met een grote portemonnee.” Ze is bang dat andere mensen geïnteresseerd zijn in het ontwerpen van hun eigen huis en weinig anders, wat de mogelijkheid om de prijs laag te houden moeilijk maakt.
De muziek wordt uitgezet zodat de groepen die op zoek zijn naar leden een korte presentatie kunnen geven. Dirk de Jager, wethouder van Amsterdam-West, noemt de aanpak van blok 0 een nieuwe manier van ontwikkelen. Projectdirecteur Co Stork: “We moeten samen gaan bouwen op deze plek, waar industrie en stad elkaar ontmoeten. Het is de mooiste plek van Amsterdam.” Dan presenteren de groepen zich. Een daarvan, ‘Klein maar fijn’, beschrijft zich als een “groep die weinig nodig heeft”. ‘De Hoofden’ zoekt een brede doelgroep, met “een goedkoop maar interessant bouwpakket voor één bewoner en voor diens buurman een top notch project.” Alle groepen zijn enthousiast, creatief en vol met ideeën. Sommige groepen maken gebruik van aannemers en ontwikkelaars. Alle groepen hebben architecten beschikbaar.
Intussen gaat het daten weer verder. Marriet praat met consultant Cornelissen over haar twijfels. Ze vindt het jammer dat de avond zijn doel, groepen geïnteresseerden bij elkaar brengen, lijkt te missen. “De architecten overheersen, wij kijken er alleen naar.” Cornelissen zegt meerdere mensen gesproken te hebben die gelijke wensen als Marriet, met wie ze haar in contact wil brengen. Marriet moet weg, dus ze besluiten een andere keer verder te praten.
Nadat Marriet vertrokken is, legt Cornelissen uit dat ze hier is om mensen bij elkaar te brengen, maar ze begeleidt ze ook na deze avond. Marriets bezwaar dat het een tentoonstelling van het enthousiasme van architecten is, heeft ze eerder op informatieavonden meegemaakt. “Op deze avond nemen inderdaad de professionals het initiatief in plaats van de particulieren. Mensen vinden het ook fijn als ze concreet kunnen zien wat de plannen zijn en daarvoor zorgen de architecten.”
Co Stork en Dirk de Jager leggen uit dat er wel bouwregels zijn. Die worden uitgelegd in een boekje dat de bezoekers bij binnenkomst krijgen. De gedetailleerdheid van de plannen doet vermoeden dat er weinig ruimte overblijft voor echte creativiteit. Stork en De Jager zeggen dat dat wel meevalt. Binnen de aangegeven grenzen kan er nog steeds gevarieerd worden in de breedte en hoogte van de bouwprojecten en de hoogte van de verdiepingen kan grotendeels zelf bepaald worden. Zoals het credo van de groep ‘’t Groene IJ’ luidt: “ultieme vrijheid binnen de kaders”.
Chris van ‘De Hoofden’ ziet wel ruimte voor creativiteit. “Een verdieping moet wettelijk minimaal 2,60 meter hoog zijn.” Hij wijst naar een computerscherm met foto’s. “Maar als je de verdiepingen hoger maakt, dan kun je binnen die hoge verdieping met kamerconstructies meer ruimte creëren. Een hoge huiskamer met een blok voor de keuken, met daarbovenop de slaapkamer, bijvoorbeeld.”
Het is tien uur en het daten loopt op zijn einde. Strand West is nog niet leeg, maar de bezoekers zijn weg. Alleen de architecten lopen nog langs elkaars tafels en staan aan de bar ideeën uit te wisselen.
Oude koper voor nieuwe kunst
Posted By Anne Hammers On januari 20, 2012 @ 16:38 In Algemeen, Mooi, Reportage | No Comments

Liesje Reykens, 'Meisje met zwaantje', 2001, Lambda print/plexi, 120 x 180 cm
AMSTERDAM, 20 januari- De gemiddelde bezoeker is ouder dan vijftig. De meest voorkomende haarkleur is grijs. Tijdens Realisme 12, de jaarlijkse kunstbeurs voor hedendaagse figuratieve en realistische kunst in Amsterdam, zijn goed bemiddelde kunstliefhebbers opzoek naar nieuwe kunstwerken. Veel van de geëxposeerde beeldende kunstwerken zijn gemaakt door bekende, gevestigde namen uit de hedendaagse kunstwereld. Bij de vraag of er ook werk van jonge, beginnende kunstenaars wordt geëxposeerd, worden 7 van de 38 expositiestands aangekruist in het programmaboekje.
Heel anders is dit voor kunstenaars die echt net komen kijken, zegt Renée Pijpers van Galerie Albuslux uit Roosendaal. Pijpers exposeert zoveel mogelijk werk van jonge mensen. “Als je opzoek wilt gaan naar hedendaagse kunst, kom je automatisch bij de jeugd terecht”, zegt ze. Volgens haar verkoopt werk van beginnende kunstenaars nog wel. “Maar het is moeilijk, toch is er veel interesse op zo’n beurs.” In haar beursstand hangen grote kleurrijke foto’s van de Belgische fotografe Liesje Reykens (26). Witte meisjes met felgekleurde attributen poseren op het strand. De foto’s van Reykens zijn bij de vaste klanten van Galerie Albuslux geliefd. Toch moet de kunstenares haar kunstfotografie combineren met commerciële activiteiten, zoals opdrachten voor een reclamebureau. “Al is het alleen maar om de hoge productiekosten te betalen. Die liggen voor zo’n grote portretfoto als gauw op 400 euro”, zegt Pijpers. “Nee, het is zeker voor beginnende kunstenaars haast niet mogelijk om te leven van kunst alleen.”
Galerie Bart uit Amsterdam exposeert werk van afstuderende kunstenaars die jaarlijks worden geselecteerd aan Nederlandse kunstopleidingen. “We zijn zeven jaar geleden in Nijmegen begonnen. Vijf jaar geleden openden we een galerie in Amsterdam”, zegt Fleur Poots van Galerie Bart. “Dus we zijn zelf ook nog vrij jong.” Volgens Poots is het financieel houdbaar om alleen werk van beginnende kunstenaars te exposeren. “We richten ons ook op een jonger publiek. Mensen die net een eigen huis hebben en een baan, maar nog geen echte kunst aan de muur.” De prijzen van de meeste kunstwerken in de stand van Galerie Bart liggen onder de duizend euro. Een uitzondering op de kunstbeurs. Kunst van onbekende makers verkoopt nog wel, zegt Poots. “Soms wordt het een succes, soms hoor je niets meer van zo’n kunstenaar en slaat het niet aan.”
Een van de fotografes die via Galerie Bart bekendheid kreeg is Louise te Poele (27). In 2008 studeerde ze af aan de kunstacademie in Arnhem. In de expositiestand hangen drie van haar foto’s. Drie gearmde jongens poseren voor haar camera. Eén van hen heeft lang haar en draagt een doorschijnend shirt. “Boys Series” heet de het werk. Het zijn vrije kunstwerken die Te Poele afwisselt met commerciële opdrachten, om rond te kunnen komen. “Het gaat nu wel goed. Ik mag niet klagen”, zegt de 27-jarige fotografe. Zij heeft een podium gevonden voor haar kunst. “Maar het is wel keihard werken.”
MUG Magazine: het naderende eind van de Melkertier
Posted By Haro Kraak On januari 18, 2012 @ 16:50 In Algemeen, Mooi, Reportage | No Comments
MUG Magazine, het Maandblad voor Uitkeringsgerechtigden, ging de afgelopen jaren van een chaotische bende trotse uitkeringstrekkers naar een zakelijk journalistiek medium. Het blad wordt geteisterd door bezuinigingen, maar kent een groeiende doelgroep: de minima van Amsterdam. NAP Nieuws nam een kijkje op de wekelijkse redactievergadering.

