- Nieuw Amsterdams Peil - http://napnieuws.nl -
Themanummer: Old Amsterdam
Posted By Kick Hommes On februari 14, 2012 @ 17:00 In Algemeen | No Comments

Bron: Wilem Admiraal, Flickr
AMSTERDAM, 14 februari – Amsterdam is oud en is wellicht nog ouder dan gedacht. In 2011 bleek uit opgravingen rondom de Noord/Zuidlijn dat er al eerder dan gedacht mensen hebben gewoond op de moerassige grond waar Amsterdam op gebouwd is. Aan de andere kant verjongt de stad in rap tempo. Terwijl in de rest van Nederland het spook van de vergrijzing heerst, lijkt Amsterdam nergens last van te hebben. Het aantal ouderen in de stad daalt snel en de vraag is waarom.
Voldoende reden om deze editie van NAP Nieuws te wijden aan het thema Old Amsterdam. Even geen rechtbankzaken, stoperanieuws of stakingen. Het gaat vandaag over sportende ouderen, bejaardentehuizen voor homoseksuelen en Surinamers, en musea op begraafplaatsen. Waarom? Omdat ook Old Amsterdam de moeite waard is om een keer over te lezen.
In dit nummer ook het laatste interview in de serie ‘(G)een centje pijn’ met fractieleider Frank de Wolf van de PvdA, de langstzittende bestuurspartij van Amsterdam. Een vleugje politiek in een reportagegetinte internetkrant. Ook de liefhebbers van kaas komen aan hun trekken in de column, die als een kaasplankje deze literaire maaltijd afsluit. Lekker met een glaasje port.
Amsterdam vergrijst niet
Posted By Thomas Rueb On februari 14, 2012 @ 16:58 In Achtergrond, Nieuwsbericht, Nieuwsverhaal | No Comments

Steeds minder ouderen in Amsterdam. Foto: teddykiller (Flickr)
AMSTERDAM, 14 februari – De vergrijzing krijgt geen vat op Amsterdam. Wars van alle landelijke trends, daalt het aantal ouderen in de stad. Dat blijkt uit gegevens van het Bureau Onderzoek en Statistiek (O+S).
Het aantal 65-plussers in Amsterdam is de afgelopen tien jaar drastisch gedaald. De stad telde aan het begin van deze eeuw ongeveer 89.000 ouderen, in 2011 waren dat er 3000 minder. Dat is opvallend, want het totaal aantal Amsterdammers nam over diezelfde periode toe met zo’n duizend inwoners per maand.
Amsterdam zit niet alleen ruim onder het landelijk gemiddelde, het aantal ouderen is zelfs dalende. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) was in 2000 ongeveer 14 procent van de Nederlandse bevolking 65 jaar of ouder. In 2011 was dat zelfs 16 procent.
In Amsterdam nam het totale aandeel ouderen tussen 2000 en 2011 juist af, van 12 procent naar 11 procent. Dit druist in tegen landelijke vergrijzingstatistieken. In Nederland zijn 65-plussers een rap groeiende bevolkingsgroep.
Jeroen Slot, adjunct directeur van het O+S, heeft een verklaring voor de afwijkende Amsterdamse cijfers. Volgens hem merkt de stad momenteel de gevolgen van een massale uitstroom van veertigers die plaatsvond in de jaren 70 en 80. “Zij verhuisden in die tijd in groten getale naar omliggende dorpen. Almere, Purmerend, Zaanstad – de stad slonk aanzienlijk, met 1985 als absolute dieptepunt.”
Met de komst van gastarbeiders halverwege de jaren 80 begon de stad langzaamaan weer uit te dijen. Slot: “Qua inwonersaantallen zitten we weer op het oude peil, maar niet qua ouderen. De gastarbeiders van de jaren 80 die zijn op dit moment nog niet oud genoeg om de ‘65+-groep’ te versterken.”
Ouderen in de stadsdelen
Het ‘oudste’ stadsdeel van Amsterdam is op dit moment Amsterdam Noord: 15 procent van de inwoners is 65+. Dat ligt maar net onder het landelijk gemiddelde. Amsterdam Oost en West zijn de stadsdelen met de minste ouderen, met niet meer dan 8 procent van het totaal.
Slot voorspelt dat het tot ongeveer 2020 zal duren tot de ouderenpopulatie van Amsterdam is hersteld. Dan zal de gemiddelde leeftijd van de Amsterdammer stijgen in de richting van het landelijke gemiddelde. “Maar tot die tijd blijft Amsterdam wars van de nationale trend”, waarschuwt Slot. “De vergrijzing laat hier nog wel even op zich wachten.”
Demograaf Jan Latten van het CBS sluit zich daarbij aan. Maar of Amsterdam in de nabije toekomst in de buurt van het landelijk gemiddelde zal komen, blijft volgens hem de vraag. “De stad heeft een ‘roltrapfunctie’: jonge hoogopgeleiden stromen relatief snel door naar een hogere positie op de arbeidsmarkt, maar blijven slechts tijdelijk in de stad, om daarna plaats te maken voor nieuwe jonge inwoners. Dit heeft tot gevolg dat de regio in toenemende mate ‘vertwintigt’.”
Een stem armer, een vriendschap rijker
Posted By Gidi Heesakkers On februari 14, 2012 @ 16:56 In Algemeen, Interview, Leven, Reportage | No Comments

Poster van Samen in Amsterdam. Foto: Rode Kruis
De Diemense Ada van Emrik (62) voelde zich vaak alleen. Via een ‘maatjesproject’ van het Rode Kruis Amsterdam vond ze in Manuela Dieventhaal (31) een vriendin om leuke dingen mee te doen. Er ontstond een warme vriendschap. Van Emrik: “De band die wij hebben, is goud waard.”
AMSTERDAM, 14 februari – Ada van Emrik (62) plaatste begin 2011 een advertentie in een Diemens huis-aan-huisblad. ‘Zoek leuk maatje om gezellig mee te fietsen, te wandelen. Terrasje, musea, bioscoopje, theater.’ Er kwamen reacties, maar het bleef meestal bij een keertje koffie drinken. Van Emrik drukt het spraakknopje op haar keel in, de stem klinkt raspend en rokerig: “Ze vonden mijn stemprothese een bezwaar.”
Na een reeks zware operaties om haar slokdarmkanker te behandelen was ze haar stem verloren. Ook veel vrienden raakte ze kwijt. Vanwege het “pruttelketeltje”, zoals Van Emrik haar stem nu noemt. Ze vonden het moeilijk om met het afwijkende stemgeluid om te gaan, gokt ze. Wat volgde was een depressieve periode. Ze pakt een tissue uit het doosje naast haar op de bank .“Sorry, ik word altijd emotioneel als ik eraan terugdenk”, zegt de in een grijs joggingpak gestoken Van Emrik.
Opbeurende woorden komen er van de goedlachse Surinaamse vrouw naast haar. Manuela Dieventhaal (31) is sinds november vorig jaar het ‘maatje’ naar wie Van Emrik op zoek was. Ze vonden elkaar via het Samen in Amsterdam-project van het Rode Kruis, dat eenzame mensen uit hun isolement probeert te halen door ze te koppelen aan vrijwilligers. Van Emrik wilde geen “dooie vogel”. De reuring die ze naar eigen zeggen wel kon gebruiken, heeft ze in Dieventhaal gevonden.
Samen in Amsterdam
Het Rode Kruis Amsterdam startte in 2009 met het project Samen in Amsterdam. Doel is eenzame Amsterdammers uit hun isolement halen door ze te koppelen aan een vrijwilliger, ook wel ‘maatje’ genoemd. Die biedt een luisterend oor en zorgt voor persoonlijk contact, maar denkt ook mee om sociale contacten en andere activiteiten uit te breiden. Elke vrijwilliger wordt na een intakegesprek gekoppeld aan een deelnemer. Bij het maken van een match houdt het Rode Kruis rekening met zaken als hobby’s, achtergrond en wensen van deelnemer en vrijwilliger. Zij worden voor een jaar aan elkaar gekoppeld en hebben twee keer per maand een afspraak. De invulling van de afspraken staat vrij en kan bijvoorbeeld bestaan uit een kopje koffie drinken, wandelen, winkelen of een museum bezoeken.
“Ze mag me geen maatje noemen, hoor”, zegt Dieventhaal. Dat klinkt haar te veel alsof ze maatschappelijk werkster is. “Ada is gewoon mijn vriendin. Het is alsof ik mijn tweelingzusje heb gevonden. Wit van buiten, zwart van binnen. Ze heeft ook Surinaamse billen.” Van Emrik staat op van de leren bank in haar woonkamer en schudt haar achterste.
Haar partner Joop komt uit de keuken met thee en cake, terwijl zij geanimeerd een minitoneelstukje improviseert over de eerste keer ontmoeting met haar nieuwe vriendin. Het was de bedoeling dat de twee vier uur met elkaar zouden doorbrengen. Dieventhaal vond dit onzin. “Zondag is mijn vrije dag, dan heb ik geen tijdslimiet. Als het gezellig is ga ik niet na vier uur al naar huis.” Van Emrik nam haar mee naar haar volkstuintje. Daarna dronken ze een wijntje en aten ze een bitterbal. Het was de eerste keer dat Van Emrik weer vast voedsel mocht eten.
Feiten en cijfers
- Sinds 2009 hebben zich ruim 250 vrijwilligers en 260 deelnemers aangemeld
- Vrijwilligers zijn meestal tussen de 20 en 40 jaar of 65+, deelnemers zijn vaak ouderen of jongere mensen met een chronische ziekte of lichte handicap
- Tot nu toe zijn er 230 koppels gevormd: 30 tijdens de pilot in 2009, 85 in 2010, 100 in 2011 en 15 in dit jaar
- Op dit moment zijn er ongeveer 120 koppels actief
- 40 eenzame Amsterdammers staan op de wachtlijst
- Van 20 vrijwilligers wacht het Rode Kruis nog op de vereiste Verklaring Omtrent Goed Gedrag
- Vrijwilligers moeten ook een door het Rode Kruis aangeboden cursus ‘Omgaan met eenzaamheid’ volgen
- Geïnteresseerden kunnen voor informatie kijken op www.rodekruis.nl/amsterdam [1]
Sindsdien maken ze elke twee weken een uitstapje met elkaar. Zo gingen ze een keer nieuwe kleren kopen bij de Bijenkorf. En zondag bezoeken ze samen de Zaanse Schans. “Ik kijk geregeld op Vakantieveilingen.nl of er iets gezelligs te doen is waar we naartoe kunnen”, vertelt Dieventhaal. Met Joop kan Van Emrik niet meer op pad. “Hij is hartpatiënt en heeft longemfyseem. Als hij de trap af loopt is hij al kapot. Net een goudvis die naar lucht hapt.” Joop is aan huis gekluisterd, maar zegt daar vrede mee te hebben. Niets voor Van Emrik: “Dan zou het pitje bij mij heel gauw uit zijn.”
De plak cake op haar bord blijft tijdens het gesprek vrijwel onberoerd. Ze praat aan één stuk door. Andere mensen met een stemprothese krijgen soms al na vier zinnen hoofdpijn, weet ze. Zelf neemt ze amper pauze. Ze is altijd al praatgraag geweest. De vlotte babbel kwam goed van pas in haar horecaverleden. 23 jaar werkte ze in een café aan de Middenweg.
Dieventhaal biedt vandaag vooral een luisterend oor. Maar, zo verzekert Van Emrik, “Manuela kan bij mij ook alles kwijt. Vorige week overleed een goede vriendin van haar. Toen zij op de begrafenis was, heb ik aan haar gedacht.”
Naast ‘maatje’ is Dieventhaal ook elke maandag vrijwillig gastvrouw in het VU medisch centrum. Daarnaast werkt ze als doktersassistent in het Slotervaartziekenhuis. Ze herkent zich vaak in de gevoelens van Van Emrik. Mensen in haar omgeving hebben haar ook weleens laten vallen, vertelt ze. “In de Surinaamse cultuur is ziek zijn best een taboe. De meeste Surinamers en Antillianen begrijpen niet waarom ik dit doe, tenzij ze in de zorg werken.” Volgens Dieventhaal heeft het alles met schaamte te maken. “Veel mensen zien geholpen worden als een teken van zwakte.”
De nare gebeurtenissen tijdens en na haar ziekte hebben Van Emrik geleerd dat ze niet altijd op mensen kan rekenen. “Ik merk steeds meer dat mensen alleen maar met zichzelf bezig zijn. Ik heb bijvoorbeeld het gevoel dat niemand zijn buurman meer kent.” Dieventhaal knikt. “Mensen doen veel te weinig voor elkaar. Als je tijd hebt om acht uur voor de televisie te zitten, kun je ook de tijd nemen om even met iemand te praten.”
Mede dankzij Dieventhaal gaat het weer goed met Van Emrik. “Maar ik weet niet of ik er, mocht ik weer ziek worden, weer de kracht voor kan opbrengen”, zegt ze. Dieventhaal schrikt op van haar stoel, even is de lach verdwenen. “Dat meen je toch niet, hè?” Ze herhaalt het nog eens en haar stem gaat omhoog. “Ach”, zegt Van Emrik, “Dat zeg ik nu. Maar als het me gebeurt denk ik er natuurlijk vast anders over.” Ze staat op om een tijdschrift te pakken. De Tweede Stem heet het, voor mensen die net als zij een stemprothese hebben. “Tweede stem, tweede leven, zo zie ik het.”
Met de roltrap langs 100.000 jaar Rokin
Posted By Annemarie van de Vijsel On februari 14, 2012 @ 16:54 In Mooi, Nieuwsbericht | 1 Comment
AMSTERDAM, 14 februari – In station Rokin op de Noord/Zuidlijn zal vanaf 2017 een tentoonstelling van archeologische vondsten te zien zijn. De voorwerpen zijn gevonden onder het Rokin. Vrijdag werd in het Allard Pierson Museum het plan toegelicht met een maquette van de tentoonstelling, gemaakt door architectenbureau Benthem Crouwel.

Vondsten uit de Amstel. Foto: Annemarie vd Vijsel
Langs de roltrap die naar het toekomstige metrostation leidt, zal een groot deel van de 700.000 objecten te zien zijn. Dagelijks zullen naar schatting 52.500 reizigers de vondsten kunnen aanschouwen. De archeologen van Bureau Monumenten & Archeologie (BMA) van de gemeente Amsterdam willen de potten, bijlen, vazen en botten niet wegstoppen in een depot, maar zichtbaar maken voor het publiek. BMA werkt met het UvA Erfgoedlab aan het plan.
De tentoonstelling op station Rokin moet een multimediale, interactieve expositie worden. Ook wordt een app voor de smartphone ontwikkeld, die informatie geeft over de vondsten. Een van de taken die het UvA Erfgoedlab te wachten staat, is bedenken hoe reizigers de vondsten ook in een rustiger tempo kunnen bekijken dan de snelheid van de roltrap of hun reistijd toelaat. Een deel van de 700.000 archeologische vondsten is sinds vrijdag te zien in het Allard Pierson Museum aan het Rokin. Naast de voorwerpen geven foto’s een indruk van het verloop van de opgravingen.
Tot 1937 liep de Amstel via het Rokin door tot aan de Dam. “Het is de doorgewinterde aard van mensen dat als ze water zien, ze daar spullen in willen gooien. Dat is mooi voor archeologen,” zegt Jerzy Gawronski, stadsarcheoloog van BMA. Het leidde tot de “idioot grote” vondstencollectie van 700.000 voorwerpen en scherven.
Het graven van de tunnel voor de Noord/Zuidlijn bood de archeologen van BMA de gelegenheid op grote diepte onderzoek te doen. Normaal gesproken vindt archeologisch onderzoek in Amsterdam plaats op vier meter diepte. Nu kon voor het eerst op een diepte van 25 meter gezocht worden. In de onderzochte aardlagen is de oude bedding van de Amstel terug te vinden en daaronder grondlagen die tot 100.000 jaar teruggaan. Het oudste voorwerp dat onder het Rokin gevonden is, stamt uit 2600 voor Christus.
Lees hier [2] een interview met Jerzy Gawronski over de opgravingen onder het Rokin.

Maquette van station Rokin. Foto: Annemarie vd Vijsel
De stadsreizen van H.J.A. Hofland
Posted By Haro Kraak On februari 14, 2012 @ 16:52 In Algemeen, Interview, Mooi | No Comments
H.J.A. Hofland (1927) is geboren in Rotterdam, groeide op tussen het puin van de bombardementen en vertrok daarna naar Amsterdam. Hij begon in 1953 op de Nieuwezijds Voorburgwal bij het Algemeen Handelsblad, dat later het NRC Handelsblad werd, na een fusie met de Nieuwe Rotterdamse Courant. Bijna zestig jaar later verschijnen nog elke week drie columns van zijn hand. Hofland, door vakgenoten uitgeroepen tot “journalist van de eeuw”, woont nog altijd in Amsterdam en gaat graag met de tram.

