Jan Lucassen

Jan Lucassen

PvdA-Tweede Kamerlid Martijn van Dam stelt dat de vermeende massa-immigratie de ‘schuld’ van rechts is en pleit voor terughoudendheid met de immigratie van Oost-Europeanen. De immigratie is juist onontkoombaar en hard nodig, stelt hoogleraar sociale geschiedenis Jan Lucassen.

“Ik vind het merkwaardig dat juist een PvdA’er haast populistische conclusies trekt”, zegt Jan Lucassen (64), hoogleraar sociale geschiedenis aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Hij reageert hiermee op een opiniestuk vorige week in de Volkskrant waarin zijn boek Winnaars en verliezers werd aangehaald. Tweede Kamerlid voor de PvdA Martijn van Dam schreef dat niet de ‘linkse kerk’ verantwoordelijk is voor de massa-immigratie, maar ‘de rechtse elites’.

Van Dam schreef het artikel omdat hij vindt dat deze beweringen, voornamelijk van de PVV, eindelijk maar eens weersproken moeten worden voordat ze gaan beklijven en mensen de mythe voor waar aan nemen. Maar hij schreef het vooral omdat er volgens Van Dam een nieuwe massa-immigratie dreigt met bijbehorende integratieproblemen, ditmaal van Oost-Europeanen. En die worden nu met open armen ontvangen door rechts. “Het is schokkend hoe de geschiedenis zich herhaalt”, schrijft Van Dam.

“De linkse of rechtse kerk die schuldig zou zijn aan de massa-immigratie: het is eigenlijk allemaal een manier van complotdenken. Daar houden mijn broer Leo en ik niet van. Voor ons hoeft het niet zo nodig iemands schuld te zijn. Wij willen vooral de feiten in het politieke debat”, zegt Lucassen.

Lucassen is naast hoogleraar aan de VU ook senior onderzoeker bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. Samen met zijn broer Leo Lucassen, hoogleraar Sociale Geschiedenis te Leiden, publiceerde hij eerder dit jaar het boek Winnaars en verliezers. Een nuchtere balans van vijfhonderd jaar immigratie. In dit boek toetsen ze beweringen van wat ze noemen ‘integratiepessimisten’ aan feiten en constateren vervolgens dat die grotendeels op drijfzand en halve waarheden berusten.

De rechtse kerk

De gebroeders Lucassen – ‘in de verste verte’ geen familie van het brievenbusplassende Tweede Kamerlid van de PVV – beschrijven in hun boek hoe gastarbeiders in de jaren zestig en zeventig door werkgevers naar Nederland werden gehaald. De VVD, die van oudsher grote populariteit geniet onder ondernemers, steunde de werkgevers om de gastarbeiders langere tijd hier te houden. De christendemocratische partijen die het gezin hoog in het vaandel dragen  en die toen regeerden dwongen af dat de gastarbeiders recht kregen op gezinshereniging. Het uit elkaar halen van gezinnen vonden ze onmenselijk.

Lucassen: “Wij zeggen dus niet dat de immigratie de schuld van rechts is. We stellen wel vast dat veel kritische geluiden van links kwamen.” Van een complot, van welke kant dan ook, is geen sprake volgens hem. “Wij hebben ons er dan ook over verbaasd dat de PvdA, of eigenlijk: links in het algemeen, zich zo lang een onwaarheid heeft laten aanpraten, dat ze daar in gingen geloven en zelfs hun verontschuldigingen aanboden. Het getuigt van een groot retorisch en politiek talent van populisten als Fortuyn en Wilders om je tegenstander iets te laten geloven dat helemaal niet waar is.”

Daarnaast constateren de hoogleraren dat er van ‘massa-immigratie’ geen sprake (meer) kan zijn. In 1975 waren er nog zo’n 65.000 meer immigranten dan emigranten. Tegenwoordig ligt het migratiesaldo rond de nul, terwijl het in de jaren 2002-2007 zelfs negatief was. Totaal zijn er in de jaren 2001-2009 zo’n 35.000 personen uit als problematisch beschouwde groepen (Turken, Marokkanen, Antillianen en Somaliërs) in Nederland komen wonen, minder dan 0,025 procent per inwoner.

