- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -
Met de roltrap langs 100.000 jaar Rokin
Posted By Annemarie van de Vijsel On februari 14, 2012 @ 16:54 In Mooi, Nieuwsbericht | 1 Comment
AMSTERDAM, 14 februari – In station Rokin op de Noord/Zuidlijn zal vanaf 2017 een tentoonstelling van archeologische vondsten te zien zijn. De voorwerpen zijn gevonden onder het Rokin. Vrijdag werd in het Allard Pierson Museum het plan toegelicht met een maquette van de tentoonstelling, gemaakt door architectenbureau Benthem Crouwel.

Vondsten uit de Amstel. Foto: Annemarie vd Vijsel
Langs de roltrap die naar het toekomstige metrostation leidt, zal een groot deel van de 700.000 objecten te zien zijn. Dagelijks zullen naar schatting 52.500 reizigers de vondsten kunnen aanschouwen. De archeologen van Bureau Monumenten & Archeologie (BMA) van de gemeente Amsterdam willen de potten, bijlen, vazen en botten niet wegstoppen in een depot, maar zichtbaar maken voor het publiek. BMA werkt met het UvA Erfgoedlab aan het plan.
De tentoonstelling op station Rokin moet een multimediale, interactieve expositie worden. Ook wordt een app voor de smartphone ontwikkeld, die informatie geeft over de vondsten. Een van de taken die het UvA Erfgoedlab te wachten staat, is bedenken hoe reizigers de vondsten ook in een rustiger tempo kunnen bekijken dan de snelheid van de roltrap of hun reistijd toelaat. Een deel van de 700.000 archeologische vondsten is sinds vrijdag te zien in het Allard Pierson Museum aan het Rokin. Naast de voorwerpen geven foto’s een indruk van het verloop van de opgravingen.
Tot 1937 liep de Amstel via het Rokin door tot aan de Dam. “Het is de doorgewinterde aard van mensen dat als ze water zien, ze daar spullen in willen gooien. Dat is mooi voor archeologen,” zegt Jerzy Gawronski, stadsarcheoloog van BMA. Het leidde tot de “idioot grote” vondstencollectie van 700.000 voorwerpen en scherven.
Het graven van de tunnel voor de Noord/Zuidlijn bood de archeologen van BMA de gelegenheid op grote diepte onderzoek te doen. Normaal gesproken vindt archeologisch onderzoek in Amsterdam plaats op vier meter diepte. Nu kon voor het eerst op een diepte van 25 meter gezocht worden. In de onderzochte aardlagen is de oude bedding van de Amstel terug te vinden en daaronder grondlagen die tot 100.000 jaar teruggaan. Het oudste voorwerp dat onder het Rokin gevonden is, stamt uit 2600 voor Christus.
Lees hier [1] een interview met Jerzy Gawronski over de opgravingen onder het Rokin.

Maquette van station Rokin. Foto: Annemarie vd Vijsel
De stadsreizen van H.J.A. Hofland
Posted By Haro Kraak On februari 14, 2012 @ 16:52 In Algemeen, Interview, Mooi | No Comments
H.J.A. Hofland (1927) is geboren in Rotterdam, groeide op tussen het puin van de bombardementen en vertrok daarna naar Amsterdam. Hij begon in 1953 op de Nieuwezijds Voorburgwal bij het Algemeen Handelsblad, dat later het NRC Handelsblad werd, na een fusie met de Nieuwe Rotterdamse Courant. Bijna zestig jaar later verschijnen nog elke week drie columns van zijn hand. Hofland, door vakgenoten uitgeroepen tot “journalist van de eeuw”, woont nog altijd in Amsterdam en gaat graag met de tram.

H.J.A. Hofland Foto: Paul Levitton
AMSTERDAM, 14 februari – “Ik maak in Amsterdam tramreizen. Ik zal u een mooi traject geven. Lijn 3. Ik stap hier in bij mij op de hoek. De Ceintuurbaan af, langs het Sarphatipark, de Amstel over. Bij het Oosterpark stap ik uit. Daar neem ik lijn 9, langs het Tropenmuseum, door de Plantage Middenlaan, langs het Meester Visserplein, zoals de omroeper zegt. Dan linksaf bij het Waterlooplein, weer de Amstel over. Op het Rembrandtplein hebben ze Rembrandt met z’n neus de andere kant op hebben gezet. Vervolgens de Munt, daar stap ik uit en loop ik naar het Spui.
“Na een kopje koffie loop ik verder door de Spuistraat of de Nieuwezijds Voorburgwal en dan denk ik aan oude tijden. Waar ik mijn werk begonnen ben. Vroeger had je daar het Handelsblad en De Waarheid zat daar nog. Aan de overkant de Volkskrant, dan de Telegraaf. In dat gebouw logeerde ook Trouw en Het Parool. Tegenover het Handelsblad had je het Algemeen Dagblad. Verderop had je De Tijd. Dan loop ik langs Café Scheltema, waar iedereen samenkwam in die tijd. De Nieuwezijds Voorburgwal werd de Fleet Street van Amsterdam genoemd. En ik heb altijd gedacht: dat is verkeerd! Fleet Street is de Nieuwezijds Voorburgwal van Londen. Net als: Harry Mulisch is de Homerus van Amsterdam. Nee, Homerus is de Harry Mulisch van Athene! Zo werkt het. Niet zo schijterig. Een beetje trots, kom zeg.
Wie zijn al die mensen?
Café Scheltema, dat sinds 1908 bestaat, zit op de Nieuwezijds Voorburgwal, waar vanaf het eind van de Tweede Wereldoorlog tot de jaren zeventig grote landelijke kranten gevestigd waren. Van de dagbladen die Hofland bespreekt bestaat de communistische krant De Waarheid niet meer. De Tijd werd in 1974 een weekblad en fuseerde in 1990 met de Haagse Posttot HP/De Tijd.
In het café kwamen de intellectuelen en creatievelingen uit die tijd samen. Scheltema had de grootste bieromzet van het land. Naast de namen die Hofland noemt staat het bekend om stamgasten als Rijk de Gooyer, Simon Vinkenoog, Remco Campert, Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt, majoor Bosshardt, Gerard van het Reve en Hans van Mierlo.
Hofland vertelt over enkele cafégangers die hem nog vers in het geheugen liggen. Zoals Wim T. Schippers, de kunstenaar, radio-, theater- en televisiemaker die beroemd werd met zijn absurdistische en humoristische werk. Robert Jasper Grootveld organiseerde manifestaties, zogenaamde happenings, op het Spui. In vreemde kledij danste hij rondjes om het standbeeld Het Lieverdje. Hij overleed in 2009 toen hij 76 jaar oud was. Hans Koetsier was een conceptuele kunstenaar die tot de Fluxus-beweging gerekend wordt. Hij werd aanvankelijk bekend in de reclame. Hij stierf in 1991 op 61-jarige leeftijd. Koen Wessing was een fotograaf die wereldwijd conflicten en opstanden vastlegde. Hij reisde onder andere naar Chili, Nicaragua, China en Kosovo. In 2011 overleed hij. Hij werd 69 jaar.
De Nieuwezijds Voorburgwal werd de Fleet Street van Amsterdam genoemd, vernoemd naar de Londense straat waar alle Britse dagbladen hun oorsprong vonden. De Britse pers wordt nog steeds de Fleet Street genoemd, hoewel de kranten inmiddels allemaal verhuisd zijn.
In 2008 werd Café Scheltema honderd jaar oud. Het werd echter niet gevierd omdat de uitbaters het jubileum over het hoofd gezien hadden.
“Na de herinneringen neem ik lijn 17, dan rij ik langs de Raadhuistraat, waar ik in de bocht gewoond heb en waar die rookbom is ontploft bij het huwelijk van Beatrix en Claus. Bij de Marnixstraat gaat de tram linksaf, dan kom ik weer langs een huis waar ik gewoond heb. Ik stap over op de Bilderdijkstraat en neem weer lijn 3. En dan heb ik mijn blokje om gemaakt. God, wat heerlijk zeg. Duurt maar een uur. Tenzij ik bij het Spui blijf hangen.
“Café Scheltema ga ik niet meer heen. Dat is vergane glorie. Dat is anders geworden. Scheltema was niet echt een journalistencafé maar was het centrum van de bohème. Je had er dronkenlappen, je had er journalisten, je had er schrijvers, je had er een enkele dakloze, kunstenaars, ook veel schilders. En dat begon ’s middags om een uur of vier en dat eindigde om een uur of acht. Dan gingen de meest laveloze mensen op pad naar huis.
“In die tijd was het een en al vrolijkheid. Wim T. Schippers heeft er zijn eerste shows bedacht. Robert Jasper Grootveld kwam aan je tafel zitten en hield magnifieke monologen. De schilder Jantje Peters kwam met zijn wandelstok op je tafel slaan om een rijksdaalder te lenen. Hans Koetsier bedacht er zijn prachtige advertenties die in Vrij Nederland hebben gestaan. Jaapie Metz raakte er beschonken, toen nog verslaggever van de Telegraaf, voordat hij de Tweede Kamer in ging.
“Je had Scheltema, verderop de Koningshut, weer verder Harry’s Bar, dan Café de Zwart en Hoppe. En dan – als je dat nog wist te bereiken – De Kring. Dat duurde nog wel tot een uur of één à twee, voordat je je daaruit los kon maken. En toch stond dat onze carrière niet in de weg. De volgende ochtend weer op, aspirientje van 500 mg, hartstikke opgeknapt. Nu loop ik nog wel eens die trajecten. En wat krijg je dan: A la recherche du temps perdu. Melancholie.
“Ik weet niet of er nog zo’n cultuurtje is tegenwoordig. Ik ben te oud om dat te ervaren. Ik ga niet meer naar cafés. Overdag zie ik leeftijdgenoten, maar het worden er steeds minder. Een goede vriend van mij, Koen Wessing, een uitstekende fotograaf die alle opstanden ter wereld heeft gefotografeerd in zijn tijd, kreeg opeens kanker. Je zag hem verdwijnen en toen was hij dood. En dan denk ik: “Hé Koen, waar zit je godverdomme?” Dat krijg je. Als ik met lijn 5 ga, dan kom ik door de Hobbemastraat, rechts P.C. Hooftstraat, daar woonde Hans Koetsier, dan zeg ik: “Dag Hans.” En de laatste keer dat ik Theo van Gogh heb gezien was op de hoek van de Hobbemastraat. “Ha Theo.” Dan de Leidsekade waar Harry Mulisch woonde: “Harry.” Je groet de doden. Maar ik ben er nog.”
“Voor Amsterdam ontstond was hier geen Asterix en Obelixachtig dorpje”
Posted By Martine Huijbregts On februari 14, 2012 @ 16:48 In Interview, Mooi | 1 Comment
Het Allard Pierson Museum opende afgelopen vrijdag een fototentoonstelling over de zevenhonderdduizend opgravingen die archeologen vonden in bouwputten van de Noord/Zuidlijn. Voor het eerst zijn daarbij voorwerpen uit de prehistorie gevonden. Archeoloog Jerzy Gawronski, werkzaam bij het Bureau Monumenten & Archeologie: “Er is nog nooit eerder zo diep gegraven in Amsterdam.”
AMSTERDAM, 14 februari – Archeoloog Jerzy Gawronski (56) heeft het druk. Ruim een maand na de publicatie in Ons Amsterdam over zijn archeologische vondsten in bouwputten van de Noord/Zuidlijn opent hij tentoonstellingen, geeft hij interviews en overhandigt hij vandaag het dikke boek Amsterdam Ceramics aan de burgemeester van Amsterdam. En dat alles na de eerste vondst van prehistorische voorwerpen in de hoofdstad. Amsterdam is ouder dan gedacht, kopten de media in januari. “Maar dat klopt dus niet helemaal.”

Jerzy Gawronski. Foto: Stefano Vigni via Bureau Monumenten & Archeologie, Amsterdam.
Nog nooit eerder hebben archeologen zo diep gegraven in Amsterdam. Zo’n 25 meter onder NAP, in de bouwputten van de Noord/Zuidlijn, groeven ze allerlei voorwerpen op. “Iedereen denkt altijd dat wij maar achter die tunnelboor aanrenden”, zegt Gawronski. “Maar die zit zo diep, daar vind je niks terug van oud Amsterdam. Daar zit de ijstijd.” Bovendien is er aan het oppervlak van de zachte, veel bewerkte grond van Amsterdam niets bewaard gebleven van de voorgeschiedenis van de stad. “We dachten: als er iets te vinden is, dan moeten we de stationsputten in. Die gaan namelijk dwars door de bovenste lagen grond van het Rokin en het Damrak, waar ooit de rivier de Amstel stroomde.”
Gawronski’s voorspelling kwam uit. In de oude bedding van de Amstel vonden hij en zijn team voorwerpen die teruggingen tot de Steentijd (“zo rond 2600 voor Christus”). “Maar we vonden ook voorwerpen, zoals aardewerk, uit de Bronstijd en de IJzertijd.” Ook groeven de archeologen resten op uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Gawronski: “Dan kun je dus zeggen dat dit gebied al zo’n vierduizend jaar een cultuurgeschiedenis kent.”
Maar, zegt de archeoloog hoofdschuddend, dat wil niet zeggen dat Amsterdam ook vierduizend jaar oud is. “De vroegste bouwsporen die in Amsterdam zijn gevonden, in de Warmoesstraat en de Nieuwendijk, stammen van na 1175. Deze nieuwe vondsten laten zien dat er al wel eerder mensen woonden in het gebied dat nu Amsterdam heet. Maar dat was nooit in grote hoeveelheden.” Pas toen de Amstel, het IJ en de verbinding met de Zuiderzee ontstonden, werd Amsterdam een aantrekkelijke handelsplaats om te gaan wonen en werken. “Er was hier dus geen Asterix en Obelixachtig dorpje te vinden.”
Amsterdam is niet de eerste Noord-Hollandse stad waar prehistorische resten worden gevonden. “Er is gewoon nog nooit eerder zo diep een metrolijn aangelegd”, zegt Gawronski. “Kijk, natuurlijk wordt er wel vaker dieper gebouwd, zoals parkeergarages. Maar voorheen werd altijd op vast land gegraven, nooit in een oude rivierbedding.” De kans dat de gevonden voorwerpen door de Amstel vanuit een ander deel van het land zijn meegevoerd, is niet aanwezig, volgens Gawronski. “Het aardewerk is heel broos. Dat zou dan zeker slijtsporen vertonen, en dat doet het niet.”
Van de ruim zevenhonderdduizend vondsten uit de Noord/Zuidlijn is nu een tentoonstelling [2] te zien in het Allard Pierson Museum. En vandaag overhandigt hij zijn nieuwe boek, Amsterdam Ceramics, aan de burgemeester. Het boek beschrijft de ontwikkeling van Amsterdam in negen periodes, op grond van de archeologische ontdekkingen. Gawronski: “De nieuwere voorwerpen hebben we gedeeltelijk opgegraven, en gedeeltelijk opgevraagd.” Zo staan er bij de negende periode afbeeldingen van opgegraven vazen, maar ook van gedoneerde schalen uit bijvoorbeeld Chinese restaurants.
“Door de invoering van het riool en afvaldumps buiten de stad, is het goed mogelijk dat we over honderd jaar nauwelijks nog iets in de grond tegenkomen van deze tijd”, zegt Gawronski. In Amerika doen ze bijvoorbeeld al aan garbage archeology: het doorspitten van de enorme afvaldumps. “Ze hebben daar waanzinnige typologieën gemaakt van hamburgerverpakkingen. Helemaal onderin vonden ze zelfs een intacte hamburger uit 1920.” Een andere toekomstige vorm van archeologie is digitale bestanden uitpluizen. Gawronski kijkt even naar de kast met aardewerk, die in zijn kantoor op het Bureau Monumenten & Archeologie staat. Dan zegt hij: “Maar ik ben een ouderwetse.”
65-jarige Groothof maakt kinder-Matthäus
Posted By Merlijn Kerkhof On februari 14, 2012 @ 16:46 In Algemeen, Mooi, Nieuwsbericht | No Comments

Foto: Godric Godricson
Het fonds Turing Foundation schreef op zijn website dat het een subsidie ter waarde van 20.000 euro heeft toegekend voor de realisatie van het project. De uitvoeringen gaan begin 2014 van start. Groothof wil dat er een traditie ontstaat om het lijdensverhaal aan kinderen te vertellen. In Nederland vinden er op Goede Vrijdag ieder jaar talloze uitvoeringen van de Matthäus-Passion plaats.
Groothof maakt voorstellingen voor kinderen vanaf zeven jaar. Gezien de spanningsboog van zijn publiek zal de theatermaker er goed aan doen om Johann Sebastian Bachs muziekstuk uit 1727 in te korten: de gemiddelde duur van een uitvoering bedraagt 160 minuten. Ook de voorgeschreven bezetting met koor, solisten en orkest zal ongetwijfeld worden gereduceerd. Zijn management laat weten dat Groothof nog niet op de inhoud in wil gaan, vanwege de voorbereidingen van een nieuw theaterprogramma rond Rudyard Kiplings The Jungle Book.
Groothof is bij het grote publiek bekend door zijn bijdragen aan de televisieprogramma’s Sesamstraat en Het Klokhuis. Recent maakte hij met de band De Kift de voorstelling Kees de Jongen, naar het boek van Theo Thijssen.
“Eigenlijk is nostalgie onzin, wanneer deze zo ontzettend inefficiënt is”
Posted By Steffi Weber On februari 14, 2012 @ 16:42 In Achtergrond, Algemeen, Mooi | No Comments