H.J.A. Hofland Foto: Paul Levitton
AMSTERDAM, 14 februari – “Ik maak in Amsterdam tramreizen. Ik zal u een mooi traject geven. Lijn 3. Ik stap hier in bij mij op de hoek. De Ceintuurbaan af, langs het Sarphatipark, de Amstel over. Bij het Oosterpark stap ik uit. Daar neem ik lijn 9, langs het Tropenmuseum, door de Plantage Middenlaan, langs het Meester Visserplein, zoals de omroeper zegt. Dan linksaf bij het Waterlooplein, weer de Amstel over. Op het Rembrandtplein hebben ze Rembrandt met z’n neus de andere kant op hebben gezet. Vervolgens de Munt, daar stap ik uit en loop ik naar het Spui.
“Na een kopje koffie loop ik verder door de Spuistraat of de Nieuwezijds Voorburgwal en dan denk ik aan oude tijden. Waar ik mijn werk begonnen ben. Vroeger had je daar het Handelsblad en De Waarheid zat daar nog. Aan de overkant de Volkskrant, dan de Telegraaf. In dat gebouw logeerde ook Trouw en Het Parool. Tegenover het Handelsblad had je het Algemeen Dagblad. Verderop had je De Tijd. Dan loop ik langs Café Scheltema, waar iedereen samenkwam in die tijd. De Nieuwezijds Voorburgwal werd de Fleet Street van Amsterdam genoemd. En ik heb altijd gedacht: dat is verkeerd! Fleet Street is de Nieuwezijds Voorburgwal van Londen. Net als: Harry Mulisch is de Homerus van Amsterdam. Nee, Homerus is de Harry Mulisch van Athene! Zo werkt het. Niet zo schijterig. Een beetje trots, kom zeg.
Wie zijn al die mensen?
Café Scheltema, dat sinds 1908 bestaat, zit op de Nieuwezijds Voorburgwal, waar vanaf het eind van de Tweede Wereldoorlog tot de jaren zeventig grote landelijke kranten gevestigd waren. Van de dagbladen die Hofland bespreekt bestaat de communistische krant De Waarheid niet meer. De Tijd werd in 1974 een weekblad en fuseerde in 1990 met de Haagse Posttot HP/De Tijd.
In het café kwamen de intellectuelen en creatievelingen uit die tijd samen. Scheltema had de grootste bieromzet van het land. Naast de namen die Hofland noemt staat het bekend om stamgasten als Rijk de Gooyer, Simon Vinkenoog, Remco Campert, Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt, majoor Bosshardt, Gerard van het Reve en Hans van Mierlo.
Hofland vertelt over enkele cafégangers die hem nog vers in het geheugen liggen. Zoals Wim T. Schippers, de kunstenaar, radio-, theater- en televisiemaker die beroemd werd met zijn absurdistische en humoristische werk. Robert Jasper Grootveld organiseerde manifestaties, zogenaamde happenings, op het Spui. In vreemde kledij danste hij rondjes om het standbeeld Het Lieverdje. Hij overleed in 2009 toen hij 76 jaar oud was. Hans Koetsier was een conceptuele kunstenaar die tot de Fluxus-beweging gerekend wordt. Hij werd aanvankelijk bekend in de reclame. Hij stierf in 1991 op 61-jarige leeftijd. Koen Wessing was een fotograaf die wereldwijd conflicten en opstanden vastlegde. Hij reisde onder andere naar Chili, Nicaragua, China en Kosovo. In 2011 overleed hij. Hij werd 69 jaar.
De Nieuwezijds Voorburgwal werd de Fleet Street van Amsterdam genoemd, vernoemd naar de Londense straat waar alle Britse dagbladen hun oorsprong vonden. De Britse pers wordt nog steeds de Fleet Street genoemd, hoewel de kranten inmiddels allemaal verhuisd zijn.
In 2008 werd Café Scheltema honderd jaar oud. Het werd echter niet gevierd omdat de uitbaters het jubileum over het hoofd gezien hadden.
“Na de herinneringen neem ik lijn 17, dan rij ik langs de Raadhuistraat, waar ik in de bocht gewoond heb en waar die rookbom is ontploft bij het huwelijk van Beatrix en Claus. Bij de Marnixstraat gaat de tram linksaf, dan kom ik weer langs een huis waar ik gewoond heb. Ik stap over op de Bilderdijkstraat en neem weer lijn 3. En dan heb ik mijn blokje om gemaakt. God, wat heerlijk zeg. Duurt maar een uur. Tenzij ik bij het Spui blijf hangen.
“Café Scheltema ga ik niet meer heen. Dat is vergane glorie. Dat is anders geworden. Scheltema was niet echt een journalistencafé maar was het centrum van de bohème. Je had er dronkenlappen, je had er journalisten, je had er schrijvers, je had er een enkele dakloze, kunstenaars, ook veel schilders. En dat begon ’s middags om een uur of vier en dat eindigde om een uur of acht. Dan gingen de meest laveloze mensen op pad naar huis.
“In die tijd was het een en al vrolijkheid. Wim T. Schippers heeft er zijn eerste shows bedacht. Robert Jasper Grootveld kwam aan je tafel zitten en hield magnifieke monologen. De schilder Jantje Peters kwam met zijn wandelstok op je tafel slaan om een rijksdaalder te lenen. Hans Koetsier bedacht er zijn prachtige advertenties die in Vrij Nederland hebben gestaan. Jaapie Metz raakte er beschonken, toen nog verslaggever van de Telegraaf, voordat hij de Tweede Kamer in ging.
“Je had Scheltema, verderop de Koningshut, weer verder Harry’s Bar, dan Café de Zwart en Hoppe. En dan – als je dat nog wist te bereiken – De Kring. Dat duurde nog wel tot een uur of één à twee, voordat je je daaruit los kon maken. En toch stond dat onze carrière niet in de weg. De volgende ochtend weer op, aspirientje van 500 mg, hartstikke opgeknapt. Nu loop ik nog wel eens die trajecten. En wat krijg je dan: A la recherche du temps perdu. Melancholie.
“Ik weet niet of er nog zo’n cultuurtje is tegenwoordig. Ik ben te oud om dat te ervaren. Ik ga niet meer naar cafés. Overdag zie ik leeftijdgenoten, maar het worden er steeds minder. Een goede vriend van mij, Koen Wessing, een uitstekende fotograaf die alle opstanden ter wereld heeft gefotografeerd in zijn tijd, kreeg opeens kanker. Je zag hem verdwijnen en toen was hij dood. En dan denk ik: “Hé Koen, waar zit je godverdomme?” Dat krijg je. Als ik met lijn 5 ga, dan kom ik door de Hobbemastraat, rechts P.C. Hooftstraat, daar woonde Hans Koetsier, dan zeg ik: “Dag Hans.” En de laatste keer dat ik Theo van Gogh heb gezien was op de hoek van de Hobbemastraat. “Ha Theo.” Dan de Leidsekade waar Harry Mulisch woonde: “Harry.” Je groet de doden. Maar ik ben er nog.”
“Een normaal verzorgingstehuis, daar zit ik niet op te wachten”
Posted By Anna Vossers On februari 14, 2012 @ 16:50 In Achtergrond, Algemeen, Leven, Reportage, Stad | No Comments
Roti en spekkoek of een driegangenlunch, merengue dansen met de kleinkinderen of praten over de eenzame kinderloze oude dag met lotgenoten. Elke Amsterdamse oudere heeft andere wensen en behoeften op zijn oude dag. De trend in vergrijzend Amsterdam is: voor elke groep eigen activiteiten of woonvormen. NAP ging kijken bij een homovriendelijk woonzorgcentrum en bij een verpleeghuis voor dementerende Surinamers.
AMSTERDAM, 14 februari – De afdelingen van verpleeghuis Anton de Kom in de Bijlmer hebben namen als Toekan en Twatwa. Zachtjes klinkt de beat van de trommels van Surinaamse muziek. Het behang is geel en oranje en aan de muur hangen linnen doeken met foto’s van tropische stranden en de Wijdenboschbrug bij Paramaribo. De palmplanten gedijen er goed, want de thermostaat staat standaard op minstens vierentwintig graden. Het is kalm in de woonkamers, want alle vierentwintig dementerende bewoners hebben net hun fruit gegeten en houden ’s middags rust.

Het Anton de Komplein. Foto: Anna Vossers
Alle bewoners hebben een eigen slaapkamer. In de gedeelde woonkamers wordt na het ontbijt gedanst voor de verplichte dertig minuten lichaamsbeweging. Na de middagrust helpen de bewoners, als dat nog kan, met het koken van een Surinaamse avondmaaltijd. De bakbananen en bakkeljauw worden op de markt om de hoek op het Anton de Komplein gekocht. De meeste medewerkers zijn zelf ook Surinaams. Ze praten een mengelmoesje van Sranan Tongo en Nederlands met de bewoners en familieleden.
Levendiger is het tien kilometer verderop, bij de ‘roze ouderen’ in woonzorgcentrum De Rietvinck in de Jordaan. Het huis kreeg net als twee andere woonzorgcentra van zorggroep Osira van homobelangenvereniging COC de ‘Roze Loper’, een keurmerk voor homovriendelijke ouderenzorg. Het is een verzorgingstehuis met zeven aanleunwoningen voor homoseksuele ouderen, het L.A. Rieshuis.
In het zaaltje van Café Rosé zitten deze donderdag drie uur zo’n veertig ouderen. Na een korte inleiding van Jasper Wiedeman van het homodocumentatiecentrum Ihlia gaat de beamer aan. Vandaag kijken de cafégangers de oudste beelden van homo’s op de Nederlandse televisie terug. Wiedeman laat beelden uit 1964 zien van Benno Premsela, de eerste man die openlijk op de Nederlandse tv uitkwam voor zijn homoseksualiteit. “Wie kent Benno allemaal?” vraagt geestelijk verzorger Anton Koolwijk. Van alle kanten klinkt bevestigend gebrom. Mevrouw Grotjohann roept vanaf de bank op de eerste rij: “Hij heeft het COC helemaal opgebouwd, en dat werd de mooiste dancing van Europa.” Ze lacht hard, anderen lachen mee.
Woon- en zorgmogelijkheden voor ouderen zijn er in gradaties. Van vrijblijvende activiteiten tot dagbehandeling, van woongroepen en aanleunwoningen tot verpleeghuizen voor diegenen die het meest afhankelijk zijn geworden. In al die categorieën ontstaan gespecialiseerde huizen: Amsterdam heeft een verzorgingstehuis voor gefortuneerde bejaarden, woongroepen voor oudere Marokkanen en Hindoestanen en woonzorgcentra met een keurmerk voor homovriendelijke zorg. Zorgorganisatie Cordaan opent volgende maand El-Noor, een woonvoorziening voor islamitische senioren.
Dat juist nu kleinschalige woon- en zorginititatieven als paddestoelen uit de grond schieten, is niet zo gek, legt Netty van Triest uit, programmaleider bij de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting: “De babyboomers, die nu met pensioen gaan, zijn erg geïnteresseerd om met elkaar te gaan wonen. Het is een eigenzinnige generatie met een hoger inkomen en meer vermogen.”
“Homovriendelijk” woonzorgcentrum De Rietvinck organiseert elke week activiteiten voor oudere homo’s, zoals films en praatgroepen. Uit de wijde omgeving komt er een vaste groep geïnteresseerden op af. De eerste donderdag van de maand is er Café Rosé, een gratis middag voor roze ouderen. Het café heeft om de maand een serieus thema en om de maand lichter amusement.

Foto: Ladyheart (morguefile)
De generatie homo’s die nu oud wordt, kan meestal niet rekenen op hulp van nageslacht. Adoptie, zaaddonors en draagmoeders waren er toen zij jong waren nog niet voor homo’s, dus kinderen hebben ze meestal niet.
Bij het Anton de Komhuis is juist het tegenovergestelde aan de hand. Anne-Rose Abendanon, die aan de wieg stond van het verpleeghuis, merkte bij ontmoetingscentrum Kraka-e-Sewa voor Surinaamse dementerende ouderen, dat veel van de ouderen bij hun kinderen in huis woonden. Familieleden hadden vaak geen vertrouwen in de Nederlandse zorg. Abendanon zag dat om een dementerende grootouder in huis te hebben, kleinkinderen hun kamer moesten afstaan en veel te veel mensen in één huis woonden. Daarom kwam er in november 2009 een verpleeghuis voor dementerende Surinaamse ouderen.
Anders dan bij Anton de Kom zijn de ouderen die naar de activiteiten van de Rietvinck komen vaak nog gezond. Ze hebben wel behoefte aan aanspraak van mensen die net als zij hebben moeten vechten om uit te komen voor hun seksuele voorkeur, en hun sociale leven wordt met het verstrijken van de jaren kleiner. Het merendeel van de deelnemers aan Café Rosé en De Roze Salon woont dan ook nog gewoon thuis.
Toch komt niet elke oudere zomaar in aanmerking voor elke woon- of zorgvorm. In het Anton de Komhuis wonen alleen ouderen die een verpleeghuisindicatie hebben, die dus 24 uur per dag recht hebben op zorg. Veel aanleunwoningen en woongroepen vallen onder sociale huur, met een bijbehorende inkomens- en vermogensgrens. En particuliere woonvormen zijn weer niet weggelegd voor de minimainkomens.
Mevrouw Grotjohann, vaste bezoekster van Café Rosé, moet er niet aan denken afhankelijk te worden. Ze woont nog zelfstandig in een flat bij de Gaasperplas in de Bijlmer. Twee keer woonde ze lang samen met een vrouw; nu is ze op zichzelf aangewezen. Nu gaat dat nog goed, ze fietst nog veel en wandelt. Haar moeder zei altijd: “Mannen moet je niet aan beginnen, en kinderen zijn hinderen.” Dat advies heeft Grotjohann letterlijk genomen.
Voor het L.A. Rieshuis in de Jordaan zou Grotjohann wel warm lopen, maar ze is te “kapitaalkrachtig” voor zo’n sociale huurwoning. Op een paar honderd meter lopen van haar appartement staat een normaal verzorgingstehuis. “Maar daar word je lastig gevallen door mannen. Daar zit ik echt niet op te wachten.” Haar sociale leven is klein geworden. Hoe het later gaat redden, zonder kinderen? “Ik neem wel een huisknecht. Of een meisje natuurlijk!”
“Voor Amsterdam ontstond was hier geen Asterix en Obelixachtig dorpje”
Posted By Martine Huijbregts On februari 14, 2012 @ 16:48 In Interview, Mooi | 1 Comment
Het Allard Pierson Museum opende afgelopen vrijdag een fototentoonstelling over de zevenhonderdduizend opgravingen die archeologen vonden in bouwputten van de Noord/Zuidlijn. Voor het eerst zijn daarbij voorwerpen uit de prehistorie gevonden. Archeoloog Jerzy Gawronski, werkzaam bij het Bureau Monumenten & Archeologie: “Er is nog nooit eerder zo diep gegraven in Amsterdam.”
AMSTERDAM, 14 februari – Archeoloog Jerzy Gawronski (56) heeft het druk. Ruim een maand na de publicatie in Ons Amsterdam over zijn archeologische vondsten in bouwputten van de Noord/Zuidlijn opent hij tentoonstellingen, geeft hij interviews en overhandigt hij vandaag het dikke boek Amsterdam Ceramics aan de burgemeester van Amsterdam. En dat alles na de eerste vondst van prehistorische voorwerpen in de hoofdstad. Amsterdam is ouder dan gedacht, kopten de media in januari. “Maar dat klopt dus niet helemaal.”