Redactievergadering MUG foto: Hilco Koke
AMSTERDAM, 18 januari – “Mag ik er hier eentje van draaien?”, vraagt Leo, een 32-jarige dakloze, met een pak halfzware shag in zijn hand. Hij is nieuw en oogt een beetje onwennig. Hij is voor de tweede keer als vrijwilliger aanwezig op de redactievergadering van MUG Magazine, dat sinds 1988 gratis in Amsterdam te verkrijgen is. Niemand weet van wie het pak shag is, dus Leo laat het nog even liggen.
De vergadering vindt plaats op het kantoor aan de Tilanusstraat, met uitzicht op de aanbouw van de nieuwe HvA-campus. Elk maandagochtend rond de klok van elf worden de ideeën voor het volgende nummer besproken. Voor het februarinummer staat al een aantal stukken klaar. Een vrouwelijke redacteur stelt voor om naar het Paddestoelen Paradijs te gaan, een tentoonstelling van Mediamatic aan de Vijzelstraat. Ze heeft ook perskaarten voor de Huishoudbeurs aangevraagd. “Kun je het niet combineren?”, stelt Leo voor. “Paddo’s nemen en dan naar de Huishoudbeurs gaan.”
Zo moet het pakweg vijftien jaar geleden ook gegaan zijn. Toen de “babbelcultuur” nog hoogtij vierde bij MUG. Tegenwoordig is de aanpak op de redactie zakelijker. “We dwalen af”, reageert Jaap op de grap van Leo. “Dit is niet relevant.” Jaap is sinds 1 januari één van de drie overgebleven “Melkertiers” bij MUG, een eufemistische term voor Melkertbanen, arbeidskrachten die via de Wet Inkomen Werk (WiW) of de regeling Instroom/Doorstroom (I/D) werkzaam zijn. Voor de jaarwisseling waren dat er nog negen. Alleen ICT’er Jaap, redacteur Marcel en koerier Fred zijn nog over.
Inmiddels is het de beurt aan Leo om zijn idee aan de groep voor te leggen. “Jij bent nog steeds bezig met het daklozenverhaal, dat er ooit gaat komen?”, vraagt Marco, die de vergadering leidt. Leo knikt. “Maar het zijn er zoveel”, zegt hij. Hij vindt het moeilijk om structuur aan te brengen in zijn verhaal. Hij heeft nog wel een andere vraag. Laatst heeft hij iets voorgeschoten, of hij dat terug kan krijgen. “Dat is nou een typische ‘Joop-vraag’”, zegt Marco. Daarmee doelt hij op de afwezige Joop Lahaise, de 55-jarige hoofdredacteur van het blad. Hij is aan het werk op zijn kamer.
Negen van de tien keer zit hij wel bij de vergadering, zegt Lahaise. Al wil hij zich niet teveel bemoeien met de inhoud van het blad. Joop Lahaise staat al vijf jaar aan het roer van MUG Magazine, dat een oplage heeft van ongeveer 35.000. Hij heeft van dichtbij meegemaakt hoe de sfeer op de redactie en in het land is veranderd. Dat Den Haag het gesubsidieerd werken wil afbouwen, begrijpt hij. De manier waarop dit gebeurt, “de sterfhuisconstructie”, hekelt hij. “Je gooit het kind met het badwater weg”, zegt Lahaise met zijn diepe, doorrookte stem.
Voor 1 januari werd het loon van de WiW’ers bij MUG nog volledig door de gemeente betaald. Nu draait het blad voor 40 procent van de loonkosten op. In 2013 is dat zelfs 70 procent. En in 2014 is het klaar, dan zullen de overgebleven Melkertbanen geschrapt worden. Voor MUG betekent dit, dat de redactie steeds meer op vrijwilligers moet leunen. Tegelijkertijd moet het blad commerciëler worden. Lahaise wil in de toekomst met een kleine groep professionals werken. De aansluiting met de doelgroep, het “voor-en-doorgevoel”, moet dan van de vrijwilligers komen. Mensen zoals Leo.
Het zijn vreemde tijden voor MUG. “Door de bezuinigingen wordt onze doelgroep steeds groter, de vraag naar ons blad groeit”, zegt Lahaise. “Maar de crisis raakt ons ook, we hebben te maken met dalende advertentiekosten en een gedwongen reorganisatie.” Lahaise runt een bedrijf. Dat was vroeger wel anders. Halverwege de jaren negentig omarmde de redactie nog de “chaostheorie”, een vergadering kon “uren duren”. Dat het blad elke maand uitkwam, mocht “een klein wonder” heten, schrijft vertrekkend redacteur Martin Brandwagt in het januarinummer. Hij was vijftien jaar lang een van de Melkertiers bij MUG. In zijn tijd stond de naam, Maandblad voor Uitkeringsgerechtigden, nog voluit uit op de voorkant. Lahaise, de eerste ongesubsidieerde werknemer in loondienst van uitgever Stichting BBU, maakte daar in 2007 MUG Magazine van. De naamsverandering staat symbool voor een mentaliteitsverandering.
Het eind van de vorige eeuw was een paradijselijke tijd voor de doelgroep van MUG. “Een uitkering genieten was nog geen schande en werkende armen waren er nauwelijks”, volgens Brandwagt. Dat is nu wel anders, erkent ook Lahaise. “Mark Rutte zegt: ‘voor wie wil werken is er werk’. Dat vind ik een gevaarlijke manier van denken”, zegt de hoofdredacteur. “Je laat een hoogopgeleide niet zomaar vakken vullen, dat is idioot.” MUG is er juist voor die hoogopgeleiden met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het blad dient als opstapje naar de serieuze journalistiek.
Op de vraag hoe Lahaise de toekomst van MUG Magazine tegemoet ziet, antwoordt hij: “Niet heel erg negatief.” Hoewel de afbraak van het gesubsidieerde werk er hard inhakt, heeft hij vertrouwen in zijn blad. “Wij moeten winst maken in een tijd dat het normaal is dat je verlies lijdt”, zegt hij. Tot nu toe heeft de inkrimping van de redactie nog geen negatieve gevolgen gehad voor de kwaliteit. “Al moeten we geen voorbarige conclusies trekken. Het eerste nummer in de nieuwe bezetting moet nog uitkomen.”
Dat nummer is nu bijna rond. De vergadering loopt op zijn eind. Gestructureerd gaat Marco iedereen langs bij de rondvraag. “Heb jij nog een vraag?” In hoog tempo volgen er zeven opeenvolgende ‘nee’s’. Michiel, een vrijwilliger die op een gouden schakel ketting na volledig in het zwart gekleed gaat, vraagt: “Doen we nog iets met het einde van de wereld?” Nee, dat is niks voor MUG. Dan mag Leo weer. “Hoe stel je prioriteiten?”, vraagt hij aan niemand in het bijzonder. Even lijkt de groep verbouwereerd. “Ook dat is een Joop-vraag”, zegt Marco. Hij bedankt de aanwezigen voor de productieve bijeenkomst. De vergadering heeft krap een half uur geduurd.
Het mes erin: Openbare Bibliotheek Amsterdam
Posted By Gidi Heesakkers On januari 18, 2012 @ 16:46 In Algemeen, Reportage, Stad | No Comments

