- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -
De Oud-Amsterdammer: een fout jaartal is geen ‘big deal’
Posted By Kick Hommes On februari 14, 2012 @ 16:44 In Achtergrond, Interview, Leven, Nieuwsverhaal, Profiel | No Comments
De Oud-Amsterdammer is een gratis krant met nostalgische en sentimentele verhalen uit het Amsterdam van het verleden. “Het gaat goed, ver boven verwachting”, zegt Hans Peijs (53), hoofdredacteur van het blad en getogen in Amsterdam Oost. “We wilden het eerst zien en dan pas geloven, maar er zijn heel veel positieve reacties. En er zijn al ruim tweehonderd inzendingen voor de puzzel.”

De Oud-Amsterdammer. Sinds 27 november 2011 in Amsterdam. Foto:deoudamsterdammer.nl
AMSTERDAM, 14 februari – Sinds november 2011 is De Oud-Amsterdammer verkrijgbaar. De krant is de Amsterdamse versie van De Oud-Rotterdammer, de eerste gratis krant die zich richtte op 50-plussers in een grote stad. Na De Oud-Utrechter en De Oud-Hagenaar is het de vierde krant die deze formule gaat hanteren. “We zagen het succes in Rotterdam en vroegen ons af waarom het in Amsterdam eigenlijk niet gedaan werd”, zegt Peijs. “En na wat overleg was het eigenlijk zo geregeld.”
De kracht van de krant is volgens Peijs de goede formule van De Oud-Amsterdammer: “We maken artikelen over onderwerpen van bewoners en door bewoners die niet verder teruggaan dan ongeveer 1950. Mensen die ons blad lezen moeten het gevoel krijgen dat ze erbij waren, dat ze zich het konden herinneren.” Voor Peijs zelf geldt dit in ieder geval wel. “Ik ben 53, ik pas in de doelgroep van onze artikelen.”
Dat de krant leeft, blijkt uit het artikel over de brand bij C&A in 1963 in het nummer van 7 februari. Peijs: “we hadden zelf ook goed onderzoek gedaan naar de brand, maar hebben liefst 52 extra foto’s uit privéarchieven van lezers gekregen. Dat is nu allemaal op internet gepubliceerd. ”
Groot historisch onderzoek ligt niet aan de artikelen ten grondslag. Peijs: “Een jaartal kan weleens verkeerd zijn. Dat willen we natuurlijk liever niet, maar het is ook geen big deal. En het is ook alleen maar leuk als we dan weer reacties van lezers krijgen die zeggen dat het toch echt 1964 was in plaats van 1963.”
Voorbeelden van onderwerpen voor De Oud-Amsterdammer heeft Peijs genoeg. Zo gaat hij schrijven over de kroningsrellen in 1980, waarbij krakers met de leus ‘geen woning, geen kroning’ het volksfeest rond de kroning van Beatrix verstoorden. Maar ook schrijft hij over de verloving van Beatrix en Claus en komt in het volgende nummer een artikel over het Casa 400, het huidige studentenhotel bij Amsterdam Amstel. “Dat gaat binnenkort gesloopt worden en we willen er een mooi verhaal over maken”, zegt Peijs.
Op dit moment schrijft Peijs veel stukken zelf, maar er is ook ruimte voor eigen initiatief. Peijs: “we stimuleren eigen inbreng en daar is op dit moment geen gebrek aan. We kunnen moeiteloos twee pagina’s vullen met stukken van lezers.” Mensen die goed schrijven worden volgens Peijs wel gevraagd of ze meer willen bijdragen aan de krant. “We willen naar een vaste redactie. Laatst meldde iemand zich spontaan aan, maar die wilde alleen maar over de Pijp van voor 1940 schrijven. Dat kan dus net niet.”
De oplage van de krant is 120.000 en gratis af te halen op vierhonderd verspreidingspunten in Amsterdam, Almere, Diemen, Weesp, Lelystad, Muiden en Purmerend. Inkomsten haalt de krant vooral uit advertenties, maar inmiddels zijn er volgens Peijs al ongeveer honderd abonnementen van vijftig euro per jaar verkocht aan mensen die niet naar een verspreidingspunt willen of kunnen.
Voorlopig wil Peijs nog niet denken aan uitbreiding van de krant. “We willen eerst settelen. Het gaat goed maar er moeten nog meer advertenties bij voor we van de zestien pagina’s nu naar 24 en meer willen.” Wel heeft Peijs goede hoop dat er uitgebreid kan worden: “ik hoorde laatst dat een ‘Jonge Amsterdammer’ van 35 zei dat het eigenlijk een krant voor iedere Amsterdammer is. Zo hadden we er nog niet over nagedacht, maar het is een welkome meevaller!”
De volgende editie van De Oud-Amsterdammer ligt op 21 februari in de schappen. Dan wordt ook duidelijk wie van de tweehonderd inzendingen de winnaars van de Intratuin-cadeaubonnen worden.

“Mijn museum is een rariteitenkabinet”
Posted By Martine Huijbregts On februari 1, 2012 @ 16:52 In Interview, Mooi, Profiel | No Comments
Van een zolderkamertje vol parafernalia tot een tatoeagemuseum: Henk Schiffmacher heeft eindelijk een thuis voor zijn curieuze verzamelobjecten. Vorig jaar november opende hij het Amsterdam Tattoo Museum. Maar het is nog niet af. “Ik zit nu te azen op een Koptische tattooshop.”

Henk Schiffmacher. Foto: Jesaja Hutubessy via Amsterdam Tattoo Museum.
AMSTERDAM, 1 februari - Vanuit de naastgelegen ruimte klinkt luid gehamer en geboor. Het moge duidelijk zijn: het tattoomuseum van Henk Schiffmacher is nog onder constructie. En dat terwijl er al zo veel in het museum staat. De kunstenaar en tattookoning, die dit jaar zestig wordt, heeft in de loop der jaren heel wat tatoeageobjecten verzameld. “Dat zat allemaal in dozen. Het werd tijd dat de verhalen die erbij horen werden verteld”, zegt Schiffmacher. Wie denkt dat het alleen gaat om naalden en verschillende kleuren inkt, vergist zich. “Ik heb zo’n vies oud kussentje, waarop de Engelse koning George V nog is getatoeëerd.”
Dus ging Schiffmacher op zoek naar een museum dat zijn stukken wilde overnemen. “Maar alle geïnteresseerde musea kwamen tot dezelfde conclusie: ze wilden één stuk opnemen in hun collectie. De rest zou dan worden afgestoten.” En dat zou jammer zijn, want “dan zou je het karakter van de collectie geweld aandoen”, volgens Schiffmacher. “Ze zeiden: eigenlijk zou je zelf een museumpje moeten opzetten.” De vraag was: hoe dan?
De oplossing diende zich aan in de vorm van “mevrouw Jeannette.” Zij – Jeannette Seret, directeur van Partners aan het Werk – stelde voor om mensen via haar herintredingsbureau in Schiffmachers museum aan het werk te zetten.
Hoe bevalt het, om samen te werken met mensen die moeten leren opnieuw in de maatschappij te functioneren?
Schiffmacher: “Het is niet altijd makkelijk, zeker als je het niet gewend bent. De een doet het beter dan de ander. Van de week zat er iemand, die was apathisch. Je kon gewoon voor hem langslopen zonder dat hij met zijn ogen knipperde. Jeannette pikt die figuren dan uit. Ik zou het af en toe wat strenger willen doen.”
Terwijl hij vertelt, zit Schiffmacher wat te schetsen in zijn boek. Een kaars. “Mijn vader was slager en marinier, die gaf je op een gegeven moment wel een schop onder je reet. Maar goed, dat is niet aan mij, ik heb daar niet voor gestudeerd. Dat is een eigen beroepsgroep, die staat toch al op de tocht. Allemaal weg bezuinigd, samen met de cultuur en de kunst.”
Zijn tatoeages kunst dan?
“Het was al kunst voordat er kunst was, het is de moeder van de kunst. De eerste kunst die de mens maakte, maakte hij waarschijnlijk op zijn eigen lichaam. Vanwege de behoefte om zichzelf te onderscheiden van een dier, en van elkaar, van andere stammen. Tatoeages waren ook geheugensteuntjes bij het vertellen van verhalen. Maar tattoos pasten niet in de christelijke norm. Dus de dames en heren geloofsverspreiders hebben dat te vuur en te zwaard bestreden.”
Maar tegenwoordig zijn tatoeages toch vooral moderne fratsen van de jeugd?
“Welnee. De halve kunstwereld zit nu te borduren en wandkleedjes in elkaar te stikken, dat zijn ook naaldkunstenaars. En tegenwoordig is de performance, de daad van de kunst, heel belangrijk. Zelf houd ik nog wel van het resultaat van kunst. Als ik iemand zie die heel mooi is getatoeëerd, vind ik het wel leuk om zijn vel hier tentoon te stellen.”
Mag dat zomaar?
“Als iemand een been aanbiedt, gilt de chirurg het hele ziekenhuis bij elkaar dat hij daar niet aan meewerkt. Daarom zijn we momenteel bezig een soort donorcodicil voor tatoeages op te stellen. We hebben wel stukken huid in het museum. Vooral uit een periode waarin stukken mens buiten de kist werden gehouden om zo iemand later nog te kunnen identificeren.”
U schildert ook. Wat is het grootste verschil tussen een schilderij maken en een tatoeage zetten?
“Canvas beweegt niet, het lult niet tegen je, het geeft niet over. Huid zweet, huid moet helen, huid heeft last van zwaartekracht. Net zoals die fietstas waarin je twee jaar lang De Telegraaf bezorgt, de letters die erop staan worden dan ook uit elkaar gerukt.”
Schilderijen worden vaak als hogere kunst gezien, de tatoeage niet.
“Ik vind dat het precies omgekeerd is. De allerlaagste vorm van kunst, dan praat ik over de trench of jail art (kunst gemaakt door soldaten of gevangenen, red.), is voor mij het absolute summum in de menselijke uiting. Het heeft geen enkele commerciële drijfveer, is compleet gebaseerd op emoties. Dat wat iemand vol verdriet met zijn eigen tranen, eigen bloed, eigen sperma, eigen urine, eigen stront heeft gemaakt, om te communiceren, of om zijn liefde tentoon te spreiden, daar gaat helemaal niets boven. En het predicaat low brow dat daaraan hangt is dus bijna standrechtelijk strafbaar en verdient de kogel.”
Uw museum staat in een buurt met veel high brow musea, zoals de Hermitage. Heeft u dat expres uitgezocht?
“Een gebouw als dit is erg geschikt om lagere kunst te presenteren. Om het overdreven te zeggen, de museale wereld begint op de kermis, met rare collecties. Artis, dat hier tegenover zit, had vroeger een open tuin, de Blauw Jan. Daarin waren vreemde dieren te zien, zoals gordeldieren en struisvogels. Er werden ook geregeld mensen tentoongesteld: parasitaire tweelingen, hermafrodieten, the bird man, the mule head, the lobster lady. Een soort rariteitenkabinet. Mijn museum is dat ook.”
Schiffmacher weet veel van deze buurt. De geschiedenis van Artis, de verdwenen instituten, beroemde wetenschappers en kunstenaars die hier hebben gewoond: uren kan hij daarover praten. Voeg daar zijn kennis over de tatoeage aan toe, en hij zit een hele dag te vertellen. Maar daar heeft hij geen tijd voor, want er moet nog veel gebeuren aan het museum.
Ik las ergens dat u het rustiger aan wilde doen.
“Ja, dat lukt me natuurlijk voor geen fuck. Ik zou me het liefst bezig houden met publicaties over tatoeages. Het voordeel van schrijven is dat je met je pennetje en je papiertje in een ver land in het zonnetje kan zitten, met een cocktail.”
Maar voorlopig is Schiffmacher nog wel even bezig met zijn museum. “Ik mis nog zoveel. Ik wil nu graag een Koptische tattooshop hebben, een reizende Egyptische shop. Ik weet niet wat er met die traditie gaat gebeuren, met alle huidige verschuivingen en veranderingen in dat land. Voor sommige tatoeages is het ernstig tijd om op de Werelderfgoedlijst te belanden, want die staan onder druk.”
Rudi van Dantzig: wankelmoedig choreograaf
Posted By Annemarie van de Vijsel On januari 20, 2012 @ 16:52 In Mooi, Profiel | No Comments

Rudi van Dantzig. Bron: Pauw en Witteman, 19/1/2012
Hij stond aan de basis van Het Nationale Ballet. Zijn choreografieën waren vernieuwend. Maar echt overtuigd van zijn succes was hij niet. “Ik ben nog steeds niet echt trots op mezelf,” zei hij op zijn 72e. Gisteren overleed choreograaf en balletdanser Rudi van Dantzig op 78-jarige leeftijd in zijn geboorteplaats Amsterdam.
AMSTERDAM, 20 januari – Met enige zelfspot vertelde Van Dantzig in 2006 in een interview bij het radioprogramma Kunststof over zijn eerste balletlessen. Die kreeg hij van de bekende Russisch-Nederlandse balletlerares Sonia Gaskell. “Zij zei: ‘Je bent een heel slechte danser, maar kom maar bij ons gezelschap Ballet Recital, want we hebben jongens nodig.’”. Zo maakte Van Dantzig zijn intrede in de balletwereld. Zestien jaar was hij toen. Al drie jaar daarna schreef hij zijn eerste balletchoreografie, Nachteiland.
Als choreograaf was Van Dantzig bekender dan als danser. Samen met Gaskell was hij in 1961 een van de grondleggers van Het Nationale Ballet. Hij werd huischoreograaf van het gezelschap, dat gevestigd is in het Amsterdamse Muziektheater, tot hij er dertig jaar later afscheid nam.
Meer dan vijftig balletten maakte Van Dantzig, zowel eigen choreografieën als bewerkingen van klassieke stukken. Een van zijn eigen werken, Monument voor een gestorven jongen uit 1965, toont de worsteling van een jongen met zijn homoseksualiteit in een benauwend milieu. De erotische scènes zorgden voor de nodige reacties. Van Dantzig bewerkte daarnaast klassieke werken als Romeo en Julia (1967) en Het Zwanenmeer (1988). Vernieuwend was hij onder meer doordat hij elementen van modern ballet toevoegde aan de klassieke werken. Ook kaartte hij maatschappelijke vraagstukken aan in zijn balletten, zoals het verschil tussen arm en rijk.
Van Dantzig had bij Gaskell de kans gehad zichzelf te ontwikkelen en die kans wilde hij zijn eigen dansers ook geven. “Ik heb altijd oog gehad voor mensen die in de verdomhoek zitten,” zei Van Dantzig in het radiointerview. Mensen die stil achterin stonden of die niet zo goed dansten nam Van Dantzig juist aan. “Dan ging ik ervoor zorgen dat ze wel goed gingen dansen.” Daar had hij veel plezier in, en zag dat ook bij zijn dansers. “Het kan mij niet zoveel schelen als een ballet door de pers wordt afgekraakt. Zij genoten, ik genoot.”
‘Wankelmoedig’, zo omschreef Van Dantzig zichzelf. Hij vond het een prachtig woord, met die dubbele betekenis: “Het verwoordt moed, maar ook dat je steeds het gevoel hebt dat je omdondert.” Onzeker was Van Dantzig, ook over de reacties van het publiek. Tijdens opvoeringen van zijn balletten stond hij het liefst verstopt in een hoekje, of tussen de dansers in de coulissen. Maar nooit in het publiek.
In 2002 kreeg hij kanker. “Ik heb altijd wel ingecalculeerd dat ik ziek zou worden,” zei hij. Van Dantzig werd genezen verklaard. Tijdens de periode van herstel bleef hij de dansers helpen zijn stukken in te studeren, al was het maar één uurtje per week. Alleen door het de dansers zelf te leren, kon hij zijn stuk goed overbrengen op hen en op het publiek, vond hij. Dat hij ziek was geweest, was aan hem te zien. Maar op de momenten dat hij zich fit genoeg voelde om naar de danszaal te komen, bewoog hij levendig met de dansers door de danszaal. Met grote, heldere ogen keek hij vervolgens toe hoe ‘zijn’ dansers de aanwijzingen oppikten.
Een paar maanden geleden werd Van Dantzig opnieuw ziek. In een brief schreef hij: “Ik ben mijn evenwicht kwijt, ik weeg bijna niets meer.” Wat hij altijd had gedaan, bewegen, kon hij niet meer.
Van Dantzig repeteert met Het Nationale Ballet
Bits of Freedom: pionierende voorvechter van digitale burgerrechten
Posted By Eva de Valk On oktober 28, 2011 @ 13:35 In Profiel | No Comments

Nieuwe campagne van Bits of Freedom. Foto: Bits of Freedom
Drie jaar zijn ze er tussenuit geweest, maar sinds 2009 is Bits of Freedom weer terug in de publieke arena. Door te lobbyen en door burgers te mobiliseren via sociale media probeert de organisatie digitale burgerrechten te beschermen. “Als zij oproepen om kamerleden te mailen, stromen de mailboxen vol.”
‘BITS OF FREEDOM MAG NIET NAAR BINNEN’, stond op een briefje bij de ingang van een persconferentie van staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) in april dit jaar. De persconferentie ging over Teevens plan illegaal downloaden strafbaar te maken; blijkbaar had hij geen zin in lastige vragen. De digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom (BoF) twitterde [1] erover, de tweet werd meer dan honderd keer ge-retweet. Media pikten het nieuws op en uiteindelijk stelde Mariko Peters van GroenLinks er zelfs kamervragen [2] over. Intussen konden medewerkers van Bits of Freedom overal hun bezwaren [3] uiten tegen Teevens plan.
Het voorval past in de nieuwe strategie van Bits of Freedom: niet alleen lobbyen achter de schermen en burgers informeren, maar burgers ook mobiliseren en activeren via sociale media. Het ‘nieuwe’ Bits of Freedom verschilt daarin van het ‘oude’ Bits of Freedom, dat in 2006 wegens financieringsproblemen zijn taken neerlegde. Ot van Daalen, oud-stagiair bij BoF en voormalig advocaat bij advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek op de Zuidas wist de digitale burgerrechtenbeweging eind 2009 nieuw leven in te blazen. Inmiddels heeft BoF zes medewerkers en zijn ze recent binnen Amsterdam verhuisd naar een groter pand.
Het doel van Bits of Freedom is nog steeds hetzelfde: het beschermen van grondrechten van burgers op internet, met name privacy en communicatievrijheid. Het zijn thema’s die de laatste tijd veel in het nieuws zijn: de discussie over het downloadverbod bijvoorbeeld, het al dan niet doorvoeren van netneutraliteit, lekke overheidssites en nieuwe privacyinstellingen van sociale netwerksites. Privacy en communicatievrijheid zijn hot. In hoeverre is dit toe te schrijven aan het vernieuwde Bits of Freedom?
Ongelijke strijd
“Bits of Freedom kan knap lobbyen”, zegt Martijn van Dam, kamerlid van de PvdA. De organisatie richt zich op belangen van burgers, benadrukt hij. “Behalve de Consumentenbond zijn dat er niet veel. Het is een ongelijke strijd: de grote telecom- en internetbedrijven hebben veel meer lobbyisten in dienst. Toch slaagt Bits of Freedom erin hun onderwerpen te pluggen.”
Bijvoorbeeld bij de discussie over netneutraliteit [4], over de vraag of internetproviders onderscheid mogen maken in het type diensten dat zij doorgeven aan consumenten. Van Dam: “BoF en ik zijn hierbij samen opgetrokken. Zowel zij als ik hebben achter de schermen geprobeerd om parlementariërs van het belang van netneutraliteit te doordringen. Het is heel knap dat ze dat is gelukt, want ook aan de zijde van de industrie is er keihard gelobbyd.”
Bits of Freedom en XS4all
De oprichting van Bits of Freedom is nauw verbonden met de geschiedenis van de rebelse internetprovider XS4all [5]. XS4all is in 1998 verkocht aan KPN. Als voorwaarde van de verkoop was de oprichting van de Stichting Internet4all bedongen, een onafhankelijke stichting die het debat over een open internet moest bevorderen. Zo wilden de XS4all-oprichters ervoor zorgen dat hun idealen zouden voortleven. Bits of Freedom is opgericht met geld van Internet4all. Ook de doorstart van BoF is mogelijk gemaakt door Internet4all: in 2010 ontving BoF 145.000 euro van de stichting. Daarnaast krijgt BoF giften van particulieren en bedrijven en fondsen. Overheidssubsidie wordt om principiële redenen geweigerd.
Een woordvoerder van XS4all: “Vroeger waren de banden tussen XS4all en Bits of Freedom veel nauwer. Al het personeel van BoF had eerder bij ons gewerkt. Nu zijn er geen personele banden meer. Wel komen onze agenda’s voor een groot deel overeen. Alleen in de details zetten wij wel eens andere accenten. Een BV kijkt nu eenmaal anders tegen zaken aan dan een ideële stichting. Wij vinden dat het theoretisch mogelijk moet zijn om voor een laag bedrag een beperkt dienstenpakket aan te bieden, waarbij de klant bijvoorbeeld alleen toegang heeft tot e-mail. In strikte zin is dat een schending van netneutraliteit, maar wij vinden dat dat moet kunnen.”
Bits of Freedom staat kritisch tegenover providers, ook tegenover XS4all. Maar vooral KPN heeft de laatste tijd veel kritiek gehad van de digitale burgerrechtenbeweging, bijvoorbeeld in hun campagne [6] tegen het gebruik van Deep Packet Inspection. Opmerkelijk, aangezien KPN indirect heeft bijgedragen aan de oprichting van BoF via de stichting Internet4all. Een woordvoerder van KPN: “Bits of Freedom is een onafhankelijke organisatie met een eigen agenda. Het is goed dat ze er zijn, dat houdt ons scherp. We zijn het niet altijd met ze eens. Nee, ik ga niet in op casuïstiek.”
Pioniers
Toen Bits of Freedom in 1999 begon was dat nog veel moeilijker, vertelt Karin Spaink. Zij is publiciste en was voorzitter van de organisatie tussen 1999 en 2006. “Er was toen nog veel onduidelijk over digitale burgerrechten. Het onderwerp leefde niet zo, er was weinig jurisprudentie. We moesten veel uitleggen.” Daarom begon BoF een wekelijkse nieuwsbrief met achtergrondinformatie over actuele thema’s op het gebied van privacy en communicatievrijheid. Die werd volgens Spaink “idioot goed” gelezen. “Als de nieuwsbrief de deur uit was, stond de telefoonlijn de rest van de dag roodgloeiend. De onderwerpen zagen we later terug in de krant of in curricula van universiteiten.”
Steeds meer zaken werden digitaal geregeld, wat voor BoF tot steeds meer werk leidde. “Toen we in 1999 begonnen, was het nog helemaal niet duidelijk dat mobiele telefonie zo groot zou worden”, vertelt Spaink. Mobiele telefonie leidde tot nieuwe privacykwesties, zoals opslag van telefoniegegevens. Ook de overheid kreeg een enorme verzameldrift. Spaink: “Iets als het elektronisch kinddossier hadden we nooit voorzien. Het leek wel of het aantal onderwerpen waar we ons mee bezighielden ieder jaar verdubbelde.”
De stichting Internet4all zorgde voor een basisfinanciering van Bits of Freedom, daarnaast moesten er donateurs worden gezocht (zie kader). Een grote opgave voor de eerst één en later twee fulltime medewerkers van de organisatie, Maurice Wessling en Sjoera Nas. In een afscheidsinterview in NRC Handelsblad uit 2006 vertelden Nas en Wessling hoe financieringsproblemen het einde van Bits of Freedom betekende. “Geldgebrek betekent dat je nooit langetermijnplannen kunt maken. Je kunt ook niet groeien omdat je geen geld hebt om meer mensen aan te nemen. De organisatie bleef eigenlijk steken. Er kwamen ook veel meer onderwerpen op ons af dan we met een paar mensen aankonden.” Ze waren teleurgesteld: “Er spelen een heleboel belangrijke kwesties momenteel. (..) Een digitale burgerrechtenbeweging is harder nodig dan ooit.”
Strategische keuzes
Drie jaar lang was het stil rond Bits of Freedom. Alleen de Big Brother Award werd nog een keer uitgereikt, een jaarlijkse ‘prijs’ van BoF voor de grootste privacyschender. Die ging in 2007 naar ‘het hele Nederlandse volk’, vanwege de ‘onverschillige houding’ tegenover privacyschendingen. Frustratie? “Het was vooral ludiek bedoeld”, zegt Joris van Hoboken, die de uitreiking organiseerde. Hij is onderzoeker informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam en voorzitter van het bestuur van het huidige BoF. “Behalve een grap was de prijs ook een vingerwijzing: privacy is een burgerrecht, het is niet onderhandelbaar. Maar de bevolking moet dat wel onderkennen.”
In 2009 kwam Ot van Daalen met een plan kwam voor een herstart van Bits of Freedom. Daarbij is goed gekeken naar de geschiedenis van het oude BoF, zegt Van Hoboken. “Er worden nu preciezere keuzes gemaakt waar de organisatie zich op richt. Dat is een les van het oude BoF, dat bijna ontplofte van de onderwerpen.”
Spaink kan zich vinden in de meer stragische keuzes van het huidige BoF. “We hebben ons lang principieel verzet tegen het opslaan van biometrische gegevens of de bewaarplicht van telefoniegegevens”, vertelt ze. “Je kan je er boos over blijven maken, maar het is nu eenmaal zo. De nadruk ligt nu op regulering: wie heeft er toegang tot die gegevens, onder welke voorwaarden, en wat zijn de sancties? Dat is een goede zet.”
Kritiek
Toch is volgens sommigen ook het huidige Bits of Freedom nog te principieel. Dat vindt bijvoorbeeld Tim Kuik, directeur van auteursrechtenorganisatie stichting BREIN. “De leidraad van Bits of Freedom is dat een ongereguleerd internet, een vrij en democratisch internet zou zijn”, zegt hij. “Dat vind ik te makkelijk. Gebruikers zijn juist gebaat bij een zekere mate van regulering van het web, dan kunnen zij bijvoorbeeld worden beschermd tegen cybercriminelen en ongewenste content als kinderporno. Bits of Freedom heeft daarin nog niet de nuance gevonden.”
Anderen vrezen dat Nederland door een al te succesvolle lobby van BoF afwijkende wetgeving krijgt en daarmee minder aantrekkelijk is voor telecombedrijven. Zoals Afke Schaart, VVD-Kamerlid en oud-woordvoerder van KPN. “Ik mis bij Bits of Freedom soms het besef dat Nederland geen eiland is”, schrijft zij per e-mail. “Zaken als netneutraliteit zouden het beste in Europees verband moeten worden geregeld, zodat telecombedrijven Nederland niet gaan mijden omdat hier extra zware regelgeving is. Dat is niet goed voor ons vestigingsklimaat.” Toch heeft ze ontzag voor de organisatie. Schaart: “Bits of Freedom verricht pionierswerk op het gebied van een vrij internet. Ze zijn daar vaak ook heel succesvol in en dat is knap.”
Juridische kennis
Wat maakt Bits of Freedom nu zo succesvol? Martijn van Dam noemt twee redenen. Ten eerste weet de organisatie mensen te mobiliseren via internet door middel van nieuwsbrieven, blogs, Facebook en Twitter. Van Dam: “Als zij oproepen om Kamerleden te mailen, stromen de mailboxen vol. Dat is heel belangrijk voor parlementariërs: zo weten ze dat het niet om een klein clubje idealisten gaat, maar om een beweging die breed wordt gesteund.”
Daarnaast is BoF sterk juridisch onderbouwd. Van Dam: “Ze kunnen concreet meedenken hoe bepaalde ideeën vertaald kunnen worden naar wetgeving. Dat maakt ze een interessante en relevante gesprekspartner.” Het oude Bits of Freedom was principiëler, zegt Van Dam. “Vroeger waren ze bijtiger, soms zelfs wat bozig. Dan haakte je eerder af.” Nu heeft de burgerrechtenbeweging eieren voor hun geld gekozen. Van Dam: “Bij Bits of Freedom zit ontzettend veel kennis samengebald, die ze zo effectief mogelijk inzetten. Zij doen voorstellen waar je wat mee kunt.”
Marc Jansen: fanatiek Ruslandkenner zonder extremen
Posted By Anna Zhuravel On oktober 28, 2011 @ 13:25 In Algemeen, Profiel | No Comments
Marc Jansen gaat met pensioen. Meer dan twintig jaar werkte hij bij de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam, werkzaam bij Europese Studies. Rusland was zijn specialiteit, en zal ook na zijn pensioen een belangrijke rol in zijn leven blijven spelen.

Marc Jansen (rechts)
“Ik hoop dat ik toch nog een beetje onmisbaar ben voor de universiteit”, zei historicus en Ruslanddeskundige Marc Jansen bij zijn afscheidsborrel. In oktober ging hij met pensioen, na meer dan twintig jaar werkzaam te zijn geweest bij de afdeling Europese Studies van de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft in zijn lange loopbaan een grote bijdrage geleverd aan kennis over de Sovjet-Unie en Rusland. Een blik op de carrière van deze wetenschapper.
Jansen begon aan zijn studie geschiedenis aan in 1967, aan de UvA. Hij reisde al op jonge leeftijd met zijn ouders naar de toenmalige Sovjet-Unie, maar pas tijdens zijn studie raakte hij echt geïnteresseerd in het land. Het was naar eigen zeggen zijn docent en de toenmalig directeur van het Oost-Europa Instituut Jan Willem Bezemer die hem inspireerde.
Jan Willem Bezemer (1921- 2000) werkte jarenlang aan het Oost-Europa Instituut. Hij reisde meerdere malen naar Rusland en schreef in 1963 als correspondent in Moskou voor Het Parool. Bezemer keek naar Rusland met een kritische blik. Hij gaf publicaties van de Russische dissidenten uit en heeft uiteindelijk de boeken Geschiedenis van Rusland: van Rurik tot Brezjnev (1988) en Het einde van de Sovjet-Unie (1992) geschreven.
Interesse als er veel doden bij vallen
Jaren later vulde Jansen één van de boeken van Bezemer aan. In 2008 is zijn Geschiedenis van Rusland: van Rurik tot Poetin verschenen. “Het beste Nederlandstalige boek over de Russische geschiedenis”, vindt Erik van Ree, een collega van Jansen bij Europese Studies.
Het is niet dit boek dat wordt gezien als het hoogtepunt van de wetenschappelijke carrière van Jansen. Dat is volgens Van Ree diens proefschrift over het Russische showproces in 1922. Ook de biografie van Nikolaj Jezjov, de grote uitvoerder van Stalinterreur tussen 1937 en 1938, die hij samen met de Russische historicus Nikita Petrov heeft geschreven, geldt als een standaardwerk.
Na zijn afstuderen in 1973 bleef Jansen werken bij het Oost-Europa Instituut aan de UvA. Bij zijn promotieonderzoek richtte hij zich op het showproces tegen socialistenrevolutionairen in 1922. Het leek al op de processen in de latere Stalinperiode. Het verschil was dat mensen toen nog in de cel werden gestopt, en nog niet ter dood werden veroordeeld. Het proefschrift verscheen in 1979 in het Engels.
Volgens Erik van Ree is Jansen vooral geïnteresseerd in de politieke machtsverhoudingen in Rusland op de lange termijn. Samen schreven ze vijftien jaar terug het boek De Russische Schurken geschreven, over machtige Russen als Lenin, Stalin, en Ivan de Verschrikkelijke.
Ben de Jong is een andere collega van Jansen. Volgens deze historicus was Jansen geïnteresseerd in de zwarte kant van het Sovjetsysteem. De Jong zelf was altijd gefascineerd door het communistische bewind van de Sovjet-Unie en hoe het onderliggende idealisme daar kon onsporen. “Ik hou me dan ook bezig met één van de meest kwalijke kanten van dat systeem, namelijk de geschiedenis van de KGB”, zegt hij. “Er bestaat nou eenmaal een groepje mensen dat vooral geïnteresseerd is in politieke onderwerpen als er veel doden bij vallen.”
Internationale samenwerking
De interesse van Jansen leidde tot zijn grote werk, de biografie van Nikolaj Jezhjov. Samen met Nikita Petrov werkte Jansen aan het boek over deze verzwegen en vergeten persoon uit de Russische geschiedenis.
De internationale samenwerking tussen Jansen en Petrov ontstond uit de betrokkenheid van Jansen bij de Russische geschiedeniscentrum Memorial. In 1990 leerden de twee wetenschappers elkaar kennen, maar Petrov zag Jansen al bij eerdere bijeenkomsten van het geschiedeniscentrum in Moskou. “Marc hielp ons met adviezen en literatuur in ons onderzoek naar de ooit verborgen geschiedenis van de politieke repressie”, zei Petrov.
Tijdens een gezamenlijk georganiseerd seminar over problematische toegang tot Russische archieven in Amsterdam, kwamen Petrov en Jansen op het idee om samen een artikel over Jezhjov te schrijven. Petrov werkte in de Russische archieven, Jansen bestudeerde reeds gepubliceerde bronnen in Nederland. Het geplande artikel is uitgeroeid tot een boek dat in april 2002 verscheen in het Engels. In december 2007 volgde de Russische uitgave. “Toen ze aan het onderzoek werkten, was er bijna niets over Jezhov bekend. Er bestaan nu maar twee biografieën van hem: eentje geschreven door Jansen en Petrov, de andere door de Amerikaanse historicus Arch Getty”, vertelt De Jong.
De twee bestaande biografieën verschillen behoorlijk van elkaar. De historicus Getty denkt dat de biografie van Jansen en Petrov vooral gericht is op het hele leven van Jezhjov en zijn werk als hoofd van de Russische geheime dienst, terwijl zijn eigen boek is toegespitst op de eerdere jaren van Jezhjov’s carrière. “Over twee dingen zijn wij niet met elkaar eens. Ten eerste, Jansen en Petrov vinden dat Jezhjov een marionet van Stalin was, terwijl ik denk dat hij een eigen verborgen agenda had en zelfs Stalin wist te manipuleren. Ook nam Jansen bij het voorbereiden van het boek de bekentenissen van de veroordeelden voor lief. Ik denk dat deze informatie niet per definitie juist is. Het zou er gewoon uitgeslagen kunnen zijn door de Russische geheime dienst.”
Getty en Jansen kennen elkaar goed en de verschillende visies staan de vriendschap niet in de weg. “Marc Jansen is heel vriendelijk en open persoon”, zegt Getty. “Hij is altijd heel aardig, je kan haast nooit ruzie met hem krijgen”, bevestigt Van Ree. “Je kan hem nooit op extreme dingen betrappen, zowel privé als in de wetenschap of in de politiek.”
Marc Jansen, 1946
1967-1973 Studie geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam
1979 Promotie aan de Universiteit van Amsterdam
1973-2011 docent Rusissche en Oost-Europese Studies aan de UvA, later onderdeel van het programma Europese Studies.
Daarnaast werkte Marc Jansen voor de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) Universiteit van Utrecht en Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam.
Op verzoek van Organization for Security and Co-operation in Europe (OSCE) werd de wetenschapper meerdere keren gevraagd om toezicht te houden op de verkiezingen in Rusland (1993-2003),Oekraïne (1994-2007), Georgië (2004), Kazachstan (1994), Kirgizië (1995).
Vanaf oktober 2011 verbonden als gastonderzoeker aan de UvA.
Integer, bescheiden, ontzettend fanatiek
Nanci Adler is Ruslanddeskundige en is als senior onderzoeker aan het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies in Amsterdam verbonden. Ze is al jaren bevriend met Jansen. Graag vertelt ze over zijn professionele kwaliteiten. “Marc is ontzettend integer en bescheiden, maar hij is een fanatieke werker. Hij werkt heel nauwkeurig en contentieus. Zo is hij heel precies in het nakijken van werkstukken. Als je iets aan hem vraagt, weet je wat hij aan zijn mening hebt.” Naast de kritische blik op de valkuilen van politiek systeem, bleef Jansen altijd betrokken bij de menselijke kant van het probleem, denkt Adler.
Zijn uitgebreide kennis over Rusland heeft Jansen onder andere te danken aan meerdere bezoeken die hij aan dit land heeft gebracht. Nanci Adler vergezelde de historicus meerdere malen naar Moskou . Daar doken ze samen de archieven in. “Zelfs op zijn verjaardag wilde Marc tot de sluitingstijd in het archief zitten, terwijl ik mijn tenen niet meer voelde. Het was erg koud: de centrale verwarming in Rusland was op 8 oktober nog niet ingeschakeld. Erna zijn we nog op bezoek gegaan bij dissidenten. Niet om zijn verjaardag te vieren: maar ook voor onderzoek.”
Collega’s van Jansen noemen deze passie voor zijn werk typerend. UvA-historicus Ben de Jong deelt al twintig jaar kamer met Jansen. “Hij had geen fulltime baan, ik ook niet. Maar hij was er altijd, vanaf 8.30 ‘s ochtends tot 17.00 in de avond, vergroeid met zijn bureau.”
“Als wetenschapper is Mark geneigd om zich niet heel erg stelling te nemen”, zegt Van Ree. “Hij werkt heel veel, maar is geen workaholic die helemaal doordraait. Hij is een taaie, doorwerkende, stabiele figuur. Geen groot congresganger, hij schrijft niet veel voor de internationale bladen, wel veel voor de Nederlandse. Hoewel artikelen in peer-reviewed bladen op op de universiteiten het meest worden gewaardeerd, hebben wetenschappers ook als taak om hun onderwerpen te populariseren. Om journalistiek te bedrijven, om kennis door te geven. En dat doet Marc veel en goed.”
Ook slavist Hans Driessen zegt dat Marc niet veel theorieën verkondigt. “Maar hij doet wel grondig bronnenonderzoek, wat leidt tot wetenschappelijke meesterstukken zoals het boek over Jezhjov.” Samen met Jansen heeft hij een biografisch woordenboek van dissidenten in Sovjet-Unie geschreven over ruim 3000 mensen die tussen 1956 en 1975 in de oppositie actief waren. Driessen benadrukt het gevoel voor stiptheid van de historicus. “Toen zijn vrouw als correspondent in Moskou in werkte, heeft ze een keer iets fout opgeschreven. Marc heeft toen een ingezonden brief gestuurd om dit recht te zetten.”
Papieren liegen, vooral onder dictaturen
De vrouw van Marc Jansen, de journaliste Laura Starink, kent hem sinds midden jaren zeventig. “Het slavistenwereldje was toen heel klein, er werden altijd feestjes gehouden binnen dezelfde kring. Ik ging voor mijn studie in 1979 naar Leningrad en toen ik terugkwam had ik geen huis meer. Marc was vrijgezel en had een grote woning in het centrum van Amsterdam. Bij hem zat ook de redactie van Rusland-Bulletin, een kritisch blad over Rusland dat in de jaren zeventig en tachtig door Jansen en zijn collega’s werd uitgegeven. Hij had genoeg kamers, dus mocht ik ook bij hem intrekken.”
Starink, tot voor kort werkzaam bij het NRC Handelsblad, zette bij Rusland-Bulletin haar eerste journalistieke stappen. “Dat waren in eerste instantie de vertalingen van de documenten van de dissidenten.”
Als Ruslandkenners voeren Jansen en Starink dagelijks discussies over het land. “Ik plaag Marc regelmatig dat geschiedkunde geen wetenschappelijke discipline is, dat dode bronnen geen bronnen zijn en omdat papieren liegen, vooral in de dictatuur.” Samenwerken doen ze nooit. “Wij hebben een keer ooit samen een stuk gepubliceerd”, zegt Starink. “Je moet niet samen schrijven in een huwelijk. Bovendien ben ik als journalist veel meer betrokken, ik kan snel kwaad worden over een onrechtvaardige situatie. Marc is als wetenschapper veel afstandelijker.”
De twee hebben wel veel samen door Rusland gereisd. “We zijn getrouwd in 1987, puur om de reden dat Marc dan een visum voor Rusland kon krijgen omdat ik in dat jaar als correspondent naar Moskou vertrok. Marc ging lang met onbetaald verlof en ging mee naar Moskou. Dat hielp, want in het begin was het heel zwaar. Het was politiek gezien een spannende tijd. Gorbatsjov was aan de macht en de staatscontrole leek veel minder te worden. Maar je werd wel altijd in de gaten gehouden. Als ik naar een persconferentie van dissidenten ging, werden soms banden van mijn auto lekgestoken. En mijn secretaresse en schoonmaakster werkten voor de KGB.”
Nu gaat Jansen vaak naar Rusland om vrienden en kennissen op te zoeken. Ook wordt hij regelmatig gevraagd om het verloop van de verkiezingen in de voormalige Sovjet-landen waar te nemen.
Door de jaren heen raakte Starink gewend aan het feit dat Marc enorm veel tijd aan zijn werk besteedt. “Als puntje bij paaltje komt, is hij wel de zorgzaamste in het gezin. Toen wij 16 jaar terug onze zoon kregen, had ik het heel zwaar. Ik werkte als adjunct-hoofdredacteur bij de NRC en was veel aan het werk. Toen zorgde Marc dat er altijd melk in de ijskast was, hij deed het huishouden, kookte en haalde onze zoon van school.”
Samen op vakantie lukt nu ook wel. “Marc wordt steeds flexibeler. Hij heeft zelfs al eens op een olifant gezeten, en laatst gesnorkeld.” Dat het werk zijn grootste hobby blijft, ook nu hij met pensioen gaat, vindt Starink geen probleem. Jansen blijft als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. “Hij werkt heel veel, maar het is niet zo dat hij ongezond leeft. Hij heeft alleen geen hobby’s. Op zijn 65ste verjaardag heb ik hem een sportfiets cadeau gegeven. Hopelijk gaat hij daar wat mee doen!”
Sylvia Witteman: versluierd onder humor
Posted By Sabine de Jong On oktober 21, 2011 @ 16:55 In Algemeen, Profiel | No Comments

Sylvia Witteman, foto: Sylvia Witteman
Ze begon met een relatief onbekende kookrubriek in de Volkskrant. Inmiddels is ze de stercolumnist van de krant en heeft ze op Twitter meer dan 30 duizend volgers. Zelf ziet ze elke dag weer als een berg op tegen het schrijven van een stukje. “Als ze me een paar miljoen zouden geven, zou ik stoppen met schrijven.”
Ze vloekt en ze drinkt iedereen onder tafel. Ze is brutaal en heeft een huishouden van Jan Steen. Althans, dat is de Sylvia Witteman (46) zoals ze die neerzet in haar columns en kookboeken.Daarin beschrijft ze opmerkelijke gesprekken die ze stiekem afluistert als ze op straat loopt, zet ze elke maand een bepaald type vrouw in de schijnwerpers voor de Linda, maar schrijft ze ook over doodnormale huiselijke beslommeringen. Alles wordt voorzien van een cynische blik en een groot gevoel voor humor. “Wat ik opschrijf is allemaal echt gebeurd. Maar soms zet ik dingen een beetje aan.” Dat ze af en toe overdrijft is inherent aan haar beroep als columniste, maar wie schuilt er achter het typetje uit de columns?
“Een kwetsbaar meisje”, zegt vader Wim Witteman (72). “En ook druk, chaotisch en altijd bang dat alles mis gaat”, voegt hij eraan toe. “Ze lijkt veel op me: we zijn allebei rommelig, kunnen goed analyseren en zijn niet ambitieus.” Wittemans scherpe pen is volgens hem dan ook een van zijn verdiensten. “Ik heb altijd overal schijt aan en heb mijn kinderen geleerd dat ze alles moeten zeggen wat ze willen.” Dat adagium heeft zijn dochter ter harte genomen. “Ziezo, ik heb al even aan de Seine gezeten. En hij aan de mijne”, twitterde ze toen ze laatst een weekendje in Parijs was.
Zo open en aanwezig als ze nu, is ze niet altijd geweest. Mieke Tillema (66), Wittemans docent Nederlands op het Stedelijk Gymnasium in Haarlem, ziet een groot verschil tussen de huidige Witteman en die van vroeger. “Ze was stil maar niet het type van de in zichzelf gekeerde diepe denker. Ik had de indruk dat die hele school haar geen moer interesseerde en dat ze lak had aan alles.” Volgens Witteman zit ze er niet ver naast: “Samen met twee vriendinnen was ik eigenlijk alleen maar aan het spijbelen en blowen. Ik ben uiteindelijk van school afgegooid. De schooldirecteur heeft toen zelfs nog alle scholen in de regio opgebeld om te voorkomen dat we alle drie weer op dezelfde school zouden komen.”
Het Witteman-beschermingslaagje
Als ze 24 is vertrekt ze samen met haar toenmalige vriend, nu echtgenoot, Philippe Remarque (45), naar Rusland. Hij doet er verslag voor de Telegraaf, zij koopt een fototoestel en biedt haar foto’s aan. “Voor de Telegraaf maakt de kwaliteit van foto’s toch geen flikker uit”, grinnikt ze. Remarque en Witteman zijn een goed duo. Hij spreekt al vloeiend Russisch en regelt een baan voor haar bij de radio. Witteman legt de sociale contacten en heeft binnen een mum van tijd de taal ook onder de knie. Ze wonen samen in een flat waar alle correspondenten zijn ondergebracht. Een van de flatbewoners is collega-journalist Hans Geleijnse (66), die in de jaren negentig in Rusland werkte als journalist voor de GPD. “In het begin vond ik Sylvia maar een grootmuil, een aandachtstrekkertje. Pas later leerde ik door het ‘Witteman-beschermingslaagje’ heen te kijken.” “Haar grote mond was een verdedigingsmechanisme, want vooral in het begin was ze heel onzeker. Sylvia laat zichzelf zien maar houdt de buitenwereld knap op afstand”, vindt Geleijnse. “En daarnaast was dat brutale natuurlijk ook gewoon bedoeld om te provoceren.”