Deze filmrollen zullen vanaf de zomer vrijwel nergens meer worden gebruikt. Foto: Jay Holbin, Anakin Productions via Wikimedia
Deze zomer komt er voor het overgrote deel van de Nederlandse bioscopen definitief een einde aan het tijdperk van de 35mm-film. Zij zullen dan alle zijn gedigitaliseerd. In Amsterdam zijn de grote bioscopen dit al geruime tijd. Slechts enkele filmhuizen in de stad moeten de stap nog maken. Filmtheater Kriterion maakt hem donderdag. Het werk wordt een stuk efficiënter, maar filmoperateurs hebben nu nog maar weinig te doen. NAP zocht ze op.
Amsterdam, 14 februari – Het monotone geratel van de 35mm-film klinkt in de cabine van Filmtheater Kriterion. 25 beelden per seconde verschijnen op het grote doek in de zaal. Het publiek, dat met zijn rug naar de cabine zit, zal niet beseffen dat ze kijken naar een van de laatste 35mm-voorstellingen van het filmtheater. Naast de oude projector in de cabine staan grote kartonnen dozen. Daarin onderdelen van een computer en een beamer. Vanaf donderdag zullen zij de oude projectoren vervangen.
Kriterion stapt als een van de laatste filmhuizen in Amsterdam over op digitale projectie. Een keuze hebben ze eigenlijk niet. Uiterlijk deze zomer moet ieder filmtheater in Nederland in staat zijn om digitale film te vertonen, willen ze nog nieuwe films kunnen aanbieden. Deze worden vanaf dat moment alleen nog maar digitaal uitgebracht.
De digitalisering kost tussen de 70 en 80 duizend euro per zaal, waarvan een groot deel gaat naar de aanschaf van de dure projectoren. Het was in eerste instantie een bedrag dat niet ieder filmhuis uit eigen kracht kon opbrengen. Toen staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) eind 2010 groen licht gaf voor een overheidsbijdrage van zes miljoen, werd de 38 miljoen die nodig was voor digitalisering van alle Nederlandse bioscopen bereikt. 571 bioscoopzalen zouden nu worden gedigitaliseerd.
Samir Veen en Arnout van der Maas, twee van de operateurs in Kriterion, weten nog niet wat hen vanaf aanstaande donderdag te wachten staat. Als operateur waren zij verantwoordelijk voor de filmprojectie. Ze hebben nog geen opleiding gehad in digitale projectie, maar daarover maken ze zich niet druk. Hun eerdere operateursopleiding binnen Kriterion duurde meerdere maanden, voor de omscholing naar digitale projectie voldoet een introductiecursus. Die krijgen ze donderdag. “Het is niet moeilijk als de computer al het werk doet”, zegt Veen.
Waar in Amsterdam moet de stap nog genomen worden?
Nog vier Amsterdamse filmhuizen zullen voor de zomer overgaan op digitalisering. De Amsterdamse organisatie Cinema Digitaal, die voor een groot aantal van de bioscopen de digitalisering vormgeeft, laat weten dat dit proces voor De Balie (maart) en het nieuwe filminstituut EYE (deze maand nog) gepland staat. De organisatie is hierbij zelf betrokken. Filmtheater De Uitkijk en Melkweg digitaliseren volgens Cinema Digitaal ook in de komende maanden, maar doen dit op eigen initiatief. Filmhuis Cavia zal volgens de organisatie waarschijnlijk niet overgaan op digitalisatie en gebruik blijven maken van 35mm-films.
Van der Maas en Veen hoeven niet te vrezen voor hun baan. Kriterion wordt geleid door een studentenvereniging en de interne structuur hiervan zorgt ervoor dat iedereen binnen de vereniging een takenpakket heeft. Niemand is fulltime operateur. Van der Maas vindt het wel jammer dat de 35mm-film verdwijnt. “Het operateursvak heeft iets magisch. Je hebt een klein beeld van 35 mm, dat vervolgens het grote beeld wordt dat je ziet als je in de bioscoopzaal zit.”
Veen vindt vooral de simpele techniek achter de projectie fascinerend. “Als je naar een projector kijkt, dan snap je hoe het werkt. Sterker nog, je hebt het gevoel dat jij degene bent die de film vertoont, jij trekt de filmstrook tussen de lamp en de lens, de machine zorgt er alleen voor dat de film blijft draaien. Als je straks de computer aanzet om de film te starten, heb je geen idee wat er eigenlijk allemaal gebeurt.”
The Movies op de Haarlemmerdijk is een van de theaters waar de digitalisering al heeft plaatsgevonden. In november vorig jaar was de oudste bioscoop van Amsterdam die nog in gebruik is volledig overgestapt op digitale projectie. Van de zes operateurs die er in dienst waren, werken er nu nog twee. Een van hen is Richard Elenbaas (28). De student was voor de overschakeling zijn gehele werktijd operateur, nu werkt hij het overgrote deel van de tijd achter de bar. Films vertonen neemt sinds november maar een paar uur per week in. “Elke donderdag gaan we het filmprogramma voor de hele week bepalen. Dat zetten we dan in de computer, waarna we het kort testen. Vervolgens heb je er geen werk meer aan, de rest van de week doet de computer alles zelf.”
Elenbaas vindt een 35mm-projectie mooier dan een digitale film. “Je kunt het vergelijken met het verschil tussen een high definition-televisie en een ouderwetse beeldbuis. Digitale projectie is veel scherper, het licht is harder. Ik vind het zachtere 35mm-beeld prettiger om naar te kijken.” De bezoekers merken het verschil amper, volgens Elenbaas. “Ik krijg nauwelijks reactie, 90% van hen heeft waarschijnlijk niet eens door dat er wat veranderd is.” Zelf mist hij de verantwoordelijkheid die hij voorheen had. “Als operateur zorg je ervoor dat alles klopt. Je moet de juiste lens voor de film zetten en regel je de scherpte van de projectie. Maar je let ook op het geluid en de temperatuur in de zaal. Jij wilt dat het publiek van een optimale voorstelling kan genieten.”
Veen en Van der Maas vinden digitalisering noodzakelijk , niet alleen omdat de filmtheaters anders geen nieuwe films meer kunnen vertonen. De werkwijze bij 35mm-films is niet praktisch te noemen. Wanneer deze binnenkomen bij de bioscopen moeten de afzonderlijke filmonderdelen aan elkaar worden geplakt. Voor een film van 90 minuten gaat het om gemiddeld vijf kilometer aan beeldmateriaal.
Het proces kost operateurs veel tijd. Voor elke vertoning moet de film vervolgens in de projector worden ingelegd en tijdens een film moeten zij meerdere keren controleren of de projectie nog klopt. Wordt de film teruggegeven aan de distributeur, dan moeten de operateurs deze ook weer uit elkaar halen en transporteren. “De techniek is sinds 1895 niet veranderd, dat is eigenlijk gewoon bizar”, zegt Veen. Vanaf donderdag komt er simpelweg een harde schijf binnen waarmee de film op een computer kan worden gezet. “Maar het blijft nostalgie. Ook al is die nostalgie onzin als deze zo ontzettend inefficiënt is.”
Absolute stilte en stof van de Twin Towers
Posted By Martine Huijbregts On februari 14, 2012 @ 16:30 In Mooi, Reportage | No Comments

Opbouw van Xu Bings Where Does The Dust Itself Collect?. Foto: Teo Krijgsman.

Op literatuursafari naar de Bijlmer
Posted By Haro Kraak On februari 8, 2012 @ 16:50 In Algemeen, Mooi, Reportage | No Comments
Een bus vol grachtengordelpubliek vertrok op dinsdagavond 7 februari vanaf het Leidseplein richting de Bijlmer. Daar vond de eerste editie van Bijlmer Boekt plaats, een literaire avond bedoeld om het “witte publiek” kennis te laten maken met Zuidoost.

Poster Bijlmer Boekt
AMSTERDAM, 8 februari – In de bus van het Amsterdamse Leidseplein naar de Bijlmer zit één donkere vrouw. Verder zit een twintigtal blanke vrouwen in de bus. Voornamelijk op leeftijd. Kort grijs haar en winterjassen met bontkraag. Ten slotte nog een stuk of zes mannen. Een vrouw zegt: “Op de kaart zag het er echt niet zo ver uit hoor.” Bestemming is het Bijlmer Parktheater, waar vanavond, dinsdag 7 februari, Bijlmer Boekt op het programma staat. Een literair variété met onder andere Kees van Kooten, Gerda Havertong en Karin Amatmoekrim.
Als de bus tien minuten rijdt pakt een van de organisatoren de microfoon. Ze heet iedereen welkom en zegt dat er wat vertier voor onderweg was beloofd, “voor de hele lange rit naar de Bijlmer, of tenminste: voor sommigen voelt dat zo”. Ze geeft de microfoon aan het donkere meisje dat ze voorstelt als Muna Shirwa. Zij vraagt de passagiers wie Gil Scott Heron kent, de vorig jaar overleden Afro-Amerikaanse dichter en artiest. Een vijftal mensen steekt hun hand op. Shirwa heeft een eigen bewerking gemaakt van Heron’s “The revolution will not be televised”. Ze zegt: “De revolutie zal vanavond niet uitgezonden worden. De revolutie is hier.”
Na een tweede gedicht rijdt de bus al het besneeuwde parkeerterrein van het theater op. Toch niet zo’n lange rit. De passagiers uit de binnenstad gaan de foyer in waar het publiek beduidend meer gemêleerd is. Jonger en gekleurder. Het zijn dat soort verschillen waar het deze avond om gaat. Presentatrice Christine Otten vindt dat de literaire wereld te gescheiden en vooral te wit is. Zij wil het ‘grachtengordelpubliek’ kennis laten maken met Zuidoost en de culturele scene aldaar stimuleren. De bus was er voor mensen die dachten: “Hoe kom ik daar? Is het wel veilig?”, zegt Otten. “Of voor mensen die het gewoon gezellig vonden, natuurlijk.”
De avond laveert tussen twee uitgangspunten. Enerzijds kunnen de vrouwen uit de binnenstad op literatuursafari naar de Bijlmer, anderzijds moet het gewoon een leuke literaire avond worden, zonder teveel nadruk op verschillen tussen mensen. Het begint in ieder geval leuk. Kees van Kooten, bekend van Van Kooten en de Bie, vertelt een aantal anekdotes (“Voor witte dames moet je oppassen”), draagt een paar gedichten voor en heeft de lachers op zijn hand.
Na Gerda Havertong, bekend van Sesamstraat en haar boek Frontaal, is Muna Shirwa opnieuw aan de beurt. Zij snijdt de taboes die vanavond door de lucht zweven weer aan. Ze deelt een les van haar vader: “Alles wat niet leuk is aan de wereld, kun je van je afschrijven.” Dat is precies wat de volgende gast, Karin Amatmoekrim, ook gedaan heeft. In haar laatste en vierde roman, Het Gym, beschrijft ze hoe een donker meisje uit een achterstandsbuurt in IJmuiden op een blank gymnasium terecht komt en daar geconfronteerd wordt met vooroordelen die er wel degelijk nog zijn. Ze ziet het als haar taak om de multiculturele krampen waar Nederland mee worstelt te beschrijven.
Rapper/dichter Blaxtar, die zichzelf omschrijft als “zwarte ridder op het witte paard”, weet op luchtige wijze met het sluimerende thema van de avond om te gaan. Hij vraagt hoeveel mensen er nog nooit bij een hiphopconcert geweest zijn. Bijna de helft van de handen gaan omhoog. “Welkom bij jullie eerste hiphopconcert”, zegt hij. De zaal lacht gespannen. Blaxtar vertelt dat veel rappers altijd boos zijn, maar dat niemand hier zal weten waarom. Zijn lyrics geven uitleg.
Hitler was echt niet zo gek als ie leek, en ik weet ’t klinkt maf, op dit moment werken de mensen aan ’t behoud van hun ras. Let’s face it. Gaan alle jonge blanke meisjes bezig met negers, zijn blanken over vier eeuwen verleden tijd en kunnen we in 2405 in een reservaat echte blanken gaan bekijken. Dus ik snap die racisten, maar ik lach om racisten. In 2405 zou ‘k ze zelfs gaan missen. Maar misselijke onderhuidse acties en poeslief lachen naar me als je me op de hoek ziet is pussy, pussies.
De lichten gaan weer aan en uit de speakers klinkt “Change gone come”, de soulklassieker van Sam Cooke in een versie van Seal. Iets te veel van het goede wellicht. De revolutie was niet hier vanavond, maar het was een interessante bijeenkomst. Over vierhonderd jaar gaan we misschien aapjes kijken in het “blankenreservaat”, maar voor nu is literatuursafari voor de kortharige dames met bontkragen wel even genoeg.
Grote verschillen tussen giften BankGiro Loterij
Posted By Annemarie van de Vijsel On februari 8, 2012 @ 16:42 In Mooi, Nieuwsverhaal | No Comments

Het Rijksmuseum. Bron: zug55 via flickr.com
AMSTERDAM, 8 februari – Het Rijksmuseum profiteert dit jaar het meest van de giften van de BankGiro Loterij aan culturele instellingen. Maandag werd bekendgemaakt hoe gul de loterij was voor 58 culturele organisaties, waarvan zestien Amsterdamse. De verschillen tussen de bedragen zijn groot.
In totaal werd er maandag 64 miljoen euro verdeeld onder 58 culturele instellingen in Nederland. Dit bedrag wordt gevormd door de helft van de opbrengst van de lotenverkoop. De meerderheid van de zestien Amsterdamse beneficianten zijn musea. Het Rijksmuseum krijgt het grootste bedrag uitgekeerd: ruim 4,3 miljoen euro. Hiervan komt 1,5 miljoen uit een eenmalige projectaanvraag voor de herinrichting van de tuinen rondom het museum. De overige 2,8 miljoen euro is een meerjarige bijdrage voor de aankoop van kunstwerken. Met dit bedrag moet het grootste deel van de kunstaankoop van het museum gefinancierd worden, zegt een woordvoerder van het Rijksmuseum. Het eigen budget dat het museum hiervoor heeft “staat in geen verhouding tot de 2,8 miljoen euro”.
Niet alle musea kunnen rekenen op een dergelijk bedrag van de loterij. Vier van de zestien Amsterdamse musea kregen maandag het minimumbedrag toegekend dat de loterij doneert, 200.000 euro. Het noodlijdende Tropenmuseum bijvoorbeeld, ontvangt jaarlijks dit bedrag. Het museum dreigt haar deuren te moeten sluiten door het wegvallen van de overheidssubsidie à 20 miljoen euro. Maar buiten de bijdrage voor de kunstvoorwerpen zou de BankGiro Loterij niets kunnen betekenen voor de financiële situatie van het museum, laat de loterijwoordvoerder weten, omdat de loterij voor meerjarige giften enkel bijdragen levert aan aankopen en restauraties.
Alle Amsterdamse musea die vorig jaar gesteund werden door de loterij kunnen hier ook dit jaar weer op rekenen. Maar van de tientallen musea die de hoofdstad kent, vallen de meeste buiten deze donatieronde. Museum Het Schip bijvoorbeeld. Dit jaar zag het museum over de Amsterdamse School af van een aanvraag, toen bleek dat het gewenste bedrag lager was dan de 200.000 euro die de loterij hanteert als minimumbedrag. Het Schip heeft een jaaromzet van 450.000 euro. Vorig jaar diende Museum Het Schip een verzoek in voor eenmalige financiering van 1 miljoen euro, bedoeld voor de uitbreiding van het museum. Het verzoek werd afgewezen. “We voldeden wel aan de voorwaarden van de loterij. De precieze reden voor de afwijzing werd mij niet duidelijk,” zegt Alice Roegholt, een van de oprichters van het museum.
Het kabinet wil dat musea een groter deel van hun financiering gaan halen uit giften van bedrijven en particulieren, zoals onder meer gebeurt via de BankGiro Loterij. Maar die vindt op zijn beurt dat “overheden, fondsen en de instellingen zelf” de verantwoordelijkheid hebben voor hun financiële exploitatie, zegt een woordvoerder van de BankGiro Loterij. Om in aanmerking te komen voor een bijdrage voor aankopen en restauraties moet tegenover een eventuele toekenning van 200.000 euro minstens eenzelfde bedrag aan eigen inkomsten van het museum staan. “Musea moeten niet financieel afhankelijk worden van ons,” verklaart de woordvoerder.