Jerzy Gawronski. Foto: Stefano Vigni via Bureau Monumenten & Archeologie, Amsterdam.
Nog nooit eerder hebben archeologen zo diep gegraven in Amsterdam. Zo’n 25 meter onder NAP, in de bouwputten van de Noord/Zuidlijn, groeven ze allerlei voorwerpen op. “Iedereen denkt altijd dat wij maar achter die tunnelboor aanrenden”, zegt Gawronski. “Maar die zit zo diep, daar vind je niks terug van oud Amsterdam. Daar zit de ijstijd.” Bovendien is er aan het oppervlak van de zachte, veel bewerkte grond van Amsterdam niets bewaard gebleven van de voorgeschiedenis van de stad. “We dachten: als er iets te vinden is, dan moeten we de stationsputten in. Die gaan namelijk dwars door de bovenste lagen grond van het Rokin en het Damrak, waar ooit de rivier de Amstel stroomde.”
Gawronski’s voorspelling kwam uit. In de oude bedding van de Amstel vonden hij en zijn team voorwerpen die teruggingen tot de Steentijd (“zo rond 2600 voor Christus”). “Maar we vonden ook voorwerpen, zoals aardewerk, uit de Bronstijd en de IJzertijd.” Ook groeven de archeologen resten op uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Gawronski: “Dan kun je dus zeggen dat dit gebied al zo’n vierduizend jaar een cultuurgeschiedenis kent.”
Maar, zegt de archeoloog hoofdschuddend, dat wil niet zeggen dat Amsterdam ook vierduizend jaar oud is. “De vroegste bouwsporen die in Amsterdam zijn gevonden, in de Warmoesstraat en de Nieuwendijk, stammen van na 1175. Deze nieuwe vondsten laten zien dat er al wel eerder mensen woonden in het gebied dat nu Amsterdam heet. Maar dat was nooit in grote hoeveelheden.” Pas toen de Amstel, het IJ en de verbinding met de Zuiderzee ontstonden, werd Amsterdam een aantrekkelijke handelsplaats om te gaan wonen en werken. “Er was hier dus geen Asterix en Obelixachtig dorpje te vinden.”
Amsterdam is niet de eerste Noord-Hollandse stad waar prehistorische resten worden gevonden. “Er is gewoon nog nooit eerder zo diep een metrolijn aangelegd”, zegt Gawronski. “Kijk, natuurlijk wordt er wel vaker dieper gebouwd, zoals parkeergarages. Maar voorheen werd altijd op vast land gegraven, nooit in een oude rivierbedding.” De kans dat de gevonden voorwerpen door de Amstel vanuit een ander deel van het land zijn meegevoerd, is niet aanwezig, volgens Gawronski. “Het aardewerk is heel broos. Dat zou dan zeker slijtsporen vertonen, en dat doet het niet.”
Van de ruim zevenhonderdduizend vondsten uit de Noord/Zuidlijn is nu een tentoonstelling [3] te zien in het Allard Pierson Museum. En vandaag overhandigt hij zijn nieuwe boek, Amsterdam Ceramics, aan de burgemeester. Het boek beschrijft de ontwikkeling van Amsterdam in negen periodes, op grond van de archeologische ontdekkingen. Gawronski: “De nieuwere voorwerpen hebben we gedeeltelijk opgegraven, en gedeeltelijk opgevraagd.” Zo staan er bij de negende periode afbeeldingen van opgegraven vazen, maar ook van gedoneerde schalen uit bijvoorbeeld Chinese restaurants.
“Door de invoering van het riool en afvaldumps buiten de stad, is het goed mogelijk dat we over honderd jaar nauwelijks nog iets in de grond tegenkomen van deze tijd”, zegt Gawronski. In Amerika doen ze bijvoorbeeld al aan garbage archeology: het doorspitten van de enorme afvaldumps. “Ze hebben daar waanzinnige typologieën gemaakt van hamburgerverpakkingen. Helemaal onderin vonden ze zelfs een intacte hamburger uit 1920.” Een andere toekomstige vorm van archeologie is digitale bestanden uitpluizen. Gawronski kijkt even naar de kast met aardewerk, die in zijn kantoor op het Bureau Monumenten & Archeologie staat. Dan zegt hij: “Maar ik ben een ouderwetse.”
65-jarige Groothof maakt kinder-Matthäus
Posted By Merlijn Kerkhof On februari 14, 2012 @ 16:46 In Algemeen, Mooi, Nieuwsbericht | No Comments

Foto: Godric Godricson
Het fonds Turing Foundation schreef op zijn website dat het een subsidie ter waarde van 20.000 euro heeft toegekend voor de realisatie van het project. De uitvoeringen gaan begin 2014 van start. Groothof wil dat er een traditie ontstaat om het lijdensverhaal aan kinderen te vertellen. In Nederland vinden er op Goede Vrijdag ieder jaar talloze uitvoeringen van de Matthäus-Passion plaats.
Groothof maakt voorstellingen voor kinderen vanaf zeven jaar. Gezien de spanningsboog van zijn publiek zal de theatermaker er goed aan doen om Johann Sebastian Bachs muziekstuk uit 1727 in te korten: de gemiddelde duur van een uitvoering bedraagt 160 minuten. Ook de voorgeschreven bezetting met koor, solisten en orkest zal ongetwijfeld worden gereduceerd. Zijn management laat weten dat Groothof nog niet op de inhoud in wil gaan, vanwege de voorbereidingen van een nieuw theaterprogramma rond Rudyard Kiplings The Jungle Book.
Groothof is bij het grote publiek bekend door zijn bijdragen aan de televisieprogramma’s Sesamstraat en Het Klokhuis. Recent maakte hij met de band De Kift de voorstelling Kees de Jongen, naar het boek van Theo Thijssen.
De Oud-Amsterdammer: een fout jaartal is geen ‘big deal’
Posted By Kick Hommes On februari 14, 2012 @ 16:44 In Achtergrond, Interview, Leven, Nieuwsverhaal, Profiel | No Comments
De Oud-Amsterdammer is een gratis krant met nostalgische en sentimentele verhalen uit het Amsterdam van het verleden. “Het gaat goed, ver boven verwachting”, zegt Hans Peijs (53), hoofdredacteur van het blad en getogen in Amsterdam Oost. “We wilden het eerst zien en dan pas geloven, maar er zijn heel veel positieve reacties. En er zijn al ruim tweehonderd inzendingen voor de puzzel.”

De Oud-Amsterdammer. Sinds 27 november 2011 in Amsterdam. Foto:deoudamsterdammer.nl
AMSTERDAM, 14 februari – Sinds november 2011 is De Oud-Amsterdammer verkrijgbaar. De krant is de Amsterdamse versie van De Oud-Rotterdammer, de eerste gratis krant die zich richtte op 50-plussers in een grote stad. Na De Oud-Utrechter en De Oud-Hagenaar is het de vierde krant die deze formule gaat hanteren. “We zagen het succes in Rotterdam en vroegen ons af waarom het in Amsterdam eigenlijk niet gedaan werd”, zegt Peijs. “En na wat overleg was het eigenlijk zo geregeld.”
De kracht van de krant is volgens Peijs de goede formule van De Oud-Amsterdammer: “We maken artikelen over onderwerpen van bewoners en door bewoners die niet verder teruggaan dan ongeveer 1950. Mensen die ons blad lezen moeten het gevoel krijgen dat ze erbij waren, dat ze zich het konden herinneren.” Voor Peijs zelf geldt dit in ieder geval wel. “Ik ben 53, ik pas in de doelgroep van onze artikelen.”
Dat de krant leeft, blijkt uit het artikel over de brand bij C&A in 1963 in het nummer van 7 februari. Peijs: “we hadden zelf ook goed onderzoek gedaan naar de brand, maar hebben liefst 52 extra foto’s uit privéarchieven van lezers gekregen. Dat is nu allemaal op internet gepubliceerd. ”
Groot historisch onderzoek ligt niet aan de artikelen ten grondslag. Peijs: “Een jaartal kan weleens verkeerd zijn. Dat willen we natuurlijk liever niet, maar het is ook geen big deal. En het is ook alleen maar leuk als we dan weer reacties van lezers krijgen die zeggen dat het toch echt 1964 was in plaats van 1963.”
Voorbeelden van onderwerpen voor De Oud-Amsterdammer heeft Peijs genoeg. Zo gaat hij schrijven over de kroningsrellen in 1980, waarbij krakers met de leus ‘geen woning, geen kroning’ het volksfeest rond de kroning van Beatrix verstoorden. Maar ook schrijft hij over de verloving van Beatrix en Claus en komt in het volgende nummer een artikel over het Casa 400, het huidige studentenhotel bij Amsterdam Amstel. “Dat gaat binnenkort gesloopt worden en we willen er een mooi verhaal over maken”, zegt Peijs.
Op dit moment schrijft Peijs veel stukken zelf, maar er is ook ruimte voor eigen initiatief. Peijs: “we stimuleren eigen inbreng en daar is op dit moment geen gebrek aan. We kunnen moeiteloos twee pagina’s vullen met stukken van lezers.” Mensen die goed schrijven worden volgens Peijs wel gevraagd of ze meer willen bijdragen aan de krant. “We willen naar een vaste redactie. Laatst meldde iemand zich spontaan aan, maar die wilde alleen maar over de Pijp van voor 1940 schrijven. Dat kan dus net niet.”
De oplage van de krant is 120.000 en gratis af te halen op vierhonderd verspreidingspunten in Amsterdam, Almere, Diemen, Weesp, Lelystad, Muiden en Purmerend. Inkomsten haalt de krant vooral uit advertenties, maar inmiddels zijn er volgens Peijs al ongeveer honderd abonnementen van vijftig euro per jaar verkocht aan mensen die niet naar een verspreidingspunt willen of kunnen.
Voorlopig wil Peijs nog niet denken aan uitbreiding van de krant. “We willen eerst settelen. Het gaat goed maar er moeten nog meer advertenties bij voor we van de zestien pagina’s nu naar 24 en meer willen.” Wel heeft Peijs goede hoop dat er uitgebreid kan worden: “ik hoorde laatst dat een ‘Jonge Amsterdammer’ van 35 zei dat het eigenlijk een krant voor iedere Amsterdammer is. Zo hadden we er nog niet over nagedacht, maar het is een welkome meevaller!”
De volgende editie van De Oud-Amsterdammer ligt op 21 februari in de schappen. Dan wordt ook duidelijk wie van de tweehonderd inzendingen de winnaars van de Intratuin-cadeaubonnen worden.

“Eigenlijk is nostalgie onzin, wanneer deze zo ontzettend inefficiënt is”
Posted By Steffi Weber On februari 14, 2012 @ 16:42 In Achtergrond, Algemeen, Mooi | No Comments

Deze filmrollen zullen vanaf de zomer vrijwel nergens meer worden gebruikt. Foto: Jay Holbin, Anakin Productions via Wikimedia
Deze zomer komt er voor het overgrote deel van de Nederlandse bioscopen definitief een einde aan het tijdperk van de 35mm-film. Zij zullen dan alle zijn gedigitaliseerd. In Amsterdam zijn de grote bioscopen dit al geruime tijd. Slechts enkele filmhuizen in de stad moeten de stap nog maken. Filmtheater Kriterion maakt hem donderdag. Het werk wordt een stuk efficiënter, maar filmoperateurs hebben nu nog maar weinig te doen. NAP zocht ze op.
Amsterdam, 14 februari – Het monotone geratel van de 35mm-film klinkt in de cabine van Filmtheater Kriterion. 25 beelden per seconde verschijnen op het grote doek in de zaal. Het publiek, dat met zijn rug naar de cabine zit, zal niet beseffen dat ze kijken naar een van de laatste 35mm-voorstellingen van het filmtheater. Naast de oude projector in de cabine staan grote kartonnen dozen. Daarin onderdelen van een computer en een beamer. Vanaf donderdag zullen zij de oude projectoren vervangen.
Kriterion stapt als een van de laatste filmhuizen in Amsterdam over op digitale projectie. Een keuze hebben ze eigenlijk niet. Uiterlijk deze zomer moet ieder filmtheater in Nederland in staat zijn om digitale film te vertonen, willen ze nog nieuwe films kunnen aanbieden. Deze worden vanaf dat moment alleen nog maar digitaal uitgebracht.
De digitalisering kost tussen de 70 en 80 duizend euro per zaal, waarvan een groot deel gaat naar de aanschaf van de dure projectoren. Het was in eerste instantie een bedrag dat niet ieder filmhuis uit eigen kracht kon opbrengen. Toen staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) eind 2010 groen licht gaf voor een overheidsbijdrage van zes miljoen, werd de 38 miljoen die nodig was voor digitalisering van alle Nederlandse bioscopen bereikt. 571 bioscoopzalen zouden nu worden gedigitaliseerd.
Samir Veen en Arnout van der Maas, twee van de operateurs in Kriterion, weten nog niet wat hen vanaf aanstaande donderdag te wachten staat. Als operateur waren zij verantwoordelijk voor de filmprojectie. Ze hebben nog geen opleiding gehad in digitale projectie, maar daarover maken ze zich niet druk. Hun eerdere operateursopleiding binnen Kriterion duurde meerdere maanden, voor de omscholing naar digitale projectie voldoet een introductiecursus. Die krijgen ze donderdag. “Het is niet moeilijk als de computer al het werk doet”, zegt Veen.
Waar in Amsterdam moet de stap nog genomen worden?
Nog vier Amsterdamse filmhuizen zullen voor de zomer overgaan op digitalisering. De Amsterdamse organisatie Cinema Digitaal, die voor een groot aantal van de bioscopen de digitalisering vormgeeft, laat weten dat dit proces voor De Balie (maart) en het nieuwe filminstituut EYE (deze maand nog) gepland staat. De organisatie is hierbij zelf betrokken. Filmtheater De Uitkijk en Melkweg digitaliseren volgens Cinema Digitaal ook in de komende maanden, maar doen dit op eigen initiatief. Filmhuis Cavia zal volgens de organisatie waarschijnlijk niet overgaan op digitalisatie en gebruik blijven maken van 35mm-films.
Van der Maas en Veen hoeven niet te vrezen voor hun baan. Kriterion wordt geleid door een studentenvereniging en de interne structuur hiervan zorgt ervoor dat iedereen binnen de vereniging een takenpakket heeft. Niemand is fulltime operateur. Van der Maas vindt het wel jammer dat de 35mm-film verdwijnt. “Het operateursvak heeft iets magisch. Je hebt een klein beeld van 35 mm, dat vervolgens het grote beeld wordt dat je ziet als je in de bioscoopzaal zit.”
Veen vindt vooral de simpele techniek achter de projectie fascinerend. “Als je naar een projector kijkt, dan snap je hoe het werkt. Sterker nog, je hebt het gevoel dat jij degene bent die de film vertoont, jij trekt de filmstrook tussen de lamp en de lens, de machine zorgt er alleen voor dat de film blijft draaien. Als je straks de computer aanzet om de film te starten, heb je geen idee wat er eigenlijk allemaal gebeurt.”
The Movies op de Haarlemmerdijk is een van de theaters waar de digitalisering al heeft plaatsgevonden. In november vorig jaar was de oudste bioscoop van Amsterdam die nog in gebruik is volledig overgestapt op digitale projectie. Van de zes operateurs die er in dienst waren, werken er nu nog twee. Een van hen is Richard Elenbaas (28). De student was voor de overschakeling zijn gehele werktijd operateur, nu werkt hij het overgrote deel van de tijd achter de bar. Films vertonen neemt sinds november maar een paar uur per week in. “Elke donderdag gaan we het filmprogramma voor de hele week bepalen. Dat zetten we dan in de computer, waarna we het kort testen. Vervolgens heb je er geen werk meer aan, de rest van de week doet de computer alles zelf.”
Elenbaas vindt een 35mm-projectie mooier dan een digitale film. “Je kunt het vergelijken met het verschil tussen een high definition-televisie en een ouderwetse beeldbuis. Digitale projectie is veel scherper, het licht is harder. Ik vind het zachtere 35mm-beeld prettiger om naar te kijken.” De bezoekers merken het verschil amper, volgens Elenbaas. “Ik krijg nauwelijks reactie, 90% van hen heeft waarschijnlijk niet eens door dat er wat veranderd is.” Zelf mist hij de verantwoordelijkheid die hij voorheen had. “Als operateur zorg je ervoor dat alles klopt. Je moet de juiste lens voor de film zetten en regel je de scherpte van de projectie. Maar je let ook op het geluid en de temperatuur in de zaal. Jij wilt dat het publiek van een optimale voorstelling kan genieten.”
Veen en Van der Maas vinden digitalisering noodzakelijk , niet alleen omdat de filmtheaters anders geen nieuwe films meer kunnen vertonen. De werkwijze bij 35mm-films is niet praktisch te noemen. Wanneer deze binnenkomen bij de bioscopen moeten de afzonderlijke filmonderdelen aan elkaar worden geplakt. Voor een film van 90 minuten gaat het om gemiddeld vijf kilometer aan beeldmateriaal.
Het proces kost operateurs veel tijd. Voor elke vertoning moet de film vervolgens in de projector worden ingelegd en tijdens een film moeten zij meerdere keren controleren of de projectie nog klopt. Wordt de film teruggegeven aan de distributeur, dan moeten de operateurs deze ook weer uit elkaar halen en transporteren. “De techniek is sinds 1895 niet veranderd, dat is eigenlijk gewoon bizar”, zegt Veen. Vanaf donderdag komt er simpelweg een harde schijf binnen waarmee de film op een computer kan worden gezet. “Maar het blijft nostalgie. Ook al is die nostalgie onzin als deze zo ontzettend inefficiënt is.”
(G)een centje pijn: PvdA-fractievoorzitter Frank de Wolf
Posted By Teri Van Der Heijden On februari 14, 2012 @ 16:40 In Algemeen, Interview, Stad, serie | No Comments