Ook over de dagelijkse beslommeringen wordt getweet. Foto: Twitter
Nog altijd onzeker
Witteman groeit samen met haar broertje en zus op in het Noord-Hollandse Overveen. Serieuze gesprekken werden er thuis eigenlijk nooit gevoerd. Alles wordt altijd opgelost met een kwinkslag en een grap. Ook nu, jaren nadat Wittemans vader, docent op het conservatorium, het gezin verliet voor een negentienjarige studente, wordt het pijnlijke verleden versluierd met humor. “Ik zie mijn vader eigenlijk meer als een gekke oom”, grapt ze. “Maar ze heeft nog altijd verdriet van die scheiding”, denkt Lise Witteman (24), halfzus van de columniste. “Dat zag ik vooral toen Wim mijn moeder verliet voor weer een andere vrouw en de geschiedenis zich herhaalde.” De scheiding was niet het enige in haar jeugd dat haar vormde: op de basisschool werd ze flink gepest. “Ze zag er ook echt niet uit”, vertelt broer Manfred (44), “met een pony tot over haar wenkbrauwen en een grote bril op haar neus”.
Volgens Witteman zelf valt het allemaal wel mee met het verdriet uit het verleden. “Als je mijn leeftijd hebt kun je dingen opeens een stuk beter relativeren.” Toch klinkt de wroeging over haar jeugd zo nu en dan nog door. Ze schreef onlangs nog over haar pesters van vroeger en komt soms venijnig uit de hoek als het om uiterlijk gaat. “Neem nou Renske de Greef [red. columnist voor NRC Next]. Die kan heel erg goed schrijven, maar omdat het zo’n bloedmooi meisje is, is ze toch altijd op een bepaalde manier behandeld. Je ziet in haar stukken terug dat ze nooit echt geleden heeft.”
Dat haar eigen jeugd niet altijd zo zorgeloos was, heeft haar ook iets positiefs gebracht: “Ik heb nog eens wat om over te schrijven”. En ook haar cynisme, waar haar columns om bekend staan, heeft ze naar eigen zeggen te danken aan de dingen die ze in haar jeugd meemaakte.
Curriculum Vitae Sylvia Witteman
Sylvia Witteman is geboren in Overveen op 9 oktober 1965. Ze ging naar het Stedelijk Gymnasium in Haarlem maar stopte voor het einde van de studie. Journalistiek bedrijven leerde ze in de praktijk tijdens haar verblijf in Rusland, waar ze woonde vanaf 1991. Ze deed er voor de TROS verslag voor de radio maar liet haar man de nieuwsberichten schrijven; ze ontdekte al snel dat de ‘serieuze journalistiek’ niets voor haar was. Wat ze wel graag deed was koken en schrijven over koken. Terug in Nederland schreef ze voor de kookrubriek in de Volkskrant. Vanaf 2005 schrijft ze elke zaterdag een column in het Volkskrant magazine. Sinds vorig jaar verschijnt ze ook in de doordeweekse Volkskrant. Daarnaast schrijft ze maandelijks een column voor Linda.
Behalve een rits kookboeken (waaronder Koken met Sylvia Witteman, , Het Lekkerste dier, Het bearnaisesyndroom en De maillardreactie) bracht Witteman ook een aantal niet-culinaire boeken uit (zoals Ik verzin dit niet, Pekingeend bij nacht en Simon Carmiggelt. Een levensverhaal, samen met Thomas van den Bergh).
Naast Moskou verbleef Witteman in Berlijn (1996) en Washington (2007). Sinds 2010 woont ze samen met haar man en drie kinderen in Amsterdam.
Een dag niet gedronken is een dag niet geleefd
Na de periode in Rusland volgde een verblijf in Berlijn en later Washington. “Dat was fijn, ik kon ongegeneerd schrijven over mijn buurvrouw die stiekem wodka dronk uit een waterflesje, want er was daar toch niemand die mijn stukken las. Als ik hier mijn bek opentrek weet direct de hele grachtengordel het.” Naast de kookrubriek die ze vanaf halverwege de jaren negentig voor de Volkskrant schrijft, krijgt Witteman ook een eigen column in het zaterdagse Volkskrant Magazine. Daarin schrijft ze veel over haar gezin, dat inmiddels was uitgebreid met twee zonen, een dochter en een kat.
Aan de verblijven in het buitenland kwam een einde toen echtgenoot Remarque in 2010 werd gevraagd als hoofdredacteur van de Volkskrant. “Toen werd het natuurlijk best lastig: schrijven voor een krant waar je man de baas van is.” Maar van vertrek was geen sprake, ook niet na aanbiedingen van Het Parool en NRC Handelsblad. “Ben ik eindelijk hoofdredacteur, gaat mijn stercolumnist weg”, luidde het commentaar van Remarque op Wittemans suggestie te vertrekken.
Nu schrijft ze vier keer per week voor de Volkskrant en maandelijks een column in de Linda. “Natuurlijk ben ik wel eens bang dat mensen mij zat zijn, maar uit lezersonderzoeken blijkt nog steeds dat ik de favoriet ben, dus daar ga ik dan maar vanuit.” En dus blijft ze schrijven. Over haar kat Lola (“Ik denk dat ze het down-syndroom heeft”), over Jeroen Pauw (die ongegeneerd naar haar borsten staarde toen ze eens een strak truitje droeg), en over haar man (die op datzelfde gestaar geërgerd vroeg “of Jeroen Pauw dat soms bij alle vrouwelijke gasten deed?”. ‘Nee, alleen bij vrouwen met grote borsten’ ).
Nu huisgenoot P., zoals Remarque in de columns wordt aangeduid, hoofdredacteur is van de Volkskrant, is ze terughoudender in wat ze wel en niet opschrijft. “In mijn columns schilderde ik Philippe af als anonieme sukkel. Dat is ie in het echt ook wel maar nu is hij natuurlijk niet meer zo anoniem. Dus dat schrijf ik minder vaak op.”
Waar ze in ieder geval niet terughoudend over schrijft is het onderwerp alcohol. “Ja, ik drink elke dag. Natuurlijk drink ik elke dag! Ik heb het wel eens geprobeerd hoor: een dag niet drinken, maar ik vond het vooral erg saai. Met drank beland je nog eens in geestige situaties en je krijgt er vaak goede ideeën van.”
Munttheemoeders

Witteman heeft een hekel aan munttheemoeders. Foto: Twitter Sylvia Witteman
Ze heeft een hekel aan wat ze zelf omschrijft als munttheemoeders: vrouwen die na het krijgen van kinderen, stoppen met hun baan. Het doet haar denken aan haar eigen moeder, die na de scheiding achterbleef met drie kinderen, zonder baan. Hulpeloos en afhankelijk.
“Ik heb het mijn vader wel eens kwalijk genomen dat hij ons heeft achtergelaten bij een vrouw die het gescheiden leven met drie opgroeiende pubers niet goed aankon. Maar ik heb het net zo goed mijn moeder kwalijk genomen dat ze niet iets van haar leven heeft gemaakt na de scheiding.”
Zelf is Witteman altijd blijven werken, ondanks de moeite die het haar elke keer weer kost om een column te schrijven. “Ze kan heel nerveus zijn als ze een stukje moet tikken”, vertelt halfzus Lise. “Elke dag zit ze weer te zwoegen”, voegt broer Manfred daar aan toe. “Als ze me een paar miljoen zouden geven, zou ik stoppen met schrijven”, beaamt Witteman.
Protserig
Schrijven doet ze naar eigen zeggen dan ook alleen voor het geld, en; “als je dan toch moet werken, is dit wel leuk”. Broer Manfred vindt dat zijn zus nogal eens protserig kan doen met het geld dat ze verdient: “We zijn met armoede opgegroeid. Nu Sylvia geld heeft, kan ze daar soms echt mee showen. Ze geeft dure cadeaus of gaat onnodig vaak met de taxi.” Dat ze als protserig wordt omschreven vindt Witteman geen probleem: “Ik doe het soms zelfs om te treiteren. Dan word ik zo moe van die Hollandse benepenheid, wat dat betreft vond ik het jammer dat ik wegging uit Amerika, daar mag je tenminste trots zijn op succes.”
Volgens haar vader is het schrijven ook de reden geweest dat haar huwelijk nog in stand is. “Toen ze net met Philippe in Rusland zat en nog niet schreef, voelde ze zich heel erg nutteloos omdat ze zo afhankelijk was.” Het schrijven en haar succes zou volgens hem ook een manier zijn om de strijd aan te gaan met haar man, want er zou flink wat concurrentie zijn tussen de twee echtelieden. “Wat een onzin! Dat is nu echt weer iets voor een man om te zeggen”, roept Witteman, “mijn vader is sowieso nogal seksistisch, die ziet vrouwen het liefst gehaktballen draaien. Dat doe ik natuurlijk ook, maar daarnaast werk ik.”
Schrijfster zal ze nog wel even blijven, hoewel de onzekerheid en voortdurende worsteling ervoor zorgen dat Witteman soms nadenkt over een jaartje ertussenuit. “En na dat jaar wil ik dan voor de Libelle schrijven. Dan kan ik alles wat ik nu heb geproduceerd gewoon een beetje omvormen naar Libelle-stijl.” Tot het zover is bedenkt ze zelf maar nieuwe onderwerpen. En blijft ze elke dag zwoegen. Of, zoals ze het zelf omschrijft in een tweet: “Zo. Eén stukje is af. Nu nog één. Kut.”
Lodewijk Asscher: wordt hij Wibaut of Cohen?
Posted By Fleur de Weerd On oktober 14, 2011 @ 17:55 In Profiel | No Comments

Hij is een groot bewonderaar van de populaire, Amsterdamse wethouder Wibaut. Maar hij wordt ook steeds vaker genoemd als opvolger van Cohen in de landelijke politiek. Zit Lodewijk Asscher in een spagaat tussen Amsterdam en Den Haag?
“Of Asscher lijkt op wethouder Floor Wibaut, [7] de machtige?” Pim de Ruiter denkt hard op. De Ruiter was de organisator van het Wibautjaar in 2009, dat gehouden werd ter ere van de invloedrijkste sociaal-democratische wethouder die Amsterdam gekend heeft. Een man die bekend werd doordat hij buiten kaders durfde te denken. “Er zijn parallellen. Asscher is ook een doortastend politicus, goed in campagne voeren en verrichtte zelfs heldendaden toen hij de beursgang van Schiphol [8]tegenhield. Dat was bijna Wibautiaans.” Hij is even stil. “Alleen toen Wibaut in 1936 dood ging, liep de hele stad voor hem uit, dat zie ik bij Asscher vooralsnog niet gebeuren. Zeker niet als hij naar Den Haag gaat, en dat verwacht ik eigenlijk wel.”
Hij is niet de enige. Lodewijk Asscher (37) is de ideale schoonzoon èn politicus. Slim en strategisch, charmant en authentiek. Als telg uit een Joods familie van juristen, politici en diamantairs groeide hij zorgeloos op in de Amsterdamse wijk de Pijp. Nooit gepuberd, nooit ruzie. Gezellig, maar toch zakelijk. Asscher voelt ontzettend Amsterdams, maar de PvdA in Den Haag trekt aan hem. Is het denkbaar hij de overstap zal maken naar de landelijke politiek?
Modelleerling
De perfecte leerling, bevestigt zijn oud-begeleider op de universiteit, hoogleraar informatierecht Egbert Dommering. “Als student bij informatierecht was hij al erg enthousiast en dat is ook tijdens zijn promotie onderzoek (naar brief- en telefoongeheim) zo gebleven.” Er was weinig aan te merken op de leergierige promovendus. “Het is een doener een pragmaticus. Hij wilde dingen gedaan krijgen.” Een streber? “Zijn carrière loopt wel in een bepaalde lijn”, aldus Dommering.
Het was voor hem dan ook geen verrassing dat zijn modelleerling de politiek in wilde. “Hij was altijd al beter in doceren dan in onderzoeken. Dus toen hij op me af stapte en zei dat hij een tijdje voor de PvdA de politiek in wilde, heb ik hem geholpen.” Een tijdje? Politiek was niet blijvend, zei Asscher tegen zijn begeleider. Daarna wilde hij een ander maatschappelijk beroep. “Wat, weet ik eigenlijk niet precies.”
Dommering stelde hem voor aan de huidige burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan. Asscher ging in 2002 op gesprek voor de kandidatenlijst en werd derde op de lijst, tot zijn eigen verbazing. “Hij heeft die commissie blijkbaar kunnen overtuigen. Daarna is hij als meteoor gegaan in de Amsterdamse politiek.”
Rob Oudkerk kan dit beamen. Hij was PvdA-lijsttrekker toen Lodewijk als groentje binnenkwam en financieel medewerker werd. “Hij wist überhaupt niet wat politiek was en had ook geen ervaring met kasboeken. Maar hij heeft het razendsnel geleerd. Hij vroeg gewoon alles. Zo is hij dus. Binnen twee jaar was hij de beste politicus van Amsterdam. Hij is authentiek, mensen denken dat hij geen spel speelt.”
Een vriend, zo durft Oudkerk Asscher wel te noemen. “Niet zo een bij wie je op de koffie gaat, maar wel een die kritisch durft te zijn.” Kritische vrienden heeft Asscher te weinig in Amsterdam, vindt Oudkerk. “Een echte politicus omringt zichzelf met kritische mensen. Vrienden die je hard geselen. Zoals Bill Clinton durfde. Maar in Amsterdam is Asscher omringd door jaknikkers. Behalve zijn vrouw dan.”
Lodewijk, de zonnekoning
CV Lodewijk Asscher
Geboren op 27 september 1974 in Amsterdam.
1992: Gymnasium Sorghvliet (Den Haag)
1995: Propedeuse psychologie, Universiteit van Amsterdam (UvA)
1998: Nederlands Recht, UvA
1998 - 2002: Onderzoeker aan het Instituut voor Informatierecht, UvA.
2002 - 2006: U niversitair docent en onderzoeker, Instituut voor Informatierecht.
2002 - 2006: Lid gemeenteraad Amsterdam, en namens de PvdA wethouder financiën.
2004 - heden: Fractievoorzitter en wethouder openbare orde en veiligheid.
2006 – heden: Wethouder Financiën, Jeugdzaken, Educatie en Project 1012.
Lodewijk Asscher is getrouwd met Jildau Piena, samen hebben zij drie zoons.
“Koning Lodewijk, de zonnekoning”, noemt CDA-gemeenteraadslid Marijke Shahsavari hem gekscherend. “Tijdens de campagne had de PvdA als enige een leus zonder de partijnaam erin: Asscher voor Amsterdam. Dat vond ik toen al veelzeggend.”
Toch herhaalt ze wel vier keer hoe goed ze Asscher als politicus vindt. “Stel ik zeg tegen hem: ‘het is mooi weer ik- denk niet dat het gaat regenen’. Dan zal hij antwoorden: ‘ik hoor u zeggen dat het niet gaat regenen, maar heeft u wel bewijs voor’.” Ze lacht. “Snap je? Hij weet op een subtiele manier jouw verhaal te verdraaien en er mee weg te komen.”
Vuilbekken over de wethouder is bijna niet mogelijk. Ze denkt even na. “Misschien te Amsterdams, of te slim. Maar hij is zo charmant, hij komt eigenlijk overal wel mee weg. Niet op de Mark Rutte [9] manier, authentieker. Bijna vervelend hè? Maar hij is een strategisch en handig politicus. Ze zouden bij de PvdA wel gek zijn als ze hem niet landelijk inzetten.”
Er schiet haar iets negatiefs te binnen. “Hij neemt vaak een voorschot op het debat door eerst naar de krant gaan en dan pas zijn collega’s te waarschuwen. Maar dan maakt hij zijn excuses en komt hij er toch weer mee weg.”
Volgens vriend Oudkerk komt hij er niet mee weg en is hij ijdel geworden. “Wat wil je, het brengt een druk met zich mee als iedereen je geweldig en authentiek vindt. Bovendien wordt hij binnen de PvdA Amsterdam als de wonderboy gezien. Daar krijgt iedereen slappe knieën van uiteindelijk. En ga je politieke blunders maken.”
Hij doelt op de kritiek die Asscher uitte op kabinet-Rutte in de Volkskrant [10]in september. De Amsterdamse politicus rekende de Haagse premier feilloos voor welke kortingsmaatregeldingen wie zouden treffen, en voegde daar aan toe: ‘Ik ken heel nette, rechtse mensen die dit niet op hun geweten willen hebben.’
Oudkerk: “Begrijp me niet verkeerd het was politiek geweldig slim wat hij daar zei, maar door het zelf te doen zette hij oom Job buitenspel. Een blunder. Dit kan niets anders dan voortgekomen zijn uit misplaatste ijdelheid. Dat was de Lodewijk van vroeger nooit gebeurd.”
Typisch Lodewijk
Asschers vroegere persvoorlichter en nu VVD-wethouder in Amstelveen, Herbert Raat, is het niet met Oudkerk eens. “Asscher maakt gewoon zijn eigen keuzes, hij waait niet met alle winden mee. Toen hij de Amsterdamse aandelen van Schiphol niet wilde verkopen, probeerde een zogenaamde ‘captain of industry’ Peter Jan Kalff [11]hem tegen te houden door te vagen: ‘Pas je wel op je carrière?’ Asscher ging daar totaal niet op in. Het zal allemaal wel, zei hij, maar ik wil het gewoon niet hebben.”
Prettig voor een persvoorlichter. Raat lacht. “Niets is erger als je als persvoorlichter bij een bestuurder komt die geen eigen keuzes maakt, zo iemand met een lijstje actiepunten. Dan moet je gelijk weg zijn. Asscher niet hoor, hij zette door op zijn onderwerpen, ondanks tegenstand.” Heeft hij ooit last gehad van tegenstand dan? “Absoluut. Nu vind iedereen zijn onderwijsplannen briljant maar destijds waren veel schoolbestuurders en partijprominenten van de PvdA boos op hem. ‘Waar bemoei je je mee?’, zeiden ze. Ze vonden dat een wethouder zich alleen moest bemoeien met schoolgebouwen en leerplicht.”
De manier waarop hij met tegenstand omging was subliem, aldus Raat. “Hij maakte alle wantoestanden bekend en op welke scholen. Daarna ging hij met alle schoolbestuurders om tafel zitten en vroeg: ‘wie van jullie zou zijn kinderen naar een van deze scholen brengen?’ Typisch Lodewijk.”
Iemand die zich niet gek laat maken door de waan van de dag, schetst Raat. “Ik kan me nog herinneren dat we een keer een crisis hadden over de inburgeringcursussen. Maar hij had papamiddag dus ging gewoon met zijn kind naar de speeltuin. Daar kwam hij een journalist tegen die hem verbaast vroeg of hij niet in de Stopera moest zijn. ‘Neuh’, zei Asscher, ‘die dingen kan ik nu toch niet veranderen’.”
Verpieteren in Den Haag
Zijn oom Edward Asscher, voormalig Eerste Kamerlid voor de VVD, schaart zijn neef in het rijtje Wouter Bos en Camiel Eurlings wat betreft mannen die voor hun familie durven te kiezen boven de politiek. “Zijn gezin is erg belangrijk voor hem. Hij overlegt alles met zijn vrouw.”
“Of ik het niet jammer vind dat Lodewijk niet bij de VVD zit?” Edward Asscher lacht. “In onze familie is de VVD prima vertegenwoordigd. Bovendien moet hij dat soort keuzes hij zelf maken. Qua karakter zou hij prima bij de VVD passen, maar qua overtuigingen past hij beter bij de PvdA.”
“Wat hij in zijn leven ook gaat doen, het zullen altijd beroepen zijn waarin hij zich bezig kan houden met mensen en hun grondrechten”, vult Dommering hierop aan. Volgens zijn oud-docent wil Asscher geen beroepspoliticus zijn. “Het is voor mij niet vanzelfsprekend dat hij naar Den Haag gaat. Misschien wil hij hierna wel advocaat worden. In ieder geval altijd iets waarmee hij iets voor de grondrechten van mensen kan doen. Iets goed doen.”
Vooralsnog heeft Asscher te kennen gegeven het Binnenhof niet te betreden, omdat hij nog niet klaar is met de hoofdstedelijke politiek. Raat denkt dat Asscher het überhaupt niet wil. “Hij houdt van Amsterdam en hij weet dat Den Haag niet zaligmakend is. Maar aan de andere kant, iedereen heeft het nu over PvdA en Asscher zou wel eens de enige manier kunnen zijn om die partij stabiel te maken. Dus voor het algemeen belang zou ik zeggen: doen.”
Oudkerk weet zeker dat Asscher uiteindelijk wel gaat. “Hij zegt wel dat hij niet naar het Haagse wil, maar als hij gevraagd wordt voor het lijsttrekkerschap zegt hij: ‘wow’. Maar hij gaat het niet overleven, het zwarte gat in Den Haag is te groot en hij heeft geen maatschappelijke ervaring. Ik hoop wel dat hij nee zegt, want hij verpietert daar. Daar kan hij niets voor elkaar krijgen, alleen maar kaders scheppen.”
De vraag is dus uiteindelijk of Asschers liefde voor Amsterdam en dingen gedaan krijgen kan winnen van zijn ambitie. De Ruiter: “Wibaut koos er na een lange carrière in Zeeland bewust voor zich in te gaan zetten voor de publieke zaak in de hoofdstad. Zijn einddoel was Amsterdam. Asscher begon in Amsterdam, ik moet nog zien of dat genoeg voor hem is.”
Bram Moszkowicz: hardwerkende glamouradvocaat
Posted By Sarah Venema On oktober 14, 2011 @ 17:40 In Algemeen, Profiel | No Comments

Bram Moszkowicz, foto: Nova College Tour
Bram Moszkowicz houdt van mooie vrouwen. En van auto’s, van het merk Ferrari bijvoorbeeld, of Jaguar. Televisieoptredens ontspannen hem. En de media berichten maar wat graag over de escapades van de advocaat met het golvende, grijze haar en de Italiaanse maatpakken.
Zijn privéleven ligt zo’n beetje op straat en hij lijkt als advocaat betrokken bij bijna iedere misdaadzaak waar media op afkomen. Bram Moszkowicz is misschien wel de bekendste advocaat van Nederland. Nog altijd zijn vele verdachten en misdadigers bereid tussen de 300 en 500 euro per uur te betalen voor zijn rechtsbijstand. Maar is Moszkowicz eigenlijk ook een goede advocaat?
Collega Gerard Spong zegt volmondig ‘ja.’ Hij was zelf de advocaat van Moszkowicz in een kort geding tegen Jort Kelder, maar heeft ook vaak als collega naast hem in de rechtszaal gestaan, zoals in 1994 in het strafproces tegen Patrick Kluivert die (mede) verdacht werd van groepsverkrachting. Spong: “Bram combineert zijn uitstekende oratorische kwaliteiten met een goede kennis van de wet.”
Moszkowicz’s manier van optreden in de rechtszaal is door de jaren heen veranderd, vindt Spong. “Ik kan me nog goed de zaak met de Hakkelaar herinneren. Bram verdedigde hem samen met zijn vader. ‘Meneer de president, het is nog een jonge hond’, zei zijn eigen vader over hem. Dat jonge hondengedrag is er nu wel af. Hij is rustiger geworden. Gerijpter.”
Geboren met een pak aan
Abraham Maarten Moszkowicz werd geboren in 1960 in Maastricht. Hij is de zoon van Max Moszkowicz – een holocaustoverlever– die zich in 1958 in Maastricht vestigde als advocaat en al snel uitgroeide tot de bekendste van Nederland. Bram en zijn broers David, Baruch en Max jr. groeiden op met advocatuur. Alle vier kozen ze voor een studie rechten.
Bram Moszkowicz studeerde aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Hij viel er op als zuiderling, zegt zijn voormalig hoogleraar rechtsfilosofie Hendrik Kaptein. “Het was alsof hij met een pak aan geboren was. Hij was zelden of nooit informeel gekleed. Hij sprak met een andere tongval, dat hoor je nog steeds een beetje. Hij had een andere levensstijl. Meer Bourgondisch. Levendiger.”
Inhoudelijk viel Moszkowicz niet op. “Ik had niet de indruk dat hij enorm slim was”, zegt Kaptein. Hij vraagt zich af of de advocaat net zo succesvol was geworden als hij geen telg uit de advocatendynastie was geweest. “Moszkowicz heeft duidelijk een behoorlijke kruiwagen gehad. Hij had het gespreide bed van het bestaande kantoor voor zich klaarstaan.” De hoogleraar zag niet zondermeer een toekomstig succesvolle advocaat voor zich zitten in de collegebanken. “Moszkowicz was niet het type student dat tijdens een werkgroep veel vragen stelde. Hij werkte wel goed denk ik, maar niet overdreven veel.”
Zelf beaamt de advocaat dit in het boek Recht in de ogen van mr. Abraham Moszkowicz, een boek uit 1998 gebaseerd op interviews met misdaadjournalist John van den Heuvel. “De studie was erg theoretisch”, zegt hij daarin, “ik was er snel van doordrongen dat ik het van de praktijk moest hebben”. Hij streefde er niet naar om cum laude af te studeren. Zevens of soms een zes of een acht vond hij voldoende. Liever volgde hij de rechtszaken van zijn vader. Toen hij in 1984 afstudeerde stond Moszkowicz ‘te popelen’ om zelf op te treden in de rechtszaal.
Aanvallen met een omweg
“In zijn pleidooien is het de toon die de muziek maakt”, zegt John van den Heuvel nu. “De toon van Bram Moszkowicz is niet hard. Je ziet soms dat advocaten op de man spelen in zaken waar de officier van justitie zwaar onder vuur ligt. Dan hakken ze gelijk op hem in. Moszkowicz zou dat niet snel doen. Die prijst de officier van justitie eerst de hemel in en spreekt over al zijn verdiensten. Het venijn zit hem vervolgens in de staart, dan valt hij alsnog aan. Het is een chiquere manier van aanvallen, met een omweg. Hij probeert een bepaalde mate van beleefdheid in acht te nemen.”
Met resultaat. “Ik weet van rechters dat ze het prettig vinden als Moszkowicz optreedt”, zegt Floris Bannier. Hij is bijzonder hoogleraar advocatuur aan de UvA en voormalig deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten. “Zelf heb ik hem nooit zien optreden, maar ik hoor dat hij een goede presentatie geeft. Hij is deskundig en komt terzake. Moszkowicz vertelt geen onzin en houdt een duidelijk verhaal.”
“Af en toe neemt hij wel veel risico’s”, zegt Gerard Spong. “Soms moet je in het getuigenverhoor beslissen: stop, ik ga niet verder met vragen. De kans dat een getuige een onwelgevallig antwoord geeft, wordt dan groter. Bram Moszkowicz is eerder bereid om door te vragen, waar ik zelf zou stoppen. Die beslissingen moet je maken in een fractie van een seconde. Het is moeilijk om in te schatten en blijft riskant. Maar dat betekent niet dat het een slechte eigenschap is. Het is tot nu toe altijd goed gegaan.”
Altijd voorbereid
Moszkowicz bereidt zich altijd goed voor, zegt Spong. “Er zijn legers advocaten die zonder pleitnota verschijnen en gewoon een verhaal ophouden. Hij bereidt dikke, goed doortikte pleitnota’s voor, van meerdere pagina’s. Niet dat de dikte echt iets zegt, maar hij levert wel iets af bij de rechter. Dat is een heel belangrijk punt om kwaliteit te meten.”
Die pleitnota’s zijn nauwgezet voorbereid, vertelt Moszkowicz in het boek van John van den Heuvel. “Aan een grote, complexe zaak werkt ons kantoor in de regel met meerdere advocaten. Ik lees als eerste het dossier, daarna een van mijn medewerkers. Dit heeft als voordeel dat een dubbele controle plaatsvindt. Daarna overleggen we en geef ik de grote lijn van de verdediging aan. (…) Daarna maakt een van de medewerkers een concept-pleitnota, waar ik nog eens met de ‘stofkam’ doorheen ga om vervolgens zelf de definitieve versie van de pleitnota te produceren.”
Curriculum Vitae
Bram Moszkowicz
Geboren op:
26 juni 1960, te MaastrichtOpleiding:
Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Afgestudeerd in 1984Huwelijkse staat:
Tweemaal gescheiden, drie kinderenLoopbaan:
Sluit zich na zijn studie aan bij de maatschap Moszkowicz.
1993
Betrekt huidige kantoorpand aan Herengracht. Daarvoor huurpand aan Keizersgracht
1996-1998
Verdedigt met zijn vader Johan V., bijnaam De Hakkelaar
1997
Verdedigt Desi Bouterse, Surinaamse oud-legerleider en drugsbaron.
2003
In hoger beroep vrijspraak voor André de Vries, hoofdverdachte van de Enschedese vuurwerkramp.
2005
Televisieprogramma ‘De nieuwe Moszkowicz’
2006-2007
Verdedigt Willem Holleeder
2007
Kort geding met Jort Kelder
2010-2011
Verdedigt politicus Geert Wilders (Oordeel: vrijspraak)
Te veel show, te weinig inhoud
Of een advocaat goed of slecht is, is lastig in cijfers te vatten. Het aantal vrijspraken zegt weinig. Vrijspraak kan te maken hebben met de kwaliteit van de advocaat, maar ook met de aard van de zaak. Is er veel of weinig bewijs tegen de verdachte? En heeft het Openbaar Ministerie fouten gemaakt? In sommige zaken is vrijspraak ook voor de best denkbare advocaat niet haalbaar.
Hoogleraar Kaptein vindt Moszkowicz niet zondermeer een goede advocaat. “Hij legt te veel nadruk op de show en te weinig op de inhoud van de zaak. De kerntaak van de advocaat is het verdedigen van je cliënt. Rondom Moszkowicz is er te veel ruis.”
Ruis. De advocaat is tijdens zijn carrière meerdere keren in opspraak geraakt. Recentelijk nog, vanwege vermoede belastingontduiking. Volgens NRC Handelsblad kreeg de advocaat een boete en een naheffing van de belastingdienst. Anonieme bronnen lieten het dagblad weten dat de advocaat tussen 2003 en 2006 meer dan één miljoen euro belastinggeld zou hebben ontdoken en dat er een onderzoek komt naar de jaren daarna. Zelf spreekt de advocaat over een ‘zakelijk geschil’ met de belastingdienst.
Zo zijn er meer incidenten. In 1998 werd de advocaat berispt door de Amsterdamse Raad van Discipline [12], die klachten over advocaten behandelt.
In 2007 ontstond er een conflict tussen Moszkowicz en toenmalig Quote-hoofdredacteur Jort Kelder, die hem ‘maffiamaatje’ noemde. Volgens Kelder zou Moszkowicz te vriendschappelijke banden hebben met zijn cliënt Holleeder. Het liep uit op een rechtszaak. En dan is er nog het ‘dansje met Bouterse’, dat gefilmd werd tijdens een feestje waar zijn cliënt Desi Bouterse ook aanwezig was. De incidenten leidden tot afkeurend commentaar van confrères en zelfs zijn eigen vader eiste uitleg.
Hoogleraar Floris Bannier vindt Moszkowicz een goede advocaat, maar keurt zijn aanwezigheid in de media af. “Ik vind persoonlijk ijdelheid en tv-belustheid geen goede eigenschap voor een advocaat. Als de advocaat alle aandacht opeist, leidt dat af. Misschien niet heel veel, maar wel een beetje. Of het echt invloed op de zaak heeft kun je niet meten, maar een goede invloed zal het in ieder geval niet hebben. Als de rechter de zaal binnenkomt en hij ziet bekende x dan denkt hij: o, die zag ik gisteren nog op tv. Dan denkt hij dus even niet aan de zaak.”
Volgens Gerard Spong valt dat allemaal wel mee. “De rechters in Nederland zijn professioneel genoeg om zich niet te laten beïnvloeden door het gegeven dat iemand wel of niet in de media verschijnt. En in 90 procent van de gevallen komen de media naar hem toe. Het overkomt hem. En hij gaat het niet uit de weg.”
Glamouradvocaat?
De media springen ook vaak in op het privéleven van Moszkowicz. Soms ongewild, zoals de media-aandacht voor zijn relatie met voormalig NOS-nieuwslezeres Eva Jinek, soms gewild. Want Moszkowicz zoekt ook vaak zelf de media op. Hij is panellid bij RTL-boulevard, werkte mee aan tv-programma’s zoals College Tour, Zomergasten en een programma op Radio 538 en brengt binnenkort een boek uit, door de uitgever omschreven als ‘een kijkje achter de schermen van de beste strafpleiter van Nederland’. In 2007 had hij zijn eigen talentenjacht voor jonge advocaten. De hoofdprijs was een tweejarig contract voor het kantoor van Moszkowicz. Met de winnares heeft hij daarna een relatie gehad.
John van den Heuvel roemt de publicitaire vaardigheden van Moszkowicz. Hij benadert de advocaat geregeld met het verzoek het verhaal van een cliënt in de Telegraaf te vertellen. Voor de berichtgeving over zijn cliënten houdt Moszkowicz altijd de controle. Gaat het niet zoals hij het wil, dan kan de journalist een boze advocaat verwachten. “Ik weet nog dat ik een verhaal had gemaakt over Bouterse. Daarna heb ik drie kwartier met Moszkowicz aan de telefoon gehangen. Het is niet zo dat we schelden maar het zijn niet de meest plezierige telefoontjes. Je moet echt alle zeilen bijzetten om hem van repliek te dienen. Ik ben uiteindelijk onafhankelijk in mijn keuzes. Dan is hij een week boos. Daarna trekt hij wel weer bij.
“Er is een misplaatst beeld ontstaan van Moszkowicz als glamouradvocaat, benadrukken Spong en Van den Heuvel. “Er wordt altijd een beeld van hem geschetst als advocaat die zijn kantoorgenoten de kastanjes uit het vuur laat halen terwijl hijzelf van lunch naar première gaat”, zegt Van den Heuvel. “Dat is echt niet aan de orde. Hij is een keiharde werker die wel tussen de 60 en 80 uur per week werkt. Hij houdt van mooie dingen, mooie auto’s en mooie vrouwen.” Spong: “En daar is niets mis mee.”
Cor Schlösser: de verpersoonlijking van de Melkweg
Posted By Simon Blok On oktober 14, 2011 @ 17:10 In Algemeen, Profiel | No Comments
Hij stond veertig jaar lang aan het hoofd van de Melkweg in Amsterdam. Cor Schlösser (65), directeur vanaf dag één, nam in september afscheid. “De Melkweg was zijn kindje.”

