- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -
Een stem armer, een vriendschap rijker
Posted By Gidi Heesakkers On februari 14, 2012 @ 16:56 In Algemeen, Interview, Leven, Reportage | No Comments

Poster van Samen in Amsterdam. Foto: Rode Kruis
De Diemense Ada van Emrik (62) voelde zich vaak alleen. Via een ‘maatjesproject’ van het Rode Kruis Amsterdam vond ze in Manuela Dieventhaal (31) een vriendin om leuke dingen mee te doen. Er ontstond een warme vriendschap. Van Emrik: “De band die wij hebben, is goud waard.”
AMSTERDAM, 14 februari – Ada van Emrik (62) plaatste begin 2011 een advertentie in een Diemens huis-aan-huisblad. ‘Zoek leuk maatje om gezellig mee te fietsen, te wandelen. Terrasje, musea, bioscoopje, theater.’ Er kwamen reacties, maar het bleef meestal bij een keertje koffie drinken. Van Emrik drukt het spraakknopje op haar keel in, de stem klinkt raspend en rokerig: “Ze vonden mijn stemprothese een bezwaar.”
Na een reeks zware operaties om haar slokdarmkanker te behandelen was ze haar stem verloren. Ook veel vrienden raakte ze kwijt. Vanwege het “pruttelketeltje”, zoals Van Emrik haar stem nu noemt. Ze vonden het moeilijk om met het afwijkende stemgeluid om te gaan, gokt ze. Wat volgde was een depressieve periode. Ze pakt een tissue uit het doosje naast haar op de bank .“Sorry, ik word altijd emotioneel als ik eraan terugdenk”, zegt de in een grijs joggingpak gestoken Van Emrik.
Opbeurende woorden komen er van de goedlachse Surinaamse vrouw naast haar. Manuela Dieventhaal (31) is sinds november vorig jaar het ‘maatje’ naar wie Van Emrik op zoek was. Ze vonden elkaar via het Samen in Amsterdam-project van het Rode Kruis, dat eenzame mensen uit hun isolement probeert te halen door ze te koppelen aan vrijwilligers. Van Emrik wilde geen “dooie vogel”. De reuring die ze naar eigen zeggen wel kon gebruiken, heeft ze in Dieventhaal gevonden.
Samen in Amsterdam
Het Rode Kruis Amsterdam startte in 2009 met het project Samen in Amsterdam. Doel is eenzame Amsterdammers uit hun isolement halen door ze te koppelen aan een vrijwilliger, ook wel ‘maatje’ genoemd. Die biedt een luisterend oor en zorgt voor persoonlijk contact, maar denkt ook mee om sociale contacten en andere activiteiten uit te breiden. Elke vrijwilliger wordt na een intakegesprek gekoppeld aan een deelnemer. Bij het maken van een match houdt het Rode Kruis rekening met zaken als hobby’s, achtergrond en wensen van deelnemer en vrijwilliger. Zij worden voor een jaar aan elkaar gekoppeld en hebben twee keer per maand een afspraak. De invulling van de afspraken staat vrij en kan bijvoorbeeld bestaan uit een kopje koffie drinken, wandelen, winkelen of een museum bezoeken.
“Ze mag me geen maatje noemen, hoor”, zegt Dieventhaal. Dat klinkt haar te veel alsof ze maatschappelijk werkster is. “Ada is gewoon mijn vriendin. Het is alsof ik mijn tweelingzusje heb gevonden. Wit van buiten, zwart van binnen. Ze heeft ook Surinaamse billen.” Van Emrik staat op van de leren bank in haar woonkamer en schudt haar achterste.
Haar partner Joop komt uit de keuken met thee en cake, terwijl zij geanimeerd een minitoneelstukje improviseert over de eerste keer ontmoeting met haar nieuwe vriendin. Het was de bedoeling dat de twee vier uur met elkaar zouden doorbrengen. Dieventhaal vond dit onzin. “Zondag is mijn vrije dag, dan heb ik geen tijdslimiet. Als het gezellig is ga ik niet na vier uur al naar huis.” Van Emrik nam haar mee naar haar volkstuintje. Daarna dronken ze een wijntje en aten ze een bitterbal. Het was de eerste keer dat Van Emrik weer vast voedsel mocht eten.
Feiten en cijfers
- Sinds 2009 hebben zich ruim 250 vrijwilligers en 260 deelnemers aangemeld
- Vrijwilligers zijn meestal tussen de 20 en 40 jaar of 65+, deelnemers zijn vaak ouderen of jongere mensen met een chronische ziekte of lichte handicap
- Tot nu toe zijn er 230 koppels gevormd: 30 tijdens de pilot in 2009, 85 in 2010, 100 in 2011 en 15 in dit jaar
- Op dit moment zijn er ongeveer 120 koppels actief
- 40 eenzame Amsterdammers staan op de wachtlijst
- Van 20 vrijwilligers wacht het Rode Kruis nog op de vereiste Verklaring Omtrent Goed Gedrag
- Vrijwilligers moeten ook een door het Rode Kruis aangeboden cursus ‘Omgaan met eenzaamheid’ volgen
- Geïnteresseerden kunnen voor informatie kijken op www.rodekruis.nl/amsterdam [1]
Sindsdien maken ze elke twee weken een uitstapje met elkaar. Zo gingen ze een keer nieuwe kleren kopen bij de Bijenkorf. En zondag bezoeken ze samen de Zaanse Schans. “Ik kijk geregeld op Vakantieveilingen.nl of er iets gezelligs te doen is waar we naartoe kunnen”, vertelt Dieventhaal. Met Joop kan Van Emrik niet meer op pad. “Hij is hartpatiënt en heeft longemfyseem. Als hij de trap af loopt is hij al kapot. Net een goudvis die naar lucht hapt.” Joop is aan huis gekluisterd, maar zegt daar vrede mee te hebben. Niets voor Van Emrik: “Dan zou het pitje bij mij heel gauw uit zijn.”
De plak cake op haar bord blijft tijdens het gesprek vrijwel onberoerd. Ze praat aan één stuk door. Andere mensen met een stemprothese krijgen soms al na vier zinnen hoofdpijn, weet ze. Zelf neemt ze amper pauze. Ze is altijd al praatgraag geweest. De vlotte babbel kwam goed van pas in haar horecaverleden. 23 jaar werkte ze in een café aan de Middenweg.
Dieventhaal biedt vandaag vooral een luisterend oor. Maar, zo verzekert Van Emrik, “Manuela kan bij mij ook alles kwijt. Vorige week overleed een goede vriendin van haar. Toen zij op de begrafenis was, heb ik aan haar gedacht.”
Naast ‘maatje’ is Dieventhaal ook elke maandag vrijwillig gastvrouw in het VU medisch centrum. Daarnaast werkt ze als doktersassistent in het Slotervaartziekenhuis. Ze herkent zich vaak in de gevoelens van Van Emrik. Mensen in haar omgeving hebben haar ook weleens laten vallen, vertelt ze. “In de Surinaamse cultuur is ziek zijn best een taboe. De meeste Surinamers en Antillianen begrijpen niet waarom ik dit doe, tenzij ze in de zorg werken.” Volgens Dieventhaal heeft het alles met schaamte te maken. “Veel mensen zien geholpen worden als een teken van zwakte.”
De nare gebeurtenissen tijdens en na haar ziekte hebben Van Emrik geleerd dat ze niet altijd op mensen kan rekenen. “Ik merk steeds meer dat mensen alleen maar met zichzelf bezig zijn. Ik heb bijvoorbeeld het gevoel dat niemand zijn buurman meer kent.” Dieventhaal knikt. “Mensen doen veel te weinig voor elkaar. Als je tijd hebt om acht uur voor de televisie te zitten, kun je ook de tijd nemen om even met iemand te praten.”
Mede dankzij Dieventhaal gaat het weer goed met Van Emrik. “Maar ik weet niet of ik er, mocht ik weer ziek worden, weer de kracht voor kan opbrengen”, zegt ze. Dieventhaal schrikt op van haar stoel, even is de lach verdwenen. “Dat meen je toch niet, hè?” Ze herhaalt het nog eens en haar stem gaat omhoog. “Ach”, zegt Van Emrik, “Dat zeg ik nu. Maar als het me gebeurt denk ik er natuurlijk vast anders over.” Ze staat op om een tijdschrift te pakken. De Tweede Stem heet het, voor mensen die net als zij een stemprothese hebben. “Tweede stem, tweede leven, zo zie ik het.”
“Een normaal verzorgingstehuis, daar zit ik niet op te wachten”
Posted By Anna Vossers On februari 14, 2012 @ 16:50 In Achtergrond, Algemeen, Leven, Reportage, Stad | No Comments
Roti en spekkoek of een driegangenlunch, merengue dansen met de kleinkinderen of praten over de eenzame kinderloze oude dag met lotgenoten. Elke Amsterdamse oudere heeft andere wensen en behoeften op zijn oude dag. De trend in vergrijzend Amsterdam is: voor elke groep eigen activiteiten of woonvormen. NAP ging kijken bij een homovriendelijk woonzorgcentrum en bij een verpleeghuis voor dementerende Surinamers.
AMSTERDAM, 14 februari – De afdelingen van verpleeghuis Anton de Kom in de Bijlmer hebben namen als Toekan en Twatwa. Zachtjes klinkt de beat van de trommels van Surinaamse muziek. Het behang is geel en oranje en aan de muur hangen linnen doeken met foto’s van tropische stranden en de Wijdenboschbrug bij Paramaribo. De palmplanten gedijen er goed, want de thermostaat staat standaard op minstens vierentwintig graden. Het is kalm in de woonkamers, want alle vierentwintig dementerende bewoners hebben net hun fruit gegeten en houden ’s middags rust.

Het Anton de Komplein. Foto: Anna Vossers
Alle bewoners hebben een eigen slaapkamer. In de gedeelde woonkamers wordt na het ontbijt gedanst voor de verplichte dertig minuten lichaamsbeweging. Na de middagrust helpen de bewoners, als dat nog kan, met het koken van een Surinaamse avondmaaltijd. De bakbananen en bakkeljauw worden op de markt om de hoek op het Anton de Komplein gekocht. De meeste medewerkers zijn zelf ook Surinaams. Ze praten een mengelmoesje van Sranan Tongo en Nederlands met de bewoners en familieleden.
Levendiger is het tien kilometer verderop, bij de ‘roze ouderen’ in woonzorgcentrum De Rietvinck in de Jordaan. Het huis kreeg net als twee andere woonzorgcentra van zorggroep Osira van homobelangenvereniging COC de ‘Roze Loper’, een keurmerk voor homovriendelijke ouderenzorg. Het is een verzorgingstehuis met zeven aanleunwoningen voor homoseksuele ouderen, het L.A. Rieshuis.
In het zaaltje van Café Rosé zitten deze donderdag drie uur zo’n veertig ouderen. Na een korte inleiding van Jasper Wiedeman van het homodocumentatiecentrum Ihlia gaat de beamer aan. Vandaag kijken de cafégangers de oudste beelden van homo’s op de Nederlandse televisie terug. Wiedeman laat beelden uit 1964 zien van Benno Premsela, de eerste man die openlijk op de Nederlandse tv uitkwam voor zijn homoseksualiteit. “Wie kent Benno allemaal?” vraagt geestelijk verzorger Anton Koolwijk. Van alle kanten klinkt bevestigend gebrom. Mevrouw Grotjohann roept vanaf de bank op de eerste rij: “Hij heeft het COC helemaal opgebouwd, en dat werd de mooiste dancing van Europa.” Ze lacht hard, anderen lachen mee.
Woon- en zorgmogelijkheden voor ouderen zijn er in gradaties. Van vrijblijvende activiteiten tot dagbehandeling, van woongroepen en aanleunwoningen tot verpleeghuizen voor diegenen die het meest afhankelijk zijn geworden. In al die categorieën ontstaan gespecialiseerde huizen: Amsterdam heeft een verzorgingstehuis voor gefortuneerde bejaarden, woongroepen voor oudere Marokkanen en Hindoestanen en woonzorgcentra met een keurmerk voor homovriendelijke zorg. Zorgorganisatie Cordaan opent volgende maand El-Noor, een woonvoorziening voor islamitische senioren.
Dat juist nu kleinschalige woon- en zorginititatieven als paddestoelen uit de grond schieten, is niet zo gek, legt Netty van Triest uit, programmaleider bij de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting: “De babyboomers, die nu met pensioen gaan, zijn erg geïnteresseerd om met elkaar te gaan wonen. Het is een eigenzinnige generatie met een hoger inkomen en meer vermogen.”
“Homovriendelijk” woonzorgcentrum De Rietvinck organiseert elke week activiteiten voor oudere homo’s, zoals films en praatgroepen. Uit de wijde omgeving komt er een vaste groep geïnteresseerden op af. De eerste donderdag van de maand is er Café Rosé, een gratis middag voor roze ouderen. Het café heeft om de maand een serieus thema en om de maand lichter amusement.

Foto: Ladyheart (morguefile)
De generatie homo’s die nu oud wordt, kan meestal niet rekenen op hulp van nageslacht. Adoptie, zaaddonors en draagmoeders waren er toen zij jong waren nog niet voor homo’s, dus kinderen hebben ze meestal niet.
Bij het Anton de Komhuis is juist het tegenovergestelde aan de hand. Anne-Rose Abendanon, die aan de wieg stond van het verpleeghuis, merkte bij ontmoetingscentrum Kraka-e-Sewa voor Surinaamse dementerende ouderen, dat veel van de ouderen bij hun kinderen in huis woonden. Familieleden hadden vaak geen vertrouwen in de Nederlandse zorg. Abendanon zag dat om een dementerende grootouder in huis te hebben, kleinkinderen hun kamer moesten afstaan en veel te veel mensen in één huis woonden. Daarom kwam er in november 2009 een verpleeghuis voor dementerende Surinaamse ouderen.
Anders dan bij Anton de Kom zijn de ouderen die naar de activiteiten van de Rietvinck komen vaak nog gezond. Ze hebben wel behoefte aan aanspraak van mensen die net als zij hebben moeten vechten om uit te komen voor hun seksuele voorkeur, en hun sociale leven wordt met het verstrijken van de jaren kleiner. Het merendeel van de deelnemers aan Café Rosé en De Roze Salon woont dan ook nog gewoon thuis.
Toch komt niet elke oudere zomaar in aanmerking voor elke woon- of zorgvorm. In het Anton de Komhuis wonen alleen ouderen die een verpleeghuisindicatie hebben, die dus 24 uur per dag recht hebben op zorg. Veel aanleunwoningen en woongroepen vallen onder sociale huur, met een bijbehorende inkomens- en vermogensgrens. En particuliere woonvormen zijn weer niet weggelegd voor de minimainkomens.
Mevrouw Grotjohann, vaste bezoekster van Café Rosé, moet er niet aan denken afhankelijk te worden. Ze woont nog zelfstandig in een flat bij de Gaasperplas in de Bijlmer. Twee keer woonde ze lang samen met een vrouw; nu is ze op zichzelf aangewezen. Nu gaat dat nog goed, ze fietst nog veel en wandelt. Haar moeder zei altijd: “Mannen moet je niet aan beginnen, en kinderen zijn hinderen.” Dat advies heeft Grotjohann letterlijk genomen.
Voor het L.A. Rieshuis in de Jordaan zou Grotjohann wel warm lopen, maar ze is te “kapitaalkrachtig” voor zo’n sociale huurwoning. Op een paar honderd meter lopen van haar appartement staat een normaal verzorgingstehuis. “Maar daar word je lastig gevallen door mannen. Daar zit ik echt niet op te wachten.” Haar sociale leven is klein geworden. Hoe het later gaat redden, zonder kinderen? “Ik neem wel een huisknecht. Of een meisje natuurlijk!”
De Oud-Amsterdammer: een fout jaartal is geen ‘big deal’
Posted By Kick Hommes On februari 14, 2012 @ 16:44 In Achtergrond, Interview, Leven, Nieuwsverhaal, Profiel | No Comments
De Oud-Amsterdammer is een gratis krant met nostalgische en sentimentele verhalen uit het Amsterdam van het verleden. “Het gaat goed, ver boven verwachting”, zegt Hans Peijs (53), hoofdredacteur van het blad en getogen in Amsterdam Oost. “We wilden het eerst zien en dan pas geloven, maar er zijn heel veel positieve reacties. En er zijn al ruim tweehonderd inzendingen voor de puzzel.”