Frank de Wolf. Foto: amsterdam.nl
NAP maakt een rondgang langs de Amsterdamse fractievoorzitters. Vandaag Frank de Wolf, fractieleider van de Partij van de Arbeid (PvdA).
AMSTERDAM, 14 februari – Barre tijden in de Stopera. Amsterdam moest al ruim tweehonderd miljoen besparen, maar het was niet genoeg. In maart stemt de gemeenteraad over een extra bezuinigingspakket van honderdvijftig miljoen euro. Waar valt nog wat te halen? Wat kiest het college? Waarvoor strijdt de oppositie?
De PvdA is altijd de grootste geweest in Amsterdam. Een echte bestuurderspartij, met partijleider Lodewijk Asscher aan het roer. Met vijftien zetels bezetten de Sociaaldemocraten éénderde van de gemeenteraad. Fractievoorzitter Frank de Wolf (1952) benandert de bezuinigingsklus met pragmatische blik. “Ik kan me er ontzettend over opwinden en daar mijn bloeddruk mee omhoog jagen, maar dat helpt natuurlijk niets.”
Leden van de oppositie wilden donderdag niet in debat met het college over de invulling van het pakket aan bezuinigingsmaatregelen. Kunt u zich daar iets bij voorstellen?
“Dat ze liever gingen schaatsen?”
Los van het schaatsen.
“Dat ze wilden gaan schaatsen snap ik, maar niet dat ze deze kans voorbij laten gaan. De vraag aan de raad was: wat zijn de mogelijkheden om oplossingen te vinden voor deze bezuinigingen? Hoe moeten het college dat aanpakken?”
De oppositie heeft het gevoel dat er niet naar geluisterd wordt.
“Dat kan natuurlijk, dat ze dat gevoel hebben Maar ze hebben zelf om deze mogelijkheid gevraagd.”
De oppositie heeft zich buitenspel gezet?
“Ja. Het is nogal wat, om geen ideeën te hebben over hoe je deze bezuinigingsoperatie zou willen aanpakken. Het verwijt dat het college geen rekening houdt met de oppositie, gaat nu ook niet meer op.”
Waarop wordt wat de PvdA betreft nog verder bezuinigd?
“Waarop kan je nog bezuinigen? We moeten nog een keer kijken of de eigen organisatie efficiënter kan en met minder mensen. Waarschijnlijk lopen we daar ook tegen grens aan.
In het programakkoord stond al opgenomen dat al 91 miljoen op de eigen organisatie zou worden bezuinigd. Volgens de oppositieleiders is daar nog weinig van terecht gekomen.
“Dat is niet waar. Het kan zijn dat er nog wat achterstanden zijn, maar het is een langlopend project. Volgens mij is een groot deel van die 91 miljoen nu binnen. Maar we moeten ook geen overdreven verwachtingen hebben van wat we verder nog via efficiëntieverbetering kunnen bereiken. Misschien dat we de helft van die honderd miljoen daar vandaan kunnen halen, maar dat is al een enorm bedrag. Daarna moeten we gaan kijken of we bepaalde subsidies niet meer willen verstrekken.
Op veel subsidies is al enorm gekort.
“Ja, het wordt nu steeds pijnlijker. Dus je kan proberen dat waar mogelijk te vermijden, maar misschien lukt dat niet. Het enige wat ik kan zeggen is: onze prioriteiten liggen bij essentiële onderdelen als sociale cohesie. Je moet proberen om iedereen erbij te houden. Dat betekent dat je voorkomt dat mensen weer in groten getale op straat moeten slapen, zoals je in andere grote steden in Europa wel ziet. Armoedebestrijding blijft een belangrijk punt voor de gemeente.”
Mag daar van de PvdA niets meer vanaf?
“Ik zeg niet dat er helemaal niets meer vanaf gaat. In dit stadium ga ik nog niet zeggen dat er blokkades liggen. Dat vind ik niet zo’n verstandige gedachte. Er moet nog over gesproken worden.”
Het rijk stoot taken af naar de gemeenten, zoals jeugdzorg en de sociale werkvoorziening. Hebt u het gevoel dat de regering problemen over de schutting gooit?
“Wat ik flauw vind, is dat het kabinet wel gemeenten verantwoordelijk maakt voor bepaalde programma’s en eist dat ze die uitvoeren, maar het geld er niet bij levert. Dat gaat wel ver.”
Is er een punt waarop u zegt: nou is het genoeg, we doen het niet.
“Je zit als gemeente niet in de positie om dat te kunnen zeggen. Wij krijgen de opdracht om de maatregelen uit te voeren. Dan kan je in de protestmodus schieten, maar het is zoals het is.
Wordt u wel eens boos?
“Natuurlijk word ik wel eens boos, maar dat heeft geen zin. Ik kan me er ontzettend over opwinden en daar mijn bloeddruk mee omhoog jagen, maar dat helpt natuurlijk niets.”
Misschien is er een andere manier om nieuwe bezuinigingen enigszins te omzeilen. Is lastenverzwaring een optie?
“Dat is niet wat we het liefste doen. Maar we zouden bijvoorbeeld de onroerendezaakbelasting (ozb) kunnen verhogen. Nu zitten we onder het landelijk gemiddelde. In de verrekening van het gemeentefonds krijgen wij minder geld, omdat wij een lage ozb heffen. Een verhoging van de ozb zou Amsterdam directe inkomsten opleveren, maar ook nog extra bedrag omdat we niet meer gekort worden door het gemeentefonds.”
Zit coalitiepartner VVD te wachten op een lastenverhoging?
“Volgens mij probeert de VVD ook alle opties open te houden. En wordt er op een aantal onderwerpen krachtiger taal gebruikt dan op andere onderwerpen. Dat doen wij voor een deel natuurlijk ook.”
PvdA-wethouder Lodewijk Asscher profileert zich de laatste tijd. Hij treedt veel op zin de media. Dat zou wrevel opleveren bij de VVD.
“Asscher is gewoon politiek leider van de PvdA Amsterdam en doet wat hij doen moet als politiek leider van de PvdA Amsterdam.”
VVD-leider Eric Van der Burg was bijvoorbeeld niet blij met het interview dat Asscher in de Volkskrant gaf over stapelingseffeten van bezuinigingen.
“Dat is net zoiets als mensen verwijten dat ze hard werken. Dan moet hij beter zijn best doen. Ik begrijp niet dat de VVD daar zo ontzettend opgewonden over raakt.”
Maar Asscher is natuurlijk ook gewoon wethouder. Moet het college niet met één mond spreken?
“Het college hoeft alleen maar met één mond te spreken over de uitvoering van het programakkoord.”
Bewoonbaar verklaard
Posted By Anne Hammers On februari 14, 2012 @ 16:38 In Achtergrond, Algemeen, Reportage | No Comments
Amsterdam Noord is het oudst bewoonde stadsdeel van Amsterdam. Sinds enkele weken heeft het stukje Amsterdam ten Noorden van het IJ weer een eigen museum. Initiatiefnemer Henk Ras spreekt over de geschiedenis van het stadsdeel, dat zijn volkse karakter dreigt te verliezen.
AMSTERDAM, 14 februari- Henk Ras groef het verleden letterlijk op. De 50 centimeter hoge baardmankruik uit de zeventiende eeuw die in de achtertuin van zijn buurman werd gevonden, bevestigde voor Ras het vermoeden dat Amsterdam Noord wel degelijk een geschiedenis heeft. Twee weken geleden heropende Museum De Noord met de fototentoonstelling ‘Mensen van Noord’. Op een oppervlakte van 100 vierkante meter tonen foto’s de sociale ontwikkelingen van de afgelopen decennia.

Het oude Badhuis herbergt Museum de Noord. foto: www.museumdenoord.nl
Een “typisch Amsterdams gezin”, zegt Ras, 71 jaar en oud-psychiater, wijzend op een groot zwart-witportet. Twee ouders en een stel brutaal ogende tienerkinderen kijken halverwege de jaren zeventig in de camera. Op de achtergrond is een sociale woonwijk te zien. “Waarschijnlijk Floradorp.” Op de andere wand in de kleine ruimte hangen hedendaagse portretten van een bejaarde vrouw en een Turkse familie. Daarnaast een foto van twee jonge blanke ouders met één kind, poserend aan een houten tafel in een ruime eetkeuken. De laatste foto laat zien dat Amsterdam Noord in de loop van de twintigste eeuw is veranderd van een toevluchtsoord voor grote arbeidersgezinnen naar een uitvalsbasis voor welgestelde yuppen.
Amsterdam Noord werd aan het begin van de twintigste eeuw bebouwd met sociale woningen. “In 1921 werden de dorpen Buiksloot, Ransdorp en Nieuwendam vrijwillig bij de stad Amsterdam ingelijfd,” vertelt Ras in keurig Nederlands. “De Woningwet die in 1901 in werking trad, stelde het stadsbestuur verplicht om nieuwe huisvesting te zoeken voor mensen uit de onbewoonbaar verklaarde krotwoningen in de binnenstad.” De arbeidersgezinnen verhuisden naar de buitenwijken.
“Toen waren dit voor arbeiders luxe woningen, met een eigen ingang en een tuintje.” Ras wijst op het rijtje lage huizen aan de rand van Vogeldorp, een van de tuindorpen dat in 1918 in alle haast werd neergezet. In het oude badhuisje is Museum De Noord gevestigd.
Voor de moderne Amsterdammer voldoen de toenmalige ‘luxe’ woningen nog nauwelijks aan de huidige eisen. “De grote pest is dat het zo gehorig is”, zegt Ras. De meeste arbeiderswijken veranderden aan het einde van de twintigste eeuw in achterstandswijken met een hoge concentratie allochtone- en minimagezinnen. De ooit zo toonaangevende Van der Pekbuurt, vernoemd naar de beroemde architect Jan Ernst van der Pek, werd tussen 1920 en 1930 gebouwd in Buiksloterham. Sinds 2007 dankt de wijk zijn naam vooral aan de voormalige minister van Wonen, Wijken en Integratie Ella Vogelaar. “De woningbouw wil alles platgooien,” vertelt Henk Ras. “Erfgoedbeschermers willen dat het eerste bouwwerk van Van der Pek blijft bestaan. Dat is echt een strijd.”
De kans is groot dat een renovatie van de jaren dertig woningen, in combinatie met de bouw van de Noord/Zuidlijn, de huizenprijzen doet stijgen en de buurt aantrekkelijk maakt bij jonge, hoogopgeleide dertigers die ook voormalige volksbuurten “in het zuiden” bevolkten.
“Een grote groep mensen in Noord wil het houden zoals het is. Die vinden het nu al te yupperig”, antwoordt Ras op de vraag of Noord zijn volkse karakter dreigt te verliezen. “Mensen zijn bang dat de oude structuur verloren gaat. Het dorpsachtige, het feit dat je elkaar in de buurt goed kent en dat je weet wie er naast je woont.”

De van der Pekstraat in 1925 foto: Beelbank Stadsarchief
Henk Ras maakte zelf in 1968 de oversteek vanuit de binnenstad naar de noordelijke oever van het IJ, om er een eigen psychiatrische praktijk te beginnen. “Iedereen verklaarde mij voor gek. Nog steeds zijn er mensen die zeggen: ga je naar Noord?”
“Noord heeft lange tijd een achterstand gekend in zijn ontwikkeling, in sociaal en cultureel opzicht. Er was geen ziekenhuis, en voor de HBS of het Gymnasium moest je het IJ over. Pas in de jaren zestig en zeventig kwam daar verandering in. ”
Sinds 2007 heeft Noord een museum, dat Ras met een groep van vijftien mensen opende in het oude badhuisje dat door de Stichting Stadsherstel voor sloop werd behoed. Naast de ingang staan drie zelfgemaakte vitrinekasten met de zeldzame aardewerken baardmankruik en enkele uit het IJ opgeviste kanonskogels. Bij iedere vondst is een handgeschreven kaartje geplaatst.
De eenvoud van het museum is tekenend voor de “gewone Amsterdammer” die Amsterdam Noord van oudsher bevolkt. Oud-psychiater Ras denkt dat het stadsdeel in de toekomst steeds homogener wordt. “Dat heb je gezien in de Jordaan en de Pijp. De instroom van beter opgeleide en beter betaalde mensen trekt welgestelde Amsterdammers aan. Dan krijg je een verhoging van de levensstandaard van de buurt.”
Hemelsbreed een paar honderd meter verder wordt de laatste hand gelegd aan een tweede museum ten Noorden van het IJ, dat met duizend vierkante meter tien keer zo groot is als het voormalige badhuis. De glimmende staalconstructie van het nieuwe Filmmuseum zal volgens Ras weinig Noordelijke Amsterdammers enthousiast maken. “Tenzij ze er een gezellige buurtbioscoop van maken, een chique filmzaal met cultfilms is te hoog gegrepen.”
Ouderen op Valentijnsdate met Young Professionals
Posted By Kick Hommes On februari 14, 2012 @ 16:37 In Algemeen | No Comments

Ouderen op date tijdens Valentijnsdag. Foto:zingevingzuidas.nl
AMSTERDAM, 14 februari - Ouderen die rond Valentijnsdag alleen zijn kunnen op date met jonge mensen in de zakenwereld. Afgelopen zaterdag kwamen zo veertig ouderen in contact met veertig ‘Young Professionals’, op initiatief van de stichting ZingevingZuidas.
Tijdens de middag worden ouderen en zakenmensen aan elkaar gekoppeld en gaan ze samen een activiteit in Amsterdam beleven. “Dat kan van alles zijn, van een wandeling in het park tot een museumbezoek of een café”, zegt Liesbeth van Hussen van ZingevingZuidas.
De bedoeling van het initiatief is om mensen in contact met elkaar te brengen. “Ouderen kunnen zich toch eenzaam voelen, terwijl jongere zakenmensen vaak geen contact hebben met oudere mensen behalve hun opa en oma”, legt Van Hussen uit.
De stichting organiseert het initiatief sinds 2009. Van Hussen constateert dat er steeds meer mensen bereid zijn mee te doen: “We bereiken veel jonge ondernemers via onze stichting en we proberen met flyers de ouderen in verzorgingshuizen of de Thomaskerk in Amsterdam te bereiken.” Dat afgelopen zaterdag het aantal koppels van 150 in 2011 gehalveerd is tot tachtig nu, wijt Van Hussen aan het slechte weer. “Veel oudere mensen durfden hun huizen niet uit.”
Uit de ontmoetingen kunnen ook blijvende vriendschappen ontstaan. “Twee jaar geleden was iemand op stap met tante Tini”, vertelt Van Hussen. “Een week later stond ze met een boeket bloemen en een doos bonbons aan de balie van zijn bureau om hem te bedanken. Nu bellen ze iedere week met elkaar.”
Ondanks de mogelijkheid tot een date blijven de ouderen op Valentijnsdag alleen. De Young Professionals hebben volgens Van Hussen geen tijd. “Zij werken namelijk allemaal op dinsdagmiddag.”
“Artsen willen altijd alleen maar behandelen”
Posted By Lisa Van Der Velden On februari 14, 2012 @ 16:36 In Algemeen, Leven, Reportage | No Comments
De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) organiseerde deze week een ‘wilsverklaringenestafette’. Bij de estafette werd op 65 plaatsen in Nederland voorlichting gegeven over de formulieren van de wilsverklaring, waarmee mensen kunnen aangeven wat hun euthanasiewensen zijn. Volgens de NVVE bestellen veel mensen een wilsverklaring, maar vullen hem niet in, of bespreken hun wensen niet met hun huisarts. “Die mensen willen we vandaag over de streep trekken.”
AMSTERDAM, 14 februari – Lidy (80) heeft een ketting met een wit kaartje om haar nek. “Reanimeer mij niet” staat erop, in rode kapitalen. Daaronder haar pasfoto en handtekening. Ze zit samen met twintig anderen in een klein kantoortje in het pand van de NVVE aan de Leidsegracht. De estafette is al begonnen, maar de bel blijft gaan. “Kunt u morgenochtend terugkomen?”, vraagt een vrijwilliger van de NVVE terwijl ze de deur opendoet. “Dan doen we een extra voorlichting.”

Foto: website NVVE
Herman Speerstra, ledencoördinator bij de NVVE, heeft de niet-reanimerenpenning van Lidy ook gespot. “Artsen willen altijd alleen maar behandelen, maar met zo’n penning moeten ze je serieus nemen”, zegt hij. Volgens het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport heeft de penning dezelfde juridische status als een schriftelijke wilsverklaring. Toch is de penning volgens Speerstra bij veel mensen nog ‘niet ingedaald’. “Elke idioot springt bovenop je om je te reanimeren.”
De middag heet een estafette, maar heeft meer weg een kringgesprek over euthanasie. Naast Lidy zijn er vooral vrouwen aanwezig. “Vrouwen hebben meer lef, wij durven erover te praten”, zegt een vrouw van in de zestig. “Mijn vriend is ouder, maar hij reageert niet als ik erover praat”, vult haar vriendin, gekleed in bontjas en bontmuts, aan. “Ik vind het moeilijk om de wilsverklaring nu al in te vullen, maar ik heb van mijn moeder geleerd: ‘Een slimme meid is op de toekomst voorbereid’.”
Bespreek uw euthanasiewensen regelmatig met de huisarts en vul de wilsverklaring in, is het advies van de NVVE. Volgens Speerstra sta je met een wilsverklaring sterker in je “strijd tegen de arts”. Helaas is euthanasie geen recht, maar een verzoek, zegt hij, terwijl hij een raam openzet. Als uw huisarts weigert, moet u zelf een andere huisarts vinden.” Een oude vrouw met grijze krullen kijkt bedrukt. Dat is heel moeilijk in Amsterdam, zegt ze.
“Mijn huisarts zegt steeds dat ze ‘alleen bij lijden’ euthanasie wil uitvoeren”, zegt een andere mevrouw in de vijftig. “Maar wat voor mij lijden is, is voor haar misschien geen lijden. Ze weet dat ik positief in het leven sta. Maar ik ga niet naar het verpleegtehuis, nooit.” Een andere vrouw zakt ineen, laat haar hoofd hangen en doet haar tong uit haar mond. “Ik ga er ook niet zo bij zitten, in een huis.”
“Ik had precies hetzelfde probleem met mijn huisarts”, zegt een mevrouw met een parelketting. Maar nu zeg ik vaak tegen hem: ‘dit en dat vind ik lijden, vind jij dat ook?’ Dan schrijven we dat samen op.” Speerstra complimenteert haar. Hoe vaker je het aankaart, hoe beter, vindt hij. “Voor iedereen ligt het anders, maar het is goed om het op te schrijven: ‘lijden is als ik mijn geliefde niet meer herken, als ik een boek lees en de letters vormen geen woorden meer’,” somt hij op.
Als alle huisartsen euthanasie weigeren “denkt de NVVE mee over zelfdoding”, zegt Speerstra. Er zijn verschillende manieren. “Ik loop gewoon de zee in, zegt de mevrouw met de bontjas. “Want ik kan niet zwemmen. Aan de andere kant, het lijkt me wel koud.” Een aantal vrouwen bespreekt vervolgens luchtig hoe de verdrinkingsdood zou zijn. Speerstra luistert.
Dan is hij aangekomen bij het volmachtformulier, bestemd voor situaties waarin mensen zelf niet over hun levenseinde kunnen beslissen. Met het formulier kunnen ze iemand aanwijzen die namens hen optreedt. Doen ze dat niet dan hebben de ouders, kinderen of broers- en zussen automatisch volmacht. “Bespreek dit met hen!” zegt Speerstra. “Wanneer zij goed op de hoogte zijn van uw wensen, geeft dat extra houvast in de onderhandelingen met de arts”.
Een vrouw met krukken vertelt dat een vriendin van haar ziek was. “Ze had drie kinderen, twee wilden euthanasie, maar één was tegen. Toen hebben ze doorbehandeld. Nu gaat ze kerngezond door het leven!” Alle vrouwen lachen. “Maar, voor hetzelfde geld word je een kasplantje”, waarschuwt Speerstra snel. Het is weer stil. “Zijn er nog vragen?”
Na een aantal praktische vragen is de bijeenkomst afgelopen. Een nieuwe groep is aan de beurt. Speerstra loopt even weg om iets te pakken. De meeste vrouwen lopen naar de uitgang, anderen staan om Lidy heen en bekijken haar penning. “Omdat het een feestdag is, mag ik ze gratis uitdelen”, zegt Speerstra triomfantelijk, terwijl hij met een stapel folders komt binnenlopen. De vrouwen juichen. “Dementie, en het zelfgewilde levenseinde” staat erop.
Veertig jaar bejaardengymnastiek
Posted By Thomas Rueb On februari 14, 2012 @ 16:34 In Algemeen, Interview, Leven | No Comments