© Tim van Veen / Melkweg
De hasj ging van de menukaart en de Perzische tapijten aan de muren maakten plaats voor strakke, witte wanden. Cor Schlösser (65), directeur van de Melkweg vanaf het begin, zag in de jaren tachtig in dat de Melkweg haar hippie imago kwijt moest raken. Het cultureel programma moest centraal staan, vond de directeur. Niet het samenzijn en de sfeer. En daar was niet iedereen blij mee. “Ik ben niet de directeur geweest die veranderingen tegenhield,” zegt Schlösser zelf over de transformatie van de Melkweg. “Ik ben altijd voor de troepen uitgelopen, vaak met bezwaren van anderen.”
Dit jaar stapt Schlösser op als directeur van de Melkweg. In 2011 is het cultureel centrum niet meer het hippiehonk van vroeger. Vorig jaar trok de uitgaansgelegenheid 420 duizend bezoekers – meer dan ooit. De Melkweg begon in 1970 als zomerproject toen theatergroep DAT, waar Schlösser deel van uitmaakte, een geschikte locatie vond voor een voorstelling: een voormalige melkfabriek aan de Lijnbaansgracht, op een steenworp van het Leidseplein in Amsterdam. Als naam werd de Melkweg gekozen, met een knipoog naar het kosmische, hippie-tijdbeeld. En ja, de melk was weg. Na de tweede succesvolle zomer werd het idee geboren om er een permanent cultureel centrum van te maken. Met Schlösser aan het hoofd.
Een onverstoorbare mastodont
Een doorzetter. Een optimist. Iemand die weet wat hij wil. Bekenden van de in Kerkrade geboren Schlösser zijn het erover eens. Als hij een doel voor zichzelf heeft gesteld, is hij er niet makkelijk van af te brengen. “Zijn voornaamste doel was de Melkweg laten meetellen in de veranderende wereld van de popmuziek,” zegt Erik Backer, sinds 1988 zakelijk directeur van de Melkweg en Schlössers ‘nummer twee’. “Daarbij heeft hij altijd gezocht naar schaalvergroting en uitbreiding van de Melkweg.”
“Cor is een mastodont, een onverstoorbaar type, een bizon die maar doorgaat,” vindt Paradiso-directeur Pierre Ballings. “Cor is altijd erg overtuigd van zijn eigen mening en moeilijk van gedachten te brengen,” zegt Arjen Davidse, hoofd Pop, Jazz en Wereldmuziek bij Muziek Centrum Nederland (MCN). Hij kent Schlösser nu zo’n twintig jaar. Eerst als voorzitter van Stichting Popmuziek Nederland, later het Nationaal Pop Instituut, en nu als bestuurslid van MCN. “Je moet wel heel erg goede argumenten hebben bij Cor. Anders gaat hij gewoon stellig door.”
“Hij hoort zichzelf ook wel graag praten,” zegt Backer. “Cor is niet meteen overtuigd van het voordeel om naar anderen te luisteren. Het moet wel heel helder verwoord, goed en verrassend zijn om hem te overtuigen. Hij houdt vast aan zijn doel. Gelukkig waren de doelen die hij stelde altijd goed voor de Melkweg.”
Van hippie tot zakenman
In 1995 was de ombuiging van de Melkweg van psychedelisch hippiehonk tot cultureel centrum voltooid. De Melkweg liet zich in met het bedrijfsleven. Frisdrankmerk Pepsi sponsorde de nieuwe zaal ‘The Max’ die werd vernoemd naar het drankje. En dat terwijl er in de Melkweg tot 1983 geen Coca Cola werd geschonken omdat het personeel het grote bedrijf ‘imperialistisch en derhalve principieel fout’ vond.
Ook Schlösser veranderde in een zakenman. Hoewel je hem met die laatste term geen plezier doet. “Hij gaat met de tijd mee,” zegt geluidstechnicus en DJ Robin Schlösser over zijn vader. “Af en toe vergeet ik dat hij al 65 jaar oud is. De Melkweg en de popmuziek hebben hem jong gehouden. Bovendien is hij een fervent sporter. Hij tennist al 25 jaar.” Stef Wild Meyboom is een goede vriend van Schlösser en werkte van 1982 tot 1987 als barmedewerker van de Melkweg. “Cor heeft nooit gewacht met veranderen,” Wildt Meyboom. “In de jaren tachtig heeft hij goed aangevoeld dat er van het hippie-imago moest worden afgestapt om de Melkweg met de tijd mee te laten gaan.”
“Zijn nieuwe, jonge vriendin – een Hongaarse programmeur uit Boedapest – heeft hem ook aanmerkelijk jonger gemaakt,” lacht een bekende van Cor. “Terwijl hij vroeger shag rookte en alleen zwarte jasjes droeg, draagt hij nu moderne, hippe kleren.”
Details, details, details
Cor Schlösser wordt omschreven als een ‘allesvriend’. “Hij is altijd erg beleefd en vriendelijk,” zegt Arjen Davidse. “Zijn stem zal hij nooit verheffen. Maar hij kan soms ook streng zijn. Ik weet nog dat ik hem een conceptversie gaf van een niet heel belangrijke tekst voor het MCN. Toen ik het terugkreeg, had Cor het bewerkt met een rood pennetje. Terwijl het mij ging om de grote lijnen. Hij had alles tot in de puntjes gecorrigeerd en alle typefouten eruit gehaald als een schoolmeester. Cor is een echte perfectionist. Iemand die alle details intensief in de gaten houdt.”
Een directeur die moeilijk delegeert? “Als hij hoorde dat er een plankje voor glazen mistte achter de bar, dan was hij daar ook mee bezig,” zegt zoon Robin, die als DJ nu zo’n veertien jaar plaatjes draait in de Melkweg. “Mijn vader was met alles intens betrokken.” Zakelijk directeur Erik Backer herkent dat. “Cor is een control freak. Hij geeft dingen niet makkelijk uit handen, maar dat moest natuurlijk wel. Daarom wilde hij dat er voortdurend aan hem werd gerapporteerd.” Backer lacht: “Hij hield zich met allerlei dingen bezig die niet tot het takenpakket van een algemeen directeur behoren, zoals: ‘Wat is nou de handigste hendel op de voordeur?’ Hij was altijd aan het werk. Zelf zei hij: ‘Ik heb helemaal niet het gevoel dat ik een baan heb.’ De Melkweg was zijn kindje.”
CV Cor Schlösser
geboren: 17 juni 1946 te Kerkrade
burgelijke stand: ongehuwd, één kind
Opleiding
1958-1964 HBS-A
1964-1969 Universiteit van Amsterdam (Duitse taal- en letterkunde)
1969-1972 Universiteit van Amsterdam, Psychologie
1968 Cursus Toneelschool Amsterdam en toelatingsexamen
1968-1970 Acteur Documentair Actueel Theater (DAT)
Huidige functies
Voorzitter bestuur Nationaal Pop Instituut
Voorzitter bestuur Amsterdam Roots Festival
Bestuurslid Paradiso-Melkweg Productiehuis
Bestuurslid 5 Days Off Media
Bestuurslid Stichting Spinn Off
Bestuurslid Samenwerkende Leidseplein Theaters
Uitbreidingsdrang
Schlösser heeft altijd een goed oog gehad voor de ontwikkelingen in de markt van de popmuziek, zegt Backer. “Bands zijn bijvoorbeeld steeds meer eisen gaan stellen bij optredens. Veertig jaar geleden droegen muzikanten hun spullen zelf naar binnen. Nu komt een reader van 30 bladzijden aan eisen binnen.” Schlösser wilde aan deze eisen kunnen voldoen. De Melkweg moest uitbreiden. Schlösser wil dan, vijftien jaar geleden, opstappen maar schrijft nog één bouwplan. En ‘dat duurde allemaal wat langer dan gepland’. Pas in 2005 begon de bouw van de Rabozaal: een tweede theaterzaal voor de Stadsschouwburg boven de Melkweg. Zo kon The Max tien meter worden verlengd.“Het idee voor een tweede theaterzaal bestond in principe al heel lang,” zegt Melle Daamen, directeur van de Stadsschouwburg. “Maar het bouwplan van Schlösser zorgde dat er vaart in kwam.”
Het geld voor de verbouwingen verzamelde Schlosser door samen te werken met de politiek en sponsoren. Volgens Erik Backer deed hij dat heel strategisch. “Met gevoel voor humor zorgde hij voor een prettige sfeer in de onderhandelingen, maar hij eindigde altijd met een scherpe zakelijke benadering. Commerciële bedrijven, zoals Heineken, verwachtten dat niet. Ze dachten: de Melkweg is het product van jaren zeventig en cultuur is toch een softe sector. Dat heeft Cor goed kunnen uitbuiten met zijn zakelijke inslag.”
“Als Cor iets wil afdwingen, heeft hij aan een paar formuleringen genoeg,” zegt Arjen Davidse over zijn onderhandelingen met Schlösser. “Het zit hem vaak in kleine woordjes. Opeens ben ik niet meer Arjen, maar word ik aangesproken met ‘jongen’. Dan doet hij een beroep op het generatieverschil tussen ons. Zo neemt hij heel subtiel en diplomatiek afstand. Dat merk je ook aan zijn lichaamstaal. Als hij een soort van quasi-irritatie laat blijken, dan weet je: ‘Oké, hij wordt ongeduldig. Nu is het serieus.’”
Toch gaat hij niet snel een confrontatie aan, zegt zoon Robin. “Daar houdt hij niet van. Die gaat hij liever uit de weg.” Davidse herkent dat. “Hij kan heel goed de suggestie wekken dat het tot een conflict kan komen, maar dat komt er nooit echt van. Hij is heel goed in het masseren en ontwijken van werkelijke confrontaties.”
Liefhebber
Cor Schlösser is boven alles een muziekliefhebber. Arjen Davidse: “Tijdens onze internationale trips dook hij alle platenzaakjes in. Om vervolgens met 25 lp’s en cd’s naar buiten te komen. Hij kocht alles, luisterde alles en hield alle hypes nauwlettend in de gaten.”
“Cor weet ontzettend veel van muziek,” zegt Melle Daamen. “Dat lijkt voor de hand te liggen, maar hij weet heel veel van alle muzieksoorten. Dat heeft me wel verrast.” Backer: “De muziekprogrammering heeft hij altijd van heel dichtbij in de gaten gehouden. Hij deed suggesties en vroegen dingen als: ‘Waarom bieden we dit aan?’ En: ‘Waarom staan zij in de Paradiso en niet hier?”
Andersom gebeurt dat ook. “Als er dingen in de Melkweg staan, die ik in Paradiso had willen hebben, dan is de kamer af en toe te klein,” zegt Paradiso-directeur Pierre Ballings. “Er is een soort vriendschappelijk gehakketak tussen ons met grapjes over en weer. We concurreren tenslotte scherp. Soms te scherp in de ogen van Cor en de Melkweg programmeurs. We bieden af en toe weleens over elkaar heen, maar dat is soms nodig.”
‘Mismanagement’
In de zomer van 2007 had de Melkweg financiële problemen, omdat de verbouwing van de Rabozaal duurder uitviel. “De verbouwing van de Stadsschouwburg werd geheel gesubsidieerd,” vertelt Ballings. “En Cor was in de veronderstelling dat dat ook gold voor de bijbehorende uitbreiding van de Melkweg.” Volgens Schlösser verzekerde een ambtenaar op het stadhuis hem via de mail dat de Melkweg zich ‘geen zorgen’ hoefde te maken. Ballings: “Het is een beetje dom dat het nooit zwart op wit is vastgelegd. Dat is misschien wat naïef geweest. Maar Cor ging er vanuit dat het geregeld was, anders had hij het bedrag ervoor wel gereserveerd.” Uiteindelijk sprong de gemeente bij met 500 duizend euro aan subsidie en een lening van 750 duizend euro.
“Een bedrag van niks gezien de totale kosten van de verbouwing”, zegt Paradiso-directeur Ballings. “Cor heeft hier geen risico genomen. Dat hadden ze links of rechts om wel gefinancierd gekregen.”
Maar Amsterdamse politici spraken van ‘mismanagement’. “Het is vermoedelijk de zwaarste tijd geweest voor hem in die veertig jaar,” zegt Davidse. “Hij werd publiekelijk aan de schandpaal genageld. Je merkte aan zijn houding dat het hem kwetste. Hij voelde zich machteloos. Er dreigde een negatieve stempel te komen op zijn mooie carrière.” Maar zijn doel werd gerealiseerd. In 2008 ging de Rabozaal open. “Het rustig uitbouwen van de Melkweg en zijn uithoudingsvermogen daarbij, dat is zijn grootste prestatie”, aldus Paradiso-directeur Ballings.
“Als je als directeur – ten onrechte – wordt afgeschilderd als iemand die een zaal naar het faillissement heeft geleid door mismanagement, heb je blijkbaar iets fout gedaan,” zegt Cor Schlösser. “Maar als ik het over mocht doen, zou ik op alle beslissende momenten precies hetzelfde doen.”

Bron: De Melkweg
Sjuul Paradijs: eigenwijze vox populi
Posted By Emiel van Dongen On oktober 7, 2011 @ 17:25 In Profiel | No Comments
De oplage van zijn krant blijft dalen. Hij moest gedwongen afscheid nemen van zijn sterverslaggever Martijn Koolhoven. Er is kritiek op zijn stugge houding en zijn gebrek aan openheid. Toch staat het gezag van Telegraaf-hoofdredacteur Sjuul Paradijs niet ter discussie.

Sjuul Paradijs (rechts) met voormalig verkeersminister Camiel Eurlings
De fractievoorzitters van de Tweede Kamer hadden rond de eeuwwisseling hun periodieke reis naar de Nederlandse Antillen. In hun kielzog reisden een aantal parlementaire verslaggevers mee, onder wie Sjuul Paradijs (1962). Terwijl de verslaggevers van de andere media keurig verslag deden van het gesprek met de bestuurders op Sint Eustatius, koos Paradijs een ander onderwerp. Hij had ergens opgevangen dat de loslopende geiten op het eiland veel overlast veroorzaakten. ‘Geiten vreten tropisch eiland kaal’ kopte De Telegraaf de volgende dag.
Het is het eerste wat iedereen te binnen schiet als ze gevraagd worden naar zijn grootste kwaliteit: Paradijs voelt precies aan wat de Telegraaf-lezer voorgeschoteld wil krijgen. Sjuul is de vox populi.
Ook parlementair verslaggever van de Volkskrant Jan Hoedeman heeft zo’n anekdote: “Bij de wekelijkse persconferentie van toenmalig premier Wim Kok deelden ze persberichten uit. Paradijs zat als altijd vooraan, las het persbericht en riep hard uit: ‘Honderd miljoen gulden Kok, is dat niet wat veel voor een museum?’ Alle journalisten natuurlijk lachen. Dat is Paradijs, hij heeft een superantenne voor hoe de Telegraaf-lezer denkt.”
De Telegraaf, dat is gewoon zeggen wat je vandaag meent, indien nodig luidkeels. Het is boven op het nieuws zitten, spraakmakende verhalen brengen, de mens altijd centraal stellen en – niet in de laatste plaats – voor voldoende ophef en vertier zorgen. Het is te lezen in Het geheim van De Telegraaf, Mariëtte Wolfs proefschrift over de geschiedenis van deze krant.
Paradijs – twee meter lang, behoorlijk lijvig, schoenmaat 49 – glorieert in al deze punten. Hij bezit ‘100% Telegraaf-dna’, zoals ze dat binnen de Telegraaf-familie noemen. Onder zijn leiding voert de krant ook weer een meer uitgesproken, populistischere koers. Dat leidt nog wel eens tot een incidentje. Het levert Paradijs veel kritiek op, waar hij zich weinig van aantrekt. En daar lijkt hij mee weg te komen.
Bijzondere verdiensten
Paradijs las thuis al op jonge leeftijd De Telegraaf. Toch is een baan op de redactie nooit een jongensdroom voor hem geweest. Sjuul en zijn jongere zus Edith moesten van jongs af aan meehelpen in de bakkerij van hun vader Ko in de Amsterdamse wijk De Pijp. Zaten ze niet op school en hoefden ze niet te werken voor hun vader, dan fietsten ze naar het Sloterparkbad om te trainen voor wedstrijdzwemmen.
Paradijs deed het aardig op school, maar was een laatbloeier. Via de mavo en havo ging hij naar het vwo, om vervolgens rechten te gaan studeren aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en in het bestuur van de zwemclub te gaan.
Net afgestudeerd, solliciteerde Paradijs bij bouwbedrijf Ballast Nedam. Hij werd afgewezen en ging aan de slag als leerling-verslaggever bij het Amsterdamse huis-aan-huisblad De Echo, onderdeel van Telegraaf Media Nederland.
Van de oude stempel
Via De Financiële Telegraaf, de parlementaire redactie en de societyrubriek Stan Huygens Journaal, kwam hij in 2005 als adjunct in de hoofdredactie van De Telegraaf terecht. Op 1 januari 2009 volgde hij hoofdredacteur Eef Bos op die met pensioen ging.
“Sjuul lag voor de hand als hoofdredacteur. Hij is enorm enthousiast. Een journalist van de oude stempel die alles kan: schrijven, nieuwsjagen, netwerken”, zegt hoofdredacteur van Telegraaf Video Media Emile Bode, die Paradijs al 25 jaar kent en hem destijds voorging als chef parlementaire redactie.
“Sjuul is een vakman, een snelle werker, een analyticus. Moeilijke vraagstukken kan hij makkelijk verwoorden voor het grote publiek en in weinig woorden weet hij uit te leggen waar het echt om draait”, zegt de gepensioneerde Arnold Burlage, die 35 jaar bij De Telegraaf werkte.
Meevechten met blote vuisten
Als hoofdredacteur wil Paradijs dicht bij zijn lezers blijven staan. De dag nadat De Telegraaf voor het eerst berichtte over de overlast door Marokkaanse jongeren in Gouda, stapte Paradijs met zijn verslaggever in de auto om daar te checken hoe het onderwerp er leefde.
CV Sjuul Paradijs
1962 - geboren op 27 juli in Amsterdam
1980 – vwo-diploma
1986 – doctoraaldiploma privaatrecht aan de Vrije Universiteit
1986 – leerling-verslaggever De Echo
1988 - overstap naar De Telegraaf, verslaggever De Financiële Telegraaf
1990 – onderzoeksjournalist
1994 - chef parlementaire redactie
2003 – auteur societyrubriek Stan Huygens Journaal
2005 – adjunct-hoofdredacteur
2009 – hoofdredacteur
Paradijs woont samen met human resource-ondernemer Maaike Willems en heeft twee zoons
Hij wil ook dicht bij zijn redacteuren staan. Karst T. reed op Koninginnedag op de mensenmassa in en meteen toog Paradijs naar de redactie om ‘de troepen aan te voeren.’ Het bijzondere: hij had een zware longontsteking. Paradijs zegt hier zelf over: “Ik ben geen klassieke hoofdredacteur die ver weg van het front in alle rust een strategie bedenkt. Ik wil meevechten in de voorste linies. Met blote vuisten.”
Paradijs is sinds hij hoofdredacteur is nooit voor achten thuis, moet dan nog allerlei telefoontjes plegen, de voorpagina lezen en commentaren schrijven. Hij gaat pas naar bed als Pauw & Witteman afgelopen is. Om vervolgens weer om zes uur op te staan om de kranten te lezen. Bode: “Als hoofdredacteur werkt hij verschrikkelijk hard. Sjuuls baan is heel zwaar, dat moet je niet je hele leven doen.”
Voor Paradijs is het hoofdredacteurschap een roeping. “Telegraaf is mijn heilige plicht. Je beweegt nauwelijks, je eet ongezond. Maar op dit moment kan het niet anders. Ik moet het erfgoed verder brengen.”
‘Kassa voor kwakkellanden’
Het afgelopen jaar viel in De Telegraaf vooral de campagne tegen steun aan Griekenland op. Koppen als ‘Weer miljarden in bodemloze put’ en ‘Kassa voor kwakkellanden’ prijkten boven artikelen over de Griekse financiële malaise. Sinds het aantreden van Paradijs als hoofdredacteur is er campagne gevoerd tegen kijk- en luistergeld, de kilometerheffing en het bestuur van Ajax, en voor de omroep Wakker Nederland (WNL) en Johan Cruijff.
Paradijs noemt het actievoeren zelf ‘strijdbaarheid’: “De Telegraaf is gewoon weer zichzelf. Een beetje actievoeren hoort daarbij. Dat zit in onze genen.”
Mediahistoricus Wolf: “Er wordt wel gezegd dat De Telegraaf een campagnekrant is sinds Sjuul Paradijs hoofdredacteur is. Dat is het eigenlijk al veel langer. Maar Paradijs is zeker een warm voorstander van campagnes en heeft deze koers ook versterkt.”
Burlage: “De hoofdredactie is natuurlijk altijd verantwoordelijk, maar het initiatief tot een campagne komt altijd vanuit de redactie als collectief.” Wolf: “Het idee ontstaat vaak bij de koffieautomaat. De redacteuren en adjuncten bepalen in grote mate wat er gaat gebeuren, de invloed van Paradijs moet niet overschat worden.”
Zijn deze campagnes vooral door idealistische of commerciële overwegingen ingegeven? Beide, zeggen Wolf en Bode. Bode: “De krant staat er echt achter. Neem Griekenland. Je stuurt daar een verslaggever naar toe en die komt terug met verhalen over een enorme zwarte economie en mensen die op hun 52e met pensioen gaan. De krant wil politici echt bewegen door dit aan de kaak te stellen.” De commerciële overweging is volgens Bode dat het de lezers echt aanspreekt. “En we willen ons onderscheiden van andere kranten.”
Het is de vraag of de campagnestrategie werkt. Het veranderende mediagebruik in het internettijdperk beukt harder in op de oplage dan de uitgesproken, populistischere koers die hij heeft ingezet goed kan maken. De Telegraaf kampt al jaren met een aanhoudende oplagedaling die erger is dan bij andere kranten. Bij het aantreden van Paradijs was de totaal verspreide oplage 658.000. Dat is in bijna drie jaar tijd gedaald met ruim 6 procent tot zo’n 616.000 exemplaren.
Paradijs ziet wel in dat als De Telegraaf een massamedium wil blijven, hij in zal moeten zetten op andere kanalen: de (zeer goed bezochte) website, mobiele telefoon en de door Paradijs geïnitieerde publieke omroep WNL.
Het moest een keer misgaan
Sinds het aantreden van Paradijs is er ook weer meer ophef rond De Telegraaf. Geruchtmakend was het interview op de voorpagina met Ruben, de enige overlevende van de Tripoli-vliegramp. Heel Nederland viel vervolgens over de krant heen.
Drie weken geleden wijdde het televisieprogramma Zembla een uitzending aan De Telegraaf, waarin verslaggever Martijn Koolhoven ervan werd beschuldigd verhalen te verzinnen en te zijn omgekocht door een vriend. Koolhoven zou hierna op non-actief zijn gesteld. Vorige week berichtte de krant dat Koolhoven de krant zou verlaten. Wolf: “Dat is absoluut een drama voor Paradijs, een persoonlijke nederlaag. Belangenverstrengeling is echt een journalistieke doodzonde.”
In hoeverre valt Paradijs dit aan te rekenen? Burlage: “Bij De Telegraaf hebben de verslaggevers altijd een maximale vrijheid.” Bode: “Anarcho-liberaal noem ik dat altijd. De vrijheid die je krijgt, daar moet je wel mee om kunnen gaan. Als een verslaggever niet de waarheid spreekt, waar sta je dan? De krant heeft trouwens wel een stuk of tien van die primeurjagende Koolhoventjes nodig.”
Volgens Wolf moest het wel een keer mis gaan. Wolf: “Ik hoorde dat de chef van Koolhoven wel eens zei: ga maar terug om nog het een en ander te checken. Koolhoven liep dan door naar Paradijs, van wie het dan wel gelijk gepubliceerd mocht worden.” Lector crossmediale kwaliteitsjournalistiek aan de Hogeschool Utrecht Piet Bakker: “Het is mogelijk dat men altijd de schade heeft afgewogen tegen de voordelen: publiciteit, lekkere stukken. Dat er met Koolhoven iets aan de hand was, moet iedereen hebben geweten. Hij heeft lang op het randje gebalanceerd.”
Als de paus in Rome
Op een klein berichtje in de krant na heeft De Telegraaf niets over de kwestie naar buiten gebracht. Is dit ijdelheid van Paradijs? Bode: “Het is een keuze van de hoofdredactie om hier verder niks over te zeggen. De reden zal zijn dat ze vinden dat dit een privézaak is. Ik ga Sjuul niet de maat nemen, maar ik had persoonlijk wel een uitleg naar buiten toe gegeven.”
Bakker: “Het ontslag van Koolhoven is minimaal gebracht in de krant en dat is al een cultuuromslag, voorheen zou de krant het nooit toegegeven hebben.”
Jeroen Sprenger, oud-voorlichter van het ministerie van Financiën, was lid van de commissie-Paradijs die voorstellen deed om de verstandhouding te verbeteren tussen journalisten, politici en hun voorlichters. Hij vindt dat Paradijs te gemakkelijk wegkomt met de zaak-Koolhoven. “Bij de Volkskrant werd een knaap ontmaskerd (Jan Haerynck, red.) die zijn verhalen bij elkaar verzon. Daar heeft de krant toen een reconstructie van gemaakt, een journalistieke correctiemethode waarmee je laat zien dat je beschikt over zelfreinigend vermogen. Dat verwacht je ook van het grootste medium van Nederland. Sjuul zou wat moediger moeten zijn.”
Het doet Sprenger denken aan de keer dat De Telegraaf ‘aan de lopende band aan het Bos-bashen was’. “Bij de ‘Bos-belasting’ bijvoorbeeld, was niet minister van Financiën Wouter Bos maar staatssecretaris Jan Kees de Jager verantwoordelijk. Ik ging naar Amsterdam om daar met Sjuul over te praten, maar hij gedroeg zich als de paus in Rome, onbenaderbaar. Wel vriendelijk, maar niet open voor discussie. Het enige wat hij deed was zich beroepen op een lezersonderzoekje waaruit zou blijken dat hij gelijk had.”
Hoeveel ophef er ook ontstaat rondom de krant, Wolf schat in dat Paradijs en De Telegraaf er makkelijk mee weg komen. Wolf: “Door alle deelkranten zoals Privé en Telesport zijn lezers heel gebonden aan de krant en zullen ze niet snel hun abonnement opzeggen.”
Paul Doop: snelle jongen tussen wetenschappers
Posted By Marit Van Kooij On oktober 7, 2011 @ 17:00 In Algemeen, Profiel | No Comments
De nieuwe voorzitter van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam is geen doorleefde wetenschapper. Zijn bemoeienis op de universiteit roept daarom boze reacties op van verschillende hoogleraren. Anderen zijn juist blij met deze doorzetter.
Paul Doop heeft een typisch handdruk. “Een hele ferme”, zegt Jim Jansen, hoofdredacteur van Folia Magazine, het weekblad van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Hogeschool van Amsterdam (HvA). “En er is altijd een moment in een begroeting dat je denkt ‘nu wil ik mijn hand terug’. Paul laat dan niet los, maar trekt jouw hand nog even kort naar zich toe.”
Een regelaar, een bekwame uitvoerder, een handige overlegger en een doorzetter. Zo omschrijven (oud-)collega’s de nieuwe tijdelijk voorzitter van de UvA-HvA. Dat zal van pas komen nu het onderwijs meer moet doen met minder geld en de UvA-HvA bezig is met grote verhuizingen en nieuwbouwprojecten.
Maar Paul Doop wordt niet louter toegejuicht, vooral niet op de universiteit. Critici zien hem als de bestuurder met weinig verwantschap met het onderwijs. De snelle jongen in plaats van de hoogleraar. Paul Borst, zelf hoogleraar aan de UvA, verbloemde zijn mening over Doop in een column in het NRC Handelsblad niet. “Vast een uitmuntend rekenaar, maar nooit hoogleraar geweest en als boegbeeld van de UvA toch wat mager.” De UvA was een ‘cortege van Bobo’s’ geworden. ‘… een speeltuin […] voor bestuurders en staffunctionarissen’.
Ook Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de UvA, toont zich geen groot fan van Doops aanwezigheid op de universiteit. Vooral het feit dat Doop uitgerekend Halbe Zijlstra (staatssecretaris Onderwijs, VVD) op 5 september naar de universiteit had gehaald om het academische jaar te openen, kon de hoogleraar niet bekoren. “Ooit was de universiteit een monument van beschaving, wijsheid, geleerdheid, georganiseerde scepsis en ‘nette mensen’”, zo schrijft hij die week in een column in Folia Magazine. Maar tegenwoordig is de universiteit volgens Engelen een ‘quasi-commerciële façade-organisatie’ met ‘over het paard getilde bestuurders die zichzelf marktconforme salarissen toekennen en zich meer bekommeren om vastgoedmanagement en projectontwikkeling’ dan om de wetenschap. “Paul ‘zeg maar’ Doop” noemt Engelen hem, verwijzend naar het vele gebruik van deze twee woorden in zijn speech bij de opening van het academische jaar in de Lutherse kerk.
Oud-voorzitter Van der Toorn, die zelf hoogleraar theologie was, stond bekend als inhoudelijker dan Doop, die zelf nooit gepromoveerd is. Daarom werd hij volgens Jan Bergstra, hoogleraar informatica en voorzitter van de Centrale Ondernemingsraad (het medezeggenschaporgaan van de UvA), makkelijker geaccepteerd op de UvA. De toespraak bij de opening van het academische jaar had inderdaad wel wat inhoudelijker gekund, beaamt Bergstra. “Maar Paul staat daar en doet wat hij moet doen.”
CV Paul Doop
Paul Doop was van 1999 tot en met 2005 partner bij Deloitte. Daarvoor was hij onder meer directeur / bestuurder van ICS Adviseurs, directeur bij Uitzendbureau Start, en vervulde hij directiefuncties op het gebied van financiën en vastgoed bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Doop studeerde Politicologie aan de Radboud Universiteit en aan de Universiteit Leiden.
Nevenfuncties:
Lid van het College van de Algemene Rekenkamer in buitengewone dienst
Voorzitter van het bestuur van de Stichting de Christelijke Pers (Dagblad Trouw);
Lid Raad van Toezicht Hartekamp Groep, instelling voor gehandicaptenzorg te Haarlem.
Bestuurslid van de Deloitte Fair Chance Foundation.
“Ik ben van deze man gaan houden”
Deze zomer werd Doop plotseling een van de machtigste mannen in de Nederlandse onderwijswereld, toen voorzitter Karel van der Toorn opstapte. Doop neemt nu tijdelijk zijn plaats in. Zij waren samen in 2006 aangesteld om het College van Bestuur te gaan leiden, Doop als vice-voorzitter met als voornaamste portefeuilles vastgoed, huisvesting en financien.
Voordat Doop aan het hoofd van de UvA-HvA stond, vervulde hij verschillende functies. Hier liet hij een goede indruk achter. Hoogleraar Onderwijskunde Fons van Wieringen aan de Universiteit van Amsterdam leerde hem eind jaren ’70 kennen op het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Van Wieringen: “Paul kon plannen én uitvoeren. Een buitengewoon handige combinatie.” Ook zijn oud-collega bij accountantsbureau Deloitte Roger Dassen, waar Doop van 1999 tot 2005 werkte, is enthousiast: “Paul kon de discussie naar zijn hand zetten, zonder mensen het idee te geven dat hij niet naar hen luisterde.” Doekle Terpstra, directeur van Hogeschool Inholland, leerde Doop kennen toen zij in 2008 samen in de HBO-raad zaten. “Hij wist van een complex probleem een heldere analyse te maken.” Terpstra bekent: “Ik ben van deze man gaan houden”.
Twee gezichten
Waarom de vorige voorzitter, Van der Toorn, plotseling opstapte, is onduidelijk. Bergstra zegt er alleen maar over te kunnen speculeren. “We hebben wel eens aan Paul gevraagd waarom Karel is vertrokken. ‘No comment’, was zijn antwoord. En: ‘svp nu de toekomst van de universiteit op de agenda’. Dat is dan van beton. En daar wijkt hij ook niet vanaf.” Heel typisch Paul Doop, aldus Bergstra. Onverzettelijk.
Jim Jansen herkent deze standvastigheid, hoewel Doop volgens de hoofdredacteur twee gezichten kan hebben. “Het is een aardige, charmante man, vooral als je hem net ontmoet. Bij de lancering van ons nieuwe magazine hield hij een gepassioneerde toespraak dat onafhankelijke pers op de universiteit zo’n groot goed is. Maar tegelijkertijd weten wij ook dat hij bij elke bezuinigingsronde ervoor pleit dat Folia het met minder geld moet gaan doen. Dat doet hij altijd en hij zal het ook niet ontkennen. Inmiddels weten we wat we aan hem hebben.”
Een onbuigzaam man dus? Zijn conservatieve achtergrond doet zo vermoeden. Doop werd geboren in 1955 in Den Haag in een gereformeerd gezin en vertrok begin jaren ’70 naar Nijmegen om daar te gaan studeren. ‘Een links bolwerk, volledige chaos’, zo omschrijft zijn studievriend Winald Gerritsen de katholieke universiteit van Nijmegen. Gerritsen, tegenwoordig professor aan de VU en directeur van het VUmc Cancer Center Amsterdam: “Maar het was de opleiding voor politicologen.” Doop ging daar volgens Gerritsen als ARP’er (Anti-Revolutionaire Partij, een van de drie voorlopers van het CDA) zonder problemen heen. Net zoals hij zonder problemen Nijmegen achter zich liet en naar Leiden vertrok, toen hij besefte dat daar meer kansen op een bestuurscarrière lagen.
Kerk, staat en samenleving
Een traditionele CDA’er, zo wordt Doop omschreven. Als student was hij zeer betrokken bij ARJOS, de jongerenvereniging van de ARP. Tegenwoordig houdt hij zich minder bezig met de landelijke politiek. ‘Een snurkend CDA-lid’, aldus partijgenoot Doekle Terpstra, directeur van Hogeschool Inholland, “maar wel een met een sterk kloppend hart voor kerk, staat en samenleving.” De twee vonden elkaar in hun protest tegen de samenwerking van ‘hun’ CDA met de PVV. “De PVV valt mensen aan op hun geloof, het meest dierbare aspect van de eigen identiteit”, zo verklaarde Doop zijn tegenstem na het veelbesproken partijcongres in 2010 over samenwerking met de PVV. Terpstra: “Wij komen van dezelfde gereformeerde, ARP-traditie. Wij kunnen met heimwee over vroeger, over de tijd die voorbij is, praten.”
Dat Doop als ARP’er uitgerekend op een universiteit terecht is gekomen die van origine doorgaat als ‘rood bolwerk’, is volgens Fons van Wieringen toeval: “Daar gaat het Paul niet om. Als collegelid van de UvA ben je belangrijk voor de stad. Eigenlijk voor heel Nederland. Het is voor Paul om die reden buitengewoon interessant om daar leiding aan te geven.” Doekle Terpstra vult aan: “Paul is geen wetenschapper maar vindt het heerlijk om die intellectuele omgeving op te snuiven.”
Doop zet door
Als vice-voorzitter toont Doop zich minder van de tradities. Vooruitgang lijkt meer zijn adagium te zijn. Zo is hij als vastgoedman van de UvA-HvA hard bezig het plan van de UvA-HvA in uitvoering te brengen om op de kop van de Wibautstraat de Amstelcampus, voor 25 duizend studenten, te laten verrijzen. De kosten? Ruim 300 miljoen euro. Een van de grootste vastgoedprojecten in het hoger onderwijs, waar een investering van 100 miljoen al geldt als fors. Doop schroomt voor dergelijke nieuwbouwprojecten niet enkele conventies te breken. Zo besloot hij de gebouwen van het Zoologisch Museum (ZMA) aan de Mauritskade te verkopen. Dat moest, want de UvA had geld nodig voor nieuwbouw. Gealarmeerd schreven medewerkers van het ZMA dat als de collectie naar Leiden zou verhuizen, zoals Doop met toenmalige minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) had afgesproken, Amsterdam de enige hoofdstad in Europa zou zijn zonder wetenschappelijke natuurhistorische collectie. Maar Doop zette de verkoop door, het stond immers al in de plannen van de universiteit.
En zo gaat hij ook te werk in de kwestie over het al dan niet slopen van twee monumentale gebouwen op het Binnengasthuisterrein. De UvA wil daar sinds 1998, ver voor de komst van Doop, een nieuwe universiteitsbibliotheek bouwen. De Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB) spande een rechtszaak aan. De rechter vernietigde in het voorjaar van 2011 de sloopvergunning die de UvA van stadsdeel Centrum had gekregen. Stadsdeel Centrum ging samen met de UvA in hoger beroep, maar trok dat na een raadsvergadering op 31 mei in. De UvA staat er sindsdien alleen voor. Iets wat Doop niet kan waarderen, blijkens de brief die hij het stadsdeel stuurde. De UvA had volgens Doop al 30 miljoen geïnvesteerd in het plan. Financiële schade “die zij zal verhalen op het stadsdeel alsmede het risico van verloedering van het Binnengasthuis-terrein wanneer het project niet door kan gaan.” Van wijken rept de waarnemend voorzitter met geen woord. De bibliotheek zal er komen.
De portefeuille huisvesting ligt daarom bij Doop in goede handen, zo zegt Bergstra. Met vastgoed kan je niet zomaar van plan veranderen. “Er zouden rampen kunnen gebeuren, maar dat gebeurt niet. Vertraging, protest uit de buurt, vergunningen. Paul weet er als vastgoedverantwoordelijke wat van te maken waar we iets aan hebben.”
Of Paul Doop als voorzitter van de UvA-HvA ook zo effectief is, moet nog blijken. Wat betreft onderwijskwaliteit kan de HvA nog wat sprongen maken. Dat moest ook Doop erkennen in een debat over onderwijs in april van dit jaar. Hij gaf schoorvoetend toe dat hij zijn eigen dochter misschien wel niet naar de HvA zou sturen.
Melle Daamen: directeur met een succesformule
Posted By Yasmina Aboutaleb On september 30, 2011 @ 16:00 In Algemeen, Profiel | No Comments

Melle Daamen. Fotograaf: Peter Strelitski
Op 15 oktober staat Melle Daamen 10 jaar aan het hoofd van de Amsterdamse Stadsschouwburg. Een eigenzinnige directeur die zonder smartphone een jong publiek naar de schouwburg weet te lokken.
Noem hem geen cultuurpaus. “Dat vind ik niet leuk. Het suggereert dat ik veel macht heb, en dat is onzin”, zegt Melle Daamen (52) directeur van de Stadsschouwburg Amsterdam. “Er zijn veel kunstenaars met veel invloed, zoals regisseur Ivo van Hove. En het is de wethouder van cultuur die over de subsidies gaat in Amsterdam.”
Maar ingewijden in de cultuursector oordelen anders over Daamen, die op 15 oktober aanstaande precies tien jaar directeur is van de stadsschouwburg. “Zijn netwerk is goud waard”, zegt Roelf Huizenga, adjunct-directeur en hoofd bedrijfsvoering van de Stadsschouwburg.
Daamen begon zijn bestuurlijke carrière op 17-jarige leeftijd met verschillende functies bij de VPRO. “Hij is sindsdien erg gegroeid als bestuurder”, zegt Kees Weeda die Daamen kent uit diens tijd bij de VPRO, de Mondriaan Stichting en, recenter, als kroonlid voor de Raad voor Cultuur (RvC). “Goed voorbereid en ingelezen was Melle altijd al. Maar hij is zich steeds meer inhoudelijk gaan verdiepen in verschillende culturele disciplines als beeldende kunst en theater.”
Felle discussies
Het is de oprichting van de Mondriaan Stichting geweest, een overheidsfonds voor beeldende kunst met een budget van zo’n 15 miljoen euro per jaar, waarmee Daamen status verwierf in de cultuursector. Hij leidde als directeur het in 1993 opgerichte fonds en gaf het een eigenzinnig profiel. Zo liet hij in het jaarverslag vermelden van welke musea de subsidieaanvragen waren afgewezen. Voorheen taboe, omdat het pijnlijk zou zijn voor museumdirecteuren. Maar Daamen wilde transparantie en openhartigheid.
Deze directe manier van besturen is kenmerkend voor Daamen. “Melle heeft geen empathische uitstraling. Bij een bespreking zal hij nooit over koetjes en kalfjes beginnen. Hij komt meteen ter zake. Daar kunnen mensen van schrikken. Maar uiteindelijk telt het resultaat”, zegt Roelf Huizenga. Daamen herkent zich hier wel in: “Een keer hadden medewerkers voorgesteld de dagagenda uit de seizoensbrochure te halen. Omdat de focusgroepen daar geen interesse in hadden. ‘Fuck de focusgroepen, ik vind dat die agenda er gewoon in moet!’, zei ik toen. Dat soort dingen flap ik er dan ineens uit, maar daar is iedereen nu wel aangewend.”
Daamen heeft ook uitgesproken opvattingen over het kunstbeleid. Zo vindt hij dat er te veel middelgrote en kleine theatergezelschappen zijn met een klein en beperkt publiek. Zijn afwijkende mening zorgde vaak voor hevige discussies in de Raad voor Cultuur. Kees Weeda, oud-secretaris van de RvC: “Dat ging er soms fel aan toe, vooral tussen Melle en mij. Maar hij was altijd eerlijk en open, een goede discussiepartner.”
Twee mobiele telefoons
De Stadsschouwburgdirecteur zoekt de discussie graag op. Zijn jaarlijkse zeiltochtjes, Daamens favoriete hobby, zijn beroemd. “Iedereen wil daar bij zijn,” zegt goede vriend David van Traa die lange tijd werkzaam was op het Amsterdamse stadhuis. “Hij is een fantastische gastheer. Melle nodigt daar graag verschillende mensen voor uit, van wie hij denkt dat ze aan elkaar gewaagd zijn. Daar zijn vele vriendschappen uit voortgekomen.” Vrienden en (oud)collega’s vinden Melle ondanks zijn directheid erg toegankelijk. “Hij staat altijd open voor kritiek. Sterker nog, daar is hij altijd naar op zoek om scherp te blijven”, zegt Van Traa.
Daamen is een vlotte verschijning. Vandaag heeft hij in zijn strak ingerichte kantoor een ruime tweedbroek aan, een kleurige blouse en exclusieve, designer gympen. “In New York gekocht. Er zijn maar drie winkels op de wereld die ze verkopen.” Voor bezoek van de koningin heeft hij voor onder zijn pak andere, meer sobere gympen. Naast zijn gympen is Daamens telefoon zijn handelsmerk, zegt David Van Traa. “Dat gekke, ouderwetse mobieltje van ‘m. Hij wil per se geen smartphone.” Daamens verklaring voor het gebrek aan zo’n telefoon: “Ik wil gewoon geen knol in mijn broekzak hebben zitten.” Hij is zo gesteld op zijn oude mobiel, dat hij er twee kocht. Voor het geval dat de een het begeeft.
Van stoffig naar sexy
Twee grote opdrachten kreeg Daamen bij zijn aanstelling in 2001. Van oudsher was de Stadsschouwburg een gemeentelijke instelling. Daamen moest de schouwburg verzelfstandigen. Sinds januari 2005 is de Stadsschouwburg een zelfstandige organisatie, met een gemeentelijke subsidie van vijf miljoen.
Daarnaast moest Daamen de Stadsschouwburg verbouwen. Voor zijn aantreden was al besloten dat het pand uitgebreid zou worden met nieuwbouw voor een extra theaterzaal. Daamen greep dit aan om voor 40 miljoen euro in totaal te verbouwen. Huizenga: “Hij wilde de schouwburg opengooien. Met een uitnodigend restaurant, café en ruimere openingstijden. Vroeger was de schouwburg overdag dicht en stond je na de voorstelling meteen weer op straat. Onvoorstelbaar, toch?”