De Oud-Amsterdammer. Sinds 27 november 2011 in Amsterdam. Foto:deoudamsterdammer.nl
AMSTERDAM, 14 februari – Sinds november 2011 is De Oud-Amsterdammer verkrijgbaar. De krant is de Amsterdamse versie van De Oud-Rotterdammer, de eerste gratis krant die zich richtte op 50-plussers in een grote stad. Na De Oud-Utrechter en De Oud-Hagenaar is het de vierde krant die deze formule gaat hanteren. “We zagen het succes in Rotterdam en vroegen ons af waarom het in Amsterdam eigenlijk niet gedaan werd”, zegt Peijs. “En na wat overleg was het eigenlijk zo geregeld.”
De kracht van de krant is volgens Peijs de goede formule van De Oud-Amsterdammer: “We maken artikelen over onderwerpen van bewoners en door bewoners die niet verder teruggaan dan ongeveer 1950. Mensen die ons blad lezen moeten het gevoel krijgen dat ze erbij waren, dat ze zich het konden herinneren.” Voor Peijs zelf geldt dit in ieder geval wel. “Ik ben 53, ik pas in de doelgroep van onze artikelen.”
Dat de krant leeft, blijkt uit het artikel over de brand bij C&A in 1963 in het nummer van 7 februari. Peijs: “we hadden zelf ook goed onderzoek gedaan naar de brand, maar hebben liefst 52 extra foto’s uit privéarchieven van lezers gekregen. Dat is nu allemaal op internet gepubliceerd. ”
Groot historisch onderzoek ligt niet aan de artikelen ten grondslag. Peijs: “Een jaartal kan weleens verkeerd zijn. Dat willen we natuurlijk liever niet, maar het is ook geen big deal. En het is ook alleen maar leuk als we dan weer reacties van lezers krijgen die zeggen dat het toch echt 1964 was in plaats van 1963.”
Voorbeelden van onderwerpen voor De Oud-Amsterdammer heeft Peijs genoeg. Zo gaat hij schrijven over de kroningsrellen in 1980, waarbij krakers met de leus ‘geen woning, geen kroning’ het volksfeest rond de kroning van Beatrix verstoorden. Maar ook schrijft hij over de verloving van Beatrix en Claus en komt in het volgende nummer een artikel over het Casa 400, het huidige studentenhotel bij Amsterdam Amstel. “Dat gaat binnenkort gesloopt worden en we willen er een mooi verhaal over maken”, zegt Peijs.
Op dit moment schrijft Peijs veel stukken zelf, maar er is ook ruimte voor eigen initiatief. Peijs: “we stimuleren eigen inbreng en daar is op dit moment geen gebrek aan. We kunnen moeiteloos twee pagina’s vullen met stukken van lezers.” Mensen die goed schrijven worden volgens Peijs wel gevraagd of ze meer willen bijdragen aan de krant. “We willen naar een vaste redactie. Laatst meldde iemand zich spontaan aan, maar die wilde alleen maar over de Pijp van voor 1940 schrijven. Dat kan dus net niet.”
De oplage van de krant is 120.000 en gratis af te halen op vierhonderd verspreidingspunten in Amsterdam, Almere, Diemen, Weesp, Lelystad, Muiden en Purmerend. Inkomsten haalt de krant vooral uit advertenties, maar inmiddels zijn er volgens Peijs al ongeveer honderd abonnementen van vijftig euro per jaar verkocht aan mensen die niet naar een verspreidingspunt willen of kunnen.
Voorlopig wil Peijs nog niet denken aan uitbreiding van de krant. “We willen eerst settelen. Het gaat goed maar er moeten nog meer advertenties bij voor we van de zestien pagina’s nu naar 24 en meer willen.” Wel heeft Peijs goede hoop dat er uitgebreid kan worden: “ik hoorde laatst dat een ‘Jonge Amsterdammer’ van 35 zei dat het eigenlijk een krant voor iedere Amsterdammer is. Zo hadden we er nog niet over nagedacht, maar het is een welkome meevaller!”
De volgende editie van De Oud-Amsterdammer ligt op 21 februari in de schappen. Dan wordt ook duidelijk wie van de tweehonderd inzendingen de winnaars van de Intratuin-cadeaubonnen worden.

“Artsen willen altijd alleen maar behandelen”
Posted By Lisa Van Der Velden On februari 14, 2012 @ 16:36 In Algemeen, Leven, Reportage | No Comments
De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) organiseerde deze week een ‘wilsverklaringenestafette’. Bij de estafette werd op 65 plaatsen in Nederland voorlichting gegeven over de formulieren van de wilsverklaring, waarmee mensen kunnen aangeven wat hun euthanasiewensen zijn. Volgens de NVVE bestellen veel mensen een wilsverklaring, maar vullen hem niet in, of bespreken hun wensen niet met hun huisarts. “Die mensen willen we vandaag over de streep trekken.”
AMSTERDAM, 14 februari – Lidy (80) heeft een ketting met een wit kaartje om haar nek. “Reanimeer mij niet” staat erop, in rode kapitalen. Daaronder haar pasfoto en handtekening. Ze zit samen met twintig anderen in een klein kantoortje in het pand van de NVVE aan de Leidsegracht. De estafette is al begonnen, maar de bel blijft gaan. “Kunt u morgenochtend terugkomen?”, vraagt een vrijwilliger van de NVVE terwijl ze de deur opendoet. “Dan doen we een extra voorlichting.”

Foto: website NVVE
Herman Speerstra, ledencoördinator bij de NVVE, heeft de niet-reanimerenpenning van Lidy ook gespot. “Artsen willen altijd alleen maar behandelen, maar met zo’n penning moeten ze je serieus nemen”, zegt hij. Volgens het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport heeft de penning dezelfde juridische status als een schriftelijke wilsverklaring. Toch is de penning volgens Speerstra bij veel mensen nog ‘niet ingedaald’. “Elke idioot springt bovenop je om je te reanimeren.”
De middag heet een estafette, maar heeft meer weg een kringgesprek over euthanasie. Naast Lidy zijn er vooral vrouwen aanwezig. “Vrouwen hebben meer lef, wij durven erover te praten”, zegt een vrouw van in de zestig. “Mijn vriend is ouder, maar hij reageert niet als ik erover praat”, vult haar vriendin, gekleed in bontjas en bontmuts, aan. “Ik vind het moeilijk om de wilsverklaring nu al in te vullen, maar ik heb van mijn moeder geleerd: ‘Een slimme meid is op de toekomst voorbereid’.”
Bespreek uw euthanasiewensen regelmatig met de huisarts en vul de wilsverklaring in, is het advies van de NVVE. Volgens Speerstra sta je met een wilsverklaring sterker in je “strijd tegen de arts”. Helaas is euthanasie geen recht, maar een verzoek, zegt hij, terwijl hij een raam openzet. Als uw huisarts weigert, moet u zelf een andere huisarts vinden.” Een oude vrouw met grijze krullen kijkt bedrukt. Dat is heel moeilijk in Amsterdam, zegt ze.
“Mijn huisarts zegt steeds dat ze ‘alleen bij lijden’ euthanasie wil uitvoeren”, zegt een andere mevrouw in de vijftig. “Maar wat voor mij lijden is, is voor haar misschien geen lijden. Ze weet dat ik positief in het leven sta. Maar ik ga niet naar het verpleegtehuis, nooit.” Een andere vrouw zakt ineen, laat haar hoofd hangen en doet haar tong uit haar mond. “Ik ga er ook niet zo bij zitten, in een huis.”
“Ik had precies hetzelfde probleem met mijn huisarts”, zegt een mevrouw met een parelketting. Maar nu zeg ik vaak tegen hem: ‘dit en dat vind ik lijden, vind jij dat ook?’ Dan schrijven we dat samen op.” Speerstra complimenteert haar. Hoe vaker je het aankaart, hoe beter, vindt hij. “Voor iedereen ligt het anders, maar het is goed om het op te schrijven: ‘lijden is als ik mijn geliefde niet meer herken, als ik een boek lees en de letters vormen geen woorden meer’,” somt hij op.
Als alle huisartsen euthanasie weigeren “denkt de NVVE mee over zelfdoding”, zegt Speerstra. Er zijn verschillende manieren. “Ik loop gewoon de zee in, zegt de mevrouw met de bontjas. “Want ik kan niet zwemmen. Aan de andere kant, het lijkt me wel koud.” Een aantal vrouwen bespreekt vervolgens luchtig hoe de verdrinkingsdood zou zijn. Speerstra luistert.
Dan is hij aangekomen bij het volmachtformulier, bestemd voor situaties waarin mensen zelf niet over hun levenseinde kunnen beslissen. Met het formulier kunnen ze iemand aanwijzen die namens hen optreedt. Doen ze dat niet dan hebben de ouders, kinderen of broers- en zussen automatisch volmacht. “Bespreek dit met hen!” zegt Speerstra. “Wanneer zij goed op de hoogte zijn van uw wensen, geeft dat extra houvast in de onderhandelingen met de arts”.
Een vrouw met krukken vertelt dat een vriendin van haar ziek was. “Ze had drie kinderen, twee wilden euthanasie, maar één was tegen. Toen hebben ze doorbehandeld. Nu gaat ze kerngezond door het leven!” Alle vrouwen lachen. “Maar, voor hetzelfde geld word je een kasplantje”, waarschuwt Speerstra snel. Het is weer stil. “Zijn er nog vragen?”
Na een aantal praktische vragen is de bijeenkomst afgelopen. Een nieuwe groep is aan de beurt. Speerstra loopt even weg om iets te pakken. De meeste vrouwen lopen naar de uitgang, anderen staan om Lidy heen en bekijken haar penning. “Omdat het een feestdag is, mag ik ze gratis uitdelen”, zegt Speerstra triomfantelijk, terwijl hij met een stapel folders komt binnenlopen. De vrouwen juichen. “Dementie, en het zelfgewilde levenseinde” staat erop.
Veertig jaar bejaardengymnastiek
Posted By Thomas Rueb On februari 14, 2012 @ 16:34 In Algemeen, Interview, Leven | No Comments

De 81-jarige Jannie Smit toont haar Ereteken van Verdienste. Foto: Thomas Rueb
Deze week ontving Jannie Smit (81) het Ereteken van Verdienste van de stad Amsterdam. Ze kreeg de onderscheiding voor haar inzet voor de stichting Bewegen voor Ouderen, waarvoor ze al veertig jaar gymnastiekles geeft aan ouderen in Amsterdam.
AMSTERDAM, 14 februari – Op de achtergrond klinkt oude jazz, traag en met veel koper. De muziek kabbelt uit een gettoblaster. Die neemt Jannie Smit (81) elke dag mee. “Maak je lang! Strek je benen”, roept ze over de muziek heen. Een zestal oudere dames volgt elke beweging die Smit voordoet. Ze liggen op blauwe yogamatjes. “En fietsen! Alsof je in een ligfiets zit.” De benen schieten gehoorzaam de lucht in en duwen denkbeeldige trappers. “Zo, ja!”, roept Smit tevreden. “Juist. En wissel.”
De aerobicsles van vandaag is één van de zeven gymnastieklessen die Jannie Smit per week geeft aan ouderen in Amsterdam, op vrijdag zelfs vier uur achter elkaar. Die lessen zijn vooral bedoeld voor tachtigers. “Een enkeling is wat jonger”, lacht ze. “Maar mijn oudste is 95.”
Smit geeft de lessen al veertig jaar lang. “Ik ben in 1972 bij Meer Bewegen voor Ouderen gekomen. En dat doe ik sindsdien. Maar ik ben er tussendoor wel heel even uit geweest.” Ze kijkt bijna schuldbewust. “Een paar jaar geleden brak ik mijn heup. Dat duurde even. Maar ik ben gewoon weer terug gekomen.”
Ereteken van Verdienste
Het Ereteken van Verdienste wordt toegekend door de stad Amsterdam aan diegenen die zich 25 jaar of meer heeft ingezet voor een Amsterdamse vereniging, stichting of instelling.
Foto: Thomas Rueb
De les vandaag vindt plaats in de boksruimte van sportcentrum De Pijp. Aan het plafond bungelen kettingen waar normaal gesproken bokszakken aan hangen. De groep krijgt pas sinds een jaar les in deze ruimte, noodgedwongen. “Door de bezuinigingen zijn vorig jaar bijna alle buurthuizen dichtgegooid”, vertelt Smit. “Daar zaten de gymnastiekclubjes voor ouderen. Om Meer Bewegen voor Ouderen überhaupt door te kunnen zetten, hebben we meer dan veertig nieuwe locaties moeten zoeken. Dit is er één van.” Ideaal is het niet. Ze kijkt om zich heen. “Het is een kale boel; we gebruikten altijd rekstokken, maar die hebben we nu niet. De mensen worden mét mij oud, en die vinden het niet meer lekker op de grond.”
Vorige week werd ze onderscheiden met het Ereteken van Verdienste van Amsterdam. De wethouder en haar familieleden verrasten haar tijdens één van de gymnastieklessen. “Ik had het nooit verwacht”, vertelt ze. Trots laat ze de speld zien. “14 karaats goud. Ik neem hem overal mee naartoe.”
De onderscheiding is de kroon op haar werk, zegt ze, maar aan stoppen denkt ze voorlopig nog niet. “Ze willen hier dat ik nog tien, vijftien jaar doorga.” De andere dames mompelen instemmend. “Nou ja, zolang ik het kan blijven doen, waarom niet?” Ze is er duidelijk fit genoeg voor. “Houdt u er wel rekening mee dat ik al drie weken niet meegedaan heb?”, hijgt één van de deelneemsters vermoeid tegen het einde van de les, zichtbaar jonger dan Smit. “Sodeju.”

Jannie Smit (derde van links) met haar aerobicsklas. Foto: Thomas Rueb
Meer waterleidingen bevriezen door kou
Posted By Lisa Van Der Velden On februari 8, 2012 @ 17:00 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht | No Comments
AMSTERDAM, 8 februari –Waternet kreeg deze winter bijna vijf keer zoveel meldingen binnen van bevroren waterleidingen en -meters in Amsterdam als vorig jaar. De Amsterdamse brandweer moest sinds de vrieskou 48 keer uitrukken vanwege gesprongen waterleidingen. Dat zeggen woordvoerders van Waternet en Brandweer Amsterdam-Amstelland.

De brandweer probeert de woonboot aan de Zwanenburgwal leeg te pompen. Tevergeefs. Foto: RTV Noord-Holland
Het gemeentelijke waterleidingbedrijf Waternet ontving deze winter tot nu toe meer dan vijfhonderd meldingen van bevroren waterleidingen en watermeters in Amsterdam. Vorig jaar waren dat er 150 in totaal. “Het is kouder, en langer koud van voorgaande jaren”, verklaart Barbara Groenendijk, communicatieadviseur bij Waternet. “Dat het zo hard waait speelt ook mee, dat versnelt het bevriezingsproces.”
Waternet zette twintig extra mensen in om de problemen te verhelpen. Het waterleidingbedrijf vervangt slechts bij de helft van de meldingen de waterleidingen en meters. “In veel gevallen lopen de leidingen door het huis heen. Dan zijn bewoners zelf verantwoordelijk voor reparatie”, aldus Groenendijk. Ongeveer 470.000 woningen hebben een aansluiting op het waternet in Amsterdam.
Als water bevriest, zet het uit, waardoor bevroren waterleidingen kunnen springen. Maandagochtend zonk een woonboot aan de Amsterdamse Zwanenburgwal door een gesprongen waterleiding. “Het lukte de brandweer niet om de boot op tijd leeg te pompen”, vertelt Remco de Korte, persvoorlichter bij Brandweer Amsterdam-Amstelland. Een woonboot aan de Haparandadam had maandag ook een gesprongen waterleiding, maar kon volgens de brandweer “worden gered”.
Laatste keer geen Cito-toets
Posted By Arman Avsaroglu On februari 8, 2012 @ 16:56 In Achtergrond, Algemeen, Leven, Reportage | No Comments

Geert Groote School. Foto: Arman Avsaroglu
De Cito-toets is dinsdag begonnen. Het is de laatste keer dat de toets in de huidige vorm wordt gehouden. Volgend jaar komt er een gestandaardiseerde taal- en rekentoets. Die wordt verplicht voor alle basisscholen. Niet iedereen in Amsterdam ziet dat zitten.
AMSTERDAM, 8 februari 2012 – De leerlingen wachten. Hun tafels zijn leeg op een scherpgeslepen potlood, een gum en een antwoordvel na. Er hangt een opgewonden stilte in het lokaal als lerares Astrid Huisden de opgavenboekjes uitdeelt. De achttien Groep 8-leerlingen van de Vlinderboom basisschool in Amsterdam West doen mee aan de Cito-toets. Drie dagen lang beantwoorden ze tweehonderd meerkeuzevragen. Er staat veel op het spel. De uitslag is een belangrijke graadmeter voor het soort middelbaar onderwijs dat ze zullen gaan volgen – vmbo, havo of vwo. Samen met het advies van de leraar is de Cito-score het visitekaartje waarop die beslissing wordt genomen.
Dit is het laatste jaar dat de Cito-toets in de huidige vorm wordt gehouden. De Cito-toets is op dit moment niet verplicht. In Nederland neemt gemiddeld 85 procent van de basisscholen de toets af. In Amsterdam ligt dat percentage iets lager. Volgens een woordvoerder van Cito doen er dit jaar 222 Amsterdamse basisscholen mee, van het totaal van 262. Dat komt neer op 82 procent van de scholen.
Volgend jaar zal dat 100 procent zijn. In 2013 wordt de Cito-toets vervangen door een centrale eindtoets voor taal en rekenen, en die is verplicht voor elke basisschool. Tevens zal de toets niet langer in februari, maar in april worden afgenomen. Minister van Bijsterveld (Onderwijs, CDA) heeft het wetsvoorstel inmiddels naar de Tweede Kamer gestuurd. De naam Cito zal de toets niet dragen, maar inhoudelijk blijft de toets wezenlijk onveranderd. “Alle onderdelen zijn hetzelfde. Het is in principe gewoon de Cito-toets, maar dan gecentraliseerd voor alle basisscholen in Nederland”, aldus een woordvoerder van Cito, dat ook de nieuwe toets ontwerpt.
Dat stuit scholen die dit jaar niet voor de Cito kozen tegen de borst. Eén van die scholen is de Geert Grote School in Amsterdam-Zuid. Daar is van de spanning die bij de Vlinderboom tastbaar is, weinig te merken. Hier geen Cito-toets voor de groepachters. Kinderen rollen vrolijk door de sneeuw en ook bij de ouders die hun kinderen deze woensdagmiddag komen ophalen is er geen redenen tot zenuwen. Op deze vrije school is het een dag als alle anderen.