Ook de vermeende islamisering is een fabeltje, zo schrijven ze, aangezien veruit de meeste immigranten niet-moslim zijn. Bovendien zit het geboortecijfer bij (tweede generatie) moslima’s tegenwoordig dicht tegen dat van Nederlandse vrouwen aan. In 2006 bijvoorbeeld kregen 30-jarige autochtone vrouwen gemiddeld 0,8 kind, terwijl even oude Marokkaanse vrouwen er 1 kregen. En het percentage moslims in Europa zal tussen 2010 en 2030 van 6 naar hooguit 8 procent stijgen, voorspelt het Amerikaanse Princeton University.

Pessimisten

Ondanks dat Van Dam volgens Lucassen rechts te makkelijk neerzet als verantwoordelijke voor de immigratie, deelt de historicus zijn de mening dat de scheiding tussen feiten en fictie in het debat strikter moet. “Het is heel lastig discussiëren met iemand die zich niet baseert op feiten”, zegt Lucassen.

Lucassen identificeert in zijn boek zeven ‘integratiepessimisten’: Frits Bolkestein, Hilda Verwey-Jonker, Pieter Lakeman, Pim Fortuyn, Paul Scheffer, Ayaan Hirsi Ali en Martin Bosma. “Eigenlijk discussiëren de integratiepessimisten helemaal niet”, constateert Lucassen, “Verwey-Jonker (PvdA-prominent, red.) en Fortuyn zijn dood. Van de vijf die over zijn heeft niemand op ons boek gereageerd. Niemand! Zo’n Martin Bosma (Tweede Kamerlid voor de PVV en rechterhand van Geert Wilders, red.), altijd zo’n grote mond: geen woord!”

Toch lijken voormalig VVD-partijleider Frits Bolkestein, die al in 1991 op de bedreiging van de islam wees, en publicist Paul Scheffer, die in 2000 met zijn Het multiculturele drama een stevige duit in de zak van het immigratiedebat deed, te zijn bijgedraaid. Lucassen: “Scheffer wil nu af van de termen allochtoon en multicultureel drama, die vindt hij uit een andere tijd. Bolkestein schijnt in zijn laatste publicaties ook gedeeltelijk te zijn bijgedraaid.”

Bolkestein en Scheffer zijn intellectuelen die veel boeken lezen. Die kunt u misschien overtuigen van uw integratiepositieve maatschappijvisie. Maar de PVV-stemmer die gelooft dat er sprake is van massa-immigratie en islamisering van Nederland en dat grotendeels baseert op een gevoel, die zult u moeilijk kunnen bereiken met uw boek. Laat staan overtuigen.

“Iedereen doet op zijn eigen manier zijn best. Kijk bijvoorbeeld naar Gouden Kalf-winnaar Nasrdin Dchar, die deed het met zijn speech. Mijn broer en ik positioneren ons nadrukkelijk als wetenschappers. Het geluid van wetenschappers doet ertoe, menen wij. En wij denken dat de maatschappij dat ook vindt, aangezien wij worden betaald met belastinggeld. Wetenschappers moeten wat betreft hun vakgebied hun mond open doen en zeggen waar het om gaat. Het is onze wetenschappelijke pretentie om met nuchtere feiten te komen. Die feiten kun je interpreteren, natuurlijk. Maar laten we de feiten tenminste wel op een rijtje zetten. Dan is het aan de politiek om daarnaar te luisteren.

“Misschien kun je meer bereiken door zelf de politiek in te gaan, maar ik ben geen lid van een politieke partij. Nooit geweest ook. Dat is niet omdat ik wetenschap en politiek wil scheiden, ik ben het gewoon nooit genoeg met een partij eens geweest.”

Vindt u dat politici in de immigratiediscussie genoeg aandacht hebben voor de feiten?

“Nee, helemaal niet. Kijk naar wat deskundigen als Kees Groenendijk en Thomas Spijkerboer (hoogleraren migratierecht, red.) zeggen over internationale verdragen. Het gros van wat de regering wil op migratiegebied kán helemaal niet. Maar de regering laat de wetenschap gewoon links liggen. Alsof die niet bestaat. Er is een volslagen gebrek aan serieuze aandacht voor de wetenschap bij deze regering.

“De politiek mag natuurlijk tegen de wetenschap in gaan, dat zijn de spelregels van onze democratie. Politici hebben hun eigen verantwoordelijkheid. Met dit boek hebben Leo en ik in ieder geval ons best gedaan. We hebben een uitgever met een groot bereik gezocht voor ons boek en gaan zoveel mogelijk in op interviews. We wilden niet dat onze kinderen en kleinkinderen achteraf zouden kunnen zeggen: ‘je wist het toch allemaal zo goed, waarom heb je je mond niet open gedaan?’”