De nieuwe voorgevel van de Stadsschouwburg. Fotorgaaf: DigiDaan
Voordat Daamen in 2001 aantrad als directeur werd de stadsschouwburg vooral geassocieerd met het zogeheten Amsterdamse grachtengordelpubliek: grijs en elitair. De schouwburg had een stoffig imago. Daar wilde Daamen verandering in aanbrengen, de schouwburg moest “sexy”worden. “De schouwburg heeft een jonger publiek gekregen en is een plek waar mensen heel graag komen. De schouwburg staat midden in de stad, mede dankzij de nieuwe programmering ‘Expanding Theatre’ die gericht is op debat en gesprek”, zegt de Amsterdamse wethouder Carolien Gehrels (Cultuur, PvdA).
Daamens laatste uitvinding is een borrel in de Stadsschouwburg, WorldTalks. Elke vrijdagmiddag wordt het borrelen onderbroken door een gesprek over de actualiteit met een internationale gast die door een Skypeverbinding op een scherm te zien is. Daamen is ook regelmatig na kantooruren in de schouwburg te vinden om de voorstellingen te zien, de sfeer te proeven en met bezoekers te praten. “Het liefst zou ik er elke avond zijn, maar dat is met al mijn andere werk helaas niet haalbaar”, zegt Daamen.
Daamens formule is blijkbaar een succes: onder zijn leiding groeide het aantal bezoekers van 105 duizend in 2001 naar 190 duizend per jaar in 2010. De stadsschouwburg heeft nu een omzet van ongeveer 11 miljoen euro per jaar. “Die grote klussen heeft hij succesvol afgerond”, zegt Annet Lekkerkerker, die tot 2007 hoofdprogrammering was in de schouwburg en inmiddels zakelijk directeur is van het Holland Festival.
CV Melle Daamen
Geboren: 11 januari 1959, Heumen
Burgerlijke staat: ongehuwdOpleiding / studie
VWO aan de Werkplaats (Kees Boekeschool) te Bilthoven.
1986: Doctoraal politicologie (historische variant) aan de Universiteit van Amsterdam. Bijvakken bestuurskunde, recht, economie en massacommunicatie.Loopbaan
2001 – heden Directeur Stadsschouwburg Amsterdam.
1993 – 2001 Directeur van de Mondriaan Stichting
1993 Senior-adviseur bij Berenschot BV.
1990 – 1993 Directiewaarneming van het Amsterdams Uit Buro (AUB).
1990 Senior beleidsadviseur bij de Directie Beleidszaken Cultuurbeheer van Ministerie van WVC.
1987 – 1990 Adviseur bij Leyer & Weerstra Management Consultants.Belangrijkste Nevenfuncties
2010 – heden Voorzitter Raad van Commissarissen van AT5
2008 – heden Voorzitter Vereniging Vrienden van het Stedelijk Museum
2007 – heden Lid Raad voor Cultuur (kroonlid)
2006 – heden Juryvoorzitter Charlotte Köhler Prijzen
2005 – heden Voorzitter Internationaal Filmfestival Rotterdam
2000 – heden Lid wetenschappelijke Adviesraad van het Instituut voor Informatierecht, onderdeel van de UvA.
2000 – 2006 Lid bestuur Prins Bernhard Cultuurfonds Amsterdam.
1998 – 2002 Voorzitter Commissie Cultural Governance.
1996 – 2001 Bestuurslid Vereniging Nederlandse Poppodia.
1991 – 1999 Stichting Cultureel Jongeren Paspoort (CJP)
1978 – 1983 Diverse functies binnen Omroepvereniging VPRO: - bestuurslid met portefeuilles programmabeleid en sociaal beleid - secretaris VPRO-bestuur (1979 – 1980) - voorzitter Ledenraad VPRO en adviserend lid VPRO-bestuur (1981 – 1983).
1980 Lid NOS-bestuur
Nieuwe uitdaging
Daamens jubileum en indrukwekkende loopbaan (zie ook kader), roept de vraag op hoe lang hij nog directeur van de stadsschouwburg zal blijven. Met de afronding van de metamorfose van de stadsschouwburg lijkt de weg vrij voor een nieuwe uitdaging voor Daamen. “Dit zou het moment kunnen zijn dat hij zich oriënteert op een nieuwe baan. Hij heeft er in ieder geval alle recht toe; hij laat een goed draaiende en vernieuwde stadsschouwburg achter”, zegt Weeda. Dat vindt ook Annet Lekkerkerker: “Met zijn staat van dienst in de culturele sector kan hij alles gaan doen wat hij maar wil.”
Daamens ruime bestuurlijke ervaring maakt hem een geschikte kandidaat voor bijna elke directeursfunctie in de media- en cultuursector. “Daar heeft hij zeker wel eens over nagedacht. Hij is altijd op zoek naar uitdagingen”, zegt Van Traa, “Maar voor zover ik weet, speelt er nu niets.” Daamen is naar eigen zeggen een aantal keer benaderd voor bestuurlijke functies, maar meer wil hij daar niet over zeggen. Geruchten gingen dat hij benaderd werd voor directeursfuncties van het Amsterdams Stedelijk Museum en van de VPRO. Dit leverde niets op, Daamen wilde zijn huidige werk eerst afmaken.
“Ik wil nu nog genieten van het resultaat van de schouwburg”, antwoordt Daamen op de vraag wat zijn volgende baan zal zijn. “Natuurlijk zou het leuk zijn om weer bij de VPRO te belanden, om de cirkel rond te maken. Maar daar ben ik niet per se op uit.” Bovendien heeft hij nu meer tijd voor zijn nevenfuncties, onder andere als voorzitter van de Raad voor Commissarissen van AT5. “Maar ook al zou ik wel al meer weten, dan nog zou ik het niet prijsgeven. Dat deed ik ook niet toen het gerucht ging dat ik schouwburgdirecteur zou worden.”
Caroline van de Wiel: gevierde brandweervrouw
Posted By Charlotte Van 't Wout On september 23, 2011 @ 16:55 In Profiel | No Comments

Bron: NVBR
Caroline van de Wiel stopt per 1 oktober als brandweercommandant Amsterdam-Amstelland. Als groentje kwam ze binnen, als gevierde brandweervrouw gaat ze weg.
“Een topwijf.” De brandweerman is er duidelijk over. Zijn naam wil hij niet zeggen, bang voor de gevolgen als ze op ‘kantoor’ zijn naam lezen. Maar iets negatiefs over zijn commandant Caroline van de Wiel heeft hij niet te melden. Natuurlijk, hij heeft afgelopen jaar hartstochtig mee geprotesteerd tegen de bezuinigingen bij de brandweer. “Ze maken ons hartstikke kapot.” Maar het is niet de schuld van Van de Wiel. “Ze krijgt haar opdrachten weer van boven, van de burgemeester.” Nee, kom niet aan zijn commandant. “We gaan haar ontzettend missen.”
Verrassend. Bij haar aanstelling als brandweercommandant in 2006 stond het korps juist op de achterste benen. De Amsterdamse brandweer had de naam een gesloten bolwerk te zijn. Nooit eerder was iemand aangesteld zonder carrière in de brandweer.
Van de Wiel (1953) werkte op moment van aanstelling al wel ruim 40 jaar voor verschillende gemeenten. Een vrouw met een enorme bos krullen, die door de Amstelveense burgemeester Jan van Zanen geroemd wordt om haar expressiviteit en vrolijke openhartigheid. Ook voormalig burgemeester Job Cohen omschrijft haar als ‘aardig en voortreffelijk.’ Op zeventienjarige leeftijd begon Van de Wiel als medewerker op de afdeling Ruimtelijke Ordening in Eindhoven, in 1982 verhuisde ze met haar man Gerrit naar Amsterdam om voor de Amsterdamse gemeente te werken. Kinderen hebben ze niet. In een interview met de Volkskrant zegt ze zelf hierover: “Ik had niet zo’n diepe moederwens, en in die tijd carrière maken en kinderen hebben, was lastig.” Er is niet veel over haar privéleven bekend. Ze vertelt niet veel over zichzelf, laat liever andere mensen praten. Duiken is haar hobby, het liefst met witte haaien.
‘Wie denkt ze wel dat ze is?’
Van de brandweer wist ze niets. De brandweerman: “Ze had nog nooit een brandje geblust toen ze bij ons de hoge piet kwam spelen. Natuurlijk dachten wij met z’n allen: ‘Wie denkt ze wel dat ze is?’” Ook vanuit de gemeentepolitiek kwam commentaar op haar aanstelling. Het leidde tot schriftelijke vragen van Remine Alberts (SP) aan toenmalig burgemeester Job Cohen, omdat ‘zo’n vrouw op die plek de Amsterdammer niet bepaald een gevoel van veiligheid gaf.’
Toch bleek Van de Wiel niet zo’n gekke keus. Haar gebrek aan inhoudelijke kennis had bij eerdere banen ook nooit in de weg gestaan. Vincent van Rossem (61), architectuurhistoricus, werkte met haar samen toen ze in 1999 als interim manager de Monumentenzorg Amsterdam moest reorganiseren. “Ze wist niks van monumenten. Nul komma nul. Maar je hoefde haar maar één keer iets uit te leggen en dan begreep ze het.”
Van Rossem: “Het opvallendste was haar bureau. Alleen een telefoon, verder helemaal niets. Als er iemand met een probleem kwam, luisterde ze, pakte vervolgens de telefoon en ging het regelen.” Van de Wiel ging volgens hem rigoureus te werk, verving veel managers door mensen van ‘buitenaf’. “Met harde hand, maar wel eerlijk. Als ze mensen niet goed vond functioneren, zei ze wat eraan scheelde en zocht vervolgens een ander. Binnen twee jaar was alles op orde en keek ze uit naar een nieuwe klus. Ze wist dat ze deze baan was ontgroeid.”
Curriculum Vitae:
Caroline van de Wiel
Geboren op: 21 november 1953, te Best
Opleiding: HBS
Loopbaan:
1971 Medewerker afdeling Ruimtelijke Ordening gemeente Eindhoven
1974 Medewerker gemeentes in de Randstad
1986 Medewerker gemeente Amsterdam
1996 Hoofd afdeling Projectontwikkeling dienst binnenstad, Amsterdam
1999 Interim-manager bij Bureau Monumentenzorg
2001 Directeur Gemeentewaterleidingen in Amsterdam
2006 -2011 Brandweercommandant Amsterdam-Amstelland,
2007 -2011 Voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR).
2011 Gemeentesecretaris Arnhem
‘Typisch vrouwengeneuzel’
Haar directe manier van leidinggeven, en talent voor reorganiseren, viel op bij Guusje ter Horst, destijds wethouder monumentenzorg. “Ze deed het heel goed, ze kon knopen doorhakken, en tegelijkertijd verbinding leggen met mensen.” Ter Horst besloot haar daarom in 2001 de baan aan te bieden van Directeur Gemeentewaterleidingen in Amsterdam. Ze moest de moeizame fusie tussen de Dienst Waterbeheer met het Waterleidingbedrijf Amsterdam begeleiden, tot één Waternet. “Ze durfde het eerst niet. Wist niet of ze het aankon, of ze er geschikt voor was. Typisch vrouwengeneuzel.” Na een proefcase, die Van de Wiel zelf had aangevraagd, nam ze uiteindelijk toch de baan aan. Ter Horst: “Ze deed het precies als verwacht. Heel goed.”
Toen was daar de vacature voor brandweercommandant. Niet de makkelijkste plek om te werken, de brandweer was op dat moment geen stabiele organisatie. Er heerste onder de brandweermannen woede over het afschaffen van het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO), brandweermannen moesten nu ook ná hun 55e doorwerken. Job Cohen, destijds burgemeester in Amsterdam, heeft Van de Wiel persoonlijk gevraagd voor de functie. Ter Horst: “Dat is denk ik ook wel echt nodig bij Caroline. Ze heeft een bepaalde stimulans nodig, iemand die in haar gelooft.”
Van de Wiel nam de baan aan. “Niet altijd even makkelijk,” geeft ze in latere interviews toe, maar ze werkt veel en hard om het vertrouwen binnen het korps te winnen. Job Cohen: “Caroline kwam uit de wereld van het water en keek in het begin met nieuwe ogen naar de wereld van de brand. Ze vroeg: waarom blussen we in de 21e eeuw nog steeds met methoden uit het begin van de 20e eeuw? Met die instelling heeft ze razendsnel binnen de brandweerwereld gezag opgebouwd.” In no-time volgt ze een opleiding zodat ze daadwerkelijk het commandantenuniform mag dragen. Haar duidelijke manier van leidinggeven en interesse in de brandweer werd gewaardeerd. De brandweerman: “Ik heb altijd het idee gehad dat zij de stem van de werkvloer heeft gehoord. Ze kwam geregeld op de kazerne langs, bleef altijd luisteren en horen wat er speelde. Dan kon je met haar in discussie.”
Scherpe tong
Ze gaf respect, maar eiste dat ook terug. De brandweerman weet zich nog een discussie tussen Van de Wiel en een bevelvoerder te herinneren: “Tijdens een groot overleg met de bevelvoerders werd één boos en riep: ‘Als het zo moet, ga ik weg.’ Ze zei terug: ‘Prima, ik zie je zo op mijn kantoor, dan leg ik je ontslagbrief klaar.’” Het liep met een sisser af. “Als ze je wil breken, dan doet ze het ook.”
Van de Wiel kan scherp zijn, dat beaamt ook haar secretaresse Sylvia Buijsman: “Ik noem het liever heel direct en eerlijk. Ze zegt haar mening zonder er eerst lang over na te denken of met mooie woorden te verhullen. Dat is voor veel mensen wel even schrikken.” Ook Buijsman schrok toen ze de eerste keer kritiek kreeg. “Ik had een fout gemaakt en kreeg dat duidelijk te horen. We hebben erover gepraat, en die feedback kon ze ook weer waarderen, want van slijmen houdt ze helemaal niet.”
Zo kon het gebeuren dat de vrouw die niets van branden blussen wist, een jaar na haar aanstelling door haar collega-commandanten unaniem werd verkozen als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR). Esther Lieben, regionaal commandant Haaglanden zit ook in de NVBR: “Unaniem gekozen worden lukt alleen als je veel belangstelling hebt voor vak. Ze was een echte brandweermanager, ze werkt belachelijk veel en hard.” Van de Wiel zorgde dat alle verschillende regiokorpsen tot één korps Amsterdam-Amstelland werden samengevoegd. Job Cohen: “Ze heeft de buitengewoon moeilijke taak om de brandweer – zowel van Nederland als Amsterdam – de 21e eeuw in te loodsen, knap en met overtuiging uitgevoerd.”
Van de Wiel stopt per oktober. De termijn van een commandant is standaard vijf jaar, Van de Wiel zit al drie maanden langer omdat er nog geen opvolger was. Buijsman: “Ze had best nog wel een paar maanden willen blijven, volgens mij. Maar veel langer weet ik niet, ze vindt het ook wel goed zo.” Burgemeester van Amstelveen Jan van Zanen vindt haar de ‘ideale gemeentesecretaris’. En dat wordt ze ook, in Arnhem. Guusje ter Horst maakte zich sowieso geen zorgen: “Ze deed niet aan een uitgestippelde carrièreplanning. Zulke vrouwen worden voor functies gevráágd.”
Johannes van Dam: betweter die het ook echt beter weet
Posted By Eva Oude Elferink On september 16, 2011 @ 17:20 In Profiel | No Comments
Gevreesd, gehaat, geliefd, geïdeologiseerd. Johannes van Dam is een fenomeen, dat ontkennen zelfs zijn vijanden niet. Binnenkort wordt Amsterdams bekendste fijnproever 65 jaar. Maar na het maken en breken van talloze restaurants lijkt hij zijn invloed langzaam te verliezen.
Zijn woorden kunnen scherper zijn dan het Laguiolemes dat hij altijd bij zich draagt. Nee, Van Dam staat niet bekend om zijn zachtzinnigheid. Integendeel. Zijn oordeel is meedogenloos als iets hem niet zint. Lyrisch, als zijn tong wordt gestreeld op de manier die hem belieft. Een blad voor de mond nemen ziet hij als een zwakte. Jaren geleden zei hij hierover in een interview in Trouw: “Ik kan grof zijn. Plagerig. Ze zeggen dat ik bad manners heb, maar ik vind het zelf wel meevallen. Er zijn gewoon mensen die er niet tegen kunnen dat ik onverbloemd de waarheid spreek. Tant pis, zou ik zeggen. Ik wil de waarheid niet verzachten.”
Dit heeft hij dan ook nooit gedaan. Niet als persoon en niet als recensent van de talloze Nederlandse maar vooral ook Amsterdamse restaurants die hij in de afgelopen tientallen jaren bezocht. In zijn hoogtijdagen was een restaurant pas een restaurant als ‘Johannes’ zijn zegen had gegeven. Een onvoldoende? Met de beste wil kon je, jouw tent nog een paar maanden draaiende houden. Een hoog cijfer? Roodgloeiende telefoons en reserveringstijden oplopende tot enkele weken waren het gevolg. “Een hoog cijfer van Johannes is in feite een cadeau van anderhalve ton, maar daar zit ook een keerzijde aan”, zegt kennis en collega-recensent Ronald Hoeben (NRC).
Brasserie Klokspijs op de Hemonystraat was nog geen half jaar open toen in september 2006 de brommer van Van Dam voorreed. Chefkok en eigenaar Floris van Helbergen: “Ik dacht: ‘mijn god, ik ben net open en volgende week lees ik of ik dat nog langer kan blijven’.” Maar Van Dam was gecharmeerd van de kleine brasserie. Klokspijs kreeg een tien min. “Het hoogste cijfer dat hij in ruim vijf jaar had gegeven”, zegt Van Helbergen trots. De zaterdag dat Het Parool met Van Dam’s recensie uitkwam, stond de telefoon niet meer stil. “Gelukkig konden we de druk aan, maar er zijn ook restaurantjes die door een hoog cijfer juist over de kop zijn gegaan.” Iedereen wist; Van Dam kon je maken of breken. Die impact is door de jaren wel minder geworden, denkt de chefkok. “Door het internet denkt iedereen nu culinair recensent te zijn.”
Betweter
Begin tegen Van Dam niet over beoordelingswebsites als Iens.nl, een ware gotspe in zijn ogen. “Leken die over restaurants hun mening geven. Johannes gruwt ervan”, zegt Jonah Freud, culinair journalist en eigenaresse van De Kookboekhandel; de kookboekenwinkel die voor haar toebehoorde aan Van Dam. “Daar is kennis van zaken voor nodig en er is niemand met zijn kennis van zaken. Dat vindt hij vooral ook zelf. Ik zeg altijd maar, ‘Johannes weet alles, ook wat hij niet weet’.” Wie hem kent, kan dat beamen. Van Dam is een man van zijn gelijk. “Johannes leeft in de overtuiging dat er maar een persoon is die alles beter weet en die persoon is hijzelf”, zegt schrijver en journalist Bert Vuijsje die Van Dam nog kent uit de tijd dat ze beiden voor de Haagse Post werkten. Voor Intermagazine, waarvan Vuijsje later hoofdredacteur werd, schreef Van Dam begin jaren tachtig zijn eerste culinaire stukken.
De discussie aangaan met ‘de professor’, zoals hij binnen zijn kennissenkring wordt genoemd, is dan ook zinloos. “Daar kom je niet meer uit”, lacht collega-recensent Hoeben. “Het heeft geen zin, want gelijk zal hij je nooit geven. Maar hij heeft ook vaak gelijk, dat is nu juist het gekmakende.” Een wandelende, gastronomische encyclopedie, zo omschrijft Van Dam zichzelf het liefst. Fouten maak hij niet. En als hij dat al doet, dan is daar een goede reden voor. Hoeben: “Een slager wees hem een keer op een fout die hij in een artikel had gemaakt over de bereiding van een stuk vlees. Waarop Johannes antwoordde, ‘dat wist ik precies, maar het stond in een boek waar ik op dat moment niet bij kon’. Had hij toch weer gelijk.”
Groot genoegen haalt hij uit het aantonen dat mensen verkeerd zitten. Bijna legendarisch is het verhaal hoe de kleine Johannes bakkers in Amsterdam afstruinde om met jodiumdruppels te testen of er wel echt amandel in hun amandelkoeken zat. Een eigenschap die hij van zijn vader, een fabrikant van luierbroekjes, had overgenomen. Kritisch blijven, alles onderzoeken. Zelf noemt Van Dam het een ‘waarheidsmanie’. Met kennis wapent hij zich tegen onwaarheden en leugens. Kennis die hij door de jaren verzamelde in een imposante bibliotheek met ruim zestigduizend boeken. Het merendeel over de geschiedenis van de gastronomie. Tussen zijn boeken woont hij op de hoek van het Amsterdamse Spui, naar eigen zeggen ‘slapende onder de waarheid’.
Traditioneel
Van Dams’ ongebreidelde ‘culinaire wetenschap’ en minachting van leugens kenmerken sinds jaar en dag ook zijn werk als gastronomisch recensent voor Elsevier en Het Parool. Een grondige hekel heeft hij aan te veel poespas, opgedirkte bordjes en ‘chicdoenerij’. “Daar prikt hij genadeloos doorheen,” zegt Joosje Noordhoek, een van zijn weinige intimi en de enige eindredacteur die bij Het Parool zijn stukken mag redigeren. Regelmatig ging Noordhoek mee op een van Van Dams wekelijkse bezoekjes aan Amsterdamse restaurants. “Naarmate er meer pretenties zijn, is hij harder. Een leuk buurtrestaurantje krijgt sneller een hoog cijfer dan een duur restaurant dat zijn prijzen niet waar maakt.”
Een zwaktebod, vindt sterrenkok Ron Blaauw. Zijn onlangs geopende restaurant op de Amstelveenseweg kreeg van Van Dam een negen plus. Niet slecht, zou een ieder denken. “Hij vindt dit een te populaire tent, dat is de enige reden waarom we geen tien hebben gekregen”, zegt Blaauw verwijtend. “Daarbij blijft hij hangen in zijn idee van hoe dingen bereid moeten worden. Alles moet op traditionele wijze gebeuren, anders is het niet goed. Maar tijden en technieken veranderen. Ik denk: als het lekker is, is het lekker, als het vies is, is het vies. Daar zou hij op moeten beoordelen. Niet of ik mijn crème brûlée met een brander heb gemaakt in plaats van met een gietijzeren plaat.”
Hij is blijven steken in zijn criteria, zegt ook Freud. “Johannes is een 65-jarige zeurkous die niet vernieuwt terwijl de gastronomische keuken in Nederland dat wel doet. Zijn manier van kijken naar eten is uniek, maar er zitten te veel van zijn persoonlijke voorkeuren in verwerkt.” Als groot liefhebber van de traditionele Franse keuken, steekt Van Dam niet onder stoelen of banken dat termen als ‘stikstof’, ‘schuimpjes’ en ‘moleculair koken’ hem doen gruwen. De moderne keuken ziet hij vooral als een grap. “Ik ben voor gerechten die uit drie, vier ingrediënten bestaan, in perfecte onderlinge balans. Voor gefröbelde frutsels kom ik mijn huis niet uit”, zei hij onlangs nog in een interview in Elsevier.
Het Van Dam-effect
Het is niet het enige kritiekpunt dat Van Dam, eens beschouwd als de onbetwiste autoriteit binnen de Nederlandse gastronomie, de laatste jaren treft. Een ander, veelgehoord verwijt is dat hij mild zou zijn geworden. Het afgelopen half jaar scoorde bijna de helft van de restaurants die Van Dam bezocht een negen of een tien. Op de website van Het Parool, waar lezers kunnen reageren op zijn recensies, is een terugkerende vraag waarom zijn cijfers elke keer zo hoog zijn. “Ja hij is wat milder geworden”, zegt Hoeben. “Dat kan haast niet anders als je ergens al zo lang over schrijft. Maar er wordt ook gewoon beter gekookt, zo simpel is het.”
Van Dams’ populariteit ging begin jaren negentig gelijk op met de opkomst van ‘culinair Nederland’. De eerste sterrenrestaurants, een groeiende interesse in gastronomie. “Toen hij begon was het qua restaurants, zeker ook in Amsterdam, nog niet zo veel soeps”, zegt Theo Temmink, oudredacteur van Elsevier. Dat is de afgelopen jaren wel veranderd. Inmiddels kent Amsterdam niet alleen meerdere sterrenrestaurants, ook de kwaliteit van de simpelere eetgelegenheden is aanzienlijk verbeterd. De verklaring hiervoor is volgens Van Dam voor de hand liggend; het is allemaal aan hem te danken. “Ik ben de maatstaf geworden.”
Het liefst had Van Dam überhaupt geen cijfers gegeven. Cijfers zijn voor mensen die niet kunnen lezen, zei hij eens. “Maar lezers hebben nu eenmaal graag een duidelijke houvast”, zegt Hoeben. “Een vier vindt men interessanter dan zevenenhalf met kritiek.” Dat neemt niet weg dat al die hoge cijfers zijn geloofwaardigheid toch enigszins hebben aangetast, meent Temmink. “Jammer, want hij is nog net zo scherp en kritisch als altijd.” Van Dam zelf doet het weinig. Integendeel. Hoeben: “Johannes vindt ieder vorm van aandacht heerlijk. Vooral negatieve aandacht, want daar kan hij zijn tanden inzetten. Het geeft hem een aanleiding om mensen op hun ongelijk te wijzen.”
Ondanks alles blijft het ‘Van Dam-effect’ volgens zowel vrienden als critici nog altijd een begrip. Noordhoek: “Mensen zijn toch nieuwsgierig. Als Johannes zegt dat iets lekker is, willen ze het zelf ook proeven. Al is het alleen maar om naar zichzelf te bewijzen dat ook zij smaak hebben. Het is een soort gezelschapsspel geworden, ‘eens kijken of wij het met hem eens zijn’.” Op zijn manier staat Van Dam nog altijd op eenzame hoogte, vindt ook chefkok Joop Braakhekke. “Ik ben het lang niet altijd met hem eens, maar tegelijkertijd zijn er maar weinig met zo’n onuitputtelijke culinaire kennis als Johannes van Dam. Het zal niet makkelijk zijn hem ooit te vervangen.”
CV Johannes van Dam
Geboren op 9 oktober 1946 in Amsterdam
Van der Laan: bruggenbouwer met lange tenen
Posted By Joris Brussel On oktober 29, 2010 @ 17:50 In Achtergrond, Profiel | No Comments

Een principiële man die de nadruk legt op veiligheid. Eberhard van der Laan trad ruim drie maanden geleden aan als burgemeester van Amsterdam. “Hij heeft te lange tenen als zijn persoonlijke integriteit in het geding is.”
”Laten we het hoofd met z’n allen koel houden”, zegt de kersverse burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan (55) met kalme stem op het NOS journaal. Dat een demonstratie van krakers in de stad is uitgemond in vechtpartijen met de ME, is geen reden voor stem verheffen. Van der Laan, sinds ruim drie maanden burgemeester van Amsterdam, heeft meer nodig om hem van zijn stuk te brengen.
Bekend is hij nog niet: de helft van de Amsterdammers weet niet hoe hun nieuwe burgemeester heet. Zijn voorganger Job Cohen was bij zijn aantreden bij vier op de vijf burgers in Amsterdam bekend. Wie is de man die de komende zes jaar Amsterdam bestuurt?
Bloemist en pokeraar
Wethouder en locoburgemeester Lodewijk Asscher (PvdA) vertelt dat de nieuwe burgemeester “werkt als een beest”. Ook vrienden van Van der Laan betitelen hem als ‘een onvermoeibaar en nuchter werkpaard’.
Hard werken kreeg Van der Laan mee tijdens zijn gereformeerde opvoeding in zijn geboorteplaats Rijnsburg. Van der Laans vader was huisarts en gemeenteraadslid voor de Anti-Revolutionaire partij (ARP). Hij leerde ook van zijn vader zich “te bekreunen om zijn omgeving”, zoals Van der Laan het zelf zegt.
Van der laan begon aan een studie medicijnen om net als zijn vader huisarts te worden. Die studie verruilde de Rijnsburger voor een studie Nederlands recht aan de Vrije Universiteit. Naast zijn studie verdiende hij zijn geld onder meer als bloemist, taxichauffeur en semiprofessioneel pokeraar. Uit bewondering voor Joop den Uyl en toenmalig staatssecretaris Jan Schaefer werd de jonge Van der Laan in 1976 lid van de PvdA. Zes jaar later werd hij de assistent van dezelfde Schaefer die toen inmiddels wethouder van Amsterdam was.
Na zijn afstuderen werkte hij als advocaat bij Van Doorne en Sjollema waar hij zich specialiseerde in aansprakelijkheidsrecht. Acht jaar later richtte hij met tien anderen het succesvolle advocatenkantoor Kennedy van der Laan op.
Daarnaast zat Van der Laan namens de PvdA van 1990 tot 1998 in de Amsterdamse gemeenteraad. De ervaring die hij in de advocatuur opdeed, kwam zijn werk in de gemeenteraad ten goede. Oud-voorzitter van de PvdA, Felix Rottenberg zegt: “Met zijn achtergrond als advocaat lost hij zowel elite- als volksvraagstukken op. Hij is een goede mediator en verbindt partijleden met elkaar. Als ik hem tegenkom, pest ik hem op vriendschappelijke wijze door hem allemansvriend te noemen. Iets wat hij absoluut niet is, maar het wijst op zijn diplomatieke omgang met iedereen.” Partijbestuurslid van de PvdA Dig Istha sluit zich hierbij aan: “Hij heeft als advocaat veel mensen gesproken en problemen opgelost. Ik vind hem een relaxte en vooral slimme kerel.”
Bij de verkiezingen van 1994 deed de PvdA het in Amsterdam veel beter dan in andere steden en kreeg Van der Laan een kabinetspost aangeboden. Hij zag er van af om tijd te kunnen maken voor zijn gezin. Van der Laan heeft vijf kinderen uit twee huwelijken. Rottenberg zegt over die periode: “Hij was partner van een grote firma en vader van jonge kinderen. Uiteindelijk was hij versleten als draadjesvlees.” Toch bleef Van der Laan naast het advocatenwerk publieke functies vervullen. Hij was onder meer lid van de Raad van Toezicht Publieke Omroep, bestuursvoorzitter van het Verzetsmuseum in Amsterdam en van De Groene Amsterdammer.
Aanvaringen
Uiteindelijk maakte Van der Laan in 2008, toen een paar van zijn kinderen ouder waren, alsnog de overstap naar de landelijke politiek. Anderhalf jaar lang was hij minister van Werk, Wonen en Integratie (WWI). Het viel verschillende Kamerleden op dat Van der Laan met bijna iedereen door een deur kan. “Zeker als die deur naar een rookruimte leidt”, zegt een PvdA-kamerlid.
Tijdens zijn periode als minister had Van der Laan echter ook aanvaringen. Zoals toen SP Kamerlid Paulus Jansen hem beschuldigde van het voeren van ‘liberaal beleid’. Jansen: “Van der Laan ziet zichzelf als sociaaldemocraat in hart en nieren. Daarom ging hij zo tekeer toen ik dat zei.” Van der Laan brulde de SP’er toe dat het nooit meer goed zou komen tussen hen. “Iedereen vond het ongelooflijk flauw hoe hij reageerde. Het deed hem pijn dat ik hem als een liberaal zou bestempelen, terwijl ik puur zijn beleid bekritiseerde. De volgende dag erkende hij dat zijn reactie niet verstandig was.”
Ondanks het voorval, heeft Jansen veel waardering voor Van der Laan. “Maar hij heeft te lange tenen als zijn persoonlijke integriteit in het geding is. Als burgemeester is het handiger luchtig om te gaan met kritiek. Het is goed zaken bij de naam te noemen, maar dan moet je ook kunnen incasseren”, aldus Jansen.
“Eberhard is een principieel man”, zegt een toenmalige assistent van de integratieminister. “Is hij het met iemand niet eens, dan gaat hij verdere discussies uit de weg. Vindt hij iets onrechtvaardig, dan raakt dat hem persoonlijk.” Zo sprak Van der Laan meerdere malen zijn schande uit over de angst die Wilders bij Moslims inboezemt. De geblondeerde PVV-leider pikte dit niet. Hij bestempelde Van der Laan op zijn beurt als ‘een van de handlangers van Mohamed B’, de moordenaar van Theo van Gogh.
Toen het kabinet afgelopen februari viel, trad Van der Laan af. Hij wilde verder als Tweede Kamerlid, maar zag daar twee maanden later vanaf om zich kandidaat te stellen voor het Amsterdamse burgemeesterschap. Bij dit besluit liet hij zich leiden door de adviezen van partijgenoten. Begin juli trad hij aan.
Harder dan Cohen
“Eberhard is een rasechte Amsterdammer”, zegt Casper Schouten, advocaat en partner bij Kennedy van der Laan. “Hij rijdt zonder moeite de grachten af om zo dicht mogelijk bij restaurants in de binnenstad te parkeren. Ook heeft hij al jaren een seizoenkaart voor Ajax.” Schouten vindt hem als burgemeester goed op zijn plaats: “Eberhard is een bruggenbouwer die verschillende mensen aan elkaar kan knopen.”
Als raadslid maakte Van der Laan zich midden jaren negentig al hard voor de aanleg van de Noord-Zuidlijn en
Curriculum Vitae:
Eberhard Edzard van der Laan
Geboren op: 28 juni 1955, te Leiden
Burgerlijke staat: Voor de tweede keer gehuwd, vijf kinderen
Opleiding:
1974 Gymnasium B Visser ‘t Hooftlyceum, Leiden
1983 Rechten (cum laude) Vrije Universiteit, AmsterdamLoopbaan:
1984-1992: Advocaat bij Van Doorne en Sjollema / Trenité Van Doorne
1990-1998: Lid gemeenteraad Amsterdam voor de Partij van de Arbeid, vanaf 1993 als fractievoorzitter1992-2008 Medeoprichter & partner bij: advocatenkantoor Kennedy Van der Laan
2000-2001: Voorzitter programmacommissie PvdA, Tweede Kamerverkiezingen 2002
2006: Informateur collegeonderhandelingen Amsterdam
2008-2010: Minister voor Wonen, Wijken en Integratie
2010: Informateur collegeonderhandelingen Amsterdam
2010-heden: Burgemeester van Amsterdam
Overige activiteiten:
Voorzitter bestuur Verzetsmuseum Amsterdam, voorzitter bestuur W.E. Jansenfonds, voorzitter bestuur De Groene Amsterdammer, voorzitter bestuur kunststichting De Appel, lid Raad van Toezicht Publieke Omroep, lid Curatorium Het Parool / Bestuur Het Nieuwe Parool, bestuurslid Forum voor Stedelijke Vernieuwing, bestuurslid Circus Elleboog. lid Raad van Advies Gemeentelijk Havenbedrijf, commissaris RIGO.
de aanpak van criminele ondernemers op de Wallen. Ook als burgemeester heeft Van der Laan al flink zijn handen uit de mouwen gestoken, vindt Lodewijk Asscher. Hij wijst erop dat Van der Laan een duidelijke houding inneemt tegenover samenwerking met de Surinaamse regering Bouterse. En dat hij zijn stempel drukt op veiligheid in de stad. “Dit doet hij door de mogelijkheid tot preventief fouilleren uit te breiden en door extra inzet van camera’s in de stad”, stelt de wethouder.
De media zetten hem in vergelijking met Cohen neer als harde burgemeester. Zo wil de burgemeester het kraakverbod actief gaan handhaven. Asscher: “Van der Laan is hard. Vooral als het gaat om veiligheid, maar Cohen was ook geen lieverdje. Hij nam het initiatief voor preventief fouilleren.”
Toch lijkt Van der Laan een andere koers te varen dan zijn goede vriend Cohen. Onder leiding van Cohen werd preventief fouilleren in de stad slechts incidenteel ingezet. Nu, onder het bewind van Van der Laan, besloot de gemeente preventief fouilleren in stadsdeel Amsterdam-West door te voeren.
En terwijl Cohen zichzelf puur als procesbewaker van de Noord-Zuidlijn beschouwde, wil Van der Laan zoveel mogelijk betrokken zijn. Cohen pleitte voor samenwerking tussen kerk en staat, maar Van der Laan gelooft daar niet in.
‘Geen mannetjesmakers’
Collega’s en vrienden verwachten niet dat Van der Laan een onbekende van de Amsterdamse burgers blijft, nu hij zich zichtbaar opstelt in de stad. Asscher: “Hij loopt brandweerkazernes, politiebureaus en woonwijken af. Als iemand overvallen is, komt hij kijken.”
De gemeente ziet geen redenen om maatregelen te nemen om de naamsbekendheid van Van der Laan te bevorderen. Hoofd bestuursvoorlichting van de gemeente, Bartho Boer zegt: “Voor zover ik weet zijn er geen mannetjesmakers bij ons in dienst. Dat is niet nodig. De burgemeester en de ploeg om hem heen opereert puur in belang van de stad. Naamsbekendheid komt vanzelf als we ons werk goed doen.” Voormalig spin doctor Istha vindt het juist een behoorlijke uitslag als een op twee Amsterdammers aan het begin de burgemeester aan het begin van zijn ambtstermijn spontaan bij naam weet te noemen: “Een op de vier mensen denkt bij wijze van spreken nog dat Wim Kok premier is.”
Ook locoburgemeester Asscher maakt zich niet druk. “Ik heb zelf een paar maanden op de stad mogen passen. Als ik uit eigen ervaring spreek; het is echt knap om na een jaar als burgemeester van Amsterdam niet bekend te zijn.”
Eric Wiebes, meer bestuurder dan politicus
Posted By Alies Uilen On oktober 29, 2010 @ 17:35 In Algemeen, Profiel | No Comments
VVD-wethouder Eric Wiebes is volgens zijn collega’s een echte probleemoplosser. Dossiers als de Noord/Zuidlijn zijn voor hem een peuleschilletje. Maar handhaaft Wiebes zich ook als partijpoliticus in de Amsterdamse gemeenteraad?
Ga d’r maar aan staan. Wethouder worden in Amsterdam met de Noord/Zuidlijn, het parkeerbeleid, luchtkwaliteit en ICT in je portefeuille. De VVD’er Eric Wiebes (47) schrok er afgelopen mei niet voor terug. Terwijl hij geen enkele ervaring had met besturen, laat staan met de gemeentepolitiek, accepteerde hij de aanstelling als wethouder in Amsterdam. Het verbaasde Job Frieszo, oud-collega bij het ministerie van Economische Zaken (EZ), niets. “Toen ik het hoorde dacht ik: natuurlijk jongen! Dat is wat voor jou!”
Wiebes, lang, licht kalend, grote bruine ogen, geeft in de gemeenteraad en in de media rustig en duidelijk antwoord op vragen rondom de hoofdpijndossiers. Afgelopen zomer nog werd een aantal metrolijnen voor niets afgesloten, wegens een conflict met de aannemer. Voor de camera’s van stadszender AT5 draaide Wiebes er niet omheen. “Daar zakt mijn broek van af”, zei Wiebes zonder demagogisch over te komen.
Job Frieszo, woordvoerder bij het ministerie en zelf Amsterdammer, vindt Wiebes “een aanwinst voor de stad”. Hij werkte nauw met hem samen bij EZ, waar Wiebes tussen 2004 en 2010 in dienst was. De enige partijpolitieke functie die hij vervulde was als lid van de partijcommissie Economische Zaken van de VVD. “Hij heeft dan wel geen langlopende ervaring in de politiek”, vertelt Frieszo. “Maar dat is juist waarom hij die baan nu heeft. Het is voor hem een nieuwe uitdaging.” Inhoudelijk denkt hij dat de ingewikkelde portefeuilles geen probleem zullen zijn. “Eric is een oorspronkelijk denker. Hij verzint originele oplossingen, en verlaat de gebaande paden. Bovendien gaat hij niet liggen voor gevestigde belangen. Wat anderen vanzelfsprekend vinden zal hij altijd kritisch tegen het licht houden.”
Analytische blik
Dat blijkt. Wiebes hamert als wethouder op het ‘rendement per euro’ van maatregelen, en zoekt daarom uit wat alle maatregelen die de luchtkwaliteit moeten verbeteren eigenlijk opleveren. Bas Soetenhorst, politiek verslaggever bij Het Parool voorziet dat hij zich met deze vragen niet populair zal maken bij coalitiepartner GroenLinks. “Maar dat kan hem niet schelen, dat straalt hij uit.” Verder heeft Wiebes een onderzoek ingesteld naar de Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer (DIVV), die herhaaldelijk blunderde bij infrastructurele projecten.
Wiebes stelt vragen en probeert de gemeente zo efficiënt mogelijk te laten draaien. Zijn aanpak verwijst naar zijn werk als consultant, dat hij deed voor hij bij EZ begon. Eerst bij adviesbureau McKinsey, daarna bij OC&C Strategy consultants. Pieter Witteveen leerde Wiebes kennen bij McKinsey, en haalde hem later naar OC and C. “Ik was bij McKinsey al onder de indruk van zijn scherpte, en zijn vermogen om problemen op te lossen. Hij weet simpele vraagstukken altijd terug te brengen tot de kern. Zo vergeleek hij files eens met een gootsteen: als het water er geleidelijk doorstroomt is er geen enkel probleem, maar als het allemaal in één keer door de afvoer moet, komt er een opstopping. Auto’s moeten dus niet allemaal tegelijk de weg opgaan, maar meer gespreid. Dat is typisch Wiebes.”
Wiebes ontwikkelde tijdens zijn studie werktuigbouwkunde in Delft een analytische blik, zo zegt hij in een interview met Het Parool. Bovendien leerde hij in Delft niet te vragen naar een goede oplossing, maar het zelf te bedenken.
Eric Wiebes is op 12 maart 1963 in Delft geboren. Hij heeft twee kinderen en woont in Amsterdam met zijn vriendin. Hij studeerde werktuigbouwkunde aan de TU in Delft en deed een MBA op de school INSEAD in Fontainebleau.
- 2010 – heden: Wethouder Amsterdam, Verkeer, Vervoer en Infrastructuur, ICT
- 2004 – 2010: Ministerie van Economische Zaken. Onder andere als plaatsvervangend Secretaris-Generaal en directeur Marktwerking.
- 1993 – 2004: OC&C (Outram Cullinan & Company) Strategy Consultants, senior vennoot
- 1990 – 1992: McKinsey & Company, associate consultant
- 1987 – 1989: Shell Internationale Petroleum Maatschappij, energy engineer
Zijn eerste baan vond hij bij Shell, maar daar had hij naar eigen zeggen niet goed over nagedacht. De vaardigheden die hij in Delft had opgedaan kon hij pas echt goed gebruiken bij McKinsey. “Als er een probleem is, ga je ontdekken hoe het in elkaar zit.”
Erkenning
In hetzelfde interview vertelt hij over zijn jeugd in Muiderberg. Wiebes verloor op negenjarige leeftijd zijn vader, een natuurkundige, aan kanker. Zijn moeder bracht hem en zijn broer en zus groot op een uitkering. Wiebes zegt dat hij daar geen last van had, en dat het met een bootje en een surfplank “best een gelukkige jeugd” was. Tijdens zijn studie ontmoette hij studenten met ouders die werkten, en soms veel geld hadden. “Toen dacht ik: zo gek nog niet, een baan.”
Pieter Witteveen begrijpt waarom Wiebes wethouder is geworden. “Hij heeft ontzettend veel plezier in het oplossen van publieke vraagstukken. Als consultant en ambtenaar heeft hij altijd geduwd, om ideeën of beleid uitgevoerd te krijgen. Nu als bestuurder wil hij het zelf wel eens laten gebeuren.” Erkenning voor zijn werk vindt Wiebes belangrijk, weet Witteveen: “Het gaat hem niet om macht, of commercieel gewin, maar om te horen: goh, wat heeft-ie dat goed gedaan, wat heeft hij daar een slimme oplossing bedacht.” Volgens Witteveen zal Wiebes niet snel de stap naar de Tweede Kamer zetten. “Hij is veel meer een bestuurder dan een politicus. Hij is een VVD’er omdat hij een echte liberaal is, hij gelooft in de markteconomie. Maar hij doet dit niet voor politiek gewin.”
Boze burgers kalmeren
Maar is Wiebes wel politicus genoeg voor zijn functie in de Stopera? Raadslid Fjodor Molenaar (GroenLinks), lid van de raadscommissie Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit zegt dat hij soms nog weinig hoogte krijgt wat coalitiegenoot Wiebes zelf precies wil. “Tot nu toe is hij weinig politiek. Hij is erg bereid om dingen te onderzoeken. Die analytische inslag is verfrissend, maar hij zal uiteindelijk ook inhoudelijke keuzes moeten maken.” Volgens Molenaar zou het bijvoorbeeld voor de luchtkwaliteit wel eens het beste kunnen zijn om de parkeertarieven verder te verhogen, maar hij vraagt zich af of Wiebes dat als VVD’er zou uitdragen. “Je kunt wel kijken naar het effect van elke euro die we uitgeven, maar er is natuurlijk niet alleen een financieel, maar ook een maatschappelijk belang.”
Remine Alberts van de SP, ook lid van de commissie Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit “gunt Wiebes nog wat tijd” om orde op zaken te stellen bij bijvoorbeeld de DIVV, “maar niet tot in de eeuwigheid, het gaat wel om geld van Amsterdammers.” Zij heeft ook het idee dat Wiebes goed luistert en toegankelijk is. “Dat is goed, maar je moet er vervolgens ook iets mee doen.”
Inhoudelijk is Wiebes sterk genoeg voor de ingewikkelde dossiers, denkt journalist Soetenhorst. “Hij wil bijvoorbeeld orde op zaken in de Amsterdamse ICT. Zo’n project heeft hij bij Economische Zaken al eens succesvol afgerond.” Ook Soetenhorst is benieuwd hoe Wiebes de politieke kant van zijn taak gaat aanpakken. “Het is de vraag of hij flexibel genoeg is om in onderhandelingen ook een paar dingen uit te ruilen. Hij zal in ieder geval niet inbinden om bij de kiezers in de smaak te vallen. Voor hem is het graag of niet. En hij moet oppassen dat hij niet te veel een technocraat is. Kan hij bewoners kalmeren die boos zijn over wegwerkzaamheden?”
Orkaan Eric
Pieter Witteveen heeft hierin het volste vertrouwen. “Politieke spelletjes zijn nieuw voor hem, maar ik geloof dat hij realist genoeg is om daar praktisch mee om te gaan. De tolheffing op de ring rond Amsterdam is nu bijvoorbeeld uitgesteld. Dat strookt misschien niet helemaal met zijn idealen, maar hij zoekt dan wel weer andere oplossingen.”
Uitleg geven aan burgers is Wiebes volgens Job Frieszo wel toevertrouwd. “Hij kan goed communiceren, en dingen helder uitleggen. De kiezer zal dan zijn beleid begrijpen.” Media-optredens zijn nieuw voor de wethouder. Frieszo: “Laatst gaf hij in een interview antwoord op de vraag of hij wel Amsterdams genoeg is. Hij zei: ‘Amsterdam is een internationale stad, met talloze nationaliteiten, en ik kom maar van 65 kilometer verderop! En dan zou ik niet genoeg Amsterdammer zijn om het hier te redden?’ Een briljant antwoord.”
In de media is hij al eens ‘orkaan Eric’ genoemd, dankzij zijn frisse en intelligente ideeën. Maar langzamerhand komt het er wel op aan. Hij moet niet alleen de geschikte persoon zijn om lastige problemen op te lossen, maar ook de VVD-wethouder die beleid verdedigt en zich staande houdt in de gemeentepolitiek. Job Frieszo wil nog graag één toevoegen: “Het is een heel vrolijke man, je kunt erg met hem lachen. Hij heeft altijd een prettige sfeer om zich heen.”
Achmed Baâdoud: Polderen in Nieuw-West
Posted By Marjolein van de Water On oktober 29, 2010 @ 17:25 In Profiel | No Comments