Schoolplein Geert Groote School. Foto: Arman Avsaroglu
Voor Bruno Raida, vader van de 12-jarige Lothari, hoeft het niet zo nodig, die Cito toets. “Je moet kinderen niet met die immense druk van zo’n belangrijke toets opzadelen. Alsof hun hele verdere carrière er van afhangt. Ik hecht veel meer waarde aan het oordeel van de leraren, die de kinderen acht jaar op school hebben meegemaakt.”
Dat is Simon Steen, directeur van de Verenigde Bijzondere Scholen (VBS), met hem eens. Ook hij is niet blij met de plannen van Van Bijsterveldt. “Je moet ouders en scholen de keuze geven kinderen op een andere manier te onderwijzen.” De meeste van de bij de VBS aangesloten scholen maken de Cito-toets niet. In Amsterdam zijn er 23 basisscholen aangesloten. Steen: “Het is een foute gedachte dat een gestandaardiseerde eindtoets voor alle basisscholieren het onderwijs vooruit kan helpen. De Cito-toets biedt slechts een momentopname. Wij zien meer in het leerlingvolgsysteem, dat de ontwikkeling van het kind gedurende acht jaar in kaart brengt.”
Ook Herbert de Bruijne, van de stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel (OOADA), vindt het leerlingvolgsysteem belangrijker dan de toets. Toch nemen alle scholen aangesloten bij de OOADA de Cito-toets af. Volgens De Bruijne doet Cito-toets niets af aan het leerlingvolgsysteem. “Als het goed is spiegelt de toetsscore het niveau dat tussentijds is gebleken.” Dat de toets verplicht wordt voor alle basisscholen is volgens hem een geen slechte ontwikkeling.
Gestandaardiseerd of niet, de leerlingen van de Vlinderboom maakt het allemaal niets uit. Het gaat hen om de toets van vandaag. “Het gaat wel om een belangrijk deel van je leven vandaag”, vertelt Zaineb (12), vijf minuten voor de toets begint. “Mijn ouders zijn ook hartstikke zenuwachtig.” Klasgenoot Ercan (12) heeft vannacht geen oog dichtgedaan. “Maar,” voegt hij er grinnikend aan toe, “dat kwam vooral door onze kat. Die heeft de hele nacht lopen miauwen.”
Parooljournalist beticht van belangenverstrengeling
Posted By Steffi Weber On februari 8, 2012 @ 16:48 In Leven, Nieuwsverhaal | No Comments

Het Rijksmuseum Foto: Voytikof via Wikimedia Commons
AMSTERDAM, 8 januari – De oorlog rond de fietstunnel onder het Rijksmuseum in Amsterdam gaat door. Afgelopen week ontdekte stedenbouwkundige en actievoerder Maarten Lubbers de namen van vier Paroolmedewerkers op een online petitie tegen de fietstunnel. Hij verwijt de Amsterdamse krant partijdigheid over dit onderwerp.
Frans Bosman, één van de journalisten in kwestie, deed verslag over de fietstunnel terwijl hij de petitie “Rijks op het Plein” ondertekend had. Aanvankelijk ontkende hij de petitie ooit te hebben ondertekend, maar later gaf hij toe dat inderdaad te hebben gedaan. Volgens Lubbers komt hierdoor zijn objectiviteit in het geding.
De fietstunneloorlog
Het Rijksmuseum, ontworpen door architect P.J.H. Cuypers [2] beschikt van oudsher over een karakteristieke onderdoorgang voor fietsers en voetgangers. De onderdoorgang is een belangrijke fietsverbinding van Museumplein naar de binnenstad.
Sinds 2003 wordt het hoofdgebouw van het Rijksmuseum verbouwd en de nieuwe hoofdingang van het museum komt na de verbouwing (2013) in de passage te liggen. Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum, vreest daarom dat het voor bezoekers te gevaarlijk wordt als fietser gebruik blijven maken van de onderdoorgang. Pijbes wil de passage bovendien gebruiken voor evenement.
Comité Red de Onderdoorgang wil dat de onderdoorgang eindelijk weer open gaat voor fietsers omdat het “een uniek stedenbouwkundig monument” is en omdat de doorgang een belangrijke fietsverbinding is tussen Amsterdam Zuid en de binnenstad.
In het voorlopige ontwerp voor de passage van het Rijksmuseum staat dat de fietstunnel open blijft voor fietsers. Op te drukken dagen (volgens het voorlopig ontwerp komt dat neer op ca. 30 dagen per jaar) zal de onderdoorgang echter exclusief voor voetgangers worden gehouden en ook tijdens grote evenemten (ca. acht dagen per jaar) moeten de fietsers omrijden.
Bosman deed ruim drie jaar geleden regelmatig verslag over de ontwikkelingen rond de verbouwing van het Rijksmuseum. Dit onderwerp werd later overgenomen door een andere redactie. Toen Bosman de petitie tekende, ging hij er naar eigen zeggen van uit dat hij niet meer over het onderwerp zou schrijven. Dat bleek niet het geval. Op 25 januari en 2 februari van dit jaar schreef hij alsnog over de fietstunnel. “Ik had een ochtenddienst en iemand moest het doen. Ik was trouwens ook vergeten dat ik die petitie ooit had getekend”, aldus Bosman. Zijn mening over de fietstunnel heeft volgens hem geen invloed op zijn berichtgeving over dit onderwerp.
Lubbers is het daarmee niet eens. “Als iemand zo’n lijst ondertekent en dus een duidelijke mening heeft, beïnvloedt dat impliciet zijn denken en schrijven. Van objectiviteit is dan geen sprake meer.” Ook Marjolein de Lange van Comité Red de Onderdoorgang, dat voor behoud van de fietstunnel vecht, vindt de berichtgeving van Het Parool over dit onderwerp soms ongenuanceerd. De Lange leest de krant niet dagelijks, maar vindt dat “het geluid van het Rijksmuseum meer te horen is dan de andere kant”. In het laatste artikel van Bosman voelt zij zich tevens onvolledig geciteerd, waardoor haar uitspraak een andere betekenis krijgt.
Ook de naam Peter van den Berg staat op de lijst. Van den Berg is eindredacteur bij Het Parool. Onlangs weigerde hij een ingezonden brief van Lubbers over de fietstunnel voor opiniepagina Het laatste woord. Hij ontkent de petitie te hebben getekend. “Weet je wel hoeveel Peter van den Bergs er in Amsterdam rondlopen? Mijn naam is een soort Jan Jansen, iedereen heet zo.” Ook twee andere Paroolmedewerkers en een freelancer geven toe de petitie te hebben getekend, zij hebben echter nooit over dit onderwerp geschreven. Op de petitie vóór de fietstunnel zijn geen Paroolmedewerkers te vinden.
Lubbers hoopt dat Het Parool in de toekomst objectiever gaat schrijven over de fietstunnel en alleen nog verslaggevers laat berichten die niet op de lijst staan. Parool-hoofdredacteur Barbara van Beukering heeft over deze kwestie “geen zinnig woord te zeggen” en noemt het een “ontzéttende non-issue”.
Minder tolken gebruikt door bezuinigingen
Posted By Alexander Leeuw On februari 8, 2012 @ 16:34 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht | 1 Comment

Bron: FLEXINO, Flickr
AMSTERDAM, 8 februari – Het gebruik van tolken in de zorg is zichtbaar afgenomen, sinds de vergoeding daarvoor is stopgezet op 1 januari. Wel wordt er meer telefonisch gebruik gemaakt van tolken. Dat meldt het Tolk- en Vertaalcentrum Nederland.
Sinds 1 januari heeft het ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport de vergoeding van tolken stopgezet. Het Mikado kenniscentrum interculturele zorg heeft daarom de website wijzijnsprakeloos.nl opgezet. De website beschrijft het belang van tolken en probeert oplossingen aan te dragen door informatie te verstrekken aan zorginstellingen en patiënten. Volgens de website werd er vorig jaar 166.000 maal gebruik gemaakt van tolkdiensten. Mikado benadrukt dat ze met de website niet protesteren tegen het besluit van het ministerie om de tolkenvergoeding af te schaffen.
Het VU medisch centrum in Amsterdam is één van de vele instellingen die met de bezuinigingen te maken heeft. Het heeft voor een interne oplossing voor het wegvallen van de vergoeding gekozen. Ze gebruiken bijvoorbeeld eigen zorgverleners die meerdere talen spreken. Het medisch centrum kon geen concrete cijfers geven over het tolkgebruik.
Nationaal beleid voor hepatitis B
Posted By Alexander Leeuw On februari 8, 2012 @ 16:30 In Leven, Nieuwsbericht | No Comments

Bron: Flickr, Pacific Northwest National Laboratory
AMSTERDAM, 8 februari – Experts willen een landelijke aanpak om chronische hepatitis B en C bij immigranten in Nederland op te sporen. De huidige aanpak is te beperkt. Experts van onder andere het Nationaal Hepatitis Centrum (NHC) en het centrum van infectiebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) hebben daarom een rapport bij de Gezondheidsraad ingediend. Het rapport wordt daar morgen besproken.
“Het gaat om bewustwording”, zegt Marijke Mostert, projectcoördinator voor het NHC en medeauteur van het rapport. “Veel mensen weten niet dat ze hepatitis B of C hebben.” De symptomen blijven lang onzichtbaar, maar de aandoeningen kunnen uiteindelijk leiden tot leverfalen en leverkanker. Het rapport bespreekt de kosten, het bereik en het effect van eerdere projecten, zoals ‘China aan de Amstel’. Dit project is nu gaande en probeert Chinezen in Amsterdam voor te lichten en eventueel te testen.
Het bereik van dit soort projecten is beperkt. Het blijft door de huidige aanpak afhankelijk van lokale initiatiefnemers. ‘China aan de Amstel’ is ondernomen door de GGD Amsterdam en lokale Chinese instellingen. Een landelijk, uniform beleid zou beter zijn, zo vertelde [3] Jim van Steenbergen eind januari al aan NAP Nieuws. Van Steenbergen is onderzoeker en epidemioloog bij het RIVM en medeauteur van het rapport.
Hans Houweling, secretaris van de Gezondheidsraad, bevestigt dat de commissie Infectie en immuniteit morgen het rapport zal bespreken. Dan zal blijken of er een advies aan de minister uitgebracht moet worden. Gewoonlijk wacht de Gezondheidsraad op een verzoek van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, maar in belangrijke gevallen kan het zijn dat er zonder een vraag advies wordt gegeven.
Groepen die verhoogd gevaar lopen zijn immigranten die zelf of wier ouders naar Nederland geëmigreerd zijn. In Zuidoost-Azië en tropisch Afrika komt hepatitis B met veertig keer zo veel voor als in Nederland volgens het blad Medisch Contact in december vorig jaar. Hoewel de virussen gemakkelijk te bestrijden zijn als seksueel overdraagbare aandoeningen, zijn de gevolgen erger als ze worden overgegeven van moeder op kind tijdens de zwangerschap. Immigranten uit landen waar de virussen veel voorkomen, hebben dus een verhoogde kans om drager te zijn.
Voor meer informatie over ‘China aan de Amstel’, lees dit artikel [4].
EYE Filminstituut wordt trouwlocatie
Posted By Thomas Rueb On februari 8, 2012 @ 16:28 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht | No Comments

Het EYE Filminstituut opent op 4 april haar deuren. Foto: © Rene den Engelsman.
AMSTERDAM, 8 februari – Een filmhuwelijk in Amsterdam is binnen handbereik. Binnenkort kan er getrouwd worden in het nieuwe EYE Filminstituut in Amsterdam, dat begin april haar deuren opent.
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Amsterdam Noord besloot afgelopen maandag om het Eye Filminstituut aan te wijzen als “huis der gemeente”. Dit betekent dat er rechtsgeldig huwelijken mogen worden voltrokken in het pand aan het IJ. EYE diende de aanvraag eind vorig jaar in.
Volgens het stadsdeel is EYE als trouwlocatie “een aanwinst voor Amsterdam”, en tevens de enige moderne trouwlocatie in Noord. Volgens Ingeborg Tuinman van het EYE Filminstituut “staat er al één bruiloft in de planning”.
Het EYE Filminstituut is de nieuwe huisvesting van het huidige filmmuseum in het Vondelpark. De openingsdatum is vastgesteld op 5 april 2012.
De klok slaat… 16:00
Posted By Alexander Leeuw On februari 8, 2012 @ 16:26 In Algemeen, Column, Leven | No Comments

Bron: Flickr, nsikander28
In iedere editie van NAP schrijft een van onze redacteuren een column over Amsterdam naar aanleiding van een tijdstip. Vandaag slaat de klok… 16:00.
In het weekend voelde ik het weer. Ik was bij mijn ouders op bezoek en realiseerde me dat de laatste editie van NAP Nieuws eraan zit te komen. Het wegvallen van de deadlines in combinatie met mijn vader die vanwege zijn traditionele winterdip zijn agenda voor de komende vijf jaar volplant met reizen, ontdooide mijn drang om naar het buitenland te gaan. Precies uitleggen waarom is moeilijk. Misschien doen de problemen met het openbaar vervoer door het weer denken aan landen waar ik geweest ben, waar de dienstregeling nog veel slechter is.
Het is een prettig geworden ritme bij NAP, waarbij op woensdag en vrijdag nieuws wordt verwacht. Sinds begin januari hebben de redacties Mooi, Leven en Stad zich op Amsterdam gestort. Deze tiende editie is op een bepaalde manier al het laatste: nummer elf wordt een themanummer, ‘Oud Amsterdam’. Helaas wordt het nieuws nu door twee kwesties gedomineerd, iets met Ajax en Cruijff en iets met ijs. Van Gaal is door het ijs gezakt, laten we het daar op houden. Met kriebels in mijn benen, die nog enigszins onderkoeld zijn, dwaalt mijn internetbrowser van Amsterdam naar wereldnieuws en bij de sfeeromschrijvingen en foto-essays droom ik weg.
Protesten in Moskou, oorlog in het Midden-Oosten, een smerige voorverkiezingscampagne in de Verenigde Staten: zoveel om over te schrijven, zo veel plekken om te bezoeken, zo weinig tijd.
De drang om te reizen heerst in obsessieve vorm onder de mannelijke kant van mijn familie. Mijn opa groeide op in Nederlands-Indië omdat zijn vader daar als marinier gestationeerd was. Sinds hij als tiener naar Nederland kwam heeft hij de vrijheid die hij daar voelde altijd gemist. Hij reisde, misschien daarom, met zijn vrouw en kinderen Europa rond. Mijn vader wilde vervolgens met mijn moeder de hele wereld over, en ik was de gelukkige die mee mocht.
Maar mijn dagdroom over landen die ik heb bezocht en wil bezoeken, begint te haperen. De winter die ik drie jaar geleden voor mijn studie doorbracht in Italië is de koudste winter uit mijn herinnering. Omdat huizen in Bologna vaak met enkel glas zijn uitgerust en slechte geïsoleerd zijn, is het bijna onmogelijk om aan kou te ontsnappen. En het wordt daar koud. Dit jaar is er al een dik pak sneeuw gevallen en de lage temperaturen zorgen voor problemen met de gasleidingen. Ook daar ontkomen ze niet aan ijsperikelen.
In Moskou zal het wel niet veel beter zijn. En hoewel de politieke kwestie in Rusland veel interessanter en belangrijker is dan het eindeloze gezever bij Ajax, komt het in feite op hetzelfde neer: een schrijnende combinatie van ego’s, geld en bureaucratie die zich maar voort laat slepen.
De clash in de Verenigde Staten tussen Mitt Romney en Newt Gingrich in de Republikeinse kandidaatsverkiezingen laat zich gemakkelijk daarbij plaatsen. Normaal gesproken wordt er weinig aandacht aan de voorverkiezingen besteed, maar deze race om het presidentkandidaatschap is dusdanig smerig dat die breed wordt uitgemeten in het nieuws.
Zelfs het nieuws uit het Midden-Oosten werd even gedomineerd door het voetbal. Bij grimmige rellen in Egypte tussen voetbalclubs Al Masry en Al Ahly vielen enkele tientallen doden en honderden gewonden.
Overal is hetzelfde patroon te vinden. Het nieuws in Amsterdam is een spiegel voor de rest van de wereld, of ligt in het verlengde ervan. Deze overweging brengt even de rust bij mij terug. Het doet me anders kijken naar NAP Nieuws. De deadline van deze voorlaatste editie staat op vier uur ‘s middags, als het acht uur ’s ochtends is in Colorado en zeven uur ’s avonds in Moskou. Eindelijk heb ik dan tijd om te gaan schaatsen. Maar het begint te dooien.
Vuurwerk oorzaak brand Leger des Heils
Posted By Thomas Rueb On februari 3, 2012 @ 16:48 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht | No Comments