Foto: Gidi Heesakkers
Het jaar 2012 staat in het teken van het omgedraaide dubbeltje. NAP gaat langs bij Amsterdamse instanties die als gevolg van de gemeentelijke miljoenenbezuinigingen op de centen zitten. Vandaag: de Openbare Bibliotheek in de Spaarndammerbuurt.
AMSTERDAM, 18 januari – Marijke Klok zit elke woensdagmiddag achterin de knusse Openbare Bibliotheek in de Spaarndammerbuurt. Vanuit een felrode luie stoel leest ze er kinderen voor. Want voorlezen is belangrijk, zo leren posters in de bieb. Vandaag loopt het niet echt storm voor de wekelijkse voorleessessie. Maar dat de gele bankjes leeg blijven, deert de bibliothecaresse niet. Geduldig helpen zij en haar collega Yvonne van der Kroon kinderen en volwassenen bij het uitzoeken van een boek en maken ze gezellig een praatje. Net zo belangrijk, vinden ze. “Deze bieb is een echte sociale ontmoetingsplaats.”
Toch is het maar de vraag hoe lang de bewoners van de Spaarndammerbuurt hier nog kunnen samenkomen. De gemeente Amsterdam bezuinigt zich een slag in de rondte en de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) [4] wordt daarbij niet gespaard. De 25 OBA-vestigingen moeten de komende tijd samen zo’n 4,5 miljoen euro besparen. Gemiddeld leveren zij 17 procent van hun budget in. Alleen op de Centrale Bibliotheek aan de Oosterdokskade wordt in 2012 al 500.000 euro gekort. Vanaf 2013 moet daar een som van een miljoen euro per jaar worden uitgespaard.
In de verschillende stadsdelen loopt het bedrag dat bezuinigd moet worden flink uiteen. De vijf bibliotheken in Amsterdam West, waartoe de Spaardammerbuurt behoort, worden het zwaarst getroffen. Zij zien 33 procent van hun budget verdwijnen. Om de kosten te drukken, overweegt het stadsdeel West nu bibliotheken op te doeken of te verkleinen. Vooral de toekomst van de Spaarndammerbieb, met 2.274 leden de kleinste in het stadsdeel, is onzeker.
Bezuinigingen bibliotheken
- De Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) moet 4,5 miljoen euro bezuinigen
- Op de Centrale Bibliotheek bij het Centraal Station wordt dit jaar 500.000 euro gekort
- Vanaf 2013 loopt die bezuiniging op naar een miljoen euro per jaar
- Vestigingen in de verschillende stadsdelen raken gemiddeld tien procent van hun budget kwijt
- De vijf bibliotheken in stadsdeel Amsterdam West worden met 33 procent het zwaarst getroffen
- Voor de vestiging Spaarndammerbuurt dreigt (gedeeltelijke) sluiting
Als het aan bewonersgroep Behoud de Spaarndammerbieb [5] ligt, komt het zover niet. Sinds het voorjaar van 2011 voert een clubje van twaalf liefhebbers actie om de bibliotheek in hun buurt te redden. “De bieb is een laagdrempelige, verbindende factor in onze buurt. Veel mensen hier hebben het niet breed of kampen met een taalachterstand. Zij moeten zich op deze plek kunnen blijven ontwikkelen,” vindt Lia Beetstra, actievoerder van het eerste uur.
Volgens Beetstra is het belangrijk dat mensen terecht kunnen bij een bibliotheek bij hen in de buurt. “Er komen hier veel ouderen gezellig hun krantje lezen. Voor die mensen is een verder weg gelegen bibliotheek bezoeken een lastige onderneming.” Ze begrijpt niet waarom juist haar bieb moet sneuvelen. “De Spaarndammerbieb huist in een goedkoop pand, dat bovendien al helemaal is afbetaald. Wat levert wegbezuinigen dan op, vraag ik me af.”
Ook OBA-directeur Hans van Velzen zou de Spaarndammerbieb het liefst sparen. “Maar”, zo zegt hij, “de realiteit is nu eenmaal dat we moeten bezuinigen. En bezuinigingen die je nergens voelt, die bestaan niet.” Dat deze bibliotheek misschien moet sluiten, heeft volgens Van Velzen alles te maken met de manier waarop er gebruik van wordt gemaakt. “De vier andere bibliotheken in West worden beter bezocht of meer evenredig door de jeugd en volwassenen gebruikt. In de Spaarndammerbieb is ongeveer tachtig procent jeugdlid,” zegt de bibliotheekdirecteur. Zoals het er nu naar uitziet, zal het filiaal aan de Spaarndammerstraat deels behouden blijven. “We doen onze uiterste best om in ieder geval de jeugdafdeling overeind te houden,” aldus Van Velzen.

Foto: Gidi Heesakkers
Bibliothecaressen Klok en Van der Kroon nuanceren het percentage van tachtig procent dat Van Velzen noemt. Het afgelopen jaar leende de Spaandammerbieb 22.877 jeugdboeken uit en 19.760 boeken voor volwassenen. Klok: “Op 31 december 2011 hadden we 775 jeugdleden tot en met twaalf jaar. In de leeftijdscategorie twaalf tot en met achttien jaar waren dat er 441. Daar tegenover staan 911 volwassen leden. Dat we hier bijna alleen maar jonge mensen over de vloer krijgen, klopt dus totaal niet.”
De dames weten dat hun bieb de kleinste is, maar het is toch zeker ook de fijnste. “Het is ons niet duidelijk waarom nu net wij weg moeten”, zegt Van der Kroon. “Dit is een heel afgesloten buurt, dat is altijd zo geweest. De bewoners hier verlaten de wijk niet graag,” meent Klok.
Beetstra van de bewonersgroep is bang dat ze straks toch echt naar een andere bibliotheek zal moeten. “Door de deelraad West worden we niet gekend als overlegpartner. De PvdA staat achter ons, maar voor GroenLinks en de VVD is de Spaarndammerbieb niet heilig.” In maart komt de stadsdeelraad bijeen om over het lot van de bibliotheken te praten. Nog voor de zomer valt er een beslissing. Beetstra: “We laten het er niet bij zitten, hoor. We blijven actievoeren.” Klok en Van der Kroon juichen dat toe. “Het zou ongelooflijk jammer zijn als zo’n gezellige bibliotheek weg moet. Lust je een bakje koffie? Ga lekker zitten!”
“Een verhaaltje vertellen alleen is niet genoeg”
Posted By Anne Hammers On januari 18, 2012 @ 16:40 In Achtergrond, Mooi, Reportage | No Comments
Tijdens de Nationale voorleesdagen lezen tientallen bekende Nederlanders voor aan peuters op de voorleesontbijtjes in bibliotheken verspreid over heel Nederland. Centraal staat de interactie tussen de voorlezer en het jonge publiek, dat niet altijd aandachtig luistert.
AMSTERDAM, 18 januari – Job Cohen stelt geen Kamervragen, maar hij vraagt aan een peuter wat voor geluid een uil maakt. Oud-nieuwslezers van de NOS lezen niet van de autocue, maar uit een prentenboek. Het belang van het voorlezen aan jonge kinderen wordt ieder jaar benadrukt tijdens de Nationale Voorleesdagen, die vandaag van start zijn gegaan. Daar blijkt dat voorlezen aan kinderen een kunst op zich is.