Toegekende giften BankGiro Loterij aan Amsterdamse culturele instellingen (Data voor Van Gogh Museum ontbreken). Bron: BankGiro Loterij, bewerking: NAP Nieuws 2012.
Laurens Verhagen hoofdredacteur websites De Persgroep
Posted By Arman Avsaroglu On februari 8, 2012 @ 16:36 In Algemeen, Mooi, Nieuwsverhaal | No Comments
AMSTERDAM, 08 februari. – Laurens Verhagen is de nieuwe hoofdredacteur van een aantal nieuwssites van De Persgroep. Het gaat om de sites van de Nederlandse kranten Trouw, Het Parool en de Volkskrant en de Belgische krant De Morgen. Verhagen begint 1 april met zijn nieuwe baan. Dat maakte De Persgroep dinsdag bekend.
Laurens Verhagen was tot eind vorig jaar hoofdredacteur van de populaire nieuwssite Nu.nl. Hij stapte in november per direct op wegens een conflict met uitgever Sanoma Media. De twee partijen konden het niet eens worden over het te voeren beleid. Verhagen was zes jaar hoofdredacteur van Nu.nl.
Mediadeskundige Piet Bakker, lector aan de Hogeschool van Utrecht, is niet verrast door de benoeming van Verhagen tot hoofdredacteur bij De Persgroep. Volgens hem heeft Verhagen in het verleden aangegeven te weten hoe je een succesvolle nieuwssite moet leiden. “Nu.nl heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een van de belangrijkste nieuwssites van het land en dat is voor een groot deel te danken aan Verhagen. Hij heeft uitgesproken ideeën over nieuws en weet hoe je die ideeën naar de praktijk kunt vertalen. Nu.nl is meer dan het overnemen van ANP berichten. Daar zou je geen hoofdredacteur voor nodig hebben.”
Volgens Bakker is het wel verrassend dat de Persgroep heeft gekozen voor een nieuwe hoofdredacteur en niet voor een directeur. “De keuze lijkt te impliceren dat De Persgroep een echte inhoudelijke koers voor de krantenwebsites wil ontwikkelen. Nu is het nog zo dat veel van die nieuwssites op elkaar lijken, maar met de komst van Verhagen verwacht ik dat hij sturing kan gaan geven en de sites meer van elkaar kan laten onderscheiden”.
Bakker vindt dat de benoeming van Verhagen past in een trend waarin de websites van de kranten steeds meer worden losgekoppeld van de papieren kranten. “Er is vijftien jaar geëxperimenteerd om de papieren krant op goede wijze naar het internet te vertalen, maar dat is niet gelukt. Nu zie je dat websites steeds meer op zichzelf komen te staan met eigen redacties, iets dat niet negatief uitpakt voor de bezoekersaantallen. Het is nu aan Verhagen om de samenwerking met de krant te intensiveren en ervoor te zorgen dat de websites nog meer het gevoel van de papieren krant uitstralen dan nu het geval is.”
Algemeen directeur van De Persgroep Digital Patrick van Wayaenberg laat in een verklaring weten blij te zijn met de benoeming van Verhagen. Volgens hem is het belangrijke stap voor de Persgroep om de krantensites tot de grootste nieuwssites van het land te ontwikkelen. Naast de benoeming van Verhagen als hoofdredacteur van de zogenoemde ‘quality websites’, maakte De Persgroep ook bekend dat Mick van Loon hoofdredacteur wordt van de ‘populair newsites’. Hiertoe behoren onder andere AD.nl en de Belgische krant Het Laatste Nieuws.
‘Ajax moet werken aan homoacceptatie’
Posted By Haro Kraak On februari 3, 2012 @ 16:56 In Algemeen, Mooi, Nieuwsverhaal | No Comments
AMSTERDAM, 3 februari – De Amsterdamse voetbalclub Ajax moet meer doen om homoseksualiteit bespreekbaar te maken. Dat vinden de Amsterdamse D66-fractie en de John Blankenstein Foundation, die strijdt tegen homofobie in de sport. De stichting heeft bij Ajax aangeklopt om plannen voor homoacceptatie voor te leggen, maar Ajax wil alleen meedoen als andere clubs zich ook aansluiten.

Ajacied Christian Eriksen in actie tegen Spartak Moskou, maart 2011, foto: soccer.ru Wikimedia Commons
Gister werd in de gemeenteraad het dossier Gay Capital besproken. D66-raadslid Gerolf Bouwmeester merkte toen op dat er meer moet worden gedaan om het taboe op homoseksualiteit in de sport op te heffen en dat een grote club als Ajax daar een voorbeeldrol in moet spelen. Wethouder Van Es (GroenLinks, Integratie) reageerde hierop dat ze de kwestie zou bespreken met de burgemeester. Volgens de woordvoerder van Van Es klopt het niet dat de burgemeester en de wethouder besloten hebben om Ajax hier op aan te spreken, zoals eerdere berichtgeving vermeldt.
Ajax sloeg in december een slecht figuur toen geen enkele speler het boek “Het roze voetbaltaboe” van Dennis van Tuil in ontvangst durfde te nemen. Ze waren bang getreiterd te worden. Ajax greep niet in. “Dat is nou precies wat ik bedoel”, zegt Bouwmeester. “De club zou in zo’n geval moeten zeggen: ‘we nemen het boek met het hele team in ontvangst’.”
Karin Blankenstein, van de John Blankenstein Foundation, vindt ook dat er bij Ajax meer sturing van bovenaf mag plaatsvinden. “Wat kan je nou gebeuren als je een boek aanneemt?” Ajax zou homofilie zichtbaar moeten maken, vindt Blankenstein. Hoe dat precies moet is nog onduidelijk. Bouwmeester spreekt over voorlichting en het uitdragen van acceptatie. Blankenstein geeft aan dat de stichting nog zoekende is naar de juiste aanpak. “Het begint met het benoemen”, zegt ze. “Het is logisch dat iedereen welkom is, maar de club zou dat moeten benadrukken. Wit, zwart, homo of hetero: het maakt niet uit.”
Blankenstein wil vooral de beeldvorming rondom homofilie in het voetbal aanpakken. “Johan Derksen zegt: ‘als je uit de kast komt, wordt je kapot gemaakt’. Maar waar is dat op gebaseerd? Het stereotype is altijd: een homo kan niet voetballen, maar ook dat is nooit bewezen.” Zowel Blankenstein als Bouwmeester noemen het voorbeeld van ASV De Dijk, een voetbalclub in Amsterdam Noord. Daar wordt in samenwerking met de foundation openlijk gepraat over homofilie. “Bij het leger en de politie was het ooit ook onbespreekbaar”, zegt Bouwmeester. “Nu is dat wel anders. Voetbal is de laatste machoaangelegenheid waar homoseksualiteit nog taboe is. Dat moet anders kunnen.”
Ajax was niet bereikbaar voor commentaar.
Update 16:20, reactie Ajax: De club erkent dat het contact heeft gehad met de John Blankenstein Foundation en dat het niet ingegaan is op hun voorstel. Ajax heeft een breed uitgangspunt wat betreft discriminatie. De club is tegen alle vormen van discriminatie en maakt geen onderscheid tussen bijvoorbeeld racisme of homofobie. Daarom zijn ze erg selectief in hun keuze voor dergelijke initiatieven.
“Je moet geen rare dingen doen met een museum”
Posted By Annemarie van de Vijsel On februari 3, 2012 @ 16:54 In Interview, Mooi | No Comments
Het Joods Historisch Museum krijgt per 15 maart een nieuwe zakelijk directeur. Liesbeth Bijvoet heeft naar eigen zeggen gevoel voor organisatie. De Amsterdamse blikt vooruit op haar nieuwe functie in de museumwereld.

Liesbeth Bijvoet, de nieuwe zakelijk directeur van het JHM. Foto: Jansje Klazinga
AMSTERDAM, 3 februari – In het restaurant op de Zuidas dat één keer per jaar zijn eigen varkens slacht en dat zijn eigen aardperen kweekt, bestelt Liesbeth Bijvoet (48) een flesje Badoit. Ze kent de ober. “Een bijzondere plek is dit hè”, zegt ze. Het restaurant ligt pal naast Premsela, Nederlands Instituut voor Design en Mode. Daar is Bijvoet nu nog manager bedrijfsvoering. In maart verhuist ze naar het Waterlooplein, waar ze begint als de nieuwe zakelijk directeur van het Joods Historisch Museum.
U werkt nu in de mode- en designsector, een hippe en snelle sector. Is het Joods Historisch Museum niet te stoffig voor u?
“Erfgoed is hartstikke hip op het moment, het ligt aan de basis van het heden. Maar het Joods Historisch Museum is natuurlijk meer dan alleen erfgoed. We organiseren ook tentoonstellingen over actuele onderwerpen.”
Maar bent u niet te zakelijk of te economisch ingesteld voor een traditioneel museum?
“Nee, daar lig ik geen moment wakker van.”
Heeft u naar deze functie gesolliciteerd?
“Niet actief. Ik werd gevraagd om te solliciteren. Toen ik van de functie hoorde dacht ik: ja, dat is eigenlijk wel een prachtige plek. En een promotie ten aanzien van het werk dat ik nu doe. Dan ben ik eigenlijk wel stom als ik daar niet op reageer.”
Wat is uw binding met de joodse cultuur?
“Ik zie de joodse cultuur als onderdeel van de Nederlandse en de Amsterdamse cultuur. Ik ben opgegroeid in Amsterdam Zuid, boven een orthodox-joodse familie. En ik heb op de Anne Frankschool gezeten.”
Wat zijn uw doelstellingen voor het museum?
“Het zou een beetje misplaatst zijn als ik een doelstelling voor het museum zou hebben. Alle musea en culturele instellingen in Nederland hebben dinsdag, as you will know, de beleidsplannen voor de periode 2013-2016 ingeleverd.”
Heeft u meegeschreven aan het beleidsplan?
“Nee, maar als ik het lees, krijg ik er zin in. In het realiseren van de inhoudelijke ambities van het museum. Financieel gebeurt er natuurlijk ook veel. Musea moeten van het kabinet steeds meer eigen inkomsten generen en verdienmodellen bedenken, het zogenaamde cultureel ondernemen. Dat is echt een politiek toverwoord. Het Joods Historisch Museum is daar voorstander van. De manier waarop ze er invulling aan geven spreekt me heel erg aan. Je moet geen rare dingen gaan doen als museum. Want dan denk ik: ja, daar ben je niet voor op de wereld gezet. Een museum moet doen waar het goed in is vanuit zijn eigen specialiteit.”
Wat moet zou een museum dan niet moeten doen?
“Je kunt natuurlijk feesten en partijen organiseren. Bruiloften, dat doen sommige musea. Dan loop ik door een museum en dan staat daar voor een schilderij een bruidspaar dat wordt gefotografeerd. Je moet ook geen discoavonden gaan organiseren omdat het lekker verdient. Dat is wel ondernemerschap, maar dat is geen cultureel ondernemerschap.”

De Hollandsche Schouwburg. Foto: Annemarie vd Vijsel
“Het is de ambitie om van de Hollandsche Schouwburg een nationaal Sjoa Museum en herinneringscentrum voor de Holocaust te maken. Er ligt een haalbaarheidsonderzoek dat nog moeten worden besproken. Nieuwe ideeën over interactiviteit zullen daar vast ook in terugkomen. Het mooie van het Joods Historisch Museum vind ik zelf overigens dat je door vier synagogen loopt en dat voel je ook. Dat draagt echt bij aan de ervaring die je als bezoeker hebt.”
Hoe voelt dat dan?
“Ik kan niet nauwkeurig omschrijven hoe dat voelt. Maar eerlijk gezegd ga ik ook niet naar een museum zoals naar een kermisattractie. Dat je in een karretje stapt en dat je een ervaring hebt. Ik loop graag heel bewust door een museum. Je moet er zelf heel erg bij zijn.”
Denkt u dat jonge mensen zich genoeg aangetrokken voelen tot het Joods Historisch Museum?
“Ja, bijvoorbeeld met het JHM Kindermuseum. En er is een uitgebreid educatief programma opgericht. Het is de bedoeling om de hele trits van basis onderwijs tot wetenschappelijk onderwijs te bedienen.”
Loopt het Joods Historisch Museum niet het risico dat het publiek op een gegeven moment vergrijst?
“Ik weet niet of dat voor het Joods Historisch Museum meer een issue zal zijn dan voor andere musea. Het museum gaat over cultuur, hè. De gedachte is misschien dat de oorlog steeds verder naar de achtergrond verdwijnt. Maar dat is slechts één deel van het museum. Daarmee is natuurlijk niet het hele verhaal van de joodse cultuur verteld.”
Het Joods Historisch Museum had in 2010 ruim 130 duizend bezoekers, dat is minder dan de meeste musea in Amsterdam.
“Door de integratie met de Portugese Synagoge en de Hollandsche Schouwburg hopen we dat het bezoekersaantal groter wordt. In 2010 hadden we 230 duizend bezoekers voor de Hollandsche Schouwburg, de Portugese Synagoge en het Joods Historisch Museum samen. Daarvan waren er 45 duizend onderwijsbezoeken. Ik vind dat best veel hoor. Het is natuurlijk geen Anne Frank Huis.”
Het kabinet verhoogt de eigen inkomenseis voor musea van 17,5 naar 21,5 procent in 2016. Haalt het Joods Historisch Museum dit?
“Ja.”
Dus de bezuinigingen in de cultuursector leveren niet zoveel problemen op?
“Er komt misschien nog een extra bezuinigingsronde aan, want het kabinet gaat weer meer bezuinigen.”
Het museum wordt 10 procent gekort op de rijkssubsidies, net als de andere Rijksmusea. Als ik dat zo hoor, heeft het Joods Historisch Museum wel een luxepositie ten opzichte van andere Amsterdamse musea. Jullie zitten nog steeds in het langlopend subsidiestelsel.
“Als het goed is wel, maar je weet niet wat het advies van de Raad voor Cultuur zal zijn en wat daar de consequenties van zijn. De beleidsaanvraag is net verstuurd, daar moeten we nog ‘ja’ op krijgen. Een luxepositie zou ik nooit zeggen. Er wordt hard gewerkt en er staat een solide organisatie, maar je moet het wel steeds waarmaken.”
“Ik vind het jammer als mijn opvolger geen vrouw is”
Posted By Martine Huijbregts On februari 3, 2012 @ 16:44 In Achtergrond, Mooi | No Comments
Sportbesturen worden vooral geleid door mannen. Dat was de conclusie van de talkshow Sport: een mannenwereld?, die vorige week donderdag plaatsvond. Klopt dat? NAP Nieuws maakte een rondgang langs Amsterdamse sportclubs.

Poster van de talkshow Sport: een mannenwereld?. Foto via VU Connected.
AMSTERDAM, 3 februari – De sportwereld wordt gedomineerd door mannen. Dat was de stelling die Barbara Barend donderdag 26 januari voorlegde aan vier gasten tijdens de talkshow Sport: een mannenwereld? van VU Connected, die lezingen organiseert met maatschappelijke thema’s.
Gast Marijke Fleuren, adjunct-directeur van de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB), presenteerde een duidelijke conclusie. De ledenaantallen bij sportclubs zijn redelijk gelijk tussen mannen en vrouwen. Maar in de besturen van sportclubs voeren mannen het hoogste woord.
Sinds 2005 wordt er in Nederland al gewerkt aan de verbetering van de positie van vrouwen in sportbesturen (zie kader). Vrouwen nemen bijna nooit de voorzittersrol op zich. Bovendien bestaan besturen voornamelijk uit mannen. In Amsterdam is dat niet anders, enkele uitzonderingen daar gelaten.
Secretaresse
Een klein uurtje zoeken op het internet levert een groot aantal Amsterdamse sportclubs op met vrouwelijke bestuursleden. Opvallend detail: veel van hen functioneren als secretaris. “Die functie schuurt toch het meeste tegen het vak van secretaresse aan”, zegt Sylvia Blommestein (48). Ze is al tien jaar secretaris bij de honk- en softbalvereniging Quick Amsterdam. “Voor zover ik weet hebben we hier altijd vrouwelijke secretarissen gehad.”Ook Loes Deutekom (29) is secretaris bij een sportclub. Deutekom gaf zich op toen ze hoorde dat de functie in het bestuur van Badminton Vereniging Amsterdam (BVA) vrijkwam. “IDe verdeling tussen mannen en vrouwen in het bestuur is bij ons redelijk gelijk”, zegt ze. “Maar badminton wordt dan ook gezien als een softe sport.” Collega Susan Suèr (33) van BVA Jeugdzaken onderschrijft dat. “We hebben eigenlijk altijd vrouwen in het bestuur. Badminton heeft nou eenmaal een zacht imago. Dat kan een oorzaak zijn voor de vrouwelijke interesse in een bestuursfunctie”, aldus Suèr, die ook optreedt als interim-voorzitter.
De bestuursbezetting van Quick Amsterdam is ook aardig verdeeld: vier mannen en drie vrouwen. Maar dat is eigenlijk wel logisch, denkt Blommestein. “Momenteel hebben we meer soft- dan honkbalteams, en softbalteams bestaan uitsluitend uit vrouwen.” Toch voeren mannen nog steeds de boventoon in sportbesturen, volgens Blommestein. “Vrouwen zijn zich vaak niet bewust van hun capaciteiten. Ze hebben echt een duwtje nodig.” Daarnaast denkt ze ook dat mannen in sportbesturen vaak haantjesgedrag vertonen. “Zeker in de voetbalwereld.”
Landelijke initiatieven
In 2005 startte het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) al een pilot bij sportbonden om vrouwen te werven. Drie jaar later kaartte het Landelijke Netwerk Vrouwen in de Sport (LNVS) een tekort aan vrouwelijke bestuursleden bij sportclubs aan.
Ondanks deze initiatieven nemen er nog steeds minder vrouwen dan mannen plaats in sportbesturen. In 2011 publiceerde maandblad Opzij een top 100 van invloedrijke vrouwen in de sportwereld. In de top tien stonden twee vrouwelijke voorzitters. Francisca Ravestein (59) van de Nederlandse Basketball Bond stond op de negende plaats, Karin van Bijsterveld (31), de eerste vrouwelijke voorzitter van tennisbond KNLTB, eindigde op de vierde plaats. Het voorzitterschap is blijkbaar vooral een mannenfunctie.
Voetbalvrouwen
Amsterdamse voetbalclubs hebben inderdaad aanzienlijk meer mannelijke bestuursleden. SC Buitenveldert wordt zelfs alleen maar door mannen bestuurd. Voorzitter Marcel Geervliet: “We zijn wel op zoek naar vrouwen om bestuursfuncties te vervullen. Die hebben vaak een andere zienswijze dan mannen, wat erg prettig kan zijn.” Toch wil de interesse bij vrouwen volgens hem niet vlotten. “Mannen zijn toch meer betrokken dan vrouwen.”
Sophia Huijs (35) is secretaris bij ASV Arsenal. “Hiervoor zaten er nooit vrouwen in het bestuur”, zegt ze. Ze is door de leden van het vorige (mannelijke) bestuur gevraagd voor het secretarisschap. Huijs: “Ik ben lang betrokken geweest bij de club en kwam wel vaker in contact met het bestuur.” Ze merkt maar weinig van eventueel haantjesgedrag bij haar bestuurscollega’s. “Ik heb dan misschien weinig verstand van voetbal, maar ik ben wel goed in besturen. Dat waarderen ze.”
FC Blauw-Wit Amsterdam heeft al jaren een vrouwelijke secretaris. Gerda Verschuren (78) begon 48 jaar geleden als vrijwilliger bij de club. “In de kantine. Daarna begon ik ook stukjes te schrijven over de club. Toen ben ik gevraagd als secretaris.” Dat was uniek, volgens Verschuren. “Voetbal is echt een mannenwereld. Nu ook nog. Vrouwen zijn er maar weinig in geïnteresseerd. Maar er zijn sowieso steeds minder vrijwilligers te vinden bij sportclubs.”
Eigenlijk wil Verschuren stoppen als secretaris. “Ik ben 78, het wordt wel tijd. Maar ik kan geen opvolger vinden. De twee vrouwen die heb ik gevraagd sloegen het aanbod allebei af.” Ze zou het jammer vinden als haar opvolger geen vrouw is. “Maar ik snap het gebrek aan interesse wel. Je moet je mannetje staan in deze wereld.” Daar heeft ze zelf overigens nooit problemen mee gehad. “Ik ben echt de moeder van de club.”
Leeuwen begeven zich niet op glad ijs
Posted By Annemarie van de Vijsel On februari 3, 2012 @ 16:42 In Mooi, Nieuwsbericht | No Comments