Harry Doef: "Ik wil er niet aan denken hoe het had kunnen aflopen." Foto: Thomas Rueb
AMSTERDAM, 3 februari – De brand die gisterochtend woedde in het Goodwillcentrum van het Leger des Heils is ontstaan door vuurwerksterretjes. Ze waren afgestoken door een jongetje van vier. Niemand raakte gewond.
Brandweer en politie rukten gisterochtend halfzeven massaal uit om een brand te blussen in het Goodwillcentrum in Amsterdam Noord. Harry Doef, manager bij het Leger des Heils: “Politie en brandweer weten ook: het is bij het Leger des Heils, dus er zijn veel kwetsbare mensen.” Twee appartementen van het voormalig klooster stonden in brand. De bewoners werden tijdelijk geëvacueerd.
Doef weet inmiddels wat de oorzaak van de brand was. “Een jongetje van vier heeft sterretjes afgestoken onder een bed in één van de appartementen. De matras is toen gaan branden.” Zijn twee jaar jonger zusje was er ook bij. Wat volgde was een korte, felle brand met snelle rookontwikkeling. “Het was schrikken, maar het viel uiteindelijk mee. Ik wil er niet aan denken hoe het had kunnen aflopen.”
De media verschenen kwamen in groten getale op de brand af. Het Parool en AT5 berichtten gisteren dat er vijf gewonden zijn gevallen. Niet waar, zegt Doef. “Er zijn vijf mensen door ambulancepersoneel onderzocht, om te controleren of ze geen last hadden van de rookontwikkeling, maar niemand was gewond.” Eén persoon werd naar het ziekenhuis vervoerd voor verdere controle. “Maar ook hij stond een uur later weer voor de deur.” Hij heeft de media hiervan op de hoogte gesteld, vertelt hij, maar tevergeefs. “Hun verhaal is blijkbaar interessanter dan hoe het echt gebeurd is.”
Het Goodwillcentrum in Amsterdam Noord is een opvangtehuis voor jonge moeders met een verstandelijke beperking. Het is één van de ruim veertig locaties van het Leger des Heils in Amsterdam. De jonge vrouwen wonen er met hun kinderen. De bewoners van de afgebrande appartementen zijn opgevangen door familie.

Donderdagochtend woedde er brand in het Goodwillcentrum van het Leger des Heils. Foto: Thomas Rueb
“Ik mis een erotische nachtclub waar ik ook met mijn vrouw heen kan”
Posted By Lisa Van Der Velden On februari 3, 2012 @ 16:46 In Algemeen, Interview, Leven | No Comments
Het bestemmingsplan moet nog worden gewijzigd, maar hij heeft er alle vertrouwen in: deze zomer opent hij het eerste rooftoprestaurant in Amsterdam Centrum. Daarna zou horecaondernemer Bert van der Leden (o.a. Supperclub, Nevy, Nomads) graag een burlesque nachtclub neerzetten. “Ik vind het leuk om een van de eersten te zijn.”

Horecaondernemer Bert van der Leden. Foto: IQ Creative
Van der Leden (62) zit achterovergeleund op een stoel in zijn kantoor aan het Rokin, zijn handen achter zijn hoofd. Voor hem liggen twee telefoons op tafel. Aan de muur hangt een schilderij van een toiletrol. Gucci, staat er op het toiletpapier. Allereerst moet hem iets van het hart. “Ik vind het vervelend dat de horeca altijd negatief in de media komt. Dan wordt de euro gewisseld en hebben wij het verkeerd gedaan, dan schenken we weer water uit de kraan. Er is altijd wat. Maar er wordt nooit gezegd dat de gezamenlijke horeca de grootste werkgever van Nederland is, of de grootste werkgever in Amsterdam.”
Dan, ineens vrolijk: “Maar oké, waar gaan we het over hebben?”
Wat zijn precies uw plannen met het rooftoprestaurant?
“Bij Hoogland kun je straks over de hele stad heen kijken. Boven op het Rokin 75, dat is een mooi plekkie. Hoogland is eigenlijk alleen de werknaam, maar het begint te wennen. Onder het logo staat straks waarschijnlijk Terroir des Pays Bas. Van eigen bodem. We willen met producten uit Nederland gaan werken. Er zijn heel veel mooie Nederlandse producten, veel daarvan gaan naar de markt in Parijs. Mensen vergeten dat wel eens. De oesters, de mosselen, de kreeft uit Zeeland, maar ook mooie groentes. Er zitten rond Amsterdam veel biologische boeren. Daar willen we mee samenwerken. Ik heb er met mijn koks over gesproken en die vinden het allemaal heel spannend.”
Canvas zit ook op de bovenste verdieping. Wat maakt Hoogland uniek?
“In San Francisco en Berlijn zijn tientallen, misschien wel honderden rooftoprestaurants. In Amsterdam staat het concept nog in de kinderschoenen. Ik vind het leuk om één van de eersten te zijn.
“De gemeente is ook heel enthousiast over Hoogland. Het past in hun plannen met de zogeheten Rode Loper, waarmee Amsterdam de verslonsde entree vanaf het Centraal Station wil opknappen. De gemeente heeft zelfs Het Parool op mijn spoor gezet. Ik vroeg hen nog: ‘Vinden jullie het niet een beetje vroeg om met de media te praten, het bestemmingsplan is nog niet gewijzigd. Daar moeten jullie nog toestemming voor geven.’ Ze zeiden: ‘Nee hoor, we denken dat het wel goed komt.’”
Worden uw plannen altijd zo goed ontvangen of liep het ook wel eens minder soepel?
“Nee, eigenlijk nooit. Als ik het vergelijk met het buitenland dan denk ik dat wij niet mogen mokken over de overheid. Als je een redelijke vraag hebt, krijg je een redelijk antwoord. Ik heb het in het buitenland waanzinnig lastig gehad. In Rome pestte de overheid de Supperclub gewoon weg.”
Bij Nevy en Nomads wordt veel gebruik gemaakt van acties van kortingssite Groupon. Is dat een symptoom van de financiële crisis?
“Als je gebruik maakt van Groupon, dan denkt iedereen: ‘Het zal wel slecht gaan.’ Een collega noemde het ‘een economisch probleem in de etalage zetten’. Maar voor de crisis sprak niemand er zo over. Terwijl Groupon toen ook al bestond, en we aan dingen als de Restaurantweek en Dining City meededen. Ik vind Groupon een fenomeen. Wat anderen er ook van zeggen, ik vind het fantastisch.
“Kijk, ik zeg niet dat het heel goed gaat. Ik kan niet zeggen dat de crisis ongemerkt aan ons voorbij gaat, dat zou onzin zijn. Maar we zitten niet in de rode cijfers. Ik vind dat wij nog steeds mooie cijfers hebben, ook al zijn die naar beneden bijgesteld. Daar moet je in deze tijd wel bij glimlachen, want het gaat bij een hoop anderen natuurlijk niet goed. Maar ik hoor hier in Amsterdam eigenlijk weinig collega’s heel erg klagen. Ik denk dat het komt door het grootstedelijke.”
Wat mist Amsterdam nog?
Lange stilte. “Ik mis een nachtclub met een erotisch tintje. Dat zou ik willen neerzetten, maar wel iets waar ik ook met mijn vrouw heen kan. Dat bijvoorbeeld Erwin Olaf de wallpapers maakt. Erotiek gemaakt door een mooie kunstenaar. En dames in de bediening in een burlesque sfeer. Dat heb je in Londen en Parijs op hoog niveau. Daar schaamt niemand zich ervoor. Als ik daar met jullie naartoe ga wil ik dat jullie denken: ‘Wat is dit? Dit is goed!’ En niet: ‘Wat een vieze oude man.’”
“Lesbiennes hebben geen hoog aaibaarheidsgehalte”
Posted By Frank Huiskamp On februari 3, 2012 @ 16:38 In Algemeen, Interview, Leven | No Comments

Van Oosten (rechts) met de zondag uitgereikte Bob Angelo-penning. Foto: COC Nederland, Geert van Tol
Twintig jaar lang leidde Maria van Oosten het door haar opgerichte blad voor de lesbische en biseksuele vrouw Zij aan Zij. In december vond ze het tijd het stokje over te dragen. Afgelopen zondag kreeg zij erkenning voor haar inzet voor de lesbische gemeenschap in de vorm van de jaarlijkse Bob Angelo-penning van het COC. NAP sprak met haar over de lesbische gemeenschap, die minder zichtbaar is dan die van de homomannen. “Lesbiennes willen vooral niet in een underdogpositie komen.”
AMSTERDAM, 3 februari – Ze had een keer serieus overwogen een foto toe te voegen aan een persbericht. Bang dat er sprake was van stereotypering. “Zouden ze denken dat ik ook zo’n kort koppie ben?” Maria van Oosten zocht naar eigen zeggen vaak de media op om extra aandacht te vragen voor de lesbische en biseksuele vrouw, maar haar pogingen slaagden maar niet. “Erg eigenlijk, zo denken”, zegt de Amsterdamse lachend bij een kop thee in een café in de Jordaan over haar gedachte. “Maar goed, hè, je probeert wat.” Twintig jaar geleden richtte Van Oosten het blad Zij Aan Zij op. “Zowel voor radicale potten als de lipsticklesbo.” In december nam zij afscheid als hoofdredacteur, maar ze praat nog steeds in de wij-vorm als ze het over het blad heeft, dat inmiddels ZZ/This=Us heet.
Zondag ontving Van Oosten op de nieuwjaarsreceptie van de COC, de Nederlandse vereniging voor de integratie van homoseksualiteit, de Bob Angelo-penning voor haar inzet voor lesbiennes en biseksuele vrouwen. Toch een beetje erkenning, vindt ze. Erkenning voor het werk voor een gemeenschap die lang niet zo zichtbaar is als die van de homoman. Een gemeenschap die ook lijdt onder stereotypering en een onderschatting van geweld, zo bleek uit onderzoek eind vorig jaar. “Ik denk dat heel veel lesbiennes niet zo graag in het zielige hoekje zitten.”
Wordt er een probleem gebagatelliseerd?
“Ik denk dat de lesbiennes soms zelf een houding hebben van ‘we redden ons wel, wij kunnen heus ons mannetje wel staan’. En dat is natuurlijk vaak ook wel zo. Daarmee vegen ‘ze’, ik generaliseer even vreselijk, veel dingen die niet goed gaan onder de tafel.”
Er zijn toch ook lesbiennes die wél moeite hebben met hun seksualiteit?
“Het grappige is dat je die vrouwen niet veel hoort. Zij zoeken niet echt hulp bij anderen. Dat is iets aparts van deze doelgroep, iets waarover ik me al twintig jaar verbaas. Er wordt niet snel moord en brand geschreeuwd en hulp ingeschakeld.”
Heeft u in die twintig jaar niet kunnen doorgronden waaraan dat ligt?
“Ik denk dat het te maken heeft met die houding van ‘wij zijn niet zielig’. Ze willen vooral niet in de underdogpositie komen.”
Maar is dat goed of slecht? Een deel van hen zal toch ook worstelen met problemen.
“Er is ook een deel dat er niet goed mee omgaat. Zo is uit onderzoek gebleken dat er relatief meer depressiviteit en eenzaamheid onder lesbische vrouwen is in vergelijking met heterovrouwen. Dat krijg je als je geen steun zoekt bij anderen.”
Homomannen en homogeweld domineren het nieuws. De lesbiennes lijken dusdanig doodgezwegen te worden dat je bijna denkt: oh, die hebben het veel makkelijker.
“Dat is niet zo. Ik vind het dus gek dat er bij een programma als Uit de Kast van Arie Boomsma geen enkel meisje zit. Dat is toch opmerkelijk. Ik denk dat heel veel meiden het nog steeds enorm lastig vinden om zichzelf te laten zien, om ervoor uit te komen. Dat heeft veel meer nog met onzekerheid en hulp durven vragen te maken.”
Er zijn vrouwen die bewust geen steun zoeken en vrouwen die dat wel willen, maar niet doen. Waarom doen zij dit niet?
“Dit is een heel subjectief antwoord hoor: ik denk dat de meesten zullen verwachten dat wanneer ze hulp inschakelen, er niet veel zal zijn.”
Er wordt vaak geen melding van geweld gedaan bij de politie om die reden en omdat de vrouwen denken niet serieus genomen te zullen worden. Zorgt de politie zelf voor dit beeld?
“Dat zou kunnen. Het is vast en zeker een keer gebeurd dat agenten die meldingen niet serieus hebben genomen. Ik heb ook weleens telefonisch aangifte gedaan van een aanranding. Dan niet als lesbienne of biseksuele vrouw, maar daarop werd ook heel laconiek gereageerd. Ik had serieus het idee dat ik stoorde tijdens een potje poker of zo. Dat geeft je niet zo veel vertrouwen. Misschien hebben die vrouwen ook wel zoiets. Lesbiennes doen het bijvoorbeeld ook niet lekker in de media. Die hebben geen hoge aaibaarheidsfactor, zoals veel homomannen dat wel hebben. Zij hebben een hoog knuffelgehalte.”
Hoe probeerde u in Zij Aan Zij iets aan het beeld van lesbiennes te veranderen?
“Je kunt proberen daarop enige invloed uit te oefenen. Door de schrijfstijl, door de manier waarop je lesbiennes presenteert. Leuke kop erboven, vrolijke zelfbewuste vrouwen in de artikelen en op de foto’s.”
Een beetje pr voor de lesbische gemeenschap dus? Maar daar wil je toch ook niet te veel nadruk op leggen?
“Je probeert te schipperen. Aan de ene kant willen we het lesbisch-zijn niet problematiseren. We willen ook geen niets-aan-de-handblaadje maken, want er is wel iets aan de hand. Maar het is een beetje op eieren lopen, de sterke en minder sterke kanten benadrukken. Daarover moet je het ook hebben. Je moet dingen die niet goed gaan niet onder het tafelkleed wegmoffelen. Maar dat is lastig.”
Meer daklozenopvang door winterkou
Posted By Lisa Van Der Velden On februari 1, 2012 @ 16:54 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht | No Comments

Foto: Alexander Leeuw
AMSTERDAM, 1 februari – Circa 190 dak- en thuislozen maakten afgelopen nacht gebruik van de Amsterdamse winterkouderegeling. Die ging zondag van start. De Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GGD) verwacht dat het aantal dak- en thuislozen in de winterkoudeopvang de komende dagen zal stijgen.
Winterkoudeopvang is bedoeld voor alle dak- en thuislozen in Amsterdam die niet in staat zijn om onderdak te vinden bij aanhoudende kou. De regeling treedt in werking wanneer de gevoelstemperatuur meerdere dagen zowel overdag als ’s nachts onder nul ligt. De afgelopen nachten is het aantal dak- en thuislozen in de winterkoudeopvang flink gestegen, zegt Sanne van Meeteren, woordvoerder van de GGD. Zondag maakten 100 daklozen gebruik van de opvang, maandag waren dat er 140 en gisteren 190. “Hoogst waarschijnlijk bouwt dat zich de komende dagen op.”
Zodra de regeling in werking treedt bij extreme kou, kunnen dak- en thuislozen zich melden bij de GGD. Daar worden ze gescreend door sociaalpsychiatrische verpleegkundigen op hun zelfredzaamheid. Sommige aanvragers worden geweigerd. Tot nu toe waren dat er vijf. Volgens de GGD waren dat “toeristen die op zoek waren naar een gratis bed, of mensen die best een slaapplaats konden betalen”.
Als ze wel geaccepteerd worden, krijgen ze een overnachtingsplek toegewezen bij het Leger des Heils, HVO-Querido, de Volksbond of de Regenboog. Daarbij wordt rekening gehouden met de psychische gesteldheid van aanvragers. “Dak- en thuislozen met psychische problemen worden gecentreerd ondergebracht. Niet tussen de algemene populatie”, aldus Van Meeteren.
In de winter van 2010/2011 heeft de gemeente maximaal 339 mensen per nacht opgevangen tijdens de winterkou. Volgens Van Meeteren waren dat niet alleen daklozen, maar ook mensen die in een kraakpand zonder verwarming woonden, of mensen die in een caravan wonen.
Vorige week nam de Amsterdamse gemeenteraad een motie van GroenLinks, PvdA en de SP aan tegen een strikter toelatingsbeleid voor de winteropvang van daklozen. Het Amsterdamse college van burgemeester en wethouders wilde dat daklozen die korter dan drie maanden in Nederland verblijven alleen in noodsituaties toegang kregen tot de winterkoudeopvang, maar dat werd door de motie teniet gedaan.
Winterkoudeopvang bestaat naast reguliere nachtopvang. De gemeente Amsterdam kent gedurende het jaar 223 plekken in de nachtopvang. Deze bedden zijn het hele jaar beschikbaar.
Nieuw voorstel ‘onvoldoendecompensatie’ UvA
Posted By Thomas Rueb On februari 1, 2012 @ 16:52 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht | No Comments