Mama kwijt is het prentenboek van het jaar foto via www.cpnb.nl
Voorlezen helpt kinderen bij de taalontwikkeling, stimuleert de fantasie en zorgt ervoor dat kinderen verbanden beter begrijpen. Het zijn veelgebruikte argumenten van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) om ouders er toe te bewegen zo vroeg mogelijk te beginnen met het voorlezen van hun kinderen. Volgens universitair docent Taalwetenschap Nel de Jong van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam stimuleert voorlezen de ontwikkeling van de woordenschat bij kinderen. “Maar alleen een verhaaltje voorlezen is niet genoeg”, zegt ze. “Het gaat er om dat een kind bij het voorlezen betrokken wordt.”
Interactie tussen voorlezer en kind staat centraal tijdens de Voorleesdagen die jaarlijks door de CPNB georganiseerd worden. Ze zijn bedoeld voor peuters en kleuters die zelf niet kunnen lezen. Ieder jaar kiest een speciaal ingestelde jury een ‘prentenboek van het jaar’, waarbij er wordt gelet op de mogelijkheden tot samenspel die het boek biedt. Dit jaar werd er gekozen voor het prentenboek Mama kwijt van de Ierse auteur Chris Haughton, waarin een klein uiltje op zoek gaat naar zijn moeder. Tijdens het voorleesontbijt in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam (OBA) leest kinderboekenillustrator en vormgever Fleur van der Weel (41) Mama kwijt voor aan een groep van vijftien peuters van peuterspeelzaal Het Klavertje in Amsterdam. “Het is een goed boek om voor te lezen”, zegt ze. Ze oefende met haar eigen kinderen van 3 en 5 jaar oud voor de voordacht van vandaag. “Het is vooral belangrijk om gebaren te maken als je voorleest, dat kan goed met dit boek. Mama uil is bijvoorbeeld heel groot.” Ze maakt een wijds gebaar met haar beide armen. “Dat werkt goed bij peuters.”
Volgens taalwetenschapper Nel de Jong van de VU is het belangrijk dat kinderen dingen leren tijdens het voorlezen. “Ouders kunnen dingen benoemen, plaatjes aanwijzen en daar woorden aan koppelen. Door middel van het stellen van vragen stimuleer je de cognitieve ontwikkeling van kinderen”, zegt ze. Tijdens de voorleessessie in de OBA speelt Van der Weel hier op in. Wanneer de peuters wordt gevraagd wat voor geluid een uil maakt, stijgt er een gezamenlijk “oehoe” op uit het publiek. De meeste peuters heeft ze op haar hand. Toch blijf het moeilijk om stil te zitten. Een aantal kinderen gaat zelf op ontdekkingstocht. Het is rumoerig in het zaaltje en het is niet eenvoudig om twee- en driejarigen bij de les te houden.
Wanneer Mama kwijt is voorgelezen wordt het filmpje van het boek vertoond, dat speciaal voor de Voorleesdagen werd gemaakt. Dan zitten de peuters plotseling stil op hun plaats en kijken ze gebiologeerd naar de bewegende beelden op het scherm.
“Kansrijken. Met hen kun je quota halen”
Posted By Lisa Van Der Velden On januari 13, 2012 @ 16:53 In Algemeen, Leven, Reportage | No Comments
Voor Stichting Amsterdams Buurvrouwen Contact (ABC) was 2011 geen gemakkelijk jaar. De stichting verzorgt taalles aan huis voor anderstalige en geïsoleerde vrouwen. Er werd flink op hun subsidies en fondsen gekort. Gisteravond luidde het ABC het nieuwe jaar in en proostten ze op de toekomst. “Voor 2012 zijn we veilig. Daarna is de toekomst weer onzeker.”
De nieuwjaarsborrel van het ABC op het Begijnhof. Foto: Lisa van der Velden
AMSTERDAM, 13 januari- “Vroeger sprak mijn man goed Nederlands”, zegt Güler Dömnez (51) uit Amsterdam Tussenmeer. “Maar toen hij Alzheimer kreeg, is hij alles vergeten.” Ze draagt een witte hoofddoek met zwarte bloemen. Twee jaar geleden overleed haar man. Dömnez sprak gebrekkig Nederlands en kon zich niet goed kon redden na zijn dood. Via haar stiefkinderen kwam ze terecht bij het ABC. Ze werd gekoppeld aan een 78-jarige vrijwilliger, met wie ze goed bevriend raakte. “Eerst kwam ze elke week bij mij thuis langs. Maar nu ze ouder wordt en niet goed meer kan lopen, ga ik naar haar toe.” Trots haalt Dömnez een piepklein notitieboekje tevoorschijn. “Elk woord schrijf ik op. In Turks en Nederlands. Anders vergeet ik het”, zegt ze lachend.
Dömnez staat met veertig anderen op een zolderverdieping van een kapel op het Begijnhof. Lange mensen stoten hun hoofd net niet aan de witte balken. Op een viertal tafels staan bakjes chips en bordjes met blokjes kaas. Dömnez is de enige leerlinge vanavond. De rest van de zolder is gevuld met vrijwilligers, voornamelijk vrouwen boven de vijftig. Ze drinken wijn uit plastic glazen.
“Het is hier een beetje een bejaardensoos”, zegt Marieke Hoogeboom (29), een van de jongste aanwezigen. Ze is maatschappelijk werker in Slotervaart en sinds maart vorig jaar vrijwilliger bij het ABC. Ze geeft taalles aan een Marokkaanse vrouw van dertig. Ze was zelf lange tijd op reis door Marokko. “Daarom wilde ik graag een Marokkaanse begeleiden. Op die manier ben ik in Nederland ook een beetje op reis”, zegt ze lachend. “Mijn leerlinge heeft een heel ander leven. Ze zou nooit in de kroeg staan. Maar toch voelt het net als een vriendin, bij wie ik elke week langsga.”
Temidden van een kring vrouwen zit ABC-directeur Miriam Meijs (42). Ze heeft een blos op haar wangen. “We moesten knokken afgelopen jaar. Elk stadsdeel, elk fonds dat we benaderden zei hetzelfde: jullie doen fantastisch werk, maar we hebben geen geld.” Het bleef tot eind 2011 onzeker of het ABC zou kunnen blijven voortbestaan. “We hebben alles op alles gezet: een protestactie op het water in Amsterdam, de politiek opgezocht. Uiteindelijk hebben we het gered. Maar andere vrouwenorganisaties staan op omvallen. Het VIO in Bos & Lommer, VLAM in Slotervaart, VOM in Amsterdam Oost. Zij lopen alle drie gevaar”
Emmy Groot (56), pedagoge en sinds acht jaar vrijwilliger bij het ABC, begrijpt wel dat er bijna geen leerlingen aanwezig zijn. Ze staat naast een tafel met posters en pennen van de stichting. “Leerlingen zouden hier doodongelukkig zijn. Het zijn vrouwen die het huis niet graag uitkomen. Toen we gingen staken waren ze er ook niet. Als we een activiteit doen, moet dat vooral leuk zijn voor hen, en niet voor anderen om aapjes te kijken.”
Meijs heeft vooral moeite met de eisen die subsidieverstrekkers tegenwoordig aan het ABC stellen. Een van die eisen is dat het ABC zich richt op vrouwen die al les krijgen en alleen nog extra hulp bij het inburgeren nodig hebben. Het ABC moest in 2011 ten minste 160 van deze mensen helpen om subsidie te ontvangen. “Om geld binnen te halen moesten we dus onze focus verleggen naar mensen die verder waren in de integratie. Kansrijken. Met hen kun je quota halen.”
Alle vrijwilligers hingen briefjes met daarop de kracht van hun leerlingen en hun toekomstwens voor het ABC op de muur. Foto: Lisa van der Velden
Meijs trekt een vies gezicht. “Productie draaien dus. Terwijl onze eigenlijke doelgroep bestaat uit geïsoleerde vrouwen, die helemaal geen Nederlands kunnen. Kansarmen, die het veel harder nodig hebben.”
Loodzware Gucci-jurken en ongeschoren benen
Posted By Martine Huijbregts On januari 13, 2012 @ 16:51 In Mooi, Reportage | No Comments
De champagne vloeide rijkelijk tijdens de achtste editie van de Elle Style Awards. De uitreiking vond donderdag 12 januari plaats in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum. De decadentie van de Roaring Twenties was niet alleen in de outfits terug te vinden.

