De Russische meesterpianist Nikolaj Lugansky speelde afgelopen woensdag de grote zaal van Concertgebouw Amsterdam tot een staande ovatie. De meesterpianist speelde op zijn vijfde al Beethoven, zonder ooit lessen gevolgd te hebben. “Ik heb nooit zoveel geoefend.”
Nikolai Lugansky. Foto: James McMillan and Onyx.
Nikolai Lugansky. Foto: James McMillan and Onyx.

Amsterdam, 21 jan – Toen Nikolaj Lugansky (39) de laatste noten van het Derde concert van Rachmaninov voor piano en orkest speelde,  begon het publiek in de Amsterdamse Concertgebouw te applaudisseren. Hij kwam nog vier keer terug op het podium om naar het enthousiaste publiek te buigen en speelde uiteindelijk nog een extra muziekstuk.

Applaus is niet interessant

“Het Concertgebouw van Amsterdam is een van de mooiste zalen ter wereld”, zegt Lugansky over zijn optredens in Amsterdam. “In het Concertgebouw vinden bijna elke dag gemiddeld twee concerten plaats. Je ziet dat de interesse in klassieke muziek hier enorm groot is.” De meesterpianist vindt applaus niet interessant. “Als ik een concert heb gespeeld, let ik echt niet op hoeveel mensen klappen, ik speel niet voor ovaties. Maar ik geloof dat ik het warmste onthaal in Parijs en in Brazilië heb gehad. Dat ligt meer aan het temperament van de bevolking.”

Dat mensen klassieke concerten vaak te duur vinden verbaast Lugansky. Volgens hem verdienen zowel organisatoren als artiesten in de wereld van de klassieke muziek niet veel geld. “Je moet van klassieke muziek houden als je ermee wilt werken. Waar je met popmuziek honderden miljoenen euro’s kan verdienen, zijn dat maar duizenden euro’s met klassieke muziek.” Dat er toch operazangers zijn bij wie een concertkaartje gemiddeld 300 euro kost, ligt volgens de pianist aan het genre. “De commercialisering van opera begon met optredens van de Drie Tenoren: Pavarotti, Domingo en Carreras. Ik merk wel dat de concertprijzen in Rusland een stuk hoger liggen. In Europa gaat niemand 300 euro betalen voor een kaartje. ”

Nooit veel geoefend

Op zijn vijfde speelde Lugansky het begin van de twintigste Sonate van Beethoven op de piano, zonder enige muzikale opleiding. Hij luisterde en speelde op gevoel. “Veel meesterpianisten bereiken de top van hun technische capaciteiten tussen hun dertiende en hun twintigste jaar. Dan zitten ze vaak zeven of acht uur per dag achter de piano. Voor hun 25ste is hun speeltechniek helemaal gevormd. Mijn techniek wijzig en verbeter ik nog steeds. Ik had vroeger een paar keer per week les van geweldige muziekdocenten en luisterde heel veel naar klassieke muziek, maar ik heb nooit zo veel geoefend.

Zijn muziekcarrière ging volgens de artiest ‘helemaal vanzelf’. Hij won een aantal muziekcompetities, kreeg aanbiedingen voor cd-opnames en werd vervolgens overal ter wereld uitgenodigd om op te treden. ” In de klassieke muziek zijn er geen echte doorbrekers: de ontwikkeling van een muzikant op de lange termijn speelt de belangrijkste rol voor succes. Het is natuurlijk handig dirigenten te kennen die je goed vinden en voor optredens uitnodigen, maar talent is bepalend. Finales van competities zijn perfecte kansen. Die worden vaak door belangrijke mensen uit orkesten en platenmaatschappijen gevolgd. Tegelijkertijd zijn dat momentopnames: je wordt beoordeeld op wat je tijdens die ene minuut laat horen.”

 

Maximaal twee weken vrij

Alle muziekstukken die de meesterpianist tijdens zijn concerten speelt, kent hij uit zijn hoofd. “Dat is traditie in de klassieke muziek.” Wat Lugansky tijdens zijn soloconcerten speelt bepaalt hij zelf. Programma’s voor optredens met een orkest worden vaak door het orkest voorgesteld. “Mensen die niet vaak naar mijn concerten zijn geweest associëren mijn optredens meestal met muziek van Rachmaninov. De concerten van Rachmaninov voor piano en orkest zijn de mooiste pianoconcerten die ooit zijn geschreven, maar ik speel net zo graag muziek van andere componisten zoals Mozart, Beethoven, Liszt. Als pianist heb je zo veel keuze!”

Per jaar geeft Lugansky gemiddeld honderd concerten en neemt hij maximaal twee weken vrij. “Elk concert minder betekent dat ongeveer 2000 mensen die bepaalde stukken in een concertzaal willen horen dat niet kunnen doen. Alleen al uit respect voor mijn publiek kan ik dat niet maken.” Als hij tijdens zijn tournee wat vrije tijd heeft, wandelt de meesterpianist graag door een stad of gaat hij naar een museum. Tenzij er een piano tot zijn beschikking is: “Als ik de kans krijg om vier – vijf uur voor mezelf te spelen, dan doe ik het graag”. Meestal bespeelt Lugansky  de piano alleen tijdens korte repetities en optredens. Hoe lang hij het geven van concerten nog volhoudt, daar denkt de meesterpianist liever niet over na. Lachend vertelt hij over pianist en componist Anton Rubinstein, die tot zijn 87ste optrad.

Enhanced by Zemanta