Iedereen is het erover eens: Achmed Baâdoud is een vriendelijke, beheerste man. Niemand heeft hem ooit boos gezien. Maar de stadsdeelvoorzitter van Nieuw-West heeft een zware taak. “Hij mag zich wel wat harder opstellen.”
Het is rustig geworden in het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West. Althans zo lijkt het. Want als er iets gebeurt, staat het niet meer direct met grote koppen in de krant. Achmed Baâdoud (38) praat met daders en slachtoffers maar doet dat zonder camera’s erbij. De in mei aangetreden stadsdeelvoorzitter is een bescheiden bestuurder met ambitieuze plannen.
Baâdoud is een gelovig man, een belijdend moslim. Werk en privé houdt hij echter strikt gescheiden en religie, dat is privé. Hij bezoekt zijn geboorteland Marokko nog regelmatig maar Nieuw-West is in alle opzichten zijn thuis. Met zijn vrouw en vier kinderen woont hij in Osdorp en moeder Baâdoud woont een stukje verderop, in Slotermeer.
Baâdoud werd landelijk bekend toen eind vorig jaar de strijd om het PvdA-lijsttrekkerschap, uitmondde in een mediacircus. PvdA prominenten, waaronder voorzitter Lilliane Ploumen, spraken zich uit voor zijn tegenstander Ahmed Marcouch. De lokale leden besloten anders en kozen Baâdoud als lijsttrekker. “De gebeurtenissen afgelopen december hebben hem niet onzeker gemaakt, wel gesterkt in het politieke spel”, zegt PvdA-fractievoorzitter Erwin Spijker.
Een grote forse man met brede schouders. Zijn haar piekfijn gekapt, netjes gekleed met glimmende schoenen. Zijn voorkomen straalt rust en vertrouwen uit. Een vaderlijk type. Terwijl anderen spreken, kijkt hij bedachtzaam voor zich uit. Geconcentreerd maakt hij zo nu en dan een aantekening. Waar zijn collega-bestuurders soms jolig uit de hoek komen tijdens vergaderingen, blijft Baâdoud steeds serieus.
Niet snel een grapje
“Hij is nog aan het groeien in zijn nieuwe rol als voorzitter, hij moet nog een beetje los komen”, zegt Miep van Diggelen, bestuursvoorzitter van PvdA Nieuw-West. Chris Schaeffer (SP) vindt hem “een sympathieke vent” maar mist humor bij Baâdoud: “Ik zou niet snel een grapje tegen hem maken. Ik zou bang zijn dat hij het serieus neemt, dat hij niet doorheeft dat het een grap is.”
Baâdoud heeft een zware taak. De fusie van de drie stadsdelen die samen Nieuw-West vormen, is een moeizaam proces. Het gaat zeker nog een jaar duren voordat alles soepel loopt. Ambtenaren zijn bang hun baan te verliezen en de stofkam gaat door het beleid van de afgelopen jaren. Daarbij komt veel opgehoopt vuil naar boven.
Rustig achterover leunend fuseren is er bovendien niet bij. Het stadsdeel moet 21 miljoen euro bezuinigen de komende periode, kent een werkloosheid van bijna 9 procent en heeft te maken met hoge criminaliteitscijfers.
Maar het is niet voor het eerst dat Baâdoud een moeilijk proces moet leiden. Tot 2006 werkte hij als hoofd van de afdeling debiteuren/crediteuren bij Nissan Europe waar hij een grote reorganisatie mede leidde. “Het was een turbulente periode met veel onrust”, vertelt Martien Heeremans, hoofd personeelszaken bij Nissan Europe.
Het lukte Baâdoud goed om de rust te bewaren en begrip te kweken voor de benodigde maatregelen.“Hij was een natuurlijk leider en zowel voor- als tegenstanders van het beleid, accepteerden zijn gezag. Zijn medewerkers vertrouwden hem volledig”, aldus Heeremans.
Toch viel de reorganisatie hem zwaar, al was dat meer op persoonlijk vlak. “Het betekende dat zijn functie meer inhoudelijk dan leidinggevend werd. Hij zag zijn team vertrekken. Ik denk dat dit een belangrijke rol heeft gespeeld bij zijn keuze weg te gaan bij Nissan. Hij wilde liever leiding geven, dat is ook waar hij goed in is.”
CV Achmed Baâdoud, geboren 10 februari 1972.
- 1985-1989: Tweede Montessori MAVO in Amsterdam
- 1989-1990: Contardo Ferini HAVO in Amsterdam
- 1990-1996: Magazijnmedewerker Nissan Motor Parts
- 1996-1997: Postkamermedewerker Nissan Europe
- 1997-1998: Medewerker debiteuren Nissan Europe
- 1999-2002: Teamleider debiteuren Nissan Europe
- 2002-2006: Afdelingshoofd debiteuren / crediteuren Nissan Europe
- 2002-2004: Lid deelraad PvdA Amsterdam Osdorp
- 2004-2006: Fractievoorzitter PvdA Amsterdam Osdorp
- 2006-2010: Dagelijks bestuur Amsterdam Osdorp, portefeuille economie
- 2010-heden: Stadsdeelvoorzitter Amsterdam Nieuw-West
Rond deze tijd besloot Baâdoud om voor een politieke carrière te gaan. Het was geen makkelijke keuze om het bedrijfsleven te verlaten, zegt PvdA-fractievoorzitter Spijker. “De eerste jaren dat hij deelraadslid was in Osdorp, twijfelde hij nog behoorlijk. Hij had goede vooruitzichten in het bedrijfsleven. Pas toen hij in 2006 bestuurder werd in Osdorp nam hij zijn besluit.”
Vuist op tafel
Zijn collega’s en raadsleden typeren Baâdoud als een voorzichtige, beheerste bestuurder die niet met de vuist op tafel slaat. “Ik zeg niet behoedzaam maar Baâdoudzaam!” lacht Michel Tromp, fractievoorzitter van de VVD. Hij verbaast zich regelmatig over de altijd naar consensus zoekende Baâdoud. Dat bleek al bij de formatieonderhandelingen. “Het liefst wilde hij iedereen in de coalitie hebben. Hij wilde met iedereen om de tafel terwijl van tevoren al duidelijk was dat het een akkoord met D66 en GroenLinks zou worden.”
“Hij wil alles zeker weten en tot in de puntjes uitzoeken voordat hij een stap neemt”, gaat Tromp verder. “Dan legt hij eindeloos uit wat hij doet, waarom en welke risico’s het inhoudt. Hij wil draagvlak creëren. Maar in de politiek moet je spijkers met koppen durven slaan. Soms denk ik: ga bij een verzekeringsmaatschappij werken als je alles zeker wilt weten.”
Partijgenoot Spijker: “Bescheidenheid kan tot traagheid leiden. Zeker nu, met de bezuinigingen moet je adequaat handelen, stevige beslissingen nemen. Hij mag zich wel wat harder opstellen.”
“Zelfs tijdens de verkiezingscampagne was hij op zoek naar de zaken die ons binden, in plaats van de tegenstellingen te benadrukken”, zegt collega-bestuurder Paulus de Wilt (GroenLinks). Hij heeft juist daarom alle vertrouwen in Baâdoud en vindt hem een degelijke voorzitter. “Hij neemt zijn beslissingen weloverwogen en probeert iedereen daarbij te betrekken. Zijn methode kost weliswaar veel tijd maar zorgt ook voor breed gedragen beleid.”
Dat voorzichtigheid niet tot besluiteloosheid hoeft te leiden, bewijst het vorige week gepresenteerde bestuursakkoord. Inclusief een heroverweging waarin de bezuinigingen zijn uitgewerkt. Impopulaire maatregelen worden niet geschuwd. Zo gaan de subsidies op de schop en het parkeertarief omhoog.
Iedere bestuurder presenteerde de eigen portefeuille. “Dat Baâdoud de presentatie niet in zijn eentje deed, typeert hem”, zegt Miep van Diggelen. “Hij creëert meer draagvlak door deze verantwoordelijkheid te delen.”
Kansarme migrant
Baâdoud hamerde tijdens de presentatie van het akkoord steeds op het belang van werken. Hij vindt dat vaders die werkeloos thuis zitten niet verbaasd moeten zijn wanneer hun kinderen zich misdragen. Een goed voorbeeld stellen is essentieel, vindt hij. Er is geen excuus om het niet te maken in het leven.
Zelf is hij een voorbeeld van hoe een ‘kansarme migrant’ het ver kan schoppen. Als jongetje van negen verhuisde Baâdoud van het Marokkaanse Rifgebergte naar Amsterdam. Hij ging in Bos en Lommer naar de Montessori MAVO en deed vervolgens de HAVO op avondschool Contardo Ferrini. Meteen daarna ging hij als magazijnmedewerker bij Nissan aan de slag.
In de jaren die daarop volgden, werkte hij zich langzaam maar zeker op binnen Nissan Europe. Van het magazijn naar de postkamer naar medewerker debiteuren. Naast zijn werk volgde hij verschillende opleidingen om een betere boekhouder te worden en zijn Engels en Frans bij te spijkeren. In 1999 werd hij teamleider en in 2002 afdelingshoofd.
“Baâdoud loste de problemen op die anderen lieten liggen. Dat heeft hem zijn leidinggevende functie opgeleverd.” Martien Heeremans stond regelmatig met Baâdoud te kletsen bij het koffiezetapparaat. Hij herinnert zich hem als een ijverige, rustige man. “Hij raakte alleen gefrustreerd wanneer hij zijn ambities niet waar kon maken.”
Baâdoud gelooft dat de probleemjongeren in zijn stadsdeel zich net als hij omhoog kunnen werken. Ludwig Caupain, manager van MoMoney, een project om kansarme jongeren aan een baan te helpen, waardeert dat in hem. Hij kent Baâdoud als een betrokken man, die een aantal kandidaten persoonlijk heeft aangedragen. “Hij begrijpt dat die jongens gewoon aandacht nodig hebben.”
Toen Caupain hem op een bijeenkomst met voormalig minister Donner hoorde spreken, viel het hem op dat hij alle details over de jongeren kende. “Alle mailtjes die ik hem ooit had gestuurd bleek hij bijzonder aandachtig gelezen te hebben. Dat maakte me blij. Het laat zien dat hij vindt dat ons werk ertoe doet.”
“Zijn interesse voor mensen typeert hem”, zegt Chris Schaeffer (SP). “Laatst maakten we een bustocht door het stadsdeel met de raad, het bestuur en de woningcorporaties. Steeds als we even uitstapten stond hij binnen no time met voorbijgangers te kletsen. En heus niet alleen met Marokkaanse mannen. Hij neemt daar dan rustig de tijd voor, dat vind ik een mooie eigenschap.”
De charmes van Achmed
Want zo stijf als hij overkomt in de raadszaal, zo soepel gaat het hem af met de mensen op straat. “Hij maakt met iedereen een praatje en heeft een uitzonderlijk talent om mensen op hun gemak te stellen”, zegt Miep van Diggelen. In juni werden er speldjes uitgereikt aan bijzondere PvdA-leden en “Baâdoud deed dat op een hele leuke manier”, aldus Van Diggelen. “Dametjes die een speldje kregen omdat ze vijftig jaar PvdA-lid waren smolten weg bij de charmes van Achmed.”
Baâdoud spreekt steevast over Amsterdammers, of over de inwoners van Nieuw-West. Hij weigert mensen op basis van hun etniciteit of religie te benoemen. Ook homo’s wil hij niet in de etalage zetten. “Baâdoud heeft zeker wel aandacht voor de problematiek rondom homo’s in Nieuw-West maar vindt dat je hen geen dienst bewijst door ze in de schijnwerpers te zetten. Daarmee zet je vooral jezelf in de politieke etalage en daar houdt Baâdoud niet van”, aldus Spijker.
Het vertrouwen in Baâdoud is groot, zowel binnen de eigen partij als daarbuiten. Maar het is nog te vroeg om echt iets te zeggen, vindt Spijker. “Nu teren we nog op de goede tijden. Pas in 2012 gaan de bezuinigingen echt een grote rol spelen en zal duidelijk worden of de methode Baâdoud werkt.”
Rik van den Boog: Wil altijd winnen
Posted By Een onzer verslaggevers On oktober 22, 2010 @ 16:15 In Algemeen, Profiel | 1 Comment
Ronald Olsthoorn
Zijn eigen voetbalcarrière werd door een blessure in de kiem gesmoord. Algemeen directeur van Ajax, Rik van den Boog, verdiende zijn sporen als zakenman. “Hij heeft een goed zakelijk verleden, op zijn laatste positie na.”
“Eigenlijk hebben we er nog nooit zo goed voor gestaan.” Op bijna Cruijffiaanse wijze rekent Rik van den Boog (51) over de telefoon voor hoe het nettoverlies van Ajax NV – 22,8 miljoen euro – moet worden uitgelegd. Het tekent Van den Boog die door vrienden en zakenrelaties als een “razendsnelle rekenaar” wordt omschreven. Een “innemende gozer” en “charmant”, maar ook een “straatschoffie”. Eigenschappen die Van den Boog ten volle zal moeten aanwenden om zich staande te houden als algemeen directeur van Ajax, de functie die hij sinds 1 januari 2009 bekleedt.
Onder Van den Boog wist Ajax zich voor het eerst sinds 2005 te kwalificeren voor de Champions League en doet het volop mee in de strijd om het landskampioenschap. Maar onder Van den Boog liet ook clubicoon Johan Cruijff in De Telegraaf van zich spreken. Hij noemde het financiële en technische beleid van de club een drama en riep de gehele clubleiding op te vertrekken. En dan is er nog het spoor dat Van den Boog in de zakenwereld achterliet, waarvan de nasleep van het faillissement van Marco Borsato’s The Entertainment Group (TEG) het meest in het oog springt. Wie is de man die de dagelijkse leiding van Ajax in handen heeft? En zit zijn zakelijk verleden zijn functioneren als Ajax-directeur in de weg?
Volkse voetballer
“Rik komt uit een echte Amsterdamse familie”, zegt jeugdvriend en eigenaar van een sportschool in Purmerend George Bruynesteijn. De twee zaten bij elkaar in de klas op de Vondelschool in de Amsterdamse Pijp en waren onafscheidelijk. “Ik was kind aan huis bij Riks ouders en zijn twee jaar oudere broer Hans. Zijn vader werkte in de fabriek, maakte kopjes en schoteltjes, daar hebben wij in de vakantie ook heel wat aan de lopende band gestaan. Het was bij Rik thuis gezellig en volks. Het was bij mij thuis toch even anders, iets meer middenstand en er kon financieel wat meer. Dat had Rik vrij snel in de gaten en je zag meteen aan hem dat hij meer wilde, meer dan in de zomervakantie naar de camping in Voorthuizen.”
Van den Boog en Bruynesteijn waren naast vrienden ook rivalen als ze op straat of in clubverband tegen elkaar voetbalden. Bruynesteijn: “Als we ruzie hadden, gingen we altijd elkaars moeder beledigen. Zijn moeder was nogal voluptueus en die van mij had een kleurtje. Dan was het van “dikke olifant” en “zwarte aap” over en weer.” Op hun twaalfde werden ze allebei gescout door Ajax. In de beslissende wedstrijd stonden de twee tegenover elkaar. “Rik rechtsback en ik linksbuiten. Ik ben helemaal weggespeeld die dag en werd weggestuurd. Rik mocht blijven.”
Van den Boog doorliep alle jeugdelftallen van Ajax, maar stokte in het tweede elftal. Naast het voetballen studeerde hij aan de Pedagogische Academie. Volgens Bruynesteijn niet naar de zin van toenmalig Ajax-trainer Leo Beenhakker. “Die vond dat je moest kiezen, óf voetballen óf studeren. Volgens Rik was dat een slap excuus om hem uit het eerste te houden. Hij heeft toen een hoop heibel gemaakt – want dat kan hij als het niet naar z’n zin gaat – en is toen vertrokken naar Sportclub Amersfoort. Daar heeft hij in een wedstrijd een verschrikkelijke doodschop gekregen.”
Commerciële carrièremaker
Met die doodschop kwam een einde aan Van den Boogs aspiraties als profvoetballer. Hij verbrijzelde zijn enkel en werd afgekeurd voor het voetbal op het allerhoogste niveau. Van den Boog stond vervolgens een aantal jaar voor de klas als wiskundeleraar op de J.W. Willems-school, een lts in Amsterdam-West. Later zou hij daar zelf over zeggen dat hij zich soms meer sociaal werker dan leraar voelde. Van den Boog wilde meer, iets anders en begon aan zijn eerste commerciële baan bij verzekeraar Stad Rotterdam.
In die tijd – begin jaren tachtig – kwam Peter Duijvelshoff veel over de vloer bij Van den Boog die met zijn eerste vrouw op de Derde Kostverlorenkade in Amsterdam Oud-West woonde. De twee zaten bij elkaar in het zaalvoetbalteam en Duijvelshoff wilde dat Van den Boog, nog steeds een begenadigd voetballer, ook op het veld bij voetbalvereniging DCG zijn ploeggenoot zou worden. “Rik had het niet zo naar zijn zin in die verzekeringswereld. Ik was wagenparkbeheerder bij printerfabrikant Xerox en zei tegen hem: ‘Ik zorg dat jij binnenkomt bij Xerox en dan kom jij bij DCG voetballen.’”
En zo ging Van den Boog printers en kopieerapparaten verkopen. Hij bleek daarvoor uit het juiste hout gesneden. Duijvelshoff: “Rik gaat tot het uiterste om te winnen, op het voetbalveld en daarbuiten. Als verkoper doorzag hij situaties razendsnel en wist hij bij de mensen op het juiste moment, de juiste snaar te raken. Zo zit er op die apparaten natuurlijk een bepaalde marge. Rik presteerde het om ten overstaan van een klant te zeggen: ‘Heb jij weleens in drie seconden duizend gulden verdiend? Nee? Nou, dan zou ik even hier tekenen als ik jou was.’ Rik haalde ontzettend veel orders binnen.”
Van den Boog schopte het bij Xerox uiteindelijk tot verkoopdirecteur en was enige tijd landenmanager voor Finland, de Baltische staten en Rusland. Een mooie baan in de Verenigde Staten lonkte, maar dat zagen zijn – intussen – tweede vrouw en drie kinderen niet zitten. Van den Boog koos in 1999 voor een nieuwe sector, de mobiele communicatie en ging als directeur aan de slag bij Libertel dat later werd overgenomen door Vodafone. André ten Bloemendal was onder Van den Boog commercieel directeur van Libertel/Vodafone en ontdekte een paradox in het karakter van zijn baas. “Rik kan zijn mensen goed motiveren en gaat daarbij uit van de gedachte dat er meer is dan werk alleen. Het thuisfront mag volgens hem niet onder het werk lijden. Maar voor zichzelf legt hij de lat onbedaarlijk hoog. Voor zijn eigen omgeving zou het soms best een tandje minder mogen.”
Betrokken bij fraude en wanbestuur?
Uit deze tijd stamt ook een eerste smet op het blazoen van Van den Boog. NRC Handelsblad berichtte vorig jaar dat Van den Boog in 2001 namens Libertel/Vodafone aanjager en initiator was van verboden prijsafspraken en het uitwisselen van concurrentiegevoelige informatie tussen zijn bedrijf en andere telecomaanbieders zoals KPN, T-mobile en Orange. Van den Boog heeft altijd ontkend de spil te zijn geweest in deze kartelzaak. Na een jarenlange juridische strijd ligt het dossier nu weer bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit die moet gaan bepalen of de gebeurtenissen destijds werkelijk de markt hebben verstoord en of de opgelegde boete aan de betrokken bedrijven van 88 miljoen euro terecht was.
Meer in verlegenheid kwam de Ajax-directeur in oktober 2009 toen TEG failliet ging, het bedrijf rondom Marco Borsato waar ook andere sterren als Guus Meeuwis en Ilse de Lange onder contract stonden. TEG werd in 1995 opgericht met Borsato, diens manager Paul Brinks, media-ondernemer Unico Glorie en artiestenmanager Sandra Nagtzaam als aandeelhouders. In 2006 verkocht Nagtzaam haar 25 procent van de aandelen aan Van den Boog, textielmagnaat Laurens Hompes en Belcompany-oprichter Ginus Tiemessen. Volgens ingewijden heeft Van den Boog zich sindsdien nadrukkelijk met de koers van TEG bemoeid. Toen het bedrijf omviel en achterbleef met een schuldenlast van 13 miljoen euro verklaarden alle aandeelhouders unisono dat zij niet verantwoordelijk waren voor de financiële janboel die curator Jan Padberg bij TEG aantrof.
CV
Rik van den Boog is op 1 september 1959 geboren in Amsterdam. Van den Boog woont met zijn vrouw in Weesp en heeft uit twee huwelijken drie kinderen.
1972-1978 Berlage Lyceum (atheneum b)
1978-1982 Pedagogische Academie H. Bouman
1975-1983 Jeugdopleiding Ajax
1982-1985 Wiskundeleraar technische school J.W. Willems
1985-1986 Leerling-actuaris Stad Rotterdam
1986-1999 Xerox, verkoopdirecteur
1999-2002 Vodafone Libertel, directeur distributie
2003-2004 Orange, commercieel directeur
2005-2008 Investeerder in verschillende bedrijven
1 januari 2009 Algemeen directeur Ajax
Padberg rondde eind augustus zijn onderzoek af en concludeerde dat – in tegenstelling tot eerdere berichten in De Telegraaf – er geen aanwijzingen waren voor faillissementsfraude, intercorporale Kerst-orgies, cocaïnesessies of persoonlijk gegraai. Maar daarmee is de kous voor Padberg niet af. Hij heeft de directie van TEG intussen aansprakelijk gesteld voor de faillissementsschuld en in november gaat hij nog een aantal aandeelhouders horen. Padberg wil weten of zij “feitelijk leiding gaven” aan het bedrijf. “Indien dat het geval is”, zegt Padberg,” dan zal ik ook hen aansprakelijk stellen. En ja, meneer Van den Boog staat ook op mijn lijstje.”
Op aanraden van Van den Boog investeerde Henk Keilman “enkele miljoenen” in het bedrijf Lab Venture. Het waren vooral de verliezen van dit aan TEG gelieerde bedrijf dat het amusementsimperium van Borsato deed instorten. Het moest als “incubator voor veelbelovende bedrijven in de nieuwe media” moest dienen. De curator van Lab Venture, Nils Reerink, is nog niet zover gevorderd als zijn collega Padberg, maar kijkt ook tegen een tekort van 12,5 miljoen euro in de boedel aan. Reerink: ”Ik ben tot dusver nog geen enkele vruchtbare deelneming tegengekomen. Het lijkt erop dat er in het Lab eindeloos veel geld is verstookt.”
Ook Keilman is zijn geld kwijt. “Daar ben ik verder naar Rik niet rancuneus over, niet alles kan succesvol zijn. Wel heeft Rik een aantal fouten gemaakt en dat heb ik hem ook gezegd. Venture capital, het woord zegt het al, is risicovol kapitaal. Je investeert vaak in bedrijven of ideeën die zich soms nog in een embryonaal stadium bevinden. Om dat goed te kunnen beoordelen, dat is een vak apart en Rik heeft dat onderschat. Hij wil vaak te veel dingen tegelijk doen. Wat dat betreft is Ajax misschien wel goed voor hem, dan kan hij zich focussen op een ding.”
Op zijn plek bij Ajax
“Bij Ajax is natuurlijk elke scheet voorpaginanieuws”, zegt radio-dj Daniël Dekker die het spanningsveld omschrijft waarin Van den Boog opereert. Dekker is voorzitter van de 85.000 leden tellende Supportersvereniging Ajax en zit in die hoedanigheid maandelijks met de directie van Ajax om de tafel. Hij vindt Van den Boog “straight” en “goed in zijn communicatie naar de supporters”. De twee stonden niet zo lang geleden nog tegenover elkaar toen de supporters kwaad waren over de in hun ogen te hoge prijzen voor de thuiswedstrijden in de Champions League. Dekker: “Rik reageerde emotioneel. Het was allemaal al in de pers voor hij er bij betrokken raakte en toen kwam er ook nog eens die column van Cruijff in De Telegraaf overheen. Rik wil Ajax graag verder brengen, daarover de controle houden en op dat moment was hij even de regie kwijt.”
De voorzitter van Ajax, Uri Coronel, staat nog steeds vierkant achter zijn beslissing om Rik van den Boog tot algemeen directeur te benoemen. In 2008 zat Coronel in de commissie voor die de Ajax-organisatie doorlichtte. Een van de aanbevelingen was om een directeur aan te stellen die thuis was in de voetbalwereld, een boegbeeld voor de club was en een people manager voor het personeel. Coronel: “Rik voldoet op alle punten. Hij heeft een goed zakelijk verleden op zijn laatste positie na, maar daarover heeft hij mij tijdig geïnformeerd. De TEG-zaak is voor mij met het rapport van de curator afgesloten. Dat zou alleen nog kunnen veranderen als blijkt dat Rik mij onjuist heeft geïnformeerd of dat door allerhande procedures het belang van Ajax in het geding komt, maar dat weet Rik zelf ook.”
George Bruynesteijn ziet zijn jeugdvriend niet zo vaak meer als vroeger. Het is het enige minpuntje dat hij noemt, de druk bezette Van den Boog is nog wel eens slordig in het onderhouden van contacten. “Zo was hij er niet toen ik vijftig werd, terwijl hij wél zou komen. Nou, dat zeg ik dan ook gewoon recht in zijn gezicht.” Uit principe was Bruynestijn er daarom niet bij toen Van den Boog vijftig werd en zijn vrouw een surprisefeestje organiseerde in hun villa in Weesp. Maar de twee mannen hebben het intussen bijgelegd. Laatst was Bruynesteijn nog met zijn vader op uitnodiging van Van den Boog bij een wedstrijd van Ajax. “Ach ja, dan hangen we ook gewoon weer om elkaars nek. Toen zei iemand nog: “Hé, jullie zijn zeker broers.” En ja, zo voelt het ook wel een beetje.”
Joost Conijn: de wereld rond in zelfgemaakte voertuigen
Posted By Irene de Pous On oktober 22, 2010 @ 15:00 In Algemeen, Profiel | No Comments
Joost Conijn maakte vervoersmiddelen waarmee hij naar Oost Europa, India en kortgeleden ook door Afrika reisde. De kunstenaar is niet alleen op zoek naar het avontuur. Hij wil weten wat mensen echt bezighoudt.
“Ik was al een keer met de fiets geweest, toen met de auto. Dus nu dacht ik, dan ga ik met het vliegtuig.” Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, zo vertelt kunstenaar Joost Conijn (1971) in Pauw en Witteman over zijn reis door Afrika. In een zelfgebouwd vliegtuigje van aluminium, hout en zeildoek vloog hij in vier maanden van Flevoland naar Kenia. In NRC Handelsblad schreef hij stukken over zijn reis. Twee weken geleden kwam hij terug in Nederland.

Soldaten in de Centraal-Afrikaanse Republiek bekijken het vliegtuig van Joost Conijn. Copyright: Joost Conijn
Met zijn zelfgebouwde OK-NUL 43 – driehonderd kilo, met een vliegsnelheid van 130 kilometer per uur en benzine voor vijf uur vliegen – vloog hij onder andere over Marokko, Mali, Niger, Tsjaad, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Soedan. Conijn landde tussen Boeings, op afgelegen vliegvelden en bij een Oegandees legerkamp in het oerwoud van Zuid-Soedan. In Oeganda bracht hij een nacht in de cel door, aangehouden op verdenking van illegaal het land binnengaan. De autoriteiten wisten niet wat ze met het lichtgewicht vliegtuig aanmoesten, maar lieten hem uiteindelijk zijn reis vervolgen.
“Wat wilde je eigenlijk?” vraagt tafelgenoot en publicist Paul Scheffer. De ogen van Conijn vernauwen zich licht, zijn blonde haar zit nonchalant. Zijn mond krult een beetje, alsof hij moet lachen. “Ik wilde een reis maken.” De andere gasten lachen. “Dat wil ik ook wel eens. Dan ga ik naar Schiphol en check ik in”, reageert Scheffer. Conijn: “Dat zijn zo de gebaande paden. Ik wilde de achterkant zien. Niet als toerist gaan.” “Als kunstenaar?”, vraagt Scheffer. “Gewoon als mezelf”, zegt Conijn.
Brandend huis
Een maker, met durf en doorzettingsvermogen, zo typeren vrienden en kennissen Conijn. De kunstenaar die bekend staat om zijn zelfgemaakte voertuigen waarmee hij op reis gaat, legt deze reizen en de ontmoetingen onderweg vast op video en in tekst.