Valentijn de Hingh wint Personal Style Award. Foto: Peter Stigter via Schoon den Berg PR.
AMSTERDAM, 12 januari – Dames met extreem korte jurkjes en veren in het haar, mannen met hoge hoeden op, en veel glazen champagne. Het zou zo een extravagant feest kunnen zijn uit F. Scott Fitzgeralds The Great Gatsby, de beroemde roman over het verval van de moraal en de oppervlakkigheid van de elite. De dresscode Roaring Twenties wordt door de bezoekers van de achtste Elle Style Awards duidelijk gehonoreerd. Iedereen gaat bloot en duur gekleed. Elle-hoofdredactrice Cécile Narinx: “Mijn jurk is van Gucci en hij is loodzwaar.”
Voor al die blote jurken is het eigenlijk iets te koud in de hal van het Amsterdamse Scheepvaartmuseum, waar de Elle Style Awards donderdagavond worden uitgereikt. Rhapsody in Blue van componist Gershwin komt minstens drie keer voorbij. Obers manoeuvreren zich met grote dienbladen vol hapjes en champagne tussen de chic uitgedoste bezoekers door. Zo nu en dan gaat het mis. Dan klinkt er gerinkel van glazen, gevolgd door hard gelach.Zoals er in The Great Gatsby een verschil is tussen de oude en de nieuwe rijken, zo is hier een verschil tussen mensen van binnen en buiten “het wereldje”. Jonge vrouwen die via het tijdschrift Elle een ticket hebben weten te bemachtigen, klitten samen voor de camera. Achter hen zoeken vipgenodigden vast naar hun gereserveerde plaatsen, terwijl ze de komende Fashion Week bespreken.
“Hier, wil je dit even vasthouden?” Vanuit het niets drukt een vrouw haar champagneglas in mijn handen. “Ik probeer iemand te ontlopen. Ik haat hem.” Twee seconden later staat er een kleine man met een dikke bril voor ons. “Ha lieverd!” roept de vrouw naast me met een grote glimlach. “Dat is hem, ik moet rennen”, sist ze dan in mijn oor.
Vanavond zijn er vier prijzen te vergeven. Twee daarvan zijn bestemd voor genomineerde BN’ers en stylisten. De andere twee gaan naar iemand uit het publiek, voor beste kapsel en beste look. Het is duidelijk dat iedereen die laatste prijs wel wil. De een is nog uitzinniger gekleed dan de ander. Een meisje in een knalrode veertjesjurk loopt langs me heen. “Wat een gave outfit”, flap ik eruit. Ze kijkt me minzaam aan en loopt dan weer verder. “Dag Daaaavid!” kirt er iemand naar haar. Het meisje steekt haar handen uit. “Dag schat”, zegt ze met een zware mannenstem. Er worden kussen uitgewisseld. Dan lopen ze weer verder, op zoek naar andere bekenden.
Een half uur te laat – “fashionably late” volgens Narinx – rent Matthijs van Nieuwkerk het podium op. “Cécile, wat heb je aan?” Narinx noemt een naam. “Oh, je zegt het zo nonchalant. Ik weet niks van mode hoor. Is dat ordinair?” Er klinkt gelach. “Ik wil onze wijnsponsor bedanken voor de enorme hoeveelheid champagne”, zegt Narinx. Het gelach wordt luider.
Dan begint de modeshow. De genomineerde stylisten hebben alle drie een thema uit de Roaring Twenties toegewezen gekregen: de film Metropolis, de geheime Speakeasies (ondergrondse barretjes in de tijd van de Amerikaanse drooglegging) en het boek The Great Gatsby. Luide muziek klinkt als de modellen het podium betreden. Het publiek klapt beleefd. Hier zijn ze duidelijk niet voor gekomen.
Pas als de Belle of the Ball-award wordt aangekondigd, raakt het publiek echt enthousiast. “En de winnaar is… David!” De jongen met de rode veertjesjurk, die uit drie rokjes van Zara blijkt te bestaan, beklimt het podium. “Maar je hebt je benen niet geschoren”, zegt Matthijs van Nieuwkerk. “Natuurlijk niet man”, reageert David verontwaardigd.
Dan worden de genomineerden voor de stijlvolste BN’er aangekondigd. Model en Spunk-schrijfster Valentijn de Hingh heeft duidelijk de meeste fans in de zaal. En ja, ze wint ook nog. Met haar één meter negentig plus hoge hakken en doorschijnende witte jurk is ze dan ook wel de ster van de avond. Fotografen kunnen geen genoeg van haar krijgen. Aandacht voor de winnende stylist – Maaike Staal wordt na De Hingh als winnares in het zonnetje gezet – lijkt er nauwelijks te zijn.
The Great Gatsby eindigt met de dood van de hoofdpersoon. De Elle Style Awards eindigen met meer gratis champagne en een geheime afterparty, ergens in het gebouw. “Vraag naar de toegangscode bij de meisjes met de sigaretten”, klinkt het door de speakers. Een handjevol mensen staat al bij de garderobe. Zij willen naar huis.
Rode loper voor nieuw tapijt
Posted By Anne Hammers On januari 13, 2012 @ 16:48 In Mooi, Reportage | No Comments
Na 27 jaar trouwe dienst was het tapijt in de entreehal van filmtheater Tuschinski in Amsterdam aan vervanging toe. Vorige week werd het voor elfduizend euro op internet geveild en in stukken gesneden. Vandaag maakte het definitief plaats voor een nieuw staaltje art-decostof.
AMSTERDAM, 13 januari- “We hebben er tien jaar op moeten wachten”, zegt directeur Lauge Nielsen van bioscoopketen Pathé. Met veel flitsende camera’s en media-aandacht vindt in de Amsterdamse bioscoop Pathé Tuschinski vandaag een bijzondere première plaats. Voordat de eerste tram door de Reguliersbreestraat reed, werd vanmorgen in alle vroegte het duizend kilo wegende nieuwe Tuschinski-tapijt de ontvangsthal van de bioscoop binnen getakeld.

Het tapijt in Tuschinski foto: David Hanemaayer
Dwars over de grote hal van het bekende filmtheater ligt de grote tapijtrol, zorgvuldig ingepakt in plastic. Vijf mannen zijn druk bezig de rol in de juiste richting te leggen, zodat hij kan worden uitgerold.
Links in de hoek staat Lauge Nielsen. In een lange zwarte jas legt hij het tafereel vast met zijn iPhone. De directeur van Pathé heeft lang naar dit moment uitgekeken. “We wilden na de renovatie in 2002 al een nieuw tapijt. Toen ging dat om allerlei redenen niet door. Het oude tapijt is toen schoongemaakt en geëgaliseerd, omdat het niet meer overal even dik was. Nu hebben we dan eindelijk een nieuw tapijt.”
Het art-decomotief van de stof komt ook terug in de muurschilderingen in de entreehal. Naast paars is de stof vooral groen, rood en geel. Enkele maanden werd er gediscussieerd over het patroon en de kleuren die de entree van Tuschinski voortaan moeten opfleuren. Het patroon werd zoveel mogelijk gebaseerd op oude foto’s en stalen van oude tapijten die in de kelder van het gebouw werden gevonden. Daarna werd het in India besteld. “Het tapijt moest gemaakt worden op een plek waar mensen dat goed kunnen, en waar het betaalbaal is. In Nederland hebben we geen verstand van tapijten maken. Het vorige werd in Marokko gemaakt. Nu zei iedereen: voor een goed tapijt moet je naar India. Dus gaan wij naar India.”
Nu het tapijt op de vloer ligt, begint de moeilijkste klus. Het moet precies op de juiste plaats worden geschoven en op maat worden gesneden. Een karwei waarbij zorgvuldigheid is geboden in plaats van sterke roeiersarmen. Vijf tapijtsnijders wagen zich aan deze klus. “Koffie”, roept één van de roeiers lachend.
Door alle drukte lijkt iedereen te zijn vergeten dat helemaal achter in de zaal, achter een fluwelen lint, enkele in plastic verpakte tapijtrolletjes liggen opgestapeld. Op de rollen staan de namen van de nieuwe eigenaars die door middel van een internetveiling een stukje van het oude Tuschinski-tapijt konden bemachtigen. In totaal werd er elfduizend euro opgehaald, dat wordt geschonken aan de Anne Frank Stichting.
Iets voor half tien komt een vrouw in een rode jas de bioscoop binnen. Het is Sylvia Fennis, de nieuwe eigenaresse van tapijtstukje nummer vijf. Ze komt het persoonlijk ophalen. Stukje vijf lag oorspronkelijk rechts van de trap, net voor de pilaar. Fennis hoopt dat er daardoor weinig mensen op hebben gestaan, en de stof nog bruikbaar is voor in haar woonkamer. “Ik vind het prachtig”, zegt ze. Ze vertelt dat ze het tapijt kocht om zijn historische waarde, niet omdat George Clooney er mogelijk zijn voeten opzette. “Het is een ontzettend mooi tapijt. Het is echt vakwerk. Handgeknoopt en volgens de originele tekening uit 1921.” Ze betaalde 250 euro voor het historische stukje stof van twee vierkante meter. Trots poseert Fennis met haar tapijtrol op de plek waar het stuk ooit gelegen moet hebben.
De mannen van Skøll hebben hun koffie ondertussen gekregen. Het zal nog enkele uren duren voordat het nieuwe tapijt helemaal strak in de ontvangsthal ligt. Bezoekers mogen tot die tijd door een zijingang het filmtheater binnen. Maar wie even door het glas van de grote klapdeuren kijkt, kan alvast een glimp opvangen van de nieuwe trots van Tuschinski.
Jongerenbrandweer uniek in Nederland
Posted By Steffi Weber On januari 13, 2012 @ 16:46 In Leven, Reportage | No Comments