De 81-jarige Jannie Smit toont haar Ereteken van Verdienste. Foto: Thomas Rueb
Deze week ontving Jannie Smit (81) het Ereteken van Verdienste van de stad Amsterdam. Ze kreeg de onderscheiding voor haar inzet voor de stichting Bewegen voor Ouderen, waarvoor ze al veertig jaar gymnastiekles geeft aan ouderen in Amsterdam.
AMSTERDAM, 14 februari – Op de achtergrond klinkt oude jazz, traag en met veel koper. De muziek kabbelt uit een gettoblaster. Die neemt Jannie Smit (81) elke dag mee. “Maak je lang! Strek je benen”, roept ze over de muziek heen. Een zestal oudere dames volgt elke beweging die Smit voordoet. Ze liggen op blauwe yogamatjes. “En fietsen! Alsof je in een ligfiets zit.” De benen schieten gehoorzaam de lucht in en duwen denkbeeldige trappers. “Zo, ja!”, roept Smit tevreden. “Juist. En wissel.”
De aerobicsles van vandaag is één van de zeven gymnastieklessen die Jannie Smit per week geeft aan ouderen in Amsterdam, op vrijdag zelfs vier uur achter elkaar. Die lessen zijn vooral bedoeld voor tachtigers. “Een enkeling is wat jonger”, lacht ze. “Maar mijn oudste is 95.”
Smit geeft de lessen al veertig jaar lang. “Ik ben in 1972 bij Meer Bewegen voor Ouderen gekomen. En dat doe ik sindsdien. Maar ik ben er tussendoor wel heel even uit geweest.” Ze kijkt bijna schuldbewust. “Een paar jaar geleden brak ik mijn heup. Dat duurde even. Maar ik ben gewoon weer terug gekomen.”
Ereteken van Verdienste
Het Ereteken van Verdienste wordt toegekend door de stad Amsterdam aan diegenen die zich 25 jaar of meer heeft ingezet voor een Amsterdamse vereniging, stichting of instelling.
Foto: Thomas Rueb
De les vandaag vindt plaats in de boksruimte van sportcentrum De Pijp. Aan het plafond bungelen kettingen waar normaal gesproken bokszakken aan hangen. De groep krijgt pas sinds een jaar les in deze ruimte, noodgedwongen. “Door de bezuinigingen zijn vorig jaar bijna alle buurthuizen dichtgegooid”, vertelt Smit. “Daar zaten de gymnastiekclubjes voor ouderen. Om Meer Bewegen voor Ouderen überhaupt door te kunnen zetten, hebben we meer dan veertig nieuwe locaties moeten zoeken. Dit is er één van.” Ideaal is het niet. Ze kijkt om zich heen. “Het is een kale boel; we gebruikten altijd rekstokken, maar die hebben we nu niet. De mensen worden mét mij oud, en die vinden het niet meer lekker op de grond.”
Vorige week werd ze onderscheiden met het Ereteken van Verdienste van Amsterdam. De wethouder en haar familieleden verrasten haar tijdens één van de gymnastieklessen. “Ik had het nooit verwacht”, vertelt ze. Trots laat ze de speld zien. “14 karaats goud. Ik neem hem overal mee naartoe.”
De onderscheiding is de kroon op haar werk, zegt ze, maar aan stoppen denkt ze voorlopig nog niet. “Ze willen hier dat ik nog tien, vijftien jaar doorga.” De andere dames mompelen instemmend. “Nou ja, zolang ik het kan blijven doen, waarom niet?” Ze is er duidelijk fit genoeg voor. “Houdt u er wel rekening mee dat ik al drie weken niet meegedaan heb?”, hijgt één van de deelneemsters vermoeid tegen het einde van de les, zichtbaar jonger dan Smit. “Sodeju.”

Jannie Smit (derde van links) met haar aerobicsklas. Foto: Thomas Rueb
Pantserwagens over de Nieuwmarkt
Posted By Annemarie van de Vijsel On februari 14, 2012 @ 16:32 In Interview, Reportage | No Comments
AMSTERDAM, 14 februari – Vanuit café “’t Loosje” aan de Nieuwmarkt blikt Jan van Goor (63) terug op de roerige jaren ’70 in de Nieuwmarktbuurt. De buurt, die zoveel veranderde door de aanleg van het metronetwerk. Honderden huizen moesten wijken voor de metrolijn. De Actiegroep Nieuwmarkt pikte het niet. Van Goor was een van de leden van “de beweging”. “We vormden de sterkste protestbeweging die Nederland ooit gehad heeft. Het ontstaan van zo’n massale beweging als de Actiegroep Nieuwmarkt uit de jaren ’70 zie ik niet meer gebeuren. Ondanks de verschillen die er waren in die tijd, was er veel saamhorigheid.”

Herinnering aan de metrorellen op station Nieuwmarkt. Bron: Daniel Sparing via flickr.com
In 1968 besloot de gemeente Amsterdam tot de aanleg van een metronetwerk en het doortrekken van de vierbaansweg van de Wibautstraat naar het Centraal Station. De weg zou via de Nieuwmarkt moeten lopen, en onder de weg moest de metro aangelegd worden. De zuidoostlijn van het metronetwerk moest vanaf het Amstelstation ondergronds lopen. “De aanleg van de metro gebeurde in die tijd niet via een boortunnel, zoals nu bij de Noord/Zuidlijn, maar via bouwwerkplaatsen boven de grond,” vertelt Van Goor. “Daarom moesten er zo veel huizen gesloopt worden.” Vanaf het begin was daar tegen veel verzet door de Actiegroep Nieuwmarkt.
Van Goor kwam met de actiegroep in aanraking toen hij in 1972 in Amsterdam ging studeren. “De voorbereidingen van wat er gesloopt zou worden, waren toen in volle gang. Daarom stonden veel huizen leeg. Ik kon moeilijk aan een studentenkamer komen, en was het eens met de ideeën van de actiegroep dat de woningen niet gesloopt mochten worden. De beweging kraakte huizen die leegstonden tot ze gesloopt zouden worden, en ik deed mee. Mensen met gelijke ideeën kwamen binnen een kleine omgeving bij elkaar wonen en dat versterkte de kracht van de Actiegroep Nieuwmarkt.”
In het voorjaar van 1975 braken de Nieuwmarktrellen uit, ook wel de ‘metrorellen’ genoemd. De actiegroep was hiervan de voortrekker. “Het was toen soms onrustig op straat. Ik vond het beangstigend. Er werd met traangas- en rookbommen gegooid. Bij de ontruimingen van de kraakpanden reden de pantserwagens van de marechaussee door de straten. Zij moesten de politie beschermen tegen wat door de lucht vloog. Maar wat de krakers nog meer zouden gaan doen, wist ik ook niet. Van beide zijden was het geweld onvoorspelbaar. Dat ging mij soms te ver.”
“De gekraakte panden waren duidelijk zichtbaar in het straatbeeld in de jaren ’70. Ze waren in felle kleuren geverfd en krakers hadden barricades voor de ingang van hun huizen geplaatst tegen invallen. Op spandoeken en borden stonden leuzen van de kraakbeweging: ‘Weg met de speculanten’ bijvoorbeeld, tegen de speculatie van de grond.” De beweging wilde voorkomen dat de grond na de aanleg van de metro in erfpacht met winst verkocht zou worden, voor de bouw van bedrijven en luxe hotels. Dat zou ten koste gaan van huisvesting, terwijl de woningnood groot was. “Nog hoger dan nu,” volgens Van Goor. “De angst voor de komst van dure, exclusieve panden op de Nieuwmarkt was een belangrijke reden om te gaan protesteren.”
Van Goor is positief over het resultaat van de Actiegroep Nieuwmarkt. “Het doortrekken van de vierbaansweg naar het station en de aanleg van op- en afritten ging niet door. Er is uiteindelijk minder gesloopt dan werd aangekondigd, en er is meer herbouwd. Doordat wij protesteerden. Ook heeft de gemeente uiteindelijk meer sociale woningbouw neergezet dan eerst gepland was, hier in het centrum.” Hij wijst uit het raam van het café naar de overkant. “Het gele gebouw naast de ingang van de metro is bijvoorbeeld een verzorgingshuis.”
“Van de beweging is niet zo veel overgebleven. Heel veel mensen uit de kraakbeweging van toen wonen nog in Amsterdam, maar wonen inmiddels ‘braaf’. Nu zijn er vooral koopwoningen op de Nieuwmarkt. Het is een heel duur deel van Amsterdam en heeft een bevolkingssamenstelling waarvan we toentertijd dachten: dat willen we nooit. Yuppen, of hoe je ze ook noemen moet. Er zijn in de buurt nog wel huizen waar voormalig krakers wonen. Om de hele kraakbeweging te beheersen en uiteindelijk te verdelen en te elimineren, kocht de gemeente de panden van de krakers aan. En de krakers gingen die dan weer huren van de gemeente.”
Van Goor neemt een slok van zijn koffie verkeerd. “In dit café komen veel mensen van toen. Als ik op straat mensen tegenkom, zijn dat vooral mensen die ik uit die tijd ken.” Hij kijkt even nadenkend uit het raam. “Die mensen zijn allemaal in hun opleiding of werk maatschappelijk betrokken gebleven.” Zo ook hij. Van Goor was tot twee jaar geleden directeur van verschillende welzijnsorganisaties. Nu heeft hij een fotogalerie aan de Nieuwezijds Voorburgwal. In de sociale beweging is hij niet meer actief.
De metro ligt er, de kraakpanden zijn omgebouwd, de actiegroep bestaat niet meer. De gevoelens van weerstand tegen de metro ebben langzaam weg. “Toen de metro net was aangelegd, waren er duizenden mensen die er uit protest geen gebruik van maakten. Na een paar jaar waren dat er honderden. Nu zijn het er nog maar drie of vier.”
In metrostation Nieuwmarkt is het protest van de jaren ’70 nog zichtbaar. Als je de verhalen erachter kent, tenminste. Tegen de wand naast de rails hangt een van de sloperskogels die woningen afbrak. Op het perron vormen letters in zwarte vierkante tegels de tekst ‘Wonen is geen gunst maar een recht’. Na de bouw van de metro drong de Actiegroep Nieuwmarkt bij de gemeente aan op het plaatsen van herinneringstekens. “Maar ze zijn gedateerd,” zegt Van Goor. “Van mij mogen ze nu wel weg.”
Absolute stilte en stof van de Twin Towers
Posted By Martine Huijbregts On februari 14, 2012 @ 16:30 In Mooi, Reportage | No Comments

Opbouw van Xu Bings Where Does The Dust Itself Collect?. Foto: Teo Krijgsman.

De klok slaat…eerder dan gedacht
Posted By Anne Hammers On februari 14, 2012 @ 16:28 In Algemeen, Column | No Comments
In iedere editie van NAP schrijft een van onze redacteuren een column over Amsterdam naar aanleiding van een tijdstip. Vandaag slaat de klok…eerder dan gedacht
“Je kunt er langs de grachten lopen, dat zou je eigenlijk wel eens moeten doen.” Het waren de bewegende beelden van het oude Amsterdam met de zoete stem van Kris de Bruyne op de achtergrond, die mij een half jaar geleden naar de hoofdstad deden verhuizen. De televisiereclame [4] verbeeldt de romantiek van de stad. Een vrachtwagen geladen met Old Amsterdam kaas rijdt langzaam over de grachten. Lachende kinderen met kniekousen rennen er achter aan en Kris de Bruyne zingt door. “Daar vind je Amsterdam.”

Old Amsterdam foto: Flickr
Als je de reclame ziet wens je dat je honderd jaar geleden geboren was. Net als wanneer je een retrolamp aanschaft of een stomme film kijkt. Een romanticus die in een eeuwig onvrede leeft met het hier en nu, zoekt liever zijn toevlucht in geschiedenisboeken, oude films en rommelmarkten. Of in kaas.
Hoe oud Amsterdam ook mag zijn, de historie van de stad is vakkundig samengevat in dat 29 seconden durende reclamespotje van een kaasmerk dat de suggestie wekt dat het ware Amsterdam op je tong smelt, zodra je er een stukje van hebt geproefd. Onder de zwarte korst probeert de fijnproever de smaaksensatie van Amsterdam te ontdekken.
Dat probeerde ik zelf ook. Wie zich door de drukte van toeristen en coffeeshops heen heeft geworsteld, komt vanzelf in het echte Amsterdam terecht, dacht ik. In die mooie stad zoals die vroeger was.Sinds een half jaar ben ik daarom woonachtig aan een van de romantische grachten, weliswaar in een in de jaren zeventig opgetrokken betonnen flat van Woonstichting de Key (wat zou hier vroeger hebben gestaan?). Iedere keer als een vrachtwagen moeizaam de ronding van het bruggetje voor mijn huis oprijdt hoop ik dat er ‘Old Amsterdam’ op de zijkant staat. Kris de Bruyne zingt mee. “Daar vind je Amsterdam”. Waar dan Kris? Waar dan?
Aan korsten moet je echter blijven peuteren. Journalisten horen te weten dat er onder een harde laag plastic smeuïge geheimen schuilgaan. De zwarte korst van Old Amsterdam verbergt een smaakexplosie die de historie van de stad samenvat in een rijpingsproces van hooguit tien weken. Een echte oude kaas rijpt op zijn minst zes maanden voordat we hem ‘oud’ mogen noemen. Old Amsterdam werd bedacht in 1985 en is een kunstgreep, wist culinair journalist Gerrit Jan Groothedde mij deze week te vertellen. Door middel van mysterieuze rijpingsprocessen waar een echte kaasboer zich ver van houdt, bereikt de kaas in enkele weken een smaak die de niet-kaaskenner als ‘oud’ typeert. Gemaakt van Duitse melk wordt de ‘oude kaas’ vervolgens in een plastic jasje gegoten dat niets met Amsterdam te maken heeft.
Old Amsterdam is een marketingstunt, die bestaat uit handig aan elkaar geknipte en gemanipuleerde zwart-witbeelden die een aan Weltschmertz lijdende romanticus zoals ik het water in de mond doen lopen. Voor mij deed de ontdekking van de ware identiteit van de Amsterdamse kaas de historie van de stad harder op haar grondvesten trillen dan de boor van de Noord/Zuid lijn. Geen oud recept, geen grachtenpanden en ook geen romantiek. Old Amsterdam is niet oud noch Amsterdams, net als ikzelf en de studentenflat waarin ik mijn intrek heb genomen. “Een knap gemaakte kaas, omdat het kan”, zei Groothedde aan de telefoon. “Omdat er alles kan”, zong Kris de Bruyne over de stad. Ook daar vind je Amsterdam.
Meer waterleidingen bevriezen door kou
Posted By Lisa Van Der Velden On februari 8, 2012 @ 17:00 In Algemeen, Leven, Nieuwsbericht | No Comments
AMSTERDAM, 8 februari –Waternet kreeg deze winter bijna vijf keer zoveel meldingen binnen van bevroren waterleidingen en -meters in Amsterdam als vorig jaar. De Amsterdamse brandweer moest sinds de vrieskou 48 keer uitrukken vanwege gesprongen waterleidingen. Dat zeggen woordvoerders van Waternet en Brandweer Amsterdam-Amstelland.