'Hout Auto' waarmee Conijn tot in Tsjernobyl reed, staat momenteel opgeslagen in het depot van Centraal Museum Utrecht
“Joost zijn werk kenmerkt zich door drie dingen: snelheid, zelf maken en ontmoetingen met mensen”, zegt Jos Houweling, voormalig directeur van het Sandberg Instituut waar Conijn studeerde. “Dat is een bijzondere combinatie. Meestal heb je makers óf sociaal geïnteresseerden. Door te reizen met bijzondere voertuigen, communiceert hij anders met de mensen die hij ontmoet.”
Zo maakte hij een auto die op hout rijdt en reisde daarmee door Oost-Europa, tot in Tsjernobyl. Houweling: “Als hij bij een moeilijke grensovergang kwam, eindigde het ermee dat de grenswachters hem vertelden waar je het beste hout kan vinden, in plaats van hem te stoppen.”
De eerste video die Houweling zich van Conijn herinnert noemt hij typerend voor de blik van Conijn. “Hij loopt op een brandend huis af met de camera, en raakt in een levendig gesprek met jongetjes van een jaar of acht. Ze vertellen over wat er gebeurd is. Op de achtergrond ontwikkelt de brand zich verder, een brandweerauto komt aanrijden. Maar hij volgt de mensen, niet de brand.”
lastige leerling
Een avonturier zoals de held uit een jongensboek, zo wordt Conijn vaak genoemd. Maar het gaat hem niet om het avontuur, zegt Wil Buitenhuis, moeder van Conijn. Tenminste, niet alleen. “Hij bouwt niet alleen een vliegtuig en gaat er mee vliegen. Hij reist er mee naar Afrika om de achterkant van de samenleving te zien. Dat is eigenlijk zijn interesse, om te zien wat er op de wereld aan de hand is, en dicht bij de mensen te komen. En dat vervolgens vast te leggen.”
Conijn werd geboren in Amsterdam en bracht zijn middelbare schooltijd door in Brabant. Techniek kreeg hij niet van huis uit mee – zijn ouders zijn beide psycholoog – maar op school lagen de exacte vakken hem goed. “Hij was een ondernemende jongen, en nieuwsgierig naar de wereld, maar welk kind is dat niet,” zegt Buitenhuis. In zijn vrije tijd leerde hij zichzelf lassen bij een bedrijfje in de buurt, en bouwde hij een ligfiets. Na zijn middelbare school fietste hij ermee naar India.
Op de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam leerde Jos Houweling hem kennen als “een lastige leerling”. “Je kon hem niet zomaar een opdracht geven, maar moest met een goed verhaal komen.” Na drie jaar op het Rietveld vervolgde Conijn zijn studie aan het Sandberg Instituut, de masteropleiding van het Rietveld. Hier was meer vrijheid om je eigen programma te volgen. “Op het Rietveld besteedde hij veel energie aan het zich afzetten tegen het systeem. Terwijl hij gewoon met zijn eigen plannen bezig moest zijn, want die waren goed,” zegt Houweling.
CV Joost Conijn
Geboren in 1971, Amsterdam
’92- ’95 Gerrit Rietveld Academie
’95- ’97 Sandberg Instituut
’97 Film C’est un hek (Nederland/ Marokko)
’00 Film Vliegtuig, over een vlucht met een zelfgebouwd vliegtuig in Marokko
’00 Winnaar Charlotte Köhlerprijs voor beeldende kunst
’02 film Hout Auto, over een reis door Oost-Europa met een houten auto die op hout rijdt
’04 Film Siddieqa, Firdaus, Abdallah, Soelayman, Moestafa, Hawwa en Dzoel-kifl, over zes kinderen die wonen op een gekraakt haventerrein in Amsterdam
’05 Winnaar Cobra Kunstprijs, en genomineerd voor de Prix the Rome
’07 Film Olland, uitgezonden bij de Humanistische Omroep, opgenomen in Marokko
De films over zijn reizen en vervoersmiddelen waren onder andere te zien in:
Boymans van Beuningen (Rotterdam), La Biennale (Venetië), De Hallen (Haarlem), Museum of Modern Art (Chicago), Museum d’Art Modern (Parijs)
Een autonoom en oorspronkelijk persoon, dat is Conijn. Of, in de woorden van kunstenaar en geestverwant John Körmeling “een vreemde snuiter”. Hij leerde Conijn kennen op een tentoonstelling van hemzelf, in de jaren negentig. “Joost kwam aan op een zelfgebouwde motor. Vonden we leuk, een eigenwijs type. We hebben hem gevraagd een rondje door de tentoonstelling te rijden.”
Op de bonnefooi
“Ik ken maar weinig mensen die zo wezenlijk anders zijn,” zegt schrijver Peter Müller, beter bekend onder zijn pseudoniem A.L. Snijders, die bevriend is met Conijn en ook verhalen over hem schrijft. “Dat realiseerde ik me goed toen ik mijn zoon, ook student op het Rietveld, en Joost ging uitzwaaien op Schiphol voor een studiereis naar Zuid-Afrika. Joost liet op zich wachten. Net toen iedereen een beetje zenuwachtig begon te worden vanwege het inchecken kwam hij aanlopen. Hij zag eruit alsof hij even uit zijn atelier ging om naar de bakker te lopen en had bijna niets bij zich. Wat bleek, hij was zojuist op de fiets gekomen, die hij moeilijk kwijt kon.”
Gijs Müller, de zoon Snijders en al vijftien jaar bevriend met Conijn, vindt het voorbeeld typerend. “Joost houdt er zijn eigen infrastructuur en schema op na. Hij wil het allemaal zelf doen, en heeft niet veel op met de systematiek van de maatschappij.”
Niet voor niets zijn de plekken waar hij woont altijd vrijplaatsen, zegt ook kunstenaar en vriend Rogier Walrecht. “Joost stoort zich nogal aan regels. Hij wordt best vaak aangehouden door de politie, als ik met hem op reis ben. Omdat de auto verkeerd geparkeerd staat, of omdat er geen achterbank in de auto zit, alleen een matrasje. Maar hij praat zich er altijd uit. Doet alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat dat moet kunnen. En dat vindt hij ook.”
Conijn fietste in 2006 een maand met Walrecht en nog een vriend door het Rif en Atlasgebergte in Marokko. Daar maakte hij op verzoek van de Humanistische Omroep een film over Nederland, door de twee Nederlandse mannen te volgen in een andere cultuur. Ze reisden op de bonnefooi. “Joost wil zich niet laten leiden door angst. Als mensen waarschuwden om ’s avonds niet ergens te gaan fietsen, of niet over bepaalde paden in het gebergte te gaan zei Joost: die mensen zeggen wel veel, maar meestal klopt het helemaal niet.”
Dit brengt hem in situaties waar de meeste mensen nooit in zouden komen, zegt Walrecht. “Zo kwamen we een keer na een hele dag fietsen bij een klein dorpje aan, op zoek naar een slaapplaats. Een politieman bracht ons naar het gemeentehuis, daar konden we slapen. We kregen de sleutel, en of we dan wel ’s ochtends het gemeentehuis open wilde doen. Later kwam er nog een agent aan met een gitaar, die een slaapliedje zong.”
Insparatie voor anderen
Conijn geeft “kritisch weerwerk op de postindustriële kant-en-klaarmaatschappij,” schrijft het Financieel Dagblad als hij in 2005 de Cobra Kunstprijs [14] wint, een prijs voor kunstenaars die vernieuwen en experimenteren. Volgens het juryrapport sluit Conijn aan bij de ideologie van de Cobra-groep, “die zich ook liet leiden door idealen over maatschappelijke ongebondenheid en het gebruik van alternatieve beeldmiddelen om een gedachtegoed uiteen te zetten.” Maar Conijn gaat het er niet om een boodschap uit te dragen, denkt Körmeling. “Dat zal hem een zorg wezen. Hij is nieuwsgierig, en geniet gewoon van wat hij doet. Een optimale levensgenieter, dat is het woord.”
Toch lijkt het deze tegendraadse vrijheid te zijn die ervoor zorgt dat zijn kunst aanspreekt. “Omdat hij dingen doet die anderen niet durven, spreekt hij tot de verbeelding,” zegt Walrecht. “Wij zijn blij met ons pensioen en een garagehouder waar je je auto heen kunt brengen. Maar ergens blijft knagen dat je ook in een houtauto naar de Oekraïne kan rijden,” zegt Snijders. “Hij zegt niet alleen dat je kunt doen wat je wilt, maar laat dat ook zien. Dat is de inspiratie die hij bij andere mensen opwekt.” Gijs Müller: “Joost bewijst de haalbaarheid van de droom.”
Louise Fresco: idealist met macht
Posted By Eva Rooijers On oktober 22, 2010 @ 12:17 In Algemeen, Profiel | No Comments
Louise Fresco is een ‘intellectueel pur sang’ die alles lijkt te kunnen. Ze vervult een waslijst aan functies in de wetenschap, de publieke sector, het bedrijfsleven en de kunsten. Maar zou de beschaafde Fresco in haar streven naar een duurzame wereld niet effectiever zijn in de politiek? “Het is geen straatvechter.”
Toen de onderhandelingen over een nieuw kabinet deze zomer weer eens spaak liepen, stelde dagblad NRC Handelsblad voor om over te stappen op plan B: een zakenkabinet. Tussen de namen van de gedroomde ministers – Ivo Opstelten als premier, Jaap de Hoop Scheffer als minister van Buitenlandse Zaken en Alexander Rinnooy Kan op Onderwijs – prijkte ook de naam van Louise Fresco (58) als minister van Milieu en Landbouw. Terwijl Fresco niet eens lid is van een politieke partij.
Een blik op haar cv is echter voldoende om te begrijpen waarom zij voor het NRC de ideale minister van Milieu en Landbouw is. Na een carrière bij de voedsel en landbouworganisatie van de Verenigde Naties waar zij het schopte tot adjunct Secretaris Generaal, werd zij in 2006 Universiteitshoogleraar Duurzame Ontwikkeling in Internationaal perspectief aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).
Een kleine greep uit haar andere werkzaamheden: ze is kroonlid van de Sociaal-Economische Raad, lid van de Raad van Commissarissen van de Rabobank, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en het internationale team dat het in opspraak geraakte klimaatpanel van de VN doorlichtte. Ook publiceerde Fresco romans waarvan de Utopisten werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en schrijft ze iedere twee weken een column in het NRC Handelsblad en de studentenkrant Folia.
“Ik ken niemand die zoveel doet als Louise”, zegt Helen Westerik die met Fresco een lezingen- en filmserie over eten en film organiseerde, wat resulteerde in een gezamenlijk boek. “Op de meest bizarre tijdstippen, heel laat ’s avonds of heel vroeg ’s ochtends, stuurde ze mailtjes met ingevingen: een plaatje waar we iets mee kunnen, een film die haar binnenschiet, een mogelijk komisch antwoord.”
Brede interesse
Naast de veelheid aan bezigheden is het vooral haar brede interesse die opvalt. Woorden die ondervraagden direct te binnenschieten bij Fresco zijn ‘erudiet’ en ‘intellectueel pur sang.’ Ook collega hoogleraar aan de UvA Robbert Dijkgraaf, die zelf tientallen werkzaamheden combineert, staat versteld. “Maar ik ken ook niemand die zo vaak nee zegt.”
Zo werd ze in 2009 als eerste Nederlander gevraagd om een Ted Talk te houden in Californië. Hier verzamelen zich jaarlijks de slimste en meeste succesvolle mensen ter wereld voor een serie lezingen. Alleen de meest inspirerende denkers worden uitgenodigd. “Dit soort uitnodigingen stelt ze zeer op prijs”, zegt goede vriend RudyRabbinge, die haar al sinds 1970 kent. “Ze houdt ervan om gefêteerd te worden en vindt het fijn om erkenning te krijgen voor alle dingen die ze doet.”
Met haar handen in een bak deeg spreekt Louise Fresco de fine fleur van de creatieve, academische en bestuurlijke wereld toe. Ze vraagt het publieke of ze de voorkeur geven aan een voorverpakt wit fabrieksbrood of aan een volgranen brood dat ambachtelijk is bereidt. Bijna iedereen kiest voor het laatste. Terwijl Fresco aan het bakken slaat, legt ze uit dat juist het fabrieksbrood de wereld op een positieve manier heeft veranderd. Dat brood symboliseert dat eten voor een groot deel van de wereld overvloedig en betaalbaar is geworden. “Hierdoor kunnen jullie nu naar Ted Talks luisteren zonder je druk te maken of je wel te eten hebt.”
Op het podium staat een elegante vrouw: slank met een volle bos donker haar tot op de schouder, parelketting en zwarte plooirok. Het geitenwollensokken imago dat je misschien verwacht bij een hoogleraar duurzaamheid die in haar columns regelmatig pleit voor meer soberheid en matige consumptie is ver te zoeken.
Realistisch Idealisme
Fresco zet zich niet alleen in voor een beter klimaat of duurzaamheid. “Het gaat haar om de ongelijkheid in de wereld”, zegt Dijkgraaf. “Ze voelt zich daar verantwoordelijk voor. Het leuke aan Louise is dat ze heel speels, bijna meisjeachtig met al die zware taken omgaat.”
Volgens Rudy Rabbinge is haar kracht dat ze wel idealistisch is maar niet dogmatisch. “Doordat ze zo breed ontwikkeld is, kan ze veel makkelijker relativeren en zaken in perspectief plaatsten.” Daarnaast is ze volgens Robbert Dijkgraaf ook realistisch.
Dit realistisch idealisme komt ook in haar persoonlijk leven tot uiting. Westerik: “Je zal haar niet met twintig tassen de uitverkoop uit zien lopen. Ze is ook matig met vlees en vis. Maar bij een banket of officiële gelegenheid zal ze geen eten weigeren, want niets is zo onbeleefd als dat.”
“Ze houdt van de dingen die het leven mooi maken en die anderen misschien als luxe zouden bestempelen zoals theater, musea en muziek”, zegt Rabbinge. “Ze draagt ook dure kleding maar die gaat wel langer mee.” Juist die nuchtere houding maakt haar geloofwaardig volgens Rabbinge.
Muisje
Fresco kreeg haar brede algemene ontwikkeling van huis uit. Haar vader was filosoof en classicus en ze groeide op in een huis vol boeken. Eerst in Nederland, vanaf haar negende in Brussel. Ze was een ziekelijk kind dat vaak thuis moest blijven en de verlegen Louise besteedde meer tijd aan lezen dan spelen met vriendjes en vriendinnetjes. Rond haar tiende begon ze al aan Kant “Ik was echt een muisje met een boekje in een hoekje”, vertelt ze in het Marathoninterview van de VPRO in 2008.
Na het gymnasium twijfelde Fresco of ze tropische geneeskunde of landbouwkunde moest gaan studeren. Maar toen realiseerde Fresco zich al dat het weinig zin had om mensen beter te maken als ze vervolgens niets te eten hadden. Het was de tijd van de Biafra crisis in Nigeria en het Westerse publiek werd voor de eerste keer via de media geconfronteerd met uigemergelde kindjes met opgezwollen buikjes. “Ik had heel erg sterk het gevoel, zeker op die school met vele nette diplomate kindertjes en zelf komend uit een heel net milieu dat…dit een verplichting geeft om iets te doen”, vertelt ze in het Marathoninterview.
In 1970 keerde Fresco terug naar Nederland, naar de Universiteit Wageningen om landbouwkunde te gaan studeren. “Daar viel ze direct op”, vertelt Rabbinge, die op dat moment les gaf in Wageningen. “Ze was belezen, sprak meerdere talen en bezat toen al een enorme gedrevenheid en was ook niet bang daar voor uit te komen.” Het stille muisje in een hoekje met een boekje was een ‘zelfverzekerde en sociale’ jonge vrouw geworden.
Bewijzen
Na haar studie vetrok Fresco naar Afrika voor onderzoek. Ze bracht jaren door in onherbergzame gebieden verstoken van stromend water of elektriciteit en sliep vaak op het dak van haar auto. “Ik wilde toch bewijzen dat ik dat ook allemaal kon”, zei ze later. Ze deed daar onder andere onderzoek naar de cassaveteelt, een onderwerp waarop zij in 1986 cum laude promoveerde. Professor Flach bij wie zij promoveerde maakte de opmerking: “Niet getrouwd, geen kinderen: die gaat nog ver komen.” Het huwelijk en de kinderen zijn er ook nooit gekomen maar Fresco schopte het inderdaad ver.
In 1990 werd ze hoogleraar plantaardige productiesystemen in Wageningen, tot dan toe een mannenwereld. Universitair hoofddocent Nico de Ridder haalt herinneringen op aan een veldtrip naar Burkina Faso. “We moesten een monster nemen van de bodem met een handboor. Maar die grond was zo ontzettend hard en droog, daar was echt niet doorheen te komen. Het was geen enkele man gelukt maar toch probeerde Louise met dat fragiele lichaam van haar, met alle macht om die boor wel de grond in te krijgen. Dat lukte haar natuurlijk ook niet”, lacht De Ridder. “Maar ze probeerde het wel. Dat was typisch voor Louise, dat ze het gevoel had dat ze het beter moest doen dan de mannen. Dat was trouwens overbodig want er was echt niemand die aan haar capaciteiten twijfelde.”
De Ridder denkt ook met veel plezier terug aan de avonden dat Fresco hem en andere collega’s wegvoerde van de universiteit naar restaurants en cafés om te brainstormen. Aan het einde van de avond waren de papieren placemats vol gekalkt met tabellen, grafieken en de meest creatieve ideeën voor onderzoek.
Die creativiteit komt ook tot uiting in de lezingen die ze geeft. “Ze nam ons tijdens een lezing mee in een luchtballon over de wereld. Af en toe daalden we neer om een bepaald gebied beter te bestuderen om weer op te stijgen naar het volgende gebied.” Met haar creatieve lezingen wist ze ook haar studenten te boeien. Ze gaf ze de opdracht om literatuur te lezen van schrijvers uit Japan, Afrika en Zuid-Amerika om hun horizon te verbreden.
In 1997 vertok Fresco naar de FAO in Rome waar zij snel opklom tot adjunct Directeur Generaal. De Ridder denkt dat ze naar de FAO ging omdat ze dacht dat ze daar meer kon betekenen. Dat bleek uiteindelijk tegen te vallen. Rabbinge: “Ze was teleurgesteld over de manier waarop die organisatie werd geleid, miste slagkracht.” Dat blijkt ook uit de kritische ontslagbrief [15] die ze in 2006 schreef en die uitlekte uit naar de Britse krant de Guardian. Fresco ontkent daar iets mee te maken te hebben maar De Ridder vermoedt dat zij die brief zelf heeft gelekt. “Ze wilde duidelijk maken wat daar mis ging.”
Terug in Nederland vond zij snel haar weg naar invloedrijke posities in de wetenschap, de publieke sector en het bedrijfsleven. De Volkskrant zette haar vorig jaar op nummer 31 in de top 200 van de meest invloedrijke personen. Ze was daarmee de vierde vrouw op de lijst. Volgens Dijkgraaf slaat ze bij uitstek de brug tussen wetenschap en beleid.
Mensen die met haar samenwerken roemen haar overtuigingskracht. ‘Of ze overtuigend kan zijn’? Robbert Dijkgraaf schiet in de lach. “Jaha zeker.” De Ridder beaamt dit. Ze wilde mij aanstellen als universitair hoofddocent maar dat kon eigenlijk helemaal niet omdat ik nog niet was gepromoveerd. Louise kreeg dat toch voor elkaar. Niet door te zeggen: ‘dit moet zo gebeuren.’ Nee, dat pakte ze toch een stuk charmanter aan.” Rabbinge: Argumenteren dat kan ze als geen ander. En als de argumenten niet goed genoeg zijn, dan komt ze met nieuwe argumenten.”
“Wanneer het haar toch niet lukte om mensen te overtuigen om de weg in te slaan die zij voor ogen had, kon ze wel eens chagrijnig worden”, herinnert de Ridder zich. ‘Ze was dan even minder benaderbaar. Ze kan niet zo heel goed tegen haar verlies.”
Minister van Duurzaamheid?
Eén van de weinige domeinen waar Fresco tot nu toe niet actief was, is de politiek. Niet dat ze nooit gevraagd is. Volgens De Ridder verscheen ze midden jaren negentig al op allerlei lijstjes. “Maar daar maakte ze zelf altijd een grapje van.”
Zelf pleitte ze in een interview met Trouw voor een nieuwe ministerspost: een minister van duurzaamheid die staat voor een integrale aanpak. Is zij niet die gedroomde minister? Is dat niet de plek waar zij haar streven naar een meer sociale en duurzame wereld echt kan laten gelden?
Of Fresco het goed zou doen in de politiek is de vraag. “Ze heeft voldoende bestuurlijke ervaring en inhoudelijke kennis maar ze is geen straatvechter. En dat moet je tegenwoordig toch wel zijn in de politiek”, zegt Rabbinge die zelf Eerste Kamerlid was voor de PvdA van 1999 tot 2007. “Hufterig gedrag wordt tegenwoordig geaccepteerd. Je kan van alles en nog wat roepen. Voor iemand die zo netjes en beschaafd opereert als zij, wordt het heel moeilijk om zich daar te handhaven.”
“Ik denk dat mensen vaak de politiek ingaan vanuit een bepaalde naïviteit en als Louise één ding niet is, is het naïef”, zegt Dijkgraaf. “Louise weet heel goed hoe het politieke wereldje in elkaar steekt. Ze heeft er ook een roman over geschreven.” In de Utopisten gaat de idealistische Michiel van Straten die staatssecretaris wordt van Technologie en Milieu, ten onder aan politiek gekonkel en een log bestuurlijke apparaat.
“Ze zou een hele goede reden moeten hebben om daar aan te beginnen”, aldus Dijkgraaf. “Ik zie dat niet voor me. Ik denk overigens wel dat ze het heel goed zou doen. Ik geloof alleen niet dat ze er gelukkig van zou worden.”
Fatima Elatik: gedreven, maar ongestructureerd
Posted By Kristel van Teeffelen On oktober 15, 2010 @ 18:00 In Profiel | No Comments
Fatima Elatik trad vorige week af als stadsdeelvoorzitter van Amsterdam-Oost, na een financieel debacle. Een blunder, volgens VVD-fractievoorzitter Marianne Poot. De opvallende moslima diende twaalf jaar in de Amsterdamse politiek. Haar directheid wordt geroemd, maar leverde haar ook vijanden op.
Tot voor kort luidde haar bijnaam ‘De Koningin van Oost’. Door haar opvallende verschijning – kleurig hoofddoekje, een doordringende blik – en assertieve houding, zette ze het stadsdeel op de kaart, aldus haar collega’s. Zelf noemde Fatima Elatik (37) zich ‘een grote Amsterdamse mond met een hoofddoekje’.
Ze had passie voor haar werk, dat zagen zowel haar vrienden als politieke tegenstanders. Ze was bevlogen en energiek. Toch trad PvdA’er Elatik vorige week af als stadsdeelvoorzitter van Oost. De financiële problemen rond het muziekcentrum MuzyQ speelden haar parten.
De gebeurtenissen gaan Elatik niet in de koude kleren zitten, aldus oud-collega en vriend Tjeerd Herrema. Herrema was voorzitter van stadsdeel Zeeburg toen hij Elatik binnenhaalde als wethouder. Later was de politica trouwambtenaar bij het huwelijk van hem en zijn man. “Ze komt over als een sterke vrouw, maar ze blijft ook een mens Ze is kwetsbaarder dan ze soms lijkt.”
Oud-collega en vriend Ahmed Marcouch had de dag na de fatale deelraadvergadering via sms contact met haar; door een keelontsteking kon ze niet praten. “Ze is ontzettend boos dat dit is gebeurd. Ze heeft grote ambities op het gebied van veiligheid in het stadsdeel. Het is een teleurstelling dat ze dat niet kan afmaken. Dat ze al die mensen die op haar gestemd hebben niet kan bedienen.”
Financiële problemen
De kwestie met het muziekcentrum MuzyQ begon voor Elatik’s voorzitterschap. Het dagelijks bestuur van het stadsdeel stond vanaf 2005 voor negen miljoen euro garant voor het nieuwe muziekcentrum. Zonder de deelraad daarover in te lichten, is die garantstelling in 2007 verhoogd naar 26 miljoen euro. Het muziekcentrum draait verlies, waardoor financiële problemen voor het stadsdeel dreigen.
Elatik stuurde in augustus namens het dagelijks bestuur een brief naar de deelraad. Daarin stond dat het niet noodzakelijk was geweest om de deelraad in te lichten over de verhoogde garantstelling.
De raad vond dat het dagelijks bestuur hiermee de kwestie onder de tafel wilde schuiven. In een poging de gemoederen te sussen, trok het bestuur de brief in. Maar het was te laat. Marianne Poot, fractievoorzitter van de VVD in Oost: “Een openbare brief kan je niet zomaar intrekken, dat is raar.”
Dus volgde namens de VVD en SP een motie van afkeuring richting Elatik. “Ik vind dat de stadsdeelvoorzitter een grotere verantwoordelijkheid heeft dan de andere dagelijks bestuurders,” zegt Poot. “Zij moet de regie voeren, zorgen dat alles soepel en goed verloopt. Daarin heeft Elatik geblunderd.”
Rasechte Amsterdammer
Elatik’s ouders zijn Marokkaans, zelf is ze geboren en getogen in Amsterdam. Ze wil vooral niet worden gezien als de moslima met het hoofddoekje. ‘Amsterdamser dan ik kan je niet zijn’, zei ze in interviews. Lieke Thesingh (GroenLinks) zat met Elatik in het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost: “Ik wil geen stempel op haar drukken, maar het is evident dat ze door haar achtergrond ingangen heeft die ik niet heb. Het netwerk dat zij heeft, heeft niemand. Ze kan verbinding leggen tussen verschillende bevolkingsgroepen. Dat is haar sterke kant.”
Marcouch leerde Elatik kennen toen hij nog politieman was in Amsterdam. “Fatima houdt van het leven. Ze is plezierig in omgang en een echte lolbroek. Ze is gek op muziek, als de dansvloer daar is, staat ze er. Ze is een gewaardeerd persoon met veel vrienden.”
Elatik heeft er voor haar leeftijd al een lange loopbaan opzitten in de Amsterdamse politiek. Na haar HBO studie biologie werd ze in 1998 gemeenteraadslid. Toen al viel ze op. Marcouch, oud-stadsdeelvoorzitter van Slotervaart en nu Tweede Kamerlid voor de PvdA: “Ze was de enige moslima in de gemeenteraad, en ook nog één met een hoofddoek. Dan ben je vaak het target als het over integratieonderwerpen gaat. Zij wás het integratievraagstuk.”
In 2002 werd Elatik bestuurder in het stadsdeel Zeeburg. Daar nam ze zeven jaar later de voorzittershamer over. Die functie mocht ze vanaf maart 2010 voortzetten in het nieuwe, gefuseerde stadsdeel Oost.
“Ze was tijdens de verkiezingscampagne een partijleider die voor de troepen uitliep,” zegt Meint Helder, fractievoorzitter van de PvdA in Oost. “Ze kon een vlammend betoog houden voor een groep mensen.” Herrema: “Ze is een vrouw met ballen. Ik ken haar als betrokken en hardwerkend. Ze heeft haar eigen stijl, ze is direct. Ze neemt soms wel iets te weinig een blad voor haar mond. Dat is haar kracht, maar ook haar zwakte.”
‘Dom schaap’
Haar directheid leidde tot verschillende confrontaties. Het conflict dat Elatik met Theo van Gogh had, bracht haar landelijke bekendheid. De manier waarop hij over moslims en de islam sprak, irriteerde haar. Van Gogh noemde haar een “dom schaap”. Na de moord op Van Gogh werd Elatik bedreigd en kreeg ze beveiliging. Herrema werkte in die tijd met haar samen: “Het heeft haar volwassen gemaakt. En ook terughoudender in haar uitlatingen.”
Ze is prettig om mee samen te werken, vindt Thesingh, die na het aftreden van Elatik het voorzitterschap overneemt. “We waren een heel collegiaal bestuur. We namen geen blad voor de mond en vormden een goed team. Ik ken Elatik als een bevlogen voorzitter. Als iemand die met veel zorg voor mensen haar werk doet. ”
Elatik had het niet altijd gemakkelijk in Oost. Marcouch: “Het is een wonder dat ze niet is leeg gezogen door de chronische neezeggers. Degenen die van de hoogste toren blazen over een probleem, willen vaak geen oplossing. Dat is voor Fatima moeilijk omdat ze oprecht is. Ze is gepassioneerd en wil voor alles een oplossing vinden.”
Vooral in beleidsmatige zaken had Elatik weinig lol. “Soms vindt ze politiek maar geneuzel,” zegt Herrema. “Ze gaat liever op mensen af.” Die bevlogenheid zorgde dat er soms wat structuur miste in haar werk. Thesingh: “Ze had altijd ideeën en ging daar de boer mee op. Ze zei dingen, maar die moesten daarna wel worden gedaan. Ze had mensen om zich heen nodig die daar af en toe structuur in aanbrachten.”
Dualisme
Ook kon Elatik volgens Thesingh niet wennen aan de cultuur in de raad: “De deelraad is heel erg kritisch op het bestuur. Alles moet meteen worden afgestraft. Het is dualisme ten top. De één zegt a, dan moet de ander wel b zeggen. Zo’n sfeer hangt er.” Elatik kon volgens Thesingh niet met die cultuur meegaan. “Als het college niet het vertrouwen en de ruimte krijgt, schiet het niet op. Af en toe een fout maken, daar moet ruimte voor zijn. Ook een oude rot in het vak moet dingen kunnen aftasten.”
Juist die houding staat Marianne Poot zo tegen: “De sorry-cultuur die nu al een half jaar heerst in de deelraad, vind ik niet kunnen. Sorry is niet voldoende. Het gaat om politieke verantwoordelijkheid.” Sorry hoorde Poot naar haar smaak te vaak van Elatik. “Ook na het evenement Sail, waarbij Oost als enige stadsdeel een dure boot huurde om mee te varen bij de intocht, maakte Elatik zich af met ‘sorry’ en ‘foutje’.”
Poot denkt dat de overgang van voorzitter van het kleine stadsdeel Zeeburg naar groot Oost Elatik parten heeft gespeeld. “Ik heb haar als voorzitter ook meegemaakt in Zeeburg. Het bestuur functioneerde toen goed. Maar op dit moment speelt er veel in stadsdeel Oost. De fusie, de bezuinigingen. Er speelde misschien wel te veel voor Fatima.”
Vrouw van het volk
De PvdA vond dat niet alleen Elatik verantwoordelijk was voor de brief over MuzyQ. Daarom wilde de partij een motie van wantrouwen indienen tegen het hele bestuur. Fractievoorzitter Meint Helder: “Alle vijf de wethouders stonden achter die brief. Fatima’s naam staat onder alle stukken die de deur uitgaan. Ik vind niet dat je haar alles kan aanrekenen wat mis gaat.”
Toen de coalitiepartijen D66 en GroenLinks niet mee wilden gaan met de motie van wantrouwen, besloot de PvdA uit de coalitie te stappen. Elatik en haar collega Germaine Princen legden hun functies in het dagelijks bestuur neer. Dat besluit is gezamenlijk genomen, benadrukt Helder. “Er is geen schisma ontstaan, we hadden geen verschil van mening. Het besluit om uit het college te stappen, was een besluit van PvdA in Amsterdam-Oost.”
Zo kwam de politieke carrière van Elatik vorige week plotseling tot stilstand. De jonge vrouw die het volgens partijgenoten nog wel eens tot minister of staatssecretaris in Den Haag zou schoppen, zit thuis. Is dit het einde van haar carrière in de politiek?
Volgens haar omgeving niet. Herrema: “Ze heeft een goed talent om zich maatschappelijk in te zetten. Misschien niet in de actieve politiek, maar ergens anders.” Marcouch: “Ze is politica in hart en nieren. Een vrouw van het volk.” Helder: “Op welke plek, waar en hoe ze terugkomt, weet ik niet. Maar ik weet zeker dat dit niet het einde is”
Kathleen Ferrier: geen machtspoliticus
Posted By Carien ten Have On oktober 15, 2010 @ 17:45 In Algemeen, Profiel | No Comments
Kathleen Ferrier liet als dissident tijdens de formatie voor het eerst publiekelijk het achterste van haar tong zien. Vrienden en collegas zien haar altijd al als iemand die zegt wat ze denkt. “Ze hoort niet bij de politici die met gesloten mond praten.”
Op het CDA partijcongres op 2 oktober staat Kathleen Ferrier (53) op uit haar stoel terwijl camera’s en politiek verslaggevers zich om haar heen verzamelen. Partijgenoten beginnen te klappen, sommigen geven haar zelfs een staande ovatie. Ferrier blijft rustig, en begint duidelijk articulerend haar toespraak. “Ik kan niet aan de zijlijn blijven staan als ik zie welke kant ons land opgaat.” Haar stem trilt niet, haar toespraak eindigt zonder haperingen. Ze reageert niet op de voorzitter, die erop wijst dat haar tijd bijna om is. ”Ik kan niet aan de zijlijn blijven staan partijgenoten en daarom sta ik hier om te zeggen dat we naar mijn overtuiging een kernwaarde opgeven als we instemmen met deze regeringscoalitie.” Nog luider begint het publiek te klappen. Ferrier lacht bedeesd als ze het applaus hoort. Ze heeft gezegd wat ze op haar hart heeft.
Het is een optreden zoals vrienden, vijanden en collega’s Kathleen Ferrier kennen. Ze spreekt ‘mooi’, heeft de allure van een ‘grand dame’, is ‘authentiek’ en staat volledig achter haar eigen overtuigingen. ‘Strijdvaardig is ze altijd geweest. Dat is het hout waaruit ze gesneden is’, vertelt goede vriend en oud-PvdA Kamerlid John Leerdam.
Deze eigenschappen kreeg Ferrier al van jongs af aan mee. Haar vader, Johan Ferrier, was de eerste president van het in 1975 onafhankelijk geworden Suriname. Hij leerde zijn kinderen om te strijden tegen onrecht en op te komen voor mensen die het minder goed hebben.
Vader als voorbeeld
Hoe groot de invloed van haar vader is blijkt in 1984. Na haar studie Spaanse taal- en letterkunde in Leiden te hebben afgerond vertrekt ze met haar vriend dominee Tjeerd de Boer naar Latijns-Amerika. Jarenlang werkt ze er als ontwikkelingswerker, eerst in de straten van Santiago de Chile, daarna in het Braziliaanse São Paulo.
In Chili leeft ze onder de druk van het regime van dictator Pinochet. Er heerst grote armoede, en er worden voortdurend mensen vermoord, ook in Ferrier’s directe omgeving. “Ze heeft heftige dingen meegemaakt in Zuid-Amerika”, vertelt Leerdam. “Maar ze liep niet weg. De armoede trok haar erg aan, ze wilde mensen helpen. Dat had ze van huis uit meegekregen, maar die overtuiging kwam ook voort uit haar geloof. Daar was ze heel kien op.”
Terug in Nederland wordt Ferrier midden jaren negentig actief in allerlei kerkgemeenschappen. Ze wordt gevraagd om algemeen secretaris te worden van Samen Kerk in Nederland, een onafhankelijke vereniging van migrantenkerken. Daar zet ze zich acht jaar lang in voor de inburgering van migranten in Nederland. En ze wordt actief voor het CDA.
Leonard Geluk, CDA’er en voormalig wethouder van Rotterdam, gaat in die tijd regelmatig met haar de straat op om te praten over integratie. Een keer per maand gaan ze samen langs migrantenkerken in Rotterdam, van orthodox tot de Surinaamse baptisten. “Na afloop dronken we koffie en spraken we met mensen. Kathleen was in die gesprekken ongelofelijk betrokken, veroordeelde niemand”, vertelt hij. “Ze kan zich heel goed in anderen verplaatsen. Mensen waren altijd positief als ze haar hadden gesproken.”
Deze betrokkenheid bij migranten levert Ferrier een grote achterban op. Al snel maakt ze, mede door haar grote kennis van ontwikkelingssamenwerking, carrière binnen het CDA. In 2000 vraagt men haar om mee te schrijven aan het verkiezingsprogramma van de partij, en twee jaar later wordt ze gekozen als lid van de Tweede Kamer. Met haar multiculturele achterban grote netwerk is ze van grote waarde voor het CDA. Toch blijft ze binnen de partij op de achtergrond.
Opstand
Pas als het CDA besluit mee te onderhandelen over een regering met de VVD, met gedoogsteun van de Partij Van de Vrijheid van Geert Wilders, ontpopt Ferrier zich als belangrijk tegenstander. Bij politiek verslaggevers roept het plotselinge vurige optreden van de politica vragen op.
Haar vrienden en collega’s verbaast het niets. “Die onvrede zat er al”, zegt John Leerdam die regelmatig bij haar over de vloer komt. “Kathleen is iemand die zegt wat ze denkt, ze is niet op haar mondje gevallen. Ik vroeg me altijd al af wanneer ze het achterste van haar tong zou laten zien.”
Als vrienden hebben PvdA-er Leerdam en CDA-er Ferrier regelmatig discussies over het integratiebeleid en de inburgering van minderheden in Nederland, ook al tijdens eerdere regeerperiodes. Ik zei tegen haar: ‘Kathleen, hoe kan het dat het CDA instemt met Rita Verdonk, die pleit voor uitzetting van Antilliaanse jongeren als ze in Nederland een crimineel misdrijf begaan? Dat kan je toch niet laten gebeuren. Waar gaat het dan heen met Nederland? Dan bleef Kathleen heel stil. Ik wist dat ze aan het tobben was.”
Maar Ferrier zal niet zomaar tegen haar eigen partij ingaan. Volgens CDA’er Jos van Gennip is ze een zeer loyaal persoon. “Als ze ergens voor gaat, dan doet ze dat ook vol overtuiging. De christelijke waarden zijn alles voor haar, die geeft ze niet zomaar op.”
Curriculum Vitae Kathleen Ferrier (53)
Geboren te Paramaribo, 8 maart 1957
1) Student assistent ontwikkelingssamenwerking Universiteit Leiden
1981 – 1982
2) Zomerstewardess KLM
1981 – 1984
3) Beleidsmedewerker Fundação Samuel, Braziliaanse organisatie voor ontwikkelingswerk 1991 – 1994
4) Beleidsmedewerker Latijns Amerika Komitee Twee
1994 – 1996
5) Beleidsmedewerker Latijns Amerika PKN/Kerk in Actie
1996 – 1999
6) Algemeen secretaris Samen Kerk in Nederland (SKIN), vereniging van migrantenkerken
1994 – 2002
7) Tweede Kamerlid CDA
Mei 2002 – heden
De mogelijke samenwerking met de PVV zit Ferrier dwars. Begin juni bracht de overwinning van de PVV tijdens de verkiezingen haar al tot de verzuchting: “Wat is er met dit land aan de hand dat de PVV groter is dan het CDA?” De PVV kreeg 24 zetels, het CDA slechts 21. Ferrier’s denkbeelden over de samenleving staan mijlenver af van de ideeën van Wilders. CDA’er Leonard Geluk: “Kathleen komt, net zoals haar vader vroeger, op voor gelijkwaardigheid van mensen en keert zich tegen het uitsluiten van bevolkingsgroepen. Dat is bij haar genetisch bepaald.”
Gewetensbezwaren maken zich van haar meester. Fundamentele waarden zijn voor Ferrier bij samenwerking met de PVV in het geding: respect voor mensen met een ander geloof, ras of geaardheid, respect voor andersdenkenden. Tegelijkertijd wil ze haar eigen achterban niet teleurstellen: de migranten en de mensen in de ontwikkelingshulp.
Standvastig
Samen met dissidenten Ab Klink en Ad Koppejan werpt ze zich op tegen een rechtse coalitie met gedoogsteun van de PVV. Hoewel ze door vrienden en collega’s omschreven wordt als zachtaardig, is ze niet bang voor de confrontatie. Dat bleek in 2004, toen ze samen met toenmalig D66-fractievoorzitter Boris Dittrich afreisde naar Cuba om met afvalligen van het regime te praten. Op het vliegveld werden ze gearresteerd en op de eerstvolgende vlucht van het eiland afgezet. Een diplomatieke rel volgt.
Zelfs wanneer mededissident Ab Klink uit de Tweede Kamer stapt , zet Ferrier haar verzet door. Aan haar standvastigheid wordt niet getwijfeld. Ze is een “pittige tante” die “haar op haar tanden heeft.” VVD’er Arend Jan Boekstijn: “Ze legt zich niet zomaar neer bij het feit dat andere mensen zeggen dat ze het beter weten. Het is bijna onmogelijk om haar visie te veranderen.” “Ze zegt het rechttoe rechtaan, hoort niet bij de politici die met gesloten mond praten”, zegt CDA-ideoloog Arie Oostlander.
Ad Koppejan spreekt haar in deze periode dagelijks. Samen zitten ze bij de nachtelijke CDA-fractie onderhandelingen, samen zien ze Ab Klink vertrekken. In alle CDA vergaderingen waar de coalitie aan de orde komt ziet Koppejan Ferrier naar voren stappen om haar onvrede uit te spreken. Ferrier blijkt een goede mededissident. “Ik had altijd een goede indruk van haar, maar nu wist ik dat ik van haar op aan kon, dat ze achter haar punt zou blijven staan en daar niet van af zou wijken. We waren nog met z’n tweeën over en dan is het fijn dat je steun aan elkaar kunt hebben.”
Op 2 oktober krijgt Ferrier de kans om haar bezwaren in vijf minuten uit te spreken. Uit haar toespraak blijkt haar persoonlijke betrokkenheid bij het CDA, haar bewuste keuze voor een partij met christelijke waarden en nadruk op ‘respect’, ‘vertrouwen’ en ‘saamhorigheid.’ Kathleen Ferrier spreekt vanuit haar hart. Koppejan vindt haar optreden krachtig. Samen met een derde van de CDA achterban stemt hij tegen een coalitie met de PVV. “Er sprak bevlogenheid en passie uit haar woorden. Je zag aan alle kanten hoe ze zich persoonlijk betrokken voelt bij het CDA. Zo heb ik Kathleen ook leren kennen.” Kort na het CDA partijcongres schrijft Ferrier, ondanks de nederlaag, op twitter: ‘Zinderdend Congres. De uitslag een mentale opsteker.’
Jaap Smit, voorzitter van vakcentrale CNV zocht haar een paar weken geleden op. In de jaren zeventig waren Smit en Ferrier klasgenoten op het Visser ‘t Hoog Lyceum in Leiden. Nu spreken ze elkaar minstens een keer peer jaar “Ik vind het dapper wat ze doet en wilde haar een hart onder de riem steken. Ze is een warm mens, ze heeft me een indruk gegeven van wat er allemaal speelt. De strijd binnen het CDA laat haar zeker niet koud.” Toch is ook Ferrier niet ongevoelig voor de druk die binnen haar eigen partij op haar wordt uitgeoefend. Een paar dagen na het CDA partijcongres besluit ze toch in te stemmen met het regeerakkoord van de VVD, CDA met de gedoogsteun van de PVV.
In de politieke machtsstrijd is Ferrier eenzaam. “Je verliest vrienden, stelt mensen teleur”, zegt Jos van Gennip. “Ook Ferrier heeft ervaren dat goede menselijke contacten het soms afleggen tegen politieke keuzes. Partijen splijten niet, maar menselijke verhoudingen wel.”
Machtsspel
Hoewel het CDA congres “een feest voor de democratie” is geweest, is niet iedereen binnen de partij evenzeer te spreken over het optreden van Ferrier. Haar standvastigheid wekt irritatie op. “In Den Haag kunnen mensen zich storen aan een criticaster die aldoor haar mond open trekt”, legt Leonard Geluk uit. “Vanuit het perspectief van Maxime Verhagen is het vervelend om zo iemand in je midden te hebben. Over het algemeen wordt dan ook afgerekend met dissidenten.”
Ten tijden van de Tweede Kamerverkiezingen in juni vorig jaar stond Ferrier negentiende op de kandidatenlijst van het CDA. In het nieuwe kabinet is Ferrier niet genoemd voor een ministerspost. “Verhagen vindt dat er de afgelopen jaren al genoeg geruzied is binnen het CDA,” aldus Jos van Gennip. “Hij wil nu met een team van gelijkgezinden politiek bedrijven.”
Of het ministerschap haar ambitie is, is nog maar zeer de vraag. Geluk: “Als Kathleen echt hoge ogen had willen gooien en minister had willen worden, dan had ze dit niet gedaan. Die carrière is voorlopig voorbij. Ondanks deze wetenschap kwam ze in opstand. Dat is heel sterk. Ze gaat niet voor haar eigen carrière, maar voor haar eigen overtuiging. Ze handelt vanuit haar hart.”
Rudolf van den Berg: alles om zijn verhaal te vertellen
Posted By Laurens Samsom On oktober 15, 2010 @ 17:25 In Algemeen, Profiel | No Comments
Voor Rudolf van den Berg waren de afgelopen tien jaar geen gemakkelijke tijd. Toch ging hij door met regisseren, met als resultaat een Gouden Kalf voor de beste regie van Tirza. “Voor hem is film maken alles.”
Met de film Tirza won regisseur Rudolf van den Berg (61) begin deze maand zijn vierde Gouden Kalf. Het maakt hem de meest bekroonde regisseur van Nederland. En er komt meer: oorlogsfilm Süskind moet volgend jaar dé kerstfilm worden en er ligt ook nog een script klaar over filosoof Spinoza. Toch scheelde het weinig of hij was vroegtijdig gestopt met het maken van speelfilms. Zijn toewijding werd danig op de proef gesteld. “Ondanks alles heeft hij altijd volgehouden en doorgeschreven, dat heeft iets tragisch maar is ook heel dapper”, zegt zijn ex-vrouw Linda Bogers.
De laatste tien jaar van Van den Berg staan in schril contrast met het huidige succes. Zijn poging om door te breken in Amerika mislukte en ook in Nederland kreeg hij de financiering van zijn films niet rond. Geluidsman Menno Euwe herinnert zich dat Van den Berg als twintiger al fantaseerde over internationale roem. “Tijdens onze eerste reis voor een VPRO-documentaire lagen we ‘s avonds onder de sterrenhemel in Algerije”, zegt Euwe. “Toen zei Rudolf: ‘Eigenlijk wil ik wel met een film naar het festival in Cannes.’ Daar droomde hij dus toen al van, terwijl ik dacht: laten we eerst maar eens zorgen dat we hier in Algerije iets aardigs maken.”
Dat Tirza de Nederlandse inzending is voor de Oscars kan een tweede kans op een buitenlandse doorbraak betekenen. Toch is Hollywood nooit een doel op zich geweest, zegt Van den Bergs ex-vrouw en ontwerpster voor Tirza, Linda Bogers. “Hij is op zoek naar een plek waar hij zijn dromen kan verwezenlijken, waar hij de mogelijkheid krijgt om met zijn films zijn eigen verhaal te vertellen.” Voor het vertellen van dat verhaal heeft Van den Berg altijd alles over gehad, zeggen intimi.
CV Rudolf van den Berg, geboren 1949 in Rotterdam
Documentaires:
Algerian Times 1976
The aliens place 1979
Sal Santen Rebel 1983
Stranger at home 1985
Staal en lavendel 2007
Schatz 2008
Speelfilms:
Bastille 1984
Zoeken naar Eileen 1987
De Avonden 1989
De Johnsons 1992
The cold light of day 1996
For my baby 1997
Tirza 2010
TV:
Oud Geld 1998
De Keerzijde 1998
Snapshots 2002
Monteren in Artis
Toen Rudolf van den Berg op de middelbare school zat scheidden zijn ouders. Hij verhuisde met zijn moeder van Rotterdam naar Amsterdam en kwam op het Vossius Gymnasium terecht. Daar leerde hij Menno Euwe en diens broer kennen. “Bij ons thuis, met vier jongens en twee gezellige ouders was Rudolf kind aan huis. Hij was die warmte niet zo gewend.”
Na de middelbare school studeerde Van den Berg politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. “De collegebanken vond hij best leuk, maar hij wilde er meer mee doen. Hij was maatschappelijk oprecht geïnteresseerd”, zegt Euwe.
Nog tijdens de studie hoorde Van den Berg over een handelsbeurs van Braziliaanse goederen in Brussel, terwijl in Brazilië een dictator aan de macht was. “Rudolf wilde daar per se naartoe”, zegt Euwe. “We leenden een oude camera en een paar rolletjes film, een bandrecorder met spoeltjes en een microfoon. In een jeugdherberg in Brussel maakten we visitekaartjes met plakletters, die we vervolgens bij een kantoorartikelenwinkel kopieerden. We noemden ons Eman-film, als afkorting van emancipatie-film. Ik weet nog dat we keurig in pak gingen. Want hoewel we absolute beginners waren, namen we het heel serieus.”
Terug in Amsterdam monteerde Van den Berg in de avonduren en in het weekend in het Nijlpaardenhuis van Artis. “Rudolf kende iemand van Artis en daardoor wist hij dat daar wat montagespullen stonden”, zegt Euwe. “Daar combineerde hij onze interviewtjes en beelden van de beurs, met foto’s van martelingen uit Brazilië. We vertoonden het tijdens filmavondjes en op het studentenfestival. Het kostte ons een paar honderd gulden, maar dat maakte niet uit. Rudolf had een soort ongerustheid en drang naar rechtvaardigheid, dat dreef hem.”
Oorlogstrauma
Die drang naar rechtvaardigheid ontwikkelde hij mede door de nieuwe man van zijn moeder, Aad van der Mijn, denkt Jeroen Koolbergen, vriend en medeproducer van Tirza. “Zijn eigen vader was niet zo’n interessante man, hij importeerde fruit. Maar Aad, topinterviewer van Het Parool, leerde Rudolf door te vragen en altijd te zoeken naar het diepere verhaal en de waarheid achter mensen.”
Eind jaren zeventig richtte Van den Berg zich op zijn eigen vragen over de joodse identiteit. “Rudolf was vertegenwoordiger, misschien zelfs een soort van uitvinder van ‘de tweede generatie’”, zegt Linda Bogers. “Iemand die spreekt namens zijn ouders of grootouders over het oorlogstrauma. Zijn slogan was: wat je niet kunt verwerken, kun je vormgeven.”
Achteraf ziet Bogers dat het hele oeuvre van Van den Berg, enig kind van joodse ouders die de oorlog overleefden door onder te duiken, met die slogan te maken heeft. Met zijn films probeert Van den Berg uitdrukking te geven aan datgene dat niet te verwerken is: de Tweede Wereldoorlog. “Zijn politieke interesse, zijn aandacht voor de onderdrukker, de slachtoffers van die onderdrukking en de enkele dapperen daartussen: dat is terug te vinden in bijna al zijn documentaires en films. Het is allemaal te koppelen aan dat wat later zijn grote onderwerp bleek te zijn.”
In de documentaire Sal Santen Rebel bleek Van den Bergs persoonlijke connectie met de Tweede Wereldoorlog. “Er was sprake van een bepaalde verwantschap tussen Sal en Rudolf”, vertelt Bart Santen over zijn vader. “Sal was een authentieke maar gesloten man. Toen Rudolf met zijn idee kwam om een documentaire over hem te maken, heeft hij daarom wel getwijfeld. Het vertrouwen in Rudolf gaf de doorslag om mee te doen.” “In een van de scènes gaat mijn vader naar zijn kluis, waar hij het rode fotoalbum uit pakt. Een album met foto’s van familieleden die in de oorlog vermoord zijn. Voor de camera bladert hij er bladzij voor bladzij doorheen en dan begint hij te vertellen over zijn familie.” Het verbaast Bart Santen niet dat zijn vader zich zo op zijn gemak voelde bij Van den Berg: “Rudolf is echt integer.”
Van den Berg won met Sal Santen Rebel het Gouden Kalf voor beste lange documentaire en de eerste prijs op het filmfestival in Florence. Zijn eerste internationale erkenning.
Het aanbod van de VRPO om in vaste dienst te komen, wees Van den Berg vervolgens af. “Rudolf heeft altijd in zijn achterhoofd gehad dat hij cineast wilde worden”, zegt Koolbergen. “Zijn eerste documentaires waren daar een opstapje voor.” Ex-vrouw Linda Bogers stemt daarmee in: “De wens om speelfilms te maken is er altijd geweest, er bruiste iets en dat moest eruit.”
Hollywood
De carrière van Van den Berg in de speelfilm had een vliegende start. Voor zijn debuutfilm Bastille kreeg hij in 1984 een Gouden Kalf. Zoeken naar Eileen werd drie jaar later overladen met lovende kritieken. En in 1989 was Van den Bergs verfilming van Gerard van het Reve’s De Avonden de Nederlandse inzending voor de Oscars. “Zijn overstap naar speelfilm betekende niet dat hij ineens andere thema’s ging behandelen”, zegt Koolbergen. “Ook in die films zit bijvoorbeeld heel nadrukkelijk de vraag: wie ben ik en wat heb ik te melden? Dat was zo in De Avonden en dat is nog steeds zo in Tirza.”
Als speelfilmregisseur stelt Van den Berg zich anders op dan tijdens het maken van documentaires. “Op de set staat hij absoluut niet open voor suggesties”, zegt Mardou Jacobs, locatiemanager bij De Avonden en uitvoerend producent voor Tirza. “Als je zegt: ‘Misschien zou je dit beter zus of zo kunnen doen’, ontploft hij. Dan staat hij daar stampvoetend als een onhandelbaar boos Calimerootje. Daarom willen sommige mensen nooit meer met hem werken. En toch, ondanks zijn onbuigzaamheid, is hij in zijn hart een uiterst beschaafde man. Na het draaien van Tirza zei hij: ‘Ik ben zo blij dat iedereen net zo betrokken was bij het maken als ik.’ Terwijl ik weet dat sommigen geen idee hadden wat hij bedoelde. Voor hem is film maken alles.”
Na alweer een Gouden Kalf voor For my baby in 1997 waagde Van den Berg de stap naar Hollywood. Zijn toenmalige vrouw en twee jonge dochters bleven in Nederland achter.
Maar in Los Angeles lukte het niet. “Hij wilde in Amerika kijken of hij zijn films daar gemakkelijker aan de man kon brengen. Jan de Bont en Paul Verhoeven hadden succes, dus waarom zou hij het niet kunnen?”, zegt Koolbergen. “Maar hij vond het verschrikkelijk daar, hij zat daar maar alleen in zijn huis in LA. Hij slaagde er maar niet in een film te maken.”
Na twee jaar keerde Van den Berg terug naar Nederland, inmiddels lag hij in scheiding met zijn vrouw Linda Bogers. Samen met Koolbergen maakte hij Snapshots voor het recordbedrag van 21 miljoen gulden (bijna tien miljoen euro). De film draaie slechts een paar weken in de bioscopen en kreeg veelal negatieve kritieken.
Het was het begin van een moeilijke tijd voor Van den Berg. Hij bleef ijverig script na script schrijven, maar het Nederlandse Fonds voor de Film, die de producties financieel mogelijk moest maken, wees Van den Berg keer op keer af. “We hebben er echt over nagedacht om er maar mee op te houden”, zegt Koolbergen.
Wit paard
Van den Berg greep terug naar zijn eerste genre: de documentaire. “Terwijl zijn droom om speelfilms te maken uiteen leek te spatten, waren die documentaires het rubberen reddingsbootje waaraan Rudolf zich kon vastklampen in die moeilijke tijd”, zegt Linda Bogers.
Menno Euwe, die zoals vanouds het geluid deed, merkte in de documentaire over scheepsmagnaat Cornelis Verolme hoe zijn oude schoolvriend zich had ontwikkeld dankzij de speelfilm. “Rudolf bedacht een manier om de leegte van een immense fabriekshal aan te tonen: er moest een wit paard in komen te staan. Ik dacht eerst: wat moet dat paard daar nou? Het was werkelijk een speelfilm conceptie, maar het werkte en dus is het erin gebleven. Zo’n hal wordt pas echt heel leeg als een enorm wit paard heel klein lijkt. Dat getuigt van een grote vrijheid van beelden.”
Het verhaal over Verolme en een portret van de joodse verzetsman Leo Schatz gaven Van den Berg nieuwe moed. “Die twee documentaires waren heel erg belangrijk voor Rudolf”, weet Koolbergen. “Ze deden hem beseffen: ‘ik kan het nog.’” Linda Bogers zegt: “Ondanks alles heeft hij altijd volgehouden en doorgeschreven, dat heeft iets tragisch maar is ook heel dapper. Als ik hem was zou ik allang docent geschiedenis zijn geworden, dat kon hij namelijk ook heel goed: uitleggen. Maar ja, hij heeft die absolute drang om films te maken.”
Briefje
Uiteindelijk waagde Van den Berg in 2007 een ultieme poging om een speelfilm van de grond te krijgen: de verfilming van Arnon Grunbergs Tirza. Een boek over een man die op zoek is naar zijn dochter, maar eigenlijk op zoek is naar zichzelf.
Op hetzelfde moment vond een cruciale wisseling plaats in het bestuur van het Fonds voor de Film. De nieuwe leiding ontving het script van Tirza met veel enthousiasme: Van den Berg mocht eindelijk weer een speelfilm opnemen. “Die voorgaande jaren hebben Rudolf veel verder gebracht in het schrijven van scenario’s, dat zie je aan het script van Tirza. Het bleek geen vergooide periode”, zegt Koolbergen.
Nog tijdens de montage van Tirza accepteerde het Fonds voor de Film een scenario voor Van den Bergs volgende film: Süskind, het waar gebeurde verhaal over een Nederlandse verzetsstrijder vergelijkbaar met Oskar Schindler. “Na jaren van leuren met scripts, kan hij nu plotseling oogsten”, zegt Koolbegen. “Het zou zomaar kunnen dat Süskind ook internationaal in de smaak valt en als Tirza goed valt willen ze in Amerika misschien wel een remake maken.”
Tot nu toe loopt Tirza in Nederland goed. In de eerste twee weken na de première bezochten ruim 70.000 mensen de bioscoop. Menno Euwe was blij verrast toen hij hoorde dat Tirza de Nederlandse Oscarinzending zou worden. “Ik heb Rudolf een briefje geschreven”, zegt Euwe. “Daar stond op: In Algerije droomde je ooit van Cannes, nu wordt het misschien zelfs Hollywood.”
Yoeri Albrecht: een charmante man op zoek naar de confrontatie
Posted By Emma Meelker On oktober 8, 2010 @ 16:40 In Algemeen, Profiel | No Comments
[16]De journalistieke duizendpoot Yoeri Albrecht (43) is vanaf december de nieuwe inhoudelijk directeur van debatcentrum De Balie. Onder zijn leiding moet De Balie vrijzinniger worden. “Albrecht is niet bang om vijanden te maken.”
Vanaf december is Albrecht als inhoudelijk directeur verantwoordelijk voor de programmering van het Amsterdamse culturele debatcentrum De Balie. Hij wil “een plek maken waar de tegenstellingen in de samenleving bloot komen te liggen.”
“Het moet botsen”
Dat Albrecht in 2002 als eerste journalist een serieus interview met Pim Fortuyn hield, typeert hem. “Yoeri houdt van het tegendraadse,” zegt voormalig collega bij Vrij Nederland Elma Verhey. Twee maanden voor Fortuyn aankondigde de politiek in te gaan, besloot Albrecht een interview af te nemen, maar stuitte op nogal wat weerstand op de redactie.“Fortuyn werd toen beschouwd als een abject figuur, daar moest je geen aandacht aan schenken.” Beiden werkten ze ongeveer tien jaar voor Vrij Nederland en in redactievergaderingen zag Verhey hoe Albrecht vaak de scepsis van zijn collega’s over zich afriep. “Maar hij liet dan niet over zich heen lopen. Als Albrecht vond dat iets aandacht verdiende dan zette hij dat door.”