Man van de avond: Tom Groothuesheidkamp met brandweerman John Jones. Foto: Lis Tuithof
Afgelopen woensdag ging in Amsterdam-Oost de jongerenbrandweer van start. Het buurtinitiatief is opgezet door de 18-jarige Tom Groothuesheidkamp en moet de jeugd op een speelse manier in contact brengen met hulpverlening.
AMSTERDAM, 13 januari – Het jongerencentrum Jav’ Art op het Javaplatsoen in Amsterdam-Oost is versierd met ballonnen in alle kleuren. Op de tafel in de hoek staat appeltaart, snoep en verschillende soorten frisdrank. Het doet denken aan een kinderfeestje, maar in plaats van kinderen staan er mannen in chique uniformen en journalisten met camera’s aan het buffet. “Jongeren komen altijd laat”, zegt leerplichtambtenaar Rob van Os. “Dat is cool.”
Vanaf volgende week zullen jongeren tussen de 15 en de 18 jaar iedere woensdagavond hier bijeenkomen om kennismaken met de brandweer en andere hulpverleningsinstanties. Ze gaan langs bij verschillende brandweerkazernes en leren hoe ze brandjes kunnen blussen. Er staat ook een bezoek bij het duikteam op het programma en ze gaan een film kijken over de brand van Moerdijk van 2011. Daarnaast is er oog voor andere hulpverleningsinstanties, zoals de ambulancedienst. Het programma is voor de jongeren geheel kosteloos en wordt aangevuld met verschillende sportactiviteiten.
Rob van Os krijgt gelijk, de jongeren zijn laat. Eenmaal binnen, gaat een aantal jongens met zwarte jassen en dikke bontkragen nonchalant tegen een muur leunen achter in de zaal. Onder hun mutsen kijken ze nieuwsgierig naar voren waar John Jones (bekend van o.a. Sam Sam) de avond officieel opent. Jones is lid van de vrijwillige brandweer en steunt het project uit enthousiasme. “We geven vanavond het startschot voor een uniek project. In ieder geval uniek in Nederland, misschien wel uniek Europa. We gaan het uitzoeken.”
Wat is de jongerenbrandweer?
De jongerenbrandweer is een project van Tom Groothuesheidkamp. Zijn buurtinitiatief werd afgelopen zomer tijdens het Samen Inidische Buurtfestival door een burgerjury gekozen en won daarmee een subsidie van stadsdeel Oost ten waarde van 10.444 euro.
De jongerenbrandweer is niet hetzelfde als de jeugdbrandweer. Waar de jeugdbrandweerlieden worden opgeleid om later zelf brandweerman te worden, richt de jongerenbrandweer zich ook op andere hulpverleningsinstanties. Jongens en meisjes tussen de 15 en 18 jaar kunnen zich gratis aanmelden onder www.jongerenbrandweeramsterdam.nl
Het project loopt in ieder geval tot de zomer 2012.
Stadsdeelvoorzitter Fatima Elatik (PvdA), is trots dat dit pioniersproject in Oost van start gaat. Ze hoopt dat het begrip voor hulpverlening hierdoor zal toenemen. “Hulpverleners worden vaak in de weg gezeten door baldadige jongeren. Het respect moet weer toenemen. Het leuke aan dit project is juist dat het niet komt vanuit de gemeente maar vanuit een bewoner van 18 jaar. Het moet namelijk vooral leuk zijn, en niet belerend.”
Daar is Tom het helemaal mee eens. Hij wil in eerste instantie een spannend programma voor leeftijdsgenoten organiseren; volgens hem is daar momenteel een tekort aan. “Ik merk het aan mezelf, er is gewoon niet zo veel te doen.” Het idee werd ontwikkeld in een periode waarin hij niet precies wist wat hij wilde. Hij was net gestopt met een sportopleiding en op zoek naar een uitdaging. Toch is het voor hem meer dan alleen lol. “Ik hoop dat jongeren meer verantwoordelijkheidsgevoel krijgen. Het is de bedoeling dat zij ook leren hoe zij zélf mensen kunnen helpen. En misschien ontdekken zij wel een leuk beroep in de hulpverlening.” Of hijzelf brandweerman wil worden, weet hij nog niet zeker.
Volgens Ricardo Weewer, plaatsvervangend commandant van de brandweer Amsterdam-Amstelland, is dit initiatief niet bedoeld om brandweerlieden te werven. Er zijn genoeg aanmeldingen. Toch is het project voor hem “een geschenk van de hemel”. Weewer probeert de jeugd al langer te benaderen. Volgens hem mist de brandweer momenteel het contact met de burgers. “Brand voorkomen is beter dan brand blussen, en voorkomen doe je samen.” Hij bespeurt grote interesse vanuit de brandweer in dit project, ook vanuit andere brandweercentrales.
Door alle voorbereidingen heeft Tom nog niet veel aandacht kunnen schenken aan promotie. “Ik was een beetje vergeten om bij scholen langs te gaan, maar dat ga ik de komende tijd zeker doen.” Toch hebben zich binnen korte tijd al vijf jongens aangemeld. Een van hen is Nieck Brand (15). “Ik weet eigenlijk niet zo veel over de brandweer”, vertelt hij. “Het lijkt me leuk om te zien hoe het allemaal werkt.” Hij is vooral nieuwsgierig naar de kazernes. “Ik hoop dat ik van die paal mag glijden.”
Dan is ineens het geloei van sirenes te horen. Buiten staat een ladderwagen en Tom mag samen met een andere jongen en een cameraman in het bakje gaan staan. Hij wordt zo´n 25 meter de lucht in gehesen. Zijn ogen stralen als hij weer op de grond staat. “Erg leuk, zo hoog boven de huizen. Maar wel koud.” Naast hem staat zijn moeder. Ze is trots op Tom en maakt zich geen zorgen over het aantal aanmeldingen: “Ik zeg: begin met vijf, dan worden het er vanzelf meer. Oh, en het is ook heel leuk voor meisjes, zet dat er maar bij.”
Verbreding A10/A1: een geluidswal naast de speeltuin
Posted By Kick Hommes On januari 11, 2012 @ 16:59 In Reportage, Stad | No Comments
Rijkswaterstaat organiseert deze week drie informatiebijeenkomsten over de verbreding van de A10 en de A1. Niet iedereen is blij met meer asfalt. NAP bezocht een bijeenkomst in Amsterdam Oost met een actievoerder van het eerste uur.

Foto: Ivan Melenchon (MorgueFile)
AMSTERDAM, 11 januari – Hilde Claas (1955) zit op een barkruk in café-restaurant Boven Nul naast de Jaap Edenbaan. Naast een ouder echtpaar is ze de enige bezoeker van de informatiebijeenkomst dinsdagmiddag voor bedrijven van Rijkswaterstaat over de verbreding van de A10 en de A1 in Amsterdam Oost.
Ze is fel als ze vertelt over de strijd die ze met haar stichting heeft geleverd tegen de verbreding van de snelweg. Claas is woordvoerster van de Stichting Buurtvereniging A1/A10-Oost en heeft vijf jaar actie gevoerd om de verbreding tegen te houden. De verbreding van de snelweg zou geluidsoverlast veroorzaken en een nog slechtere luchtkwaliteit opleveren. De hoge geluidsschermen, die vier tot tien meter hoog kunnen worden, zouden bovendien een barrière door de wijk veroorzaken.
Op 4 januari 2012 veegde de Raad van State in een uitspraak alle bezwaren van de Stichting Buurtvereniging en veertig andere klagers van tafel, waardoor de overheid vrij spel heeft om op 16 januari 2012 met de aanleg van de rijstroken te beginnen. “En dat terwijl er helemaal niks van klopt”, zegt Claas. “Ze nemen hun beslissing op basis van oude rapporten en verkeerde informatie. Het argument was dat ze de zestigduizend huizen die in Almere zouden worden gebouwd wilden bereiken, maar die komen er helemaal niet.”