De brandweer probeert de woonboot aan de Zwanenburgwal leeg te pompen. Tevergeefs. Foto: RTV Noord-Holland
Het gemeentelijke waterleidingbedrijf Waternet ontving deze winter tot nu toe meer dan vijfhonderd meldingen van bevroren waterleidingen en watermeters in Amsterdam. Vorig jaar waren dat er 150 in totaal. “Het is kouder, en langer koud van voorgaande jaren”, verklaart Barbara Groenendijk, communicatieadviseur bij Waternet. “Dat het zo hard waait speelt ook mee, dat versnelt het bevriezingsproces.”
Waternet zette twintig extra mensen in om de problemen te verhelpen. Het waterleidingbedrijf vervangt slechts bij de helft van de meldingen de waterleidingen en meters. “In veel gevallen lopen de leidingen door het huis heen. Dan zijn bewoners zelf verantwoordelijk voor reparatie”, aldus Groenendijk. Ongeveer 470.000 woningen hebben een aansluiting op het waternet in Amsterdam.
Als water bevriest, zet het uit, waardoor bevroren waterleidingen kunnen springen. Maandagochtend zonk een woonboot aan de Amsterdamse Zwanenburgwal door een gesprongen waterleiding. “Het lukte de brandweer niet om de boot op tijd leeg te pompen”, vertelt Remco de Korte, persvoorlichter bij Brandweer Amsterdam-Amstelland. Een woonboot aan de Haparandadam had maandag ook een gesprongen waterleiding, maar kon volgens de brandweer “worden gered”.
Oppositie niet aanwezig, debat bezuinigingen afgezegd
Posted By Frank Huiskamp On februari 8, 2012 @ 16:58 In Algemeen, Nieuwsbericht, Stad | No Comments

Het Amsterdamse stadhuis. Foto: Iijjccoo via wikipedia.nl/Wikimedia
AMSTERDAM, 8 februari – Oppositiepartijen CDA, D66 [5], SP, Trots en RED Amsterdam [6] geven aan vanavond niet aanwezig te zijn bij een debat over nieuwe bezuinigingen. Zij vinden dat het aandragen van nieuwe bezuinigingsvoorstellen niet hun verantwoordelijkheid is, maar die van het college. PvdA en VVD [7] reageren verontwaardigd. De coalitiepartijen hebben het debat geheel afgelast.
Het speciaal ingelaste debat was een voorstel van wethouder Asscher (PvdA) uit november vorig jaar. Het debat stond gepland voor de vergadering van de commissie ICT, Jeugd en Financiën van vanavond. Het debat was bedoeld om de gemeenteraad bezuiningsprioriteiten mee te geven voor toekomstige besprekingen. De stad moet nog 100 miljoen extra bezuinigen.
“Niet erg democratisch”, noemt PvdA-raadslid Maarten Poorter de afzegging van de oppositie.“De oppositiepartijen ontlopen hun verantwoordelijkheid. Bij de aankondiging heeft niemand gezegd niet voorbereid te zijn.” Volgens SP-fractievoorzitter Laurens Ivens [8] uitte hij destijds al zijn twijfels over het nut van een debat. “Ik snap dat de coalitie haar tegenstanders medeverantwoordelijk wil maken, maar wij willen wachten op de voorstellen van het college. Die kunnen wij dan waar nodig bijschaven.” Dat de andere oppositiepartijen zijn voorbeeld hebben gevolgd, komt ook voor hem als een verrassing.
CDA-fractievoorzitter Marijke Shahsavari-Jansen [9] erkent dat er tijdens de aankondiging van het debat door haar partij geen reactie werd gegeven, “negatief, noch positief”. Ze erkent dat de beslissing tot afzeggen eventueel eerder had gekund, maar vindt het verwijt dat de oppositiepartijen hun verantwoordelijkheid ontlopen “de rollen omdraaien”. Zij sluit zich aan bij Ivens. “Er ligt geen snipper papier op tafel. Dan heeft het geen zin in het luchtledige iets te gaan roepen.”
Laatste keer geen Cito-toets
Posted By Arman Avsaroglu On februari 8, 2012 @ 16:56 In Achtergrond, Algemeen, Leven, Reportage | No Comments

Geert Groote School. Foto: Arman Avsaroglu
De Cito-toets is dinsdag begonnen. Het is de laatste keer dat de toets in de huidige vorm wordt gehouden. Volgend jaar komt er een gestandaardiseerde taal- en rekentoets. Die wordt verplicht voor alle basisscholen. Niet iedereen in Amsterdam ziet dat zitten.
AMSTERDAM, 8 februari 2012 – De leerlingen wachten. Hun tafels zijn leeg op een scherpgeslepen potlood, een gum en een antwoordvel na. Er hangt een opgewonden stilte in het lokaal als lerares Astrid Huisden de opgavenboekjes uitdeelt. De achttien Groep 8-leerlingen van de Vlinderboom basisschool in Amsterdam West doen mee aan de Cito-toets. Drie dagen lang beantwoorden ze tweehonderd meerkeuzevragen. Er staat veel op het spel. De uitslag is een belangrijke graadmeter voor het soort middelbaar onderwijs dat ze zullen gaan volgen – vmbo, havo of vwo. Samen met het advies van de leraar is de Cito-score het visitekaartje waarop die beslissing wordt genomen.
Dit is het laatste jaar dat de Cito-toets in de huidige vorm wordt gehouden. De Cito-toets is op dit moment niet verplicht. In Nederland neemt gemiddeld 85 procent van de basisscholen de toets af. In Amsterdam ligt dat percentage iets lager. Volgens een woordvoerder van Cito doen er dit jaar 222 Amsterdamse basisscholen mee, van het totaal van 262. Dat komt neer op 82 procent van de scholen.
Volgend jaar zal dat 100 procent zijn. In 2013 wordt de Cito-toets vervangen door een centrale eindtoets voor taal en rekenen, en die is verplicht voor elke basisschool. Tevens zal de toets niet langer in februari, maar in april worden afgenomen. Minister van Bijsterveld (Onderwijs, CDA) heeft het wetsvoorstel inmiddels naar de Tweede Kamer gestuurd. De naam Cito zal de toets niet dragen, maar inhoudelijk blijft de toets wezenlijk onveranderd. “Alle onderdelen zijn hetzelfde. Het is in principe gewoon de Cito-toets, maar dan gecentraliseerd voor alle basisscholen in Nederland”, aldus een woordvoerder van Cito, dat ook de nieuwe toets ontwerpt.
Dat stuit scholen die dit jaar niet voor de Cito kozen tegen de borst. Eén van die scholen is de Geert Grote School in Amsterdam-Zuid. Daar is van de spanning die bij de Vlinderboom tastbaar is, weinig te merken. Hier geen Cito-toets voor de groepachters. Kinderen rollen vrolijk door de sneeuw en ook bij de ouders die hun kinderen deze woensdagmiddag komen ophalen is er geen redenen tot zenuwen. Op deze vrije school is het een dag als alle anderen.

Schoolplein Geert Groote School. Foto: Arman Avsaroglu
Voor Bruno Raida, vader van de 12-jarige Lothari, hoeft het niet zo nodig, die Cito toets. “Je moet kinderen niet met die immense druk van zo’n belangrijke toets opzadelen. Alsof hun hele verdere carrière er van afhangt. Ik hecht veel meer waarde aan het oordeel van de leraren, die de kinderen acht jaar op school hebben meegemaakt.”
Dat is Simon Steen, directeur van de Verenigde Bijzondere Scholen (VBS), met hem eens. Ook hij is niet blij met de plannen van Van Bijsterveldt. “Je moet ouders en scholen de keuze geven kinderen op een andere manier te onderwijzen.” De meeste van de bij de VBS aangesloten scholen maken de Cito-toets niet. In Amsterdam zijn er 23 basisscholen aangesloten. Steen: “Het is een foute gedachte dat een gestandaardiseerde eindtoets voor alle basisscholieren het onderwijs vooruit kan helpen. De Cito-toets biedt slechts een momentopname. Wij zien meer in het leerlingvolgsysteem, dat de ontwikkeling van het kind gedurende acht jaar in kaart brengt.”
Ook Herbert de Bruijne, van de stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel (OOADA), vindt het leerlingvolgsysteem belangrijker dan de toets. Toch nemen alle scholen aangesloten bij de OOADA de Cito-toets af. Volgens De Bruijne doet Cito-toets niets af aan het leerlingvolgsysteem. “Als het goed is spiegelt de toetsscore het niveau dat tussentijds is gebleken.” Dat de toets verplicht wordt voor alle basisscholen is volgens hem een geen slechte ontwikkeling.
Gestandaardiseerd of niet, de leerlingen van de Vlinderboom maakt het allemaal niets uit. Het gaat hen om de toets van vandaag. “Het gaat wel om een belangrijk deel van je leven vandaag”, vertelt Zaineb (12), vijf minuten voor de toets begint. “Mijn ouders zijn ook hartstikke zenuwachtig.” Klasgenoot Ercan (12) heeft vannacht geen oog dichtgedaan. “Maar,” voegt hij er grinnikend aan toe, “dat kwam vooral door onze kat. Die heeft de hele nacht lopen miauwen.”
(G)een centje pijn: GroenLinks-fractievoorzitter Marieke van Doorninck
Posted By Gidi Heesakkers On februari 8, 2012 @ 16:54 In Algemeen, Interview, Stad, serie | No Comments

Marieke van Doorninck
NAP maakt een rondgang langs de Amsterdamse fractievoorzitters. Vandaag: Marieke van Doorninck, fractieleider van GroenLinks.
AMSTERDAM, 8 februari – Barre tijden in de Stopera. Amsterdam moest al ruim tweehonderd miljoen besparen, maar het was niet genoeg. In maart stemt de gemeenteraad over een extra bezuinigingspakket van honderdvijftig miljoen euro. Waar valt nog wat te halen? Wat kiest het college? Waarvoor strijdt de oppositie?
GroenLinks is in Amsterdam de derde grootste speler. Samen met de PvdA en de VVD vormt de partij het huidige college. Marieke van Doorninck (1966) is sinds 2009 fractieleider van GroenLinks. De gemeentelijke bezuinigingen maken haar niet gelukkig. “Het is allemaal ontzettend zuur.”
Het motto van GroenLinks is ‘zin in de toekomst’. Is er wel reden om optimistisch vooruit te kijken nu alles met minder moet?
Marieke van Doorninck: “Je moet altijd zin in de toekomst blijven houden. Maar het zijn zware tijden waar we voor staan. De bezuinigingen die we nu al realiseren kwamen hard aan in Amsterdam, net als de bezuinigingen van het Rijk. En dan moet er nog meer. De tijd van het ‘kaasschaven’ is echt wel voorbij. Een verandering van denken en doen is nodig.”
Waar kan de gemeente Amsterdam de te bezuinigen honderd miljoen euro vandaan halen?
“Door efficiënter te werken, kan de gemeente volgens mij wel vijftig of zestig miljoen bezuinigen. Ik denk dat we niet bij elke bezuiniging moeten denken: wat levert dit morgen op? Daarom heeft GroenLinks het standaard over hervormingen.”
Maar is daar wel tijd voor? Hervormingen zijn belangrijk en goed, maar harde cash is wat er nu moet komen.
“Sommige hervormingen moet je inzetten om ze ook op de lange termijn effect te laten hebben. Want als de gemeente nu ergens in snijdt zonder rekening te houden met de consequenties, dan zit Amsterdam straks met veel duurdere gevolgen. Bovendien hoeven we niet al in 2012 honderd miljoen euro bespaard te hebben.”
Welke hervormingen moet Amsterdam doorvoeren?
“Amsterdam moet in ieder geval naar het gemeentelijke apparaat kijken. De gemeente heeft nu grote diensten, zoals de Dienst Maatschappelijke Ondersteuning, waar een heleboel mensen werken, vaak zonder dat er direct een opdracht vanuit de politiek ligt. Door meer vanuit het opdrachtgeverschap te werken, zullen sommige ambtenaren niet meer nodig zijn.”
Dus daar zullen ontslagen vallen?
“Dat zou kunnen, maar dan gebeurt dat vanuit de inhoud en niet omdat er een taakstelling ligt om een x aantal ambtenaren te ontslaan.”
Wethouder Eric van der Burg (Personeel en Organisatie, VVD) probeerde tijdens deze collegeperiode al in het ambtenarenapparaat te snijden. Dat is nog niet echt van de grond gekomen.
“Het gaat GroenLinks niet om een kleinere overheid. Er is een slimmere overheid nodig die sneller reageert op wat er in de maatschappij nodig is en effectiever werkt. Onze partij denkt ook dat de gemeente moet onderzoeken of er niet meer kan worden samengewerkt met burgerinitiatieven. De gemeente zou kunnen kijken op welke plekken burgers zichzelf organiseren en daar ondersteuning bieden.”
U gaat uit van een actieve, zelfredzame burger die van alles zelf organiseert.
“Lang niet alle initiatieven die ik heb gezien komen van grachtengordeltypes die een leuk buurttuintje aanleggen. Door de hele stad zie je dat bewoners actief meedenken en zich inzetten voor de buurt, zoals bewoners in Noord die meehelpen om hun eigen wijk veiliger te maken. Maar ook als dit soort netwerken er zijn, zullen er mensen buiten de boot vallen. En voor hen moet de overheid er gewoon altijd zijn.”
Welke basisfuncties moeten sowieso vanuit de gemeente geregeld blijven?
“Alles rondom zorg. En Amsterdam moet zorgen dat er plekken zijn waar mensen die eenzaam zijn terecht kunnen. De overheid moet zich niet terugtrekken, integendeel. De overheid moest juist betrokken blijven, maar niet meer alles zelf willen uitvoeren.”
Waar mag geen geld vanaf?
“Ik denk dat we van armoedegelden af moeten blijven. De mensen aan de onderkant van de samenleving, daar moet je als overheid pal voor staan.”
In 2010 [10] noemde GroenLinks Amsterdam het ‘niet sociaal’ om in tijden van crisis te korten op mensen met een minimum. Maar er wordt nu wel gekort op regelingen die voorzien in een computer voor kinderen en de plusvoorziening voor arme ouderen.
“Zulke dingen gaan met pijn in het hart. Op een gegeven moment moet je binnen een groep die het zwaar heeft kiezen wie het het allerzwaarst heeft.”
Is het lastig dat u in zo’n brede coalitie zit, waarin GroenLinks samen met VVD en PvdA dit soort beslissingen moet nemen?
“Dat zou lastig kunnen zijn. Maar als deze drie partijen zich ergens in kunnen vinden, dan is er dus kennelijk van links tot rechts draagvlak voor. In de gemeenteraad, maar daardoor ook in de samenleving.”
Maar het is vast moeilijk om uw partijprofiel naar voren te laten komen.
“Alsof het één grijze worst is geworden! Ik neem aan dat mensen investeren in windmolens en zonnecollectoren wel herkennen als GroenLinks.”
Uw collega’s Laurens Ivens (SP) [8] en Jan Paternotte (D66) [5] vinden dat echte politieke keuzes door de brede coalitie uitblijven.
“Dat kunnen ze zeggen, maar we zullen straks gewoon met elkaar onze handtekening moeten zetten onder tenminste honderd miljoen extra bezuinigen. Nou, noem dat maar eens geen politiek besluit.”
VVD wil namen metrostations Noord/Zuidlijn verkopen
Posted By Gidi Heesakkers On februari 8, 2012 @ 16:52 In Algemeen, Nieuwsbericht, Stad | No Comments

Digitale voorstelling van een Noord/Zuidlijn-station. Foto: Alexander Leeuw
AMSTERDAM, 8 februari – De VVD Amsterdam wil onderzoeken of het mogelijk is om namen van Noord/Zuidlijn-stations te verkopen. De partij gaat dit vanavond voorstellen in de commissievergadering Financiën. Dat zegt fractievoorzitter Robert Flos.
Flos liet zich voor zijn idee inspireren door het metronetwerk in Maleisië. “Daar kunnen bedrijven tegen betaling stations naar zichzelf laten vernoemen.” In Amsterdam valt volgens hem te denken aan stations als Dam/ABN AMRO of Rokin/ING.
De fractieleider ziet de verkoop van stationsnamen als een manier om extra inkomsten te verwerven zonder de lasten van burgers te verhogen. Het zou volgens Flos “enkele tonnen” per jaar kunnen opleveren. Om welk bedrag het precies gaat, wil de VVD laten uitzoeken.
Op literatuursafari naar de Bijlmer
Posted By Haro Kraak On februari 8, 2012 @ 16:50 In Algemeen, Mooi, Reportage | No Comments
Een bus vol grachtengordelpubliek vertrok op dinsdagavond 7 februari vanaf het Leidseplein richting de Bijlmer. Daar vond de eerste editie van Bijlmer Boekt plaats, een literaire avond bedoeld om het “witte publiek” kennis te laten maken met Zuidoost.