De leeuwen zijn verplaatst uit dit verblijf, ook al kon het verwarmde water niet bevriezen. Foto: Annemarie vd Vijsel
AMSTERDAM, 3 februari – Dierentuin Artis neemt maatregelen tegen het bevroren water rondom de dierenverblijven. Het moet voorkomen dat de dieren via het ijs ontsnappen. Dit laat een woordvoerder van Artis weten aan NAP Nieuws. De sneeuwval van vandaag leidde nog niet tot extra maatregelen.
De leeuwen zijn deze week “voor de zekerheid” in een aangrenzend verblijf geplaatst waar geen water omheen ligt. Aan het begin van de vorstperiode werd het water om hun eerste verblijf al verwarmd om bevriezing te voorkomen. Anders zouden de leeuwen via het bevroren water de muur kunnen bereiken die de afscheiding met het publiek vormt. De verwarming van het water vond de dierentuin deze week niet genoeg. Daarom verplaatsten ze de dieren. “Anders zouden de leeuwen kunnen ontsnappen en dat is natuurlijk niet de bedoeling,” zegt een woordvoerder van Artis.

Schrikdraad verhindert kamelen het ijs over te steken, maar ze zitten liever warm en droog. Foto: Annemarie vd Vijsel
In het water van andere verblijven moeten filters het water bewegen zodat het minder snel bevriest. Rond de kamelenweide is het ijs niet uitgehakt. In plaats daarvan is schrikdraad opgehangen, dat de dieren ervoor moet behoeden het ijs over te steken. “Ze zouden hun poten kunnen breken als ze het ijs op gaan.”
Veel dieren in Artis zijn door hun natuurlijke habitat gewend aan lage temperaturen. “Wisenten, Europese bizons, vinden dit weer fantastisch. Ze hebben een dikke vacht. Amoerpanters zijn ook goed bestand tegen de kou, in het wild komen ze voor in Noord-Rusland,” zegt de woordvoerder van de dierentuin. Dieren uit warme windstreken vinden de kou niet prettig. Giraffen en zebra’s zitten met deze temperaturen in hun binnenverblijven. De zwartvoetpinguïns uit Zuid-Afrika zijn wel gewend aan een beetje kou. “Maar als we merken dat ze allemaal in hun holletjes gaan zitten omdat ze het echt te koud hebben, brengen we ze wel naar binnen.”
De maatregelen van dit jaar verschillen niet erg van die van andere jaren. “Vorig jaar was het zelfs heftiger door het dikke pak sneeuw,” zegt de woordvoerder. Na de sneeuwval van vandaag zijn tot nog toe geen extra maatregelen genomen in Artis.
“Mijn museum is een rariteitenkabinet”
Posted By Martine Huijbregts On februari 1, 2012 @ 16:52 In Interview, Mooi, Profiel | No Comments
Van een zolderkamertje vol parafernalia tot een tatoeagemuseum: Henk Schiffmacher heeft eindelijk een thuis voor zijn curieuze verzamelobjecten. Vorig jaar november opende hij het Amsterdam Tattoo Museum. Maar het is nog niet af. “Ik zit nu te azen op een Koptische tattooshop.”

Henk Schiffmacher. Foto: Jesaja Hutubessy via Amsterdam Tattoo Museum.
AMSTERDAM, 1 februari - Vanuit de naastgelegen ruimte klinkt luid gehamer en geboor. Het moge duidelijk zijn: het tattoomuseum van Henk Schiffmacher is nog onder constructie. En dat terwijl er al zo veel in het museum staat. De kunstenaar en tattookoning, die dit jaar zestig wordt, heeft in de loop der jaren heel wat tatoeageobjecten verzameld. “Dat zat allemaal in dozen. Het werd tijd dat de verhalen die erbij horen werden verteld”, zegt Schiffmacher. Wie denkt dat het alleen gaat om naalden en verschillende kleuren inkt, vergist zich. “Ik heb zo’n vies oud kussentje, waarop de Engelse koning George V nog is getatoeëerd.”
Dus ging Schiffmacher op zoek naar een museum dat zijn stukken wilde overnemen. “Maar alle geïnteresseerde musea kwamen tot dezelfde conclusie: ze wilden één stuk opnemen in hun collectie. De rest zou dan worden afgestoten.” En dat zou jammer zijn, want “dan zou je het karakter van de collectie geweld aandoen”, volgens Schiffmacher. “Ze zeiden: eigenlijk zou je zelf een museumpje moeten opzetten.” De vraag was: hoe dan?
De oplossing diende zich aan in de vorm van “mevrouw Jeannette.” Zij – Jeannette Seret, directeur van Partners aan het Werk – stelde voor om mensen via haar herintredingsbureau in Schiffmachers museum aan het werk te zetten.
Hoe bevalt het, om samen te werken met mensen die moeten leren opnieuw in de maatschappij te functioneren?
Schiffmacher: “Het is niet altijd makkelijk, zeker als je het niet gewend bent. De een doet het beter dan de ander. Van de week zat er iemand, die was apathisch. Je kon gewoon voor hem langslopen zonder dat hij met zijn ogen knipperde. Jeannette pikt die figuren dan uit. Ik zou het af en toe wat strenger willen doen.”
Terwijl hij vertelt, zit Schiffmacher wat te schetsen in zijn boek. Een kaars. “Mijn vader was slager en marinier, die gaf je op een gegeven moment wel een schop onder je reet. Maar goed, dat is niet aan mij, ik heb daar niet voor gestudeerd. Dat is een eigen beroepsgroep, die staat toch al op de tocht. Allemaal weg bezuinigd, samen met de cultuur en de kunst.”
Zijn tatoeages kunst dan?
“Het was al kunst voordat er kunst was, het is de moeder van de kunst. De eerste kunst die de mens maakte, maakte hij waarschijnlijk op zijn eigen lichaam. Vanwege de behoefte om zichzelf te onderscheiden van een dier, en van elkaar, van andere stammen. Tatoeages waren ook geheugensteuntjes bij het vertellen van verhalen. Maar tattoos pasten niet in de christelijke norm. Dus de dames en heren geloofsverspreiders hebben dat te vuur en te zwaard bestreden.”
Maar tegenwoordig zijn tatoeages toch vooral moderne fratsen van de jeugd?
“Welnee. De halve kunstwereld zit nu te borduren en wandkleedjes in elkaar te stikken, dat zijn ook naaldkunstenaars. En tegenwoordig is de performance, de daad van de kunst, heel belangrijk. Zelf houd ik nog wel van het resultaat van kunst. Als ik iemand zie die heel mooi is getatoeëerd, vind ik het wel leuk om zijn vel hier tentoon te stellen.”
Mag dat zomaar?
“Als iemand een been aanbiedt, gilt de chirurg het hele ziekenhuis bij elkaar dat hij daar niet aan meewerkt. Daarom zijn we momenteel bezig een soort donorcodicil voor tatoeages op te stellen. We hebben wel stukken huid in het museum. Vooral uit een periode waarin stukken mens buiten de kist werden gehouden om zo iemand later nog te kunnen identificeren.”
U schildert ook. Wat is het grootste verschil tussen een schilderij maken en een tatoeage zetten?
“Canvas beweegt niet, het lult niet tegen je, het geeft niet over. Huid zweet, huid moet helen, huid heeft last van zwaartekracht. Net zoals die fietstas waarin je twee jaar lang De Telegraaf bezorgt, de letters die erop staan worden dan ook uit elkaar gerukt.”
Schilderijen worden vaak als hogere kunst gezien, de tatoeage niet.
“Ik vind dat het precies omgekeerd is. De allerlaagste vorm van kunst, dan praat ik over de trench of jail art (kunst gemaakt door soldaten of gevangenen, red.), is voor mij het absolute summum in de menselijke uiting. Het heeft geen enkele commerciële drijfveer, is compleet gebaseerd op emoties. Dat wat iemand vol verdriet met zijn eigen tranen, eigen bloed, eigen sperma, eigen urine, eigen stront heeft gemaakt, om te communiceren, of om zijn liefde tentoon te spreiden, daar gaat helemaal niets boven. En het predicaat low brow dat daaraan hangt is dus bijna standrechtelijk strafbaar en verdient de kogel.”
Uw museum staat in een buurt met veel high brow musea, zoals de Hermitage. Heeft u dat expres uitgezocht?
“Een gebouw als dit is erg geschikt om lagere kunst te presenteren. Om het overdreven te zeggen, de museale wereld begint op de kermis, met rare collecties. Artis, dat hier tegenover zit, had vroeger een open tuin, de Blauw Jan. Daarin waren vreemde dieren te zien, zoals gordeldieren en struisvogels. Er werden ook geregeld mensen tentoongesteld: parasitaire tweelingen, hermafrodieten, the bird man, the mule head, the lobster lady. Een soort rariteitenkabinet. Mijn museum is dat ook.”
Schiffmacher weet veel van deze buurt. De geschiedenis van Artis, de verdwenen instituten, beroemde wetenschappers en kunstenaars die hier hebben gewoond: uren kan hij daarover praten. Voeg daar zijn kennis over de tatoeage aan toe, en hij zit een hele dag te vertellen. Maar daar heeft hij geen tijd voor, want er moet nog veel gebeuren aan het museum.
Ik las ergens dat u het rustiger aan wilde doen.
“Ja, dat lukt me natuurlijk voor geen fuck. Ik zou me het liefst bezig houden met publicaties over tatoeages. Het voordeel van schrijven is dat je met je pennetje en je papiertje in een ver land in het zonnetje kan zitten, met een cocktail.”
Maar voorlopig is Schiffmacher nog wel even bezig met zijn museum. “Ik mis nog zoveel. Ik wil nu graag een Koptische tattooshop hebben, een reizende Egyptische shop. Ik weet niet wat er met die traditie gaat gebeuren, met alle huidige verschuivingen en veranderingen in dat land. Voor sommige tatoeages is het ernstig tijd om op de Werelderfgoedlijst te belanden, want die staan onder druk.”
Tagger Dr. Air is terug
Posted By Haro Kraak On februari 1, 2012 @ 16:52 In Achtergrond, Algemeen, Mooi | 2 Comments
De Jordaan wordt geteisterd door de teksten van een anonieme tagger. Puberale bekladding vinden buurtbewoners. Kunst van een pionier menen anderen. Een zoektocht naar de mysterieuze Dr. Air.

Een tag van Dr. Air, foto's: Haro Kraak
AMSTERDAM, 1 februari – “Poep sex” staat er geschreven in het dunne laagje sneeuw op het dak van de auto. Kinderachtig, maar onschuldig kattenkwaad. De auto, die geparkeerd staat in de Palmstraat in de Jordaan, staat voor een huis met een grote tag op de muur. Met een spuitbus is in zwarte verf “Dr. Air” geschreven. Minder onschuldig dan wat schunnige teksten in de sneeuw. Een vierkante meter graffiti laten verwijderen kost al snel tachtig euro. Alleen in de Palmstraat heeft Dr. Air al meer dan tien tags gezet. Sommigen meer dan drie meter breed.
De graffiti brengt in de Jordaan grote ophef teweeg. Deze week lieten buurtbewoners in de media weten dat ze de bekladding zat zijn. Er is een beloning uitgeloofd van 150 euro voor de gouden tip die leidt tot het oppakken van de beruchte Dr. Air. De VVD Amsterdam heeft het College van B&W opgeroepen om de beloning te verdubbelen. De organisatie Stop Graffiti roept de buurtbewoners op om aangifte te doen bij de politie. Pas bij meerdere aangiften komt de politie in actie, laat Fred van actiegroep Stop Graffiti weten. Zijn garagedeur in de Bloemstraat is ook bespoten met de tag.
“De gemeente doet niets”, zegt een buurtbewoonster, “maar dat is ook niets nieuws.” Alleen bij openbare gebouwen maakt de gemeente de bekladde muren schoon, zoals bij het clubhuis van de Noorderspeeltuin, waar in december een Dr. Air-tag op de muur verscheen. Bij tags op particuliere gevels of garagedeuren is de schoonmaak voor eigen rekening. Dat kan flink in de kosten lopen. Volgens Fred, die liever niet met zijn achternaam in de krant wil, zou het “tonnen” kosten om de Jordaan weer op te schonen. En een schone muur of een nieuwe lik verf helpt niets, zegt hij. “De volgende ochtend staat er gewoon weer een verse tag op.”
Who the f*@$ is Dr. Air?
Tot op heden is niet bekend wie Dr. Air is. Hoogstwaarschijnlijk is hij een man van middelbare leeftijd. Hoewel de meeste buurtbewoners denken dat het om een jongere gaat die kattenkwaad uithaalt maakte Dr. Air reeds begin jaren ’80 furore in de Amsterdamse graffitiscene. Na jaren uit het straatbeeld verdwenen te zijn duiken de tags met zijn signatuur de laatste maanden weer steeds vaker op. Vooral in het noordelijke gedeelte van de Jordaan, tussen de Westerstraat en de Brouwersgracht, staan de muren vol met de herkenbare tag. Maar ook buiten de buurt is Dr. Air actief volgens Fred. “Ik ben de tag in de hele stad tegengekomen.”

Tag van Laser 3.14, foto: www.laser314.com
Op internet wordt Dr. Air aanbeden. Veel sites publiceren foto’s van zijn tags. De Amerikaanse website complex.com noemt hem in een lijst van de “25 Greatest Amsterdam Graffiti Writers”. Hij staat bekend als één van de graffitipioniers van Amsterdam, samen met namen als Ego, Dr. Smurry, Trip en Walking Joint. Eén van de beroemdste Amsterdamse taggers van dit moment, Laser 3.14, noemt Dr. Air zijn grootste inspiratiebron. Laser 3.14, die anoniem wil blijven, is bekend van zijn poëtische en maatschappijkritische teksten op bouwschotten en stellages, zoals Why believe in a system that doesn’t believe in me en On my knees I drown in black. Hij schreef een bericht op zijn blog waarin hij zich enthousiast toonde over de opleving van Dr. Air.
Kunst of kitsch?
Laser 3.14 laat in een e-mail weten dat zijn eigen tags “een regelrechte hommage” zijn aan de “logoachtige manier van schrijven uit die periode”. Dat hij met zijn teksten op tijdelijke planken en bouwcanvas geen schade aanricht en Dr. Air dat wel doet interesseert hem niet. “Wat voor de één vernieling is, is voor de ander kunst.” Voor hem is Dr. Air een boegbeeld uit de tijd dat Amsterdam nog een tolerante stad was. “Vroeger zat de stad onder de graffiti, maar damn wat zat er een goede sfeer in. Mensen leken, in mijn belevenis, aardiger en stonden meer open voor elkaar”, zegt Laser 3.14. “Nu is de stad zogenaamd schoon en aangeharkt, maar de openheid van vroeger is ver te zoeken. De sfeer is erg grimmig.” Volgens hem is graffiti het minst grote probleem waar de stad mee kampt.
Daar lijken de buurtbewoners in de Jordaan het niet mee eens. De meesten kennen de naam Dr. Air niet (het is immers nauwelijks te lezen uit de tag), maar erkennen de problematiek wel. Wat er moet gebeuren weten zij ook niet. “Maar ik sta niet voor mezelf in als ik die vent te pakken krijg”, zegt een bewoner wiens voordeur in januari is beklad. “Als je wilt weten wie het is kun je beter ’s nachts terugkomen”, zegt hij. Dat is wellicht niet meer nodig. Fred van Stop Graffiti laat weten dat iemand hem verteld heeft beelden te hebben van de tagger in actie. Hij heeft ze nog niet gezien, maar is ervan overtuigd dat Dr. Air binnenkort ontmaskerd wordt.