Foto: Rijkswaterstaat
De stichting kwam in november 2006 voor het eerst bij elkaar, kort nadat de verbinding van de A6/A9 onder het Naardermeer door de Tweede Kamer was weggestemd, vertelt Claas. “Toen kwam in plaats daarvan het plan om de A1, A10, A9 en A6 te verbreden.” Claas houdt de adem in en ze leunt naar achter. “We worden gewoon belazerd. De gezondheid is in gevaar. De GGD heeft ooit getest op luchtkwaliteit, maar die cijfers zijn nooit gepubliceerd.”
Verbreding A10 en A1:
De verbreding van de A10 begint in januari 2012 en moet in april 2014 af zijn. Naast de uitbreiding naar vier rijstroken maakt aannemerscombinatie CADICOM op de A10 een speciale afrit naar het Science Park en komt er een aansluiting met de Middenweg. Een busbaan moet de bus de drukte bij knooppunt Watergraafsmeer laten vermijden. Ook de A1 in de richting van Diemen krijgt vier rijstroken.
Om zoveel mogelijk overlast te vermijden, werkt Rijkswaterstaat op belangrijke op- en afritten vooral in de nacht. Tijdens de ochtend- en avondspits verwacht Rijkswaterstaat op het traject een extra reistijd van tien minuten. Dit komt door versmalde rijstroken en een maximumsnelheid van negentig kilometer per uur.
De werkzaamheden aan de A10-Oost en de A1 richting Diemen zijn het eerste deelproject in de weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere, dat in 2020 af moet zijn. Met de weguitbreiding wil de overheid het fileprobleem op de ring Amsterdam oplossen en de verbinding naar Almere verbeteren.
Rijkswaterstaat is in totaal zeven jaar bezig geweest met het juridische proces voor de weguitbreiding. Het totale geraamde budget voor het project bedraagt 4,4 miljard euro.
Claas komt vandaag om te informeren hoe de weg precies verbouwd wordt. Dat is ook het doel van de presentatie die Rijkswaterstaat na een half uurtje start. Geen stof voor een discussie, slechts een informatief praatje. “We kunnen goed oefenen”, grapt Paul Knoester, omgevingsmanager van Rijkswaterstaat. Na de bijeenkomst in Oost is er vandaag een bijeenkomst in Schuilkerk De Hoop in Diemen en morgen nog een in het Dorpshuis in Duivendrecht.
De snelwegen A10 richting Duivendrecht en Watergraafsmeer en de A1 richting Gooi en Almere zullen van 2×3 naar 2×4 rijbanen verbreed worden. Dit zal binnen twee jaar gebeuren en het fileprobleem zal afnemen, vertelt Rijkswaterstaat. Om geluidsoverlast te voorkomen wordt elf kilometer aan nieuwe geluidsschermen aangelegd, ongeveer zeven voetbalvelden glas, legt André Buijs van aannemerscombinatie CADICOM uit.
Aan de hand van een foto laat Rijkswaterstaat zien hoe de nieuwe geluidsschermen eruit komen te zien. Te zien zijn twee foto’s van een speeltuin in Betondorp, met op de achtergrond de oude en de nieuwe geluidsschermen. Claas lacht en buigt zich wat opzij. “Ziet er mooi uit toch?”, zegt ze ironisch. “Toch irritant dat ze het zich zo voorstellen. Die weg wordt verbreed. Dat scherm komt dan toch veel dichter op de speeltuin te liggen.”
Eigenlijk wilde Claas met haar stichting nog flyers maken met informatie hoe mensen naar het Europese Hof kunnen stappen, de enige kans die ze nog hebben. “In Duitsland hebben mensen ook weleens vrachtauto’s in hun wijk tegengehouden.” Toch hebben ze het niet gedaan. “We zijn er even klaar mee. We moeten even op adem komen. Het besluit van de Raad van State heeft er diep ingehakt. Eind deze maand hebben we een vergadering, of onze stichting niet opgeheven moet worden.”
Claas is boos op de overheid, maar ook op die mensen die het zomaar over zich heen laten komen. “Ik woon niet aan de snelweg, maar ben er wel mee in de weer. En die mensen die daar wonen hebben ‘geen tijd’, maar zijn o zo blij met ons.” Ze verwacht ook niet dat er veel mensen komen op de informatieavonden. “Het interesseert veel mensen gewoon niet.”
Als de presentatie afgelopen is, wil Claas nog wat vragen stellen. Ze vraagt naar de aansluiting met de Carolina MacGillavrylaan. Of de maximumsnelheid wel in bedwang gehouden kan worden? En kan de dierenambulance nog wel makkelijk uitrijden? Een grote bouwtekening biedt uitsluitsel. De dierenambulance kan alle kanten op, de maximumsnelheid is volgens de expert van Rijkswaterstaat ‘gewoon’ een kwestie van handhaving.
“Ik moet hier weg, ik heb geen zin meer”, zegt Claas als ze wegloopt tegen een andere medewerker. “Ik weet ook niet of ik jullie succes moet wensen”. Dan is ze weg, op de fiets.
Bankieren met restanten: de Voedselbank op de Horecavakbeurs
Posted By Lisa Van Der Velden On januari 11, 2012 @ 16:58 In Algemeen, Leven, Reportage | No Comments
Een primeur in de Amsterdamse RAI: op de Horecavakbeurs, die maandag van start ging, staat voor het eerst een stand van de Voedselbank. De Voedselbank vraagt horecabedrijven om het eten dat na de beurs overblijft aan hen te doneren. “Het is goedkoper om het aan ons te geven, dan om het te vernietigen.”

De Voedselbank op de Horecavakbeurs. Foto: Lex de Lang
AMSTERDAM, 11 januari – Meestal dragen ze rommelige vrijetijdskleding – “waarin gesjouwd kan worden” – maar vandaag zien ze eruit als de crew van een vliegtuigmaatschappij. De medewerkers van de Voedselbank, die deze week met een stand op de horecavakbeurs in de Amsterdamse RAI staan, zijn voor de gelegenheid gekleed. De vrouwen dragen een limoengroen sjaaltje bij hun mantelpakje, de mannen een stropdas in dezelfde kleur. Marcel van Gestel (64) van de Voedselbank kijkt geamuseerd om zich heen. “We willen een goede eerste indruk maken.”
Van Gestel ging vier maanden geleden met pensioen. Sindsdien coördineert hij de voedselwervers van de Voedselbank Den Haag. “De hoeveelheid voedsel die naar de Voedselbank wordt gebracht staat onder druk. Restaurants kopen steeds efficiënter in, waardoor er minder overschotten voor de Voedselbank beschikbaar zijn”, zegt van Gestel. “We zijn op zoek naar nieuwe manieren om aan voedsel te komen. Daarom staan we hier.”
Zijn groene stand, in de achterste hoek van een grote hal, is ingericht “met een knipoog naar de banken”. ‘Beleg voor anderen’, staat er in grote letters op de muur. Tegen de zijwand staat een grote gouden kluis, gevuld met stapels ingevulde oranje en blauwe biljetten. “Met de biljetten kunnen we mensen op de beurs aandeelhouder of rekeninghouder van de Voedselbank maken”, legt van Gestel uit. “Aandeelhouders zeggen toe dat zij de Voedselbank met voedsel of diensten zullen ondersteunen. Rekeninghouders zeggen toe dat de Voedselbank op een later moment contact met hen mag opnemen, voor voedsel of hulp.”

Foto: Lex de Lang
De RAI laat de Voedselbank gratis op de beurs staan. De Voedselbank benadert tijdens de beurs bedrijven en vraagt hen eten dat overblijft aan hen te geven. Het zal worden verdeeld onder de 1180 Amsterdamse huishoudens die de Voedselbank in Amsterdam van eten voorziet. “Dat is een praktische reden waarom we hier staan. Maar we willen vooral iedereen bewust maken van verspilling”, zegt Jacqueline Sweers (47).
Sweers werkt sinds mei als vrijwilliger voor de Voedselbank in Haarlemmermeer. Soms maakt ze zich kwaad over de vooroordelen. Mensen denken dat klanten van de Voedselbank alleen maar mensen zijn die niet willen werken, zegt ze somber. “Een dubbele hypotheek, dan gaat het hard hoor. Of als je allebei ontslagen wordt.” De Voedselbank is volgens haar een vorm van noodhulp. “Mensen maken gemiddeld misschien drie maanden gebruik van de Voedselbank, om een moeilijke periode te overbruggen.” Dat niet iedereen dit beseft, wordt pijnlijk duidelijk als er een tweet op het grote scherm in de stand verschijnt: “Die mensen willen gewoon niet werken #Voedselbank.”
Een moeder met dochter in de twintig, beiden tot in de puntjes verzorgd en behangen met sieraden, kijken moeilijk terwijl Luttikholt zijn verhaal afsteekt. Die is daar niet van onder de indruk en troont hen mee naar een tafeltje binnen de stand, waar hij de biljetten van aandeel- en rekeninghouders tevoorschijn tovert. Hij pakt een pen en begint een rekeninghouderbiljet voor hen in te vullen. “Niet alles aankruisen”, zegt de moeder snel. “Ik wil best bijdragen, maar ik ga zeker niet helpen met uitdelen, of zoiets.” Van Gestel slaat het geheel glimlachend gade. “Het is misschien niet waar ze hier voor komen”, zegt hij, “maar ze gaan wel met iets weg.”
Fluorescerend gele mars voor respect: “Het is fucked up!”
Posted By Frank Huiskamp On januari 6, 2012 @ 17:00 In Algemeen, Leven, Nieuwsverhaal, Reportage | No Comments