Voormalig hoofdredacteur bij Vrij Nederland Joop van Thijn wordt als een van zijn grote voorbeelden genoemd. In een tijd dat links werd bewonderd, was hij niet bang om PvdA voorman en vriend Ed van Tijn kritisch te bevragen over zijn handelen als burgemeester. “Journalistiek is waar het openbare debat wordt gevoerd, en is dus verantwoordelijk voor het in stand houden van het zelfreinigend vermogen van de samenleving. Dat is volgens mij hoe Yoeri erover dacht,” zegt oud collega bij het gesprek Lennart Booij. “Je moet daarbij nooit bang zijn om te zeggen wat je vindt, van wie dan ook, ook niet van je vrienden.”
Dat Albrecht in 2004 ten overstaan van een zinderende zaal van de Rode Hoed in Amsterdam optrad als promotor van Pim Fortuyn als “Grootste Nederlander”, werd hem bij de overwegend linkse redactie van Vrij Nederland en de Volkskrant niet in dank afgenomen. De tot dusver populaire Albrecht werd voor het eerst in zijn carrière in de Volkskrant geportretteerd als “een enigszins louche ogende journalist”. Albrecht is niet bang om vijanden te maken”, meent filmmaker Eddy Terstall met wie hij aan een filmscript werkt. “Maar dat kan ook in zijn voordeel werken, de Balie zal in ieder geval vaker genoemd worden.”
Verhey gelooft ook dat zijn wat rechtsere houding “een verademing kan betekenen voor de Balie.” Zij gelooft dat daar nog steeds een linkse kerk regeert, die “wel een beetje ingekakt is”. Maar hoe rechts is Albrecht eigenlijk? “Het grappige is dat niemand dat echt weet. En nog grappiger is dat iedereen dat wel denkt te weten, dat maakt hem zeer onnavolgbaar,” zegt collega bij burgerplatform openbaar bestuur Pepijn van Dijk.
Albrecht zelf, “gelooft niet in rechts en links”. En ook de Balie wil hij, in tegenstelling tot Verhey, niet als links bestempelen. Wel gelooft hij dat het wat ‘vrijzinniger’ mag. Want: “Wilders heeft er nog niet gesproken. En dat zou hij ook niet willen, want hij denkt waarschijnlijk dat het er links is.”
Na twee biertjes voert Albrecht met twee medewerkers van het kantoor van De Balie een heftige discussie over het aankomende kabinet. Een halt uur later weidt hij uit over het politieke klimaat in Italië. Als de kantoormensen langzaam op huis aangaan, blijft Albrecht met de barjongens hangen en discussieert met de webmaster over wat een goede website zou moeten inhouden.
“Het moet bij Yoeri botsen”, zegt filmmaker Eddy Terstall. Het script waar zij samen aan werken, “kijkt met een knipoog naar de generatie van de babyboomers”. Terstall, die zelf ook niet bekend staat als een behoudend filmmaker, merkt dat Albrecht nog verder wil gaan in het confronteren van de kijker door hevig strijdende karakters op te voeren. “Van Yoeri moet over alles op het scherpst van de snede gedebatteerd worden. Geen taboe mag omzeild worden. En dat is grappig, want ik ben behoudender dan hij, maar toch is hij een betere diplomaat.”
Waar kan Albrecht zich over opwinden? “Het gebrek aan rust en reflectie die de media ons tegenwoordig geven,” zegt Lennart Booij. “De ontwikkeling van politieke partijen, die hun electoraat niet serieus nemen, die denken dat het volk toch maar dom is,” zegt Verhey. “Mensen die zeggen dat het in Nederland allemaal maar kut voor elkaar is, maar wel verwachten dat de overheid het voor hen oplost,” zegt Pepijn van Dijk. “Albrecht kan echt over alles heel goed boos worden”, stelt Terstall. “En dan gaat het volume ook wel eens omhoog.”
Booij onderschrijft dit. “Soms kan hij misschien wel een klein beetje intimiderend uit de hoek komen in de discussie.” Hij heeft in Oxford bij de debatclub waar hij ook een tijd voorzitter was, een agressieve Engelse stijl van debatteren opgepikt die we in Nederland niet zo snel hanteren, gelooft Booij. “Het is in Nederland al snel te uitgesproken, heb ik het idee. Daar heeft Yoeri geen last van.”
Netwerker
“Zijn netwerk is een van zijn fortes”, zegt zakelijk directeur van het Stedelijk Museum Patrick van Mil. “Hij kent niet alleen enorm veel mensen, hij kent ze ook nog in verschillende werelden. Hierdoor weet hij bijvoorbeeld de culturele sector uitstekend te verbinden met het maatschappelijke.” Ook de andere ondervraagden noemen steeds het netwerk van Albrecht als een van zijn grootste verdiensten. “Het is een charmante man,” zegt Verhey, “die vroeger ook al nooit moeite had om de president aan de telefoon te krijgen. Ook niet die van Frankrijk of Duitsland.”
Albrecht wordt wel eens een journalistieke duizendpoot genoemd. Na negen jaar bij Vrij Nederland als politieke redacteur gewerkt te hebben, begon Albrecht voor zichzelf als programmamaker bij onder andere het gesprek en AT5 en als radiomaker bij radio 1. Hij stond aan de wieg van het politieke jongerenplatform HappyChaos en Forum2020. Daarnaast zit Albrecht in een heel aantal besturen en raden, waaronder de raad van Toezicht Stedelijk Museum Amsterdam. “Albrecht is altijd ongelofelijk actief, maar ook een chaoot. Het is maar goed dat hij inhoudelijk directeur wordt en niet de zakelijke kant gaat leiden want soms raakt hij het overzicht kwijt,” aldus van Dijk.
Een speciale band heeft Albrecht met Italië. Zijn vrouw Enrica Flores d Arcais, met wie hij drie kinderen heeft, is Italiaanse en samen woonden ze een tijd in Siena. Daar raakte hij gefascineerd door de paardenrennen waarover hij met John Appel een film maakte. Albrecht kwam met het onderwerp als journalist, maar wilde vervolgens ook de film gaan maken. “Dat is bijzonder”, zegt Appel.“Ik denk ook dat hij daardoor teleurgesteld is geraakt over de rol die hij heeft kunnen spelen. Hij werkte vooral achter de schermen en als tolk. Yoeri Albrecht is geen filmmaker, daar heeft hij het geduld niet voor, maar wil het wel zijn, naast schrijver en programmamaker en adviseur. Dat tekent zijn ambitie.”
Aan de Universiteit van Oxford studeerde Albrecht internationale politiek en gaf hij les over “Het idee van Europa”. Volgens Booij is Albrechts interesse voor de ideeëngeschiedenis van Europa een van de meest bepalende dingen aan hem. “Een van zijn stokpaardjes is hoe onafhankelijkheid binnen ons Europa is ontstaan. Het maakt hem streng over het verschil tussen landen, culturen en machten. Er zijn wel degelijk verschillen in Europa en dat is interessant.” Bij de Balie gaan we deze denkwijze terugzien, denkt hij. “Het gaat in Nederland vaak pas over andere landen als we daar raakvlakken mee hebben, of als ‘onze jongens’ daar zitten.”
Hoe geschikt Yoeri Albrecht uiteindelijk is voor het inhoudelijk leiden van De Balie, levert wel wat gezucht op bij de ondervraagden. “Ja, ik kan niet anders zeggen dan geknipt,” stelt Verhey. Ook Pepijn van Dijk heeft moeite om niet terug te vallen in cliche’s. “Dit lijkt misschien wel een heel erg makkelijk antwoord op je vraag”, overpeinst hij, “maar Yoeri Albrecht wordt uiteindelijk echt het aller-vrolijkst van een goed debat. Als ik a zeg, zal Yoeri altijd b zeggen. Gewoon omdat we dan verder kunnen praten. Hij heeft wat dat betreft echt van zijn hobby zijn werk gemaakt. Om het maar eens heel vreselijk te zeggen.”
Zoals Albrecht het zelf zegt: “Praten is voor mij hetzelfde als hardop nadenken, en met nadenken komen we tot oplossingen”.
Albrecht zit de borrel uit tot de laatste twee mensen vertrekken. Dan trekt hij zijn jas aan en loopt de foyer uit. Met een holletje verdwijnt hij weer door het gordijn. Een van de jongens van de bar doet verslag aan een collega. “Echt een super chille gast, we hebben goede discussies gevoerd.”
Martin Jol: Ajacied met Haagse humor
Posted By Jojanneke Spoor On oktober 1, 2010 @ 17:20 In Algemeen, Profiel | No Comments
[17]Onder trainer Martin Jol doet Ajax voor het eerst in jaren weer mee aan de Champions League. Na de nederlaag tegen Real Madrid in de eerste wedstrijd, uitte voetballegende Johan Cruijff felle kritiek. Jol liet zich er niet door uit het veld slaan.
Mensen die weinig naar voetbal kijken, zullen hem niet als trainer herkennen. Trainers zijn toch die mannen in nette pakken die aan de zijlijn met hun armen zwaaien? Zo niet Martin Jol (54). Hij zit in trainingspak met zijn armen over elkaar op de bank in de dug out. Rustig. Elf door hem geselecteerde spelers maken zich op voor de wedstrijd tegen het Italiaanse AC Milan. Onder luid gejoel lopen ze de eigen grasmat op. Het Ajax van Martin Jol speelt zijn tweede wedstrijd op het hoogste niveau; de Champions League.
Voetbalminnend Nederland let extra goed op. Komt Ajax de afstraffing in de vorige wedstrijd tegen Real Madrid te boven? Kan Martin Jol laten zien dat zijn ‘jongens’ mee kunnen doen met de ‘mannen’ van het Europees voetbal? Of had Johan Cruijff gelijk en is dit Ajax nog slechter dan het elftal uit de periode voordat succesvolle coach, Rinus Michels, in 1965 bij de club kwam?
Jol de trainer
Ajax had in het verleden vaak een moeizame relatie met haar trainers. Sinds de succesvolle Louis van Gaal, met wie Ajax in 1995 de Champions League won, zijn er in dertien jaar tijd zes coaches ontslagen of met ruzie vertrokken. Ook Jol, die sinds mei 2009 hoofdtrainer bij Ajax is, flirtte deze zomer met een andere club, naar het schijnt om Ajax onder druk te zetten meer te investeren in de selectie.
Jol maakte als trainer naam bij het Engelse Tottenham Hotspur en het Duitse HSV, maar begon zijn carrière bij zijn jeugdclub ADO Den Haag. “Als speler viel hij al op”, memoreert Ruud Mansveld, de zoon van clublegende Aad Mansveld. “Het is moeilijk te zeggen waarom. Je hebt het of je hebt het niet. En Martin Jol heeft het.”
Maarten Cornelis Jol werd op 16 januari 1956 geboren in Schevenings vissersgezin, als vijfde van zes kinderen. “Zijn familie is erg belangrijk voor zijn succes”, vertelt Alaisdar Gold, huisjournalist van Tottenham Hotspur. Gold ging als fan op zoek naar de man achter de cultstatus die Jol had bereikt bij de club; hij schreef daarover het boek Martin Jol. Voor de duvel niet bang [18]. “Het is belangrijk voor hem om dicht bij zijn familie te zijn”, zegt Gold. “Het is tekenend dat hij in zijn minst succesvolle periode als voetballer, bij Bayern München, worstelde met heimwee en eenzaamheid. Hij reed elk weekend direct na de wedstrijd terug naar zijn familie in Scheveningen.” Nu, als trainer van Ajax, laat Martin Jol zich bijstaan door zijn vier jaar oudere broer Cock Jol, die ook bij HSV zijn assistent was. Naar eigen zeggen, omdat Martin Jol het belangrijk vindt iemand in zijn team te hebben die hij volledig kan vertrouwen.
Haagse humor
Mensen die hem persoonlijk kennen, omschrijven Jol als een intelligente en vriendelijke man. Hij staat bekend om zijn droge humor. Zelfspot ook. Omdat hij soms wat nors kijkt, zijn zijn grappen extra verrassend. Zo reageerde hij op de extra kilo’s van de nieuw aangetrokken voetballer Ahmed Hossam, met de opmerking: “Bij mij lijkt het vaak zo, bij Mido is het ook het geval.” Een knipoog naar zijn eigen postuur. In 2003 werd Jol zelfs afgewezen als coach van Feyenoord, omdat hij “te dikkerig” was.
“Jol is van het type straatschoffie”, zegt Mansveld, die hem al kent sinds hij als kind met zijn vader meeging naar de wedstrijden van ADO. Hij omschrijft Jol als een jongen met plezier in het spel die door hard werken aan de top is gekomen. “Martin is gevormd door ADO”, vertelt Mansveld met enige trots. “Hij heeft zowel Haagse humor als voetbalhumor.” Dat kan ook hard zijn, erkent Mansveld. “Als iemand bij ADO een bal tussen zijn benen gespeeld kreeg, hingen ze een jurk op in de kleedkamer. Als je dat nu met spelers doet, stappen ze meteen naar hun zaakwaarnemer. Vroeger kregen spelers nog wedstrijdpremies en werden ze dus afgerekend op hun prestaties. Die mentaliteit heeft Jol nog steeds. Op het veld doe je een stap extra.”
Mansveld: “Als Martin nu zegt dat hij terug wil naar ADO, haal ik hem persoonlijk op.” Voor veel ADO supporters voelt Martin Jol nog steeds als eigen. Daarom was het ook zo pijnlijk dat hij voor Ajax ging werken. “Dat werd hem niet in dank afgenomen”, zegt Mansveld, die inmiddels manager is van de ADO-fanschop. “Een aantal supporters heeft toen zijn steen afgeplakt”, vertelt hij, verwijzend naar de stenen op het heldenplein bij het stadion van de Haagse club. ADO-fans plakten er een papier op met de tekst ‘wegens het schenden van het clubgevoel is deze tegel afgeplakt’. Dat had hij volgens Mansveld niet verdiend. “Jol heeft door de jaren heen veel credit opgebouwd, dat is niet zomaar weg.”
Vertrouwen
De wedstrijd tegen AC Milan speelt Ajax gedreven. Het team van Jol komt op voorspong in de eerste helft als Suarez de bal door Nesta’s benen speelt, El Hamdaoui aanneemt, draait en hoog inschiet. Als Anita met een blessure naar de kant moet, komt er ruimte op het middenveld. Oud Ajacied Seedorf maakt daar slim gebruik van, speelt de bal door naar Ibrahimovic, die scoort. 1-1. Tijdens de tweede helft verslapt Ajax en krijgt AC-Milan meer kansen. Maar Stekelenburg keept uitstekend en Ajax houdt de stand gelijk.
Eén woord van Jol is voldoende, zeggen oud-spelers uit de ADO tijd. Dat wordt ook bij zijn volgende clubs duidelijk: Jol heeft goed inzicht in wat zijn spelers nodig hebben. Hij begrijpt dat iedere speler een aparte aanpak nodig heeft, zeggen vrienden en (oud)collega’s. Hij is beschermend, maar ook veeleisend. Soms een aai over de bol, soms een schop onder de kont.
Een aantal dagen na de verloren eerste Champions League wedstrijd tegen Real Madrid, opent Johan Cruijff een beerput met kritiek door in een column in De Telegraaf fel uit te halen naar het gehele bestuur van Ajax. “Er zit veel kwaadheid in me”, schrijft hij. “Omdat dit Ajax niet meer is. Deze ploeg is niet in staat om meer dan drie keer de bal naar elkaar toe te spelen.”
De feiten: Ajax staat na zeven wedstrijden bovenaan in de Eredivisie. En voor het eerst sinds 2005 speelt de club weer mee in de Champions League. Maar toch. Als Johan Cruijff iets roept, dan luister men. Hij maakt zich zorgen over de financiën, de opleiding, scouting, het aankoopbeleid en het spel. Vooral de jeugdopleiding gaat hem nauw aan het hart. Datzelfde geldt voor Martin Jol en kritiek op juist dit punt moet dus hard aankomen. Zeker omdat het afkomstig is van de man die ook voor de jonge Martin Jol een held was.
“Martin is niet iemand die zich door slechte pers uit het veld laat slaan”, vertelt biograaf Gold. “Hij heeft veel vertrouwen in zichzelf.” Dat blijkt ook uit zijn reactie op de column van Cruijff. Hij zegt de kritiek ‘ter kennisgeving’ aan te nemen. “Daarmee geeft hij aan dat hij een eigen visie heeft met zijn elftal”, zegt Ton van Rhoon, die Jol trainde voor coach. “Het alternatief is meebewegen. Veel mensen gaan direct op de knieën als Cruijff iets roept. Jol doet dat niet. Hij blijft bij zichzelf. ”
Door het gelijkspel tegen AC Milan, lijkt de rust wedergekeerd. Jol is tevreden en ook de supporters zijn blij. Van Cruijff niets meer gehoord.
Layar frontvrouw Claire Boonstra: de wereld vijf stappen voor
Posted By Chantal Groothengel On oktober 1, 2010 @ 17:00 In Algemeen, Profiel | No Comments
[19]Claire Boonstra ontwikkelde zich in korte tijd van een buitenbeentje tot een zakenvrouw. Door haar nieuwsgierigheid, gedrevenheid en talent voor techniek, runt ze op 35-jarige leeftijd haar eigen bedrijf: Layar.
Op school interesseerde ze zich voor totaal andere dingen dan haar klasgenoten. Het feit dat ze zich niet conformeerde aan de belevingswereld van haar puberende klasgenoten, maakte haar niet populair. Nu wordt haar naam genoemd als één van de meest invloedrijke vrouwen in de wereld van de technologie. De oprichter van Layar en bedenker van de augmented reality-browser voor mobiele telefoons (zie kader) wordt alom geroemd om haar innovativiteit. Claire Boonstra (35) is niet bang om in de belangstelling te staan. Hoe transformeerde ze zo snel tot een rolmodel dat aan de top staat van een invloedrijke onderneming?
Buitenbeentje
Met een vader die ingenieur was en een moeder die postacademische cursussen ‘eindige elemententheorie’ organiseerde voor medewerkers van onder andere Fokker en Shell, verbaasde het niemand dat ook Boonstra een talent voor techniek bleek te bezitten. Als kind groeide ze op in Bakkum. Haar vader werkte bij het Europees onderzoekscentrum Energieonderzoek Centrum Nederland en Boonstra en haar jongere broer en zus konden daardoor naar de Europese School in Bergen. Boonstra haalde hoge cijfers, voor zowel de bètavakken als de talen.
Augmented Reality en Publicatieplatform
Het bedrijf Layar biedt twee verschillende producten aan. De augmented reality-applicatie voor iPhones en Android telefoons voegt een extra laag informatie toe aan het camerabeeld op de telefoon. Wanneer iemand bijvoorbeeld zoekt naar een pinautomaat, verschijnt op het scherm een icoontje op de plek waar de dichtstbijzijnde automaat zich bevindt. Heeft het PR-bureau naast het station een baan als secretaresse, geeft de vacature-layer dat aan.
Daarnaast is er het publicatieplatform, met dertienhonderd verschillende Layers. Ter ere van Prinsjesdag publiceerde Rijksoverheid nog een speciale Layer waarmee belangstellenden de route van de Gouden Koets over de ‘live’ beelden van hun camera konden projecteren. Met de toepassing konden mensen de route zelf lopen en uitleg krijgen bij de monumenten en gebouwen onderweg.
Op school was ze een buitenbeentje, ze werd zelfs gepest. Waar haar klasgenoten zich tijdens een schoolreisje naar Italië vooral interesseerden voor drank en het andere geslacht, kwam Boonstra thuis met verhalen over de prachtige fresco’s. Ondanks de sneren van haar klasgenoten bleef ze positief.
Zus Jessica: “We gingen altijd met een brakke auto op vakantie, helemaal naar Spanje of Zwitserland met vijf mensen en een hond. We hadden altijd pech. En dan zei mijn moeder: ‘wat mooi dat we dat toch weer meemaken’. Waren we bijvoorbeeld gestrand naast een groep zigeuners. Dat is een houding die je ook terugziet bij Claire.”
Na de middelbare school koos Boonstra voor de studie Civiele Techniek aan de TU Delft. Haar ouders en docenten moedigden haar talent aan: het komt immers niet vaak voor dat vrouwen een dergelijke interesse in de bètarichting hebben.
Ondernemerschap
Tijdens haar studietijd kroop Boonstra uit haar schulp. Ze werd lid van het Delftsch Studenten Corps en was een veelgeziene gast op feesten. Ze deed een bestuursjaar bij de zweefvliegvereniging, zette een dansdispuut op en was actief bij de paardrijvereniging.
Ook naast haar werk blijft Boonstra zich met verschillende hobby’s bezighouden. Zo deed ze tussen twee vergaderingen door ‘even’ mee aan een dansvoorstelling. Samen met twee anderen nam ze een wintersportblog over. Door artikelen te schrijven over ski’s, wintersportkleding en reizen bemachtigde ze gratis producten en kon ze een paar jaar lang gratis skiën. Boonstra was hierbij de aanjager van nieuwe ideeën. Bij de start van Twitter wilde ze dit integreren in het blog, maar daar was toen op hoger niveau nog helemaal niet over nagedacht.
Haar afstudeerstage deed Boonstra bij de Hollandsche Beton Groep (HBG) in Venezuela. Daar kwam ze terecht in een heel technische, maar ook heel trage wereld. Broer Patrick: “Haar enthousiasme kon voor ‘traditionelere’ organisaties en mensen best intimiderend zijn.” Collega’s bij HBG vonden dat ze maar rustig aan moest doen. Haar ideeën en hoge ambities moest ze opzij zetten.
Daarom koos ze na haar studie voor een carrière in een andere richting. Voor KPN hield ze zich bezig met de introductie van i-mode, bij Unilever deed ze de marketing van margarine. “We aten thuis nooit margarine,” vertelt haar anderhalf jaar jongere zus Jessica. “Maar ze begon toen ineens een evangelie te verkondigen. Margarine op je brood was heel belangrijk, goed voor je hersenen, enzovoorts. Je kon geen gesprek meer hebben over iets normaals.”
Toch kon Boonstra ook bij deze bedrijven haar creativiteit niet kwijt. Ze vervolgde haar loopbaan bij Talpa Digital. Directeur Mark Giesbers sprak vaak met haar over haar toekomst. Bij grote organisaties als Unilever en KPN kon ze doorgroeien, maar dat moest wel via een vaststaand traject. Boonstra zou zich breed moeten ontwikkelen. Zij vroeg zich juist af of ze zich niet moest specialiseren, op zoek naar haar passie.
“Ze heeft een omgeving nodig die zich richt op ondernemerschap en innovatie,” zegt Giesbers. “Een eigen bedrijf past in de zoektocht naar wat ze wil. Maar wel met andere mensen samen. Claire is een echte teamplayer. Geen einzelgänger.” En niet de nerd die haar klasgenoten ongetwijfeld in haar zagen. Giesbers noemt haar ‘een extraverte persoonlijkheid’. Op foto’s staat ze altijd met een brede glimlach en in groepen weet ze anderen aan te steken met haar enthousiasme.
Zakelijkheid
Als Boonstra weer eens met een nieuw idee komt, denkt haar omgeving wel eens: het zal wel weer de ‘Boonstra-overdrijvingsfactor’ zijn. “Als iemand in onze familie iets vertelt over een vakantie is het nooit ‘het was leuk’, maar gelijk ‘geweldig, de mooiste plek op aarde,” vertelt haar zus. “Maar Claire maakt het wél waar.”
In het verleden had Boonstra er nog wel eens moeite mee die energie te beteugelen, en was ze vaak verbaasd dat niet iedereen haar enthousiasme deelde. Ze slaagt er steeds beter in dat te kanaliseren. Ook zus Jessica ziet dat ze nu beter weet wanneer ze het wel en niet over haar werk kan hebben.
Die zakelijkheid is misschien wel de grootste slag die ze tot nu toe in haar carrière heeft moeten maken. Haar zus vertelt: “Claire is heel erg lief, bijna op het naïeve af. Als ze in het verleden ruzie had met een collega stonden de tranen haar in de ogen omdat er een probleem was. Daar werd nog wel eens misbruik van gemaakt. Er werd haar wel eens verteld dat ze meer bitchy moest zijn.” Boonstra bleef zichzelf, maar leerde in de loop der tijd wel hoe ze zich wat steviger kon opstellen.
Ondertussen kwam het Talpa-avontuur ten einde. Boonstra was inmiddels betrokken bij Mobile Monday, een concept waarbij alle pioniers op het gebied van nieuwe media samenkomen voor inspiratie. Ze begon als bezoeker, maar gaf al gauw aan dat ze interesse had in een functie in het bestuur. Marc Fonteijn: “Er kwam een plekje vrij, en we dachten: we hebben nog geen dame in ons midden.”
Met het mannenwereldje was Boonstra na een technische studie in Delft niet onbekend. “Maar ze heeft nooit geprobeerd een man onder de mannen te zijn,” zegt haar zus Jessica. “Ze krijgt respect omdat ze goed is in wat ze doet.”
Veelbelovend
Bij Mobile Monday werkte ze samen met Maarten Lens-FitzGerald en Raimo van der Klein. De drie dachten al voordat de technische mogelijkheid bestond dat augmented reality de toekomst was. Ze werden geïnspireerd door sciencefictionboeken waarin de personages bladerden tussen verschillende lagen.
Zodra de technologie zo ver was, maakten ze het idee werkelijkheid. Layar werd in juni 2009 een feit. Fonteijn: “Ik denk dat haar gedrevenheid voortkomt uit een natuurlijke passie en nieuwsgierigheid. En frustratie omdat de dingen om haar heen zo langzaam gaan. Claire is de wereld altijd vijf stappen vooruit.” Volgens hem precies de reden dat Boonstra en haar twee zakenpartners met Layar zijn gestart: met een andere partij zouden ze nu nog bezig zijn.
Boonstra houdt zich vooral bezig met de groep softwareontwikkelaars achter Layar. Medeoprichter Maarten Lens-FitzGerald: “Ze kan goed mensen bij elkaar brengen. Een echte bruggenbouwer.” Van een club van drie man die alles zelf doet, moet Boonstra nu een grote groep mensen managen. Een omslag die ze volgens broer Patrick met volle nieuwsgierigheid aanpakt.
Inmiddels is Layar ruim een jaar oud, internationaal bekend, en telt het 32 medewerkers. Het bedrijf geniet over de hele wereld media-aandacht en de industrie omschrijft front woman Boonstra als veelbelovend entrepreneur.
Giesbers: “In een soort moordend tempo heeft ze in een paar jaar alles gedaan waar andere mensen misschien wel een heel leven over doen. Werken voor een grote organisatie, zelf een bedrijf opzetten, een huis kopen, een kind krijgen, trouwen.” Boonstra en haar zus maken er nog wel eens grappen over: ze kan nu een lange neus maken naar haar klasgenoten.
Renny Ramakers: haar tijd ver vooruit
Posted By Nelleke Koops On oktober 23, 2009 @ 17:13 In Profiel | No Comments
Als een van de oprichters van ontwerpersplatform Droog [21], zette Renny Ramakers ‘Dutch design’ internationaal op de kaart. Met het platform bood ze een podium aan ontwerpers als Marcel Wanders [22] en Hella Jongerius. Een profiel van een vrouw met visie.
AMSTERDAM – Daar zat ze. Op een meubelbeurs in Kortrijk, weggestopt in een hoekje, op een klapstoel. Voor haar een stapel bruine boterhammen, naast haar een sloophouten kast van Piet Hein Eek. Droog Design [23] bestond nog niet, maar Renny Ramakers (63) had al een missie: jonge ontwerpers die het nèt even anders doen voor een groter publiek brengen.
“Ik zie haar nog zitten”, zegt Cok de Rooy, eigenaar van de Amsterdamse designwinkel The Frozen Fountain. “Zij geloofde in die nieuwe generatie ontwerpers. Ze heeft oog voor wat relevant is, of gaat worden. Niet voor wat mooi is, maar voor wat ertoe doét.”
Het was 1992 en de grote Italiaanse designhuizen dicteerden de trends op de internationale meubelbeurzen. De ontwerpen waren overdadig, kleurrijk en richtten zich vooral op de vorm, minder op de functie van het product. Ramakers zag om zich heen steeds meer jonge Nederlandse ontwerpers die het anders deden en voelde dat het tijd was voor iets nieuws.
“Ik vermoed dat ze van strenge huize komt, ik zou bijna zeggen gereformeerd”, zegt De Rooy. “Ze is een echte doorzetter, die achter de waarheid wil komen en wil zien of haar gevoel klopt. Dat is moedig, maar het kan ook gevaarlijk zijn. Gelukkig voor Renny heeft ze steeds de goede keuzes gemaakt.”
Doorzetter
Haar doorzettingsvermogen, gevoed door een onbedwingbare nieuwsgierigheid naar nieuwe ontwikkelingen, bracht Ramakers tot waar ze nu is. Ze maakte haar middelbare school in Den Haag [24] niet af, maar ging op haar 28ste alsnog kunstgeschiedenis studeren na het behalen van haar colloquium doctum, het toelatingsexamen voor de universiteit. Eenmaal daar, in Leiden, nam ze zich voor eerst iets over de geschiedenis te leren om vervolgens zelf geschiedenis te schrijven. Ze studeerde cum laude af.
Die geschiedenis begon op een zondagmiddag met een kleine tentoonstelling in het bovenzaaltje van Paradiso. Ze had uitnodigingen rondgestuurd met daarop ‘Een middag gewoon doen’: een statement tegen de overdaad van de ontwerpen uit de jaren tachtig. De nadruk lag op eenvoud, hergebruik en originaliteit. De sfeer was ontspannen, er was muziek en grote namen als Benno Premsela kwamen kijken. Het was een lokaal succes. Ramakers ontmoette er Gijs Bakker, een sieraden- en productontwerper die les gaf op de Eindhovense Design Academy [25]. Bakker zag meteen dat Ramakers het bij het rechte eind had.
Overtuigd dat er meer in zat, gingen de twee samen op zoek naar een internationaal podium. Zes weken later, in april 1993, stonden ze met beginnende ontwerpers als Hella Jongerius, Jurgen Bey [26], Marcel Wanders en Tejo Remy op de meubelbeurs in Milaan. Onder de naam Droog Design presenteerden ze een kast bestaande uit kriskras op elkaar gestapelde lades, een boekenkast van pakpapier en een stoel van oude kleren. Hun werk was controversieel, maar wars van pretenties en met een grappige ondertoon. De naam Droog behoefde geen uitleg.
Nieuw tijdperk
De oprichting van Droog markeerde het begin van een nieuw designtijdperk, waarin ‘Dutch Design’ een prominente rol zou krijgen. De vrouw met de vlotgeknipte coupe, de casual kleding en de strenge blik schudde de ingeslapen designwereld en de Design Academy in Eindhoven wakker. Renny Ramakers was als kunsthistorica en curator een buitenstaander, maar wel één met een visie. Samen met Bakker, die wèl van de Design Academy kwam, wist ze daar het juiste talent vandaan te plukken.
“Bien étonnés de se trouver ensemble” – “ik ben verbaasd jullie samen aan te treffen” – zou één van de juryleden van de Benno Premselaprijs later over het duo zeggen, bij het toekennen van de prijs aan Droog in 2007. De twee waren immers erg verschillend. Ramakers was curator van kleine designtentoonstellingen, schreef boeken over vormgeving in Nederland en was hoofdredacteur van designtijdschrift ‘Items’. Bakker was ontwerper, een creatieveling. Hij noemde haar de ‘intuïtieve denker’ van de twee, zij hem de ‘onrustige doener’. Het tweetal werd door buitenlandse media al snel de founding fathers of Dutch Design genoemd.
“Ze heeft Droog op de kaart gezet en daarmee een hele serie jonge ontwerpers”, zegt ontwerper Peter van der Jagt. Zijn eigen bottoms up doorbell – twee omgekeerde wijnglazen waar een elektromagneet tegenaan klingelt – is inmiddels een icoon geworden van de vormgeving in de jaren negentig. “Zonder de context die Droog bood, was dat niet gelukt.”
Samen met Bakker werd Ramakers hoofd van de masteropleiding IM aan de Design Academy. Zij dacht na over het lesprogramma en de maatschappelijke context, maar gaf geen les. “Daar heb ik het geduld niet voor”, zegt ze zelf. “Ik zie meteen of iets goed is of niet, maar kan niet uitleggen hoe het beter kan.”
Ontwerper Jurgen Bey, van wie de boomstambank en uittrekbare boekenkast intussen wereldwijd bekend zijn, was erbij vanaf het begin. “Ik ken Renny al bijna twintig jaar als een hele gedreven vrouw”, zegt hij. “Ze bijt zich ergens volledig in vast en zorgt dat het een succes wordt.” Ondanks haar sterke eigen visie is er wel ruimte voor de inbreng van ontwerpers. “Ze heeft niet alleen maar wensen die ze je opdringt”, zegt Bey. “Ze staat open voor debat en discussie om een concept aan te scherpen. Maar ze heeft wel altijd een eigen idee.”
CV Renny Ramakers
29 mei 1946: Geboren in Den Haag als Renny de Jong
1958 – 1961: Christelijke Lyceum Populierstraat Den Haag
1975 – 1982: Studie kunstgeschiedenis Universiteit Leiden [27]
1985: Publicatie boek ‘Tussen kunstnijverheid en industriële vormgeving’
1988 – 1993: Hoofdredacteur tijdschrift ‘Industrieel Ontwerpen’
1993 – 1997: Hoofdredacteur tijdschrift ‘Items’
1993: Oprichting Droog Design
1996 – 2001: Lid Raad van Cultuur
1998: Publicatie boek ‘Droog Design. Spirit of the Nineties’
2002: Publicatie boek ‘Less+More, Droog Design in context’
2004: Publicatie boek ‘Simply Droog’
2006: Publicatie boek ‘A Human Touch’
Touwtjes in handen
Die ideeën steekt Ramakers niet onder stoelen of banken. “Ze is eigenwijs, maar kan het zich ook veroorloven, want ze heeft het meestal bij het rechte eind”, zegt Roderick van der Lee, oud-galeriemanager bij Droog. Ramakers realiseert zich maar al te goed dat haar uitgesproken gevoel voor een bepaalde richting soms lastig kan zijn voor haar medewerkers. “Ik denk snel, zet snel projecten op, maar gooi het ook net zo makkelijk weer om als ik halverwege denk dat het anders moet”, zegt ze daarover zelf. “Dat is soms moeilijk te volgen.”
Van der Lee: “Renny is wel toegankelijk. Ze was veel weg, maar als ze in Amsterdam [28] was, zaten we met z’n allen aan een grote lunchtafel en praatte en lachte ze met iedereen. Ze moest haar aandacht verdelen, omdat iedereen wel iets wilde overleggen, maar dat voelde ze goed aan. En uiteindelijk was zij toch degene die de beslissingen nam.”
Die manier van werken – open voor iedereen maar met de touwtjes stevig in handen – had ze zich al eerder eigen gemaakt. In 1988, zes jaar na haar afstuderen, werd ze hoofdredacteur en later ook uitgever van het blad ‘Industrieel Ontwerpen’. Na vijf jaar wilde Ramakers het blad laten fuseren met ‘Items’, een ander tijdschrift over vormgeving. Het blad ging onder die naam verder met Ramakers als hoofdredacteur. “Dat leverde wel wat achterdocht op bij de zittende redactie”, herinnert de huidige hoofdredacteur Max Bruinsma zich. “Wij dachten: de concurrent komt ons even overnemen. Maar ze pakte het goed op. Ik vond haar inspirerend en collegiaal.”
Ook als lid van de Raad van Cultuur, een cultureel adviesorgaan van de overheid, stelde Ramakers zich onafhankelijk op. Bruinsma zat met haar in de werkgroep vormgeving. “Ze trok zich weinig aan van wat anderen vonden, liet zich niet dicteren door politieke agenda’s. She makes up her own mind. Ze neemt geen blad voor haar mond, toen ook al niet, maar de positie die ze nu heeft, maakt haar misschien wat gereserveerder. Ze is geen feestbeest, meer een private person.”
Breuk
De breuk tussen Ramakers en Bakker kwam dan ook voor veel mensen onverwacht. Dat het al een tijdje niet meer zo lekker liep, hield ze lang voor zichzelf. Totdat Bakker in juni dit jaar bekend maakte Droog te verlaten. Er was een verschil van inzicht over de zakelijke en inhoudelijke koers van Droog, luidde de officiële verklaring. Bakker verweet Ramakers te veel geld in de nieuwe winkel in New York te hebben gestopt en teveel voor de commerciële kant te hebben gekozen. Ramakers verdedigde zich door te zeggen dat het tweetal altijd samen de vakinhoudelijke koers hadden bepaald en dat New York een privé-investering was. Maandenlang communiceerden de twee alleen via advocaten. En nog steeds ligt de zaak gevoelig.
Renny Ramakers was de afgelopen jaren inderdaad verantwoordelijk geweest voor de exposities en de publiciteit, maar net zoals Bakker hield zij zich ook bezig met het begeleiden van projecten. “Niet omdat zij zo zakelijk was”, zegt Van der Lee, “maar omdat iémand het moest doen.” Ook Jurgen Bey wil haar niet typeren als zakelijk of commercieel. “Ze zou juist wel wat zakelijker kunnen zijn, maar ik geloof niet dat het daarom gaat bij Droog. Als curator heeft ze vooral een grote liefde voor goede ontwerpen.”
Haar andere grote liefde is haar man Leon Ramakers, ex-directeur van concertorganisator Mojo, met wie ze al dertig jaar getrouwd is. Ze wonen in een loft in de Jordaan, zonder kinderen. Daar had ze het altijd te druk voor, zegt ze zelf.
Er waren altijd nog wel boeken te schrijven, concepten uit te denken, tentoonstellingen te organiseren. In september organiseerde ze nog het designfestival ‘Pioneers of Change’ op Governors Island in New York. Het was met 25 duizend bezoekers en lange wachtrijen een groot succes. Het ‘Go Slow café’, waar bejaarden bedienen, theezakjes ter plekke worden genaaid en het tempo bewust laag ligt, was dagen uitverkocht. Zes jaar geleden presenteerde ze hetzelfde café in Milaan, maar daar had het minder impact. Haar verklaring? “Soms ben ik mijn tijd ver vooruit.
Prijzen en eervolle vermeldingen:
1997: Vermelding ‘Who’s who in the world’
1998: Dedalus prize for European Design
1999: George Nelson Design Award
2000: Kho Liang le prijs
2000: CNBC top 50 Innovators in Europe
2007: Benno Premsela prijs
Max Pam: knorrige stokebrand
Posted By Jonathan Witteman On oktober 23, 2009 @ 17:10 In Profiel | No Comments
Columnist Max Pam is scherp en giftig. Hij maakt snel vijanden en zelfs met vrienden is hij “periodiek gebrouilleerd”.
AMSTERDAM – Het tv-programma ‘Buitenhof’, een zondagmiddag in september. De camera zoomt langzaam in op het gezicht van Max Pam, dat altijd wat vies vertrokken is, alsof hij het gif letterlijk opspaart in zijn mond. Onzeker turen zijn ogen achter de bril naar de autocue. Het slepende been, een overblijfsel van de beroerte die hem trof in 2001, staat veilig achter de katheder.
Het thema van zijn column is het Koningshuis. Met beheerste spot veegt Pam de vloer aan met het “theekransje” dat kroonprins Willem-Alexander en Maxima met het echtpaar Obama hadden om het historische feit luister bij te zetten dat het precies 400 jaar geleden was dat de Nederlanders voor het eerst voet aan wal zetten op het eiland Manna-hatta.
“Hoewel Obama en Willem-Alexander van dezelfde generatie zijn, zijn zij staatsrechterlijk elkaars tegenpolen”, zegt hij. “De een is democratisch gekozen, de ander wordt door overerving benoemd. De een heeft een mandaat van het volk, de ander moet – hoewel de veertig gepasseerd – wachten tot zijn moeder het goed vindt dat hij de troon bestijgt.”
Als de camera zover is ingezoomd dat je bijna de poriën in zijn gezicht kunt zien, volgt de sarcastische finale. Met gebalde vuisten zegt Pam, lid van het Republikeins Genootschap: “En voor de rest: leve de Koningin! Leve New York! Hoera, hoera, hoera!”
Max Pam – columnist, stokebrand, homo ironicus en één à twee zondagmiddagen in de maand ook de nar in de huiskamers van enkele honderdduizenden Buitenhof-kijkers. Hij schrijft voor Het Parool, de Volkskrant en Binnenlands Bestuur, heeft een vaste column op de radio en schreef verscheidene boeken, waaronder de sleutelroman ‘De Herenclub’ (1997) en ‘Het ravijn’ (2004), het autobiografische relaas over zijn beroerte.
Pam (1946) werd geboren in Amsterdam als zoon van Parool-journalist Leo Pam. Als tiener wilde hij wereldkampioen schaken worden, nadat hij in een wedstrijd simultaanschaken de grootmeester Jan-Hein Donner had verslagen. Van die ambitie kwam niets terecht, maar Pam zou later talloze columns en boeken over schaken schrijven.
Pam doorliep de School voor Journalistiek en werkt sinds het begin van de jaren zeventig als freelancer voor verscheidene media. Samen met filmmaker Jan Bosdriesz maakte Pam documentaires over W.F. Hermans en Wim T. Schippers. Ook werkte hij mee aan verschillende televisieprogramma’s, waaronder de serie ‘De Woestijn Leeft’ over architectuur en de satirische televisieserie ‘De bovenwereld’, waarvoor hij samenwerkte met Jeroen Henneman en Theo van Gogh.
De gaskamers van Sobibor
De komende tijd doet Pam voor de Volkskrant verslag van het laatste grote Holocaust-proces, tegen John Demjanjuk, de “Beul van Sobibor”. De zaak “43-09” noemt Pam het, met een knipoog naar het Eichmann-proces, waarover Harry Mulisch bijna een halve eeuw geleden zijn reportagecyclus ‘De Zaak 40/61’ schreef.
Cynisch genoeg, zo schreef Max Pam, eindigde de man die zo graag gecremeerd wilde worden uiteindelijk in de ovens van de nazi’s
Maar zijn verslag zal evenzeer een eerbetoon zijn aan Pams grootvader Mozes. Mozes Pam verruilde als jongeling het jodendom voor het socialisme en was later een van de oprichters van de Arbeiders Vereniging voor Lijkverbranding. Cynisch genoeg, zo schreef Max Pam, eindigde de man die zo graag gecremeerd wilde worden uiteindelijk in de ovens van de nazi’s.
Dat was begin 1943, in het vernietigingskamp Sobibor, waar ene Ivan Nikolajevitsj Demjanuk kampbewaarder was. Ook twee andere familieleden, Simon Pam en Henriëtte Cosman-Pam, werden vermoord in de gaskamers van Sobibor.
Komende maand staat de inmiddels 89-jarige Demjanjuk terecht in München. De aanklacht: medeplichtigheid aan de moord op ten minste 29 duizend Sobibor-gevangenen.
“Het levenspad van John Demjanjuk is geplaveid met lijken”, schreef Max Pam in zijn eerste bijdrage over het proces, begin deze maand. “Voor veel van die lijken kan hij niet verantwoordelijk worden gehouden, maar op de ‘verwerking’ van grote aantallen zag hij toe. En niet alleen zag hij erop toe, hij nam er actief aan deel, als een radertje in de vernietigingsmachine. Dat althans, zal hem in het Laatste Grote Proces worden verweten. Zelf ziet hij het anders: hij is het slachtoffer.”
Te lui om Oblomov te lezen
Op zijn beste momenten laat de stijl van Max Pam zich samenvatten als een kruising tussen Karel van het Reve en W.F. Hermans. Pam combineert de pesterige, onderkoelde humor van de eerste met het gif van de laatste. Met allebei heeft hij een enorme eruditie en productiviteit gemeen.
Maar Pam was niet altijd zo productief. ‘Nog te lui om Oblomov te lezen.’ Zo werd de jonge Pam getypeerd door de journalist Martin van Amerongen. Oblomov, de aartsluie protagonist uit Gontsjarovs gelijknamige roman, doet er alleen al 150 pagina’s over om uit bed te komen. Pam refereert graag aan dat citaat. Van zijn bed, zo schreef hij later, “liep ’s middags na vieren een rechte lijn naar het schaakcafé. ’s Nachts na enen liep die lijn weer terug.”
Zijn vrienden vinden het maar koketterie. “Dat gedoe over luiheid was opschepperij”, zegt schrijver en jeugdvriend Tim Krabbé. “Max is een workaholic.”
Ook collega-columnist en vriend Theodor Holman kent Pam als een noeste werker en een wedijveraar. “Hij is iemand die ervan houdt om voortdurend in competitie te zijn met iedereen. Hij vergelijkt graag mensen met elkaar, of zichzelf met andere mensen: wie is de beste schrijver, wie de beste interviewer. We willen natuurlijk allemaal de beste zijn, maar bij hem is het opvallend. Zijn hersenbloeding heeft hem misschien nog wel competitiever gemaakt.”
Geduchte vijand
Vele vetes vocht Pam uit. Berucht is de rel eind jaren tachtig met Parool-recensent Bob Polak, die het had gewaagd een boek van Pam te kraken. Polak was in 1987 door de toenmalige kunstredacteur Matthijs van Nieuwkerk binnengehaald om “lawaai te maken”. Zijn recensies waren “gooi- en smijtwerk”, zegt Polak: als een boek eenmaal in zijn recensie figureerde, dan wist je dat er gehakt van zou worden gemaakt.
Een kleine Pam-bloemlezing:
“Neerlands aantrekkelijkste banketbakster van spirituele lariekoek.”
(Over schrijfster Susan Smit)
“Een van de grootste warhoofden die in het culturele wereldje rondloopt. Elke maandag schrijft hij in de Volkskrant een stukje waaraan geen touw is vast te knopen, omdat hij zichzelf daarin tenminste vier keer tegenspreekt.”
(Over auteur Kader Abdollah)
“Ik ken Remco Campert naast al het andere ook als een onaangenaam en kwaadaardig mens, wat hij vooral was in de tijd dat zijn vrouw bij hem was weggelopen en hij nog veel dronk. God, wat kon die man drinken! Ik heb huilende vrouwen gezien die door de smadelijke toorn van Remco voor eeuwig waren getroffen.”
(Als reactie op een column van Campert over de moord op Theo van Gogh, waarin de dichter betwijfelde of het wel terecht was om Van Gogh als held van het vrije woord de geschiedenis in te laten gaan.)
Op verzoek van Van Nieuwkerk schreef Polak onder het pseudoniem Felix de Vree. “Al snel zoemde het in de grachtengordel: wie is dat toch, die De Vree?”, kijkt Polak terug. Hij had niet kunnen bevroeden dat een vernietigende recensie van Pams nieuwste columnbundel de dood van Felix de Vree zou inluiden.
Polak: “Pam ging door het lint om die recensie. Hij was toen geen medewerker van het Parool, maar wist door te dringen tot de financiële administratie en kwam er via via achter aan wie de honoraria werden uitgekeerd, en dus achter mijn identiteit. Pam had destijds een column op de achterpagina van het NRC. Daarin heeft hij toen mijn identiteit onthuld en verkondigd hoe schandelijk die recensie van mij wel niet was.”
De dagen van Felix de Vree waren geteld. Polak moest voortaan onder zijn eigen naam schrijven. Tussen hem en Pam is het nooit meer goedgekomen. “Het is een enorme opportunist, een gladjanus”, zegt Polak. “Die reactie op mijn recensie was ontluisterend, daarmee is hij keihard door de mand gevallen.”
Een vriendschap is bij Pam nooit een kabbelend beekje
Ook vrienden omschrijven Pam, behalve als aimabel en attent, als een ijdele en sikkeneurige man met een handleiding. Een vriendschap is bij Pam nooit een kabbelend beekje. Met veel intimi is hij naar eigen zeggen “periodiek gebrouilleerd”. Zo onderhouden Tim Krabbé en Max Pam al jarenlang een knipperlichtrelatie. “Het is ook vaak uit geweest”, zegt Krabbé. “We zien onszelf als een stel dat al 40 jaar verloofd is.”
“Max Pam is een warme, gecompliceerde vriend”, vat Jeroen Henneman samen. “Hij is koppig. Als er eenmaal een denkbeeld in zijn hoofd zit, dan is het heel moeilijk om dat te veranderen.”
Boek over Theo van Gogh
Max Pam is tot nu toe een meester op de korte baan. Blijft hij dat? Henneman: “Max wil al jaren een groot boek over Theo van Gogh schrijven, maar de ex van Theo werkt tegen en geeft hem geen toegang tot zijn archief. Nu zijn zoon Lieuwe dit jaar meerderjarig wordt, krijgt hij dat wel.” Het wordt tijd voor iets groters, vindt Henneman. “Nu sukkelt hij maar van het ene boek naar het andere.”
Tussen Max Pam en de moord op Theo van Gogh loopt een directe lijn, zegt Joost Zwagerman. Pam zelf ziet niets in dit macabere, bijna mystieke verband, dat zo uit een roman van Harry Mulisch had kunnen komen. Maar de feiten liegen er niet om: als Max Pam in 2001 geen hersenbloeding had gekregen, dan had Theo van Gogh misschien nog geleefd.
Ayaan Hirsi Ali was in 2004 gepolst voor het programma Zomergasten. Ze had nee gezegd, maar bij de presentatie van Max Pams boek ‘Het Ravijn’ – dat Pam schreef over de hersenbloeding die hem in 2001 had getroffen – kwam Zwagerman per toeval de filosoof Herman Philipse tegen, de toenmalige geliefde van Hirsi Ali.
Zwagerman: “Voor de vuist weg zei ik tegen Philipse: wat jammer toch dat Ayaan niet wil, waarop hij antwoordde: maar daar weet ik helemaal niets van, wat zou dat fantastisch zijn als zij Zomergast zou worden.”
Philipse wist Hirsi Ali over te halen om toch aan het programma mee te doen en de rest is geschiedenis: speciaal voor Zomergasten maakte Hirsi Ali ‘Submission’, de film die Theo van Gogh op 2 november 2004 fataal zou worden.
Zwagerman: “Dan trek je de de Mulischiaanse conclusie: op het moment dat Max Pam in 2001 neerzeeg, was het lot van zijn vriend Theo van Gogh al bezegeld. Ik heb dit aan Harry Mulisch verteld en die vond het een bloedstollend verhaal. Maar Pam, de rationalist, reageert daar heel knorrig op, die vindt het maar kul en aanstellerig.”
Het projectiel Rottenberg is terug op aarde
Posted By Alwin Kuiken On oktober 23, 2009 @ 17:09 In Algemeen, Profiel | 1 Comment
[30]AMSTERDAM – De PvdA verkeert in een “deplorabele staat”, maar een van de meest getalenteerde sociaaldemocraten kan de partij niet redden. Een slopende ziekte noopt voormalig voorzitter Felix Rottenberg (52) tot een rol aan de zijlijn.
“Nu haal je een truc uit. Kijk me recht in mijn ogen.
Jij weet toch ook dat Balkenende dat helemaal niet kan? Zeg ja of nee!”
Alexander Pechtold kijkt geschrokken.
“Ja natuurlijk, maar…”
De val sluit zich. Het publiek begint al te klappen. Matthijs van Nieuwkerk veert op. Nu is Rottenberg op dreef. Hij draait met zijn wijsvinger dreigende rondjes in de lucht.
Pechtold heeft net aan de stamtafel van De Wereld Draait Door gezegd dat Balkenende gewoon de camera zou moeten grijpen en de bevolking met een hartstochtelijk pleidooi zou moeten overtuigen van zijn bezuinigingsplannen. Maar Rottenberg prikt door het retorisch foefje heen.
“Wat? Wat? Kan ‘ie ‘t? Ja of nee?”
“Nee, dat kan ‘ie niet.”
“Nou dan.”
Het is één van de weinige recente tv-momenten dat Rottenberg er vol tegenin gaat en genadeloos de vloer aanveegt met politiek gezwam. De oprichter van het roemruchte Amsterdamse debatcentrum de Balie mag dan bekend staan om zijn vileine opmerkingen, de laatste tijd lijken zijn messcherpe aanvallen plaats te maken voor een aardse kalmte. On-Rottenbergs bijna.
Of het de jaren zijn, of de sluimerende auto-immuunziekte sarcoïdose die hem sinds 1992 parten speelt, zijn vrienden weten het niet precies. Ze vinden het eigenlijk wel prettig dat hun ongeleide projectiel langzaam terugkeert op aarde.
“Laatst zag ik hoe Jan Mulder hem treiterde. Je zag hem denken: ‘Zal ik hem te grazen nemen?’ Ik zag zijn ogen schitteren, zoals je dat alleen bij hem ziet, maar hij deed het niet”, vertelt jeugdliefde en goede vriendin Barbara Broekman (54). “Oude vrienden die hem in zijn PvdA-tijd de rug toekeerden, zijn hem leuker gaan vinden”, vertelt ze.
Mailtjes van Bos
Iedereen die Rottenberg heeft meegemaakt, van het Amsterdamse Montessori Lyceum tot zijn voorzitterschap (1992 – 1997) van de PvdA, herinnert hem als iemand met een scherp analytisch vermogen en een enorm geheugen. “Hij kent niet alleen alle ministers, hij weet hoe ook hun secretaresses heten”, zegt goede vriend en NRC-journalist Hubert Smeets.
Hij en Rottenberg kennen elkaar al sinds de jaren zeventig van politieke jongerenorganisaties, maar desondanks raakte Smeets pas later echt onder de indruk van Rottenberg. “Dat was vlak voor zijn voorzitterschap. Ik was toen correspondent in Moskou en Felix kwam langs om te bespreken of hij die baan moest nemen. We hebben toen een heel weekend in mijn flat over politiek zitten praten.”
Hoewel Rottenberg in de jaren negentig vanwege zijn ziekte een stapje terug deed, zetten zijn tv-optredens en zijn columns in het Parool de boel volgens Smeets nog steeds op scherp. In het bijzonder in de PvdA. “Hij krijgt regelmatig mailtjes van Wouter Bos als hij iets negatiefs over de partij heeft gezegd.”
Zijn analyses van Wilders zijn bijna ongeëvenaard. Met name de aflevering na het “kopvoddentaks-voorstel”, waarbij Rottenberg geëmotioneerd Wilders als “een machine” typeerde, bracht veel teweeg.
Volgens zijn zus Sandra Rottenberg (49) had het zeldzame verlies van zelfbeheersing alles te maken hun joodse achtergrond. “Racisme raakt bij ons een gevoelige snaar. Onze moeder was daar ook altijd heel fel in. Als mensen iets over buitenlanders zeiden, vroeg ze meteen: ‘Oh ja, vindt u dat? Kent u die mensen dan? Dat heeft Felix van haar.” Vader Edwin Rottenberg zat gevangen in een Spaans kamp en vocht later als Engelandvaarder mee tegen de Nazi’s, de opa van Felix was de enige van acht broers en zussen die de Tweede Wereldoorlog overleefde. “Ons is voorgeleefd dat je niet bij de pakken neer moet gaan zitten, maar in actie moet komen. Als je uit zo’n gezin komt, hou je een scherp oog voor racisme.”
Dat scherpe zat er bij Rottenberg al vroeg in. Op het Montessori Lyceum in Amsterdam was Rottenberg actief in de leerlingenraad en hield hij zich bezig met de schoolkrant. Waar zijn eigengereide houding op een Christelijke plattelandsschool misschien was afgestraft, werd het op het vrije Montessori juist toegejuicht. Jeugdvriendin Broekman: “Ik denk dat die aanpak voor een deel verantwoordelijk was voor zijn latere successen. Ze vonden het daar wel leuk dat iemand zich zo ontwikkelde.”
De bons om de politiek
Broekman, nu kunstenares, viel dertig jaar geleden als een blok voor zijn zwarte krullen en blauwe ogen. Rond hun twintigste kregen ze een verhouding, maar zijn politieke engagement leidde uiteindelijk tot een (volgens haar voor hem) pijnlijke breuk. “Ik vond het leuk hoor, dat Felix al die partijbonzen bij ons uitnodigde. Ik hield in die tijd wel van een feestje, maar voelde me toch altijd een beetje buitengesloten”, herinnert ze zich. Nadat zijn partijvoorzitterschap afliep, kwamen ze elkaar weer tegen en ontstond er een hechte vriendschap.
Onlangs waren de rollen omgedraaid en figureerde Rottenberg in een TROS-uitzending van “Het mooiste meisje van de klas” waarin Broekman nu eens de hoofdrol had. “Ik vroeg hem natuurlijk of ik daaraan mee moest doen. Felix keek me een minuut lang bedenkelijk aan en zei: ‘Natuurlijk! Vijftig minuten gratis reclame. Altijd doen’. Toen ze hem tijdens die uitzending vroegen om iets over mij te vertellen zei hij: Barbara Broekman? Dat was een fenoméén. Dat is Felix ten voeten uit. Hij kan iets in één zin zeggen waar iemand anders dertig zinnen voor nodig zou hebben.”
Een type-Felix
Juist die eigenschap zou de PvdA van nu goed kunnen gebruiken, zegt voormalig partijgenoot Rick van der Ploeg. “Ik denk wel dat de PvdA in zijn huidige staat wel een type á la Rottenberg zou kunnen gebruiken. Waar vindt je nog iemand met zoveel assertiviteit? Volgens mij bestaan die types niet meer.”
Zijn ziekte sluit een rentree uit, maar volgens ingewijden zijn er ook andere redenen waarom Den Haag niet op Rottenberg zit te wachten. Tijdens het duovoorzitterschap met Ruud Vreeman, nu geplaagd burgemeester van Tilburg, heeft hij door het afschaffen van de partijraad en het saneren van lokale afdelingen ook vijanden gemaakt. Volgens Smeets heeft Rottenberg, mede hierdoor, geen contact met de partijtop. “Ik denk niet dat mensen als Mariëtte Hamer hem bellen. Felix is intelligent, maar is ook iemand die wil ontmantelen, wil afbreken. Zij willen uiteindelijk liever controle.”
Last van Rottenberg
Het verwaterde contact is niet onlogisch: alle oude PvdA-bondgenoten van Rottenberg zijn weg. Van de groep hemelbestormers die begin jaren negentig onder Rottenbergs aanvoering de partij nieuw elan wilde geven – columnist Bart Tromp sprak badinerend van de “Rottenberg-Jugend” – heeft vrijwel iedereen het veld geruimd: van Rob Oudkerk tot Ruud Vreeman en Adri Duijvestein.
Volgens oudgedienden heeft de PvdA nog steeds last van Rottenberg’s ingrepen. “Het is niet meer de betrokken partij die het was”, zegt Bouwe Olij (56), nu stadsdeelvoorzitter van Oud West, in de jaren zeventig met Rottenberg actief binnen de Jonge Socialisten, de jongerenafdeling van de PvdA. “Het was niet iemand die je op de winkel liet passen. Hij kon met een enorme overredingkracht dingen zeggen die achteraf soms niet waar bleken te zijn.” Smeets: “Felix zocht wel eens naar oplossingen voor problemen die er niet bleken te zijn.”
Stoomwals
“Een bijzonder geval”, zo herinnert Eisso Woltjer (67) zijn voormalige partijvoorzitter. De gepensioneerde PvdA’er maakte mee hoe Rottenberg zich als voorzitter inzette voor een ander partijlogo. “Hij wilde iets moderns, had geen zin meer in de klassieke roos in de vuist. Er was grote weerstand tegen om het af te schaffen. Dat was wel óns logo. Dus wat deed hij? Hij maakte er, omgekeerd, een vuist in een roos van. Dat is ook typisch Felix. Altijd op een creatieve manier naar een oplossing toewerken.”
De gepensioneerde PvdA’er Woltjer was vanaf eind jaren zeventig actief binnen van de Europese PvdA-delegatie, totdat Rottenberg hem in 1994 zeer tegen zijn zin naar Den Haag haalde. Hij had in Europa zijn carrière willen voortzetten, maar Rottenberg wilde zijn expertise in de Tweede Kamer gebruiken. “Daar was ik teleurgesteld over, maar wat moest je beginnen? Het was duidelijk dat hij de grote man was. Protesteren had weinig zin.”
“Hij kan wel over mensen heen walsen”, erkent Sandra Rottenberg. “Soms zijn mensen zo geïmponeerd dat ze niet tegen hem op boksen. Hij legt natuurlijk ook wel wat gewicht in de schaal. Toen Felix partijvoorzitter werd, noemden ze hem on-Nederlands. Dat vond ik zo fout. Zo van: ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’ Daar houden wij niet van. Doe maar je best, zeggen wij thuis.”
Noreena Hertz geeft haar publiek de Sesamstraatversie
Posted By Laura van der Wal On oktober 23, 2009 @ 17:02 In Profiel | No Comments