Artistieke zzp’ers: wie zijn het?
Posted By Annemarie van de Vijsel On februari 1, 2012 @ 16:46 In Interview, Mooi | No Comments

Een artistieke zzp'er aan het werk. Bron: Chapendra via flickr.com
AMSTERDAM, 1 februari – Het aantal artistieke zzp’ers in Amsterdam is in tien jaar tijd sterk gegroeid, zo berichtte [4]NAP Nieuws vorige week. Wie zijn deze kunstzinnige zelfstandigen zonder personeel? NAP Nieuws portretteert vier ondernemende Amsterdamse creatievelingen.
| Pieter Jan Glerum (25), Anoniem Anno Nu
Anoniem Anno Nu is een website waar kunstenaars hun werken kunnen laten liken via Facebook, zonder dat de naam van de kunstenaar bij het werk staat. “Sommige Facebookers komen vaak op de pagina om kunstwerken te beoordelen, anderen doen dat af en toe. Er staan ook een paar werken van mij op de site. Sommige worden helaas niet vaak geliked…” Waarom ben je deze onderneming begonnen? “Ik wilde naar de kunstacademie, maar ik wist niet of ik goed genoeg was. Ik was op zoek naar een toegankelijke plaats op internet waar ik feedback op mijn werk kon krijgen. Tot mijn verbazing bestond zoiets nog niet, dus heb ik zelf een onderneming opgericht. Tijdens mijn studie Kunst, Cultuur en Media in Groningen leerde ik bijna niets over ondernemen, maar in mijn familie en omgeving hebben veel mensen een eigen bedrijf.” Hoe is het om zzp´er te zijn? “De administratieve kant was in het begin lastig, ik moest er even aan wennen. Het hoort bij het artistiek ondernemerschap, het zou mensen niet moeten belemmeren om zzp’er te worden.” Wil je in de toekomst als zzp’er blijven werken? “Ik wil zeker verder in de ondernemerswereld. Als ik op straat loop, zie ik veel mogelijkheden om op een creatieve manier geld te verdienen. Door het bedenken van app’s bijvoorbeeld. Anoniem Anno Nu doe ik buiten de kantooruren, het levert financieel nog niets op. In de toekomst wil dat wel. Ik wil kunstkopers en kunstenaars direct met elkaar in contact gaan brengen. Daar kan ik op een gegeven moment aan gaan verdienen.” |
Linda Koene (27), Stichting Creatief Initiatief
Stichting Creatief Initiatief organiseert kunstprojecten en maakt tentoonstellingen in de openbare ruimte of op een bijzondere locatie in Amsterdam. Momenteel is in de gangen van de Hermitage het werk van acht jonge Vlaamse kunstenaars te bewonderen, geïnspireerd op de tentoonstelling ‘Rubens, Van Dyck & Jordaens’. Het is een van de projecten van de stichting Creatief Initiatief. “Het is een spannend project. Zij zijn beginnende kunstenaars en samen kunnen we onderzoeken hoe je een interessante tentoonstelling opbouwt.” Waarom ben je deze onderneming begonnen? “In 2008 wilden twee oud-studiegenoten en ik een kunstproject doen in samenwerking met stadsdelen. Daarvoor moesten we een officiële onderneming oprichten. We werken nu alle drie als zzp’er voor de stichting. Ook wilde ik na mijn opleiding Visual Art and Design Management in Utrecht een portfolio opbouwen. Dat doe ik met projecten voor de stichting. In die opleiding leer je tentoonstellingen maken, maar ook de administratieve kanten van het kunstenaarschap. De artistieke zzp’ers waarmee we samenwerken in onze stichting kan ik daarom ook helpen met de administratie.” Wil je in de toekomst als zzp’er blijven werken? “Ik kan nog niet leven van het werk voor de stichting alleen. Daarnaast zal ik moeten blijven werken als galerieassistent, zeker gezien de bezuinigingen in 2013. Waarschijnlijk zal de stichting minder opdrachten krijgen van bijvoorbeeld de stadsdelen. Hun budgetten worden immers ook kleiner. De bezuinigingen zullen zelfstandige beeldende kunstenaars hard treffen. Zij kunnen moeilijker in dienst van een bedrijf werken dan bijvoorbeeld grafisch vormgevers. Het wordt moeilijk om als beginnend beeldend kunstenaar rond te komen wanneer de WWIK vervalt. Hoe meer je naast het kunstenaarschap moet werken, hoe minder tijd je hebt om je verder te ontwikkelen om uiteindelijk helemaal van de kunst te kunnen leven.” |
|
| Won Tuinema (30), World of Won
“Ik fotografeer en maak films in opdracht. Voor grote filmklussen stel ik een crew samen van andere freelancers. Fotografieklussen doe ik veelal alleen.” Waarom ben je deze onderneming begonnen? “De reden van oprichting van World of Won is de Handelsregisterwet uit 2008 waardoor je verplicht werd een onderneming te gaan voeren. Overigens vind ik ‘onderneming’ een te groot verzamelwoord voor een specifiek beroep. Het is nu, mede door de technologische minirevolutie, voor iedereen mogelijk om creatieve werkzaamheden naast een betaalde baan te hebben. Iedereen met een digitale spiegelreflex is opeens fotograaf, de wildgroei is enorm. Men verliest oog voor vakmanschap en inhoudelijk werk. Hoe weet men tussen al die zzp’ers de vakman te onderscheiden van de hobbyfotograaf die af en toe bijverdient?” Wil je in de toekomst als zzp’er blijven werken? “Ik blijf zeker zelfstandig bezig met film en fotografie. Al bekijk ik nu alles wel meer met een ondernemende blik dan vroeger. Als freelancer bouw je bijvoorbeeld geen pensioen op en als fotograaf heb je geen eigen bedrijf met verkoopwaarde, dus moet ik toch op een andere manier mijn oudedagsvoorziening regelen. Mijn uiteindelijke doel is een onderneming beginnen op het gebied van film en fotografie met een verkoopwaarde voor later en voldoende inkomsten voor nu. Dan kan ik eindelijk vrij werk gaan maken.” |
Kathelijn Voets (25), Generation YOU
Generation YOU brengt creatieve zzp’ers in contact met bedrijven. Zo’n zestig tot tachtig zzp’ers staan er ingeschreven, voornamelijk grafisch ontwerpers en webdesigners. Waarom ben je deze onderneming begonnen? “Ik heb Generation YOU opgericht omdat ik zag dat kunstenaars vaak moeite hebben zichzelf te verkopen. Daarnaast willen kopers vaak relatief weinig neerleggen voor een kunstwerk. En zzp’ers doen vaak opdrachten die goed zouden zijn voor hun portfolio, maar waar ze niet altijd voor betaald worden. Als bemiddelingsbureau kunnen we ons harder opstellen om een eerlijke prijs voor hun werk te krijgen. Tijdens mijn studie Business Administration met de richting Ondernemerschap aan de VU werd ik al enigszins voorbereid op het starten van een eigen bedrijf. Hoe is het om te werken met zzp’ers? “Artistieke zzp’ers komen in aanraking met veel facetten van het ondernemerschap, maar ze zijn liever vooral met de kunst bezig. Ik hoor vaak van studenten van de kunstacademie dat ze niet worden opgeleid als ondernemer. Sommigen zien de zakelijke kant in het begin als belemmering. Daar speel ik nu op in door hen te helpen bij onder meer het administratieve werk en bij de promotie.” |
Utrechtse Paper Dome naar Amsterdam Noord
Posted By Martine Huijbregts On februari 1, 2012 @ 16:42 In Mooi, Nieuwsbericht | No Comments
AMSTERDAM, 1 februari – Het tijdelijke theater Paper Dome verhuist in maart van Utrecht naar Amsterdam Noord. Het gebouw, een ontwerp van de Japanse kunstenaar en architect Shigeru Ban, moet weg uit de wijk Leidsche Rijn om plaats te maken voor een nieuw bouwproject. Waar in Amsterdam Noord de Paper Dome komt te staan is nog niet bekend.

De Paper Dome. Foto: Cultuur19.
Aanvankelijk zou de Paper Dome, die bestaat uit een constructie van 700 kartonnen kokers en een wit polyesterdoek, worden gesloopt. De gemeente Utrecht wilde het gebouw echter behouden. In Utrecht bleek er geen plaats te zijn voor de Paper Dome. Daarop ging de gemeente op zoek naar geïnteresseerden om het gebouw voor een lage prijs over te nemen. Wel moest de nieuwe eigenaar de kosten van afbraak, transport en wederopbouw voor zijn rekening nemen. Stadsdeel Amsterdam Noord had de overname als eerste rond.
Volgens een woordvoerder van Amsterdam Noord kon het stadsdeel de Paper Dome voor een “symbolisch bedrag” overnemen. “Het is een mooi, licht gebouw”, aldus de woordvoerder. “Bovendien is het stadsdeel al langer bezig met plannen voor een tijdelijk theater.” Of de Paper Dome ook daarvoor gebruikt gaat worden, is nog niet bekend. “Dat voorstel moet eerst nog worden goedgekeurd door de Raad. Hopelijk wordt het voorstel in april besproken.”
De Paper Dome werd in 2004 in Utrecht geplaatst op initiatief van kunstprogramma Beyond. Het was de eerste culturele voorziening in de Leidsche Rijn. De theaterprogrammering was in handen van kunst- en cultuurorganisatie Cultuur19. Op de plek waar nu de Paper Dome staat moet het Leidsche Rijn Centrum komen, het tweede stadscentrum van Utrecht.
Haarlemmerstraat leukste winkelstraat van Nederland
Posted By Anne Hammers On februari 1, 2012 @ 16:36 In Mooi, Nieuwsverhaal | No Comments
AMSTERDAM, 1 februari -De Haarlemmerstraat en de Haarlemmerdijk zijn samen verkozen tot de leukste winkelstraat van Nederland. Met 4413 stemmen won de Amsterdamse straat vandaag de NLstreets award, de publieksprijs die jaarlijks wordt toegekend aan een Nederlandse winkelstraat. Het verschil met de nummer 2, de Gierstraat in Haarlem, bedroeg 57 stemmen.

De Haarlemmerstraat in Amsterdam via Flickr.com
Het was een nek aan nekrace tussen de nummers één, twee en drie op een lijst van vijf genomineerde winkelstraten. Dinsdsgmiddag was er een verschil van tien stemmen tussen de Haarlemse Gierstraat, de Haarlemmerstraat en de winnaar van vorig jaar, de Kleine Kerkstraat in Leeuwarden. In alle drie de steden werd er via sociale media en sites van de gemeente gelobbyd om zoveel mogelijk stemmen binnen te halen. De Gierstraat in Haarlem eindigde met 4356 stemmen op de tweede plaats. De Friese winkelstraat werd met 3651 stemmen derde.
Volgens Nel de Jager, winkelstraatmanager van de Haarlemmerstraat, is het niet makkelijk om stemmen te trekken. “Amsterdammers hebben al snel zoiets van ‘ach joh het zal wel’. In kleine steden als Haarlem en Leeuwarden is er vaak meer samenhorigheid”, zegt ze. Vorig jaar werd de Haarlemmerstraat met een verschil van 239 stemmen tweede tijdens de verkiezing.
Amsterdammers konden dit jaar kiezen tussen twee winkelstraten. De Beethovenstraat in Amsterdam Zuid behaalde met 2278 stemmen de vierde plaats. Volgens Jeannet van der Knaap van de winkeliersvereniging is er ook in de Beethovenstraat reclame gemaakt om zoveel mogelijk stemmen binnen te halen. Dat mocht niet baten. Van der Knaap denkt dat dit komt omdat de Beethovenstraat niet alleen bestaat uit kleine, zelfstandige winkeliers. “In onze straat vind je ook ketens, de straten die nu bovenaan staan bestaan voor 80 procent uit kleine winkels.”
Eva Ruijter van de website Nlstreets.nl die de award jaarlijks uitreikt, bevestigt dat de Nlstreets award er is om de winkelstraten met kleinere en afwisselende winkels onder de aandacht te brengen. Volgens haar profiteerden de winkeliers in de winnende straten de afgelopen jaren “enorm” van de media-aandacht. “Een zelfstandige winkelier heeft een beperkt reclamebudget, de award is een manier om publiciteit te krijgen.”
Wim van Ladesteijn relativeert het succes van de NLstreets award. Zijn schoenenwinkel Bojangles is gevestigd in de Kleine Houtstraat in Haarlem, die in 2008 en in 2009 werd verkozen tot beste winkelstraat van Nederland. “Het is hier zeker drukker door alle aandacht in de media.” Van Ladesteijn kan de verhoogde populariteit van de Haarlemse winkelstraat niet met omzetcijfers aantonen. “Het kan een positief en een negatief effect hebben. Klanten komen binnen en zeggen ‘dit is de place to be, hier moet ik zijn’ en dan lopen ze nog zonder tas de deur uit. Je winkel spreekt mensen aan of niet.”
De award wordt dit jaar voor de vierde keer uitgereikt en bestaat uit een feestelijke huldiging in het voorjaar. Behalve een prijs voor de beste winkelstraat is er ook een onderscheiding voor de beste winkel van Nederland. Een delicatessenzaak uit de Haarlemmerstraat behaalde de tweede plaats en verloor daarmee van een kledingwinkel, gevestigd in de Gierstraat in Haarlem.
De klok slaat… 22:22, alweer
Posted By Haro Kraak On februari 1, 2012 @ 16:34 In Algemeen, Column, Mooi | No Comments
In iedere editie van NAP schrijft een van onze redacteuren een column over Amsterdam naar aanleiding van een tijdstip. Vandaag slaat de klok – voor de zoveelste keer – 22:22.

Foto: Haro Kraak
Dat gebeurt mij weer. Het houdt nooit op. Overal en altijd zie ik diepere lagen. Patronen, verbanden, sjablonen, complotten. Toeval bestaat niet. Ik weiger te geloven dat alles zonder reden gebeurt. Ik voel dagelijks hoe van hoger hand met mijn lot gespeeld wordt. Vanochtend weer. Ik werd wakker. Mijn wekker had ik om 8:30 gezet. En wanneer ontwaakte ik? Precies, om 8:29. Zo gaat het dus altijd.
Na het ontbijt las ik de krant, waarin ik vijftien keer het woord “steevast” tegenkwam. Nog zoiets. In een opiniestuk stond het woord “rapaille”. Ik pakte mijn woordenboek erbij en zag dat het gepeupel betekent. Gedurende de dag zag ik het woord nog vier keer. Dat bestaat toch niet? Nog nooit van een woord gehoord hebben en het dan vijf keer op één dag tegenkomen. Ik zeg het je, ze spelen met me.
Toen de krant uit was en ik klaar was om naar mijn werk te gaan, keek ik nog een laatste maal op mijn telefoon. 11:11. Ik negeerde het idiote getal en stapte op de fiets. Op mijn werk dronk ik een kop koffie. Die deed al snel zijn werk. Iets te snel. Mijn hoofd raasde en mijn darmen gierden. Ik rende naar de WC, plofte neer op de bril en ontspande mijn spieren. Bijgekomen van de acute ontlading greep ik naar de wc-rol. Een leeg kartonnetje bungelde om de ijzeren houder. Niks aan de hand, rustig blijven, die dingen gebeuren.
Ik loste de papiernood op door met mijn broek half over mijn billen bij de dames te buurten. Met lichte tegenzin waste ik daarna mijn handen met water. Zeep is niet te vertrouwen. Wat je allemaal niet kunt doen met die kleverige melkachtige substantie, ik wil er niet eens aan denken. De mens is van nature slecht, dat wisten de oude Chinezen al. Het tegendeel is sindsdien nooit bewezen.
Achter mijn bureau vond ik wat rust. Hoewel het internet een bron van achterklap, samenscholing en complottheorieën is, maakt het mij altijd kalm. Al surfend dutte ik weg. Een vreemde beltoon die uit mijn zak kwam wekte mij. Ik greep naar mijn telefoon en kon niet anders dan concluderen dat iemand mijn telefoon van stil had gezet. Het was mijn huisgenoot die belde. Of hij mijn laptop even kon gebruiken. Dat mocht. Was het wachtwoord nog steeds “puffdaddy”? Was hij gek geworden? Dat soort dingen zeg je toch niet over de telefoon? Iedereen weet dat er geen enkel land is waar er zoveel wordt afgeluisterd als in Nederland.
Een paar uur later had ik eindelijk wat werk verzet. Ik moest nog wat geld overmaken en pakte mijn e.dentifier erbij. Ik drukte mijn pinnummer in op het apparaatje en er verscheen een nummer op het beeldscherm. 6667 7776. Even moest ik lachen. Ik ben niet goed met cijfers, maar ik zou zweren dat ik de codes van internet bankieren zou kunnen kraken. Er zit altijd een patroon in. 1404 1044. Zie je het?
Om acht uur was ik klaar met werk. Ik had de lunch overgeslagen dus ik moest snel even wat eten. De snelste en goedkoopste hap was de FEBO om de hoek. Ik liep langs de automatiek en bestelde bij de man achter de kassa een broodje kroket. Hij keek me vermoeid aan en wees naar de luikjes op de muur. Of ik daar niet een kroket uit kon trekken. Ik legde de man uit dat er tal van kwajongens zijn die daar twee euro ingooien, het luikje open doen, een ecstasypil tussen het broodje verkruimelen en het dan weer keurig terugleggen. En dan kijken wat er gebeurt. Om mijn punt kracht bij te zetten wees ik de man op het groepje pubers dat tegenover de snackbar om een scooter heen stond. Ze hadden het duidelijk op mij gemunt.
Met de eerste hap brandde ik mijn verhemelte aan de vers gebakken kroket. Die had ik aan kunnen zien komen. Thuis aangekomen liet ik me vallen op de bank en zette de tv aan. Een fijne verrassing: Jules Deelder was op De Wereld Draait Door. Het is altijd een kleine troost om andere getormenteerde zielen aan te horen. Maar het mocht niet baten. De aftiteling verscheen al in beeld en Matthijs van Nieuwkerk rondde het gesprek af. Ik zuchtte, ik gaapte en ik liet de irritatie van me afglijden. Vredig viel ik in een diepe slaap. Totdat ik wakker schrok uit een angstdroom. Ik keek op mijn telefoon. 22:22. Dat heb ik weer.
“Een krokodil vreet aan mijn hart”
Posted By Annemarie van de Vijsel On januari 27, 2012 @ 16:52 In Mooi, Reportage | No Comments