Beeld: Thomas Rueb
AMSTERDAM, 1 februari – De faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam komt volgende week met een nieuwe versie van het omstreden onderwijs- en examenreglement. Dit concept stelt eerstejaarsstudenten Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam in staat onvoldoendes te compenseren. De facultaire studentenraad gaat hier waarschijnlijk mee akkoord.
De faculteit Geesteswetenschappen (FGw) gaat eerstejaarsvakken van bachelorstudenten samenvoegen in vier clusters. Binnen zo’n cluster kan één vijf worden gecompenseerd met een zeven, volgens een voorstel van het faculteitsbestuur. Een student slaagt dan voor het cluster mits hij daar gemiddeld minimaal een zes voor heeft. In het oorspronkelijke voorstel gold de compensatieregeling voor het hele eerste jaar. Dit betekent dat studenten kunnen afstuderen met maximaal vier onvoldoendes op hun cijferlijst.
Volgende week komt het faculteitsbestuur van de FGw met een aanpassing op dit voorstel. Volgens de aanpassing is de compensatieregeling daarin alleen van kracht tijdens het eerste semester. Dat vertelt de voorzitter van de Facultaire Studentenraad, Jaap Oosterwijk. Dit betekent dat een student niet meer dan twee onvoldoendes kan compenseren.
In december gaf de facultaire studentenraad FSR nog een negatief advies uit over het oorspronkelijke voorstel. In een brief aan vice-decaan Jan Willem van Henten noemde zij het in de huidige vorm “onacceptabel”. Ook deze week uitten leden van de FSR felle kritiek. Sinead Wendt sprak van “diploma-inflatie”.
Oosterwijk verwacht dat de FSR akkoord gaat met het aangepaste voorstel. De aangepaste compensatieregeling is volgens Oosterwijk acceptabel. Wel zet de FSR vraagtekens bij de samenstelling van de clusters waarin gecompenseerd kan worden. “Het is ongehoord als je bijvoorbeeld vakken Grieks met vakken Latijn zou kunnen compenseren.”
Het is nog onduidelijk wat hierover in nieuwe voorstel staat. Decaan Frank van Vree verzekert dat er in het voorstel “voorzieningen zijn getroffen om alle heikele punten op te lossen”. Inhoudelijk wilde hij er niet meer over kwijt. De FSR moet binnen zes weken reageren. “Dit is een punt waarop onze instemming nodig is”, aldus Oosterwijk. Mocht de FSR het definitieve voorstel afkeuren, dan rest de UvA volgens hem een beroepsmogelijkheid bij de landelijke commissie Onderwijsgeschillen.
Op een aantal Nederlandse universiteiten is het compenseren van onvoldoendes in het eerste jaar al langer mogelijk, zoals de Erasmus Universiteit en de Universiteit Leiden.
Het voorstel is in Amsterdam alleen afkomstig van de faculteit Geesteswetenschappen. De andere faculteiten zijn volgens UvA-woordvoerder Paul Helbing niet van plan dit voorbeeld te volgen.

Asscher wil Blue Labour
Posted By Alexander Leeuw On februari 1, 2012 @ 16:48 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht | No Comments

Glasman en Asscher in De Balie. Foto: Alexander Leeuw
AMSTERDAM, 1 februari – Wethouder van Amsterdam Lodewijk Asscher (PvdA) betoogt een nieuw soort politiek. Deze politiek zou gemodelleerd zijn naar de Blue Labour-theorie van Lord Maurice Glasman. Asscher en Glasman spraken maandagavond in Amsterdams cultuurcentrum De Balie. Glasmans Blue Labour pleit voor het benadrukken van het belang van interpersoonlijke relaties en persoonlijke verantwoordelijkheid. Het wil de economie terugbrengen tot kleinere, regionale niveaus.
Asscher zei dat de traditionele waarden verwaarloosd zijn. De nadruk moet meer op de mensen komen te liggen. “Er is teveel technocratie en er wordt te snel gezocht naar institutionele oplossingen.” De Labour-partij van Glasman kan gezien worden als de Engelse tegenhanger van de Partij van de Arbeid. Asscher omarmde Glasmans visie en de kritiek op het Labour-beleid van de afgelopen jaren. “Het is een sterke boodschap en een goede spiegel voor de maatschappij.”
Morele vragen, vindt Asscher, worden in de politiek te weinig gesteld en verliezen het meestal van pragmatische, technocratische overwegingen. Asscher sprak over Project 1012, het project van de gemeente om de Wallen te decriminaliseren. “De claim was dat het toerisme zou dalen. Maar wat is er belangrijker? De Hongaarse seksslaaf van negentien of de voordelen voor het toerisme?” Politiek moet in Asschers optiek morele vragen niet vermijden; er moeten politieke discussies gevoerd worden over in hoeverre mensen verantwoordelijk gehouden worden voor hun daden.
Er moeten volgens Asscher meer oplossingen worden gezocht in de persoonlijke sfeer. Dit in plaats van institutionele oplossingen. De wethouder illustreerde dit met een verhaal van een vader die zijn inboedel dreigt te verliezen door de schulden van zijn zoon. “De reflex is dan om de schulden te betalen en daarna de rest op te lossen. Maar dat is verkeerd. Er moet gekeken worden of de jongen niet ergens kan werken, bij een familielid bijvoorbeeld, waardoor hij meer inzicht kan krijgen.”

Lord Maurice Glasman - Foto: Alexander Leeuw
Asscher nam Glasmans theorie van regionale banken over en paste deze op het scholenbeleid toe. Door mensen meer inspraak en macht te geven in het schoolbeleid, zouden ze meer interesse krijgen. “Mensen worden dan trots op de scholen.” Glasman sprak op soortgelijke manier over regionale banken. Door regionale banken de voorkeur te geven boven grote, landelijke banken komt de verantwoordelijkheid volgens Glasman bij het individu te liggen. “Deze vorm van kapitalisme zou de democratische instituten versterken.”
Zowel de Labour-partij als de Partij van de Arbeid zijn op zoek naar een nieuwe visie. Uiteindelijk gaat het volgens Glasman om patriottisme, de wil om het land beter maken. Hij wordt in de Britse pers een “guru” genoemd voor de Labour-partij en diens leider, Edward Milliband.
Meer mkb’s opgeheven binnen sector algemene diensten
Posted By Frank Huiskamp On februari 1, 2012 @ 16:38 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht, Nieuwsverhaal | No Comments

Nog steeds een hoog percentage opheffingen in de bouw, wel daalt het. Foto: Judy** via Flickr
AMSTERDAM, 1 februari – Er zijn in 2011 meer middelgrote en kleine bedrijven in Amsterdam opgeheven binnen de sector van algemene diensten dan de jaren ervoor. In de bouwsector is er een lichte daling zichtbaar, maar blijft het percentage opheffingen hoog. Dat blijkt uit cijfers van de Kamer van Koophandel (KvK). Het totale opheffingspercentage van alle sectoren bleef constant op 5,8%.
In de sector van algemene diensten lag het percentage opheffingen over 20011 op 4,6%. De jaren ervoor schommelde het nog rond 3,5%. Tot de sector behoren onder andere onderwijs- en zorginstellingen. Over een verklaring hiervoor kon de KvK alleen speculeren. “Het zou wellicht snelle ontbindingen van nieuwe inschrijvingen kunnen betreffen”, aldus Dick Freling.
De bouwsector had ook in 2011 met een relatief hoog opheffingspercentage te maken. Dit lag vorig jaar op 9,9%. “Ik zie de laatste drie maanden bouwbedrijven failliet gaan. De bouw had altijd aanbod genoeg om zich om te richten, maar is nu meer afhankelijk van de vraag”, zegt Matthé Ribbens, directeur van de ondernemersvereniging voor het midden- en kleinbedrijf Amsterdam (MKB). Middelgrote en kleine bedrijven hebben 250 of minder werknemers.
Het percentage opheffingen in de bouw is wel gedaald. In 2010 lag dit nog op 11,1%, in 2009 op 12,1%. Volgens Ribbens is het stijgende aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) een mogelijke oorzaak voor de daling. “Ontslagen personeel kan moeilijk in een andere sector gaan werken. Zij blijven dan in de bouw werkzaam als zelfstandige”, aldus Ribbens.
Het totale opheffingspercentage van middelgrote en kleine bedrijven in Amsterdam is de afgelopen drie jaar constant gebleven. “Amsterdam blijft een rijke stad, waar veel wordt geconsumeerd”, zegt Ribbens. “Maar de crisis zal nog zeker wel twee jaar voelbaar zijn in de stad.”
Het verhaal achter het faillissement van Panama
Posted By Thomas Rueb On januari 27, 2012 @ 17:03 In Algemeen, Leven | 1 Comment
AMSTERDAM, 27 januari - Deze week vroeg het bedrijf achter de Amsterdamse club Panama faillissement aan. De club is vanaf 2006 verwikkeld in een juridische strijd tussen stadsdeel Oost en buurtbewoners van Panama. Volgens de club had een beperkt aantal buurtbewoners “zich vastgebeten in een slepende strijd om de club de wijk uit te krijgen”. De bewoners vertellen een ander verhaal. NAP Nieuws maakte een reconstructie.

Deze week vroeg de Amsterdamse club Panama faillissement aan. Foto: monosodium (morguefile)
Panama opende in 2001 als café-restaurant. Daarvoor kreeg de club een bijpassende horecavergunning (IV). Tussen 2001 en 2006 begon Panama steeds meer “discotheekactiviteiten” te ontplooien, die buiten de vergunning vielen, vertelt een woordvoerder van stadsdeel Oost. Het stadsdeel had wel oren naar een discotheek op die locatie. Zij kwam daarom in 2006 met een bestemmingsplan dat Panama voorzag van horecavergunning VI, bestemd voor discotheken. De illegale discotheekactiviteiten van Panama zouden op deze manier worden gelegaliseerd.
Hiertegen kwamen omwonenden in actie. Zij vochten het bestemmingsplan in 2007 voor het eerst aan voor de Raad van State.
Het pand van Panama aan de Oostelijke Handelskade in Zeeburg is een monument. Het is te overlastgevoelig voor het geluidsniveau van een discotheek. Dat bepleitten de buurtbewoners in 2007 voor de Raad van State. Ze kregen gelijk, het bestemmingsplan werd vernietigd. Stadsdeel Oost besloot toen de discotheekactiviteiten van Panama te gedogen. Volgens een woordvoerder van het stadsdeel bleef de club in het bezit van horecavergunning VI en mocht de club haar discotheekactiviteiten voortzetten, “omdat legalisatie van de situatie werd verwacht”. Er werd gewerkt aan een nieuw bestemmingsplan om de horecavergunning te ondersteunen.
Dat kwam er in 2008. Weer stapten de klagers naar de Raad van State en weer kregen ze gelijk. Ook dit bestemmingsplan werd vernietigd. Een jaar later volgde een derde bestemmingsplan. Dat werd tevens door de klagers aangevochten. Die zaak kwam voor op 19 december 2011. Rechter Wim Deetman verweet het stadsdeelbestuur dat het “tien jaar lang de illegale activiteiten van uitgaanscentrum Panama [had] gedoogd terwijl er toch door bewoners voortdurend aan de bel is getrokken”. De uitspraak wordt binnen twee weken verwacht.
Ook de Gemeentelijke Ombudsman Amsterdam “rekent het het stadsdeel aan dat het over een periode van acht jaar een illegale situatie heeft laten voortbestaan”. In maart 2010 concludeerde hij dat er “een illegaal gedoogbeleid van illegale activiteiten is ontstaan”.
Hoge kosten
Vooral hoge juridische kosten hebben volgens de eigenaren de club de kop gekost. Mede-eigenaar van Panama René Vidal verklaarde deze week tegen Het Parool dat “een groepje van hooguit vijf bewoners” zich had vastgebeten in een slepende strijd om de club de wijk uit te krijgen. Volgens gebouweigenaar Michael van de Kuit heeft Panama ongeveer 250.000 euro aan juridische kosten “moeten inleveren”.
Tienduizenden euro’s aan waterschade veroorzaakt door een bouwproject van het stadsdeel droegen volgens Van de Kuit ook bij aan het faillissement. Sinds anderhalf jaar is het aantal parkeerplaatsen rond de club verminderd, wat Panama noodzaakte parkeergelegenheid in een nabijgelegen parkeergarage te huren voor “vele duizenden euro’s”. Het stadsdeel verklaart dat Panama nooit bezwaar heeft gemaakt over afgenomen parkeergelegenheid.
Terugkijkend heeft Panama zich verslikt in te hoge juridische kosten, geeft Van de Kuit toe. De inkomsten liepen de afgelopen tijd terug. “Als je een slecht jaar draait is 2,5 ton heel veel geld.”
De klagers
Anders dan Panama in de media zegt, hebben de klagers hebben nooit tegen Panama zelf geprocedeerd. Zij procedeerden tegen het stadsdeel. Panama sloot uit eigen beweging aan, verklaren ze. “Wij voelen ons valselijk beschuldigd”, vertelt een omwonende van Panama, die liever anoniem wil blijven. “De uitspraken van de Panama in de pers hebben ons zo verbaasd.” Volgens Panama-eigenaar Van de Kuit had Panama geen andere keuze dan zich in het proces tegen het stadsdeel te mengen. “Het stadsdeel faalde keer op keer in haar aanpak en wij voelden ons genoodzaakt om op te treden. Er was geen vertrouwen meer”, zegt hij.
Catharina Vasterling, woordvoerder namens de klagers, zegt ook dat een sluiting van Panama nooit het doel is geweest. “We hebben tegen het onzorgvuldig handelen van het stadsdeel geprocedeerd.” Het was de bewoners te doen om horecavergunning VI, de discotheekvergunning, die het stadsdeel volgens hen niet in het bestemmingsplan had mogen opnemen. “We zijn voor ons recht opgekomen.”
De groep procederende klagers is groter dan de “hooguit vijf” waar Panama melding van maakt. Catharina Vasterling spande de procedure aan namens 41 personen, volgens haar “ongeveer 90 procent van de directe omwonenden”. Daarnaast hebben vier andere omwoners individueel op eigen initiatief geprocedeerd.
Balu BV en uitspraak
Achter Panama zit het bedrijf Balu B.V., dat nu failliet is. Naast Panama bezat Balu een restaurant in Loosdrecht, genaamd Porto. Dit restaurant sluit volgens de website tevens zijn deuren. Dat de inkomsten terugliepen, strookt met gegevens van de Kamer van Koophandel van het nu failliete Balu B.V. Die laten zien dat het bedrijf sinds 2009 steeds meer van haar reserves moest snoepen. Balu B.V. was niet bereikbaar voor commentaar.
Binnen twee weken doet de Raad van State uitspraak over het derde bestemmingsplan. Al is de Panama failliet, er kan gewoon een nieuw etablissement in het pand gevestigd worden. Of dat een discotheek mag zijn, hangt af van de uitspraak. Gebouweigenaar Van de Kuit hoopt van wel: “Ik heb er alle vertrouwen in.”
Daklozen in de Gelagkamer
Posted By Alexander Leeuw On januari 27, 2012 @ 16:56 In Algemeen, Leven, Reportage | No Comments