2500 schoonmakers marcheren over de Berlagebrug. Foto: Thomas Rueb
Meer dan 2500 schoonmakers vanuit heel Nederland hebben het werk neergelegd. Donderdag marcheerden zij door Amsterdam. Voor betere arbeidsomstandigheden, meer salaris, en bovenal: respect.
AMSTERDAM, 6 januari - Het is met viltstift op zijn bord gekrabbeld. “Stop racisme, stop de PVV”. Even voor de man uit loopt iemand met een andere leus: “Stop climate change”. De overige van de ongeveer 2500 demonstranten komen voor iets anders. Ze zijn schoonmakers, en allen strijden in fluorescerend gele hesjes gestoken voor betere arbeidsomstandigheden. Het werk is ervoor stilgelegd: eerst maar eens een hoger salaris. En ziektedagen die niet uit eigen zak hoeven te worden betaald. Maar deze mars door Amsterdam-Zuid, van het Mercure Hotel naar eindbestemming Philips, staat vooral in het teken van iets dat volgens hen niets hoeft te kosten: een beetje respect.
Tweede Kamerlid Sadet Karabulut (SP) is het roerend met ze eens. Zij loopt vandaag mee met de stakers. “Hun eisen zijn reëel en doodnormaal”, vertelt ze. “Ze eisen geen leaseauto, geen bonussen. Het gaat erom hoe schoonmakers behandeld worden, en dat begint bij normaal je werk kunnen doen. Zonder schoonmakers zijn we nergens en het is tijd dat werkgevers zich dat gaan realiseren.”
De mars vormt vooralsnog het hoogtepunt in het nieuw aangewakkerde gevecht voor een betere cao. Begin deze week legden schoonmakers in het hele land het werk neer na mislukte onderhandelingen. In Amsterdam waren de gevolgen al merkbaar op het Centraal Station. Daar hoopte het afval zich snel op rond de prullenbakken. De schoonmakers eisen naast salarisverhoging en verlaging van de werkdruk ook doorbetaling vanaf de eerste dag tijdens ziekteverlof. Nu zijn de eerste twee dagen nog voor eigen rekening.

Niet alleen betere arbeidsomstandigheden, vooral een beetje meer respect. Foto: Frank Huiskamp
Gewapend met bezems, toiletborstels en stoffers, hun handen in geelrubberen handschoenen, lopen de schoonmakers door de Rivierenbuurt. Op het dak van een busje van vakbond FNV Bondgenoten zijn speakers gemonteerd. Een dj achterin draait harde Antilliaanse hiphop en Arabische popmuziek. Een man steekt zijn bord in de lucht. Wat de tekst erop betekent weet hij niet. Hij spreekt geen Nederlands.
Vanuit het raam van een kantorenpand langs de weg verschijnt een hand. De duim gaat omhoog, er wordt wild met een sjaal gezwaaid als aanmoediging. Het glas is donker, het gezicht is niet te zien.
Weinig toeschouwers wagen zich door het slechte weer voor de stoet naar buiten. Toch trekt de stoet veel bekijks. Bewoners kijken nieuwsgierig door hun ramen naar buiten. Enkelen hebben FNV Bondgenoten-posters op de ruit geplakt. “Storm en regen houden schoonmakers niet tegen’’, scandeert een staker door de buien heen.
En nu?
Vandaag zijn de schoonmakers weer aan het werk gegaan. Ook dit weekeinde wordt er gewoon schoongemaakt. De werkgevers krijgen volgens hen een paar dagen de tijd zich te bezinnen op de eisen. ,,Als er geen verandering komt, wordt er volgende week weer gestaakt’’, meldt FNV Bondgenoten-bestuurder Ashna Kamta. Aanstaande dinsdag wordt er dan regionaal gestaakt, donderdag landelijk in Den Haag.
In 2010 staakten de schoonmakers ook. Toen duurde het negen weken voordat er een akkoord werd bereikt. Voorlopig lijkt een overeenkomst ver weg. De werkgevers schatten de totale extra kosten op 200 miljoen euro, een stijging van 12 procent. Zij willen vooralsnog niet verdergaan dan 3 procent.
Quiency is voor dit protest vanuit Delft gekomen. Hij werkt er bij Albert Heijn en hij is boos. “Meer salaris, meer respect!” Zijn collega Kenneth lacht naast hem zijn gouden tanden bloot. “Het is echt fucked up. We willen meer geld.”
De 54-jarige Dina wil vooral dat de arbeidsomstandigheden voor haar beter worden. Al 28 jaar werkt ze in Den Haag bij de Belastingdienst. “Het wordt steeds slechter. We maken nu schoon met de helft van de mensen die we vroeger hadden. Twee keer zoveel werk in dezelfde tijd. En voor steeds minder geld.’’ Respect is volgens Dina ver te zoeken. Mensen gooien hun troep er soms recht voor haar voeten neer. “Ik mag het dan opruimen. ‘Daar ben je toch voor?’, zeggen ze dan. Dan denk ik: dat doe je thuis toch ook niet?”
De eindbestemming van de mars is het Philipsgebouw op het Amstelplein. De elektronicafabrikant heeft veel schoonmakers in dienst en gaat flink bezuinigen op het budget. Tot op het laatste moment werd er geheimzinnig gedaan over de “grote werkgever” die de schoonmakers zouden aandoen. Of Philips op de hoogte is van hun komst, weet Kamerlid Karabulut niet zeker. ,“Maar als ze het nu nog niet weten, dan doen ze het wel als we voor de deur staan’’, lacht ze. “Ik ben benieuwd of we met koffie en gebak zullen worden ontvangen.”

Philips spreekt de stakers toe. Foto: Thomas Rueb
Dat niet. Wel treft de luid joelende menigte op het plein Michel Frommé, hoofd Verzekering en Risicomanagement van Philips. Hij gaat de stakers toespreken. Maar eerst haalt FNV Bondgenoten-bestuurder Ashna Kamta enkele schoonmakers naar voren die werkzaam zijn voor het bedrijf. “Als jullie ziek zijn, moeten jullie dat dan zelf betalen?’’, schalt ze het over het plein. ,,Echt? Tsjongejonge.’’
Frommé blijft onberoerd. “Wij willen een zo prettig mogelijke werkomgeving voor onszelf, maar ook voor de schoonmakers”, zegt hij in een korte reactie. “Mochten er problemen zijn, dan kunnen jullie altijd in gesprek met ons.” Kamta vraagt of de schoonmakers tevreden zijn met dit antwoord. Boegeroep klinkt.
Een man in een grote opblaasbal wordt naar voren gerold. “Philips, prik de zeepbel door!’’, klinkt het uit de speakers. Luid gejuich klinkt wanneer de bal lek wordt geprikt. Dan wordt er gespoten met een schuimkanon. “Het is onschadelijk schuim. Laat je maar douchen”, wordt omgeroepen. Tientallen stakers springen druk joelend rond en dansen in het sop. De gevel van het gebouw kleurt wit. “Je kleren worden er niet vies van”, vertrouwt de man met de microfoon de schoonmakers toe. “En het gebouw ook niet, hoor.’’
Video: schoonmakers spuiten Philipsgebouw onder [6] (beeld: NAP Nieuws)
Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl
URL to article: http://napnieuws.nl/2012/01/06/fluorescerend-gele-mars-voor-respect-%e2%80%9chet-is-fucked-up%e2%80%9d/
URLs in this post:
[1] www.rodekruis.nl/amsterdam: http://www.rodekruis.nl/amsterdam
[2] Image: http://www.zemanta.com/
[3] borden te plaatsen: http://napnieuws.nl/2012/01/18/parkeerborden-buitenveldert-niet-rechtsgeldig/
[4] Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA): http://www.oba.nl/
[5] Behoud de Spaarndammerbieb: http://behoudbieb.blogspot.com/
[6] Video: schoonmakers spuiten Philipsgebouw onder: http://www.youtube.com/watch?v=GlkDh82yV8M&feature=plcp&context=C3438e3aUDOEgsToPDskIxGw3e46kcycKnicWRNZzl
Click here to print.
Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.