Gedichtendag 2012 in de OBA, met rechts Jos van Hest. Foto: Annemarie vd Vijsel
Iedereen die wilde, mocht gisteren op Nationale Gedichtendag een eigen geschreven gedicht voordragen in de openbare bibliotheek van Amsterdam (OBA). In de drukte van boekenleners en toeristen klonken poëtische regels vanaf een klein podium. De een keek verrast op, de ander hoorde het niet eens.
AMSTERDAM, 27 januari – Aan één hand een kruk, in de andere een vel papier. Het podium is net iets te hoog om zonder hulp op te komen. Eenmaal op het podium legt ze het vel papier op de katheder. Met zachte stem begint ze.
zoals vogels altijd weer / in een dichte zwerm / uitwijken naar het zuiden // zoals kuddes altijd weer / tijdens de grote trek / het dorre land verlaten // zoals mensen altijd weer / in vermoeide massa’s / vluchten voor elkaar // zo probeer ik altijd weer / in mijn dooie eentje / te ontkomen aan mezelf
De Amsterdamse dichter Anke Labrie (63) is de eerste die haar gedicht voordraagt tijdens het open podium in de OBA. Haar gedicht is ook te lezen op de ansichtkaarten die worden uitgedeeld. Na haar voordracht neemt presentator en dichter Jos van Hest aarzelend het woord. “Van het mooiste gedicht dat hier vandaag wordt voorgelezen, wordt –uhm– een postkaart gemaakt,” kondigt hij aan. Echt veel enthousiasme klinkt er nog niet onder het dertigtal toeschouwers en dichters dat zich heeft verzameld rondom het podium achterin de entreehal van de bibliotheek. De meesten hebben hun jassen nog aan, met de rits open. Sommigen zitten op de stoelen van de computers, anderen op de bankjes in de doorgang naar de krantenzaal.
De bezoekers van de bibliotheek vormen een constante stroom van de ingang naar de liften achterin. De meesten lopen ongeïnteresseerd of niet-begrijpend langs het podium. Twee meisjes aarzelen de roltrap te nemen, want dan moeten ze wel erg dicht langs het podium. Uit de luidsprekers op het podium klinkt een volgende voordracht. Een enkele bezoeker blijft spontaan staan luisteren.
Oudere, gepensioneerde hobbydichters zijn oververtegenwoordigd bij het tiental mensen dat tijdens het eerste deel van het open podium voordraagt. Dan vraagt de presentator Kenza Bolsius naar voren. Ze is een van de drie genomineerden om Jonge Dichter des Vaderlands te worden. Met haar 17 jaar doet zij wat de meeste van de andere aanwezigen minder goed lukte. Zeer levendig draagt ze haar gedicht, “Begrip”, voor.
De bevolking groeit / dat is in een notendop / wat ik te vertellen heb // Eerst was er één God / voor zover hij menselijk was / waarschijnlijk een eenzaam bestaan // Toen waren er duizend mensen / schoonheid in ongekende mate / en een prachtig gebrek aan kennis // Nu tel ik zeven miljard / barbaren / gelogen gastvrijheid / eenieder blind verklaard
Als ze klaar is, staan er ineens meer mensen rond het podium.
“Er zitten een paar heel goede dichters tussen, maar ook wat mindere,” zegt presentator Van Hest na afloop van het eerste halfuur. “Maar dat moet kunnen. Mensen die hier komen voordragen, leren daar veel van. Door het applaus, of het geroezemoes van het publiek. Dan gaan ze vanzelf beter dichten.” Wat is dan een goed gedicht volgens hem? “Als je verliefd bent en opschrijft ‘ik heb vlinders in mijn buik’, dan heb ik daar als toehoorder niets aan. Het is een afgesleten manier van uiten. Maar als je zo’n emotie op een nieuwe manier heel bewust opschrijft, dan raak je daar mensen echt mee. ‘Een krokodil vreet aan mijn hart,’ bijvoorbeeld, ik noem maar iets.”
Dan komt Van Hest Ramsey Nasr tegen in de hal, de Dichter des Vaderlands. Ze spreken kort met elkaar. Een vrouw met wie Van Hest het open podium organiseert, vraagt hem vervolgens: “Kwam hij niet bij ons een gedicht voordragen?” Van Hest schudt zijn hoofd. Ze had het al een beetje verwacht.
Worstelen met clichés
Posted By Haro Kraak On januari 27, 2012 @ 16:48 In Algemeen, Interview, Mooi | No Comments
Hij is dwars zonder het bewust te doen. Het is simpelweg zo. Daan Heerma van Voss voerde in januari campagne tegen Twitter en bracht een ‘anti-coming-of-ageroman’ uit. Een vraaggesprek met de 25-jarige auteur.

Daan Heerma van Voss, foto: Merlijn Doomernik
AMSTERDAM, 27 januari – Eigenlijk wil hij er niet meer over praten. Zijn oorlogsverklaring aan Twitter was juist bedoeld om nooit meer een antwoord op die ene vraag te hoeven geven: waarom zit je niet op Twitter? Nu heeft schrijver Daan Heerma van Voss (1986) het er voortdurend over. Hij publiceerde een betoog tegen Twitter in nrc.next en zette een filmpje van dezelfde strekking op YouTube. Hij wilde Twitter vanuit literair opzicht “stuk maken”. Als protest knipte hij zijn nieuwe roman, Zonder tijd te verliezen, in fragmenten van 140 tekens en plaatst ze één voor één op het medium. Een vernieling van zijn eigen werk, om zijn punt te maken. Een monnikenwerkje zou je denken, maar hij doet het niet zelf. “Ik weet eigenlijk niet hoe het werkt. De linksback van mijn voetbalteam is er handig mee. Hij heeft er een app voor gemaakt.”
Het jaar begon hectisch voor de in Amsterdam wonende en opgegroeide Heerma van Voss. Een nieuw boek, een offensief, veel pers. Hij ziet er wat vermoeid uit, of misschien is dat zijn normale verschijning. Als ik de broodjeszaak op de Vijzelgracht binnenkom zit hij achterin met een grote koptelefoon op. Hij praat langzaam en tuurt over mijn schouder de verte in om de juiste woorden te vinden. Dat lukt hem. Zijn zinnen zijn lang en vol komma’s, afgewisseld met korte, soms wonderlijke, observaties.
Hij praat zoals hij schrijft. Zijn stijl wordt gevormd door zijn eigen ergernis. Eerst zwierig en lyrisch en dan – als hij er genoeg van heeft – kort en puntig. Zijn boek is stijlvast in de afwisseling. Daarmee lijkt hij tussen twee tijden in te leven. Hij is in veel dingen ouderwets, erkent hij. En de laatste vijftien jaar Nederlandse literatuur kunnen hem niet echt bekoren. “Ik ben helemaal geen kind van mijn generatie. Mijn generatie heeft vooralsnog geen kinderen voortgebracht, alleen maar bastaarden. En bovendien: geldt dat niet voor iedereen die de moeite waard is? Die staan los van hun tijd.”
Zijn eerste roman, Een zondagsman (2010), was geschreven uit het perspectief van een oude man. Heerma van Voss wilde afwijken van het gangbare. “Niets zo erg als een slecht geschreven coming-of-ageroman.” Zijn nieuwe boek valt wel in het genre coming of age. Samen met vriend Xander trekt hoofdpersoon Daniel na een zorgeloze jeugd in Amsterdam Oud-Zuid naar Perugia, Italië. Daar komt hij tot het besef dat de banden met zijn naasten anders in elkaar steken dan hij dacht.
Was het een groot struikelblok om toch aan zo’n boek te beginnen?
Heerma van Voss: “Het moest gewoon heel goed geschreven zijn. Je moet er een zekere stijlvastheid voor hebben, en genoeg afstand tot je eigen herinneringen. Eerder kon ik dat niet. Waardoor het proza dat ik daarover schreef niet goed genoeg was. Ik had dat eerste boek nodig om me te verplaatsen in iemand die maximaal van me af staat. En ik wilde inderdaad liever niet debuteren met een coming-of-ageroman.”
Dat vond je cliché?
“Daar komt het wel op neer. Dat doen de meeste twintigers die schrijven, die komen dan met zo’n ironisch Grunbergachtig boek over de leegte van het huidige jongerenbestaan, van mensen die alleen maar feesten, snuiven en Facebooken. Ik heb daar gewoon een godsgruwelijke hekel aan. Je moet steeds iets doen wat anderen niet verwachten, en vooral: wat je zelf niet verwacht.”
Zonder tijd te verliezen is dan ook geen typisch jongensverhaal geworden. Een recensent noemde het een anti-coming-of-ageroman, tot genoegen van Heerma van Voss. “Al die beelden waaruit coming-of-ageromans over het algemeen zijn opgebouwd worden juist omgekeerd en afgebroken. Zoals het losbreken van je ouders, dat zit er wel in, maar uiteindelijk blijkt die band tussen vader en zoon de sterkste van allemaal te zijn. Een coming-of-ageboek ontaardt meestal in een hele grote vurige liefde, maar dat vuur blijkt koudvuur te zijn. Alle mythes worden omgedraaid. Natuurlijk zit er ook wel Nescio-achtige vriendschap in, maar ook dat wordt omgedraaid. Het loopt niet goed af met die vriendschap. Je weet uiteindelijk minder dan je na de eerste twintig pagina’s denkt te weten. Er komt geen grote catharsis van de hoofdpersoon. Het is eerder een implosie dan een explosie.”
Zou je het een belediging vinden als mensen zeggen: weer zo’n coming-of-ageboek?
“Dat ís een belediging. Maar het gaat niet om anderen. Ik zou het erg vinden als ik met een boek kom waarvan ik denk: dit lijkt heel erg op het vorige. Het is niet alsof je het publiek steeds moet verrassen, dat is mooi meegenomen, maar je moet in eerste instantie iets doen waarvan je zelf denkt: dit kan ik niet.”
Zet je je af tegen de huidige tijdsgeest?
“Nee, dat klinkt alsof het bewust is. Het komt erop neer dat ik daar niet zo inpas. Dat is verder niet dramatisch. En ik doe het niet om mezelf te verkopen, dat ik niet bij de anderen hoor, want dat hoor ik gedeeltelijk wel. Ik ben geen anachronisme. Aan de andere kant vind ik betrekkelijk veel dingen modieus gelul. Ik vind sowieso wel dat er wat meer leven in de jonge Nederlandse letteren mag.”
Meer leven?
“Er zijn heel veel twintigers die wel kunnen schrijven op een hippe, vlotte manier. En die vooral een boek willen schrijven, of geschreven willen hebben, maar niet op de hoogte zijn van de clichés of de valkuilen van de literatuur. Als je schrijft moet het zijn uit liefde. En iedere liefde vraagt om ideeën, obsessies en offers. Die moeten mensen wel durven maken. Er hangt een walm – ik gebruik het woord walm en niet zweem, want het riekt – van roem rond schrijven. Als je niet weet wat je wilt doen kun je altijd een boek schrijven. Dan kun je zeggen dat je een boek schrijft en dat kun je als Facebook-status doen en je kunt foto’s maken van je manuscript en bier gaan drinken met half-bekende Nederlanders.”
Het literaire wereldje heeft jou nooit getrokken?
“Nee eigenlijk niet. Ik heb ervoor gekozen, dus ik plooi me. Maar de literaire wereld is behoorlijk klote en vals. Mensen doen alsof het om gedeelde liefde voor boeken gaat, maar het gaat natuurlijk om geld. Het enige wat wel prettig is aan dat hele schrijversgebeuren is dat mensen verwachten dat je je een beetje misdraagt. Na de Jonge Schrijvers Avond in de Stadschouwburg besloten we om niet weg te gaan en te slapen op het podium. Er was drank ontvreemd, het was een goede puinhoop. Achteraf zeiden mensen: wat had je dan verwacht, het zijn jonge schrijvers.
Dan kun je eindelijk met een schoon geweten een cliché waarmaken?
“Precies, dat is eigenlijk het enige cliché dat ik mezelf toesta. Hoewel het een argument van niks is natuurlijk. Het is de kunst om er vandoor te gaan voordat mensen doorhebben dat het nergens op slaat.”
Samenwerking UvA en VU: een academisch verstandshuwelijk
Posted By Teri Van Der Heijden On januari 27, 2012 @ 16:42 In Achtergrond, Algemeen, Column, Leven, Mooi, Reportage, Stad, film | No Comments

UvA. Foto: Wikimedia Commons
Als het aan Den Haag ligt, gaan Nederlandse universiteiten meer samenwerken. Ook de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Vrije Universiteit (VU) halen de banden aan. Wat levert samenwerking tussen de UvA en de VU eigenlijk op? En welke nadelen brengen een intieme verbintenis tussen de twee met zich mee?
AMSTERDAM, 27 januari – Samenwerking is de enige manier om genoeg geld voor onderzoek en onderwijs bij elkaar te harken, stellen voormannen Paul Doop (UvA) en René Smit (VU) tijdens een debat in Pakhuis de Zwijger afgelopen woensdag. “En samenwerking moet natuurlijk ook bijdragen aan de kwaliteit van onderwijs en onderzoek”, laten ze niet na te vermelden. Maar veelvuldige herhaling van dit mantra kan de bottom line niet verhullen: samenwerking gaat over euro’s.

De VU. Foto: Wikimedia Commons
Nederlandse universiteiten moeten zich scherper profileren en meer samenwerken, vindt staatssecretaris Halbe Zijlstra (Hoger Onderwijs, VVD). Door samenwerking kunnen kleine onderzoeksgebieden overeind gehouden worden, en generen universiteiten meer geld. “Strategische allianties aangaan”, heet dat in Den Haag. Een verstandshuwelijk, heet dat in de volksmond. De twee Amsterdamse universiteiten verkennen de mogelijkheden.
Op de UvA ontstond vorige week een kleine rel toen bekend werd dat docenten klassieke talen David Rijser en Piet Gerbrandy geen vaste aanstelling krijgen. De twee hadden een tijdelijk contract, maar was een vaste aanstelling beloofd, schrijft Folia Magzine. De samenwerking tussen de UvA en de VU zou één van de redenen zijn dat de twee het veld moeten ruimen. Frank van Vree, decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen, zegt dat vanwege onduidelijkheid over samenwerking tussen de UvA en de VU geen besluit genomen kon worden over een vaste aanstelling voor Rijser en Gerbrandy. Nu samenwerking vaststaat, wordt duidelijk welke vacatures worden vrijgegeven. “Dan komt uiteraard ook de positie van de twee docenten weer ter bespreking”, zegt Van Vree. De twee docenten hadden ondertussen al bezwaar aangetekend. Dinsdag vond een hoorzitting plaats. De betrokkenen willen niet inhoudelijk op de zaak ingaan.
De innigste verstrengeling tot nu toe tussen de twee is de gemeenschappelijke tandheelkundefaculteit, Acta. Eén opleiding in één gebouw, gerund door zowel UvA- als VU-personeel. Daarnaast bieden de universiteiten gezamenlijke bèta-masters aan, onderbracht in de gemeenschappelijke Amsterdam Graduate School of Science (AGSS). Er wordt bekeken of samenwerking op bachelorniveau op dit vlak ook mogelijk is. Maar samenwerking is niet voorbehouden aan de bèta’s. De alfafaculteiten van de UvA en de VU gaan hun krachten bundelen op het gebied van oudheidsstudies en archeologie, in het nog op te richten Amsterdam Centre for Ancient Studies and Archeology (Acasa). Het is deze voorgenomen samenwerking die klassieke talendocenten David Rijser en Piet Gerbrandy mogelijk hun baan kost (zie kader).
Over de baten van de samenwerking zijn de twee bestuursvoorzitters het in grote lijnen eens. Zo is krachtenbundeling onvermijdelijk om kleine studies “in de lucht te houden”, zegt VU-topman Smit. Als voorbeeld noemt hij de studies chemie en natuurkunde. Samenwerking maakt het aanbod bovendien diverser: het moet voor studenten mogelijk worden om vakken te ‘shoppen’ bij de andere universiteit, legt Doop uit. Het leidt tot hoon in de zaal. “Nu al moet je als student aan tienduizend touwen trekken om een vak te volgen bij een andere faculteit. Laat staan bij een andere universiteit”, zegt een student. De bestuurders geven toe dat er organisatorisch nog een één en ander verbeterd kan worden, maar laten zich daardoor niet ontmoedigen.
Op het vlak van onderzoek opent samenwerking ook deuren, denken de voorzitters. Naar duur, ingewikkeld onderzoek en een hoge notering op internationale rankings. Maar ranglijstjes mogen van mededebater Ewald Engelen, UvA-hoogleraar financiële geografie, geen argument zijn. Kleine universiteiten als Oxford en Cambridge voeren die lijstjes nog altijd aan, grootte is geen kwaliteitsgarantie. Bovendien, vindt Engelen, is de aanwezigheid van twee universiteiten in één stad is een rijkdom, die studenten keuzevrijheid biedt. De scheiding tussen de twee moet gekoesterd worden, in plaats van weggevaagd.
Maar, Engelens argumenten ten spijt, de scherpe scheiding tussen de twee Amsterdamse instellingen wordt waarschijnlijk alleen maar minder. “Den Haag schreeuwt om samenwerking”, zegt Doop. Dus samenwerken zullen ze. Samenwerkende universiteiten krijgen meer geld dan andere, legt Doop uit, en dat geld gaan de UvA en de VU binnenhalen. “Zo competitief zij we dan ook wel weer”, bekent hij. “Zorgvuldigheid gaat voor snelheid. Maar we moeten ook handelen.”
“Het gaat niet om het beschuldigende vingertje”
Posted By Anne Hammers On januari 27, 2012 @ 16:40 In Interview, Mooi | No Comments
De bezuinigingen in de cultuursector maken de toekomst van het Nationaal instituut voor Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) onzeker. Directeur Artwell Cain wil de herinnering aan het Nederlands slavernijverleden levendig houden.
AMSTERDAM, 27 januari – “Ik weet niet of jij het ooit hebt gehad? In jouw tijd op school?”, vraagt dr. Artwell Cain, directeur van het NiNsee, het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis. De geschiedenis lessen op de middelbare school. Diep nadenken. Meneer Van der Steen, sandalen met sokken, baard, de Holocaust, VOC, de Gouden Eeuw. Het slavernijverleden? Enkele bladzijdes in een lesboek en Van der Steen die iets mompelt.
“Het NiNsee bestaat tien jaar. Daarvoor was het slavernijverleden een soort voetnoot in de geschiedenisboeken.”