De Gelagkamer van het Corvershof, in de Protestantse Diaconie - Foto: Alexander Leeuw
Ook daklozen hebben wel eens juridische problemen. Daarom was deze week de officiële opening van het juridisch steunpunt voor dak- en thuislozen in de Protestantse Diaconie Amsterdam. Burgemeester Eberhard van der Laan hield een toespraak, af en toe onderbroken door daklozen die hun frustraties kenbaar maakten. Van der Laan reageerde streng maar nieuwsgierig. “Straks gaan we met z’n tweeën een sigaretje roken en praten we verder.”
AMSTERDAM, 27 januari 2012 – Een man met een witte baard, rood gewaad en een rode mijter verwelkomt de bezoekers. Hij heeft geen antwoord op de vraag waarom hij als Sinterklaas verkleed is. “Ik heb geen verblijfsvergunning”, zegt hij. “Ik wordt hij misschien het land uit gezet.” Achter zijn witte baard schuilt een stoppelbaard. Zijn ogen staan glazig. Hij vertelt dat hij financiële problemen heeft. De opening in de Protestantse Diaconie Amsterdam draait mensen zoals hij, daklozen met juridische problemen. Het weer is druilerig, grijs, met af en toe een verdwaalde regendruppel.
Caroline de Groot is de organisator van de feestelijke opening deze middag. Ze werd afgelopen oktober benoemd als ‘straatjurist’ voor het juridisch steunpunt. De Groot staat in een klein huisje in het hofje van de diaconie. Haar dochter helpt met het uitdelen van appelsap en erwtensoep. De komende drie jaar zal De Groot zich bezighouden met problemen waar daklozen veel mee te maken hebben.
Een belangrijk probleem is bijvoorbeeld de strikte toegangseisen voor maatschappelijke opvang, legt de Groot uit. “Voor maatschappelijke opvang moet je ernstige psychische problemen hebben of verslaafd zijn. Dat gaat niet voor elke dakloze op. Bovendien moet iedereen minstens twee van de afgelopen drie jaar aan Amsterdam verbonden zijn geweest. Dat is lastig te bewijzen voor een dakloze zonder administratie.”
Daarnaast hebben veel daklozen problemen bij het aanvragen van uitkeringen. “Mensen die hier ongedocumenteerd zijn, niet-Europeanen bijvoorbeeld, kunnen geen uitkering aanvragen of terecht bij de maatschappelijke opvang. Doen ze dat wel, dan lopen ze het risico dat ze het land uit worden gezet. Hier beroepen wij op ons beroepsgeheim, dus bij ons kunnen ze zich wel melden.” Ze voegt met nadruk toe: “je moet ‘ongedocumenteerd’ zeggen. ‘Illegaal’ klinkt te negatief.”
En dan zijn er nog de boetes. “Voor veel daklozen stapelen de boetes zich op. Iemand verliest zijn huis omdat hij geen geld heeft, maar krijgt vervolgens een boete omdat hij op straat slaapt.” Boetes voor openbare dronkenschap en urineren in het openbaar vindt De Groot onterecht. “Als je geen huis hebt, kun je niet even naar de wc.” Wat betreft openbare dronkenschap is ze ook begripvol: “Met dit weer kan ik me best voorstellen dat je af en toe wat wilt drinken.”
Dan loopt ze loopt naar het hoofdgebouw, de Corvershof, waar op de trap voor de ingang Jan Haver en de Straatklinkers spelen. Na nummers over Amsterdamse grachten en de Jordaan is het tijd voor de toespraken en de discussie.

De Gelagkamer van het Corvershof, vanaf de binnenplaats - Foto: Alexander Leeuw
In de Gelagkamer van het hoofdgebouw is De Groot de eerste spreker. In de chique, klassiek ingerichte kamer bedankt ze de organisaties die bij het steunpunt betrokken zijn: HVO Querido, de Regenboog Groep, de Belangenbehartiging Amsterdamse Dak- en Thuislozen, Je Eigen Stek, Stichting tot Steun en de diaconie. Ze vertelt ze dat iedereen dakloos kan worden. “Een enkele tegenslag als een echtscheiding of faillissement kan er voor zorgen dat alles fout gaat.”
“Of woningbouwverenigingen die je eruit willen gooien”, roept iemand die in de zaal zit. Sommigen mompelen instemmend.
“Of een verslaving!” roept een ander. Er moeten er een paar lachen.
“Je wordt er zo moe van”, gaat de eerste onderbreker verder. Hij heeft grijs haar, draagt een pluizige trui en twee sjaals. “Je sjokt achter mensen aan die worden betaald om je zogenaamd te helpen.”
Ineens rolt er een man op rollerskates langzaam langs het zittende publiek. Hij heeft een gitaar op zijn rug, een vormeloze hoed op zijn hoofd en skistok in zijn hand. “Ik ben al zes keer onderuit gedonderd.”
De man heet Rob Bril en hij is 52. Hij heeft net twee weken in de Bijlmerbajes gezeten. De kosten daarvoor zijn van zijn uitkering afgetrokken. Hij zat daar omdat hij op een openbare plek had geslapen. Hij zegt dat degenen die hem daar stopten een “boetebusiness” leiden.
De Groot maakt haar toespraak af. Van der Laan neemt de sprekersplek onder de kroonluchter in nemen. Hij vertelt dat hij vroeger als advocaat daklozen bijstond. “Ik vind het een eer om lid van de daklozenbond te zijn.” Ook hij wordt onderbroken door Rob Bril, die steeds harder gaat praten: “Ik had een prachtige cel hoor!”. Van der Laan maant Bril tot stilte door te zeggen dat dit een toespraak is en het debat nog moet komen. “Straks gaan we met z’n tweeën een sigaretje roken en dan praten we verder.”
Het debat dat volgt, bestaat grotendeels uit vragen en suggesties voor Van der Laan. Mark Räkers van de stichting Eropaf! stelt voor om sluitende afspraken te maken over wanneer woningcorporaties melden dat ze mensen uit hun huizen gaan zetten. “Nu kunnen woningcorporaties zelf kiezen of ze dat melden of niet.” Applaus volgt. Räkers biedt aan om zijn plan te komen toelichten. Van der Laan zegt dat hij “nieuwsgierig” is en verwijst Räkers door naar locoburgemeester Freek Ossel. Het is de tweede doorverwijzing. Dat VVD-wethouder Erik van den Burg “met een sociaal oog” naar een probleem ging kijken werd eerder lacherig in de zaal herhaald.
Een volgende spreker in de zaal, die wel een huis heeft, zegt dat hij een boete had staan voor liften en dat hij nu het risico loopt om uit huis gezet te worden omdat hij die boete niet kan betalen. De burgemeester stelt voor een fonds op te richten voor dergelijke problemen. Weer reageert Mark Räkers: “twee jaar geleden was er al een pilot-project begonnen om dit soort boetes te bevriezen. In plaats van een fonds op te richten zou er veel beter aan gedaan worden om dat plan door te zetten.”
Een laatste spreker krijgt de kans wat te zeggen: “Ervaring leert dat de praktijk meestal anders is dan het beleid. Er worden vrijheden genomen in de uitvoering die niet genomen zouden moeten worden. Dat moet beter gecontroleerd worden.” Daar wordt mee ingestemd en het debat wordt beëindigd. Van der Laan loopt naar buiten, door de motregen, de auto in. De sigaret met Rob Bril wordt niet gerookt.

Eberhard van der Laan - Foto: Alexander Leeuw
‘Liever geen dronken bezoekers. Heroïnegebruikers zijn veel relaxter’
Posted By Frank Huiskamp On januari 27, 2012 @ 16:50 In Achtergrond, Algemeen, Column, Interview, Leven | No Comments

Kuijl voor het standbeeld dat vorige week gelijktijdig met zijn uitverkiezing werd onthuld als eerbetoon aan alle Amsterdammers die zich inzetten voor kwetsbare mensen. Foto: Frank Huiskamp
Herman Kuijl (48) werd een week geleden in het bijzijn van burgemeester Eberhard van der Laan onderscheiden als de eerste ‘Aardige Amsterdammer’. Initiatiefnemer was de Stichting De Regenboog Groep, die zich met name inzet voor verslaafden en dak- en thuislozen. Nu, een week vol aandacht later, zoekt NAP hem op. Wie is de man achter de titel?
AMSTERDAM, 27 januari – Hij roert lachend met een havermoutkoekje dat nog in de verpakking zit de suiker door zijn koffie. Herman Kuijl kon even geen lepeltje vinden. “Zo kan het ook.” Onderweg naar de kleine vergaderruimte werd hij nog afgeleid door twee luid joelende vrouwelijke collega’s. “Ik wil wel een foto met de celebrity”, riep de een. De andere was naar eigen zeggen helemaal van haar a propos. “Ik had heel veel mensen nog niet gezien, want ik werk alleen op donderdag hier. Vandaar.” Precies een week geleden werd Kuijl benoemd tot de eerste ‘Aardige Amsterdammer’, voor zijn vrijwilligerswerk met verslaafden, dak- en thuislozen. Hij is al tien jaar werkzaam voor inloophuis Blaka Watra van Stichting De Regenboog Groep. Streng zijn zit er niet echt meer in. Hij lacht. “Ik ben wel dé Aardige Amsterdammer natuurlijk.”
Persoonlijk leed had hem naar zijn huidige werk gebracht. Jarenlang had de Beverwijker op booreilanden gewerkt als lasinspecteur, toen hij een keer thuiskwam met een enorme pijn in zijn darmen. Drie maanden lag hij in het ziekenhuis met colitis ulcerosa, een ontsteking van de dikke darm. “Dood- en doodziek was ik. Ik woog nog maar 45 kilo, kon mijn armen niet eens meer optillen. Ik heb echt bijna op sterven gelegen.” Enorm dankbaar was hij voor de verzorging die hij in het ziekenhuis had gekregen van vrijwilligers. Een baan kon hij daarna niet meer krijgen. Nog steeds niet, want hij ondervindt nog steeds hinder van de aandoening.
Wegkwijnen op de bank was voor Kuijl geen optie Hij wilde iets doen voor een “heel kwetsbare groep”. Als symbolische dank voor de vrijwilligers die hem hadden geholpen. Dak- en thuislozen hadden hem altijd al gefascineerd. “Ik had ook voor bejaarden kunnen kiezen, ook heel dankbaar werk hoor, maar dat zag ik niet voor me.” Niet problematisch genoeg, erkent hij lachend. “Nee, en ik wilde een levendige groep.” Bij Blaka Watra kreeg hij een “doorstuurfunctie”: hij is een vraagbaak voor bezoekers en brengt hen in contact met andere instanties.
Kuijl lacht al hard voordat de vraag over zijn eerste dag bij Blaka Watra geheel is gesteld. “Het was net alsof ik een film beland was. Wel een heel leuke. Een beetje One Flew Over the Cuckoo’s Nest. In een kleine gebruikersruimte liep vijftig man door elkaar, schreeuwend en rokend. Het was één chaos in het begin. Ik heb me kapot gelachen, maar het vergde veel energie in het begin, al die nieuwe indrukken.”
Er is veel veranderd in tien jaar, zegt hij. Niet zomaar iedereen kan het inloophuis binnen komen wandelen. Mensen die een intakegesprek hebben gehad, komen meteen binnen. In essentie kan iedereen zo’n gesprek krijgen en binnenwandelen. “Alleen heb ik liever geen dronken bezoekers. Liever drugsgebruikers, die zijn veel beter te hanteren. De effecten van drugs zijn veel beter te voorspellen. Heroïnegebruikers zijn veel relaxter. Tot dronken mensen kun je maar moeilijk doordringen. Maar we hebben een goede portier.”
Inlevingsgevoel en geduld zijn onmisbaar bij dergelijk vrijwilligerswerk. Het blijkt uit Kuijls anekdotes. Hij herinnert zich een zeker moment met een nieuwe vrijwilliger van een paar jaar geleden. “Het was een heel lieve vrouw die te maken kreeg met een bezoeker die begon te schelden en tieren. Die had iets meegemaakt op straat met de hulpverlening. De tranen stonden bij de vrouw in de ogen. Na een half uur is ze weggegaan en ik heb haar nooit meer gezien.” Hij onderdrukt zijn lach. “Je moet boze mensen laten uitrazen, je weet nooit wat er is gebeurd. Een beetje inlevingsgevoel hebben, mensen worden niet zomaar kwaad. Op een gegeven moment bouw je zo’n band op met mensen dat ze makkelijker te benaderen worden.”
Een dergelijke band is soms heel sterk en persoonlijk. Kuijl vertelt over zijn tijd als ‘buddy’, waarin hij ex-verslaafden of –daklozen hielp re-integreren in de maatschappij. Sommigen haalde hij uit een sociaal isolement. Met een vrouw die voor achtereenvolgens een drugs- en een alcoholverslaving werd geholpen in de Amsterdamse Jellinek-kliniek doorliep hij vier jaar een heel proces. “Ze kon eerst heel moeilijk weer de routine vinden in haar leven. Ze was onzeker. Dan is het prettig als er iemand is die ze helpt met problemen als schuldsaneringen en die ook leuke dingen met ze doet.”
Kuijl zag haar opbloeien. “Maar zij was een zeldzaam geval. Met de meeste mensen loopt het niet zo goed af. Helaas.” Zo maakte hij kort geleden, niet voor de eerste keer, mee dat een man voor wie hij ‘buddy’ was kwam te overlijden. “Hij was al zo ver heen. Hiv, longontsteking om de haverklap. En dat allemaal op straat. Dat doet je natuurlijk wel iets, maar je kunt niet alle problemen meenemen. Hoe sneu dat ook is.”
Kuijl slaapt naar eigen zeggen slecht vanwege zijn darmaandoening. “Het is een beetje het grootste euvel in mijn leven.” Maar hij houdt het prima vol, energie kost het werk hem niet meer. Hij praat al over “de volgende tien jaar”, aan stoppen moet hij niet denken. Ook niet na een slechte nacht. “Nee, het is helemaal niet moeilijk om aardig te zijn. Als je altijd onaardig en chagrijnig bent, heeft dat zijn weerslag op je eigen leven. Ik wil écht voorkomen dat ik naast mijn ziekte ook nog in een negatieve spiraal terechtkom.”
Samenwerking UvA en VU: een academisch verstandshuwelijk
Posted By Teri Van Der Heijden On januari 27, 2012 @ 16:42 In Achtergrond, Algemeen, Column, Leven, Mooi, Reportage, Stad, film | No Comments

UvA. Foto: Wikimedia Commons
Als het aan Den Haag ligt, gaan Nederlandse universiteiten meer samenwerken. Ook de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Vrije Universiteit (VU) halen de banden aan. Wat levert samenwerking tussen de UvA en de VU eigenlijk op? En welke nadelen brengen een intieme verbintenis tussen de twee met zich mee?
AMSTERDAM, 27 januari – Samenwerking is de enige manier om genoeg geld voor onderzoek en onderwijs bij elkaar te harken, stellen voormannen Paul Doop (UvA) en René Smit (VU) tijdens een debat in Pakhuis de Zwijger afgelopen woensdag. “En samenwerking moet natuurlijk ook bijdragen aan de kwaliteit van onderwijs en onderzoek”, laten ze niet na te vermelden. Maar veelvuldige herhaling van dit mantra kan de bottom line niet verhullen: samenwerking gaat over euro’s.