Poster Bijlmer Boekt
AMSTERDAM, 8 februari – In de bus van het Amsterdamse Leidseplein naar de Bijlmer zit één donkere vrouw. Verder zit een twintigtal blanke vrouwen in de bus. Voornamelijk op leeftijd. Kort grijs haar en winterjassen met bontkraag. Ten slotte nog een stuk of zes mannen. Een vrouw zegt: “Op de kaart zag het er echt niet zo ver uit hoor.” Bestemming is het Bijlmer Parktheater, waar vanavond, dinsdag 7 februari, Bijlmer Boekt op het programma staat. Een literair variété met onder andere Kees van Kooten, Gerda Havertong en Karin Amatmoekrim.
Als de bus tien minuten rijdt pakt een van de organisatoren de microfoon. Ze heet iedereen welkom en zegt dat er wat vertier voor onderweg was beloofd, “voor de hele lange rit naar de Bijlmer, of tenminste: voor sommigen voelt dat zo”. Ze geeft de microfoon aan het donkere meisje dat ze voorstelt als Muna Shirwa. Zij vraagt de passagiers wie Gil Scott Heron kent, de vorig jaar overleden Afro-Amerikaanse dichter en artiest. Een vijftal mensen steekt hun hand op. Shirwa heeft een eigen bewerking gemaakt van Heron’s “The revolution will not be televised”. Ze zegt: “De revolutie zal vanavond niet uitgezonden worden. De revolutie is hier.”
Na een tweede gedicht rijdt de bus al het besneeuwde parkeerterrein van het theater op. Toch niet zo’n lange rit. De passagiers uit de binnenstad gaan de foyer in waar het publiek beduidend meer gemêleerd is. Jonger en gekleurder. Het zijn dat soort verschillen waar het deze avond om gaat. Presentatrice Christine Otten vindt dat de literaire wereld te gescheiden en vooral te wit is. Zij wil het ‘grachtengordelpubliek’ kennis laten maken met Zuidoost en de culturele scene aldaar stimuleren. De bus was er voor mensen die dachten: “Hoe kom ik daar? Is het wel veilig?”, zegt Otten. “Of voor mensen die het gewoon gezellig vonden, natuurlijk.”
De avond laveert tussen twee uitgangspunten. Enerzijds kunnen de vrouwen uit de binnenstad op literatuursafari naar de Bijlmer, anderzijds moet het gewoon een leuke literaire avond worden, zonder teveel nadruk op verschillen tussen mensen. Het begint in ieder geval leuk. Kees van Kooten, bekend van Van Kooten en de Bie, vertelt een aantal anekdotes (“Voor witte dames moet je oppassen”), draagt een paar gedichten voor en heeft de lachers op zijn hand.
Na Gerda Havertong, bekend van Sesamstraat en haar boek Frontaal, is Muna Shirwa opnieuw aan de beurt. Zij snijdt de taboes die vanavond door de lucht zweven weer aan. Ze deelt een les van haar vader: “Alles wat niet leuk is aan de wereld, kun je van je afschrijven.” Dat is precies wat de volgende gast, Karin Amatmoekrim, ook gedaan heeft. In haar laatste en vierde roman, Het Gym, beschrijft ze hoe een donker meisje uit een achterstandsbuurt in IJmuiden op een blank gymnasium terecht komt en daar geconfronteerd wordt met vooroordelen die er wel degelijk nog zijn. Ze ziet het als haar taak om de multiculturele krampen waar Nederland mee worstelt te beschrijven.
Rapper/dichter Blaxtar, die zichzelf omschrijft als “zwarte ridder op het witte paard”, weet op luchtige wijze met het sluimerende thema van de avond om te gaan. Hij vraagt hoeveel mensen er nog nooit bij een hiphopconcert geweest zijn. Bijna de helft van de handen gaan omhoog. “Welkom bij jullie eerste hiphopconcert”, zegt hij. De zaal lacht gespannen. Blaxtar vertelt dat veel rappers altijd boos zijn, maar dat niemand hier zal weten waarom. Zijn lyrics geven uitleg.
Hitler was echt niet zo gek als ie leek, en ik weet ’t klinkt maf, op dit moment werken de mensen aan ’t behoud van hun ras. Let’s face it. Gaan alle jonge blanke meisjes bezig met negers, zijn blanken over vier eeuwen verleden tijd en kunnen we in 2405 in een reservaat echte blanken gaan bekijken. Dus ik snap die racisten, maar ik lach om racisten. In 2405 zou ‘k ze zelfs gaan missen. Maar misselijke onderhuidse acties en poeslief lachen naar me als je me op de hoek ziet is pussy, pussies.
De lichten gaan weer aan en uit de speakers klinkt “Change gone come”, de soulklassieker van Sam Cooke in een versie van Seal. Iets te veel van het goede wellicht. De revolutie was niet hier vanavond, maar het was een interessante bijeenkomst. Over vierhonderd jaar gaan we misschien aapjes kijken in het “blankenreservaat”, maar voor nu is literatuursafari voor de kortharige dames met bontkragen wel even genoeg.
Parooljournalist beticht van belangenverstrengeling
Posted By Steffi Weber On februari 8, 2012 @ 16:48 In Leven, Nieuwsverhaal | No Comments

Het Rijksmuseum Foto: Voytikof via Wikimedia Commons
AMSTERDAM, 8 januari – De oorlog rond de fietstunnel onder het Rijksmuseum in Amsterdam gaat door. Afgelopen week ontdekte stedenbouwkundige en actievoerder Maarten Lubbers de namen van vier Paroolmedewerkers op een online petitie tegen de fietstunnel. Hij verwijt de Amsterdamse krant partijdigheid over dit onderwerp.
Frans Bosman, één van de journalisten in kwestie, deed verslag over de fietstunnel terwijl hij de petitie “Rijks op het Plein” ondertekend had. Aanvankelijk ontkende hij de petitie ooit te hebben ondertekend, maar later gaf hij toe dat inderdaad te hebben gedaan. Volgens Lubbers komt hierdoor zijn objectiviteit in het geding.
De fietstunneloorlog
Het Rijksmuseum, ontworpen door architect P.J.H. Cuypers [12] beschikt van oudsher over een karakteristieke onderdoorgang voor fietsers en voetgangers. De onderdoorgang is een belangrijke fietsverbinding van Museumplein naar de binnenstad.
Sinds 2003 wordt het hoofdgebouw van het Rijksmuseum verbouwd en de nieuwe hoofdingang van het museum komt na de verbouwing (2013) in de passage te liggen. Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum, vreest daarom dat het voor bezoekers te gevaarlijk wordt als fietser gebruik blijven maken van de onderdoorgang. Pijbes wil de passage bovendien gebruiken voor evenement.
Comité Red de Onderdoorgang wil dat de onderdoorgang eindelijk weer open gaat voor fietsers omdat het “een uniek stedenbouwkundig monument” is en omdat de doorgang een belangrijke fietsverbinding is tussen Amsterdam Zuid en de binnenstad.
In het voorlopige ontwerp voor de passage van het Rijksmuseum staat dat de fietstunnel open blijft voor fietsers. Op te drukken dagen (volgens het voorlopig ontwerp komt dat neer op ca. 30 dagen per jaar) zal de onderdoorgang echter exclusief voor voetgangers worden gehouden en ook tijdens grote evenemten (ca. acht dagen per jaar) moeten de fietsers omrijden.
Bosman deed ruim drie jaar geleden regelmatig verslag over de ontwikkelingen rond de verbouwing van het Rijksmuseum. Dit onderwerp werd later overgenomen door een andere redactie. Toen Bosman de petitie tekende, ging hij er naar eigen zeggen van uit dat hij niet meer over het onderwerp zou schrijven. Dat bleek niet het geval. Op 25 januari en 2 februari van dit jaar schreef hij alsnog over de fietstunnel. “Ik had een ochtenddienst en iemand moest het doen. Ik was trouwens ook vergeten dat ik die petitie ooit had getekend”, aldus Bosman. Zijn mening over de fietstunnel heeft volgens hem geen invloed op zijn berichtgeving over dit onderwerp.
Lubbers is het daarmee niet eens. “Als iemand zo’n lijst ondertekent en dus een duidelijke mening heeft, beïnvloedt dat impliciet zijn denken en schrijven. Van objectiviteit is dan geen sprake meer.” Ook Marjolein de Lange van Comité Red de Onderdoorgang, dat voor behoud van de fietstunnel vecht, vindt de berichtgeving van Het Parool over dit onderwerp soms ongenuanceerd. De Lange leest de krant niet dagelijks, maar vindt dat “het geluid van het Rijksmuseum meer te horen is dan de andere kant”. In het laatste artikel van Bosman voelt zij zich tevens onvolledig geciteerd, waardoor haar uitspraak een andere betekenis krijgt.
Ook de naam Peter van den Berg staat op de lijst. Van den Berg is eindredacteur bij Het Parool. Onlangs weigerde hij een ingezonden brief van Lubbers over de fietstunnel voor opiniepagina Het laatste woord. Hij ontkent de petitie te hebben getekend. “Weet je wel hoeveel Peter van den Bergs er in Amsterdam rondlopen? Mijn naam is een soort Jan Jansen, iedereen heet zo.” Ook twee andere Paroolmedewerkers en een freelancer geven toe de petitie te hebben getekend, zij hebben echter nooit over dit onderwerp geschreven. Op de petitie vóór de fietstunnel zijn geen Paroolmedewerkers te vinden.
Lubbers hoopt dat Het Parool in de toekomst objectiever gaat schrijven over de fietstunnel en alleen nog verslaggevers laat berichten die niet op de lijst staan. Parool-hoofdredacteur Barbara van Beukering heeft over deze kwestie “geen zinnig woord te zeggen” en noemt het een “ontzéttende non-issue”.
(G)een centje pijn: VVD-fractievoorzitter Robert Flos
Posted By Kick Hommes On februari 8, 2012 @ 16:46 In Algemeen, Interview, Stad | No Comments
NAP maakt een rondgang langs de Amsterdamse fractievoorzitters. Vandaag: Robert Flos, fractievoorzitter van de VVD.
AMSTERDAM, 8 februari – Barre tijden in de Stopera. Amsterdam moest al ruim tweehonderd miljoen besparen, maar het was niet genoeg. In maart stemt de gemeenteraad over een extra bezuinigingspakket van honderdvijftig miljoen. Waar valt nog wat te halen? Welke keuzes maakt het college?
Robert Flos (1968) is sinds 2010 fractievoorzitter van de VVD. De bezuinigingen die de gemeente moet doorvoeren, moeten volgens Flos vooral uit eigen zak komen: “Amsterdam moet slimmer gaan begroten.”

Robert Flos foto: gemeente Amsterdam
In maart wordt een bezuinigingspakket voorgesteld van 150 miljoen. Waar kan volgens de VVD niets meer vanaf?
Robert Flos: “Ik denk dat je in principe bereid moet zijn om overal naar te kijken.”
Een van de kernpunten van de VVD is het parkeerbeleid. De VVD houdt nu nog vast aan het eigen standpunt inzake het bevriezen van de parkeergelden. Maar als straks dat extra bezuinigingspakket er ligt, kunt u dan beloven dat de tarieven niet omhoog gaan?
“Nou, ik kan niets beloven, maar er is een duidelijke afspraak gemaakt in het bestuursakkoord dat de parkeertarieven aan de meter bevroren blijven. Wij zien ook geen aanleiding om de parkeertarieven te verhogen omdat wij denken dat die verhoging zal leiden tot minder inkomsten. Er zal veel minder geparkeerd worden vanwege de hoogte van de tarieven.”
Een aanleiding zou kunnen zijn dat de VVD nu in een college zit met GroenLinks en de PvdA.
“Ja, maar als het financieel niets oplevert… Het is ook een verkeerd signaal naar de bevolking toe als je puur om een gat in de begroting te dichten de tarieven gaat verhogen.”
De VVD moet ook concessies doen. U heeft nooit gezegd dat de tarieven niet verhoogd zullen worden.
“Concessies? Wij hebben gezegd: ik ga nu niet een deur absoluut dichtslaan. Voor iedereen zal er zoet en zuur inzitten.”
Er wordt flink gesneden in de gemeentelijke organisatie, in het programakkoord staat 90 miljoen. De oppositie zegt dat het college achterloopt met de bezuinigingen op de eigen organisatie.
“Dat kunnen zij vinden, maar dat vind ik zeker niet gezegd. Bepaalde bezuinigingen op personeel zijn nog niet ingeboekt, maar dat komt ook omdat de onderhandelingen op bijvoorbeeld de cao voor gemeenteambtenaren nog steeds lopen. En omdat er bij sommige onderhandelingen nog geen resultaat bereikt is, kan het resultaat van de bezuinigingsactie daarop nog niet worden gekwantificeerd.”
Dus u zegt: het komt nog?
“Ja, en bovendien hebben wij als het goed is gewoon aan het einde van deze periode vijfhonderd minder ambtenaren werken dan er in het begin van de bestuursperiode werkten. En wij willen hier veel verder in gaan dan andere partijen, we sluiten ook gedwongen ontslagen niet uit.”
Maar kunt u dat garanderen?
“Ja eh, kun je dat garanderen… Dat is een kwestie van doen. In 2017 willen wij 1.350 minder ambtenaren dan de bijna 15.000 die er nu zijn. Door natuurlijk verloop verlaten al jaarlijks vijf à tien procent van de ambtenaren de gemeenten.
“Bij de 12.500 tot 13.000 ambtenaren die dan overblijven, moet je gaan kijken wat je verder kunt optimaliseren. Het is nu zo’n tienduizend euro dat je per ambtenaar kwijt bent aan huisvesting, ICT-voorzieningen, pennen, potloden en lampjes. Als je daar ook een taakstelling op legt kan dat ook tien à vijftien miljoen opleveren.”
Dan hebben we het over hetzelfde onderwerp, alleen niet over personeel maar over pennen. Gaat u daar 80 tot 100 miljoen vandaan halen?
“Nee, niet bij potloden en pennen natuurlijk. Maar wij willen ook de deelraden volledig opheffen, dat betekent ook ruim tien miljoen minder aan kosten voor politici. Gecombineerd kom je bij de optelling al bij de 70 à 75 miljoen die je enkel uit het ambtenarenapparaat en de politiek kunt halen.”
Dus als de VVD haar zin krijgt hoeven de bezuinigingen verder nergens vandaan te komen.
“Nou nee dat niet, want we willen in totaal voor 150 miljoen aan ombuigingen inventariseren.”
Niet van cultuur, niet van sociaal beleid?
“Ja wij vinden wel dat er heel kritisch naar alle subsidieregelingen gekeken moet worden. Dat kunnen milieu- en kunstsubsidies zijn, maar ook zijn er in de stadsdelen een heleboel integratie en sociale subsidies gegeven waarvan wij ons afvragen wat nu de effectiviteit en het rendement is van deze subsidie. Daar is naar ons idee nog veel te weinig in gesneden.”
De gemeentes krijgen meer taken van de rijksoverheid. Er wordt wel gezegd dat de overheid de problemen over de schutting gooit.
“We zijn blij dat er juist meer zaken naar Amsterdam toekomen die we lokaal kunnen beslissen, zoals de Wet werk en Bijstand (Wwb), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet werken naar vermogen (Wwnv). Dat biedt onze wethouder Eric van der Burg (Zorg en Welzijn, VVD) de mogelijkheid om een eigen persoonsgebonden budget (pgb) te ontwikkelen. Dat het rijk daar minder geld voor inboekt door efficiencyvoordelen vind ik niet meer dan terecht.”
Zijn er ook onderwerpen waar te weinig geld voor overblijft?
“We hebben bij de Wet werken naar vermogen gezegd dat we dat wel heel gortig vonden. Hierbij komen wel heel veel risico’s bij de gemeentes te liggen. Het risico is dan dat het ons veel meer kost aan uitkeringen en participatiekosten dan dat we van het rijk krijgen.”
Dan wordt het dus gedumpt.
“Nou ja, dat is dan wel het enige punt waar we als VVD in de gemeenteraad hebben gezegd: daar schatten wij de risico’s te hoog in. Maar dat hebben we op een hele hoop andere dingen niet gezegd.”
Het moet wel allemaal met minder geld.
“Er is een noodzaak dit te doen, er zijn enorme overheidstekorten. Een deel komt voort uit de extra uitgaven die in de vorige regeringsperiode tijdens de toenmalige crisis gedaan zijn. De staatsschuld is flink toegenomen, dat zal je moeten oplossen. En naar ons idee heeft dat geleid tot terechte bezuinigingen. Sommigen in Amsterdam denken wel eens ‘dit is de Republiek Amsterdam, wij horen niet bij Nederland, wat denken jullie wel’, maar zo werkt het natuurlijk niet. Daarom gaan we 150 miljoen extra inventariseren.”
Wethouder Van der Burg heeft ook gezegd: we zitten niet vast aan de coalitieafspraken van het Rijk, met het pgb bijvoorbeeld.
“Nee, we hebben over verschillende onderdelen gezegd dat we er wat minder over te spreken zijn. Het pgb en ook kunstsubsidies slaan soms wel heel fors op Amsterdam neer, maar over het algemeen steunen we het kabinet.”
Kennismaken met de SP: “we durven mensen niet te vragen”
Posted By Kick Hommes On februari 8, 2012 @ 16:44 In Algemeen, Reportage, Stad | No Comments