De afschaffing van de slavernij wordt ieder jaar herdacht in het Oosterpark. Foto: CharlesFred via Flickr
Het NiNsee organiseert tentoonstellingen en voorlichtingen voor schoolklassen. Daarnaast verricht het wetenschappelijk onderzoek naar het slavernijverleden. Samen met scholen schreef het instituut twee hoofdstukken voor de historische canon. “Hopelijk kunnen scholen dat ook daadwerkelijk uitvoeren, straks, dat is noodzakelijk. Dit gedeelte van de geschiedenis werd tot de laatste vijftien jaar onder het tapijt geschoven.”
En dreigt dat straks weer te gebeuren, als het NiNsee zijn subsidies verliest?
“Het grootste gedeelte van de subsidiëring krijgen we van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap. Van de gemeente Amsterdam krijgen we een ander gedeelte. Die gaat gewoon door met ons. Wat het Rijk betreft, is gezegd dat de subsidie op 1 januari 2013 wordt stopgezet. Alles. Maar goed, wij zijn weer in contact met het ministerie. Er is een opening.”
Wat zegt u dan tijdens die onderhandelingen?
“Dat wij het enige instituut zijn in Nederland dat onderzoek doet naar het slavernijverleden. We bestaan tien jaar en wij hebben het niet slecht gedaan. Vanuit het ministerie kan niet worden gezegd dat we niet productief genoeg zijn, dat we niet maatschappelijk relevant zijn of dat we onze werkplannen en jaarverslagen niet op tijd opsturen.”
Maar het NiNsee heeft te weinig bezoekers?
“Nee, nee! Bovendien zijn we meer dan alleen een museum. Sinds 2008 zit het NiNsee in een jaarlijks subsidiestelsel. Elk jaar krijgen we geld. Dat ging goed, tot dit kabinet kwam en de staatsecretaris 200 miljoen moest bezuinigen op de cultuursector. Met onze wetenschappelijke en maatschappelijke rol heeft dat niets te maken.”
Precies, tot dit, rechtse, kabinet kwam. Is het NiNsee extra getroffen omdat het instituut zich vooral richt op culturele en etnische minderheden?
“Nee, de witte organisaties zijn ook getroffen. Er moet gewoon 200 miljoen bezuinigd worden. Wij zitten in een hoek waar de klappen vallen. Het gaat niet over ras, kleur en etniciteit.”
U wilt de herinnering aan het slavernijverleden levendig houden. Hoe gaat u dat doen, nu de toekomst van het NiNsee onzeker is?
“Op 1 juli 2013 is het 150 jaar geleden dat de slavernij werd afgeschaft in de westelijke koloniën waar de Nederlandse vlag destijds wapperde. De gemeente Amsterdam heeft geld uitgetrokken voor de vieringen en de herdenking. Het NiNsee moet daar ook bij zijn. Het kan niet zo zijn dat juist in 2013, bij 150 jaar afschaffing van de slavernij, het cadeau aan de Antilliaanse en Surinaamse Nederlanders is dat het NiNsee niet meer bestaat. Ik denk dat niemand dat zou willen.”
Is het vooral voor de Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders belangrijk dat het slavernijverleden herdacht wordt?
“Zonder meer. Maar je ziet dat meer en meer Nederlanders gaan beseffen dat het slavernijverleden van ons allemaal is. Zonder hen hadden we de slavernij niet gehad.”
Is de herdenking van belang voor het onderlinge begrip in de samenleving?
“Het is van belang dat je weet hoe het in elkaar steekt. Of je nu wit of zwart bent. Waarom heb ik een Antilliaanse buurman, of een Surinaamse buurvrouw? Waarom klagen mensen over racisme en discriminatie? Waar komt dat racisme vandaan? Als je een idee hebt van het ontstaan van deze dingen, dan weet je: het kan anders.”
Hebben jongeren veel interesse in dit gedeelte van de geschiedenis?
“Wij merken dat meer en meer jongeren willen weten over hun verleden. Ze hebben wortels nodig. De jongeren die ons bezoeken hebben wortels vanuit de Surinaamse, Antilliaanse en de Nederlandse cultuur en geschiedenis. Het NiNsee vertelt over deze gezamenlijke geschiedenis. We delen kennis en we willen dat mensen zich bewust worden van het verleden. Voor ons is het geen issue om de beschuldigende vinger op te houden.”
Merkt u dat het beschuldigende vingertje er nog steeds is?
“Ja dat speelt natuurlijk. Een instelling als het NiNsee kan hierbij een dialoog op gang brengen. Er zijn mensen en organisaties die roepen dat jullie Nederlanders een schadevergoeding moeten betalen en excuses moeten maken voor van alles en nog wat. Mensen die het slavernijverleden gebruiken als excuus. Dat is de pijn die veel mensen nog steeds voelen. Dat zal altijd spelen.”
“Explosieve groei” aantal artistieke zzp’ers
Posted By Annemarie van de Vijsel On januari 25, 2012 @ 17:00 In Mooi, Nieuwsverhaal | 1 Comment

Een artistieke zzp'er aan het werk. Bron: Chapendra via flickr.com
AMSTERDAM, 25 januari – Het aantal ondernemingen in de cultuur- en recreatiesector in Amsterdam steeg “explosief” tussen 2000 en 2010. De groei met 23 procent is de sterkste groei van alle sectoren waarin ondernemers opereren. Dat blijkt uit de factsheet ‘Ondernemerschap in Amsterdam’ die Bureau Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam vorige week publiceerde. Vooral het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) in de kunstensector nam toe.
De groei van het aantal culturele en recreatieve bedrijven dat is gevestigd in Amsterdam is vooral te zien aan de toename van de ondernemingen in de scheppende kunst. Dat zegt Rogier van der Groep, auteur van de factsheet en werkzaam bij het Bureau Onderzoek en Statistiek. Tot de scheppende kunst behoren acteurs, beeldende kunstenaars en schrijvers. Het aantal ondernemingen in de scheppende kunst dat in Amsterdam is gevestigd, steeg jaarlijks gemiddeld 30 procent tussen 2000 en 2010.
Tot culturele en recreatieve ondernemingen behoren naast de scheppende kunst ook ondernemingen op het gebied van sport, recreatie, kansspel en journalistiek. Verder vallen culturele instellingen zoals bibliotheken en musea onder deze sector. Zo´n 4 procent meer sportverenigingen en recreatieve organisaties kwamen er jaarlijks bij in de onderzochte tien jaar. Bij de culturele instellingen was dit 1 procent, zegt Van der Groep. Met ondernemingen worden zowel kleine als grote ondernemingen, stichtingen en verenigingen bedoeld.
Van alle 72.342 ondernemingen die Amsterdam telde in 2010 vormen de recreatieve en culturele zaken ongeveer een tiende deel. Zij vormen niet de grootste groep, maar hun groei van 23 procent is groter dan die in andere delen van de arbeidsmarkt. In de zakelijke dienstverlening kwamen er bijvoorbeeld 9 procent nieuwe Amsterdamse kantoren bij. In de financiële sector nam het aantal zelfs af, met 2 procent in tien jaar.
De groei in het cultureel-recreatieve segment is vooral te verklaren doordat er steeds meer zelfstandigen komen, legt Van der Groep uit. Het aantal zzp’ers steeg in die periode volgens hem ook nog eens “extra sterk” als gevolg van de nieuwe Handelsregisterwet die in 2008 werd ingevoerd. Alle bestaande ondernemers, verenigingen en stichtingen moeten zich sindsdien inschrijven bij de Kamers van Koophandel. Ondernemingen die al bestonden maar nog niet ingeschreven waren, werden opeens zichtbaar. “Maar sowieso komen er steeds meer zzp’ers in de culturele sector.”
“Ik vermoed dat mensen die bij een cultureel bedrijf worden ontslagen op hun gebied willen blijven werken, maar dan als zzp’er. Ook al gaan ze er dan misschien financieel op achteruit.” Dit verklaart volgens Van der Groep ook waarom mensen tijdens een economische crisis voor zichzelf beginnen.
De stadsdelen Centrum, West, Oost en Zuid tellen tegenwoordig het grootste aantal culturele en recreatieve ondernemingen. Voor 2000 waren de meeste culturele bedrijven gevestigd in de binnenstad, maar bij de favoriete vestigingsplaatsen zijn nu de andere stadsdelen gekomen. Dit komt ook doordat veel zzp’ers zijn ingeschreven op de woonadressen in deze wijken, legt Van der Groep uit. Onder meer het Oostelijk Havengebied en IJburg zijn populaire vestigingsplaatsen voor ondernemers.
Toename aantal culturele en recreatieve ondernemingen in Amsterdam (absolute aantallen, 2000 en 2010). Bron data: Bureau Onderzoek en Statistiek, gemeente Amsterdam. Bewerking: NAP Nieuws
Meesterwerken Van Gogh en Rembrandt ontrafeld
Posted By Haro Kraak On januari 25, 2012 @ 16:56 In Mooi, Nieuwsbericht | No Comments
AMSTERDAM, 25 januari – De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) stelt 3,6 miljoen euro beschikbaar voor onderzoek naar conservatie en restauratie van enkele wereldberoemde kunstwerken. Via het programma Science4Arts financiert NWO zes projecten. Wetenschappers, musea en conservatoren gaan samenwerken om onder meer werken van Vincent van Gogh en Rembrandt van Rijn nader te bestuderen. Dit bevestigt een woordvoerder van NWO tegenover NAP Nieuws.

Zelfportret met Verbonden Oor van Vincent van Gogh. Foto: Creative Commons
Het doel van het programma is om veranderingen in kunstwerken in kaart te brengen en op die manier de werken te “ontrafelen”. Zowel de chemische en fysieke eigenschappen van een werk, als de betekenis en inhoud van het object zelf worden onderzocht. In de praktijk betekent dit dat de kunstwerken worden ontleed, bijvoorbeeld bij het onderzoek van professor Eric Postma van de Universiteit van Tilburg. Hij wil de oorspronkelijke kleuren van de schilderijen van Vincent van Gogh achterhalen. Postma wil daarbij ook de vraag beantwoorden of mensen de werken eigenlijk nog wel mooi vinden in de originele kleur
Ook professor Joris Dik van de TU Delft werkt aan een project. Hij gaat het werk van Rembrandt van Rijn onder de loep leggen. De bedoeling is dat Dik door de verflagen van diens schilderijen “heen kijkt” om erachter te komen wat er allemaal onder het oppervlak schuilgaat. Dik gebruikt nieuwe technieken, waaronder de deeltjesversneller Synchrotron Soleil, waarmee het mogelijk is om alle gebruikte materialen te herkennen en te zien hoe ze werden gebruikt. Zo is te achterhalen hoe een schilderij is veranderd in de loop der eeuwen, en waarom.
Om welke werken het precies gaat is nog niet bekend. Wel is duidelijk dat het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum en het Stedelijk Museum meewerken aan de projecten. De Amsterdamse musea leveren tevens een financiële bijdrage. NWO is een van de grootste wetenschapsfinanciers in Nederland. Ze hebben jaarlijks een budget van ruim 500 miljoen euro.
“Ik vind mezelf helemaal niet ontwikkeld”
Posted By Arman Avsaroglu On januari 25, 2012 @ 16:44 In Algemeen, Interview, Mooi | No Comments

Yori Swart. Foto: Joost de Haas
In 2010 won ze de Amsterdam Popprijs. Het was de eerste keer dat het grote publiek kennismaakte met Yori Swart. De 21-jarige zangeres lijkt dit jaar definitief door te breken met optredens bij Giel Beelen en De Wereld Draait Door. In februari komt haar eerste album uit. “Misschien vinden mensen mijn muziek wel helemaal niets.”
AMSTERDAM, 25 januari – “Mijn eerste gitaarles kreeg ik van mijn vader. Hij is gitaarleraar en wilde dat ik een instrument leerde spelen. Ik was acht en kan me die eerste les nog goed herinneren, omdat mijn vader de gitaar kapot sloeg. Ik kon het niet goed en hij raakte gefrustreerd.”
“Ik vond de gitaar toen ook een vreselijk instrument. Ik begreep er niks van en wilde er niets mee te maken hebben. Pas toen ik op blokfluitles moest van mijn ouders, ging ik terug naar de gitaar. Met zo’n blokfluit kun je maar één noot produceren. Ik wilde harmonieën maken en er ook bij zingen. Toen kwam ik er achter hoeveel je kunt als je weet hoe je met een gitaar om moet gaan. Hoe je een eigen stijl kan ontwikkelen en zo veel verschillende kanten op kan muzikaal gezien. Dat is wat uit de hand gelopen.”
Sfeer
“Ik maak sferische popmuziek, met een alternatief randje. Het neigt een beetje naar blues. Het is dynamische muziek die je echt in een bepaalde vibe moet brengen. Ik vind het heel geschikt voor in de auto bijvoorbeeld. Dat betekent niet dat ik altijd dezelfde soort muziek wil blijven maken. Er wordt tegenwoordig al heel snel een stempel op je gedrukt. Als je ergens optreedt met een gitaar en een breekbaar liedje, sta je al snel bekend als Yori Swart, singer-songwriter. Mensen lijken tegenwoordig behoefte te hebben aan kleine, intieme liedjes die oprecht aanvoelen. Maar het kan heel goed zijn dat ik in de toekomst wil experimenteren met iets andere muziekstijlen. Ik denk wel dat je altijd zal horen dat ik het ben. Door mijn stemkleur en de sfeer die ik met mijn muziek probeer op te roepen.”
“Mijn eerste plaat is een afspiegeling van hoe ik nu ben, en wat ik tot nu toe in mijn leven heb meegemaakt. Ik ben enig kind en zocht vroeger de eenzaamheid altijd op. Dat doe ik nog steeds. Ik houd ervan op de achtergrond te blijven en de kat uit de boom te kijken. Ik observeer veel en dat hoor je ook terug in de plaat. Maar je maakt elke dag nieuwe dingen mee die je inspireren en veranderen. Je groeit als persoon en je teksten en muziek zullen daarmee ook veranderen. Ik vind mezelf ook helemaal niet ontwikkeld. Ik kom pas net kijken, ben nog jong. Ik wil nog veel reizen, veel van de wereld zien. Ik heb hoge doelen voor mezelf gesteld en wil echt iets bereiken in het leven. Dat zal zijn weerslag hebben in mijn muziek.”
Yori Swart (Alkmaar, 1989)
2010 Amsterdam Popprijs
2011 Grote Prijs van Nederland, categorie Pop
2012 Optreden Eurosonic Noorderslag
2012 Debuutalbum Yori Swart
Wedstrijd
“Het gaat nu opeens heel snel met mijn carrière, met optredens bij Giel en De Wereld Draait Door en mijn album dat volgende maand uitkomt, maar dat succes komt niet plotseling. Ik heb de afgelopen tweeënhalf jaar zo veel mogelijk proberen op te treden. Kroegen in mijn omgeving geschreven met de vraag of ik daar wat liedjes mocht spelen. Kijken of ik in de voorprogramma’s van grote Nederlandse artiesten mocht optreden. Als je jong en onervaren bent, moet je zo veel mogelijk podiumervaring opdoen om jezelf in de kijker te spelen.”
“Daarbij heb ik geluk gehad dat ik de Amsterdamse popprijs en de Grote Prijs van Nederland won. Muziek is geen wedstrijd en ik wil dat hele competitieve ook zo snel mogelijk achter me laten, maar zo’n prijs opent wel deuren. Mensen weten plots wie je bent, waardoor je nog meer speelervaring op kan doen en meer aanbiedingen krijgt. Alles komt nu heel mooi samen. Mijn album is af en steeds meer mensen komen in aanraking met mijn muziek. Perfecte timing.”
“Ik heb nooit gedacht dat het me niet zou lukken door te breken. Natuurlijk zijn er genoeg muzikanten die het niet lukt, maar dit is wat ik wilde. Van jongs af aan. Ik wilde een album in de winkel zien liggen met mijn naam erop, dat ik zelf kon kopen. Als je iets echt graag wil en je alles doet om je doel te bereiken, lukt het uiteindelijk ook, daar ben ik van overtuigd. Misschien zeggen mensen na dit eerste album wel dat ze mijn muziek helemaal niets vinden. Dat kan altijd, maar dit album ligt er nu en dat pakt niemand me meer af.”
Restaurant voor één dag
Posted By Martine Huijbregts On januari 25, 2012 @ 16:40 In Achtergrond, Mooi | No Comments
Tijdelijke winkels, de zogenaamde pop-upstores, zijn in opkomst. Amsterdam kende al een aantal van deze winkels en sinds deze week ook een nieuw pop-uprestaurant, BAK. De tijdelijk verhuur gaat leegstand tegen. Toch is het voor veel pop-upondernemers moeilijk een ruimte te vinden.
AMSTERDAM, 25 januari – Pop-upwinkels, pop-upgalerieën, pop-upwijnbars: kleine, tijdelijke ondernemingen duiken steeds vaker op in Amsterdam. Zelfstandige, veelal jonge ondernemers huren voor enkele dagen of weken een leegstaand pand en stallen er hun producten uit. Goed voor de leegstand en de diversiteit van de winkelstraat, volgens Amsterdams PvdA-lid Michiel Mulder. De ondernemers zelf zijn vooral blij met de lage huurprijzen. Toch blijft de zoektocht naar geschikte leegstaande panden moeilijk. Alessandro DaFies, mede-oprichter van pop-uprestaurant BAK: “Als beginnend ondernemer koop je niet zomaar een pand.”