De VU. Foto: Wikimedia Commons
Nederlandse universiteiten moeten zich scherper profileren en meer samenwerken, vindt staatssecretaris Halbe Zijlstra (Hoger Onderwijs, VVD). Door samenwerking kunnen kleine onderzoeksgebieden overeind gehouden worden, en generen universiteiten meer geld. “Strategische allianties aangaan”, heet dat in Den Haag. Een verstandshuwelijk, heet dat in de volksmond. De twee Amsterdamse universiteiten verkennen de mogelijkheden.
Op de UvA ontstond vorige week een kleine rel toen bekend werd dat docenten klassieke talen David Rijser en Piet Gerbrandy geen vaste aanstelling krijgen. De twee hadden een tijdelijk contract, maar was een vaste aanstelling beloofd, schrijft Folia Magzine. De samenwerking tussen de UvA en de VU zou één van de redenen zijn dat de twee het veld moeten ruimen. Frank van Vree, decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen, zegt dat vanwege onduidelijkheid over samenwerking tussen de UvA en de VU geen besluit genomen kon worden over een vaste aanstelling voor Rijser en Gerbrandy. Nu samenwerking vaststaat, wordt duidelijk welke vacatures worden vrijgegeven. “Dan komt uiteraard ook de positie van de twee docenten weer ter bespreking”, zegt Van Vree. De twee docenten hadden ondertussen al bezwaar aangetekend. Dinsdag vond een hoorzitting plaats. De betrokkenen willen niet inhoudelijk op de zaak ingaan.
De innigste verstrengeling tot nu toe tussen de twee is de gemeenschappelijke tandheelkundefaculteit, Acta. Eén opleiding in één gebouw, gerund door zowel UvA- als VU-personeel. Daarnaast bieden de universiteiten gezamenlijke bèta-masters aan, onderbracht in de gemeenschappelijke Amsterdam Graduate School of Science (AGSS). Er wordt bekeken of samenwerking op bachelorniveau op dit vlak ook mogelijk is. Maar samenwerking is niet voorbehouden aan de bèta’s. De alfafaculteiten van de UvA en de VU gaan hun krachten bundelen op het gebied van oudheidsstudies en archeologie, in het nog op te richten Amsterdam Centre for Ancient Studies and Archeology (Acasa). Het is deze voorgenomen samenwerking die klassieke talendocenten David Rijser en Piet Gerbrandy mogelijk hun baan kost (zie kader).
Over de baten van de samenwerking zijn de twee bestuursvoorzitters het in grote lijnen eens. Zo is krachtenbundeling onvermijdelijk om kleine studies “in de lucht te houden”, zegt VU-topman Smit. Als voorbeeld noemt hij de studies chemie en natuurkunde. Samenwerking maakt het aanbod bovendien diverser: het moet voor studenten mogelijk worden om vakken te ‘shoppen’ bij de andere universiteit, legt Doop uit. Het leidt tot hoon in de zaal. “Nu al moet je als student aan tienduizend touwen trekken om een vak te volgen bij een andere faculteit. Laat staan bij een andere universiteit”, zegt een student. De bestuurders geven toe dat er organisatorisch nog een één en ander verbeterd kan worden, maar laten zich daardoor niet ontmoedigen.
Op het vlak van onderzoek opent samenwerking ook deuren, denken de voorzitters. Naar duur, ingewikkeld onderzoek en een hoge notering op internationale rankings. Maar ranglijstjes mogen van mededebater Ewald Engelen, UvA-hoogleraar financiële geografie, geen argument zijn. Kleine universiteiten als Oxford en Cambridge voeren die lijstjes nog altijd aan, grootte is geen kwaliteitsgarantie. Bovendien, vindt Engelen, is de aanwezigheid van twee universiteiten in één stad is een rijkdom, die studenten keuzevrijheid biedt. De scheiding tussen de twee moet gekoesterd worden, in plaats van weggevaagd.
Maar, Engelens argumenten ten spijt, de scherpe scheiding tussen de twee Amsterdamse instellingen wordt waarschijnlijk alleen maar minder. “Den Haag schreeuwt om samenwerking”, zegt Doop. Dus samenwerken zullen ze. Samenwerkende universiteiten krijgen meer geld dan andere, legt Doop uit, en dat geld gaan de UvA en de VU binnenhalen. “Zo competitief zij we dan ook wel weer”, bekent hij. “Zorgvuldigheid gaat voor snelheid. Maar we moeten ook handelen.”
Banken waarschuwen gemeente over erfpacht
Posted By Lisa Van Der Velden On januari 25, 2012 @ 16:58 In Algemeen, Leven, Nieuwsverhaal | No Comments
Wat is erfpacht?
Iemand die een huis op erfpacht koopt wordt juridisch geen eigenaar van de grond. Hij of zij koopt alleen het economisch eigendom, het gebruiksrecht . Voor dit gebruiksrecht betaalt de erfpachter een jaarlijkse vergoeding, de canon, aan de juridisch eigenaar. Dit kan een particulier of een gemeente zijn. In het Amsterdamse erfpachtsysteem kan de erfpacht na de eerste 75 jaar worden herzien. De gemeente wijzigt dan de algemene bepalingen en de canon gaat fors omhoog, tot 80 keer het oude bedrag. De gemeente bezit meer dan 80% van de grond binnen de gemeente. Jaarlijks verdient de gemeente netto € 70 miljoen aan erfpacht.
Wim Flikweert, lid van het Contactorgaan Hypothecair Financiers van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), discussieerde tijdens een recente bijeenkomst over erfpacht in de gemeenteraad met wethouder Maarten van Poelgeest (Ruimtelijke Ordening en Grondzaken, GroenLinks) over de omstreden voorwaarden die in gemeentelijke erfpachtcontracten staan.
Wanneer iemand een woning met erfpacht heeft, is diegene geen eigenaar van de grond waarop het huis staat, maar krijgt hij deze in gebruik. Daarvoor betaalt de huiseigenaar jaarlijks een vergoeding, de zogeheten canon. Er zijn twee soorten erfpacht: gemeentelijke en particuliere erfpacht. Particuliere erfpacht moet voldoen aan een aantal criteria, zodat er voldoende financiële zekerheid is voor de huiseigenaar en financier. In de bijeenkomst in de gemeenteraad stelde Flikweert dat gemeentelijke erfpacht op termijn aan dezelfde normen moetvoldoen, maar dat dit op dit moment niet altijd zo is.

De Amsterdamse Rivierenbuurt. De gemeente is hier eigenaar van een flinke lap grond. Foto: J. Wiersema via Wikimedia
Zo bekritiseert Flikweert het feit dat de gemeente de Algemene Bepalingen gedurende de contractperiode, het tijdvak, eenzijdig kan wijzigen. “De voorwaarden van een contract, dus ook een erfpachtcontract, horen alleen na afloop, of anders door beide partijen, te worden gewijzigd. Nu is het alsof je een Mini bestelt en ineens een Mercedes moet betalen.”
Daarnaast is de onduidelijkheid over de hoogte van de toekomstige erfpachtcanon volgens Flikweert ook strijdig met de financieringscriteria die voor particuliere erfpacht gelden. De hoogte van de canon na de canonherziening ligt bij het einde van het tijdvak nog niet vast. Huiseigenaren kunnen dan ineens met een fors hogere canon worden geconfronteerd, waardoor ze in financiële problemen kunnen komen.
“Beide voorwaarden in gemeentelijke erfpachtcontracten komen er op neer dat iemand gedurende de looptijd van het contract de regels van het spel kan veranderen”, zegt Eduard de Geer, advocaat bij Corten & de Geer, een advocatenkantoor dat zich specialiseert in erfpacht. “Iedereen in het maatschappelijk veld is het erover eens dat gemeentelijke erfpacht volstrekt ondoorzichtig is. Dat leidt tot onvoorzienbare lastverzwaring van de erfpachter.” Corten & de Geer hebben op dit moment meerdere erfpachtzaken lopen tegen de gemeente Amsterdam, waaronder één die betrekking heeft op herziening van de canon en wijziging van de voorwaarden na een bepaalde tijd.
Koen de Lange, voorzitter van de Stichting Erfpachters Belang Amsterdam (SEBA), voelt zich in zijn standpunten gesterkt door de NVB. “De banken staan in deze kwestie aan onze kant. Wanneer banken zien dat een erfpachtcontract slecht is of risicovol is, zoals het geval is met deze voorwaarden, moeten zij de consument daarop wijzen.”
Wethouder Van Poelgeest heeft Bureau Erfpacht opdracht gegeven om te onderzoeken op welke wijze de voorspelbaarheid van de toekomstige canon kan toenemen, zegt Marjolijn van Goethem, persvoorlichter van de gemeente Amsterdam. “Omdat de voorspelbaarheid van de hoogte van toekomstige canons niet alleen de financier, maar ook de Amsterdammer raakt”, aldus van Goethem.
De gemeente doet binnenkort een voorstel om de Algemene Bepalingen alleen te wijzigen na raadpleging van onder andere de NVB, het notariaat en de Vereniging Eigen Huis. De gemeenteraad verwacht dat de banken hiermee akkoord zullen gaan. Flikweert (NVB) wil niet op de zaken vooruit lopen, maar vraagt zich af hoe bindend deze ‘raadpleging’ precies zal zijn. Vooralsnog worden hypotheken van erfpachters gefinancierd. ‘’We geven Amsterdam even de tijd, maar dit moet zo snel mogelijk worden geregeld.”
Kostenbesparingen zorg door teleconsulten
Posted By Frank Huiskamp On januari 25, 2012 @ 16:52 In Algemeen, Leven, Nieuwsverhaal | No Comments

Dit soort digitale consulten kunnen tot kostenbesparingen in de zorg leiden. Foto: Jejecam, via Wikimedia
AMSTERDAM, 25 januari – Digitale internetconsulten tussen huisartsen en dermatologen kunnen driekwart van de doorverwijzingen van mensen met huidklachten naar specialisten voorkomen. Hierdoor kan bespaard worden op de stijgende kosten in de zorg. Dit blijkt uit een promotieonderzoek van het Amsterdams Medisch Centrum (AMC) dat zaterdag wordt gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.
De onderzoekers hebben gekeken naar de effecten van 37.000 consulten op afstand die ruim 1800 Nederlandse huisartsen tussen 2007 en 2010 verrichtten met 166 dermatologen in het ziekenhuis. Via internet stelden de huisartsen vragen aan de patiënten, die vervolgens foto’s van hun huid maakten. Deze foto’s werden vervolgens doorgestuurd naar de dermatologen. Zij reageerden gemiddeld binnen 4,6 uur. 74% van de patiënten die de huisarts had willen doorverwijzen naar een specialist, hoefde niet naar het ziekenhuis.
Dit soort teleconsulten zouden kunnen leiden tot flinke besparingen in de zorg. “Een liveconsult kost zo’n 200 euro, een teleconsult rond de 60 à 70, afhankelijk van de zorgverzekeraar”, zegt onderzoeker Job van der Heijden. Pim Ketelaar, bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor eHealth, wijst op meer besparingen. “Denk aan de reiskosten voor de patiënt en de werktijd voor artsen.”
Niet iedereen zal een consult op afstand verkiezen boven een bezoek aan een specialist, erkent Ketelaar. “Ik kan me voorstellen dat er mensen zullen zijn die toch liever doorgestuurd worden. Zij zien toch liever de witte jas.” Volgens Van der Heijden leert de ervaring dat het grootste deel van de patiënten positief is.
Dit jaar bezuinigt het kabinet 132 miljoen euro op de huisartsenzorg. In de Miljoenennota wordt gepleit voor meer aandacht voor eHealth. Twee weken geleden concludeerde minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) na een bezoek aan de Verenigde Staten dat er met informatietechnologie binnen de zorg een “wereld te winnen” is. Consulten op afstand kunnen volgens haar een patiënt meer vrijheid opleveren en tevens reistijd besparen bij de behandelaar.
Landelijk beleid voor minderheden wat betreft hepatitis B en C
Posted By Alexander Leeuw On januari 25, 2012 @ 16:46 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht | 1 Comment

Het logo van de campagne 'Zeg nee! Tegen hepatitis B en C' -Bron: GGD Amsterdam
AMSTERDAM, 25 januari – Er is behoefte aan een eenduidig beleid in de screening van hepatitis B en C. Dat zeggen meerdere experts, waaronder Robin van Houdt, senior onderzoeker hepatitis B bij de Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GGD) Amsterdam. “Als de Chinezen gescreend worden, dan moeten alle nationaliteiten met verhoogd risico die mogelijkheid krijgen.” Momenteel is ‘China aan de Amstel’ bezig, waarbij Chinezen in Amsterdam worden voorgelicht over hepatitis B en C en zich kunnen laten testen.
Jim van Steenbergen, onderzoeker en epidemioloog bij het Rijksinstituut voor Volkgsgezondheid en Milieu, onderschrijft dat. “Wij zouden willen dat het probleem besproken wordt in de Gezondheidsraad. Het zou goed zijn als er een landelijk, uniform beleid komt.” Voordat de Gezondheidsraad zich daarover buigt, moet de minister een vraag stellen aan de Gezondheidsraad. “Nu blijven campagnes als ‘China aan de Amstel’ afhankelijk van het initiatief van een dokter of deskundige. Voor dit soort vragen is de Gezondheidsraad heel belangrijk.” De Gezondheidsraad heeft nog geen officiële vraag ontvangen.
Hepatitis B en C tasten de lever aan, maar zichtbare symptomen blijven lang achterwege. “Als een lever voor 80 procent beschadigd is, hoeft dat nog niet merkbaar te zijn. Een lever heeft een grote reservecapaciteit”, zegt Van Steenbergen. Uiteindelijk kunnen hepatitis B en C leiden tot leverfalen en leverkanker. Hepatititis B en C zijn gemakkelijk te combineren bij testonderzoeken.
In Azië en Afrika beneden de Sahara komen hepatitis B en C het meeste voor. Dat blijkt uit cijfers van het Nationaal Hepatitis Centrum. Er wonen in Nederland 382.411 Indonesiërs en in Indonesië zijn tussen de 8 en 20 procent van de mensen chronisch besmet. Zie de onderstaande tabel.
Percentages hepatitis B en C in gebieden van herkomst. Bron: Nationaal Hepatitis Centrum.
Amsterdam Oost: illegale fietsenhandel in kelderboxen
Posted By Thomas Rueb On januari 20, 2012 @ 17:00 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht, Nieuwsverhaal | No Comments

Foto: Thomas Rueb
Kelderboxen in Amsterdam Oost worden gebruikt voor illegale fietsenhandel. Helers bieden de gestolen fietsen via online advertenties aan. Dat blijkt uit onderzoek van NAP Nieuws. “Het is ontoelaatbaar wat hier gebeurt”, aldus stadsdeelvoorzitter Fatima Elatik. Politie, stadsdeel en woningcorporaties spreken over een gebrek aan communicatie in de aanpak van dit probleem.
AMSTERDAM, 20 januari – De kelderboxen zien er uit als krappe, geïmproviseerde fietsenwinkels. Er hangt gereedschap aan de wanden, fietsonderdelen liggen uitgestald. Tegen de muur staan fietsen, soms wel acht of negen stuks. Het zijn vooral zwarte omafietsen, in uitstekende conditie. De prijs: 40 tot 60 euro. Een rekje voorop kost iets meer. De verkopers zijn vriendelijke mannen van Marokkaanse afkomst. Een testritje op straat is geen probleem.
De verkopers zijn te vinden via Marktplaats. Bij een simpele zoekopdracht naar de goedkoopste omafietsen in Amsterdam, zijn de eerste resultaten deze handelaren. Ze hebben twee of drie advertenties tegelijk online, vaak met dezelfde tekst en vergezeld door een standaardafbeelding. Dezelfde advertenties blijven maanden achtereen staan. Op e-mails reageren ze niet, ook niet op online biedingen, maar je kunt altijd bellen op hun mobiele telefoon.
“Hallo?”
“Goedemiddag, ik bel over uw advertentie op Marktplaats.”
“Welke?”
“De fiets. Heeft u die nog?”
“Kom maar langs, ik heb er wel nog een paar staan.”
De meeste advertenties op Marktplaats leiden naar Amsterdam Oost, naar de buurt rond de Insulindeweg. Het Obiplein, het Ceramplein, de Kramatweg – de zwarte fietshandel vanuit kelderboxen is in die buurt wijdverbreid.
“95 procent van deze fietsen is gestolen”, zegt Ron Commandeur, registercontroleur van de gemeente Amsterdam. Hij is verantwoordelijk voor het opsporen van illegale fietsenhandel in de regio Amsterdam-Amstelland. De meeste fietsen traceert hij online, via sites als Marktplaats en Speurders. Hij ruimt maandelijks zo’n zes kelderboxen in Amsterdam.
Ook de politie houdt advertenties in de gaten. Marco Buis, politiebuurtregisseur van de Indische buurt, heeft het gevoel dat fietsenhandel over het internet de afgelopen jaren is toegenomen. “De verplaatsing van de straat naar het internet maakt het ingewikkeld. Jaarlijks doen we een tiental invallen. Maar er zijn ook andere problemen in de wijk. We zitten niet de hele dag op Marktplaats te kijken”, vertelt hij.
Volgens Buis stelen sommige handelaren de fietsen zelf, maar kopen ze vaak ook van junks en jeugdigen. “Fietsen worden zelfs bij de buren gestolen en om de hoek doorverkocht. Zo extreem is het soms.”
Vanuit de gemeente is Commandeur als enige verantwoordelijk voor de hele regio Amsterdam-Amstelland. “Het is te veel werk voor één controleur. Maar dat is een financiële kwestie: er is geen geld voor.” Er is volgens hem een gebrek aan aandacht voor het probleem bij gemeente en stadsdelen.
Fatima Elatik, stadsdeelvoorzitter van Amsterdam Oost zegt bezorgd te zijn. “Het is ontoelaatbaar dat dit gebeurt. Dit soort criminele activiteiten zorgt voor gevoelens van onveiligheid in de wijk.” Elatik benadrukt dat niet alleen de handelaren, maar ook de kopers verkeerd bezig zijn. Ze houden de diefstal van fietsen in stand en maken zich schuldig aan heling. “Bewoners vertellen mij dat zij soms bang zijn om misbruik van de kelderboxen te melden bij politie of woningbouwcorporatie.”
De handelaren zijn veelal mannen van middelbare leeftijd. Volgens Commandeur “ontvangt het gros een uitkering, hetzij van de sociale dienst, hetzij van UWV”. Als ze gepakt worden, wordt de uitkeringsinstantie ingelicht. Bij een inval moeten zij hun hele administratie overhandigen. Kunnen ze dat niet, dan maakt hij een proces-verbaal op. In samenwerking met de politie worden de fietsen in beslag genomen en wordt de kelder gestript. “Tot het laatste boutje of moertje, alles gaat mee.”
“Kelderboxen zijn de ideale plek voor zwarte handel”, zegt Elatik. “Er hangen geen camera’s, er komen geen straatcoaches, geen politie. Als stadsdeel kunnen we problemen in de openbare ruimte aanpakken, maar bij inpandige problemen is dat lastig. Ik ga met de woningbouwcorporaties praten over betere veiligheidsmaatregelen in de panden.”
De meeste kelderboxen zijn eigendom van woningbouwcorporaties. Volgens buurtregisseur Buis informeert de politie bij ontruiming regelmatig de betreffende woningbouwcorporatie. Corporatie Eigen Haard zegt tot nu toe één melding van fietsenheling in hun kelderboxen te hebben ontvangen. Woningbouwcorporatie Ymere is niet bekend met het probleem. “We krijgen weleens meldingen van inbraak of een algeheel gevoel van onveiligheid, maar niet van fietsenhandel”, aldus een woordvoerder van Ymere.
De woningbouwcorporaties zeggen dit probleem meteen op de agenda te zetten. De fietsenhandelaar in de kelderbox is zich ondertussen van geen kwaad bewust. Alles is eerlijk gevonden of gekocht, verzekert hij. Niet gestolen. Voor reparaties kun je altijd langskomen. “Wil je er nog een slot bij?”

