Amsterdam Noord is het oudst bewoonde stadsdeel van Amsterdam. Sinds enkele weken heeft het stukje Amsterdam ten Noorden van het IJ weer een eigen museum. Initiatiefnemer Henk Ras spreekt over de geschiedenis van het stadsdeel, dat zijn volkse karakter dreigt te verliezen.

AMSTERDAM, 14 februari- Henk Ras groef het verleden letterlijk op. De 50 centimeter hoge baardmankruik uit de zeventiende eeuw die in de achtertuin van zijn buurman werd gevonden, bevestigde voor Ras het vermoeden dat Amsterdam Noord wel degelijk een geschiedenis heeft. Twee weken geleden heropende Museum De Noord met de fototentoonstelling ‘Mensen van Noord’. Op een oppervlakte van 100 vierkante meter tonen foto’s de sociale ontwikkelingen van de afgelopen decennia.

Het oude Badhuis herbergt Museum de Noord. foto: www.museumdenoord.nl

Het oude Badhuis herbergt Museum de Noord. foto: www.museumdenoord.nl

Een “typisch Amsterdams gezin”, zegt Ras, 71 jaar en oud-psychiater, wijzend op een groot zwart-witportet. Twee ouders en een stel brutaal ogende tienerkinderen kijken halverwege de jaren zeventig in de camera. Op de achtergrond is een sociale woonwijk te zien. “Waarschijnlijk Floradorp.” Op de andere wand in de kleine ruimte hangen hedendaagse portretten van een bejaarde vrouw en een Turkse familie. Daarnaast een foto van twee jonge blanke ouders met één kind, poserend aan een houten tafel in een ruime eetkeuken. De laatste foto laat zien dat Amsterdam Noord in de loop van de twintigste eeuw is veranderd van een toevluchtsoord voor grote arbeidersgezinnen naar een uitvalsbasis voor welgestelde yuppen.
Amsterdam Noord werd aan het begin van de twintigste eeuw bebouwd met sociale woningen. “In 1921 werden de dorpen Buiksloot, Ransdorp en Nieuwendam vrijwillig bij de stad Amsterdam ingelijfd,” vertelt Ras in keurig Nederlands. “De Woningwet die in 1901 in werking trad, stelde het stadsbestuur verplicht om nieuwe huisvesting te zoeken voor mensen uit de onbewoonbaar verklaarde krotwoningen in de binnenstad.” De arbeidersgezinnen verhuisden naar de buitenwijken.
“Toen waren dit voor arbeiders luxe woningen, met een eigen ingang en een tuintje.” Ras wijst op het rijtje lage huizen aan de rand van Vogeldorp, een van de tuindorpen dat in 1918 in alle haast werd neergezet. In het oude badhuisje is Museum De Noord gevestigd.
Voor de moderne Amsterdammer voldoen de toenmalige ‘luxe’ woningen nog nauwelijks aan de huidige eisen. “De grote pest is dat het zo gehorig is”, zegt Ras. De meeste arbeiderswijken veranderden aan het einde van de twintigste eeuw in achterstandswijken met een hoge concentratie allochtone- en minimagezinnen. De ooit zo toonaangevende Van der Pekbuurt, vernoemd naar de beroemde architect Jan Ernst van der Pek, werd tussen 1920 en 1930 gebouwd in Buiksloterham. Sinds 2007 dankt de wijk zijn naam vooral aan de voormalige minister van Wonen, Wijken en Integratie Ella Vogelaar. “De woningbouw wil alles platgooien,” vertelt Henk Ras. “Erfgoedbeschermers willen dat het eerste bouwwerk van Van der Pek blijft bestaan. Dat is echt een strijd.”
De kans is groot dat een renovatie van de jaren dertig woningen, in combinatie met de bouw van de Noord/Zuidlijn, de huizenprijzen doet stijgen en de buurt aantrekkelijk maakt bij jonge, hoogopgeleide dertigers die ook voormalige volksbuurten “in het zuiden” bevolkten.
“Een grote groep mensen in Noord wil het houden zoals het is. Die vinden het nu al te yupperig”, antwoordt Ras op de vraag of Noord zijn volkse karakter dreigt te verliezen. “Mensen zijn bang dat de oude structuur verloren gaat. Het dorpsachtige, het feit dat je elkaar in de buurt goed kent en dat je weet wie er naast je woont.”

De van der Pekstraat in 1925 foto: Beelbank Stadsarchief

De van der Pekstraat in 1925 foto: Beelbank Stadsarchief

Henk Ras maakte zelf in 1968 de oversteek vanuit de binnenstad naar de noordelijke oever van het IJ, om er een eigen psychiatrische praktijk te beginnen. “Iedereen verklaarde mij voor gek. Nog steeds zijn er mensen die zeggen: ga je naar Noord?”
“Noord heeft lange tijd een achterstand gekend in zijn ontwikkeling, in sociaal en cultureel opzicht. Er was geen ziekenhuis, en voor de HBS of het Gymnasium moest je het IJ over. Pas in de jaren zestig en zeventig kwam daar verandering in. ”
Sinds 2007 heeft Noord een museum, dat Ras met een groep van vijftien mensen opende in het oude badhuisje dat door de Stichting Stadsherstel voor sloop werd behoed. Naast de ingang staan drie zelfgemaakte vitrinekasten met de zeldzame aardewerken baardmankruik en enkele uit het IJ opgeviste kanonskogels. Bij iedere vondst is een handgeschreven kaartje geplaatst.
De eenvoud van het museum is tekenend voor de “gewone Amsterdammer” die Amsterdam Noord van oudsher bevolkt. Oud-psychiater Ras denkt dat het stadsdeel in de toekomst steeds homogener wordt. “Dat heb je gezien in de Jordaan en de Pijp. De instroom van beter opgeleide en beter betaalde mensen trekt welgestelde Amsterdammers aan. Dan krijg je een verhoging van de levensstandaard van de buurt.”
Hemelsbreed een paar honderd meter verder wordt de laatste hand gelegd aan een tweede museum ten Noorden van het IJ, dat met duizend vierkante meter tien keer zo groot is als het voormalige badhuis. De glimmende staalconstructie van het nieuwe Filmmuseum zal volgens Ras weinig Noordelijke Amsterdammers enthousiast maken. “Tenzij ze er een gezellige buurtbioscoop van maken, een chique filmzaal met cultfilms is te hoog gegrepen.”