Image by Chris Saunders via Flickr
De Britse econome Noreena Hertz is sinds september hoogleraar globalisering, duurzaamheid en financiën aan de Duisenberg School of Finance. Een opvallende stap voor iemand die een paar jaar geleden nog antiglobaliste werd genoemd.
AMSTERDAM – Noreena Hertz verveelde zich. Ze verbleef voor de Van der Leeuw Lezing in november 2004 in een hotel in Groningen. Haar verhandeling zou gaan over haar nieuwste boek I.O.U., over de schuldenlast van de Derde Wereld. Om een uur of een ’s nachts trof de tweede spreker haar buiten aan met de barman, “vozend”. Ze had hem eerder die avond aan de haak geslagen. De volgende dag was er een officieel diner ter ere van de lezing. Hertz stond erop dat voor haar barman ook een plekje aan tafel werd gereserveerd. Daar zat hij dan tussen de Commissaris van de Koningin en de bestuurders van de universiteit.
“Mooi, vind ik dat,” zegt Luuk van Middelaar, “Wat kan mij het allemaal schelen. Dat was haar houding.” Historicus en filosoof Van Middelaar zou na de lezing van Hertz het woord voeren. Het was een van de weinige keren dat de sprekers op de plechtige Van der Leeuw Lezing echt van mening verschilden.
Voor Hertz is de leerstoel globalisering aan de Duisenberg School of Finance niet de eerste stap op Nederlandse bodem. Als hoogleraar was ze eerder verbonden aan de Universiteit Utrecht en ze is sinds een klein jaar gasthoogleraar op de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Antiglobalist
Voor de jonge Duisenberg School of Finance is de aanstelling van Hertz wel de eerste stap op het gebied van duurzame globalisering. Hertz’ ideeën zullen soms botsen met de ideeën die in de wereld van finance gangbaar zijn, vermoedt oud-rector en huidig bestuurslid van de school Jaap Winter, “En dat is maar goed ook.” Decaan Dirk Schoenmaker legt dat uit: “De Duisenberg School leidt de financiële leiders van de toekomst op. Juist in deze tijd moeten die leiders leren kritisch na te denken over onderwerpen als duurzaamheid en ethiek.”
Charmant, mooi, jong, vrouw. In vrijwel elke beschrijving van Hertz duiken die woorden op. Ze valt op in de wereld van de internationale economie. Niet alleen vanwege haar verschijning, ook vanwege haar standpunten. Hertz’ kritiek op de werking van het kapitalistische systeem is flink. Tijdens de rellen waarmee de G8-top in Genua in 2001 gepaard ging, stond ze tussen de demonstranten. Hertz werd ‘het gezicht van de antiglobalisten’, al zal ze zichzelf nooit zo noemen. Zit de onconventionele Hertz op haar plek op de deels door het bedrijfsleven gefinancierde Duisenberg School of Finance?
De economische leiders hebben nooit veel opgehad met antiglobalisten. Toch luisteren ze wel naar Hertz. Een verklaring daarvoor is dat Hertz het kapitalisme en de globalisering niet afwijst. Ze ziet het kapitalisme als het beste systeem om welvaart te brengen. “Hertz is geen tegenstander van kapitalisme, maar wijst erop dat kapitalisme een prijs heeft. Ze is ook geen antiglobaliste, maar ze maakt duidelijk dat de huidige globalisering een schaduwzijde heeft,” legt Hans van Oosterhout uit. Als hoofd van de vakgroep Business-Society Management aan de Rotterdam School of Management heeft hij aardig wat inhoudelijke discussies met Hertz gevoerd. Hertz is ook geen ideoloog, weet Van Oosterhout. “Maar Noreena confronteert de mensen uit haar wereld wel met zaken die ze niet graag horen.”
Hertz is in de gevestigde kringen van economische leiders opgegroeid. Ook dat werkt in haar voordeel. Op haar zestiende studeerde ze in Londen economie en filosofie. Negentien was ze, toen ze werd toegelaten op de bekende Amerikaanse Businessschool Wharton. Haar carrière begon Hertz in 1999 bij de Wereldbank in Rusland. Het communisme was net gevallen en Rusland werd klaargestoomd voor de vrije markt. Hertz werd naar de fabrieken gestuurd waar duizenden mensen werkten aan producten waar niemand behoefte aan had. Ze schreef er een proefschrift over en promoveerde aan de universiteit van Cambridge.
Daarnaast spreekt Hertz haar talen. De talen van een verschillend publiek. “Het zit in haar genen om te spreken tegen degene die ze tegenover haar heeft,” verduidelijkt Schoenmaker. “Voor haar speech bij de opening van het academisch jaar vroeg ze me: Wie zitten er in de zaal? Mensen uit de financiële sector, wat politiek en studenten, vertelde ik haar. Tegen het einde van haar speech had ze voor elke groep een afzonderlijke boodschap.”
Kritisch tegengeluid
“Ze is in staat het publiek de Sesamstraatversie van de problematiek voor te schotelen. Daardoor wordt ze begrepen,” vult Van Oosterhout aan. Ze versimpelt de boodschap, maar dat lukt alleen als je heel goed weet hoe het zit, vindt hij. “Haar spreken is haar kracht. Wanneer ze een hopeloze spreker zou zijn, was ze nu niet zo bekend.” Maar Hertz zegt wel wat ze vindt en ze heeft een andere mening dan de meeste mensen in ‘haar wereld’. “Hertz blijft in gesprek, ook met tegenstanders,” zegt Winter.
Die discussie zal ze ook op de Duisenberg School of Finance voeren. We zullen het niet altijd met elkaar eens zijn, voorspelt Winter. De wetenschappelijke discussie wordt – niet verassend – grotendeels beheerst door theorieën op het gebied van financiële economie. “Het is goed om binnen die muren ook andere geluiden te horen,” vindt Van Oosterhout, “Een mogelijke financieel-economische tunnelvisie kan doorbroken worden door een kritisch tegengeluid.” Dat de Amsterdamse Duisenberg School die discussie wil aangaan, getuigt volgens de Rotterdamse hoogleraar van lef.
Vorig najaar benaderde Winter, toen nog rector van de Duisenberg School, Noreena Hertz in Londen. “Dat was vlak na het uitbreken van de crisis, Lehman Brothers was zojuist omgevallen.” Maar volgens decaan Schoenmaker vormde de crisis op zichzelf geen aanleiding om Hertz naar Amsterdam te halen. Schoenmaker: “Ook daarvoor vonden we het nodig om verder te kijken dan de standaard finance-theorieën.”
De ideeën van deze radical thinker zijn nu gangbaarder, vertelt Schoenmaker. Dat ligt deels aan Hertz zelf: “Was Hertz in het verleden een antiglobaliste, nu is ze filosoof.” Haar ideeën evolueren, aldus Schoenmaker. Ook de crisis verandert veel. Van Oosterhout: “Pas sinds de crisis krabben we ons achter de oren en zijn we vatbaarder voor ideeën die anders zijn. Veel mensen in de gevestigde kringen waren niet geïnteresseerd in haar geluid. Nu wordt er meer naar Noreena geluisterd.”
Filosoof Van Middelaar heeft Hertz’ ideeën nooit zo vernieuwend gevonden. “Ik vind dat ze in clichés spreekt en daarmee niet aansluit op de economische en politieke werkelijkheid.” Het bewijs daarvoor vindt hij juist in de crisis. In het boek waarmee Hertz doorbrak, The Silent Takeover, betoogt ze dat de overheid zichzelf klein en onbeduidend heeft gemaakt. Over politici zegt ze: “Ze proberen het te verkopen in verschillende tinten blauw, rood of geel, maar het blijft een systeem waarin het bedrijf koning is, de staat zijn onderdaan en de burgers consumenten.”
“De dragende stelling van haar gedachtegoed, dat staten geen handelsvermogen meer zouden hebben, klopt simpelweg niet.” Van Middelaar legt uit dat juist tijdens deze crisis, nu het echt nodig is, staten naar voren treden en niet machteloos toekijken.
Schuldgevoel
Van Middelaar heeft meer kritiek. Ook de oplossingen die Hertz aandraagt zijn naïef. Van Middelaar vat de oplossing die zij in haar boek I.O.U. geeft voor de torenhoge schulden van ontwikkelingslanden kort samen: Allereerst schelden we alle schulden van ontwikkelingslandenlanden kwijt. Vervolgens wordt het geld dat anders aan aflossing zou zijn besteed, in een onafhankelijk trust gestopt, die de hulpbehoevenden bereikt. Het maatschappelijk middenveld zou de trust beheren.
Maar wat is de civiele maatschappij in een land als Somalië?, vraagt Van Middelaar zich af. Juist de landen die een hoge schuldenlast hebben, kennen geen maatschappelijk middenveld. Althans, niet zoals wij dat zouden willen zien in de vorm van vrouwennetwerken en vakbonden. Hertz doet een moreel appèl op westerlingen. Door de schuld van arme landen kwijt te schelden, ontdoet het rijke Westen zich van haar schuld(gevoel), aldus Van Middelaar. Na de terugtrekkende staat en de schuldenproblematiek, richt Hertz zich nu op duurzaamheid. Van Middelaar vermoedt dat Hertz ook daarvoor een beroep zal doen op ons schuldgevoel.
Ook Van Oosterhout is het op een aantal gebieden “fundamenteel oneens” met Hertz. Van Oosterhout vindt dat Hertz soms doorslaat. Ze toont aan welke kosten ons systeem met zich meebrengt, en dat is goed. Maar dat betekent niet dat het hele systeem slecht is. Gezien de alternatieven is de keuze voor het huidige systeem juist realistisch, zegt hij. “Ik vind dat ze te makkelijk roept dat het hele systeem niet deugt.”
Prikkelen
Maar zijn kritiek “diskwalificeert haar niet als wetenschapper,” vindt Van Oosterhout, “integendeel”. Ze zet haar boodschap bewust sterker neer. “Zodra je de discussie met haar aangaat, blijkt haar boodschap veel diepgaander en genuanceerder. Hertz prikkelt om gehoord te worden.”
Hertz’ ideeën mogen wat onrealistisch zijn, en misschien zelfs naïef, voor degenen die zich hebben ingegraven in het financiële systeem zijn ze vernieuwend. Volgens Winter heeft Hertz een belangrijk punt in de huidige crisis. “Ze wijst op een holistische en duurzame aanpak. Daar heeft de financiële sector zich de afgelopen jaren niet mee bezig gehouden. Zoveel is wel duidelijk.”
Het vernieuwende gaat er wel een beetje vanaf, nu haar ideeën gemeengoed worden. Van Oosterhout hoopt wel dat Hertz haar ideeën preciezer zal gaan uitwerken.“ Ze zal moeten voortbouwen op wat ze predikt. ”Dat was ook de wens van Winter toen hij haar vroeg voor de Duisenberg School: “Hertz zal handen en voeten moeten gaan geven aan thema’s als duurzaamheid en hoe de financiële sector daaraan kan bijdragen.”
Maar Winter blijft realistisch. Ook Noreena Hertz heeft het perfecte recept niet in handen, weet hij. Dat neemt niet weg dat Hertz de discussie in de financiële wereld kan aanzwengelen. De taal van de toekomstige leiders spreekt ze. En, zo vult Van Middelaar aan, haar aanstelling op de Duisenberg School of Finance is in ieder geval een verstandige pr-manoeuvre, zeker in crisistijd.
Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl
URL to article: http://napnieuws.nl/2009/10/23/noreena-hertz-geeft-haar-publiek-de-sesamstraatversie/
URLs in this post:
[1] twitterde: https://twitter.com/#%21/bitsoffreedom/status/57430753977450497
[2] kamervragen: http://ikregeer.nl/documenten/ah-tk-20102011-2293
[3] bezwaren: https://www.bof.nl/2011/04/11/persbericht-downloadverbod-slecht-voor-muzikanten-fans-en-internetvrijheid/
[4] netneutraliteit: http://www.nu.nl/internet/2546362/netneutraliteit-opgenomen-in-telecomwet.html
[5] XS4all: http://www.xs4all.nl/overxs4all/wiewijzijn/
[6] campagne: https://www.bof.nl/live/wp-content/uploads/Bits-of-Freedom-roept-KPN-abonnees-op-om-aangifte-te-doen-tegen-aftappen.pdf
[7] Floor Wibaut,: http://nl.wikipedia.org/wiki/Floor_Wibaut
[8] Schiphol : http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/973393/2010/01/22/Hoe-Asscher-de-beursgang-van-Schiphol-tegenhield.dhtml
[9] Mark Rutte: http://www.rnw.nl/nederlands/radioshow/buitenlandse-journalisten-vinden-rutte-glad-en-opportunistisch
[10] Volkskrant : http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2824/Politiek/article/detail/2880820/2011/09/01/Optelsom-bezuinigingen-treft-zwakkeren-extra-hard.dhtml
[11] Peter Jan Kalff : http://nl.wikipedia.org/wiki/Peter_Jan_Kalff
[12] Amsterdamse Raad van Discipline: http://www.raadvandiscipline.nl/site/1002-Raad-van-Discipline-Amsterdam.php
[13] Image: http://www.zemanta.com/
[14] Cobra Kunstprijs: http://www.cobraprijsamstelveen.nl/
[15] ontslagbrief: http://www.guardian.co.uk/world/2006/may/14/foodanddrink
[16] Image: http://www.flickr.com/photos/23051785@N07/2516101434
[17] Image: http://commons.wikipedia.org/wiki/File:Jolmartin.jpg
[18] Martin Jol. Voor de duvel niet bang: http://envb.nl/gold_jol.htm
[19] Image: http://commons.wikipedia.org/wiki/File:Augmented_GeoTravel.jpg
[20] Image: http://www.flickr.com/photos/46761163@N00/671847710
[21] Droog: http://www.droog.com/
[22] Marcel Wanders: http://en.wikipedia.org/wiki/Marcel_Wanders
[23] Droog Design: http://en.wikipedia.org/wiki/Droog_Design
[24] Den Haag: http://maps.google.com/maps?ll=52.08,4.3&spn=0.1,0.1&q=52.08,4.3 (The%20Hague)&t=h
[25] Design Academy: http://www.designacademy.nl/
[26] Jurgen Bey: http://www.jurgenbey.nl/
[27] Universiteit Leiden: http://www.leiden.edu/index.php3
[28] Amsterdam: http://maps.google.com/maps?ll=52.3730555556,4.89222222222&spn=0.1,0.1&q=52.3730555556,4.89222222222 (Amsterdam)&t=h
[29] Image: http://reblog.zemanta.com/zemified/adce99f1-e71c-4fb6-8d25-de7096188cfe/
[30] Image: http://www.flickr.com/photos/23392683@N00/3931678518
[31] Image: http://reblog.zemanta.com/zemified/e643a949-8286-4f1d-afee-b3c242149431/
[32] Image: http://reblog.zemanta.com/zemified/85834b70-b73d-41bc-80cf-a386dae5fa8e/
Click here to print.
Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.