Advertenties op Marktplaats leiden naar kelderboxen in Amsterdam Oost.
Amsterdamse zwerfslangen toch niet dakloos
Posted By Steffi Weber On januari 20, 2012 @ 16:46 In Leven, Nieuwsbericht | No Comments

Kousbadslang in stedelijke omgeving Foto: Humberto via Wikimedia
AMSTERDAM, 20 januari- Amsterdammers hoeven niet bang te zijn voor exotische zwerfreptielen. De Stichting Dierenhulpdienst Nederland (SDN) in Zwanenburg krijgt van het stadsbestuur Amsterdam een subsidie van 5000 euro toegekend om de opvang van niet-gedomesticeerde dieren voort te kunnen zetten. Dat bevestigt een woordvoerder van wethouder Eric van der Burg (VVD, dierenwelzijn) vandaag.
De SDN is gespecialiseerd in de opvang van reptielen die zijn ontsnapt of worden gevonden bij huisontruimingen. Eerder deze week werd bekend dat de stichting wegens een tekort aan financiële middelen geen dieren meer kan opvangen. Het stadsbestuur van Amsterdam schiet nu te hulp met een subsidie uit het budget voor dierenopvang. De subsidie was eigenlijk niet bedoeld voor reptielen en had bovendien voor november vorig jaar moeten worden aangevraagd, maar “de nood is hoog aangezien de SDN de enige reptielenopvang in de regio is”, aldus de woordvoerder van de wethouder.
Volgens Rob Dumont, medeoprichter van de SDN zijn zwerfreptielen een groeiend probleem in de regio Amsterdam-Amstelland. De stichting heeft het afgelopen jaar 171 dieren opgevangen. De schatting voor 2012 ligt tussen de 250 en 400 dieren. Dumont verwacht dit jaar meer zwerfreptielen omdat de dieren tijdens de huidige zachte winter een grotere overlevingskans hebben dan in voorgaande jaren.
Een andere reden voor de verwachte stijging is de nieuwe Wet Natuur die staatssecretaris Henk Bleker het komend voorjaar wil indienen bij de Tweede Kamer. Mocht de wet worden aangenomen, dan moeten reptielenopvangcentra voldoen aan striktere regels. De eisen op het gebied van hygiëne worden verhoogd en er komen nieuwe regels over veiligheid van dieren, medewerkers en bezoekende controlerende instanties. Ook moet iedere reptielenopvang beschikken over een aparte quarantaineruimte. Veel opvangcentra in andere regio’s zullen volgens Dumont niet in staat zijn aan de hoge eisen te voldoen en hun deuren moeten sluiten waardoor ook hun dieren in Zwanenburg terechtkomen.
De vijfduizend euro subsidie dekt twintig procent van de benodigde kosten om de stichting in haar huidige vorm in leven te houden. Hierdoor kan de SDN reptielen uit Amsterdam onderdak blijven bieden. Gemeentes als Haarlemmermeer, Haarlem, Flevoland en Alkmaar moeten vooralsnog een andere oplossing vinden voor zwerfreptielen.
Pionieren binnen de perken
Posted By Alexander Leeuw On januari 20, 2012 @ 16:42 In Leven, Reportage | No Comments

Foto: Alexander Leeuw
De gemeente organiseerde deze week een “woondateavond” om mensen bij elkaar te brengen die samen een kavel willen kopen en een bouwproject aan te gaan. Op een strook land in de Houthavens van 170 bij 41 meter zullen de komende jaren hun woonhuizen worden gebouwd. De inschrijving loopt van 1 februari tot 1 april.
AMSTERDAM, 17 januari – In de Houthavens, aan het IJ ten westen van het Centraal Station, ligt een beschikbaar stuk grond: blok 0. De prijs van een standaardkavel, van 41 bij 8,10 meter, is 1.143.500 euro – al gauw te veel voor één particulier, maar voor een groep is het beter te doen. Daarom organiseert de gemeente deze “woondateavond”, zodat mensen kunnen besluiten om samen een zelfbouwproject te beginnen. Het vindt plaats in Strand West, een onopvallend gebouwtje gelegen naast blok 0. Normaal worden er feesten en vergaderingen gehouden, maar op deze avond worden nieuwe contacten gelegd voor het bouwen van woonhuizen. Tenminste, dat is de bedoeling.
Binnen draait rustige loungemuziek en de barmannen gaan af en toe rond met schalen hapjes. Rood sfeerlicht schijnt over de houten tafels en vloer. Op acht tafels geven groepen aan wat hun plannen zijn voor blok 0. Een bord geeft aan dat ze op zoek zijn naar leden en op de tafels liggen A4’tjes waarop de bezoekers zich kunnen inschrijven.

Strand West. Foto: Alexander Leeuw
De gemiddelde leeftijd van de bezoekers ligt boven de 40; de meesten zijn reeds huisbezitters. Dieke Cornelissen loopt tussen de mensen door en maakt af en toe een praatje. Ze is consultant voor de Gemeente Amsterdam en vanavond is ze hier om de mensen te helpen elkaar te vinden.
De tent is tien minuten na aanvang al aardig vol, met enkele tientallen mensen die geïnteresseerd op de acht tafels kijken waar architecturale ideeën uitgestald liggen: flyers waarop kort de hoofdlijnen worden uitgelegd – niet zelden draagt de kop een uitroepteken; schematische driedimensionale aanzichten waarin elke kleur een appartement van bepaalde grootte aangeeft en eerdere projecten, geïllustreerd door foto’s van helder verlichte, strak ingerichte huizen.
Opbouw kavels
“De totale lengte van de beschikbare grond voor de kavels is 170 meter. De kavels worden uitgegeven vanaf een breedte van 8,10 meter. Alle kavels zijn 41 meter diep. Op elke kavel komen twee gebouwen. Een gebouw langs de Haparandaweg van 23 tot 29 meter hoog en een gebouw langs de waterkant van minimaal 4 en maximaal 14 meter hoog. Daartussen is een laag beschikbaar voor onder andere parkeren, collectieve voorzieningen, tuin en kantoorruimte.
Als een groep of bedrijf meer dan 8.10 meter af wil nemen, is dat mogelijk. De kavel is te verlengen met steeds 0.30 meter, met een onbeperkt maximum. Wel moet er na elke 25 meter een architectonisch nieuw gebouw verrijzen, zodat er een gevarieerde straat ontstaat met wisselende architectuur.”
Bron: www.blok0.nl]
Ineke en Jolande uit Sloten zijn nog niet ver met hun plannen, maar ze zijn enthousiast. “Ik wil weleens wat nieuws, want ik woon al dertig jaar op dezelfde plek”, zegt Jolande. Dit is wat anders dan verhuizen naar een huis dat al gebouwd is. Als je hier je eigen huis laat bouwen, ben je een pionier!”
Aan de bar staat een vrouw met haar jas nog aan. Op haar naambordje staat dat ze Marriet heet en dat ze een groep zoekt om een kavel mee te kopen. Ze is sceptisch over de avond. “Dit is toch meer voor mensen met een grote portemonnee.” Ze is bang dat andere mensen geïnteresseerd zijn in het ontwerpen van hun eigen huis en weinig anders, wat de mogelijkheid om de prijs laag te houden moeilijk maakt.
De muziek wordt uitgezet zodat de groepen die op zoek zijn naar leden een korte presentatie kunnen geven. Dirk de Jager, wethouder van Amsterdam-West, noemt de aanpak van blok 0 een nieuwe manier van ontwikkelen. Projectdirecteur Co Stork: “We moeten samen gaan bouwen op deze plek, waar industrie en stad elkaar ontmoeten. Het is de mooiste plek van Amsterdam.” Dan presenteren de groepen zich. Een daarvan, ‘Klein maar fijn’, beschrijft zich als een “groep die weinig nodig heeft”. ‘De Hoofden’ zoekt een brede doelgroep, met “een goedkoop maar interessant bouwpakket voor één bewoner en voor diens buurman een top notch project.” Alle groepen zijn enthousiast, creatief en vol met ideeën. Sommige groepen maken gebruik van aannemers en ontwikkelaars. Alle groepen hebben architecten beschikbaar.
Intussen gaat het daten weer verder. Marriet praat met consultant Cornelissen over haar twijfels. Ze vindt het jammer dat de avond zijn doel, groepen geïnteresseerden bij elkaar brengen, lijkt te missen. “De architecten overheersen, wij kijken er alleen naar.” Cornelissen zegt meerdere mensen gesproken te hebben die gelijke wensen als Marriet, met wie ze haar in contact wil brengen. Marriet moet weg, dus ze besluiten een andere keer verder te praten.
Nadat Marriet vertrokken is, legt Cornelissen uit dat ze hier is om mensen bij elkaar te brengen, maar ze begeleidt ze ook na deze avond. Marriets bezwaar dat het een tentoonstelling van het enthousiasme van architecten is, heeft ze eerder op informatieavonden meegemaakt. “Op deze avond nemen inderdaad de professionals het initiatief in plaats van de particulieren. Mensen vinden het ook fijn als ze concreet kunnen zien wat de plannen zijn en daarvoor zorgen de architecten.”
Co Stork en Dirk de Jager leggen uit dat er wel bouwregels zijn. Die worden uitgelegd in een boekje dat de bezoekers bij binnenkomst krijgen. De gedetailleerdheid van de plannen doet vermoeden dat er weinig ruimte overblijft voor echte creativiteit. Stork en De Jager zeggen dat dat wel meevalt. Binnen de aangegeven grenzen kan er nog steeds gevarieerd worden in de breedte en hoogte van de bouwprojecten en de hoogte van de verdiepingen kan grotendeels zelf bepaald worden. Zoals het credo van de groep ‘’t Groene IJ’ luidt: “ultieme vrijheid binnen de kaders”.
Chris van ‘De Hoofden’ ziet wel ruimte voor creativiteit. “Een verdieping moet wettelijk minimaal 2,60 meter hoog zijn.” Hij wijst naar een computerscherm met foto’s. “Maar als je de verdiepingen hoger maakt, dan kun je binnen die hoge verdieping met kamerconstructies meer ruimte creëren. Een hoge huiskamer met een blok voor de keuken, met daarbovenop de slaapkamer, bijvoorbeeld.”
Het is tien uur en het daten loopt op zijn einde. Strand West is nog niet leeg, maar de bezoekers zijn weg. Alleen de architecten lopen nog langs elkaars tafels en staan aan de bar ideeën uit te wisselen.
Hepatitistest voor Amsterdamse Chinezen
Posted By Alexander Leeuw On januari 18, 2012 @ 16:38 In Achtergrond, Algemeen, Leven | 1 Comment

Het logo van de campagne 'Zeg nee! Tegen hepatitis B en C' -Bron: GGD Amsterdam
AMSTERDAM, 17 januari – In Nederland woonachtige Chinezen hebben een relatief hoge kans op besmetting met hepatitis B en C. Daarom begint in Amsterdam deze maand de campagne ‘China aan de Amstel’. De bezoekers van de test- en voorlichtingsdagen zullen op 20 januari, 30 januari en 2 maart op verschillende plekken in Amsterdam worden geïnformeerd over de oorzaken en gevolgen van de virussen. Ze kunnen zich er ook gratis laten testen.
‘China aan de Amstel’ is onderdeel van de landelijke campagne ‘Zeg nee! Tegen hepatitis B en C’. In 2009 begonnen de pilotprojecten in Rotterdam en Den Haag. Vorig jaar was Utrecht aan de buurt. 613 Chinezen lieten zich daar testen in ‘China onder de dom’, waarbij 44 dragers werden gediagnosticeerd. Amsterdam is nu aan de beurt en Nijmegen en Arnhem daarna.
Vooral hepatitis B is tot nu toe relatief vaak geconstateerd in ‘Zeg nee!’ Sinds het begin van de campagne in 2009 zijn er landelijk drieduizend mensen van Chinese afkomst getest. 6,7 procent van de deelnemers werd gediagnosticeerd met de B-variant en 0,3 procent met C. Het percentage mensen met een hepatitis B-besmetting in China ligt tussen de 8 tot 10 procent en C op ongeveer 3,2 procent. “De kans op overdracht van moeder op kind tijdens de zwangerschap is veel hoger voor hepatitis B”, zegt Van der Veldt.
De GGD organiseert in samenwerking met locale vestigingen test- en voorlichtingsdagen.
Vrijdag 20 januari: Chinese ouderenvereniging Tung Lok, 10.00 – 14.00, 3e Oosterparkstraat 77-hs
Maandag 30 januari: Chinees centrum Wa Lai, 10.00-13.0, Karel du Jardinstraat 70
Vrijdag 2 maart: Chinese vereniging Fa-Yin, 14.00-18.00, Rechtboomsloot 5
De hoge aanwezigheid van hepatitis B en C in China en de grote mate van besmettelijkheid van de virussen zijn de redenen voor de campagne. De virussen worden via het bloed overgedragen, dus ook van generatie op generatie. “Als jij of één van je ouders uit China komt, is de kans groter dat je één of allebei de virussen hebt opgelopen. “Op lange termijn kan dit uiteindelijk nare klachten geven, zoals leverfalen of leverkanker”, zegt Wendy van der Veldt, die namens de GGD Amsterdam projectleider is van ‘China aan de Amstel’.
De virussen tasten de lever aan, maar er zijn geen zichtbare symptomen. Alleen een bloedonderzoek geeft resultaat. “Het valt niet op korte termijn op, maar de langetermijneffecten zijn zeer ernstig”, zegt Robin van Houdt, senior onderzoeker hepatitis B bij de GGD Amsterdam. “De effecten zijn zeer lastig te bestrijden als de ziekte al sinds jonge leeftijd aanwezig is.”
Volgens Van Houdt is een op de drie mensen ter wereld weleens in aanraking gekomen met het hepatitis B-virus. “Zo’n 350 miljoen mensen zijn chronisch geïnfecteerd.” 8 tot 10 procent van de Chinese bevolking is langdurig geïnfecteerd. “In China raken mensen vaak tijdens de geboorte of op jonge leeftijd besmet. De kans om drager te worden is dan erg hoog en daarom is de prevalentie van het virus heel hoog. Dit in tegenstelling tot Nederland waar mensen pas op latere leeftijd, vaak via onveilige seksuele contacten besmet worden en dan veel beter in staat zijn het virus te klaren.”
Hepatitis B komt volgens Van Houdt veel voor in West-Afrika en Zuidoost-Azië. Volgens de Nationale Hepatitisstichting zijn 120.000 mensen in Nederland besmet met hepatitis B en C, evenredig verspreid over de twee categorieën. GGD Amsterdam zou de voorkeur geven om alle nationaliteiten in Amsterdam te laten testen, maar daarvoor krijgen ze geen toestemming van de gemeente. Het Nationale Hepatitis Centrum zegt gekozen te hebben voor Chinezen, omdat die relatief veel vertegenwoordigd zijn in Amsterdam.
Van Houdt verwacht in Amsterdam een opkomst van zo´n duizend mensen. “Dat is 25 procent van de vierduizend Amsterdamse Chinezen. 20 tot 25 procent is voor testdagen een hoge opkomst.” Henny Liu van Chinese ouderenvereniging Tung Lok verwacht achthonderd mensen. Tung Lok organiseert op 20 januari de eerste test- en voorlichtingsdag. Liu: “Omdat mensen geen effecten zien, zijn ze misschien niet geïnteresseerd. Daarom zijn dit soort dagen juist belangrijk.”
Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl
URL to article: http://napnieuws.nl/2012/01/18/hepatitistest-voor-amsterdamse-chinezen/
URLs in this post:
[1] www.rodekruis.nl/amsterdam: http://www.rodekruis.nl/amsterdam
[2] P.J.H. Cuypers: http://nl.wikipedia.org/wiki/P.J.H._Cuypers
[3] vertelde: http://napnieuws.nl/2012/01/25/landelijk-beleid-hepatitis-b-en-c/
[4] dit artikel: http://napnieuws.nl/2012/01/18/hepatitistest-voor-amsterdamse-chinezen/
[5] Image: http://www.zemanta.com/
Click here to print.
Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.