Winnaars en verliezers is niet geheel onbevooroordeeld geschreven, terwijl de ondertitel luidt Een nuchtere balans van vijfhonderd jaar immigratie. Hoe nuchter is die balans?

“Natuurlijk, er zit een maatschappijvisie achter ons boek. Kom op. Er is geen enkele historicus zónder maatschappijvisie. Het is duidelijk hoe wij denken over migratie. Daarmee is het nog wel een nuchtere balans. Als nuchterheid zou veronderstellen dat je geen maatschappijvisie mag hebben, zou dat een filosofische onmogelijkheid zijn. Iedereen heeft een politieke overtuiging. In onze democratie wordt ook verwacht dat we dat hebben.”

De ‘rectificatie’ over de linkse kerk gebruikt Van Dam in zijn opiniestuk als opstapje om de volgens hem op handen zijnde nieuwe massa-immigratie aan de kaak te stellen. History repeats, stelt hij. In vijf jaar tijd zijn er nu zo’n 200 tot 300 duizend Oost-Europeanen naar Nederland gekomen. CDA, VVD en D66 ‘pleiten opnieuw voor open grenzen en ruimhartige verlening van werkvergunningen voor Bulgaren en Roemenen’. Voorstellen om Oost-Europeanen Nederlands te laten leren en integratie te stimuleren, stuiten volgens hem ‘op een muur van coalitiepartijen’. ‘Het is schokkend hoe de geschiedenis zich herhaalt’, schrijft Van Dam.

Vindt u dat Van Dam verstandige dingen zegt als hij de vergelijking trekt tussen de immigratie in de jaren zestig en zeventig en die van nu?

“Allereerst moet je jezelf de vraag stellen: is er een structureel of een tijdelijk gebrek aan arbeidskrachten? Dan moet je een onderscheid maken tussen de verschillende groepen en de rechten die ze hebben. In 1974 werd de regel ingesteld dat als je als gastarbeider vertrok, je niet meer terug mocht komen. Dit had een averechts effect: veel Marokkanen en Turken besloten toen maar definitief hier te blijven. Terwijl de Italianen en Spanjaarden als EU-burgers niet onder die regel vielen en er veel teruggingen naar hun thuisland.

“We zitten nu door de vergrijzing met een structureel tekort aan arbeidskrachten, neig ik te zeggen. De effecten van vergrijzing kunnen op de lange duur niet te niet worden gedaan door immigratie. Dan zouden miljoenen mensen nodig zijn. Wel zeg ik dat er nu al structurele tekorten op onze arbeidsmarkt bestaan waar buitenlanders een oplossing voor zijn: er zijn per slot van rekening werkgevers die hen een baan bieden. De Oost-Europeanen lopen hier niet te lanterfanten.

“De Polen die hier werken – en in de toekomst de Roemenen en Bulgaren – zijn EU-burgers die bepaalde rechten hebben en je niet zomaar kunt weigeren. Dan kun je als PvdA wel hoog en laag springen en heel stoer gaan doen om die arbeidsmigranten tegen te houden, maar dat is allemaal symboolpolitiek. Ik denk dan bovendien: tegenhouden? Ze zijn hier al lang. Het hele Westland drijft op buitenlandse arbeidskrachten.”

“Je kunt beter zorgen dat die arbeiders die hier zijn het fatsoenlijk hebben en beschermd worden door de cao. Niet alleen is dat rechtvaardig voor hen en leef je daarmee onze wetten na, het is ook in het belang van Nederlandse werknemers. Het massaal ontduiken is een ondergraving voor de cao en daarmee voor onze welvaart in het algemeen.

“Al dat geroep om de overlast die Oost-Europeanen veroorzaken: dat geloof ik best. Maar als PvdA, Partij van de Arbeid, zou je beter in kunnen zetten op nakoming van de cao’s in plaats van immigratiebeperking. Een handjevol werkgevers komt de cao niet na. Zo krijg je overlast van bijvoorbeeld te veel Polen in een te klein huis. Ga als PvdA liever achter de vakbond staan, help ze. Dat is de basis van onze welvaartsstaat. En daar zou de focus van de politiek moeten liggen.”