Pop-uprestaurant BAK in Hetveem Theater. Foto: Thijs Boontjes.
Dinsdagmiddag, vier uur. Vanuit het leegstaande café van Hetveem Theater, aan de Amsterdamse Van Diemenstraat, klinkt gehamer. DaFies loopt rond, legt hier en daar nog wat servetten recht. Over anderhalf uur komen de eerste gasten, vooral vrienden van DaFies en zijn twee compagnons Piet Sanders en Benny Blisto. Ze komen voor de try-out van pop-uprestaurant BAK. Alle tafels zijn gereserveerd. “Binnen drie dagen zaten we vol”, aldus DaFies. “Er staan zelfs mensen op de wachtlijst”. Die moeten wachten tot de volgende keer dat BAK een locatie vindt. Nu is het restaurant maar één avond open, voor de try-out. “We hebben deze ruimte voor drie dagen kunnen huren”, aldus DaFies. “Inclusief op- en afbouwen.”
Waarom hebben ze dan geen vast pand geregeld? “In steden als Berlijn en Sydney kun je voor weinig geld goed uit eten. In Amsterdam is dat bijna onmogelijk, deels door de hoge huurprijzen. We wilden een betaalbaar, maar goed restaurant oprichten.”
Het vinden van een geschikte locatie is niet gemakkelijk. Zo moet er een keuken aanwezig zijn, en moet de ruimte om te bouwen zijn tot restaurant. “Dit theatercafé hebben we zelf gevonden”, zegt DaFies. “Maar misschien kunnen we in de toekomst samenwerken met anti-kraakverenigingen.”
Liever niet op de Zuidas
Ook winkeliers die tijdelijk een pop-upstore willen openen hebben moeite met het vinden van een geschikt winkelpand. Niet dat er zo weinig leegstand is in Amsterdam. Uit recente cijfers van het onderzoeksbureau Locatus blijkt dat 1,6 procent van de winkelpanden in het centrum van Amsterdam leeg staat. In Amsterdam Zuidoost is dit 4,3 procent.
Toch worden die leegstaande panden niet snel verhuurd aan pop-upondernemers. Aan de tijdelijke verhuur zouden te veel regels verbonden zijn en vastgoedondernemers stellen zich terughoudend op. PvdA’er Michiel Mulder kwam vorig jaar met een initiatiefvoorstel om de regels omtrent de tijdelijke verhuur van leegstaande panden te versoepelen. Hij vermoedt dat makelaars en vastgoedeigenaren te conservatief denken en dat het “te veel gedoe” oplevert om een winkelpand voor een korte periode van hooguit enkele weken te verhuren.
Het initiatiefvoorstel van Michiel Mulder bevat een motie die het mogelijk moet maken om ook leegstaande kantoorpanden als pop-upstore te verhuren. “Wij hebben contact met meer dan honderd mensen die op zoek zijn naar een ruimte. Gebieden waar veel leegstand is, zoals Sloterdijk en de Zuidas, kun je op die manier oppimpen.”
Caroline de Jager is medeoprichter van de website www.popupsquare.nl [5] die ondernemers in contact brengt met eigenaren van leegstaande winkelpanden. Volgens haar ligt het probleem niet alleen bij makelaars en verhuurders. “Ook ondernemers denken te weinig out of the box”, zegt ze. “Ze willen een leuk pand in de Kalverstraat of in de Haarlemmerstraat, maar daar is geen langdurige leegstand. In winkelcentra en straatjes achteraf wel. De vraag naar panden matcht niet met het aanbod aan leegstand.”
Daarnaast denkt De Jager dat makelaars “te veel achterover leunen” en niet actief op zoek zijn naar creatieve manieren om leegstand aan te pakken. “Makelaars vragen zich vooral af of ze veel geld kunnen verdienen. Met de verhuur van een pop-upstore is dat niet het geval.”
Netwerk
Ronald Besemer van vastgoedbedrijf Corio Nederland, onder andere eigenaar van winkelcentrum Villa Arena in Amsterdam Zuidoost, bevestigt dat pop-upstores voor verhuurders geen bron van inkomsten zijn. Toch is het vastgoedbedrijf een voorstander van het tijdelijke winkelconcept. “We krijgen veel verzoeken voor pop-upstores in onze winkelcentra. Bij leegstand kunnen we daar iets mee doen.”
Volgens Besemer hebben verhuurders wel degelijk baat bij de tijdelijke verhuur van leegstaande winkels. “We willen jonge mensen een kans geven. Zo komen we in contact met mensen die het misschien gaan maken in de retail, dat is goed voor ons netwerk”, zegt Besemer. “Ook ziet de consument weer eens iets nieuws, dat wordt gewaardeerd.”
Alessandro DaFies van pop-uprestaurant BAK is vol vertrouwen wat betreft het vinden van geschikte ruimte. Hetveem Theater is in ieder geval een goede start. Het theatercafé staat vol gedekte tafels en achter de bar staan flessen wijn en een koffiezetapparaat. Sanders is tevreden. “We hebben iets gemaakt van een lege bak.”

Veel ondernemers zoeken een tijdelijke ruimte in Amsterdam. Screenshot: www.popupsquare.nl
Anne Bosman wint eerste editie H&M Design Award
Posted By Martine Huijbregts On januari 25, 2012 @ 16:38 In Mooi, Nieuwsbericht | No Comments

Ontwerp van Anne Bosman. Foto: Peter Stigter.
Op 1 februari dingt Bosman mee naar de hoofdprijs, samen met vijf andere modeontwerpers van onder andere Royal College of Art (Londen) en La Cambre (Brussel). “Ik heb de collecties van de andere internationale finalisten al gezien”, zegt Bosman. “Die zien er echt prachtig uit.” Hij verwacht “zware concurrentie” in Stockholm.
H&M organiseerde de wedstrijd dit jaar voor het eerst. De modeketen wil zo jong talent stimuleren. In totaal deden er veertien opleidingen uit zes landen mee. De internationale winnaar, die tijdens de Fashion Week in Stockholm wordt gekozen, krijgt 50.000 euro.
Redding AT5: “Dit of niks”
Posted By Haro Kraak On januari 20, 2012 @ 16:56 In Algemeen, Mooi, Nieuwsverhaal | No Comments

Logo AT5
AMSTERDAM, 20 januari – De noodlijdende Amsterdamse tv-zender AT5 lijkt ‘gered’. Het stadsbestuur maakte woensdag bekend dat het jaarlijks 2,8 miljoen euro beschikbaar stelt voor de drie partijen – Avro, RTV Noord-Holland en Het Parool – die de productie van de stadszender overnemen. Veertig van de zestig AT5-werknemers worden ontslagen. Voor het bedrag, dat voor de komende tien jaar is toegezegd, zijn de partijen in staat om één uur eigen televisie per dag te maken. De toekomst van AT5 lijkt verzekerd. Maar moet de Amsterdammer blij zijn met het nieuwe plan?
Vorig jaar had AT5 een verzoek voor 5 miljoen euro ingediend bij de gemeente. Uiteindelijk bleken de Avro, RTV Noord-Holland en Het Parool goedkoper stadstelevisie te kunnen maken. Zij al beschikken over studio’s, apparatuur en redactioneel personeel. De nieuwe constructie zal de programmering van AT5 ten goede komen, denken Barbara van Beukering, hoofdredacteur van Het Parool, en Robert Zaal, directeur van RTV Noord-Holland. Momenteel kan de AT5 door de financiële problemen slechts een half uur per dag eigen televisie maken. De rest van de programma’s zijn gesponsord. De drie partijen hebben aangegeven dat half uur met de toegezegde subsidie van de gemeente te kunnen verdubbelen.
Volgens Laurens Ivens, fractievoorzitter van de SP in Amsterdam, is het plan in de huidige vorm desastreus voor de Amsterdamse media. Amsterdam kent volgens Ivens al een weinig pluriform medialandschap en dat zal met de overname alleen maar erger worden. Hoewel AT5 een apart bedrijf zal blijven, met zijn eigen hoofdredacteur, zal het vergaand gaan samenwerken met de andere partijen. “Ze spreken over synergievoordelen, daarmee zeggen ze in principe dat ze nieuwtjes gaan delen met elkaar”, zegt Ivens. “Dat komt de berichtgeving niet ten goede. De media gedijen bij concurrentie. AT5 wordt nu RTV Parool.”
Barbara van Beukering geeft toe dat de verschillende partijen “content zullen delen”. Toch denkt ze niet dat de pluriformiteit in het geding komt. “We gaan in overleg kijken wat we samen kunnen doen, maar we gooien zeker niet alles op één hoop.” Agnes Verhulst, woordvoerder van de Avro, gaat nog verder en beweert dat AT5 en Het Parool helemaal geen concurrenten zijn. Volgens haar bieden zij verschillend nieuws aan een eigen publiek en zal dat zo blijven als het nieuwe plan doorgevoerd wordt.
Robert Zaal erkent de problematiek wel. “De zorg van de SP om de pluriformiteit is terecht”, zegt hij. “Pluriformiteit in het publieke bestel is belangrijk, maar je moet het afzetten tegen wat er gebeurt als we niet door zouden gaan met de overname.” Het is dit of niks, volgens Zaal. “En als AT5 zou verdwijnen zou dat helemaal slecht zijn voor de veelzijdigheid.”
Ivens laat weten dat dit plan niet de enige optie is. “SBS6 en de EO hebben zich ook gemeld, maar daar is niets mee gedaan.” Hij vindt dat de gemeente zich er makkelijk vanaf maakt door selectief te werk te gaan. “Er hadden meerdere scenario’s moeten klaarliggen, maar er is verzuimd daar werk van te maken.”
De overname moet op 1 juli voltooid zijn. Dan zal ook meer duidelijk zijn over de inhoudelijke invulling van het plan. Op 15 februari wordt er in de Amsterdamse gemeenteraad gestemd over het voorstel. Volgens Ivens zal het plan gemakkelijk door de raad komen. “Wij zijn als enige tegen.”
AT5 was niet bereikbaar voor commentaar.
Rudi van Dantzig: wankelmoedig choreograaf
Posted By Annemarie van de Vijsel On januari 20, 2012 @ 16:52 In Mooi, Profiel | No Comments

Rudi van Dantzig. Bron: Pauw en Witteman, 19/1/2012
Hij stond aan de basis van Het Nationale Ballet. Zijn choreografieën waren vernieuwend. Maar echt overtuigd van zijn succes was hij niet. “Ik ben nog steeds niet echt trots op mezelf,” zei hij op zijn 72e. Gisteren overleed choreograaf en balletdanser Rudi van Dantzig op 78-jarige leeftijd in zijn geboorteplaats Amsterdam.
AMSTERDAM, 20 januari – Met enige zelfspot vertelde Van Dantzig in 2006 in een interview bij het radioprogramma Kunststof over zijn eerste balletlessen. Die kreeg hij van de bekende Russisch-Nederlandse balletlerares Sonia Gaskell. “Zij zei: ‘Je bent een heel slechte danser, maar kom maar bij ons gezelschap Ballet Recital, want we hebben jongens nodig.’”. Zo maakte Van Dantzig zijn intrede in de balletwereld. Zestien jaar was hij toen. Al drie jaar daarna schreef hij zijn eerste balletchoreografie, Nachteiland.
Als choreograaf was Van Dantzig bekender dan als danser. Samen met Gaskell was hij in 1961 een van de grondleggers van Het Nationale Ballet. Hij werd huischoreograaf van het gezelschap, dat gevestigd is in het Amsterdamse Muziektheater, tot hij er dertig jaar later afscheid nam.
Meer dan vijftig balletten maakte Van Dantzig, zowel eigen choreografieën als bewerkingen van klassieke stukken. Een van zijn eigen werken, Monument voor een gestorven jongen uit 1965, toont de worsteling van een jongen met zijn homoseksualiteit in een benauwend milieu. De erotische scènes zorgden voor de nodige reacties. Van Dantzig bewerkte daarnaast klassieke werken als Romeo en Julia (1967) en Het Zwanenmeer (1988). Vernieuwend was hij onder meer doordat hij elementen van modern ballet toevoegde aan de klassieke werken. Ook kaartte hij maatschappelijke vraagstukken aan in zijn balletten, zoals het verschil tussen arm en rijk.
Van Dantzig had bij Gaskell de kans gehad zichzelf te ontwikkelen en die kans wilde hij zijn eigen dansers ook geven. “Ik heb altijd oog gehad voor mensen die in de verdomhoek zitten,” zei Van Dantzig in het radiointerview. Mensen die stil achterin stonden of die niet zo goed dansten nam Van Dantzig juist aan. “Dan ging ik ervoor zorgen dat ze wel goed gingen dansen.” Daar had hij veel plezier in, en zag dat ook bij zijn dansers. “Het kan mij niet zoveel schelen als een ballet door de pers wordt afgekraakt. Zij genoten, ik genoot.”
‘Wankelmoedig’, zo omschreef Van Dantzig zichzelf. Hij vond het een prachtig woord, met die dubbele betekenis: “Het verwoordt moed, maar ook dat je steeds het gevoel hebt dat je omdondert.” Onzeker was Van Dantzig, ook over de reacties van het publiek. Tijdens opvoeringen van zijn balletten stond hij het liefst verstopt in een hoekje, of tussen de dansers in de coulissen. Maar nooit in het publiek.
In 2002 kreeg hij kanker. “Ik heb altijd wel ingecalculeerd dat ik ziek zou worden,” zei hij. Van Dantzig werd genezen verklaard. Tijdens de periode van herstel bleef hij de dansers helpen zijn stukken in te studeren, al was het maar één uurtje per week. Alleen door het de dansers zelf te leren, kon hij zijn stuk goed overbrengen op hen en op het publiek, vond hij. Dat hij ziek was geweest, was aan hem te zien. Maar op de momenten dat hij zich fit genoeg voelde om naar de danszaal te komen, bewoog hij levendig met de dansers door de danszaal. Met grote, heldere ogen keek hij vervolgens toe hoe ‘zijn’ dansers de aanwijzingen oppikten.
Een paar maanden geleden werd Van Dantzig opnieuw ziek. In een brief schreef hij: “Ik ben mijn evenwicht kwijt, ik weeg bijna niets meer.” Wat hij altijd had gedaan, bewegen, kon hij niet meer.
Van Dantzig repeteert met Het Nationale Ballet
Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl
URL to article: http://napnieuws.nl/2012/01/20/rudi-van-dantzig-wankelmoedig-choreograaf/
URLs in this post:
[1] hier: http://napnieuws.nl/2012/02/14/%E2%80%9Cvoor-amsterdam-ontstond-was-hier-geen-asterix-en-obelixachtig-dorpje%E2%80%9D/
[2] tentoonstelling: http://napnieuws.nl/2012/02/14/met-de-roltrap-langs-100-000-jaar-rokin/
[3] Image: http://www.zemanta.com/
[4] berichtte : http://napnieuws.nl../2012/01/25/%E2%80%9Cexplosieve-groei%E2%80%9D-aantal-artistieke-zzp%E2%80%99ers/
[5] www.popupsquare.nl: http://www.popupsquare.nl/
Click here to print.
Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.