Het SP-actiecentrum in Amsterdam, met trommels Foto: Kick Hommes
Waar het de SP in de landelijke peilingen met 33 zetels voor de wind gaat, heeft de partij in Amsterdam moeite leden te vinden na de gemeentelijke verkiezingsnederlaag in 2010. Voor nieuwe leden organiseert de SP een cursus ‘Kennismaken met de SP’, maar de animo voor de eerste bijeenkomst afgelopen maandag was niet heel groot.
AMSTERDAM, 8 februari – Er liggen vier oude trommels te verstoffen op een kast in het actiecentrum van de SP-afdeling Amsterdam. “Waarom worden die trommels niet meer gebruikt?”, vraagt een aanwezige. Paula van Dijnen, voorzitter van de SP-afdeling Amsterdam geeft antwoord. “We wilden er echt mee bezig gaan, maar niemand wilde de kar trekken.” De man haalt zijn schouders op. “Ik wilde wel, had zelfs trommelles willen geven. En weggeven is zonde, het zijn mooie trommels.”
Begon 2012 nog zo goed voor de SP met een drukbezochte Nieuwjaarsborrel, veel enthousiasme voor de ‘Kennismaken met de SP’-avond is er niet. Slechts zeven mensen komen opdagen in het actiecentrum op de Laurierstraat om te horen hoe de organisatie van de SP er eigenlijk uitziet. “Ik hoop echt dat het aan het weer ligt”, verzucht Van Dijnen.
De man die graag trommelles wil geven is Jack Vos. Hij is naar eigen zeggen “al jaren en jaren” lid van de SP en heeft verschillende bestuursfuncties in de stadsdeelraden bekleed. Naar de bijeenkomst van vanavond heeft hij zijn 21-jarige zoon meegenomen. Ook Sharon is aanwezig, tweedejaars antropologiestudente aan de Universiteit van Amsterdam. Hugo is ICT ’er, Ali komt uit Koerdistan en heeft in India veel gedaan voor rechten van vrouwen. Mourad is geen lid maar doet veel vrijwilligerswerk. Op Jack na is niemand ouder dan vijftig.
De SP geeft de cursus ‘Kennismaken met de SP’ ieder half jaar met de bedoeling om mensen die net lid zijn geworden bekend te laten worden met de partij. Dus niet zozeer om nog meer nieuwe leden te werven? Vandaag vertelt Van Dijnen over de organisatie, maar ook zijn er nog avonden over de geschiedenis, de ideologie en de acties van de partij. “Het is een cursus voor mensen die net lid zijn, maar ook oudere leden die even wat willen opfrissen mogen komen”, grapt Van Dijnen. Vos steekt zijn handen omhoog.
Ooit had de SP in Amsterdam nog ongeveer drieduizend leden, vertelt Van Dijnen. Dat was toen de partij in 2006 tijdens de verkiezingen veel stemmen kreeg. In de tijd van Agnes Kant tussen 2008 en 2010 daalde het aantal leden in Amsterdam. “We zijn toen wel afgestraft. In 2010 zijn we van zes naar drie zetels in de gemeenteraad gegaan. Ook betaalden veel mensen niet meer of waren verhuisd”, zegt Van Dijnen. “We kregen post retour.” Dat leidde tot een aantal van 2.630 leden eind 2011. Inmiddels staat de teller volgens Van Dijnen weer op 2.667. “Toch een mooie verbetering.”
Jack Vos vindt het allemaal maar weinig. Hij vraagt zich af of de SP niet meer leden kan pushen om potentiële sympathisanten van de partij aan te spreken. Tienduizend leden wil hij. Van Dijnen is voorzichtiger. Zij vindt vijfduizend leden al mooi. “Maar we bereiken niet veel mensen, dat is waar. Het is een pijnpuntje in de afdeling.”
Het is duidelijk dat de SP moeite heeft om mensen buiten de kern van de partij te bereiken. Normaal gesproken wordt elk nieuw lid gebeld door de fractievoorzitter van het stadsdeel. Bij drie van de zes aanwezige leden in het actiecentrum blijkt dat niet gebeurd te zijn. “Ja, dat zou niet moeten”, zegt Van Dijnen.
De vraag blijft waarom de SP er niet in slaagt mensen te binden. Het is volgens Van Dijnen niet alleen een kwestie van te weinig tijd. “Het is gêne. We durven mensen niet te vragen. We zijn heel goed in acties en daar zijn ook heel veel mensen bij, maar daarna vragen we niet of die mensen wat voor de partij willen doen.”
Een uur vol informatie over de SP later sluit Vos demonstratief de vergadering door met zijn knokkels hard op tafel te slaan. Daarna snijdt hij zich aan wat hij noemt ‘sociaal papier’, SP-papier waarop in mooie plaatjes de organisatie van de SP uitgelegd wordt. Hij kletst met Van Dijnen nog wat na over de trommels. “Daar moeten we toch nog wat mee doen.” De andere aanwezigen staan wat onzeker op en lopen een voor een de deur uit. Geen van hen wordt gevraagd of ze wat voor de partij willen doen.
Grote verschillen tussen giften BankGiro Loterij
Posted By Annemarie van de Vijsel On februari 8, 2012 @ 16:42 In Mooi, Nieuwsverhaal | No Comments

Het Rijksmuseum. Bron: zug55 via flickr.com
AMSTERDAM, 8 februari – Het Rijksmuseum profiteert dit jaar het meest van de giften van de BankGiro Loterij aan culturele instellingen. Maandag werd bekendgemaakt hoe gul de loterij was voor 58 culturele organisaties, waarvan zestien Amsterdamse. De verschillen tussen de bedragen zijn groot.
In totaal werd er maandag 64 miljoen euro verdeeld onder 58 culturele instellingen in Nederland. Dit bedrag wordt gevormd door de helft van de opbrengst van de lotenverkoop. De meerderheid van de zestien Amsterdamse beneficianten zijn musea. Het Rijksmuseum krijgt het grootste bedrag uitgekeerd: ruim 4,3 miljoen euro. Hiervan komt 1,5 miljoen uit een eenmalige projectaanvraag voor de herinrichting van de tuinen rondom het museum. De overige 2,8 miljoen euro is een meerjarige bijdrage voor de aankoop van kunstwerken. Met dit bedrag moet het grootste deel van de kunstaankoop van het museum gefinancierd worden, zegt een woordvoerder van het Rijksmuseum. Het eigen budget dat het museum hiervoor heeft “staat in geen verhouding tot de 2,8 miljoen euro”.
Niet alle musea kunnen rekenen op een dergelijk bedrag van de loterij. Vier van de zestien Amsterdamse musea kregen maandag het minimumbedrag toegekend dat de loterij doneert, 200.000 euro. Het noodlijdende Tropenmuseum bijvoorbeeld, ontvangt jaarlijks dit bedrag. Het museum dreigt haar deuren te moeten sluiten door het wegvallen van de overheidssubsidie à 20 miljoen euro. Maar buiten de bijdrage voor de kunstvoorwerpen zou de BankGiro Loterij niets kunnen betekenen voor de financiële situatie van het museum, laat de loterijwoordvoerder weten, omdat de loterij voor meerjarige giften enkel bijdragen levert aan aankopen en restauraties.
Alle Amsterdamse musea die vorig jaar gesteund werden door de loterij kunnen hier ook dit jaar weer op rekenen. Maar van de tientallen musea die de hoofdstad kent, vallen de meeste buiten deze donatieronde. Museum Het Schip bijvoorbeeld. Dit jaar zag het museum over de Amsterdamse School af van een aanvraag, toen bleek dat het gewenste bedrag lager was dan de 200.000 euro die de loterij hanteert als minimumbedrag. Het Schip heeft een jaaromzet van 450.000 euro. Vorig jaar diende Museum Het Schip een verzoek in voor eenmalige financiering van 1 miljoen euro, bedoeld voor de uitbreiding van het museum. Het verzoek werd afgewezen. “We voldeden wel aan de voorwaarden van de loterij. De precieze reden voor de afwijzing werd mij niet duidelijk,” zegt Alice Roegholt, een van de oprichters van het museum.
Het kabinet wil dat musea een groter deel van hun financiering gaan halen uit giften van bedrijven en particulieren, zoals onder meer gebeurt via de BankGiro Loterij. Maar die vindt op zijn beurt dat “overheden, fondsen en de instellingen zelf” de verantwoordelijkheid hebben voor hun financiële exploitatie, zegt een woordvoerder van de BankGiro Loterij. Om in aanmerking te komen voor een bijdrage voor aankopen en restauraties moet tegenover een eventuele toekenning van 200.000 euro minstens eenzelfde bedrag aan eigen inkomsten van het museum staan. “Musea moeten niet financieel afhankelijk worden van ons,” verklaart de woordvoerder.

Toegekende giften BankGiro Loterij aan Amsterdamse culturele instellingen (Data voor Van Gogh Museum ontbreken). Bron: BankGiro Loterij, bewerking: NAP Nieuws 2012.
‘Babygooier’ krijgt drie jaar
Posted By Merlijn Kerkhof On februari 8, 2012 @ 16:40 In Nieuwsbericht, Stad | No Comments

Foto: Southernfriend (Morguefile)
AMSTERDAM, 8 februari – ‘Babygooier’ Raymond A. (39) is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en tbs met voorwaarden. A. stond terecht wegens mishandeling van zijn pasgeboren dochtertje. De straf is conform de eis van het Openbaar Ministerie.
De man bekende zijn in oktober 2010 geboren dochtertje in de lucht te hebben gegooid, gestompt, geknepen en ruw te hebben gemasseerd. Daarnaast had hij de baby in haar voetjes gebeten. Ook de zwakbegaafde moeder (25) bekende haar kindje in de lucht te hebben geworpen. Tegen haar was een voorwaardelijke celstraf van acht maanden geëist, maar zij werd niet medeplichtig bevonden aan de mishandeling.
Volgens artsen van het Amsterdams Medisch Centrum (AMC) liep het meisje bij de mishandelingen het risico om te overlijden. Zij hield netvliesbloedingen, botbreuken, blauwe plekken en vochtophopingen in de hersens over aan de mishandeling. Het is nog niet duidelijk of het om blijvend letsel gaat.
Raymond A., die lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis, was al eerder veroordeeld voor zware mishandeling van een van zijn kinderen. Volgens de rechter heeft hij nagelaten stappen te ondernemen om herhaling te voorkomen.
Pand 14: pionieren tussen de kantoortorens
Posted By Teri Van Der Heijden On februari 8, 2012 @ 16:38 In Achtergrond, Algemeen, Reportage, Stad | No Comments
Amstel III kwakkelt. Het bedrijventerrein in Zuidoost kampt al jaren met leegstand en de gemeente krijgt het probleem maar niet opgelost. Dankzij initiatieven als Pand 14, een cultureel platform in het hart van het bedrijventerrein, gloort er hoop.

Pand 14 in Zuidoost. Foto: Nadine Spronk fotografie
AMSTERDAM, 8 februari -Tussen hoge donkere kantoorpanden en snelweggeraas valt het redelijk uit de toon: een bord met “warme choco” en een pijl, handgeschreven op een haastig in elkaar geklust bord. De pijl wijst in de richting van een rond gebouw, ingeklemd tussen de A9, een McDonaldsrestaurant en een benzinepomp. In het gebouw huist Pand 14. “Met dit weer moet je wel warme chocomel serveren”, zegt Staas Lucassen (30), terwijl hij een kannetje chocolademelk opwarmt. “Toen het ging sneeuwen hebben we gauw die borden gemaakt.”
Lucassen is één van de initiatiefnemers van Pand 14. Creativiteit en improvisatie staan hoog in het vaandel. Samen met twee anderen runt hij de culturele “vrijplaats”, zoals ze Pand 14 zelf omschrijven. In het gebouw worden feesten, optredens en exposities georganiseerd. “Van underground tot semicommercieel.” In de kelder zijn atelierruimtes voor kunstenaars en oefenruimtes voor bandjes. “Een stukje oud-Berlijn in Amsterdam”, aldus de initiatiefnemers.
In de directe omgeving van Pand 14 is het vergeefs zoeken naar de romantische kunstenaarsgeest. Maar wie binnenstapt, begrijpt beter wat de initiatiefnemers bedoelen. Het gebouw leent zich met zijn ronde vormen perfect voor artistieke experimenten en niet-alledaagse feesten. Beneden is een klein podium en de bar, met aan het plafond een indrukwekkende verzameling discoballen. De ronde ruimte boven doet dienst als dansvloer en expositieruimte. De draaiende vloer is een erfenis uit de tijd dat het pand een Chinees restaurant was. Lucassen: “Nu vooral leuk om twee uur ’s nachts, als iedereen wat drankjes op heeft.”

De initiatiefnemers tijdens de officiële opening van Pand 14. V.l.n.r. Nadine Spronk, nachtburgemeester Isis, Staas Lucassen en Joas Vrouwe. Foto: Nadine Spronk fotografie
Lucassen kraakte het pand aan de Muntbergweg in 2002. “Gewoon door een raampje geklommen”, vertelt hij achteloos. Dan bedenkt hij zich. Met een grijns: “Ik bedoel natuurlijk: de deur stond open.” Direct begon hij allerlei evenementen te organiseren. In 2010 kocht Rijkswaterstaat het pand en sindsdien bestaat Pand 14 legaal, totdat het gesloopt wordt vanwege de verbreding van de naastgelegen A9. Even dreigde het pand al dit jaar te worden gesloopt. Buurman McDonald’s wilde parkeerplaatsen bijbouwen, maar wethouder Maarten van Poelgeest (Ruimtelijke Ordening, GroenLinks) stak daar een stokje voor. Vorige week werd bekend dat de sloop definitief is uitgesteld tot minstens 2014.
Het culturele platform is een vreemde, maar welkome, eend in de bijt tussen de monotone kantoortorens die Amstel III kenmerken. Het bedrijventerrein, gelegen tussen de Amsterdam ArenA en het AMC, kampt al jaren met structurele leegstand. Ongeveer een kwart van de 700.000 vierkante meter kantoorruimte staat leeg. De gemeente vergadert al jaren over het zorgenkindje in Zuidoost, maar vooralsnog zonder veel resultaat. In november werd besloten dat er een nieuw bestemmingsplan moet komen. Amstel III heeft meer “levendigheid” nodig: horeca en winkelmogelijkheden. Op termijn moet het gebied transformeren tot een “dynamisch leefgebied”, waar ook gewoond kan worden.
Vooralsnog wonen alleen Lucassen en zijn vriendin en mede-initiatiefnemer Nadine Spronk (34) op het bedrijventerrein, in Pand 14. Derde initiatiefnemer Joas Vrouwe (31) woont elders. “De Shell is onze supermarkt”, zegt Spronk, wijzend op het naastgelegen lichtgevende pompstation. Andere winkels zijn er niet op loopafstand. De twee wonen helemaal bovenin. Pand 14 mag doordeweeks tot vier uur openblijven, en in het weekend tot vijf uur. Ze hebben een vergunning voor vierhonderd man. Spronk: “Meestal heel gezellig, maar soms wil je gewoon naar bed.”
Aan “levendigheid” in Pand 14 dus geen gebrek, maar in de rest van Amstel III gebeurt er volgens Lucassen en Spronk nog weinig met alle ruimte. Lucassen: “Ideeën genoeg, maar de pandeigenaren willen vaak niet meewerken.” Des te meer reden voor Pand 14 om zichzelf en Amstel III zo goed mogelijk op de kaart te zetten. “We gaan onze programmering uitbreiden en in het voorjaar beginnen we met een terras.” Lekker loungen tussen de snelweg en de McDrive? “We gaan natuurlijk aan de gang met sfeerverlichting, bankjes, plantenbakken en een buitentap”, legt Lucassen uit. “En misschien iets met een kampvuur.” Na een blik op het pompstation: “Nouja, dat laatste misschien ook niet.”
Article printed from Nieuw Amsterdams Peil: http://napnieuws.nl
URL to article: http://napnieuws.nl/2012/02/08/pand-14-pionieren-tussen-de-kantoortorens/
URLs in this post:
[1] www.rodekruis.nl/amsterdam: http://www.rodekruis.nl/amsterdam
[2] hier: http://napnieuws.nl/2012/02/14/%E2%80%9Cvoor-amsterdam-ontstond-was-hier-geen-asterix-en-obelixachtig-dorpje%E2%80%9D/
[3] tentoonstelling: http://napnieuws.nl/2012/02/14/met-de-roltrap-langs-100-000-jaar-rokin/
[4] De televisiereclame: http://www.youtube.com/watch?v=2kM9TBCJ148
[5] D66: http://napnieuws.nl/2012/01/27/geen-centje-pijn-d66-fractievoorzitter-jan-paternotte/
[6] RED Amsterdam: http://napnieuws.nl/2012/01/20/geen-centje-pijn-red-amsterdam-fractievoorzitter-roderic-evans-knaup/
[7] VVD: http://napnieuws.nl/2012/02/08/geen-centje-pijn-vvd-fractievoorzitter-robert-flos/
[8] Laurens Ivens: http://napnieuws.nl/2012/01/06/geen-centje-pijn-sp-fractieleider-laurens-ivens/
[9] Marijke Shahsavari-Jansen: http://napnieuws.nl/2012/01/13/geen-centje-pijn-cda-fractievoorzitter-marijke-shahsavari-jansen/
[10] 2010: http://amsterdam.groenlinks.nl/bezuinigingen
[11] Image: http://www.zemanta.com/
[12] P.J.H. Cuypers: http://nl.wikipedia.org/wiki/P.J.H._Cuypers
Click here to print.
Copyright © 2009 Nieuw Amsterdams Peil. All rights reserved.